2002-01-01 | BWBR0002008 | Besluit Buitengewone Rechtspleging
This commit is contained in:
parent
5190c1a549
commit
d710015dea
1 changed files with 9 additions and 7 deletions
|
|
@ -14,10 +14,10 @@ citeertitel: Besluit Buitengewone Rechtspleging
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de rechtspleging in zaken, waarvan krachtens het Besluit op de Bijzondere Gerechtshoven de kennisneming aan de dienvolgens in te stellen gerechten behoort, zijn - behoudens de afwijkingen, bij dit besluit voorzien - de bepalingen, vervat in het Eerste Boek, den Eersten tot en met den Zesden Titel van het Tweede Boek, den Eersten en den Derden tot en met den Achtsten Titel van het Derde Boek , den Tweeden tot en met den Vijfden Titel van het Vierde Boek en het Zesde Boek van het Wetboek van Strafvordering, alsmede de tot uitvoering daarvan gestelde voorschriften van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat
|
||||
Ten aanzien van de rechtspleging in zaken, waarvan krachtens het Besluit op de Bijzondere Gerechtshoven de kennisneming aan de dienvolgens in te stellen gerechten behoort, zijn - behoudens de afwijkingen, bij dit besluit voorzien - de bepalingen, vervat in het Eerste Boek, den Eersten tot en met den Zesden Titel van het Tweede Boek, den Eersten en den Derden tot en met den Achtsten Titel van het Derde Boek , den Tweeden tot en met den Vijfden Titel van het Vierde Boek en het Vijfde Boek van het Wetboek van Strafvordering, alsmede de tot uitvoering daarvan gestelde voorschriften van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat
|
||||
|
||||
1°. hetgeen daarin omtrent de rechtbank, derzelver voorzitter, de rechters, den rechter-commissaris, den officier van justitie en den griffier bij de rechtbank is bepaald, ten deze geldt voor het Bijzondere Gerechtshof, deszelfs voorzitter en leden, den raadsheer-commissaris, den procureur-fiscaal en den griffier bij dat Hof;
|
||||
2°. hetgeen daarin omtrent den Hoogen Raad, deszelfs voorzitter en leden, den procureur-generaal en den griffier van de Hoge Raad is bepaald, ten deze geldt voor den Bijzonderen Raad van Cassatie, deszelfs voorzitter en leden, den procureur-fiscaal en den griffier bij dien Bijzonderen Raad;
|
||||
2°. hetgeen daarin omtrent den Hoogen Raad, deszelfs voorzitter en leden, den procureur-generaal en den griffier bij den Hoogen Raad is bepaald, ten deze geldt voor den Bijzonderen Raad van Cassatie, deszelfs voorzitter en leden, den procureur-fiscaal en den griffier bij dien Bijzonderen Raad;
|
||||
3°. hetgeen daarin met betrekking tot de kantonrechter van de rechtbank of het gerechtshof en de leden der rechterlijke macht bij een dezer gerechten is bepaald, ten deze buiten toepassing blijft, voor zoover uit eenige bepaling van dit besluit niet het tegendeel volgt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
|
@ -134,7 +134,7 @@ Met de opsporing der strafbare feiten, waarop de bepalingen van het Besluit Buit
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Door of vanwege Onzen Minister van Justitie kan ook aan andere dan de in het voorgaande artikel bedoelde personen de opsporing der daar genoemde feiten worden opgedragen en kan, in afwijking van het in artikel 146, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalde, de bevoegdheid van personen, belast met de opsporing dier feiten, worden uitgebreid buiten het grondgebied, waarvoor zij zijn aangesteld. Insgelijks kunnen met betrekking tot de opsporing dier feiten andere dan de in artikel 146a van dat Wetboek vermelde personen door of vanwege Onzen genoemden Minister met hulpofficieren van justitie worden gelijkgesteld.
|
||||
**1.** Door of vanwege Onzen Minister van Justitie kan ook aan andere dan de in het voorgaande artikel bedoelde personen de opsporing der daar genoemde feiten worden opgedragen en kan, in afwijking van het in artikel 146, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalde, de bevoegdheid van personen, belast met de opsporing dier feiten, worden uitgebreid buiten het grondgebied, waarvoor zij zijn aangesteld. Insgelijks kunnen met betrekking tot de opsporing dier feiten andere dan de in artikel 154 van dat Wetboek vermelde personen door of vanwege Onzen genoemden Minister met hulpofficieren van justitie worden gelijkgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij Onze Minister van Justitie anders mocht bepalen, is de procureur-fiscaal bij het Bijzondere Gerechtshof gemachtigd tot eenige beschikking, als in het voorgaande lid bedoeld, voor zoover betreft de opsporing binnen zijn ressort door een of meer bepaalde, in de beschikking met name te noemen personen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -150,7 +150,7 @@ De bevelen, in artikel 148, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering bedoe
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
De officier van justitie heeft gelijke verplichtingen en bevoegdheden als bij de artikelen 152, 153 en 156 van het Wetboek van Strafvordering aan de hulpofficieren van justitie zijn opgelegd en toegekend. Het bepaalde in artikel 12, tweede en derde lid, van dit besluit is te dien aanzien van overeenkomstige toepassing.
|
||||
De officier van justitie heeft gelijke verplichtingen en bevoegdheden als bij de artikelen 152, 153, 155, 156 en 158 van het Wetboek van Strafvordering aan de hulpofficieren van justitie zijn opgelegd en toegekend. Het bepaalde in artikel 12, tweede en derde lid, van dit besluit is te dien aanzien van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -367,15 +367,17 @@ De procureur-fiscaal en de verdachte kunnen afstand doen van de bevoegdheid om e
|
|||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
Het bepaalde in artikel 6:1:5, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering blijft buiten toepassing.
|
||||
Het bepaalde in den tweeden zin van het eerste lid van artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering blijft buiten toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
Het bepaalde in artikel 6:7:5 van dat Wetboek is mede van overeenkomstige toepassing, indien advies wordt ingewonnen omtrent gratie van de doodstraf, zonder dat een daartoe strekkend verzoek aan Ons is ingediend.
|
||||
**1.** In afwijking van het bepaalde in artikel 559, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering stelt de griffier een verzoekschrift om gratie, nadat hij van den dag der inlevering aanteekening heeft gedaan, onverwijld in handen van het openbaar ministerie, teneinde daaromtrent aan den rechter verslag te doen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bepaalde in artikel 560 van dat Wetboek is mede van overeenkomstige toepassing, indien advies wordt ingewonnen omtrent gratie van de doodstraf, zonder dat een daartoe strekkend verzoek aan Ons is ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
Het bepaalde in artikel 6:2:3 van het Wetboek van Strafvordering is mede in geval van veroordeeling tot de doodstraf van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Het bepaalde in artikel 562 van het Wetboek van Strafvordering is mede in geval van veroordeeling tot de doodstraf van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue