From d6a2b296d784518491a8f32aeda168ea7f9be040 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Mar 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-03-01 | BWBR0014032 | Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek --- .../BWBR0014032/README.md | 73 ++++++------------- 1 file changed, 21 insertions(+), 52 deletions(-) diff --git a/pbo/zuivelverordening-2003-eisen-methoden-van-onderzoek/BWBR0014032/README.md b/pbo/zuivelverordening-2003-eisen-methoden-van-onderzoek/BWBR0014032/README.md index 1993a0acf74..b62d3febacf 100644 --- a/pbo/zuivelverordening-2003-eisen-methoden-van-onderzoek/BWBR0014032/README.md +++ b/pbo/zuivelverordening-2003-eisen-methoden-van-onderzoek/BWBR0014032/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek bwb_id: BWBR0014032 type: pbo status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2010-01-05' +datum_inwerkingtreding: '2004-03-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014032 citeertitel: Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek --- @@ -12,24 +12,26 @@ citeertitel: Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek ### Artikel 1 -In deze verordening wordt gebezigd de terminologie van de Zuivelverordening 2005, Grondslag uitbetaling boerderijmelk, voor zover het koemelk betreft en de terminologie van Zuivelverordening 2010, Grondslag uitbetaling geitenmelk, voor zover het geitenmelk betreft. +In deze verordening wordt gebezigd de terminologie van de Zuivelverordening 2000, Uitbetaling van boerderijmelk naar kwaliteit, samenstelling en gewicht, alsmede: + +grensstandaard: de als zodanig vastgestelde maatstaf bij een methode van onderzoek, waarvoor bij een overschrijding door het resultaat van een monster korting wordt opgelegd of één of meer kortingspunten worden toegekend. ### Artikel 2 -Een melkcontrolestation beschikt over een voorschriftenbundel met een gedetailleerde en actuele beschrijving van de methoden die worden toegepast voor het onderzoek van de samenstelling en kwaliteit van boerderijmelk. +De aan de methoden van onderzoek als bedoeld in artikel 8, lid 5 en artikel 13, lid 1, van de Zuivelverordening 2000, Uitbetaling van boerderijmelk naar kwaliteit, samenstelling en gewicht te stellen eisen zijn opgenomen in deze verordening. ### Paragraaf . Bepaling van het kiemgetal ### Artikel 3 -Voor de bepaling van het kerngetal geldt NEN-EN-ISO 4833 als referentiemethode. +Voor de bepaling van het kerngetal geldt NEN 1507 als referentiemethode. ### Artikel 4 In plaats van de referentiemethode mogen andere gevalideerde methoden worden toegepast, met dien verstande dat: -- - de verkregen resultaten worden omgerekend naar een plaatkiemgetal volgens NEN-EN-ISO 4833; -- - de daartoe benodigde conversievergelijking wordt vastgesteld en onderhouden volgens de richtlijnen in ISO 21187. +- - de verkregen resultaten worden omgerekend naar een plaatkiemgetal volgens NEN 1507; +- - de daartoe benodigde conversievergelijking wordt vastgesteld en onderhouden volgens de richtlijnen in ISO/DIS 21187. ### Artikel 5 @@ -49,41 +51,29 @@ Een gradatiecijfer II wordt toegekend aan een monster indien de daardoor veroorz ### Artikel 8 -Het onderzoek op melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen vindt plaats volgens een onderzoekschema dat bestaat uit een screeningsmethode (A), een bevestigingsmethode (B) en een test ter nadere kwalificering van de groeiremming. +Het onderzoek op melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen vindt plaats volgens een onderzoeksschema dat bestaat uit een screeningsmethode (A), een bevestigingsmethode (B) en groepstesten. -Met de screeningsmethode A worden monsters rauwe melk opgespoord die aantoonbaar bacteriegroeiremmende stoffen kunnen bevatten. +Met de screeningsmethode A worden monsters rauwe melk opgespoord die aantoonbare hoeveelheden bacteriegroeiremmende stoffen kunnen bevatten. -Met de bevestigingsproef B wordt nagegaan of na verhitting van de met methode A opgespoorde monsters de bacteriegroeiremming in deze monsters wordt bevestigd. +Met de bevestigingsproef B wordt nagegaan of de bacteriegroeiremming na verhitting in de met methode opgespoord monsters wordt bevestigd. -Indien ook in bevestigingsproef B sprake is van groeiremming, wordt een test uitgevoerd ter nadere kwalificering in aard en mate van de groeiremming. +Indien ook in de bevestigingsproef sprake is van groeiremming, worden achtereenvolgens groepstesten uitgevoerd op sulfonamiden, beta-lactam antibiotica en overige antibiotica. -De concentraties van enkele bacteriegroeiremmende stoffen die ten minste aantoonbaar moeten zijn in de screeningsmethode (A) en de bevestigingsmethode (B) zijn weergegeven in de onderstaande tabel. - -* uitgedrukt in Internationale Eenheden per ml - -In geval bij de test ter nadere kwalificering een groeiremming wordt vastgesteld die groter is dan die voor de meelopende grensstandaard van 0,0037 IE/ml penicilline en een test op penicillinen en cefalosporinen (ß-lactam antibiotica) positief is, wordt het resultaat als positief gekwalificeerd en met een P aangeduid. - -In geval bij koemelk bij de test ter nadere kwalificering een groeiremming wordt vastgesteld die groter is dan die voor de meelopende grensstandaard van 0,0037 IE/ml penicilline en een test op penicillinen en cefalosporinen (ß-lactam antibiotica) negatief is, wordt het resultaat als positief gekwalificeerd en met een O aangeduid. - -In geval van een positieve bevinding dient ten minste 2 ml van het betreffende monsterrestant tot ten minste 3 maanden na datum monsterneming bij -20 °C of lager te worden bewaard. Dit monsterrestant moet zijn voorzien van een adequate identificatie. +De concentraties van bacteriegroeiremmende stoffen die ten minste aantoonbaar moeten zijn in screeningsmethode (A), de bevestigingsmethode (B) en de groepstesten, de voorgeschreven grensstandaarden in de groepstesten en de aan te houden coderingen bij een positieve bevinding in een groepstest zijn weergegeven in de onderstaande tabel. ### Paragraaf . Bepaling van het celgetal ### Artikel 9 -Voor de bepaling van het celgetal in koemelk geldt de microscopische celtelling volgens NEN-EN-ISO 13366-1 als referentiemethode. +Voor de bepaling van het celgetal geldt als referentiemethode de microscopische celtelling volgens ISO 13366/1 met ethidiumbromide als kleurend reagens. ### Artikel 10 -In plaats van de referentiemethode mogen andere gevalideerde methoden worden toegepast, met dien verstande dat bij koemelk: +In plaats van de referentiemethode mogen andere gevalideerde methoden worden toegepast, met dien verstande dat: - - de herhaalbaarheid van de meting bij 400.000 cellen per ml kleiner dient te zijn dan 40.000 cellen per ml; - - de standaardafwijking van de verschillen ten opzichte van resultaten met de referentiemethode bij 400.000 cellen per ml kleiner dient te zijn dan 40.000 cellen per ml. -### Artikel 10a - -Voor bepaling van het celgetal in geitenmelk gelden de richtlijnen volgens NEN-EN-ISO 13366-2, met dien verstande dat de herhaalbaarheid van de meting bij 1.000.000 cellen per ml kleiner dient te zijn dan 80.000 per ml. - ### Artikel 11 Het celgetal wordt uitgedrukt in cellen per ml. Voor celgetallen boven 9.999.000 per ml wordt 9.999.000 per ml vermeld als uitslag. @@ -95,8 +85,7 @@ Het celgetal wordt uitgedrukt in cellen per ml. Voor celgetallen boven 9.999.000 De toe te passen methode voor de bepaling van de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacteriën vindt plaats volgens NEN 6877, met dien verstande dat: - - per monster 2 buizen worden ingezet; -- - per buis 0,1 ml van de te onderzoeken melk wordt gedoseerd; -- - gebruik kan worden gemaakt van een kleinere buis (circa 9 ml) met dienovereenkomstige hoeveelheden paraffine en medium. +- - per buis 0,1 ml van de te onderzoeken melk wordt gedoseerd. ### Artikel 13 @@ -106,19 +95,9 @@ Gasvorming in de buis wordt aangeduid met een " + ", anders wordt een " - " geno ### Artikel 14 -**1.** +De toe te passen methode voor de bepaling van de zuurtegraad vet komt overeen met NEN 6854, met dien verstande dat: -Voor de bepaling van de zuurtegraad vet komt de bepaling overeen met NEN 6854 (titreerbare zuurtegraad), met dien verstande dat: - -- het volume melk 31 ± 2 ml bedraagt; -- de normen voor de herhaalbaarheid en reproduceerbaarheid zijn gesteld op respectievelijk 0,07 en 0,11 mmol/100 g vet. - -**2.** - -In plaats van de bepaling in het eerste lid mogen andere gevalideerde methoden worden toegepast, met dien verstande dat: - -- bij een zuurtegraad vet tot 1,5 mmol/100 g vet de herhaalbaarheid van de meting (r) kleiner dient te zijn dan 0,15 mmol/100 g vet; -- de uitbetaling plaatsvindt op basis van het rekenkundig gemiddelde van minimaal n meetresultaten, waarbij n > (r/0,07)^2. +- - de normen voor de precisie (herhaalbaarheid en reproduceerbaarheid) zijn gesteld op respectievelijk 0,07 en 0,11 mmol/100 g vet. ### Artikel 15 @@ -141,29 +120,19 @@ In plaats van de referentiemethode mogen andere gevalideerde methoden worden toe Het vriespunt wordt uitgedrukt in °C. -### Paragraaf . Bepaling van het chloroformgehalte - -### Artikel 18a - -De toe te passen methode berust op de verwarming van een hoeveelheid monster in een afgesloten flesje met een septum. Aansluitend wordt een deel van de bovenstaande gasfase (headspace) in een gaschromatograaf geïnjecteerd. Na scheiding van de gehalogeneerde koolwaterstoffen vindt detectie plaats middels een EC-detector en wordt het chloroformgehalte met behulp van een kalibratiecurve gekwantificeerd. Het gemeten gehalte wordt vervolgens gecombineerd met het volgens artikel 19 gemeten vetgehalte van het monster. - -Het chloroformgehalte wordt uitgedrukt in milligram chloroform per kilogram vet. - -Bij een vetgehalte van 4,5% en een chloroformgehalte van 0,2 mg/kg vet dient de herhaalbaarheid van de meting kleiner te zijn dan 0,02 mg/kg vet. - ### Paragraaf . Bepaling van het vet- en eiwitgehalte ### Artikel 19 -Voor de bepaling van het vetgehalte geldt de methode volgens NEN-EN-ISO 1211 als referentiemethode. Voor de bepaling van het eiwitgehalte geldt de methode volgens NEN-EN-ISO 8968 deel 1 of deel 2 als referentiemethode. Bij toepassing van alternatieve methoden voor de bepaling van het vet- en eiwitgehalte mogen geen wezenlijke afwijkingen worden verkregen van de uitslagen volgens de genoemde referentiemethoden. +Voor de bepaling van het vetgehalte geldt de methode volgens NEN-EN-ISO 1211 als referentiemethode. Voor de bepaling van het eiwitgehalte geldt de methode volgens NEN-EN-ISO 8968 als referentiemethode. Bij toepassing van alternatieve methoden voor de bepaling van het vet- en eiwitgehalte mogen geen wezenlijke afwijkingen worden verkregen van de uitslagen volgens de genoemde referentiemethoden. ### Artikel 20 -Per kalendermaand neemt het COKZ minimaal twee series monsters voor uitvoering van heronderzoek bij een door het productschap aangewezen laboratorium. Per serie worden 6 willekeurig gekozen monsters onderzocht op vetgehalte met de methode volgens NEN-EN-ISO 1211 en 6 willekeurig gekozen monsters op eiwitgehalte met de methode volgens NEN-EN-ISO 8968 deel 1 of deel 2. Voor de beoordeling van de resultaten gelden per serie onderzochte monsters ten aanzien van gemiddelde verschillen en standaardafwijking de volgende normen: +Per uitbetalingsperiode worden minimaal vier serres van 24 monsters door het COKZ onderzocht op vel en eiwit door middel van de infraroodmethode. Tevens worden per serie 12 willekeurig gekozen monsters onderzocht op vetgehalte met de methode volgens NEN-EN-ISO 1211 en 9 willekeurig gekozen monsters onderzocht op eiwitgehalte met de methode volgens NEN-EN-ISO 8968. Voor de beoordeling van het onderzoek uitgevoerd door een melkcontrolestation gelden per serie onderzochte monsters ten aanzien van gemiddelde verschillen en standaardafwijking de volgende normen: ### Artikel 21 -Gemiddeld mag, over een willekeurige periode van 1 jaar, het gemiddelde verschil per component hoogstens plus of min 0,010% bedragen voor het voldoen aan het criterium, als bedoeld in artikel 20. +Gemiddeld mag, over een willekeurige periode van 1 jaar, het gemiddelde verschil per component hoogstens plus of min 0,010% bedragen voor het voldoen aan de referentiemethode, als bedoeld in artikel 17. ### Artikel 22