diff --git a/beleidsregel/besluit-heffing-omzetbelasting-bij-leasing/BWBR0048325/README.md b/beleidsregel/besluit-heffing-omzetbelasting-bij-leasing/BWBR0048325/README.md index cae053d3765..a0e2a154f0c 100644 --- a/beleidsregel/besluit-heffing-omzetbelasting-bij-leasing/BWBR0048325/README.md +++ b/beleidsregel/besluit-heffing-omzetbelasting-bij-leasing/BWBR0048325/README.md @@ -14,8 +14,6 @@ citeertitel: Besluit heffing omzetbelasting bij leasing *Stcrt. 2007, 24* *). Met deze actualisering is het besluit in lijn gebracht met het belastbaar feit in de bpm. Daarnaast is onderdeel 4 gewijzigd. Dit onderdeel bevat een goedkeuring waardoor geen btw over het bpm-gedeelte van de leasetermijnen wordt berekend. Per 1 juli 2023 treedt de nieuwe bpm-afschrijvingstabel in werking. Onder voorwaarde d van onderdeel 4 wordt beschreven hoe moet worden omgegaan met de nieuwe bpm-afschrijvingstabel voor lopende leasecontracten voor personenauto’s. De overige aanpassingen zijn redactioneel van aard. Met deze aanpassingen zijn geen inhoudelijke wijzigingen beoogd.* -Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 16 juli 2024 nr. 2024-192658, (Stcrt. 2024-24201). *De wijziging betreft een uitbreiding van de reikwijdte van het besluit naar bestelauto’s en motorrijwielen, nieuw en gebruikt. Voorts wordt de reikwijdte uitgebreid naar alle gebruikte motorrijtuigen, ook als die als gebruikt motorrijtuig zijn gekocht door de leasemaatschappij.* - ## 1. Inleiding In dit besluit komt de heffing van omzetbelasting bij leasing aan de orde. In onderdeel 3 zijn richtlijnen gegeven over situaties waarbij leasing is te beschouwen als een levering of als een dienst en de verschuldigdheid van omzetbelasting daarbij. In onderdeel 4 wordt ingegaan op de maatstaf van heffing bij de doorberekening van bpm bij de leasing van personenauto’s. @@ -26,7 +24,6 @@ In dit besluit komt de heffing van omzetbelasting bij leasing aan de orde. In on | --- | --- | | btw-richtlijn | Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEG L347/1, d.d. 11 december 2006 | | HvJ EU | Hof van Justitie van de Europese Unie | -| Motorrijtuigen | Personenauto’s, bestelauto’s en motorrijwielen als bedoeld in de Wet bpm | | wet | Wet op de omzetbelasting 1968 | | wet bpm | Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 | @@ -107,9 +104,9 @@ De uitoefening van een koopoptie door de lessee aan het eind van de leaseperiode Als de leasing is te beschouwen als een dienst, moet de lessor per leasetermijn (inclusief het rentebestanddeel) omzetbelasting voldoen. Als de lessee een koopoptie heeft op het goed na afloop van de leaseperiode, dan leidt de uitoefening van de optie tot een levering aan de lessee. Op dat moment gaat immers op de lessee de macht over om als eigenaar over het goed te beschikken. De optieprijs vormt de vergoeding voor de levering aan de lessee. -## 4. Doorberekening van bpm bij leasing van motorrijtuigen +## 4. Doorberekening van bpm bij leasing van personenauto’s -Bij de leasing van motorrijtuigen wordt de bpm die is verschuldigd bij inschrijving van de motorrijtuig meestal verdisconteerd in de leasetermijnen. De importeur of de fabrikant berekent de bpm – al dan niet via een dealer – door aan de leasemaatschappij (artikel 7 wet bpm). De leasemaatschappij berekent de bpm vervolgens door aan de lessee als onderdeel van de leasetermijnen. De bpm die de importeur/fabrikant aan de leasemaatschappij doorberekent, vormt een doorlopende post (zie ook HvJ EU 1 juni 2006, zaak nr. C-98/05 (Danske Bilimportører), ECLI:EU:C:2006:363. De importeur/fabrikant dient hierbij aan de volgende voorwaarden te voldoen: +Bij de leasing van personenauto’s wordt de bpm die is verschuldigd bij inschrijving van de personenauto meestal verdisconteerd in de leasetermijnen. De importeur of de fabrikant berekent de bpm – al dan niet via een dealer – door aan de leasemaatschappij (artikel 7 wet bpm). De leasemaatschappij berekent de bpm vervolgens door aan de lessee als onderdeel van de leasetermijnen. De bpm die de importeur/fabrikant aan de leasemaatschappij doorberekent, vormt een doorlopende post (zie ook HvJ EU 1 juni 2006, zaak nr. C-98/05 (Danske Bilimportører), ECLI:EU:C:2006:363. De importeur/fabrikant dient hierbij aan de volgende voorwaarden te voldoen: a. de importeur/fabrikant berekent het bpm-bedrag door dat overeenkomt met het bpm-bedrag dat feitelijk van hem is geheven; en b. de importeur/fabrikant brengt de bpm apart op de factuur in rekening. @@ -117,17 +114,16 @@ b. de importeur/fabrikant brengt de bpm apart op de factuur in rekening. Ik keur goed dat de bpm die de leasemaatschappij aan de lessee doorberekent onder de volgende voorwaarden als een doorlopende post wordt beschouwd: a. het leasecontract heeft een looptijd van minimaal een jaar; -b. het kenteken van het motorrijtuig is op naam van de lessee gesteld; -c. de leasemaatschappij berekent de bpm door volgens de methode beschreven in ad c; -d. de leasemaatschappij vermeldt de doorberekende bpm apart op de factuur. +b. de leasemaatschappij heeft de bpm feitelijk voldaan; +c. het kenteken van de personenauto is op naam van de lessee gesteld; +d. de leasemaatschappij berekent de bpm door volgens de methode beschreven in ad d; +e. de leasemaatschappij vermeldt de doorberekende bpm apart op de factuur. -De goedkeuring om de bpm bij de doorberekening als een doorlopende post te beschouwen bij motorrijwielen en bestelauto’s alsmede als gebruikt motorrijtuig aangekochte motorrijtuigen vindt toepassing voor leasetermijnen die zijn gefactureerd op of na de inwerkingtreding van dit besluit. De in *Ad c. Methode berekening bpm voor leasetermijnen* bedoelde herberekening bij de beëindiging van de lease vindt plaats over periode waarover de bpm als doorlopende post is opgenomen bij de facturering. +Voor de onder a en onder d bedoelde voorwaarden geldt het volgende. -Voor de onder a en onder c bedoelde voorwaarden geldt het volgende. +De goedkeuring geldt ook voor zgn. short-leasecontracten, onder voorwaarde dat uit deze contracten blijkt, dat zij na het verstrijken van de looptijd worden omgezet in een leasecontract met een looptijd van langer dan één jaar. De voorwaarden en de prijsopbouw van de short-leasecontracten moeten wel overeenkomen met die van leasecontracten die worden afgesloten voor een periode van langer dan één jaar. Short-leasecontracten worden bijvoorbeeld afgesloten bij de aanstelling van een nieuw personeelslid waarvoor een proefperiode geldt of bij nieuwe personenauto’s die niet direct leverbaar zijn. -De goedkeuring geldt ook voor zgn. short-leasecontracten, onder voorwaarde dat uit deze contracten blijkt, dat zij na het verstrijken van de looptijd worden omgezet in een leasecontract met een looptijd van langer dan één jaar. De voorwaarden en de prijsopbouw van de short-leasecontracten moeten wel overeenkomen met die van leasecontracten die worden afgesloten voor een periode van langer dan één jaar. Short-leasecontracten worden bijvoorbeeld afgesloten bij de aanstelling van een nieuw personeelslid waarvoor een proefperiode geldt of bij nieuwe motorrijtuigen die niet direct leverbaar zijn. - -Het door te berekenen bpm-bedrag wordt als volgt berekend. Bij het ingaan van het leasecontract wordt vastgesteld, welk bpm-bedrag op dat tijdstip bij het (nieuwe of gebruikte) motorrijtuig behoort en welk bpm-bedrag aan het eind van de overeengekomen looptijd bij het motorrijtuig zal behoren. Voor de bepaling van het bpm-bedrag moet steeds worden uitgegaan van de (verminderings)tabel die is opgenomen in artikel 8, vijfde lid, van de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992. Het verschil tussen beide bedragen wordt evenredig verdeeld over de in rekening te brengen leasetermijnen. Het aldus vastgestelde bpm-bedrag geldt voor de gehele leaseperiode, ook als deze afwijkt van de aanvankelijk overeengekomen looptijd. Bij de beëindiging van de lease moet het bpm-bedrag worden gecorrigeerd op basis van de gegevens over de werkelijke leaseperiode en deop het moment van de beëindiging geldende (verminderings)tabel. Als uit de herberekening blijkt dat de leasemaatschappij tijdens de (totale) leaseperiode aan de lessee te veel bpm heeft doorberekend, moet de leasemaatschappij over het verschil alsnog omzetbelasting voldoen. Deze afrekening vindt plaats over het tijdvak van de laatste leasetermijn. Als uit de herberekening volgt dat de leasemaatschappij tijdens de (totale) leaseperiode te weinig bpm heeft doorberekend, geldt het volgende. De leasemaatschappij mag het bpm-verschil toevoegen aan de doorlopende post in de laatste leasetermijn, onder voorwaarde dat hij dit verschil aan de lessee in rekening brengt en apart op de factuur vermeldt. +Het door te berekenen bpm-bedrag wordt als volgt berekend. Bij het ingaan van het leasecontract wordt vastgesteld, welk bpm-bedrag op dat tijdstip bij de personenauto behoort en welk bpm-bedrag aan het eind van de overeengekomen looptijd bij de auto zal behoren. Voor de bepaling van het bpm-bedrag moet steeds worden uitgegaan van de (verminderings)tabel die is opgenomen in artikel 8, vijfde lid, van de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992. Het verschil tussen beide bedragen wordt evenredig verdeeld over de in rekening te brengen leasetermijnen. Het aldus vastgestelde bpm-bedrag geldt voor de gehele leaseperiode, ook als deze afwijkt van de aanvankelijk overeengekomen looptijd. Bij de beëindiging van de lease moet het bpm-bedrag worden gecorrigeerd op basis van de gegevens over de werkelijke leaseperiode en deop het moment van de beëindiging geldende (verminderings)tabel. Als uit de herberekening blijkt dat de leasemaatschappij tijdens de (totale) leaseperiode aan de lessee te veel bpm heeft doorberekend, moet de leasemaatschappij over het verschil alsnog omzetbelasting voldoen. Deze afrekening vindt plaats over het tijdvak van de laatste leasetermijn. Als uit de herberekening volgt dat de leasemaatschappij tijdens de (totale) leaseperiode te weinig bpm heeft doorberekend, geldt het volgende. De leasemaatschappij mag het bpm-verschil toevoegen aan de doorlopende post in de laatste leasetermijn, onder voorwaarde dat hij dit verschil aan de lessee in rekening brengt en apart op de factuur vermeldt. ## 5. Ingetrokken regelingen