2026-01-01 | BWBR0011825 | Vreemdelingenbesluit 2000
This commit is contained in:
parent
10d0024e4d
commit
d600db241a
1 changed files with 36 additions and 32 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Vreemdelingenbesluit 2000
|
|||
bwb_id: BWBR0011825
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2012-06-29'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2025-10-27'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0011825
|
||||
citeertitel: Vreemdelingenbesluit 2000
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -29,12 +29,12 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- gezinsvorming: gezinshereniging van de echtgenoot, geregistreerde partner of niet-geregistreerde partner, voor zover de gezinsband tot stand is gekomen op een tijdstip waarop de hoofdpersoon in Nederland hoofdverblijf had;
|
||||
- luchtvaartuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Luchtvaartwet;
|
||||
- mijnbouwinstallatie: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet;
|
||||
- richtlijn langdurig ingezetenen: richtlijn nr. 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU 2004, L16), zoals gewijzigd door richtlijn 2011/51/EU van het Europees Parlement en de Raad teneinde haar werkingssfeer uit te breiden tot personen die internationale bescherming genieten (PbEU 2011, L 132);
|
||||
- richtlijn 2014/66/EU: richtlijn 2014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming (PbEU 2014, L 157);
|
||||
- *richtlijn (EU) 2016/801:* richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (herschikking) (PbEU 2016, L 132);
|
||||
- richtlijn langdurig ingezetenen: richtlijn nr. 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, zoals gewijzigd door richtlijn 2011/51/EU van het Europees Parlement en de Raad teneinde haar werkingssfeer uit te breiden tot personen die internationale bescherming genieten;
|
||||
- richtlijn 2014/66/EU: richtlijn 2014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming;
|
||||
- *richtlijn (EU) 2016/801:* richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten;
|
||||
- *Richtlijn (EU) 2021/1883:*
|
||||
richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L 382/1);
|
||||
- Schengeninformatiesysteem: het in artikel 1, eerste lid, van de Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengensysteem van de tweede generatie (SIS II) bedoelde informatiesysteem (PbEU 2006, L 381);
|
||||
richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad;
|
||||
- Schengeninformatiesysteem: het in artikel 1, eerste lid, van de Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengensysteem van de tweede generatie (SIS II) bedoelde informatiesysteem;
|
||||
- Schengen Uitvoeringsovereenkomst: de op 19 juni 1990 te Schengen tot stand gekomen Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de bondsrepubliek Duitsland en de Franse republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (Trb. 1990, 145), alsmede de daarop gebaseerde Protocollen;
|
||||
- Schengengebied: het grondgebied van de staten waarop de Schengengrenscode en de Schengen Uitvoeringsovereenkomst van toepassing zijn;
|
||||
- schip: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Scheepvaartverkeerswet;
|
||||
|
|
@ -53,7 +53,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *reisvisum:* het visum, bedoeld in artikel 2, punt 2, onder a, van de Verordening nr. 810/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke Visumcode (Visumcode) (PbEU, L 243);
|
||||
a. *reisvisum:* het visum, bedoeld in artikel 2, punt 2, onder a, van de Verordening nr. 810/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke Visumcode (Visumcode);
|
||||
b. *doorreisvisum:* het visum, bedoeld in artikel 2, punt 2, onder b, van de Visumcode.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.3
|
||||
|
|
@ -280,6 +280,12 @@ b. het zich laten fotograferen en het laten afnemen van vingerafdrukken.
|
|||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze van indiening en de behandeling van een aanvraag tot verlening of wijziging van een machtiging tot voorlopig verblijf dan wel een terugkeervisum, daaronder begrepen de wijze waarop beschikkingen, kennisgevingen, mededelingen of berichten ingevolge dit hoofdstuk aan de vreemdeling of de referent bekend worden gemaakt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1b. Reisautorisatie
|
||||
|
||||
### Artikel 1.33
|
||||
|
||||
De nationale Etias-eenheid is ondergebracht bij de Koninklijke marechaussee.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Toegang
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Algemeen
|
||||
|
|
@ -871,13 +877,13 @@ De verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, wordt verleend, ind
|
|||
|
||||
### Artikel 3.22a
|
||||
|
||||
**1.** De verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, wordt verleend, indien de hoofdpersoon ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling een verklaring heeft afgelegd als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet.
|
||||
**1.** De verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, wordt verleend, indien de hoofdpersoon ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling een verklaring heeft afgelegd als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, wordt de verblijfsvergunning eveneens verleend, indien:
|
||||
|
||||
a. wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in hoofdstuk IV en artikel 16 van Richtlijn nr. 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PbEU L 251), in welk geval Onze Minister de hoofdpersoon als referent aanwijst;
|
||||
a. wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in hoofdstuk IV en artikel 16 van Richtlijn nr. 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging, in welk geval Onze Minister de hoofdpersoon als referent aanwijst;
|
||||
b. de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling als gezinslid wil verblijven een Turkse werknemer is als bedoeld in artikelen 6 en 13 van Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie, in welk geval deze hoofdpersoon niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.23
|
||||
|
|
@ -896,13 +902,13 @@ a. de vreemdeling beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf di
|
|||
b. de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, of naar het oordeel van Onze Minister heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld;
|
||||
c. de vreemdeling bereid is een onderzoek naar of behandeling voor tuberculose te ondergaan en daaraan mee te werken, of de nationaliteit bezit van een van de bij ministeriële regeling vast te stellen landen;
|
||||
d. de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde als bedoeld in de artikelen 3.77 en 3.78 of voor de nationale veiligheid;
|
||||
e. de hoofdpersoon ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling een verklaring heeft afgelegd als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet.
|
||||
e. de hoofdpersoon ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling een verklaring heeft afgelegd als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het vierde lid, aanhef en onder e, wordt de verblijfsvergunning eveneens verleend, indien:
|
||||
|
||||
a. wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in hoofdstuk IV en artikel 16 van Richtlijn nr. 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PbEU L 251), in welk geval Onze Minister de hoofdpersoon als referent aanwijst;
|
||||
a. wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in hoofdstuk IV en artikel 16 van Richtlijn nr. 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging, in welk geval Onze Minister de hoofdpersoon als referent aanwijst;
|
||||
b. de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling als gezinslid wil verblijven een Turkse werknemer is als bedoeld in artikelen 6 en 13 van Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie, in welk geval deze hoofdpersoon niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.23a
|
||||
|
|
@ -915,7 +921,7 @@ a. dat kind, die echtgenoot of partner in een andere staat die partij is bij het
|
|||
b. dat kind, die echtgenoot of partner beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding;
|
||||
c. dat kind, die echtgenoot of partner, al dan niet tezamen met de langdurig ingezetene, duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a;
|
||||
d. dat kind, die echtgenoot of partner geen gevaar vormt voor de openbare orde als bedoeld in de artikelen 3.77 en 3.78 en de nationale veiligheid;
|
||||
e. de hoofdpersoon ten behoeve van het verblijf van dat kind, die echtgenoot of partner een verklaring heeft afgelegd als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet.
|
||||
e. de hoofdpersoon ten behoeve van het verblijf van dat kind, die echtgenoot of partner een verklaring heeft afgelegd als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -933,7 +939,7 @@ De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid,
|
|||
a. dat kind, die echtgenoot of die partner in een andere staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is toegelaten als gezinslid van die houder van de Europese blauwe kaart;
|
||||
b. dat kind, die echtgenoot of die partner in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding of een gewaarmerkt afschrift daarvan;
|
||||
c. dat kind, die echtgenoot of die partner geen gevaar voor de openbare orde als bedoeld in de artikelen 3.77 en 3.78 of de nationale veiligheid vormt;
|
||||
d. de hoofdpersoon ten behoeve van het verblijf van dat kind, die echtgenoot of die partner een verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd.
|
||||
d. de hoofdpersoon ten behoeve van het verblijf van dat kind, die echtgenoot of die partner een verklaring als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet heeft afgelegd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -958,7 +964,7 @@ De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid,
|
|||
a. dat kind, die echtgenoot of die partner in een andere staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is toegelaten als gezinslid van die houder van de Europese blauwe kaart;
|
||||
b. dat kind, die echtgenoot of die partner in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding of een gewaarmerkt afschrift daarvan;
|
||||
c. dat kind, die echtgenoot of die partner geen gevaar voor de openbare orde als bedoeld in de artikelen 3.77 en 3.78 of de openbare veiligheid vormt; en
|
||||
d. de hoofdpersoon ten behoeve van het verblijf van dat kind, die echtgenoot of die partner een verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd.
|
||||
d. de hoofdpersoon ten behoeve van het verblijf van dat kind, die echtgenoot of die partner een verklaring als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet heeft afgelegd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1031,7 +1037,7 @@ b. die naar het oordeel van Onze Minister in het land van herkomst geen aanvaard
|
|||
|
||||
### Artikel 3.29
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan ter uitvoering van richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PbEU 2003, L 251) nader onderzoek doen wanneer er in individuele gevallen gegronde vermoedens bestaan van fraude of dat het huwelijk, het geregistreerd partnerschap, het partnerschap of de adoptie uitsluitend tot stand is gebracht om toegang tot en verblijf in Nederland te verkrijgen. Het nader onderzoek geschiedt niet stelselmatig.
|
||||
**1.** Onze Minister kan ter uitvoering van richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging nader onderzoek doen wanneer er in individuele gevallen gegronde vermoedens bestaan van fraude of dat het huwelijk, het geregistreerd partnerschap, het partnerschap of de adoptie uitsluitend tot stand is gebracht om toegang tot en verblijf in Nederland te verkrijgen. Het nader onderzoek geschiedt niet stelselmatig.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1108,7 +1114,7 @@ d. in het internationale wegtransport in dienst van een Nederlandse werkgever, v
|
|||
|
||||
**1.** De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan worden verleend onder een beperking verband houdend met arbeid als kennismigrant aan een vreemdeling als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022, die arbeid ten behoeve van een krachtens artikel 2c van de Wet als referent erkende werkgever verricht of wil verrichten tenzij het overeengekomen loon naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet marktconform is.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft. In dat geval wordt de werkgever niet als referent aangewezen.
|
||||
**2.** De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft. In dat geval wordt de werkgever niet als referent aangewezen.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag wordt afgewezen indien de vreemdeling in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming», in welk geval laatstgenoemde verblijfsvergunning ambtshalve wordt verleend, onverminderd artikel 24a, derde lid, van de Wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1138,7 +1144,7 @@ a. een aanvraag tot het verlenen van verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tij
|
|||
b. een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 heeft ingediend, waarop nog niet onherroepelijk is beslist;
|
||||
c. gemeenschapsonderdaan of langdurig ingezetene is;
|
||||
d. in Nederland verblijft op grond van een verdrag dat de toegang en het tijdelijk verblijf van bepaalde categorieën natuurlijke personen in verband met handel en investeringen gemakkelijker maken, met uitzondering van onderdanen van derde landen die toegang hebben gekregen tot het grondgebied van een lidstaat in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming op grond van Richtlijn 2014/66/EU;
|
||||
e. in Nederland verblijft als vreemdeling die onder Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PbEU 1997, L 18) valt en in Nederland ter beschikking is gesteld; of
|
||||
e. in Nederland verblijft als vreemdeling die onder Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten valt en in Nederland ter beschikking is gesteld; of
|
||||
f. tijdelijk niet wordt uitgezet op grond van feitelijke of juridische gronden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
|
@ -1156,7 +1162,7 @@ b. voor de overige beroepen: de kennis, vaardigheden en competenties die worden
|
|||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien:
|
||||
De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet heeft afgelegd, indien:
|
||||
|
||||
a. wordt voldaan aan de voorwaarden voor de afgifte van de Europese blauwe kaart, zoals gesteld in Richtlijn (EU) 2021/1883, in welk geval Onze Minister de werkgever als referent aanwijst;
|
||||
b. de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
|
|
@ -1165,7 +1171,7 @@ b. de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet
|
|||
|
||||
### Artikel 3.30c
|
||||
|
||||
**1.** De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid worden verleend aan een seizoenarbeider als bedoeld in artikel 3, onder b, van Richtlijn 2014/36/EU van het Europees Parlement en Raad van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider (PbEU 2014, L 94) indien geen afwijzingsgrond van toepassing is uit artikel 16 van de Wet en de artikelen 8 en 9 van de Wet arbeid vreemdelingen.
|
||||
**1.** De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid worden verleend aan een seizoenarbeider als bedoeld in artikel 3, onder b, van Richtlijn 2014/36/EU van het Europees Parlement en Raad van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider indien geen afwijzingsgrond van toepassing is uit artikel 16 van de Wet en de artikelen 8 en 9 van de Wet arbeid vreemdelingen.
|
||||
|
||||
**2.** De verblijfsvergunning wordt afgewezen, indien de vreemdeling een risico op illegale immigratie vormt, dan wel niet voornemens is het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie uiterlijk op de datum van verstrijken van de verblijfsvergunning te verlaten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1257,12 +1263,12 @@ a. de vreemdeling beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf di
|
|||
b. de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, of naar het oordeel van Onze Minister heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld;
|
||||
c. de vreemdeling bereid is een onderzoek naar of behandeling voor tuberculose te ondergaan en daaraan mee te werken of de nationaliteit bezit van een van de bij ministeriële regeling vast te stellen landen;
|
||||
d. de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde als bedoeld in de artikelen 3.77 en 3.78 of de nationale veiligheid;
|
||||
e. de onderzoeksinstelling krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend en ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling een verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd;
|
||||
e. de onderzoeksinstelling krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend en ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling een verklaring als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet heeft afgelegd;
|
||||
f. van de te vervullen arbeidsplaats de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden ten minste liggen op het niveau dat wettelijk is vereist en in de desbetreffende bedrijfstak gebruikelijk is;
|
||||
g. de vreemdeling duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a;
|
||||
h. Onze Minister geen bewijs of ernstige en objectieve redenen heeft om vast te stellen dat het verblijf van de vreemdeling andere doelen dient of zou dienen dan onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de onderzoeksinstelling niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft. In dat geval wordt de onderzoeksinstelling niet als referent aangewezen.
|
||||
**3.** De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de onderzoeksinstelling niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft. In dat geval wordt de onderzoeksinstelling niet als referent aangewezen.
|
||||
|
||||
**4.** De aanvraag wordt afgewezen indien gelijktijdig de aanmelding, bedoeld in artikel 4.47, is gedaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1788,7 +1794,7 @@ Buiten de gevallen, bedoeld in artikel 3.77, kan de aanvraag tot het verlenen va
|
|||
|
||||
### Artikel 3.79a
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid, lerend werken, arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, verblijf als houder van de Europese blauwe kaart of onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
**1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid, lerend werken, arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, verblijf als houder van de Europese blauwe kaart of onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties niet wordt afgewezen om de reden dat ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder k, van de Wet, is overgelegd. Daarbij kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanwijzing als referent.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2035,7 +2041,7 @@ b. langer dan zes achtereenvolgende maanden werkloos is en hij ten minste twee j
|
|||
|
||||
### Artikel 3.89c
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid, lerend werken of arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, verblijf als houder van de Europese blauwe kaart, onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
**1.** De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid, lerend werken of arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, verblijf als houder van de Europese blauwe kaart, onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties niet wordt afgewezen om de reden dat ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder k, van de Wet, is overgelegd. Daarbij kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanwijzing als referent.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2082,7 +2088,7 @@ b. niet overeenkomstig bij ministeriële regeling vastgestelde normen voldoende
|
|||
|
||||
### Artikel 3.91d
|
||||
|
||||
**1.** De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die is verleend onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid, lerend werken of arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, verblijf als houder van de Europese blauwe kaart, onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 wordt niet ingetrokken op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
**1.** De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die is verleend onder een beperking verband houdend met seizoenarbeid, lerend werken of arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, verblijf als houder van de Europese blauwe kaart, onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 wordt niet ingetrokken op de grond dat de werkgever niet krachtens artikel 2c van de Wet als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft, in welk geval de werkgever niet als referent wordt aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties niet wordt ingetrokken om de reden dat ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder h, van de Wet, is overgelegd. Daarbij kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanwijzing als referent.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2404,7 +2410,7 @@ b. is voldaan aan artikel 3.105c, tweede lid, onder a of b.
|
|||
|
||||
**2.** Indien Onze Minister overweegt een vreemdeling die houder is van een verblijfstitel of andere toestemming tot verblijf, afgegeven door een andere staat als bedoeld in artikel 1.3, uit te zetten naar de staat waarvan de vreemdeling de nationaliteit bezit of bij het ontbreken van een nationaliteit naar de staat van zijn vroegere verblijfplaats, wint Onze Minister de nodige informatie in bij de autoriteiten van die andere staat. Indien Onze Minister besluit de vreemdeling uit te zetten, verstrekt hij de autoriteiten van die andere staat alle nodige informatie met betrekking tot de uitzetting.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister vormt het contactpunt ter uitvoering van de Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PbEU, L 348) en is verantwoordelijk voor het inwinnen en verstrekken van de informatie, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
**3.** Onze Minister vormt het contactpunt ter uitvoering van de Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven en is verantwoordelijk voor het inwinnen en verstrekken van de informatie, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4. Bekendmaking
|
||||
|
||||
|
|
@ -3273,7 +3279,7 @@ b. op het document, bedoeld onder a, van de vreemdeling aan wie de EU-verblijfsv
|
|||
|
||||
### Artikel 4.4
|
||||
|
||||
Benelux-onderdanen behoeven Nederland niet in- of uit te reizen via een grensdoorlaatpost.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -3768,7 +3774,7 @@ d. indien aan de vreemdeling het Nederlanderschap wordt verleend.
|
|||
|
||||
### Artikel 4.52a
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen kan van de vreemdeling die Nederland ingevolge artikel 62, eerste lid, van de Wet uit eigen beweging binnen vier weken moet verlaten zekerheid verlangen, teneinde het risico te beperken dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht.
|
||||
**1.** De ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen kan van de vreemdeling die Nederland ingevolge artikel 62, eerste of derde lid, van de Wet uit eigen beweging binnen vier weken dan wel een maand moet verlaten zekerheid verlangen, teneinde het risico te beperken dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -3820,7 +3826,7 @@ c. zijn positie als referent.
|
|||
In de administratie, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval opgenomen:
|
||||
|
||||
a. een kopie van het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, tenzij Onze Minister overeenkomstig artikel 3.72 heeft geoordeeld dat die vreemdeling niet in het bezit kan worden gesteld van een dergelijk document;
|
||||
b. gegevens waaruit blijkt dat de referent tijdig en volledig heeft voldaan aan zijn verplichtingen op grond van de artikelen 2a, tweede lid, onder b, 24a, eerste lid, onder a en tweede lid, en 54, tweede lid, onder a, van de Wet;
|
||||
b. gegevens waaruit blijkt dat de referent tijdig en volledig heeft voldaan aan zijn verplichtingen op grond van de artikelen 2a, derde lid, onder b, 24a, eerste lid, onder b en tweede lid, en 54, tweede lid, onder a, van de Wet;
|
||||
c. de bij ministeriële regeling genoemde gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover zulks noodzakelijk is voor de naleving van diens informatieplicht en administratieplicht, en de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene daardoor niet onevenredig wordt geschaad, verlangt de referent van de vreemdeling opgave van gegevens die van belang zijn voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens de Wet en verstrekt de vreemdeling die gegevens.
|
||||
|
|
@ -3990,7 +3996,7 @@ Een risico als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder a, van de Wet kan worden
|
|||
|
||||
**2.** Bij toepassing van het eerste lid worden de grondrechten, de waardigheid en fysieke integriteit van de vreemdeling geëerbiedigd.
|
||||
|
||||
**3.** In geval van uitzetting door de lucht houdt Onze Minister rekening met de gemeenschappelijke richtsnoeren voor veiligheidsvoorzieningen voor gezamenlijke verwijdering door de lucht, bedoeld in artikel 7 van de beschikking van de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004, nr. 2004/573/EG (PbEU, L 261).
|
||||
**3.** In geval van uitzetting door de lucht houdt Onze Minister rekening met de gemeenschappelijke richtsnoeren voor veiligheidsvoorzieningen voor gezamenlijke verwijdering door de lucht, bedoeld in artikel 7 van de beschikking van de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004, nr. 2004/573/EG.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1b
|
||||
|
||||
|
|
@ -4619,8 +4625,6 @@ De toegang van de vreemdeling die voor de behandeling van een bezwaarschrift, be
|
|||
a. zijn aanwezigheid de openbare orde of de openbare veiligheid ernstig zal verstoren; of
|
||||
b. het bezwaar of beroep is gericht tegen de weigering van toegang.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan de vertrektermijn, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de Wet slechts in naar behoren aangetoonde dringende gevallen verkorten tot minder dan vier weken.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.25
|
||||
|
||||
Onze Minister kan het rechtmatig verblijf ontzeggen, dan wel beëindigen, in geval van rechtsmisbruik of indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens zouden hebben geleid tot weigering van toegang of verblijf. Artikel 3.29 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
|
@ -4685,7 +4689,7 @@ Voor het vaststellen van de identiteit of de verificatie van de identiteit, op g
|
|||
|
||||
### Artikel 8.32
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen, onverminderd het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1030/2002 van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende de invoering van een uniform model voor verblijfstitels voor onderdanen van derde landen (PbEU L 157), documenten als bedoeld in artikel 9 van de Wet worden aangewezen, waarop de vingerafdrukken van de linker- en rechterwijsvinger worden opgenomen.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen, onverminderd het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1030/2002 van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende de invoering van een uniform model voor verblijfstitels voor onderdanen van derde landen, documenten als bedoeld in artikel 9 van de Wet worden aangewezen, waarop de vingerafdrukken van de linker- en rechterwijsvinger worden opgenomen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de kwaliteit van de afdrukken van de wijsvingers ontoereikend is voor opname op het document, worden vingerafdrukken van de middelvingers, ringvingers of duimen opgenomen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue