2021-01-01 | BWBR0007168 | Wet belastingen op milieugrondslag
This commit is contained in:
parent
90b47dff52
commit
d60c2ab12b
1 changed files with 179 additions and 35 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet belastingen op milieugrondslag
|
|||
bwb_id: BWBR0007168
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2008-01-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2021-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0007168
|
||||
citeertitel: Wet belastingen op milieugrondslag
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -19,7 +19,9 @@ Krachtens deze wet worden de volgende belastingen geheven:
|
|||
a. een belasting op leidingwater;
|
||||
b. een afvalstoffenbelasting;
|
||||
c. een belasting op kolen;
|
||||
d. een energiebelasting.
|
||||
d. een energiebelasting;
|
||||
e. een vliegbelasting;
|
||||
f. een CO_2-heffing industrie.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -163,7 +165,7 @@ c. in overige gevallen op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt.
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Het tarief bedraagt € 0,348 per kubieke meter leidingwater.
|
||||
Het tarief bedraagt € 0,354 per kubieke meter leidingwater.
|
||||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
|
|
@ -360,10 +362,10 @@ b. hoeveel belasting ter zake van de stoffen, preparaten en voorwerpen geheven i
|
|||
|
||||
Het tarief bedraagt in geval van:
|
||||
|
||||
a. het storten van afvalstoffen: € 32,63 per 1.000 kilogram;
|
||||
b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 32,63 per 1.000 kilogram;
|
||||
a. het storten van afvalstoffen: € 33,15 per 1.000 kilogram;
|
||||
b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 33,15 per 1.000 kilogram;
|
||||
c. het verbranden van afvalstoffen in een installatie waarin op grond van bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gestelde voorschriften, dan wel een op grond van laatstgenoemde wet afgegeven omgevingsvergunning, geen huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen en gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand: nihil;
|
||||
d. de overbrenging van afvalstoffen: € 32,63 per 1.000 kilogram.
|
||||
d. de overbrenging van afvalstoffen: € 33,15 per 1.000 kilogram.
|
||||
|
||||
**2.** Bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c, wordt voor de gehele periode van overbrenging het laagste tarief toegepast dat gedurende deze periode op enig moment geldt ingevolge het eerste lid, onderdeel d. De periode van overbrenging vangt aan op het tijdstip van aanvang van de eerste fysieke overbrenging met toepassing van de toestemming, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, en eindigt op het tijdstip van de aanvang van de laatste fysieke overbrenging met toepassing van die toestemming.
|
||||
|
||||
|
|
@ -571,7 +573,7 @@ De belasting wordt berekend over het gewicht van de kolen, uitgedrukt in kilogra
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 15,05.
|
||||
Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 15,29.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Vrijstellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -800,21 +802,21 @@ Het tarief bedraagt voor:
|
|||
|
||||
a. aardgas, met uitzondering van aardgas als bedoeld in onderdeel b, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3 voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:
|
||||
|
||||
– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,33307;
|
||||
– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,06444;
|
||||
– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02348;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01261;
|
||||
b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,16715 per kubieke meter;
|
||||
– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,34856;
|
||||
– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,06547;
|
||||
– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02386;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01281;
|
||||
b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,16982 per kubieke meter;
|
||||
c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:
|
||||
|
||||
– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,09770;
|
||||
– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,05083;
|
||||
– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,01353;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00111 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,00055 voor zakelijk verbruik.
|
||||
– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,09428;
|
||||
– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,05164;
|
||||
– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,01375;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00113 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,00056 voor zakelijk verbruik.
|
||||
|
||||
**2.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, worden de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,33307 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte, aardwarmte of warmte opgewekt met vaste of vloeibare biomassa.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,34856 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte, aardwarmte of warmte opgewekt met vaste of vloeibare biomassa.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedragen de tarieven nihil voor in artikel 48, tweede lid, als aardgas aangemerkte producten voor zover deze als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -858,10 +860,10 @@ Indien de verlaging van het tarief, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, wordt ve
|
|||
|
||||
In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten voor aardgas met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:
|
||||
|
||||
– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,05348;
|
||||
– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02432;
|
||||
– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02348;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01261.
|
||||
– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,05597;
|
||||
– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02471;
|
||||
– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02386;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01281.
|
||||
|
||||
**2.** De tarieven, genoemd in het eerste lid, zijn niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter vaststelling wanneer de verbruiker moet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -881,6 +883,10 @@ In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor
|
|||
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 60b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden worden de hoeveelheidsgrenzen, genoemd in artikel 59, eerste lid, artikel 60, eerste en derde lid, 67, eerste lid, en 68, tweede lid, naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd.
|
||||
|
|
@ -897,7 +903,7 @@ Indien op basis van een contract tussen de belastingplichtige en de verbruiker d
|
|||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 435,68 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting.
|
||||
**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 461,62 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bedrag van de over de verbruiksperiode verschuldigde belasting lager is dan het bedrag van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil aan de verbruiker terugbetaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1073,51 +1079,189 @@ g. de instelling, bedoeld in onderdeel c, beschikt over een eigen aansluiting.
|
|||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister worden voorwaarden gesteld aan de administratie van een installatie waarin zuivere biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit elektriciteit wordt opgewekt of waarin stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas wordt gewonnen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIB. CO
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 71h
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *afvalverbrandingsinstallatie:* afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie als bedoeld in artikel 3, veertigste, onderscheidenlijk eenenveertigste, lid, van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PbEU 2010, L 334) waarin blijkens een op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht afgegeven omgevingsvergunning huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen of gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand, en die geen broeikasinstallatie is;
|
||||
b. *broeikasgas:* broeikasgas als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
|
||||
c. *broeikasgasinstallatie:* broeikasgasinstallatie als bedoeld in de artikelen 16.1, tweede lid, en 16.3 van de Wet milieubeheer;
|
||||
d. *dispensatierecht:* overdraagbaar recht om gedurende het kalenderjaar een emissie van één ton kooldioxide-equivalent in de lucht te veroorzaken in het kalenderjaar waarin die uitstoot plaatsvindt zonder dat de CO_2-heffing industrie daarover wordt geheven;
|
||||
e. *één ton kooldioxide-equivalent:* één ton kooldioxide-equivalent als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
|
||||
f. *industrieel emissieverslag:* industrieel emissieverslag als bedoeld in artikel 16b.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
|
||||
g. *industriële installatie:* broeikasgasinstallatie, afvalverbrandingsinstallatie of lachgasinstallatie;
|
||||
h. *industriële jaarvracht:* aantal ton kooldioxide-equivalent van een industriële installatie in een kalenderjaar dat in de lucht is veroorzaakt en ter zake waarvan de CO_2-heffing industrie wordt geheven;
|
||||
i. *lachgasinstallatie:* installatie die blijkens een op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht afgegeven omgevingsvergunning bestemd is voor de productie van acrylonitril of caprolactam en die geen broeikasgasinstallatie is;
|
||||
j. *meetbare warmte:* meetbare warmte als bedoeld in artikel 2, zevende lid, van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 van de Commissie van 19 december 2018 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2019, L 59);
|
||||
k. *Restgassen*: afgas als bedoeld in artikel 2, elfde lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;
|
||||
l. *stadsverwarming:* stadsverwarming als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2019/331 van de Commissie van 19 december 2018 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2019, L 59).
|
||||
|
||||
### Artikel 71i
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk is van toepassing op industriële installaties met uitzondering van broeikasgasinstallaties die direct of indirect uitsluitend worden geëxploiteerd voor:
|
||||
|
||||
a. het in een kas telen van gewassen;
|
||||
b. stadsverwarming;
|
||||
c. het verwarmen of koelen van ruimten van gebouwen of locaties, daaronder begrepen het nagenoeg uitsluitend verwarmen of koelen van ruimten van gebouwen of locaties, en de meetbare warmte niet wordt gebruikt voor de productie van producten en daarmee verband houdende activiteiten; of
|
||||
d. het opwekken van elektriciteit zonder het gebruik van restgassen als brandstof.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Grondslag en belastingplicht
|
||||
|
||||
### Artikel 71j
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onder de naam *CO2-heffing industrie* wordt een belasting geheven ter zake van:
|
||||
|
||||
a. de emissie van broeikasgas door een broeikasgasinstallatie;
|
||||
b. de emissie van kooldioxide door een afvalverbrandingsinstallatie; of
|
||||
c. de emissie van kooldioxide en distikstofoxide door een lachgasinstallatie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Van de heffing zijn uitgezonderd de emissies door broeikasgasinstallaties:
|
||||
|
||||
a. als gevolg van het opwekken van elektriciteit zonder het gebruik van restgassen als brandstof; of
|
||||
b. als gevolg van het opwekken van meetbare warmte die wordt uitgevoerd ten behoeve van stadsverwarming indien de broeikasgasinstallatie in het belastingtijdvak meer dan driekwart van zijn totaal geproduceerde meetbare warmte in dat belastingtijdvak heeft uitgevoerd ten behoeve van stadsverwarming.
|
||||
|
||||
**3.** Van de heffing is uitgezonderd de emissie van kooldioxide door broeikasgasinstallaties en afvalverbrandingsinstallaties die worden overgedragen voor geologische opslag en waarbij wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.
|
||||
|
||||
### Artikel 71k
|
||||
|
||||
**1.** De CO_2-heffing industrie wordt geheven van degene die een industriële installatie exploiteert.
|
||||
|
||||
**2.** De exploitant van een broeikasgasinstallatie is de exploitant, bedoeld in artikel 16.11, eerste lid, tweede zin, van de Wet milieubeheer. De exploitant van een afvalverbrandingsinstallatie is degene aan wie de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 71h, onderdeel a, is verleend. De exploitant van een lachgasinstallatie is degene aan wie de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 71h, onderdeel i, is verleend.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de werking van een industriële installatie is beëindigd, wordt de belasting geheven van degene die als laatste de industriële installatie heeft geëxploiteerd.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Maatstaf van heffing en verschuldigdheid
|
||||
|
||||
### Artikel 71l
|
||||
|
||||
**1.** De belasting wordt berekend over de industriële jaarvracht van een industriële installatie in het belastingtijdvak verminderd met het aantal dispensatierechten voor die industriële installatie in hetzelfde belastingtijdvak.
|
||||
|
||||
**2.** De grondslag is niet lager dan nihil.
|
||||
|
||||
### Artikel 71m
|
||||
|
||||
**1.** De industriële jaarvracht is overeenkomstig hetgeen is vermeld in het industrieel emissieverslag.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit de industriële jaarvracht ambtshalve heeft vastgesteld als bedoeld in artikel 16b.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer en die vaststelling is onherroepelijk geworden, is de industriële jaarvracht overeenkomstig die vaststelling.
|
||||
|
||||
### Artikel 71n
|
||||
|
||||
**1.** Het aantal dispensatierechten is het aantal dispensatierechten dat de exploitant voor een industriële installatie op 1 september van het jaar na afloop van het belastingtijdvak op zijn rekening heeft als bedoeld in artikel 16b.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit op of na de datum, genoemd in het eerste lid, op de rekening dispensatierechten stort of afboekt als bedoeld in artikel 16b.16, vierde lid, van de Wet milieubeheer, is het aantal dispensatierechten het aantal dispensatierechten dat na die storting of afboeking op de rekening staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 71o
|
||||
|
||||
De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de emissie van broeikasgas plaatsvindt.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Tarief
|
||||
|
||||
### Artikel 71p
|
||||
|
||||
**1.** Het tarief bedraagt per ton kooldioxide-equivalent € 30,48.
|
||||
|
||||
**2.** Bij aanvang van ieder kalenderjaar na het kalenderjaar 2021 tot en met kalenderjaar 2030 wordt, alvorens artikel 90 wordt toegepast, het tarief verhoogd met € 10,73.
|
||||
|
||||
**3.** Voor een broeikasgasinstallatie wordt het tarief verminderd met de termijnkoers van het broeikasgasemissierecht. Het tarief is niet lager dan nihil. De termijnkoers van het broeikasgasemissierecht, bedoeld in het tweede lid, is voor een kalenderjaar het gewone gemiddelde, in euro, van de dagelijkse éénjaarstermijnkoersen van broeikasgasemissierechten (slotverkoopkoersen) voor levering in december van het jaar waarvoor het tarief wordt vastgesteld overeenkomstig het tweede lid, zoals waargenomen van 1 september tot en met 31 oktober voorafgaand aan dat jaar op de koolstofbeurs in de Europese Unie met het hoogste handelsvolume van broeikasgasemissierechten in die maanden.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is niet van toepassing voor zover de grondslag hoger is door de overdracht van dispensatierechten, bedoeld in afdeling 16b.3.3, van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Herberekening
|
||||
|
||||
### Artikel 71q
|
||||
|
||||
**1.** Indien voor een industriële installatie het aantal dispensatierechten van een belastingtijdvak de industriële jaarvracht van dat belastingtijdvak overtreft, gebruikt de exploitant dat overschot aan dispensatierechten voor een herberekening van de belasting die is betaald voor die industriële installatie over de vijf belastingtijdvakken voorafgaand aan het eerstgenoemde belastingtijdvak.
|
||||
|
||||
**2.** Het belastingtijdvak dat wordt herberekend, ligt in de periode 2021 tot en met 2029. De herberekening geschiedt in de volgorde beginnend met het oudste belastingtijdvak voorafgaand aan het meest recente belastingtijdvak.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de herberekening wordt het tarief gebruikt dat van toepassing was op het belastingtijdvak dat wordt herberekend.
|
||||
|
||||
**4.** Indien uit de herberekening blijkt dat over een bepaald belastingtijdvak een teveel aan belasting is betaald, wordt dat bedrag aan teveel betaalde belasting in mindering gebracht op de belasting verschuldigd over het belastingtijdvak waarover aangifte wordt gedaan.
|
||||
|
||||
### Afdeling 6. Overig
|
||||
|
||||
### Artikel 71r
|
||||
|
||||
**1.** Voor de heffing en invordering van de belasting wordt voor de toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de op die wetten berustende bepalingen onder rijksbelastingdienst verstaan de Dienst Nederlandse Emissieautoriteit. Hierbij staat deze dienst onder het gezag van de Minister van Financiën.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit ambtshalve de industriële jaarvracht heeft vastgesteld als bedoeld in artikel 16b.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer of ambtshalve het aantal dispensatierechten heeft vastgesteld als bedoeld in artikel 16b.24, vierde lid, van de Wet milieubeheer, en die vaststelling is onherroepelijk geworden op een tijdstip na vier jaren en tien maanden na het tijdvak waarin de belasting verschuldigd is geworden, vervalt, in afwijking van artikel 20, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de bevoegdheid tot het opleggen van een naheffingsaanslag, en vervalt, in afwijking van de artikelen 67c en 67f van die laatstgenoemde wet, de bevoegdheid tot het opleggen van de boeten twee maanden na het hiervoor bedoelde tijdstip.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van de artikelen 10, tweede lid, en 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen worden de in een tijdvak verschuldigd geworden belasting voldaan en de daarop betrekking hebbende aangifte gedaan uiterlijk 1 oktober van het jaar volgend op dat tijdvak.
|
||||
|
||||
**4.** Bestaande geheimhoudingsbepalingen staan er niet aan in de weg dat de ambtenaren van de Dienst Nederlandse Emissieautoriteit gegevens of informatie verkregen op grond van deze afdeling gebruiken voor de taken, bedoeld in hoofdstuk 16b van de Wet milieubeheer, dan wel gegevens of informatie verkregen op grond van de taken, bedoeld in hoofdstuk 16b van de Wet milieubeheer, gebruiken voor de taak, bedoeld in deze afdeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 71s
|
||||
|
||||
Het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit verstrekt de inspecteur en de ontvanger de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de CO_2-heffing industrie.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Begripsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 72
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *luchthaven:* luchthaven als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart voorzien van een start- en landingsbaan van ten minste 2.100 meter, voor zover die luchthaven als burgerluchthaven dan wel, indien het een militaire luchthaven betreft, mede door andere dan militaire luchtvaart wordt gebruikt;
|
||||
b. *exploitant van de luchthaven:* rechtspersoon of natuurlijke persoon die de luchthaven als onderneming drijft; hieronder wordt mede begrepen de burgerexploitant, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart;
|
||||
c. *vliegtuig:* gemotoriseerd vliegtuig met een maximaal toegelaten startgewicht van meer dan 8.616 kilogram, met uitzondering van vliegtuigen in gebruik bij de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht;
|
||||
d. *luchtvaartmaatschappij:* luchtvaartmaatschappij als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart, alsmede ieder ander op wiens naam een vliegtuig is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, van de Wet luchtvaart, dan wel is ingeschreven in een buitenlands register van luchtvaartuigen;
|
||||
e. *passagier:* natuurlijk persoon van 2 jaar of ouder die anders dan als lid van het boordpersoneel wordt vervoerd met een vliegtuig;
|
||||
f. *lid van het boordpersoneel:* lid van het boordpersoneel als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart, alsmede ieder die uitsluitend wordt vervoerd om aan boord van een ander vliegtuig tijdens een vlucht van dat andere vliegtuig werkzaamheden als lid van het boordpersoneel te verrichten.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Grondslag en belastingplicht
|
||||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Onder de naam vliegbelasting wordt een belasting geheven ter zake van het vertrek van een passagier met een vliegtuig vanaf een in Nederland gelegen luchthaven.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Als vertrek van een passagier wordt niet aangemerkt het vertrek vanaf een luchthaven indien:
|
||||
|
||||
a. dat vertrek als onderdeel van één vervoersovereenkomst plaatsvindt aansluitend op het moment van aankomst van de passagier met een vliegtuig op die luchthaven;
|
||||
b. de aansluiting de belangrijkste reden is voor het gebruik van de luchthaven; en
|
||||
c. de passagier het gebied van de luchthaven, dat een vertrekkende passagier alleen mag betreden met een geldig vervoersbewijs, tussen het moment van aankomst en het moment van vertrek niet langer dan 24 uur heeft verlaten.
|
||||
|
||||
### Artikel 74
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De belasting wordt geheven van de exploitant van de luchthaven.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Maatstaf van heffing en verschuldigdheid
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De vliegbelasting wordt berekend over het aantal passagiers dat met een vliegtuig vertrekt van de luchthaven.
|
||||
|
||||
### Artikel 76
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De vliegbelasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de passagier met een vliegtuig vertrekt van de luchthaven.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Tarief
|
||||
|
||||
### Artikel 77
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Het tarief bedraagt € 7,845 per passagier.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Teruggaaf
|
||||
### Afdeling 5. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
|
||||
|
||||
### Artikel 78
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 6. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
|
||||
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de belastingplichtige een administratie moet voeren voor de toepassing van de vliegbelasting.
|
||||
|
||||
### Artikel 79
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De luchtvaartmaatschappij verstrekt aan de exploitant van de luchthaven de gegevens die nodig zijn voor een juiste toepassing van dit hoofdstuk. De verstrekking van deze gegevens vindt plaats gelijktijdig met de verstrekking van de gegevens die de luchtvaartmaatschappij als gebruiker van de luchthaven verplicht is aan de exploitant van de luchthaven te verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** De luchtvaartmaatschappij is gehouden tot betaling van de vliegbelasting die de exploitant van de luchthaven bij haar in rekening brengt, voor zover deze belasting door de exploitant van de luchthaven is verschuldigd ter zake van het vertrek van passagiers met een vliegtuig van die luchtvaartmaatschappij.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIII. Verpakkingenbelasting
|
||||
|
||||
|
|
@ -1215,7 +1359,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op de in de artikelen 18, 28, 43, 59, eerste en derde lid, en 60, eerste lid, vermelde bedragen.
|
||||
De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op de in de artikelen 18, 28, 43, 59, eerste en derde lid, 60, eerste lid, 71p, eerste en tweede lid, en 77 vermelde bedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 91
|
||||
|
||||
|
|
@ -1234,7 +1378,7 @@ b. verzoeken aan de inspecteur tot aanwijzing van een teruggaaftijdvak op grond
|
|||
|
||||
### Artikel 92
|
||||
|
||||
**1.** Bij de toepassing van artikel 89 wordt voor de belasting op leidingwater, de afvalstoffenbelasting en de energiebelasting een vermindering op de verschuldigde belasting toegepast, voor zover komt vast te staan dat een door de belastingplichtige ter zake te ontvangen bedrag niet is en niet zal worden ontvangen.
|
||||
**1.** Bij de toepassing van artikel 89 wordt voor de belasting op leidingwater, de afvalstoffenbelasting , de energiebelasting en de vliegbelasting een vermindering op de verschuldigde belasting toegepast, voor zover komt vast te staan dat een door de belastingplichtige ter zake te ontvangen bedrag niet is en niet zal worden ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** De aanspraak op de vermindering van belasting ontstaat op het tijdstip waarop komt vast te staan dat het bedrag, bedoeld in het eerste lid, niet is en niet zal worden ontvangen, met dien verstande dat deze aanspraak uiterlijk ontstaat één jaar na het tijdstip waarop het geheel of gedeeltelijk niet ontvangen bedrag opeisbaar is geworden.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue