2021-07-01 | BWBR0037552 | Wet natuurbescherming
This commit is contained in:
parent
5aafe7f1f5
commit
d67012d627
1 changed files with 151 additions and 6 deletions
|
|
@ -75,6 +75,7 @@ b. is opgenomen op de lijst van gebieden van communautair belang, bedoeld in art
|
|||
– *Verdrag van Bonn:* op 23 juni 1979 te Bonn tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (Trb. 1980, 145) naar de tekst zoals deze bij dat verdrag is vastgesteld;
|
||||
– *Vogelrichtlijn:*
|
||||
richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);
|
||||
– *voor stikstof gevoelige habitats:* voor stikstof gevoelige leefgebieden voor vogelsoorten, natuurlijke habitats en habitats van soorten waarvoor een instandhoudingsdoelstelling geldt;
|
||||
– *wildbeheereenheid:* wildbeheereenheid als bedoeld in artikel 3.14, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -157,7 +158,7 @@ i. onderzoek op het terrein van de biologische diversiteit.
|
|||
|
||||
**2.** Op de voorbereiding van de natuurvisie en wijzigingen daarvan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, behalve in geval van wijzigingen van ondergeschikte aard. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister zendt de vastgestelde nationale natuurvisie en vastgestelde wijzigingen van de visie aan de Staten-Generaal en draagt zorg voor publicatie van de visie en wijzigingen in de Staatscourant.
|
||||
**3.** Onze Minister zendt de vastgestelde nationale natuurvisie en vastgestelde wijzigingen van de visie aan de Staten-Generaal en maakt de visie en wijzigingen bekend in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt de nationale natuurvisie en wijzigingen daarvan vast in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, onderscheidenlijk Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, voor zover deze betrekking hebben op aangelegenheden die tot hun verantwoordelijkheid behoren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -250,6 +251,114 @@ c. het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de me
|
|||
|
||||
**4.** Door Onze Minister en gedeputeerde staten gezamenlijk wordt op adequate wijze de verantwoording inzake de geleverde inspanning voor het behalen van de doelstellingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn gemonitord. Onze Minister informeert de beide Kamers der Staten-Generaal over de voortgang van de totstandkoming en instandhouding van het natuurnetwerk Nederland op basis van de ter zake doende gegevens die door gedeputeerde staten zijn aangeleverd.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.12a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het percentage van het areaal van de voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden waarop de depositie van stikstof niet groter is dan de hoeveelheid in mol per hectare per jaar waarboven verslechtering van de kwaliteit van die habitats niet op voorhand is uit te sluiten, bedraagt:
|
||||
|
||||
a. in 2025: ten minste 40%;
|
||||
b. in 2030: ten minste 50%;
|
||||
c. in 2035: ten minste 74%.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde omgevingswaarden zijn resultaatsverplichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.12b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt een programma stikstofreductie en natuurverbetering vast:
|
||||
|
||||
a. voor het verminderen van de depositie van stikstof op voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden om te voldoen aan de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 1.12a, eerste lid; en
|
||||
b. voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen voor de in onderdeel a bedoelde habitats.
|
||||
|
||||
Daarbij houdt Onze Minister rekening met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied en met de regionale en lokale bijzonderheden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In het programma worden tussentijdse doelstellingen opgenomen met het oog op:
|
||||
|
||||
a. het tijdig voldoen aan de omgevingswaarden; en
|
||||
b. de in het programma opgenomen maatregelen voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen.
|
||||
|
||||
**3.** De in het tweede lid bedoelde doelstellingen zijn inspanningsverplichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.12c
|
||||
|
||||
Op de voorbereiding van het programma stikstofreductie en natuurverbetering en wijzigingen daarvan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, behalve in geval van wijzigingen van ondergeschikte aard. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.12d
|
||||
|
||||
De bestuursorganen die daarvoor in het programma zijn aangewezen, zorgen voor de uitvoering van de daarin opgenomen maatregelen binnen de daarbij aangegeven termijn, voor zover uit het programma blijkt dat die bestuursorganen met het opnemen van de maatregelen hebben ingestemd.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.12e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bestuursorgaan dat daarvoor in het programma is aangewezen, kan:
|
||||
|
||||
a. in dat programma opgenomen maatregelen, activiteiten of ontwikkelingen ambtshalve wijzigen of vervangen of laten vervallen, en
|
||||
b. maatregelen, activiteiten of ontwikkelingen aan het programma toevoegen,
|
||||
|
||||
als aannemelijk wordt gemaakt dat die wijzigingen per saldo passen binnen, of in ieder geval niet in strijd zijn met, het programma.
|
||||
|
||||
**2.** De bestuursorganen, bedoeld in artikel 1.12d, kunnen verzoeken om een wijziging van het programma. Bij dat verzoek wordt aannemelijk gemaakt dat is voldaan aan het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.12f
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen verzamelen gegevens over:
|
||||
|
||||
a. de voortgang en de gevolgen van de maatregelen, opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering;
|
||||
b. de ontwikkeling van de staat van instandhouding van de voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden.
|
||||
|
||||
**2.** De bestuursorganen verstrekken de gegevens aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister beoordeelt of wordt voldaan aan de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 1.12a, eerste lid, en aan de tussentijdse doelstellingen, bedoeld in artikel 1.12b, tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister zorgt voor de verslaglegging van de resultaten en zendt de verslagen aan beide kamers der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.12fa
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van artikel 1.12b leggen gedeputeerde staten Onze Minister een gebiedsplan voor ter gebiedsgerichte uitwerking van de landelijke omgevingswaarde en het programma stikstofreductie en natuurverbetering. Het plan kan indien gewenst door gedeputeerde staten vergezeld gaan van een voorstel tot wijziging van het programma. Het plan beschrijft voor elke voor stikstof gevoelige habitat in de Natura 2000-gebieden in de betrokken provincie in elk geval:
|
||||
|
||||
a. voor zover het programma stikstofreductie en natuurverbetering niet meer actueel is:
|
||||
|
||||
1°. de omvang van de stikstofdepositie en de bronnen daarvan, onderscheiden naar de belangrijkste sectoren en naar de afkomst van binnen en buiten de provincie, en de mate waarin de kritische depositiewaarde wordt overschreden;
|
||||
2°. de verwachte autonome ontwikkeling van de stikstofemissie door bronnen binnen en buiten de betrokken Natura 2000-gebieden en de gevolgen daarvan voor de omvang van stikstofdepositie in de voor stikstof gevoelige habitats;
|
||||
b. de binnen en buiten de betrokken Natura 2000-gebieden in de provincie uitgevoerde of uit te voeren maatregelen die bijdragen aan:
|
||||
|
||||
1°. vermindering van de stikstofdepositie met het oog op het tijdig voldoen aan de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 1.12a, eerste lid, en aan de tussentijdse doelstellingen, bedoeld in artikel 1.12b, tweede lid, onderdeel a;
|
||||
2°. het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen;
|
||||
c. de verwachte sociaaleconomische effecten en de weging van de haalbaarheid en doelmatigheid en doeltreffendheid van de maatregelen, bedoeld in onderdeel b;
|
||||
d. de verwachte gevolgen van de maatregelen, bedoeld in onderdeel b, voor de omvang van de stikstofdepositie, respectievelijk het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen.
|
||||
|
||||
**2.** Na ontvangst van een plan als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister, na instemming van beide partijen, het programma stikstofreductie en natuurverbetering dienovereenkomstig wijzigen, door daarin voor elke voor stikstof gevoelige habitat in de Natura 2000-gebieden en voor de betrokken provincie in elk geval de maatregelen te beschrijven die nodig zijn om tijdig te voldoen aan de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 1.12a, eerste lid, en aan de tussentijdse doelstellingen, bedoeld in artikel 1.12b, tweede lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.12g
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijzigt het programma stikstofreductie en natuurverbetering als uit de beoordeling, bedoeld in artikel 1.12f, derde lid, blijkt dat met het programma niet kan worden voldaan aan een omgevingswaarde als bedoeld in artikel 1.12a, eerste lid, of aan een tussentijdse doelstelling als bedoeld in artikel 1.12b, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het programma wordt zo gewijzigd dat binnen een passende termijn aan de omgevingswaarde wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het eerste en tweede lid wordt het programma ten minste iedere zes jaar geactualiseerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.12ga
|
||||
|
||||
Als bij de beoordeling, bedoeld in artikel 1.12f, derde lid, blijkt dat ondanks alle maatregelen die al zijn getroffen een instandhoudingsdoelstelling voor een voor stikstof gevoelige habitat in een Natura 2000-gebied niet kan worden bereikt of alleen met een onevenredige inspanning kan worden bereikt als gevolg van stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door bronnen in andere lidstaten van de Europese Unie, overlegt Onze Minister met de lidstaten waaruit de stikstof overwegend afkomstig is, over maatregelen in die lidstaten om de emissie te verminderen. Als die vermindering redelijkerwijs niet mogelijk is, overlegt Onze Minister met de Europese Commissie over de toepassing van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn voor dit Natura 2000-gebied en de betrokken habitat.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.12h
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
|
||||
|
||||
a. de inhoud van het programma;
|
||||
b. het verzamelen en verstrekken van gegevens, bedoeld in artikel 1.12f, eerste en tweede lid;
|
||||
c. de in artikel 1.12f, derde lid, bedoelde beoordeling of wordt voldaan aan de omgevingswaarden en de tussentijdse doelstellingen;
|
||||
d. de verslaglegging, bedoeld in artikel 1.12f, vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.13
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -298,6 +407,36 @@ In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepa
|
|||
|
||||
**8.** De inhoud van een programma als bedoeld in het eerste of zevende lid kan worden beschreven in een ander programma dat mede van belang is voor het bereiken van een doel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b. Ingeval dat andere programma wordt vastgesteld door een ander bevoegd gezag, vindt toepassing van de eerste volzin niet plaats dan na instemming van het bevoegde bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onderscheidenlijk de provinciale staten, bedoeld in het zevende lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.13a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister draagt in het belang van de rechtszekerheid tezamen met gedeputeerde staten van de provincies zorg voor het legaliseren van de projecten met een geringe stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die voldeden aan de voorwaarden van artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming, zoals dat luidde op 28 mei 2019.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt zo spoedig mogelijk een programma vast met maatregelen om de gevolgen van de stikstofdepositie van de in het eerste lid bedoelde projecten te mitigeren of te compenseren, gericht op de verlening voor de projecten van:
|
||||
|
||||
a. een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid;
|
||||
b. een voor de vergunning, bedoeld in onderdeel a, in de plaats komende omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; of
|
||||
c. een vrijstelling als bedoeld in artikel 2.9, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** In het programma worden alleen maatregelen opgenomen die niet zijn opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering, bedoeld in artikel 1.12b.
|
||||
|
||||
**4.** De in het programma opgenomen maatregelen worden uitgevoerd binnen drie jaar na de vaststelling van het programma.
|
||||
|
||||
**5.** In het programma opgenomen compenserende maatregelen als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de Habitatrichtlijn waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.13b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister beoordeelt of de in het programma, bedoeld in artikel 1.13a, tweede lid, opgenomen maatregelen tijdig worden uitgevoerd en de beoogde gevolgen hebben.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister wijzigt het programma als uit de beoordeling blijkt dat de maatregelen niet tijdig de beoogde gevolgen hebben.
|
||||
|
||||
**3.** Het programma wordt zo gewijzigd dat de beoogde gevolgen binnen een passende termijn alsnog worden bereikt.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.13c
|
||||
|
||||
Op het programma, bedoeld in artikel 1.13a, tweede lid, zijn de artikelen 1.12c, 1.12d, 1.12e, 1.12f, eerste, tweede en vierde lid, en 1.12h, onderdelen a, b en d, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Natura 2000-gebieden
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.1. Gebieden en instandhoudingsdoelstellingen
|
||||
|
|
@ -399,7 +538,7 @@ d. de handeling niet uit te voeren of te staken.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.8
|
||||
|
||||
**1.** Voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of een project als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, maakt het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.
|
||||
**1.** Voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of een project als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, maakt het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt, ingeval het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan, onderscheidenlijk project, of deel uitmaakt van een ander plan, voor zover voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project.
|
||||
|
||||
|
|
@ -422,7 +561,7 @@ b. andere dwingende redenen van openbaar belang, na advies van de Europese Commi
|
|||
|
||||
**6.** Een advies van de Europese Commissie als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b, wordt door Onze Minister gevraagd. Het bestuursorgaan, onderscheidenlijk gedeputeerde staten doen daartoe een verzoek aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**7.** Compenserende maatregelen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, maken onderdeel uit van het plan, onderscheidenlijk de verplichting om deze maatregelen te treffen maakt onderdeel uit van de vergunning voor het project, bedoeld in het eerste lid. Het bestuursorgaan dat het plan vaststelt meldt, onderscheidenlijk gedeputeerde staten melden de compenserende maatregelen aan Onze Minister, die de Europese Commissie van de maatregelen op de hoogte stelt.
|
||||
**7.** Compenserende maatregelen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, maken onderdeel uit van het plan. De verplichting om compenserende maatregelen te treffen maakt onderdeel uit van de vergunning voor het project, bedoeld in het eerste lid, tenzij die verplichting volgt uit het programma, bedoeld in artikel 1.13a, tweede lid. Het bestuursorgaan dat het plan vaststelt meldt, onderscheidenlijk gedeputeerde staten melden de compenserende maatregelen aan Onze Minister, die de Europese Commissie van de maatregelen op de hoogte stelt.
|
||||
|
||||
**8.** Ingeval een compenserende maatregel voorziet in de ontwikkeling of verbetering van leefgebieden voor vogels, natuurlijke habitats of habitats voor soorten buiten een Natura 2000-gebied, draagt Onze Minister ervoor zorg dat deze leefgebieden of habitats een Natura 2000-gebied, of een onderdeel van een Natura 2000-gebied worden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -448,7 +587,7 @@ f. de melding van het voornemen een project te realiseren aan een bij of krachte
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Op grond van het tweede lid kunnen uitsluitend categorieën van projecten als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, worden aangewezen:
|
||||
Op grond van het tweede lid kunnen uitsluitend categorieën van projecten als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien waarvan op voorhand op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat zij afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significant negatieve gevolgen voor de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied kunnen hebben;
|
||||
b. ten aanzien waarvan een passende beoordeling is gemaakt waaruit zekerheid is verkregen dat de projecten de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied niet zullen aantasten; of
|
||||
|
|
@ -458,6 +597,10 @@ c. waarvoor de afwijking van artikel 2.7, tweede lid, met inachtneming van artik
|
|||
|
||||
**5.** Een ministeriële regeling als bedoeld in het tweede lid wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9a
|
||||
|
||||
De gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door bij algemene maatregel van bestuur aangewezen activiteiten van de bouwsector, worden buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van artikel 2.7, tweede lid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.4. Afwijkende bevoegdheden
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10
|
||||
|
|
@ -1727,9 +1870,11 @@ d. het gebied zich duidelijk onderscheidt van eerder aangewezen nationale parken
|
|||
|
||||
### Artikel 8.4
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister zendt een voorstel voor een lijst van gebieden, geheel of gedeeltelijk gelegen in de exclusieve economische zone, of een voorstel tot aanpassing daarvan, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Habitatrichtlijn niet eerder aan de Europese Commissie toe dan vier weken nadat het ontwerp van dat voorstel aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
**1.** De voordracht voor een krachtens artikel 1.12f, eerste lid, 1.12h of 2.9a vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** Een besluit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of artikel 2.11, eerste lid, met betrekking tot de aanwijzing van een gebied dat geheel of gedeeltelijk is gelegen in de exclusieve economische zone, wordt niet eerder genomen dan vier weken nadat het ontwerp van dat besluit aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
**2.** Onze Minister zendt een voorstel voor een lijst van gebieden, geheel of gedeeltelijk gelegen in de exclusieve economische zone, of een voorstel tot aanpassing daarvan, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Habitatrichtlijn niet eerder aan de Europese Commissie toe dan vier weken nadat het ontwerp van dat voorstel aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Een besluit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of artikel 2.11, eerste lid, met betrekking tot de aanwijzing van een gebied dat geheel of gedeeltelijk is gelegen in de exclusieve economische zone, wordt niet eerder genomen dan vier weken nadat het ontwerp van dat besluit aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue