2025-01-01 | BWBR0012095 | Besluit voorkoming dubbele belasting 2001

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent 3e6fa25036
commit d6f5a7a394

View file

@ -368,48 +368,6 @@ c. de dividenden, interest en royalty's zijn onderworpen aan een belasting naar
Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting, bedoeld in artikel 25, dat door de toepassing van het vierde lid van dat artikel niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
#### Paragraaf 3. Tegenbewijsregeling
### Artikel 25aa
Indien in een jaar het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt bepaald met inachtneming van afdeling 5.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vindt hoofdstuk 2, afdeling 4, paragraaf 1, in dat jaar geen toepassing en wordt de vermindering van belasting bij buitenlands voordeel uit sparen en beleggen vastgesteld met inachtneming van deze paragraaf.
### Artikel 25ab
Een binnenlandse belastingplichtige is vrijgesteld van de inkomstenbelasting die betrekking heeft op buitenlands voordeel uit sparen en beleggen.
### Artikel 25ac
**1.** Het buitenlandse voordeel uit sparen en beleggen bestaat uit het gezamenlijke bedrag van het werkelijke rendement van de bezittingen in het buitenland en van de schulden in verband met die bezittingen.
**2.** Het werkelijke rendement van de bezittingen in het buitenland en de schulden in verband met die bezittingen wordt bepaald met toepassing van afdeling 5.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
**3.**
Bezittingen in het buitenland zijn:
a. binnen het gebied van een andere Mogendheid gelegen onroerende zaken;
b. rechten die direct of indirect betrekking hebben op binnen het gebied van een andere Mogendheid gelegen onroerende zaken; en
c. rechten op aandelen in de winst van een onderneming waarvan de leiding binnen het gebied van een andere Mogendheid is gelegen, voor zover zij niet voortkomen uit effectenbezit of dienstbetrekking;
voor zover de daaruit genoten opbrengsten zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege de andere Mogendheid waarin de bezittingen zijn gelegen, wordt geheven.
### Artikel 25ad
**1.** De vrijstelling voor buitenlands voordeel uit sparen en beleggen, bedoeld in artikel 25ab, wordt toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde inkomstenbelasting.
**2.** De vermindering, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het werkelijke rendement van de bezittingen in het buitenland en de schulden in verband met die bezittingen staat tot het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. De vermindering kan, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, niet meer bedragen dan de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn.
**3.** Onder de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 verschuldigd zou zijn over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
**4.** In afwijking van het tweede lid wordt, indien het inkomen van een belastingplichtige hoofdzakelijk uit een Mogendheid afkomstig is en die Mogendheid bij de belastingheffing van het inkomen de persoonlijke- en gezinssituatie van de belastingplichtige volledig in aanmerking neemt, of op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehouden is de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen, het belastbare inkomen uit sparen en beleggen vermeerderd met de in het jaar in mindering gebrachte persoonsgebonden aftrek. De vorige zin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een Mogendheid, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die als zij een zodanige lidstaat zou zijn, gehouden zou zijn om op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen.
### Artikel 25ae
**1.** Een bedrag aan in een jaar vrij te stellen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat als gevolg van het in aanmerking nemen van de persoonsgebonden aftrek en de toepassing van artikel 25ad, tweede lid, tweede zin, niet leidt tot een vermindering van belasting over dat jaar, wordt overgebracht naar het volgende jaar. Deze overbrenging bedraagt niet meer dan het bedrag van de persoonsgebonden aftrek waarmee het voordeel uit sparen en beleggen is verminderd. De overbrenging vindt alleen plaats indien het naar het volgende jaar over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
**2.** In het jaar waarnaar de overbrenging plaatsvindt, wordt voor de berekening van de vermindering van artikel 25ad het buitenlands voordeel uit sparen en beleggen verhoogd met het over te brengen bedrag aan buitenlands voordeel uit sparen en beleggen.
### Afdeling 4a. Afgezonderd particulier vermogen
### Artikel 25b
@ -562,19 +520,36 @@ b. het bedrag van de in dat jaar volgens het eerste lid in aanmerking te nemen r
**4.** Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing.
**5.** De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de vermindering volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens artikel 36, ten hoogste het bedrag aan verschuldigde vennootschapsbelasting.
**5.** De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de vermindering volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens de artikelen 36 en 36c, ten hoogste het bedrag aan verschuldigde vennootschapsbelasting.
### Artikel 36b
Artikel 36a is van overeenkomstige toepassing op royaltys waarop artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, zoals dat luidde op 31 december 2016, toepassing vindt.
### Artikel 36c
**1.** Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van vennootschapsbelasting verleend voor in de winst, maar niet in de winst uit een andere staat, bedoeld in artikel 15e, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, begrepen voordelen en inkomsten uit persoonlijke werkzaamheden verricht door een artiest of sportbeoefenaar binnen het gebied van de andere Mogendheid, mits die voordelen en inkomsten zijn onderworpen aan een belasting naar de winst die vanwege de andere Mogendheid, al dan niet aan de bron, wordt geheven.
**2.**
Het bedrag van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, is het laagste van de volgende bedragen:
a. het bedrag van de in het desbetreffende jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting;
b. het bedrag van de in dat jaar volgens het eerste lid in aanmerking te nemen voordelen en inkomsten, vermenigvuldigd met het percentage van het hoogste tarief, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
**3.** Bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden de voordelen en inkomsten verminderd met de daarmee verband houdende kosten. Tot de kosten, bedoeld in de eerste zin, behoren ook de kosten die een met de belastingplichtige verbonden lichaam als bedoeld in artikel 10a, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 of een met de belastingplichtige verbonden natuurlijk persoon als bedoeld in artikel 10a, vijfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 heeft gemaakt en die bij het bepalen van de in Nederland belastbare winst of het in Nederland belastbare inkomen van dat verbonden lichaam, onderscheidenlijk die natuurlijk persoon, in aftrek zijn gekomen.
**4.** Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarbij voor dividenden, interest of royaltys wordt gelezen: voordelen en inkomsten uit persoonlijke werkzaamheden verricht door een artiest of sportbeoefenaar.
**5.** De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting, ten hoogste het bedrag aan belasting dat volgens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 verschuldigd is.
### Artikel 37
Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting als bedoeld in artikel 36 en artikel 36a dat door de toepassing van artikel 36, tweede lid, onderdeel b, of zesde lid, onderscheidenlijk door de toepassing van artikel 36a, tweede lid, onderdeel b, of vijfde lid, niet leidt tot een vermindering van vennootschapsbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgende jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting als bedoeld in de artikelen 36, 36a en 36c dat door de toepassing van artikel 36, tweede lid, onderdeel b, of zesde lid, artikel 36a, tweede lid, onderdeel b, of vijfde lid, onderscheidenlijk door de toepassing van artikel 36c, tweede lid, onderdeel b, of vijfde lid, niet leidt tot een vermindering van vennootschapsbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgende jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
### Artikel 38
Op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige blijft artikel 36 buiten toepassing voor de in een jaar genoten dividenden, interest en royalty's als bedoeld in dat artikel en voor de daarover vanwege ontwikkelingslanden geheven belasting.
Op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige blijft artikel 36 of artikel 36c buiten toepassing voor de in een jaar genoten dividenden, interest en royalty's als bedoeld in artikel 36 en voor de daarover vanwege ontwikkelingslanden geheven belasting, onderscheidenlijk de in een jaar genoten voordelen en inkomsten uit persoonlijke werkzaamheden verricht door een artiest of sportbeoefenaar als bedoeld in artikel 36c en voor de daarover vanwege andere Mogendheden geheven belasting.
### Artikel 39
@ -632,7 +607,7 @@ Ingeval de belastingplichtige in een jaar anders dan door liquidatie ophoudt bin
### Artikel 46
**1.** Indien aannemelijk is dat in vergelijking met het begin van het oudste jaar waarvan een naar het volgende jaar voort te wentelen bedrag aan niet verrekende vanwege andere Mogendheden geheven belasting bedoeld in artikel 37 in een later jaar nog niet volledig tot een vermindering heeft geleid, het uiteindelijke belang in de belastingplichtige in belangrijke mate is gewijzigd, wordt met ingang van het jaar waarin de wijziging heeft plaatsgevonden, het voort te wentelen bedrag aan niet verrekende vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaraan voorafgaande jaar niet meer bij de berekening van de vermindering, bedoeld in artikel 36, onderscheidenlijk 36a, in aanmerking genomen.
**1.** Indien aannemelijk is dat in vergelijking met het begin van het oudste jaar waarvan een naar het volgende jaar voort te wentelen bedrag aan niet verrekende vanwege andere Mogendheden geheven belasting bedoeld in artikel 37 in een later jaar nog niet volledig tot een vermindering heeft geleid, het uiteindelijke belang in de belastingplichtige in belangrijke mate is gewijzigd, wordt met ingang van het jaar waarin de wijziging heeft plaatsgevonden, het voort te wentelen bedrag aan niet verrekende vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaraan voorafgaande jaar niet meer bij de berekening van de vermindering, bedoeld in artikel 36, artikel 36a, onderscheidenlijk artikel 36c, in aanmerking genomen.
**2.** Artikel 20a, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, tiende, elfde en twaalfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is van overeenkomstige toepassing.