2025-01-01 | BWBR0012066 | Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
This commit is contained in:
parent
c4d9255b4d
commit
d5f759c823
1 changed files with 22 additions and 9 deletions
|
|
@ -151,7 +151,9 @@ b. de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen;
|
|||
c. de Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij, titel 2.1 Ondersteuning voor de sanering van vissersvaartuigen;
|
||||
d. de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor stikstofreductie;
|
||||
e. de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting;
|
||||
f. de volgende provinciale regelingen die in overeenstemming zijn met Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327):
|
||||
f. de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting;
|
||||
g. de Subsidieregeling permanente reductie rechten op de inzet van staand net en zegen in het IJsselmeergebied;
|
||||
h. de volgende provinciale regelingen die in overeenstemming zijn met Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327):
|
||||
|
||||
1°. wat betreft de provincie Utrecht: de Subsidieregeling Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht, artikel 2.2 Verplaatsing grondgebonden agrarische bedrijven in het kader van het NNN, en de Subsidieregeling verplaatsing en beëindiging veehouderijen Utrecht, artikel 1.2 Subsidiabele activiteiten en prestatie;
|
||||
2°. wat betreft de provincie Gelderland: de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023, paragraaf 2.4 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk en paragraaf 2.28 Verplaatsing veehouderij;
|
||||
|
|
@ -191,11 +193,13 @@ De waarde in het economische verkeer van opgebouwde aanspraken uit een pensioenr
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van artikel 3.127, eerste en vierde lid, van de wet, verstrekt de verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdelen a en b, van de wet aan de belastingplichtige een opgave van het bedrag van de in het voorafgaande kalenderjaar in de pensioenregeling van de belastingplichtige ingelegde premies voor ouderdomspensioen en partnerpensioen op of na pensioendatum voor zover dit bedrag het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar en exclusief de premie voor een compensatie als bedoeld in artikel 38s van de Wet op de loonbelasting 1964.
|
||||
**1.** Voor de toepassing van artikel 3.127, eerste en vierde lid, van de wet, verstrekt de verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdelen a en b, van de wet aan de belastingplichtige een opgave van het bedrag van de in het voorafgaande kalenderjaar in de pensioenregeling van de belastingplichtige ingelegde premies voor ouderdomspensioen en partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor zover dit bedrag het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar en exclusief de premie voor een compensatie als bedoeld in artikel 38s van de Wet op de loonbelasting 1964.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid verstrekt de verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdelen a en b, van de wet aan de belastingplichtige die met toepassing van artikel 38r van de Wet op de loonbelasting 1964 pensioen opbouwt een opgave van het bedrag van de in het voorafgaande kalenderjaar in de pensioenregeling van de belastingplichtige ingelegde premies voor ouderdomspensioen en partnerpensioen op of na pensioendatum voor zover dit bedrag het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar waarbij de aan het voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen premies worden bepaald overeenkomstig artikel 10a.25, tweede lid, van de wet.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid verstrekt de verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdelen a en b, van de wet aan de belastingplichtige die met toepassing van artikel 38r van de Wet op de loonbelasting 1964 pensioen opbouwt een opgave van het bedrag van de in het voorafgaande kalenderjaar in de pensioenregeling van de belastingplichtige ingelegde premies voor ouderdomspensioen en partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum als bedoeld in de artikelen 18a, eerste lid, en 38r, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor zover dit bedrag het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar waarbij de aan het voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen premies worden bepaald overeenkomstig artikel 10a.25, tweede lid, van de wet, exclusief de premies voor een nettopensioen als bedoeld in artikel 5.17, tweede lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**3.** De opgave, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt door de verzekeraar binnen tien maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de ingelegde premies betrekking hebben, aan de belastingplichtige verstrekt.
|
||||
**3.** Voor de toepassing van de artikelen 3.127, eerste en vierde lid, en 10a.25, eerste en tweede lid, van de wet verstrekt de verzekeraar van een nettopensioen, bedoeld in artikel 5.17, tweede lid, onderdeel c, van de wet, aan de belastingplichtige een opgave van het gezamenlijke bedrag van de door de belastingplichtige in het voorafgaande kalenderjaar voor een nettopensioen als bedoeld in artikel 5.17, tweede lid, van de wet betaalde of verrekende premies.
|
||||
|
||||
**4.** De opgave, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt door de verzekeraar binnen tien maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de ingelegde premies betrekking hebben, aan de belastingplichtige verstrekt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang (
|
||||
|
||||
|
|
@ -566,7 +570,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Als administratieplichtigen als bedoeld in artikel 10.8, eerste lid, van de wet worden aangewezen: banken, beheerders, beleggingsinstellingen, beleggingsondernemingen, betaaldienstverleners, elektronischgeldinstellingen, financiële instellingen, levensverzekeraars, natura-uitvaartverzekeraars en schadeverzekeraars in de zin van de Wet op het financieel toezicht alsmede pensioenuitvoerders in de zin van artikel 1 van de Pensioenwet, pensioenuitvoerders in de zin van artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Stichting Notarieel Pensioenfonds, bedoeld in artikel 113a van de Wet op het notarisambt.
|
||||
**1.** Als administratieplichtigen als bedoeld in artikel 10.8, eerste lid, van de wet worden aangewezen: banken, beheerders, beleggingsinstellingen, beleggingsondernemingen, betaaldienstverleners, elektronischgeldinstellingen, financiële instellingen, instellingen voor collectieve belegging in effecten, levensverzekeraars, natura-uitvaartverzekeraars en schadeverzekeraars in de zin van de Wet op het financieel toezicht alsmede pensioenuitvoerders in de zin van artikel 1 van de Pensioenwet, pensioenuitvoerders in de zin van artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Stichting Notarieel Pensioenfonds, bedoeld in artikel 113a van de Wet op het notarisambt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -595,10 +599,12 @@ d. met betrekking tot een kapitaalverzekering eigen woning als bedoeld in artike
|
|||
|
||||
1°. het in het kalenderjaar genoten bedrag aan uitkering;
|
||||
2°. indien de verzekering op grond van artikel 10bis.4, derde lid, onderdelen a, b, c, e, f of g, van de wet in het kalenderjaar wordt geacht tot uitkering te zijn gekomen: de waarde in het economische verkeer van de verzekering op het tijdstip waarop die verzekering wordt geacht tot uitkering te zijn gekomen;
|
||||
3°. indien over het kalenderjaar gegevens en inlichtingen worden aangeleverd als bedoeld in de subonderdelen 1° of 2°: de in totaal betaalde premies voor de verzekering en het bedrag van een in een eerder kalenderjaar genoten uitkering of, indien in eerdere kalenderjaren meer uitkeringen zijn ontvangen, het gezamenlijke bedrag van de in die eerdere kalenderjaren genoten uitkeringen;
|
||||
e. met betrekking tot een spaarrekening eigen woning of een beleggingsrecht eigen woning als bedoeld in artikel 10bis.2 van de wet:
|
||||
|
||||
1°. het in het kalenderjaar gedeblokkeerde tegoed, onderscheidenlijk de in het kalenderjaar gedeblokkeerde waarde;
|
||||
2°. indien de spaarrekening of het beleggingsrecht op grond van artikel 10bis.5, vierde lid, onderdelen a, b, d, e of f, van de wet in het kalenderjaar wordt geacht te zijn gedeblokkeerd: het tegoed op de spaarrekening onderscheidenlijk de waarde in het economische verkeer van het beleggingsrecht op het tijdstip waarop die spaarrekening of dat beleggingsrecht wordt geacht te zijn gedeblokkeerd;
|
||||
3°. indien over het kalenderjaar gegevens en inlichtingen worden aangeleverd als bedoeld in de subonderdelen 1° of 2°: de in totaal overgemaakte bedragen naar de spaarrekening eigen woning of het beleggingsrecht eigen woning en het in een eerder kalenderjaar gedeblokkeerde tegoed, onderscheidenlijk de in een eerder kalenderjaar gedeblokkeerde waarde, of, indien in eerdere kalenderjaren meer tegoeden, onderscheidenlijk waarden, zijn gedeblokkeerd, het gezamenlijke bedrag van de in die eerdere kalenderjaren gedeblokkeerde tegoeden, onderscheidenlijk waarden;
|
||||
f. met betrekking tot een lijfrente als bedoeld in de artikelen 3.124 en 3.125 van de wet:
|
||||
|
||||
1°. de in het kalenderjaar betaalde of verrekende premies;
|
||||
|
|
@ -607,13 +613,14 @@ f. met betrekking tot een lijfrente als bedoeld in de artikelen 3.124 en 3.125 v
|
|||
g. met betrekking tot een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a van de wet:
|
||||
|
||||
1°. de in het kalenderjaar overgemaakte bedragen;
|
||||
2°. indien in het kalenderjaar zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.133, achtste lid, van de wet in samenhang met artikel 3.133, tweede lid, onderdeel a, b, c, d voor zover betrekking hebbend op vervreemding, e, g, h, i of j, van de wet: de omstandigheid die zich heeft voorgedaan en de waarde in het economische verkeer van de aanspraak bepaald met toepassing van artikel 3.137 van de wet;
|
||||
2°. indien in het kalenderjaar zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.133, achtste lid, van de wet in samenhang met artikel 3.133, tweede lid, onderdeel a, b, c, d voor zover betrekking hebbend op vervreemding, e, g, h, i of j, van de wet of zich een omstandigheid heeft voorgedaan als bedoeld in artikel 3.133, derde lid, van de wet: de omstandigheid die zich heeft voorgedaan en de waarde in het economische verkeer van de aanspraak bepaald met toepassing van artikel 3.137 van de wet;
|
||||
h. met betrekking tot een recht als bedoeld in artikel 5.10, onderdeel a, van de wet: waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
|
||||
i. met betrekking tot een recht op kapitaaluitkering uit een op 14 september 1999 bestaande levensverzekering:
|
||||
|
||||
1°. de waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
|
||||
2°. een verhoging in het kalenderjaar van het verzekerde kapitaal bij leven, dan wel, bij het ontbreken hiervan, een verhoging in het kalenderjaar van de premies, alsmede een verlenging van de looptijd van de levensverzekering in het kalenderjaar, een en ander voor zover die verhoging of verlenging de eerbiedigende werking van hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AN, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001, verloren doet gaan;
|
||||
3°. het in het kalenderjaar genoten bedrag aan uitkering;
|
||||
4°. indien over het kalenderjaar gegevens en inlichtingen worden aangeleverd als bedoeld in subonderdeel 3°: de totaal betaalde premies voor de levensverzekering en het bedrag van een in een eerder kalenderjaar genoten uitkering of, indien in eerdere kalenderjaren meer uitkeringen zijn ontvangen, het gezamenlijke bedrag van de in die eerdere kalenderjaren genoten uitkeringen;
|
||||
j. met betrekking tot een recht op kapitaaluitkering uit een op 31 december 2000 bestaande levensverzekering, niet zijnde een recht als bedoeld in onderdeel i:
|
||||
|
||||
1°. de waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
|
||||
|
|
@ -623,7 +630,7 @@ l. met betrekking tot een aanspraak op periodieke uitkeringen of verstrekkingen
|
|||
|
||||
1°. indien in het kalenderjaar zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, onderdeel a, d voor zover betrekking hebbend op vervreemding, e, g of i, laatstgenoemd onderdeel in samenhang met het vijfde lid, van de wet: de omstandigheid die zich heeft voorgedaan en de waarde in het economische verkeer van de aanspraak bepaald met toepassing van artikel 3.137 van de wet;
|
||||
2°. de in het kalenderjaar betaalde of verrekende premies;
|
||||
3°. de restituties in het kalenderjaar van betaalde of verrekende premies indien de restitutie geen afkoop is in de zin van artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, van de wet;
|
||||
3°. de restituties in het kalenderjaar van in een of meer eerdere kalenderjaren betaalde of verrekende premies indien de restitutie geen afkoop is in de zin van artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, van de wet;
|
||||
m. met betrekking tot een aanspraak op periodieke uitkeringen of verstrekkingen, niet zijnde een aanspraak als bedoeld in de onderdelen f, g en l: de waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
|
||||
n. met betrekking tot premies als bedoeld in artikel 3.18 van de wet:
|
||||
|
||||
|
|
@ -635,7 +642,13 @@ n. met betrekking tot premies als bedoeld in artikel 3.18 van de wet:
|
|||
o. met betrekking tot een nettolijfrente of een nettopensioen als bedoeld in artikel 5.16, tweede lid, van de wet, onderscheidenlijk artikel 5.17, tweede lid, van de wet:
|
||||
|
||||
1°. de in het kalenderjaar betaalde of verrekende premies;
|
||||
2°. indien in het kalenderjaar zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 5.16c, eerste lid, van de wet, onderscheidenlijk artikel 5.17e, eerste lid, van de wet: de omstandigheid die zich heeft voorgedaan en de waarde in het economische verkeer van de aanspraak aan het begin van het kalenderjaar.
|
||||
2°. indien in het kalenderjaar zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 5.16c, eerste lid, van de wet, onderscheidenlijk artikel 5.17e, eerste lid, van de wet: de omstandigheid die zich heeft voorgedaan en de waarde in het economische verkeer van de aanspraak aan het begin van het kalenderjaar;
|
||||
p. met betrekking tot een lijfrente als bedoeld in hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, zesde lid, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001: de omstandigheid, bedoeld in de subonderdelen 1°, 2°, 3° of 4°, die zich heeft voorgedaan en de waarde in het economische verkeer van de aanspraak op lijfrente op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan dat waarop die omstandigheid zich heeft voorgedaan, indien:
|
||||
|
||||
1°. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.133, derde lid, van de wet;
|
||||
2°. een uitkering bij leven of overlijden toekomt aan een ander dan een natuurlijk persoon;
|
||||
3°. de aanspraak op lijfrente wordt beleend of overgedragen tot zekerheid; of
|
||||
4°. de aanspraak op lijfrente niet langer als zodanig wordt aangemerkt.
|
||||
|
||||
**3.** Als gegevens en inlichtingen als bedoeld in artikel 10.8, eerste lid, van de wet worden mede aangewezen de naam, het adres en de geboortedatum van de belastingplichtige op wie de gegevens, bedoeld in het tweede lid, betrekking hebben.
|
||||
|
||||
|
|
@ -665,7 +678,7 @@ d. de gegevens of inlichtingen door de inspecteur zijn aangewezen als van verstr
|
|||
Als administratieplichtigen als bedoeld in artikel 10.8, eerste lid, van de wet worden mede aangewezen:
|
||||
|
||||
a. inhoudingsplichtigen als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 die een of meer betalingen doen aan een natuurlijk persoon inzake voor de inhoudingsplichtige of een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap als bedoeld in artikel 10a, zevende lid, van die wet verrichte werkzaamheden en diensten;
|
||||
b. collectieve beheersorganisaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten die een of meer betalingen doen aan een natuurlijk persoon als rechthebbende in de zin van artikel 1, onderdeel g, van die wet.
|
||||
b. collectieve beheersorganisaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten die een of meer betalingen doen aan een natuurlijk persoon als rechthebbende in de zin van artikel 1, onderdeel h, van die wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue