2023-01-01 | BWBR0047444 | Uitvoeringsregeling GLB 2023
This commit is contained in:
parent
afd4c70647
commit
d791d38a90
1 changed files with 158 additions and 350 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Uitvoeringsregeling GLB 2023
|
|||
bwb_id: BWBR0047444
|
||||
type: ministeriele-regeling
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2024-12-18'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2023-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0047444
|
||||
citeertitel: Uitvoeringsregeling GLB 2023
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -27,15 +27,14 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
− * boslandbouw: * vorm van landbouw waarbij bomen en struiken bewust worden geteeld tussen niet-houtige gewassen of worden gecombineerd met dierhouderij op hetzelfde perceel;
|
||||
− * bouwland: * grond die voor de teelt van gewassen, anders dan blijvend grasland en blijvende teelt, wordt gebruikt of daarvoor beschikbaar is maar braak ligt;
|
||||
− * braak: * bouwland waarop in het aanvraagjaar voor een periode van minimaal 6 aaneengesloten maanden, of op basis van de subsidieregelingen ANLb of de Catalogus Groenblauwe diensten, geen productie plaatsvindt en waarop natuurlijke of ingezaaide vegetatie voorkomt;
|
||||
− *certificerende instantie:* instantie die door de Raad ISO-geaccrediteerd is voor certificerings- of inspectiewerkzaamheden;
|
||||
− * droogstaande koeien: * vrouwelijke runderen die gehouden worden voor de productie van melk en die zich bevinden in de fase tussen de periode van melk geven en het moment van afkalven;
|
||||
− * eco-activiteiten: * landbouwpraktijken als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van verordening (EU) 2021/2115;
|
||||
− * Europees Landbouwgarantiefonds: * Europees Landbouwgarantiefonds als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, van verordening (EU) 2021/2116;
|
||||
– *flauw talud:* een talud dat tenminste 2 meter breed is vanaf de waterlijn tot aan de insteek en met een helling die niet steiler is dan 1:3;
|
||||
− * flauw talud: * natuurvriendelijke oevers en andere situaties waarbij sprake is van geleidelijke overgang van water naar land;
|
||||
− * grootvee-eenheid: * coëfficiënt voor het omrekenen van dieren zoals opgenomen in de bijlage, punt 12, onder b, van Verordening (EU) nr. 2021/2290;
|
||||
− * hamsterverbintenis: * een verbintenis aangegaan in het kader van subsidieregelingen van de provincie Limburg met als specifiek doel de bescherming van de habitat voor de hamster;
|
||||
− * hoofdactiviteit: * eerstgenoemde activiteit die in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, is vermeld;
|
||||
− * hoofdteelt: * teelt op landbouwareaal van een gewas dat in de periode van 15 mei tot en met 15 juli het langst aanwezig is;
|
||||
− * hoofdteelt: * teelt op landbouwareaal van een gewas dat in de periode van 15 mei tot 15 juli het langst aanwezig is;
|
||||
− * I&R register: * geautomatiseerd gegevensbestand als bedoeld in afdeling 5b.4 van de Regeling houders van dieren;
|
||||
− * kortlopend hakhout: * boomsoorten met een maximale omlooptijd van vijf jaar met een plantdichtheid van minimaal 10.000 stoven per hectare, die behoren tot het geslacht wilg, populier, els of es;
|
||||
− * kruidachtige voedergewassen: * alle kruidachtige planten die traditioneel in natuurlijk grasland voorkomen of normaliter in zaadmengsels voor grasland worden opgenomen met uitzondering van heide en riet;
|
||||
|
|
@ -44,24 +43,20 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
− * landbouwer: * natuurlijke of rechtspersoon of een groep natuurlijke of rechtspersonen die een minimumniveau aan landbouwactiviteiten uitvoert;
|
||||
− * landschapselementen: * begroeide terrein- en waterdelen en overige elementen waarop het uitoefenen van een landbouwactiviteit niet mogelijk is;
|
||||
− * lichte grondbewerking: * graslandvernieuwingstechniek waarbij de ondergrond vrijwel onberoerd blijft en waarbij een dekkende vegetatie zichtbaar blijft;
|
||||
– *melkvee:* koeien (bos taurus) die ten minste éénmaal hebben gekalfd en die bedrijfsmatig worden gehouden voor de productie van melk voor menselijke consumptie, of verwerking daarvan;
|
||||
− * minister: * Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
|
||||
− * meerjarige teelt: * teelt van een gewas dat langer dan één jaar onafgebroken aanwezig is;
|
||||
− * minister: * de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
|
||||
− * mulchsysteem: * teeltsysteem waarbij de bodem in het najaar wordt geploegd, gevolgd door de inzaai van een bodembedekking, waarbij in het voorjaar uitsluitend niet-kerende grondbewerking plaatsvindt;
|
||||
− * natte teelten: * natte teelt als bedoeld in bijlage 1;
|
||||
− * nevenactiviteit: * activiteit die in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, is vermeld na de hoofdactiviteit;
|
||||
− * niet-productieve gronden: * landschapselementen, braak, plas-dras gedurende de inundatieperiode, bufferstroken als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a die worden gebruikt voor niet-productieve doeleinden, akkerranden en andere stroken of randen van gras of kruiden die niet aangemerkt kunnen worden als landbouwproductie;
|
||||
− * onregelmatigheid: * onregelmatigheid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van verordening (EU) 2021/2116;
|
||||
− *oppervlaktewaterlichaam:* samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna, als bedoeld in artikel 1.1 van de Omgevingswet;
|
||||
− * peildatum: * 15 mei van het aanvraagjaar;
|
||||
− * perceel landbouwgrond: * aaneengesloten stuk landbouwareaal, waaronder begrepen aangrenzende landschapselementen die ter beschikking van de landbouwer staan, dat door één landbouwer is aangegeven;
|
||||
− * productie: * produceren van landbouwproducten als bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), bijlage I, met uitzondering van visserijproducten, alsmede hakhout met korte omlooptijd;
|
||||
− *Raad:* Raad voor Accreditatie te Utrecht;
|
||||
− * RVO: * Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
|
||||
− *schema-eigenaar:* de eigenaar van een certificeringsschema, dat door de Minister wordt erkend;
|
||||
− * subsidiabele hectare: * landbouwareaal van het landbouwbedrijf dat wordt gebruikt voor een landbouwactiviteit of in overwegende mate voor landbouwactiviteiten wordt gebruikt en ter beschikking van de landbouwer staat, landschapselementen aanwezig op of grenzend aan landbouwareaal die ter beschikking van de landbouwer staan, areaal dat wordt ingezet voor een conditionaliteitsnorm als bedoeld in bijlage III, onder GLMC 8, van verordening (EU) 2021/2115, alsmede natte teelten op areaal als bedoeld in artikel 4, vierde lid, onderdeel c, onder ii van verordening (EU) 2021/2115;
|
||||
− * subsidiabele hectare: * landbouwareaal van het landbouwbedrijf dat wordt gebruikt voor een landbouwactiviteit of in overwegende mate voor landbouwactiviteiten wordt gebruikt en ter beschikking van de landbouwer staat, landschapselementen grenzend aan landbouwareaal die ter beschikking van de landbouwer staan, areaal dat wordt ingezet voor een conditionaliteitsnorm als bedoeld in bijlage III, onder GLMC 8, van verordening (EU) 2021/2115, alsmede natte teelten op areaal als bedoeld in artikel 4, vierde lid, onderdeel c, onder ii van verordening (EU) 2021/2115;
|
||||
− * THI: * temperatuur en luchtvochtigheidsindex;
|
||||
− * verlaging: * elke vermindering op de betaling als gevolg van het toepassen van een administratieve sanctie;
|
||||
− * verlengde teelt: * teelt van een gewas dat langer dan één jaar onafgebroken aanwezig is;
|
||||
− * verordening (EU) 2018/848: *
|
||||
Verordening (EU) 2018/848 van het Europees parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L150);
|
||||
− * verordening (EU) 2021/2115: *
|
||||
|
|
@ -74,7 +69,8 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
− * verordening (EU) 2022/128: *
|
||||
Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 van de Commissie van 21 december 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees parlement en de Raad wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, controles, zekerheden en transparantie (PbEU 2022, L20);
|
||||
− * verordening (EU) 2022/1172: * Gedelegeerde verordening (EU) 2022/1172 van de Commissie van 4 mei 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de toepassing en berekening van administratieve conditionaliteitssancties (PbEU 2022, L183);
|
||||
− *weiden:* het grazen op grasland met voldoende gras door al het daarvoor in het kader van een normale bedrijfsvoering van een landbouwer in aanmerking komend lacterend melkvee, zodat de dieren een natuurlijk graasgedrag kunnen laten zien;
|
||||
− * waterloop: * samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers;
|
||||
− * watervoerende sloot: * sloot die van 1 april tot 1 oktober onder normale omstandigheden water bevat.
|
||||
− * zeldzame landbouwhuisdierrassen: * met uitsterven bedreigde landbouwhuisdierrassen als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2022/126.
|
||||
|
||||
**2.** De definities in verordening (EU) 2021/2115 en verordening (EU) 2021/2116 alsmede in de op deze verordeningen gebaseerde verordeningen zijn van overeenkomstige toepassing voor deze regeling.
|
||||
|
|
@ -96,7 +92,7 @@ d. de eco-regeling.
|
|||
|
||||
**2.** De minister verstrekt voorts betalingen inzake de regeling voor zeldzame landbouwhuisdierrassen.
|
||||
|
||||
**3.** De minister stelt elk jaar voor alle in het eerste en tweede lid genoemde betalingen het eenheidsbedrag vast binnen de marges, bedoeld in artikel 102, tweede lid, van verordening (EU) 2021/2115, waarbij eerst een voorlopig en daarna een definitief eenheidsbedrag kan worden vastgesteld.
|
||||
**3.** De minister stelt elk jaar voor alle in het eerste en tweede lid genoemde betalingen het eenheidsbedrag vast binnen de marges, bedoeld in artikel 102, tweede lid, van verordening (EU) 2021/2115.
|
||||
|
||||
**4.** De minister kan middelen bestemd voor de in het eerste lid genoemde rechtstreekse betalingen herverdelen overeenkomstig artikel 101, derde lid, van verordening (EU) 2021/2115.
|
||||
|
||||
|
|
@ -114,9 +110,9 @@ c. het areaal blijvende teelt in goede vegetatieve staat houden die productief p
|
|||
|
||||
**1.** Voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden baseert de minister zich voor de grenzen van de referentiepercelen op het perceelsregister van RVO dat is gebaseerd op de objectgrenzen uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie.
|
||||
|
||||
**2.** Op de peildatum heeft de landbouwer het perceel landbouwgrond ter beschikking op grond van eigendom, pacht of onderpacht dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar of van de pachter die het perceel landbouwgrond met toestemming van de eigenaar heeft onderverpacht.
|
||||
**2.** Op de peildatum heeft de landbouwer het perceel landbouwgrond ter beschikking, op grond van eigendom, huur of pacht dan wel in gebruik met schriftelijke toestemming van de eigenaar, de verhuurder of de verpachter.
|
||||
|
||||
**3.** Als landbouwareaal komt tevens in aanmerking boslandbouw op areaal dat sinds 2015 minimaal één jaar werd aangemerkt als landbouwareaal.
|
||||
**3.** Als landbouwareaal komt tevens in aanmerking boslandbouw op areaal dat in de periode tussen 2015 en 2022 werd aangemerkt als landbouwareaal.
|
||||
|
||||
**4.** Als bouwland komt tevens in aanmerking een perceel met maximaal 100 bomen per hectare.
|
||||
|
||||
|
|
@ -142,11 +138,9 @@ c. kortlopend hakhout.
|
|||
|
||||
Als blijvend grasland komt tevens in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. mengsels van gras, niet zijnde riet, met een gewas uit de gewassenlijst ‘stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij het aandeel gras meer dan 50% is; en
|
||||
a. mengsels van gras met een gewas uit de gewassenlijst ‘stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1, met uitzondering van riet; en
|
||||
b. areaal blijvend grasland met maximaal 100 bomen per hectare.
|
||||
|
||||
**7.** Voor controle op de toestemming, bedoeld in het tweede lid, kan schriftelijk bewijs worden opgevraagd.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Er worden geen betalingen toegekend aan landbouwers die niet uiterlijk op de peildatum zijn ingeschreven of waarvan de onderneming niet uiterlijk op de peildatum is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, onder de vermelding van de verkorte omschrijving van de landbouwactiviteit en de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) beginnend met de cijfers 011, 012, 013, 014, 015, 016 of 1051, voor zover minimaal 50 procent van de melk die wordt verwerkt op het eigen melkveebedrijf geproduceerd wordt.
|
||||
|
|
@ -157,7 +151,7 @@ b. areaal blijvend grasland met maximaal 100 bomen per hectare.
|
|||
|
||||
**4.** Als accountantsverklaring wordt vastgesteld een accountantsverklaring die overeenkomt met het model dat is opgenomen in bijlage5.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ingeval de landbouwer over het voorgaande aanvraagjaar rechtstreekse betalingen heeft ontvangen en deze vóór het toepassen van sancties en verlagingen minder dan 5.000 euro bedroegen, of ingeval in het voorgaande aanvraagjaar geen rechtstreekse betalingen zijn toegekend, de landbouwer voor het huidige aanvraagjaar rechtstreekse betalingen zal ontvangen en deze minder dan 5.000 euro zullen bedragen, berekend op basis van het aantal in het huidige aanvraagjaar opgegeven hectaren, vermenigvuldigd met de eenheidsbedragen als bedoeld in artikel 2, derde lid, die in het voorgaande aanvraagjaar van toepassing waren.
|
||||
**5.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ingeval de landbouwer voor het voorgaande aanvraagjaar minder dan 5.000 euro aan rechtstreekse betalingen heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**6.** Een overnemer als bedoeld in artikel 40, eerste lid, wordt als actieve landbouwer aangemerkt indien de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk ten tijde van de melding van de overdracht van het bedrijf is geschied, en voor zover uit de inschrijving blijkt dat het bedrijf van de overnemer is opgericht op uiterlijk de datum van de bedrijfsoverdracht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -172,7 +166,7 @@ Van de in het eerste lid bedoelde situatie is sprake indien:
|
|||
a. maximaal 90 dagen in het jaar van aanvraag niet-landbouwactiviteiten plaatsvinden; en
|
||||
b. het landbouwareaal na afloop van deze activiteiten weer in een staat verkeert waarin begrazing of teelt mogelijk is.
|
||||
|
||||
**3.** Van de in het eerste lid bedoelde situatie is tevens sprake indien op een landbouwareaal voor meer dan 90 dagen niet-landbouwactiviteiten plaatsvinden in het kader van contracten op basis van de subsidieregelingen ANLb of de Catalogus Groenblauwe diensten en het landbouwareaal na afloop van deze activiteiten weer in een staat verkeert waarin begrazing of teelt mogelijk is overeenkomstig artikel 3.
|
||||
**3.** Van de in het eerste lid bedoelde situatie is tevens sprake indien op een landbouwareaal voor meer dan 90 dagen niet-landbouwactiviteiten plaatsvinden in het kader van contracten op basis van de subsidieregelingen ANLb of de Catalogus Groenblauwe diensten.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -206,8 +200,6 @@ b. een perceel landbouwgrond met alleen een landschapselement met een afgeronde
|
|||
|
||||
**8.** Het maximum subsidiabele areaal wordt vastgesteld per referentieperceel waarbij een marge als bedoeld in artikel 2, zevende lid, onderdeel a, van verordening (EU) 2022/1172, kan worden gehanteerd van maximaal 125 cm, rekening houdend met de omtrek en conditie van het referentieperceel.
|
||||
|
||||
**9.** Indien het verschil tussen het subsidiabele areaal en het totale areaal dat op grond van artikel 10, tweede lid, is opgegeven niet meer dan 0,1 ha bedraagt, wordt het subsidiabele areaal gelijkgesteld aan het opgegeven areaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden baseert de minister zich voor de grenzen van landschapselementen op de referentiepercelen van het perceelsregister van RVO dat is gebaseerd op de objectgrenzen uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie.
|
||||
|
|
@ -226,9 +218,8 @@ e. struwelen.
|
|||
|
||||
Als landschapselementen, zijnde waterdelen, worden aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. sloten, niet zijnde grachten, smaller dan tien meter van insteek naar insteek, waarbij geldt dat ze geheel meetellen als ten minste 90 procent van de sloot smaller is dan tien meter;
|
||||
b. watervlakten met een oppervlakte tussen 0,001 hectare en 0,5 hectare; en
|
||||
c. sloten die doorgaans het hele jaar droog staan, smaller dan tien meter van insteek naar insteek, waarbij geldt dat ze geheel meetellen als ten minste 90 procent van de sloot smaller is dan tien meter.
|
||||
a. waterlopen, niet zijnde grachten, smaller dan tien meter van insteek naar insteek, waarbij geldt dat ze geheel meetellen als ten minste 90 procent van de waterloop smaller is dan tien meter; en
|
||||
b. watervlakten met een oppervlakte tussen 0,001 hectare en 0,5 hectare.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -238,30 +229,24 @@ a. natuurvriendelijke oevers;
|
|||
b. schouwpaden;
|
||||
c. zandwallen;
|
||||
d. tuunwallen;
|
||||
e. ruigtes op landbouwareaal;
|
||||
f. stroken wild gras;
|
||||
g. graften; en
|
||||
h. rietland.
|
||||
e. ruigtes op landbouwpercelen;
|
||||
f. stroken wild gras; en
|
||||
g. graften.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Als aangrenzende landschapselementen worden aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. lijnvormige landschapselementen waarvan ten minste één lange zijde is gelegen binnen vijf meter van landbouwareaal;
|
||||
b. niet-lijnvormige landschapselementen die binnen vijf meter van landbouwareaal liggen;
|
||||
c. landschapselementen die direct grenzen aan landschapselementen als bedoeld onder a en b, met dien verstande dat indien sprake is van een lijnvormig landschapselement, het landschapselement met ten minste één lange zijde grenst aan het onder a of b bedoelde landschapselement.
|
||||
a. landschapselementen die op of binnen vijf meter van landbouwareaal liggen;
|
||||
b. landschapselementen die direct grenzen aan landschapselementen die binnen vijf meter van landbouwareaal liggen.
|
||||
|
||||
**6.** Op de peildatum heeft de landbouwer de landschapselementen ter beschikking op grond van eigendom, pacht of onderpacht dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar of van de pachter die de landschapselementen met toestemming van de eigenaar heeft onderverpacht.
|
||||
**6.** Op de peildatum heeft de landbouwer de landschapselementen ter beschikking, op grond van eigendom, huur of pacht dan wel in gebruik met schriftelijke toestemming van de eigenaar, de verhuurder of de verpachter.
|
||||
|
||||
**7.** Landschapselementen die volledig zijn omsloten door niet subsidiabele arealen zijn niet subsidiabel.
|
||||
|
||||
**8.** Van lijnvormige landschapselementen waarvan de lange zijde doorloopt tot voorbij landbouwareaal of een landschapselement dat binnen vijf meter van landbouwareaal ligt, behoort enkel de oppervlakte die langs het landbouwareaal of aangrenzende landschapselement ligt, tot de subsidiabele hectares.
|
||||
|
||||
**9.** Voor controle op de toestemming, bedoeld in het zesde lid, kan schriftelijk bewijs worden opgevraagd.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Geen rechtstreekse betalingen worden toegekend aan de landbouwer indien het totaalbedrag van de voor een aanvraagjaar aangevraagde of toe te kennen rechtstreekse betalingen, voordat de sancties of verlagingen zijn toegepast, lager is dan 500 euro.
|
||||
Geen rechtstreekse betalingen worden toegekend aan de landbouwer indien het totaalbedrag van de voor een aanvraagjaar aangevraagde of toe te kennen betalingen, voordat de sancties of verlagingen zijn toegepast, lager is dan 500 euro.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -273,45 +258,67 @@ Geen rechtstreekse betalingen worden toegekend aan de landbouwer indien het tota
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Een landbouwer die aanspraak maakt op betalingen als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, dient hiertoe in de periode van 1 maart tot en met 15 mei van het aanvraagjaar een aanvraag in. Wanneer 15 mei een zaterdag of zondag is wordt de uiterste termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag of zondag is.
|
||||
**1.** Een landbouwer die aanspraak maakt op betalingen als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, doet hiertoe in de periode van 15 oktober tot en met 30 november voorafgaand aan het aanvraagjaar een aanmelding. Wanneer 30 november een zaterdag of zondag is wordt de uiterste termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag of zondag is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aanvraag wordt gedaan door middel van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier en bevat in ieder geval:
|
||||
De aanmelding wordt gedaan door middel van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier en bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een opgave van alle percelen met de daarop in het aanvraagjaar geteelde of te telen gewassen en in voorkomend geval alle landschapselementen, die op de peildatum ter beschikking van de landbouwer staan;
|
||||
b. een opgave van de in het aanvraagjaar gerealiseerde of te realiseren eco-activiteiten, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24, per perceel;
|
||||
c. een opgave van de zeldzame landbouwhuisdierrassen, als bedoeld in artikel 28, die betrekking hebben op het desbetreffende aanvraagjaar;
|
||||
d. het BTW-nummer van de landbouwer en, indien van toepassing, de naam van de moedermaatschappij of dochteronderneming met het daarbij behorende BTW-nummer;
|
||||
e. ingeval van de teelt van hennep, het geteelde ras en een indicatie van de hoeveelheid gebruikt zaaizaad, uitgedrukt in kilogrammen per hectare; en
|
||||
f. indien van toepassing een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 5, derde lid.
|
||||
a. een ondertekende aanmelding tot deelname aan één of meer van de in artikel 2, eerste en tweede lid, genoemde regelingen;
|
||||
b. een opgave van alle percelen en in voorkomend geval alle landschapselementen die naar verwachting op de peildatum ter beschikking van de landbouwer staan;
|
||||
c. een concept bouwplan dat betrekking heeft op het aanvraagjaar;
|
||||
d. de voorgenomen eco-activiteiten, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24, die betrekking hebben op het betreffende aanvraagjaar; en
|
||||
e. het BTW-nummer van de landbouwer en, indien van toepassing, de naam van de moedermaatschappij of dochteronderneming met het daarbij behorende BTW-nummer.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De landbouwer houdt gedurende de periode tussen 15 mei en 15 oktober van het aanvraagjaar de bij de aanvraag ingediende gegevens actueel met dien verstande dat nadat zich een wijziging heeft voorgedaan, onverwijld door middel van een door de minister beschikbaar gesteld formulier een wijziging van de gegevens wordt ingediend, voor zover die wijziging betrekking heeft op:
|
||||
|
||||
a. de gewassen die per perceel worden geteeld;
|
||||
b. de in de aanvraag per perceel opgenomen eco-activiteiten als bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24 die niet, gedeeltelijk niet, of niet volgens de voorwaarden, worden uitgevoerd; of
|
||||
c. het aanwezig zijn van noemenswaardige hinder voor de uitoefening van landbouwactiviteiten op een perceel.
|
||||
|
||||
**4.** Na de in het eerste lid bedoelde uiterste datum kunnen geen wijzigingen meer worden aangebracht in de aanvraag, behoudens gevallen als bedoeld in het derde lid en artikel 59, zesde lid, van verordening (EU) 2021/2116, die tot en met 15 oktober kunnen worden ingediend, en gevallen als bedoeld in artikel 46.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De landbouwer die aanspraak maakt op betalingen verklaart voorts:
|
||||
|
||||
a. te voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 3, 4, tweede lid, 5 en 7, zesde lid;
|
||||
b. toestemming te verlenen aan de minister om persoonsgegevens te verwerken ten behoeve van de controle op de naleving van deze regeling;
|
||||
c. toestemming te verlenen voor het gebruik van areaalmonitoring; en
|
||||
d. toestemming te verlenen aan de minister om (persoons)gegevens aan de certificerende instantie door te geven ten behoeve van controle door de certificerende instantie op deelname en voldoen aan de eco-activiteit weiden, bedoeld in artikel 22.
|
||||
b. toestemming te verlenen aan de minister om persoonsgegevens te verwerken ten behoeve van de controle op de naleving van deze regeling; en
|
||||
c. toestemming te verlenen voor het gebruik van areaalmonitoring.
|
||||
|
||||
**6.** In geval het indienen van de aanvraag op of kort voor de uiterste datum, bedoeld in het eerste lid, langere tijd niet mogelijk is door een calamiteit aan de kant van het elektronisch loket kan de minister met inachtneming van een redelijke termijn een nieuw tijdstip voor uiterste indiening van de aanvraag bepalen.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**7.** De minister beslist op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk op 30 juni van het jaar volgend op het aanvraagjaar.
|
||||
De landbouwer houdt de gegevens die ingevolge het tweede lid, onderdelen b, c en d, zijn ingediend, gedurende het aanvraagjaar actueel met dien verstande dat nadat zich een wijziging heeft voorgedaan de gegevens door middel van een door de minister beschikbaar gesteld formulier kunnen worden gewijzigd die betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. de percelen en de landschapselementen die ter beschikking van de landbouwer staan;
|
||||
b. de gewassen die per perceel worden geteeld; en
|
||||
c. de eco-activiteiten per perceel, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24:
|
||||
|
||||
1°. die worden uitgevoerd met inachtneming van de uiterste termijn, bedoeld in bijlage 2;
|
||||
2°. die niet, gedeeltelijk niet, of niet volgens de voorwaarden, worden uitgevoerd;
|
||||
d. ingeval van de teelt van hennep, het geteelde ras en een indicatie van de hoeveelheid gebruikt zaaizaad, uitgedrukt in kilogrammen per hectare.
|
||||
|
||||
**5.** Onverminderd de in het vierde lid, onderdeel c, bedoelde termijn, worden wijzigingen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, uiterlijk doorgegeven op de peildatum. Wanneer de peildatum op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag valt wordt de uiterste termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid kan een landbouwer die na de in het eerste lid bedoelde periode is begonnen met zijn landbouwactiviteit tot en met de peildatum een aanmelding doen.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het eerste lid doet de landbouwer die in aanvraagjaar 2023 aanspraak wil maken op betalingen hiertoe in de periode van 1 maart tot en met 15 mei 2023 een aanmelding.
|
||||
|
||||
**8.** In geval het indienen van de aanmelding op of kort voor de sluitingsdatum, genoemd in het eerste lid, langere tijd niet mogelijk is door een calamiteit aan de kant van het elektronisch loket kan de minister met inachtneming van een redelijke termijn een nieuw tijdstip voor uiterste indiening van de aanmelding bepalen.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Een landbouwer die ingevolge artikel 10 een aanmelding tot deelname heeft gedaan dient in de periode van 15 oktober tot en met 30 november van het aanvraagjaar een aanvraag in. Wanneer 30 november een zaterdag of zondag is wordt de uiterste termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag of zondag is.
|
||||
|
||||
**2.** Na de in het eerste lid bedoelde uiterste datum kunnen geen wijzigingen meer worden aangebracht in de aanvraag, behoudens gevallen als bedoeld in artikel 59, zesde lid, van verordening 2021/2116 en artikel 46.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De aanvraag wordt gedaan door middel van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier en bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een opgave van alle percelen en in voorkomend geval alle landschapselementen die op de peildatum ter beschikking van de landbouwer staan;
|
||||
b. een opgave van de zeldzame landbouwhuisdierrassen, als bedoeld in artikel 28, die betrekking hebben op het desbetreffende aanvraagjaar;
|
||||
c. indien van toepassing een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 5, derde lid;
|
||||
d. indien van toepassing een volledige invulling voor het aandeel niet productieve grond, bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met bijlage 4, onder 8; en
|
||||
e. een opgave van de gerealiseerde eco-activiteiten.
|
||||
|
||||
**4.** In geval het indienen van de aanvraag op of kort voor de sluitingsdatum, genoemd in het eerste lid, langere tijd niet mogelijk is door een calamiteit aan de kant van het elektronisch loket kan de minister met inachtneming van een redelijke termijn een nieuw tijdstip voor uiterste indiening van de aanvraag bepalen.
|
||||
|
||||
**5.** De minister beslist op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk op 30 juni van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een landbouwer niet voldoet aan het vereiste, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, wordt de aanvraag door de minister aangepast door beschikbare niet productieve gronden aan te wijzen totdat aan de verplichting van artikel 32, onderdeel b, in samenhang met bijlage 4, onder 8, wordt voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -321,12 +328,14 @@ De belastingdienst maakt voor de uitvoering van deze regeling het BTW-nummer van
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De minister kan een ontheffing verlenen van de verplichting langs elektronische weg de aanvraag, bedoeld in artikel 10, eerste lid, in te dienen, in geval de landbouwer aantoont:
|
||||
De minister kan een ontheffing verlenen van de verplichting langs elektronische weg de aanmelding, bedoeld in artikel 10, eerste lid, of de aanvraag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, in te dienen, in geval de landbouwer aantoont:
|
||||
|
||||
a. te behoren tot een geloofsgemeenschap die het gebruik van de elektronische weg in zijn geheel afwijst; of
|
||||
b. niet te beschikken over een computer met internetverbinding en niet eerder langs elektronische weg contact te hebben gelegd met RVO of de rijksoverheid.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontheffing wordt uiterlijk op 1 maart van het aanvraagjaar aangevraagd.
|
||||
**2.** Een ontheffing wordt uiterlijk op 1 november voorafgaand aan het aanvraagjaar aangevraagd.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid wordt de ontheffing voor aanvraagjaar 2023 uiterlijk op 1 maart 2023 aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -379,65 +388,55 @@ De minister stelt elk jaar een vast bedrag per jonge landbouwer als bedoeld in a
|
|||
|
||||
De Eco-activiteiten in de categorie hoofdteelt zijn:
|
||||
|
||||
a. een rustgewas, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
a. een *rustgewas*, onder de volgende voorwaarde:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt uitsluitend een of meerdere gewassen uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en
|
||||
2°. op het betreffende perceel is in de voorgaande drie kalenderjaren tenminste één keer een rustgewas als bedoeld in bijlage VIb van de Omgevingsregeling of een rustgewas uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in bijlage 1, als hoofdteelt geteeld.
|
||||
de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking.
|
||||
b. een *vezelgewas*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘vezelgewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en
|
||||
2°. artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op de teelt van hennep.
|
||||
c. een *stikstofbindend gewas*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
c. een *stikstofbindend gewas*onder de volgende voorwaarde:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt uitsluitend één of meerdere gewassen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking of teelt een gewas uit de gewassenlijst 'stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1 in combinatie met graan, waarbij de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt is waarvan minimaal 50% met stikstofbindende gewassen; en
|
||||
2°. de landbouwer past deze eco-activiteit niet toe op een perceel dat het voorgaande jaar blijvend grasland was.
|
||||
d. een *verlengde teelt*, vanaf het tweede jaar, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
de landbouwer teelt uitsluitend één of meerdere gewassen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking.
|
||||
d. een *meerjarige teelt*, vanaf het tweede jaar, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘verlengde teelten’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘meerjarige gewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en
|
||||
2°. het gewas is in het voorgaande jaar als hoofdteelt geteeld en staat aaneengesloten op het perceel.
|
||||
e. *langjarig grasland*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer houdt blijvend grasland in stand op het perceel in de periode van 1 januari tot en met 31 december;
|
||||
2°. op het perceel is vanaf 1 januari 2023 uitsluitend lichte grondbewerking toegepast; en
|
||||
3°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het betreffende perceel blijvend grasland.
|
||||
3°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het perceel landbouwgrond.
|
||||
f. *kruidenrijk grasland*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt:
|
||||
|
||||
a. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, op het perceel, waarbij van 1 juni tot 1 oktober en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 1 oktober de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt is waarvan minimaal 25% met kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25% met gras, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; of
|
||||
b. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij van 1 juni tot 1 oktober en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 1 oktober minimaal 25 procent uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, op de grasstroken tussen de fruitbomen of -struiken of de boomkwekerijgewassen, op minimaal 30 procent van de oppervlakte van de grasstroken; en
|
||||
a. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, op het perceel, waarbij van 1 april tot 1 oktober minimaal 25 procent van het perceel uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; of
|
||||
b. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij van 1 april tot 1 oktober minimaal 25 procent uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, op de grasstroken tussen de fruitbomen of -struiken, op minimaal 30 procent van de oppervlakte van de grasstroken; en
|
||||
2°. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel.
|
||||
g. een *natte teelt,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘natte teelten’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdgewas met een zichtbare bedekking;
|
||||
2°. de teelt vindt plaats op areaal dat sinds 2015 minimaal één jaar werd aangemerkt als landbouwareaal; en
|
||||
2°. de teelt vindt plaats op areaal dat tussen 2015 en 2022 werd aangemerkt als landbouwareaal; en
|
||||
3°. de landbouwer oogst het gewas ten minste eenmaal per kalenderjaar.
|
||||
h. een *vroeg ras rooigewas 1 september*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘vroeg ras rooigewas 1 september’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking;
|
||||
2°. de landbouwer oogst het aangegeven vroeg ras rooigewas vóór 1 september van het aanvraagjaar; en
|
||||
3°. de landbouwer voert het gewas en de gewasresten af van het perceel of werkt de gewasresten onder vóór 1 september van het aanvraagjaar.
|
||||
i. *voedselbos* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
i. een *vroeg ras rooigewas 1 november*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. het gaat om een voedselbos als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdeel a, dat sinds 2015 minimaal één jaar werd aangemerkt als landbouwareaal;
|
||||
2°. het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden en bemesting is niet toegestaan;
|
||||
3°. het keren, ploegen, spitten of woelen van de grond is niet toegestaan;
|
||||
4°. het perceel voedselbos heeft een aaneengesloten oppervlak van minimaal 0,5 hectare;
|
||||
5°. per hectare staan er minimaal 15 verschillende soorten voedselproducerende bomen en struiken, van de soorten, bedoeld in de Soortenlijst behorende bij de gewascode voedselbossen van de Stichting Voedselbosbouw; en
|
||||
6°. er is een teeltplan voor het voedselbos dat tenminste bestaat uit te volgende elementen:
|
||||
|
||||
a. een lijst met aangeplante of aan te planten soorten;
|
||||
b. het ontwerp van het voedselbos; en
|
||||
c. wanneer en wat voor voedsel de eetbare soorten zullen opleveren.
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘vroeg ras rooigewas 1 november’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en
|
||||
2°. de landbouwer oogst het aangegeven vroeg ras rooigewas vóór 1 november van het aanvraagjaar.
|
||||
j. *grasklaver*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. van 1 juni tot 1 augustus wordt de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt waarvan minimaal 25% met gras en minimaal 25% met klaver; en
|
||||
1°. van 1 april tot 1 juli bestaat minimaal 25 procent van het perceel uit gras en minimaal 25 procent uit klaver, met een zichtbare bedekking van grasklaver; en
|
||||
2°. gras en klaver zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel.
|
||||
k. *strokenteelt*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. het perceel landbouwgrond bestaat uit minimaal vijf stroken;
|
||||
2°. de stroken zijn minimaal drie en maximaal 27 meter breed;
|
||||
3°. de landbouwer teelt een combinatie van minimaal vier gewassen (waarbij twee dezelfde gewassen niet naast elkaar mogen liggen), met uitzondering van blijvend grasland, als hoofdteelt met een zichtbare bedekking, waarvan tenminste twee productieve gewassen en één rustgewas uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in bijlage 1; en
|
||||
2°. de stroken zijn minimaal drie en maximaal 24 meter breed;
|
||||
3°. de landbouwer teelt een combinatie van minimaal vijf gewassen, met uitzondering van blijvend grasland, als hoofdteelt met een zichtbare bedekking, waarvan tenminste twee productieve gewassen en één rustgewas uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in bijlage 1; en
|
||||
4°. een strook met struiken en bomen waaronder boslandbouw is toegestaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
|
@ -447,165 +446,51 @@ De Eco-activiteiten in de categorie bodemgewas zijn:
|
|||
a. *onderzaai vanggewas,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een vanggewas uit de gewassenlijst ‘groenbemesters / vanggewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als onderzaai in combinatie met de hoofdteelt, zodat dit leidt tot zichtbare bodembedekking direct na de oogst van de hoofdteelt;
|
||||
2°. tot ten minste 1 december is de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt met het aangegeven vanggewas;
|
||||
2°. tot ten minste 1 december bestaat de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80 procent uit het aangegeven vanggewas;
|
||||
3°. de hoofdteelt en de onderzaai zijn verschillende gewassen; en
|
||||
4°. het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden op het perceel is na de oogst van de hoofdteelt niet toegestaan.
|
||||
b. *groenbedekking,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groenbemesters / vanggewassen’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij gedurende de gehele periode van 1 januari tot 1 maart de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt is met het aangegeven gewas;
|
||||
2°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen of biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het betreffende landbouwareaal;
|
||||
3°. de groenbedekking wordt mechanisch ondergewerkt voorafgaand aan de hoofdteelt in het betreffende aanvraagjaar, zonder doodspuiten of branden van het gewas; en
|
||||
4°. het gewas mag doodvriezen.
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groenbemesters / vanggewassen’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij gedurende de gehele periode van 1 januari tot 1 maart de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80 procent uit het aangegeven gewas bestaat;
|
||||
2°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen of biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het perceel landbouwgrond; en
|
||||
3°. de groenbedekking wordt mechanisch ondergewerkt voorafgaand aan de hoofdteelt in het betreffende aanvraagjaar, zonder doodspuiten of branden van het gewas.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
De Eco-activiteiten in de categorie teeltmaatregel zijn:
|
||||
De Eco-activiteit in de categorie teeltmaatregel is:
|
||||
|
||||
a. *biologische bestrijding*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
*biologische bestrijding*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘biologische bestrijding’ als bedoeld in bijlage 1;
|
||||
2°. op het perceel met biologische bestrijding wordt een of een combinatie van de volgende technieken toegepast:
|
||||
|
||||
i. de steriele insectentechniek (SIT) ter beheersing van de uienvlieg;
|
||||
ii. feromoonverwarring ter beheersing van de fruitmot, pruimenmot, bessenglasvlinder, vruchtbladroller, leverkleurige bladroller, grote appelbladroller, of heggebladroller;
|
||||
iii. nematoden;
|
||||
iv. bacteriepreparaten;
|
||||
v. een bestrijder uit bijlage VIIb, onderdeel A, van de Omgevingsregeling;
|
||||
3°. de landbouwer bewaart het aankoopbewijs van de toepassing van de biologische bestrijding en het betaalbewijs gedurende 5 jaar in zijn administratie. Het aankoopbewijs vermeldt tenminste de naam van de teler van het gewas, de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten of het perceelnummer uit de Gecombineerde Opgave, bedoeld in artikel 2 van de voor het desbetreffende jaar geldende Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave, een indicatie van de oppervlakte van het perceel waarop de biologische bestrijding is toegepast, de leverancier en de prijs en hoeveelheid van de geleverde biologische bestrijding.
|
||||
b. *precisiegewasbescherming*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer past op het perceel, gedurende de hoofdteelt in het aanvraagjaar, plaatsspecifieke dosering van gewasbeschermingsmiddelen toe door middel van een taakkaart die een GPS-gestuurde spuit aanstuurt dan wel een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde spuit;
|
||||
2°. de spuitboom beschikt minimaal over de mogelijkheid om variabel per sectie de spuitdoppen aan te sturen;
|
||||
3°. de landbouwer:
|
||||
|
||||
a. heeft machines en werktuigen die precisiegewasbescherming kunnen uitvoeren ter beschikking op grond van eigendom of huur dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar of de verhuurder; of
|
||||
b. beschikt over een factuur van een loonwerker met vermelding van de uitgevoerde handeling(en), de datum van de handeling, en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten of het perceelnummer uit de Gecombineerde Opgave, bedoeld in artikel 2 van de voor het desbetreffende jaar geldende Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie;
|
||||
4°. de landbouwer beschikt voor iedere toepassing van precisiegewasbescherming over:
|
||||
|
||||
a. een taakkaart bij een GPS-gestuurde spuit, waarop de geplande handeling(en), en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten staan aangegeven,en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie; of
|
||||
b. een resultaatkaart bij een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde spuit waarop de uitgevoerde handelingen en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten staan aangegeven, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie;
|
||||
5°. de landbouwer houdt een register bij als bedoeld in artikel 67 van verordening (EG) Nr 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L309);
|
||||
6°. landbouwareaal dat braak ligt, inclusief landschapselementen, is uitgesloten van deze Eco-activiteit; en
|
||||
7°. de landbouwer voldoet aan de beheerseisen RBE 7.1 en RBE 8.1 tot en met 8.8, bedoeld in artikel 32, onderdeel a, in samenhang met bijlage 3.
|
||||
c. *precisiebemesting,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer past op het perceel, gedurende de hoofdteelt in het aanvraagjaar, plaatsspecifieke dosering van bemesting toe door middel van een taakkaart die een GPS-gestuurde strooier (bij korrel- of vaste meststoffen) of – spuit (vloeibare meststoffen) of – zodebemester of – sleepvoetbemester (drijfmest) aanstuurt dan wel een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde machine;
|
||||
2°. de strooier dient ingericht te zijn om meststoffen over de strooibreedte plaatsspecifiek te kunnen doseren;
|
||||
3°. de spuitboom beschikt minimaal over de mogelijkheid om variabel per sectie de spuitdoppen aan te sturen;
|
||||
4°. de zodebemester en sleepvoetbemesters dienen ingericht te zijn om de drijfmest over de inbrengbreedte plaatsspecifiek te kunnen doseren;
|
||||
5°. de landbouwer:
|
||||
|
||||
a. heeft machines en werktuigen die precisiebemesting kunnen uitvoeren ter beschikking op grond van eigendom of huur dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar of de verhuurder; of
|
||||
b. beschikt over een factuur van een loonwerker met vermelding van de uitgevoerde handeling(en), de datum van de handeling en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten of de naam en het perceelnummer uit de Gecombineerde Opgave, bedoeld in artikel 2 van de voor het desbetreffende jaar geldende Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie;
|
||||
6°. de landbouwer beschikt voor iedere toepassing van precisiebemesting over:
|
||||
|
||||
a. een taakkaart bij een GPS-gestuurde machine, waarop de geplande handeling(en) en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten staan aangegeven, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie; of
|
||||
b. een resultaatkaart bij een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde machine waarop de uitgevoerde handelingen, en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten staan aangegeven, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie;
|
||||
7°. landbouwareaal dat braak ligt, inclusief landschapselementen, is uitgesloten van deze eco-activiteit; en
|
||||
8°. de landbouwer voldoet aan de beheerseisen RBE 2.2 tot en met 2.5, 2.7 tot en met 2.9, 2.11, 2.13 en 2.15, bedoeld in artikel 32, onderdeel a, in samenhang met bijlage 3.
|
||||
d. *fertigatie*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer beschikt op het perceel, tijdens de hoofdteelt, over een functioneel werkende druppelirrigatie met doseersysteem;
|
||||
2°. het doseersysteem kan via leidingen of slangen een mengsel van water en vloeibare meststoffen beschikbaar stellen;
|
||||
3°. De landbouwer beschikt over een boekhouding waar de registratie van meststoffen die via het doseersysteem worden toegediend wordt vastgelegd, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie.
|
||||
4°. nutriënten worden gedoseerd toegevoegd aan het water;
|
||||
5°. landbouwareaal dat braak ligt, inclusief landschapselementen, is uitgesloten van deze eco-activiteit; en
|
||||
6°. de landbouwer voldoet aan de beheerseisen RBE 2.3, 2.5, 2.11, 2.13 en 2.15, bedoeld in artikel 32, onderdeel a, in samenhang met bijlage 3.
|
||||
e. *Tagetes als aaltjesbestrijding*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt uitsluitend *Tagetes patula* als hoofdteelt met een zichtbare bedekking;
|
||||
2°. de teelt vindt minimaal drie aansluitende maanden plaats;
|
||||
3°. de landbouwer gebruikt minimaal de in de Aanbevelende Rassenlijst voor landbouwgewassen CSAR aanbevolen hoeveelheid zaaizaad;
|
||||
4°. de landbouwer bewaart de etiketten van het zaaizaad van de *Tagetes patula* gedurende 5 jaar in zijn administratie;
|
||||
5°. het areaal was in het voorgaand aanvraagjaar geen blijvend grasland.
|
||||
2°. op het perceel met biologische bestrijding wordt de steriele insectentechniek (SIT) ter beheersing van de uienvlieg of feromoonverwarring ter beheersing van de fruitmot, pruimenmot, bessenglasvlinder, vruchtbladroller, leverkleurige bladroller, grote appelbladroller, of heggebladroller toegepast; en
|
||||
3°. de landbouwer bewaart het aankoopbewijs van de toepassing van de biologische bestrijding en het betaalbewijs gedurende 5 jaar in zijn administratie. Het aankoopbewijs vermeldt tenminste de naam van de teler van het gewas, de GPS-coördinaten van het perceel, een indicatie van de oppervlakte van het perceel waarop de biologische bestrijding is toegepast, de leverancier en de prijs en hoeveelheid van de geleverde biologische bestrijding.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
De eco-activiteiten, bedoeld in artikel 20, onderdelen b, c en d, en artikel 23, onderdeel c, zijn niet toegestaan op een bufferstrook als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4 § 2. Water.
|
||||
De eco-activiteiten, bedoeld in de artikelen 18, onderdelen a tot en met j, 19, 20 en artikel 23, onderdeel c, zijn niet toegestaan op een bufferstrook als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
De Eco-activiteiten in de categorie veemaatregel zijn:
|
||||
|
||||
De eco-activiteiten in de categorie veemaatregel zijn:
|
||||
a. * overdag weiden,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
weiden categorie 1 of weiden categorie 2 onder de volgende voorwaarden:
|
||||
1°. het melkvee van runderen wordt tenminste 6 uur per dag geweid in de periode van 1 mei tot en met 30 september;
|
||||
2°. geen verplichting voor weiden geldt:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer verleent toestemming als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, onderdeel d; en
|
||||
2°. de landbouwer neemt deel aan een erkend certificeringsschema als bedoeld in artikel 22b en voldoet volgens vaststelling door de certificerende instantie aan de eisen van dit certificeringsschema.
|
||||
i. indien de verwachte THI 68 of meer bedraagt;
|
||||
ii. voor droge koeien, zieke koeien en koeien die onlangs hebben afgekalfd, tot maximaal 14 dagen na de afkalfdatum;
|
||||
3°. indien er sprake is van vrije uitloop, is maximaal 25 procent van het melkvee in de stal aanwezig gedurende de uren dat er geweid wordt;
|
||||
4°. de landbouwer houdt een weidekalender bij waarin tenminste de weidedagen, en de tijdstippen van beweiding, zoals starttijd en eindtijd, zijn vastgelegd; en
|
||||
5°. De landbouwer bewaart de weidekalender gedurende 5 jaar in zijn administratie.
|
||||
b. *dag en nacht weiden*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het certificeringsschema bevat voorschriften voor het weiden, waaronder:
|
||||
|
||||
1°. ten minste 1.500 uur per jaar (weiden categorie 1) of 2.500 uur per jaar (weiden categorie 2) weiden;
|
||||
2°. voorwaarden voor het bepalen van het aantal uren weiden, indien er sprake is van vrije uitloop;
|
||||
3°. het bijhouden van een register waarin tenminste de weidedagen en de tijdstippen van beweiding, zoals starttijd en eindtijd, zijn vastgelegd;
|
||||
4°. het bewaren van het register gedurende 5 jaar na afloop van het kalenderjaar waarop het register betrekking heeft in de administratie van de landbouwer; en
|
||||
5°. eisen aan de maximale hoeveelheid lacterend melkvee per hectare huiskavel om natuurlijk graasgedrag te borgen.
|
||||
|
||||
**2.** Het certificeringsschema geeft de mogelijkheid dat schaduwcontroles door de Minister, de Auditdienst Rijk of de Europese Commissie kunnen worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister kan op advies van de schema-eigenaar in een jaar met uitzonderlijke veterinaire of weersomstandigheden die de mogelijkheden voor weiden beperken bij besluit het vereiste aantal uren voor weiden categorie 1 of weiden categorie 2 voor dat jaar verlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 22b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Minister verleent op aanvraag een erkenning aan een certificeringsschema ten behoeve van de certificering van de eco-activiteit weiden, bedoeld in artikel 22, indien wordt voldaan aan de volgende eisen:
|
||||
|
||||
a. het certificeringsschema bevat de voorschriften, bedoeld in artikel 22a;
|
||||
b. het certificeringsschema is eigendom van een schema-eigenaar;
|
||||
c. het certificeringsschema heeft een voldoende mate van borging, handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid;
|
||||
|
||||
d. er is afdoende toezicht door de schema-eigenaar op de naleving van het certificeringsschema;
|
||||
e. de schema-eigenaar heeft een schriftelijke overeenkomst met een certificerende instantie die voor inspecties is geaccrediteerd door de Raad in het kader van norm NEN-EN/ISO 17020 met de scope op het uitvoeren van inspecties op weiden; en
|
||||
f. de schema-eigenaar beschikt over een audit- of inspectieregime waarmee invulling wordt gegeven aan de onderdelen c en d.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag voor erkenning kan tot 15 juni van het voorliggende kalenderjaar waarop het certificeringsschema van toepassing is worden ingediend, waarbij ten minste de volgende gegevens worden verstrekt:
|
||||
|
||||
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de schema-eigenaar;
|
||||
b. het certificeringsschema;
|
||||
c. een beschrijving en bewijsstukken waaruit blijkt dat aan de voorschriften van het eerste lid wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Wijzigingen van de gegevens, bedoeld in het tweede lid worden binnen 30 dagen aan de Minister gemeld.
|
||||
|
||||
**4.** Een erkenning wordt verleend voor een kalenderjaar en is niet overdraagbaar.
|
||||
|
||||
**5.** De erkenning kan met een jaar worden verlengd na schriftelijk verzoek van de schemaeigenaar voor 15 juni voorafgaand aan het kalenderjaar waarop het certificeringsschema van toepassing is.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De Minister trekt een erkenning in:
|
||||
|
||||
a. op verzoek van de schema-eigenaar;
|
||||
b. indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en kennis van de juiste en volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
|
||||
c. indien niet meer wordt voldaan aan een of meer eisen als bedoeld in het eerste lid; of
|
||||
d. indien wijzigingen als bedoeld in het derde lid niet of niet tijdig worden gemeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 22c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De certificerende instantie controleert of de landbouwer voldoet aan
|
||||
|
||||
het erkende certificeringsschema, bedoeld in artikel 22b voor de eco-activiteit weiden.
|
||||
|
||||
**2.** De certificerende instantie heeft een schriftelijke deelname overeenkomst met de landbouwer.
|
||||
|
||||
**3.** De certificerende instantie verstrekt jaarlijks, uiterlijk 15 oktober aan de Minister een verklaring waarin wordt aangegeven welke landbouwers deelnemen en voldoen aan het erkende certificeringsschema voor de eco-activiteit weiden.
|
||||
|
||||
**4.** Indien tijdens de controles blijkt dat de landbouwer niet voldoet aan het erkende certificeringsschema stelt de certificerende instantie de desbetreffende landbouwer en de Minister hiervan in kennis.
|
||||
|
||||
**5.** In geval van intrekking als bedoeld in artikel 22b, zesde lid, geeft de certificerende instantie de in het derde lid bedoelde verklaringen niet meer af.
|
||||
|
||||
**6.** De certificerende instantie houdt een administratie bij waaruit de relevante informatie blijkt over de aanmeldingen voor het certificeringsschema, uitgevoerde controles, toewijzing en afwijzing van deelname aan het certificeringsschema en afgegeven verklaringen en bewaart deze ten minste 5 jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de deelname aan het certificeringsschema van toepassing is.
|
||||
|
||||
**7.** De certificerende instantie gaat akkoord met schaduwcontroles door de Minister, de Auditdienst Rijk of de Europese Commissie.
|
||||
1°. het melkvee van runderen wordt tenminste 16 uur per dag geweid in de periode van 1 mei tot en met 30 september;
|
||||
2°. geen verplichting voor overdag weiden geldt indien de verwachte THI 68 of meer bedraagt;
|
||||
3° Geen verplichting voor dag en nacht weiden geldt voor droge koeien, zieke koeien en koeien die onlangs hebben afgekalfd, tot maximaal 14 dagen na de afkalfdatum;
|
||||
4°. indien er sprake is van vrije uitloop, is maximaal 25 procent van het melkvee in de stal aanwezig gedurende de uren dat er geweid wordt;
|
||||
5°. de landbouwer houdt een weidekalender bij waarin tenminste de weidedagen, en de tijdstippen van beweiding, zoals starttijd en eindtijd, zijn vastgelegd; en
|
||||
6°. De landbouwer bewaart de weidekalender gedurende 5 jaar in zijn administratie.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -614,7 +499,7 @@ De Eco-activiteiten in de categorie niet-productieve grond zijn:
|
|||
a. *heg, haag, struweel,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer houdt een heg, haag, of struweel gelegen op of grenzend aan landbouwgrond in stand van 1 januari tot en met 31 december;
|
||||
2°. een heg, haag of struweel bestaat uit een lijnvormig element met aaneengesloten opgaande begroeiing van voornamelijk inheemse struiken, waarbij uitheemse soorten en bomen worden verwijderd en waarbij voor een nieuw aangeplante heg, haag of struweel geldt dat aan deze voorwaarde wordt voldaan als de plantdichtheid bij aanplant zodanig is dat binnen drie jaar na die aanplant een aaneengesloten opgaande begroeiing aanwezig is;
|
||||
2°. een heg, haag of struweel bestaat uit een lijnvormig element met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse struiken, zonder voorkomen van bomen of uitheemse soorten;
|
||||
3°. een heg, haag of struweel wordt in stand gehouden door periodiek te snoeien of te knippen, zodat de begroeiing bestaat uit alleen opgaande begroeiing; en
|
||||
4°. het knippen of snoeien van landschapselementen is niet toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 15 juli en in het geval buiten die periode in landschapselementen door vogels wordt gebroed.
|
||||
b. *landschapselement hout*, onder de volgende voorwaarde:
|
||||
|
|
@ -623,27 +508,25 @@ b. *landschapselement hout*, onder de volgende voorwaarde:
|
|||
2°. het knippen of snoeien van landschapselementen is niet toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 15 juli en in het geval buiten die periode in landschapselementen door vogels wordt gebroed.
|
||||
c. *groene braak*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt voor een periode van minimaal 9 aaneengesloten maanden in het aanvraagjaar een gewas uit de gewassenlijst ‘groene braak’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt op bouwland;
|
||||
2°. het perceel is minimaal drie meter breed;
|
||||
3°. in de periode van 31 mei tot 31 augustus is de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt met het aangegeven gewas;
|
||||
4°. het is niet toegestaan om tijdens en na de braakperiode het aanwezige gewas in het betreffende aanvraagjaar alsnog te oogsten, te bemesten of er chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden op toe te passen;
|
||||
5°. beweiden of oogsten van het aangegeven gewas is het gehele aanvraagjaar niet toegestaan; en
|
||||
6°. het areaal was in het voorgaand aanvraagjaar geen blijvend grasland.
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groene braak’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt op bouwland, die minimaal drie meter breed is;
|
||||
2°. in de periode van 31 mei tot 31 augustus bestaat de oppervlakte voor minimaal 80 procent uit het aangegeven gewas;
|
||||
3°. er wordt geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden op het perceel; en
|
||||
4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan.
|
||||
d. een kruidenrijke bufferstrook langs bouwland of blijvende teelt, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer beheert een kruidenrijke beheerde bufferstrook die minimaal drie meter en maximaal 12 meter breed is en geheel of gedeeltelijk samenvalt met de bufferstrook, bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a;
|
||||
2°. de bufferstrook ligt direct langs bouwland, met uitzondering van tijdelijk grasland, of direct langs een perceel blijvende teelt;
|
||||
2°. de bufferstrook ligt op of langs bouwland, met uitzondering van tijdelijk grasland, of op of langs een perceel blijvende teelt;
|
||||
3°. er wordt op de bufferstrook geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
|
||||
4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan;
|
||||
5°. van 1 juni tot 1 oktober en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 1 oktober heeft de kruidenrijke bufferstrook een zichtbare bedekking bestaande uit tenminste 25 procent duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
|
||||
5°. van 1 april tot 1 oktober bestaat minimaal 25 procent van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
|
||||
6°. kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verspreid over de bufferstrook aanwezig.
|
||||
e. een kruidenrijke bufferstrook langs grasland, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer beheert een kruidenrijke beheerde bufferstrook die minimaal drie meter en maximaal 12 meter breed is en geheel of gedeeltelijk samenvalt met de bufferstrook, bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a;
|
||||
2°. de kruidenrijke bufferstrook ligt direct langs een perceel met grasland;
|
||||
2°. de kruidenrijke bufferstrook ligt langs een perceel met grasland;
|
||||
3°. er wordt op de bufferstrook geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
|
||||
4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan;
|
||||
5°. van 1 juni tot 1 oktober en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 1 oktober heeft de kruidenrijke bufferstrook een zichtbare bedekking bestaande uit tenminste 25 procent duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
|
||||
5°. van 1 april tot 1 oktober bestaat minimaal 25 procent van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
|
||||
6°. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verspreid over de bufferstrook aanwezig.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
|
@ -663,23 +546,23 @@ De landbouwer die aanspraak maakt op de betaling voor de eco-regeling, bedoeld i
|
|||
|
||||
a. voldoet per uitgevoerde eco-activiteit aan de desbetreffende voorwaarden, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24;
|
||||
b. heeft voor de subsidiabele hectares per regio een minimaal aantal punten volgens de verdeelsleutel, bedoeld in bijlage 2, onderdeel C, behaald voor de verbetering van klimaat, bodem en lucht, water, landschap en biodiversiteit gedifferentieerd naar regio als bedoeld in bijlage 2, onderdeel B;
|
||||
c. heeft voor de uit te betalen subsidiabele hectares minimaal een waarde op het niveau van het tarief brons behaald, als bedoeld in artikel 27, vierde lid; en
|
||||
c. heeft voor de subsidiabele hectares minimaal een waarde op het niveau van het tarief brons behaald, als bedoeld in artikel 27, vierde lid; en
|
||||
d. is verantwoordelijk voor de uitvoering van de eco-activiteiten op de subsidiabele hectares die op de peildatum bij hem in gebruik zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd artikel 10, tweede lid, onderdeel b en derde lid, onderdeel b, geeft de landbouwer, uiterlijk op de in bijlage 2 genoemde datum, aan welke eco-activiteiten op welke percelen zullen worden uitgevoerd. Wanneer deze uiterste datum op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene termijnenwet eindigt, wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
|
||||
**2.** Onverminderd artikel 10, tweede lid, onderdeel d en vierde lid, onderdeel c, geeft de landbouwer, uiterlijk op de in bijlage 2 genoemde datum, aan welke eco-activiteiten op welke percelen zullen worden uitgevoerd. Wanneer deze uiterste datum op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene termijnenwet eindigt, wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** Uitbetaling kan worden gevraagd voor de uitvoering van verschillende, elkaar niet uitsluitende eco-activiteiten op hetzelfde perceel, als bedoeld in bijlage 2, onderdeel D, waarbij zowel de punten als de waardes van die eco-activiteit bij elkaar mogen worden opgeteld.
|
||||
**1.** Uitbetaling kan worden gevraagd voor de uitvoering van verschillende, elkaar niet uitsluitende eco-activiteiten op hetzelfde perceel, als bedoeld in bijlage 2, waarbij zowel de punten als de waardes van die eco-activiteit bij elkaar mogen worden opgeteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de uitvoering van verschillende eco-activiteiten op hetzelfde perceel die dezelfde handeling omvatten als bedoeld in bijlage 2, onderdeel D:
|
||||
Bij de uitvoering van verschillende eco-activiteiten op hetzelfde perceel die dezelfde handeling omvatten als bedoeld in bijlage 2:
|
||||
|
||||
a. worden de punten toegekend van de activiteit die het hoogste aantal te behalen punten oplevert; en
|
||||
b. wordt de waarde toegekend van de activiteit die de hoogste waarde oplevert.
|
||||
|
||||
**3.** Indien naast een aanvraag om uitbetaling voor het uitvoeren van een eco-activiteit voor dezelfde handeling op hetzelfde perceel of deel van het perceel tevens een aanvraag wordt gedaan om uitbetaling in het kader van de subsidieregelingen ANLb, wordt voor het overlappende deel van het perceel voor de eco-activiteit geen waarde toegekend.
|
||||
**3.** Indien naast een aanvraag om uitbetaling voor het uitvoeren van een eco-activiteit voor dezelfde handeling op hetzelfde perceel tevens een aanvraag wordt gedaan om uitbetaling in het kader van de subsidieregelingen ANLb, wordt voor de eco-activiteit geen waarde toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
@ -701,24 +584,13 @@ c. 200 euro of meer, vindt uitbetaling plaats op het niveau van het tarief goud.
|
|||
|
||||
**6.** In afwijking van het vierde lid vindt uitbetaling plaats op het niveau van het tarief goud indien het bedrijf van de landbouwer voor het gehele landbouwareaal dat bij de landbouwer in gebruik is SKAL gecertificeerd is overeenkomstig verordening (EU) 2018/848 of in omschakeling is.
|
||||
|
||||
**7.** De hoogte van de uitbetaling wordt berekend door het tarief, bedoeld in het vijfde lid, te vermenigvuldigen met het aantal subsidiabele hectares.
|
||||
**7.** De hoogte van de uitbetaling wordt berekend door het tarief, bedoeld in het vierde lid, te vermenigvuldigen met het aantal subsidiabele hectares.
|
||||
|
||||
**8.** Indien een solitaire boom wordt ingezet als landschapselement hout als bedoeld in artikel 23, onderdeel b, wordt in afwijking van het eerste lid het aantal te behalen punten voor de verbetering van klimaat, bodem en lucht, water, landschap en biodiversiteit voor de eco-activiteit landschapselement hout zoals vastgesteld in bijlage 2 berekend door de oppervlakte van de boom te vermenigvuldigen met conversiefactor 20.
|
||||
**8.** In geval van activiteiten op niet-productieve gronden die worden ingezet voor artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 8, wordt voor de eco-activiteiten groene braak, kruidenrijke bufferstrook langs grasland, en kruidenrijke bufferstrook langs bouwland of blijvende teelt, geen waarde toegekend.
|
||||
|
||||
**9.** Op ecologisch kwetsbaar blijvend grasland als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 9, wordt voor de eco-activiteit langjarig grasland geen waarde toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
**1.** Ten behoeve van de controle op de naleving van de voorwaarden en de uitvoering van eco-activiteiten kan aan de landbouwer als bewijs daarvan een gegeotagde foto als genoemd in artikel 11 van verordening (EU) 2022/1173 worden gevraagd.
|
||||
|
||||
**2.** De gegeotagde foto wordt ingestuurd met een door de minister beschikbaar gesteld middel binnen de daarvoor gestelde termijn, bij gebreke waarvan de betreffende eco-activiteit als niet uitgevoerd wordt beschouwd.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De minister kan op aanvraag een ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde verplichting in geval de landbouwer met een door de minister beschikbaar gesteld middel aantoont:
|
||||
|
||||
a. te behoren tot een geloofsgemeenschap die het gebruik van de elektronische weg in zijn geheel afwijst; of
|
||||
b. niet te beschikken over apparatuur om de gegeotagde foto te maken en in te sturen.
|
||||
**10.** Indien een solitaire boom wordt ingezet als landschapselement hout als bedoeld in artikel 23, onderdeel b, wordt de hoogte van de uitbetaling, in afwijking van het zevende lid, berekend door de oppervlakte van de boom te vermenigvuldigen met conversiefactor 20, en vervolgens te vermenigvuldigen met het tarief.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Regeling voor zeldzame landbouwhuisdierrassen
|
||||
|
||||
|
|
@ -729,7 +601,7 @@ b. niet te beschikken over apparatuur om de gegeotagde foto te maken en in te st
|
|||
Een actieve landbouwer als bedoeld in artikel 5, kan aanspraak maken op de betaling voor het houden van raszuivere vrouwelijke en mannelijke dieren, als bedoeld en als zodanig geregistreerd in het I&R register, van de volgende zeldzame Nederlandse landbouwhuisdierrassen:
|
||||
|
||||
a. rund: Brandrood rund, Fries-Hollands vee, Groninger blaarkop, Lakenvelder, Verbeterd Roodbont;
|
||||
b. *schaap:* Drents heideschaap, Flevolander, Groot heideschaap, Fries melkschaap, Mergelland schaap, Nederlands bonte schaap, Noordhollander, Schoonebeeker heideschaap, Swifter, Veluws heideschaap, Zwartbles; en
|
||||
b. schaap: Blauwe Texelaar (inclusief Dassenkop Texelaar), Drents heideschaap, Flevolander, Groot heideschaap, Mergelland schaap, Fries melkschaap, Noordhollander, Schoonebeeker heideschaap, Swifter, Veluws heideschaap, Zwartbles; en
|
||||
c. geit: Nederlandse Bonte geit, Nederlandse Landgeit, Nederlandse Toggenburger geit, Nederlandse Witte geit.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -743,26 +615,24 @@ b. het dier staat ingeschreven in de aanvullende sectie van het stamboek, met te
|
|||
|
||||
Om in aanmerking te komen voor betalingen worden:
|
||||
|
||||
a. in geval van mannelijke en vrouwelijke runderen, tenminste 2,5 grootvee-eenheden gehouden;
|
||||
b. in geval van mannelijke en vrouwelijke geiten en schapen, tenminste 0,5 grootvee-eenheden gehouden.
|
||||
a. in geval van mannelijke en vrouwelijke runderen, tenminste 5 grootvee-eenheden gehouden;
|
||||
b. in geval van mannelijke en vrouwelijke geiten en schapen, tenminste 1,5 grootvee-eenheden gehouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** Betalingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, worden enkel verstrekt voor zover de aanvrager voldoet aan de beheerseisen van RBE 11, bedoeld in artikel 32, onderdeel a, in samenhang met bijlage 3, met dien verstande dat voor zover sprake is van een niet-naleving die een deel van de aangevraagde dieren raakt, enkel het aantal dieren waarop de niet-naleving betrekking heeft niet voor betaling in aanmerking komt.
|
||||
**1.** De aanvrager voldoet aan de beheerseisen RBE 9 en RBE 11, bedoeld in artikel 32, onderdeel a, in samenhang met bijlage 3.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 10 bevat de aanvraag in ieder geval:
|
||||
Onverminderd artikel 11 bevat de aanvraag in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de reeds automatisch ingevulde, actuele en voor de betaling relevante, juiste informatie uit het I&R register;
|
||||
a. de reeds automatisch ingevulde, actuele informatie uit het I&R register;
|
||||
b. het aantal zeldzame landbouwhuisdierrassen, bedoeld in artikel 28 eerste lid, uitgedrukt in grootvee-eenheden als bedoeld in artikel 30.
|
||||
c. de locatie van de dieren; en
|
||||
d. de leeftijd van de dieren.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het aantal grootvee-eenheden van de zeldzame landbouwhuisdierrassen wordt met inachtneming van punt 12, onderdeel b, van de bijlage bij verordening (EU) 2021/2290, berekend door:
|
||||
|
||||
a. de som van het aantal op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van het aanvraagjaar, op het unieke bedrijfsregistratienummer van de aanvrager, vastgestelde aantal grootvee-eenheden te delen door 4;
|
||||
|
|
@ -770,8 +640,6 @@ b. het aantal runderen van 2 jaar en ouder, te vermenigvuldigen met 1;
|
|||
c. het aantal runderen van 6 maanden tot 2 jaar oud, te vermenigvuldigen met 0,6;
|
||||
d. het aantal schapen of geiten van 6 maanden en ouder te vermenigvuldigen met 0,15.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een dier op een peildatum als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bij meer dan één houder geregistreerd staat, wordt het dier voor die peildatum toegerekend aan de laatst aanvoerende houder.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** De betaling wordt eenmaal per jaar verstrekt voor maximaal 100 grootvee-eenheden zeldzame landbouwhuisdierrassen, gehouden in het aanvraagjaar.
|
||||
|
|
@ -788,15 +656,10 @@ d. het aantal schapen of geiten van 6 maanden en ouder te vermenigvuldigen met 0
|
|||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een landbouwer die deelneemt aan één of meer van de onder artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde regelingen, neemt de volgende bepalingen in acht:
|
||||
|
||||
a. de beheerseisen, bedoeld in artikel 12 van verordening (EU) 2021/2115, opgenomen in bijlage 3;
|
||||
b. de normen voor het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwareaal, bedoeld in artikel 13 van verordening (EU) 2021/2115, opgenomen in bijlage 4; en
|
||||
c. de sociale conditionaliteiten, bedoeld in artikel 14 van verordening (EU) 2021/2115, opgenomen in bijlage 4a.
|
||||
|
||||
**2.** Percelen die zijn gecertificeerd overeenkomstig verordening (EU) 2018/848 of in omschakeling zijn naar biologisch worden geacht te voldoen aan de in het eerste lid, onderdeel b, en Bijlage IV bedoelde GLMC-normen 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 10 voor het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwareaal.
|
||||
a. de beheerseisen, bedoeld in artikel 12 van verordening (EU) 2021/2115, opgenomen in bijlage 3; en
|
||||
b. de normen voor het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwareaal, bedoeld in artikel 13 van verordening (EU) 2021/2115, opgenomen in bijlage 4.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
|
|
@ -821,9 +684,7 @@ j. artikel 2.10 van het Besluit houders van dieren, voor zover het register in g
|
|||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 84, eerste lid, van verordening (EU) 2021/2116, vast overeenkomstig artikel 85 van verordening (EU) 2021/2116 en hoofdstuk III van verordening (EU) 2022/1172.
|
||||
|
||||
**2.** De peildatum voor het vaststellen van de bedrijfsoppervlakte in verband met de vrijstelling van controle van bedrijven met een maximale omvang van 10 ha landbouwareaal, bedoeld in artikel 83, tweede lid, van verordening 2021/2116, is 15 mei.
|
||||
De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 84, eerste lid, van verordening (EU) 2021/2116, vast overeenkomstig artikel 85 van verordening (EU) 2021/2116 en hoofdstuk III van verordening (EU) 2022/1172.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
|
|
@ -887,43 +748,11 @@ b. de periodieke educatie met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in artikel
|
|||
|
||||
**4.** De beroepsorganisatie trekt een erkenning als bedoeld in het tweede lid in indien de adviseur in enig jaar niet kan aantonen dat hij ten minste 20 uur educatie heeft gevolgd als bedoeld in het derde lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Artikel 38a
|
||||
|
||||
**1.** De minister wijst op aanvraag één of meer aanbieders of eigenaren van een nutriëntentool aan, die voldoet aan de eisen van artikel 15, vierde lid, onderdeel g, van Verordening (EU) 2021/2115. Deze eisen zijn weergegeven in bijlage 7, onderdeel A.
|
||||
|
||||
**2.** Naast de algemene eisen, bedoeld in het eerste lid, moet de nutriëntentool de onderdelen bevatten die zijn weergegeven in bijlage 7, onderdeel A.
|
||||
|
||||
**3.** De eigenaar of aanbieder van een nutriëntentool moet voldoen aan de verplichtingen gesteld in bijlage 7, onderdeel B.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag om aanwijzing als aanbieder of eigenaar van een nutriëntentool kan worden ingediend tot 15 oktober van het lopende kalenderjaar, waarbij ten minste de volgende gegevens worden verstrekt:
|
||||
|
||||
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de nutriëntentool-eigenaar of -aanbieder;
|
||||
b. bewijsstukken waaruit blijkt dat aan de voorschriften van het eerste, tweede en derde lid wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**5.** Wijzigingen van de gegevens, bedoeld in het vierde lid, worden binnen 30 dagen aan de minister gemeld.
|
||||
|
||||
**6.** Een eerste aanwijzing is mogelijk vanaf 1 januari 2024 en geldt voor twee jaar.
|
||||
|
||||
**7.** Een aanwijzing is niet overdraagbaar.
|
||||
|
||||
**8.** De aanwijzing kan met een jaar worden verlengd na schriftelijk verzoek van de nutriëntentool-eigenaar of -aanbieder voor 15 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de verlenging van toepassing is.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
De minister trekt een aanwijzing in:
|
||||
|
||||
a. op verzoek van de nutriëntentool-eigenaar of -aanbieder;
|
||||
b. indien bij de aanvraag tot aanwijzing onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en kennis van de juiste en volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
|
||||
c. indien niet meer wordt voldaan aan een of meer eisen als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid; of
|
||||
d. indien wijzigingen als bedoeld in het vijfde lid niet of niet tijdig worden gemeld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Procedurele bepalingen en administratieve sancties
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
Ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om betalingen kan door de minister worden verzocht om binnen maximaal vier weken extra gegevens en inlichtingen te verschaffen.
|
||||
Ten behoeve van de beoordeling van een aanmelding of aanvraag om betalingen kan door de minister worden verzocht om binnen maximaal vier weken extra gegevens en inlichtingen te verschaffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
|
|
@ -932,25 +761,23 @@ Ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om betalingen kan door de minist
|
|||
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *overdracht van een bedrijf:* de verkoop, verhuur of welke soortgelijke transactie ook van de betrokken productie-eenheden;
|
||||
- *overdrager:* de begunstigde wiens bedrijf geheel wordt overgedragen aan een andere begunstigde;
|
||||
- *overnemer:* de begunstigde aan wie het bedrijf wordt overgedragen.
|
||||
- * overdrager:* de begunstigde wiens bedrijf geheel wordt overgedragen aan een andere begunstigde;
|
||||
- * overnemer:* de begunstigde aan wie het bedrijf wordt overgedragen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bedrijf van een landbouwer na de aanvraag, bedoeld in artikel 10, in zijn geheel aan een andere begunstigde wordt overgedragen, wordt van deze overdracht onverwijld melding gedaan met een door de minister ter beschikking gesteld elektronisch formulier dat door de overdrager en de overnemer is ondertekend.
|
||||
**2.** Indien het bedrijf van een landbouwer na de aanmelding, bedoeld in artikel 10, in zijn geheel aan een andere begunstigde wordt overgedragen, wordt van deze overdracht onverwijld melding gedaan met een door de minister ter beschikking gesteld elektronisch formulier dat door de overdrager en de overnemer is ondertekend.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien in de melding van een bedrijfsoverdracht is verklaard dat de overnemer alle rechten en plichten van de overdrager heeft overgenomen kan de overnemer aanspraak maken op de betalingen, waarvoor de overdrager een aanvraag heeft gedaan als bedoeld in artikel 10, en wordt de steun uitbetaald aan de overnemer, op voorwaarde dat:
|
||||
Indien in de melding van een bedrijfsoverdracht is verklaard dat de overnemer alle rechten en plichten van de overdrager heeft overgenomen kan de overnemer, door tijdige indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 11, door de overdrager of de overnemer, aanspraak maken op de betalingen waarvoor de overdrager een aanmelding heeft gedaan als bedoeld in artikel 10 en wordt de steun uitbetaald aan de overnemer, op voorwaarde dat:
|
||||
|
||||
a. de overdracht uiterlijk 15 oktober van het aanvraagjaar is gemeld;
|
||||
b. de overnemer vanaf het moment van de overdracht actieve landbouwer is als bedoeld in artikel 5;
|
||||
c. ingeval de overdracht dateert van na de peildatum, de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in artikel 5; en
|
||||
d. de overnemer, na de melding van de bedrijfsoverdracht, een aanvraag als bedoeld in artikel 10 heeft gedaan die overeenkomt met de aanvraag zoals deze, na eventuele wijzigingen, door de overdrager is gedaan.
|
||||
a. de overdracht uiterlijk 30 november van het aanvraagjaar is gemeld; en
|
||||
b. de overnemer vanaf het moment van de overdracht actieve landbouwer is als bedoeld in artikel 5 of ingeval de overdracht dateert van na 15 mei, de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in artikel 5.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de overdracht na 15 oktober van het aanvraagjaar is gemeld of de overnemer op het moment van de overdracht geen actieve landbouwer is als bedoeld in artikel 5, wordt de steun uitbetaald aan de overdrager, mits de overdrager tijdig een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in artikel 10 en de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in artikel 5.
|
||||
**4.** Indien de overdracht na 30 november van het aanvraagjaar is gemeld of de overnemer op het moment van de overdracht geen actieve landbouwer is als bedoeld in artikel 5, wordt de steun uitbetaald aan de overdrager, mits de overdrager tijdig een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in artikel 11 en de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in artikel 5.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
Indien het bedrijf van een landbouwer na de aanvraag, bedoeld in artikel 10, gedeeltelijk aan een andere begunstigde wordt overgedragen, of wanneer sprake is van een fusie, splitsing, vererving of bedrijfsbeëindiging, wordt door de landbouwer die de aanvraag heeft gedaan daarvan onverwijld melding gedaan met een door de minister ter beschikking gesteld elektronisch formulier.
|
||||
Indien het bedrijf van een landbouwer na de aanmelding, bedoeld in artikel 10, gedeeltelijk aan een andere begunstigde wordt overgedragen, of wanneer sprake is van een fusie, splitsing, vererving of bedrijfsbeëindiging, wordt door de landbouwer die de aanmelding heeft gedaan daarvan onverwijld melding gedaan met een door de minister ter beschikking gesteld elektronisch formulier.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
|
|
@ -961,27 +788,18 @@ Indien het bedrijf van een landbouwer na de aanvraag, bedoeld in artikel 10, ged
|
|||
De minister kan besluiten, met inachtneming van de bij of krachtens verordening (EU) 2021/2116 gestelde regels, tot:
|
||||
|
||||
a. het geven van een waarschuwing;
|
||||
b. het opleggen van een administratieve sanctie in de vorm van een verlaging van de betaling.
|
||||
b. het opleggen van een administratieve sanctie in de vorm van een procentuele verlaging van de betaling.
|
||||
|
||||
**3.** De administratieve sanctie wordt toegepast op het totale bedrag aan betalingen van de interventie als bedoeld in artikel 2, eerste lid en tweede lid, waarop de niet-naleving betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**4.** De niet-nalevingen waarvoor een waarschuwing kan worden afgegeven en de hoogte van de verlagingen staan opgenomen in bijlage 6.
|
||||
**4.** De niet-nalevingen waarvoor een waarschuwing kan worden afgegeven en de hoogte van de procentuele verlagingen staan opgenomen in bijlage 6.
|
||||
|
||||
**5.** Van herhaling is sprake wanneer dezelfde niet-naleving zich eenmaal herhaalt binnen drie opeenvolgende kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, kan een hogere verlaging worden toegepast indien ernst, omvang of permanent karakter van de niet-naleving daar aanleiding toe geven.
|
||||
**6.** In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, kan een hoger verlagingspercentage worden toegepast indien ernst, omvang of permanent karakter van de niet-naleving daar aanleiding toe geven.
|
||||
|
||||
**7.** Een administratieve sanctie wordt alleen opgelegd indien een niet-naleving wordt ontdekt binnen drie opeenvolgende kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**8.** In afwijking van het derde lid wordt de administratieve sanctie bij overtreding van artikel 9, tweede lid, toegepast op de henneppercelen.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Indien bij een landbouwer meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd die zien op de volgende overtredingen, wordt alleen de hoogste administratieve sanctie opgelegd:
|
||||
|
||||
a. het opgeven van een perceel of landschapselement dat op de peildatum geheel of gedeeltelijk niet ter beschikking van de landbouwer staat; of
|
||||
b. het niet melden van het geheel of gedeeltelijk of niet volgens de voorwaarden uitvoeren van een eco-activiteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Wanneer een perceel landbouwgrond in het betrokken kalenderjaar wordt overgedragen, worden de administratieve sancties, bedoeld in artikel 42, opgelegd aan de actieve landbouwer, bedoeld in artikel 5, die op de peildatum het perceel landbouwgrond ter beschikking heeft.
|
||||
|
|
@ -1002,7 +820,7 @@ Geen steun wordt toegekend aan natuurlijke personen of rechtspersonen van wie is
|
|||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag, bedoeld in artikel 10, eerste lid, en eventuele daarbij overgelegde bewijsstukken, kunnen na de indiening ervan worden gecorrigeerd en aangepast indien sprake is van een kennelijke fout.
|
||||
**1.** In aanvulling op artikel 59, zesde lid, van verordening (EU) 2021/2116 kan de aanvraag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, en eventuele daarbij overgelegde bewijsstukken, na de indiening ervan worden gecorrigeerd en aangepast indien sprake is van een kennelijke fout.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1016,7 +834,7 @@ c. de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld.
|
|||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** De minister kan afwijken van de artikelen 5, 10, eerste lid, 13, tweede lid, 18, onderdelen f en j, 19, onderdeel b, 23, onderdelen d en e, 40 en 41, voor zover de toepassing van deze artikelen gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
**1.** De minister kan afwijken van de artikelen 5, 10, eerste lid, 11, eerste lid, 13, tweede lid, 40 en 41, voor zover de toepassing van deze artikelen gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
**2.** De minister kan, rekening houdend met de financiële belangen van de Unie, voorts afwijken van artikel 42, voor zover de toepassing van dit artikel gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1026,7 +844,7 @@ c. de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld.
|
|||
|
||||
Indien sprake is van een (deels) onverschuldigde betaling, wordt het onverschuldigd betaalde bedrag teruggevorderd, tenzij:
|
||||
|
||||
a. het van de begunstigde over een aanvraagjaar terug te vorderen bedrag, exclusief rente, niet hoger is dan 100 euro per betaling als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid en dit bedrag geen sanctie betreft als bedoeld in artikel 34; of
|
||||
a. het van de begunstigde in een kalenderjaar terug te vorderen bedrag, exclusief rente, niet hoger is dan 100 euro; of
|
||||
b. de terugvordering onmogelijk is als gevolg van erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid.
|
||||
|
||||
**2.** Ter voldoening aan artikel 30, tweede lid, van verordening (EU) 2022/128 wordt wettelijke rente in rekening gebracht overeenkomstig afdeling 4.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht indien de begunstigde het onverschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn heeft terugbetaald.
|
||||
|
|
@ -1049,12 +867,6 @@ b. de terugvordering onmogelijk is als gevolg van erkende insolventie van de deb
|
|||
|
||||
**2.** De Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB blijft van toepassing ten aanzien van aanvragen die op grond van die regeling zijn ingediend vóór 1 januari 2023.
|
||||
|
||||
### Artikel 51a
|
||||
|
||||
**1.** De Regeling superheffing 2008 wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
**2.** De Regeling superheffing 2008 zoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van het eerste lid blijft evenwel van toepassing op nog lopende procedures met betrekking tot de vaststelling, berekening en invordering van verschuldigde heffingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.
|
||||
|
|
@ -1065,9 +877,9 @@ Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling GLB 2023.
|
|||
|
||||
## Bijlage 1. bij de
|
||||
|
||||
^1 Onder agrarisch natuurmengsel wordt verstaan een mengsel van verschillende gewassen (door elkaar heen gezaaid) waarbij geen van de gewassen overwegend aanwezig is.
|
||||
¹ *Onder agrarisch natuurmengsel wordt verstaan een mengsel van verschillende gewassen (door elkaar heen gezaaid) waarbij geen van de gewassen overwegend aanwezig is.*
|
||||
|
||||
^2 Onder drachtplanten wordt verstaan een mengsel van tenminste 3 drachtplanten van de soorten Karwij (Carum carvi), Koriander (Coriandrum sativum), Wilde Peen (Daucus carota), Duizendblad (Achiella millefolium), Goudsbloem (Calendula officinalis), Korenbloem (Centaurea cyanus), Cichorei (Cichorium), Zonnebloem (Helianthus Annus), Komkommerkruid (Borago officinalis), Slangenkruid (Echium Vulgare), Phacelia (Phacelia tanacetifolia), Gele Mosterd (Sinapis alba), Gewone Rolklaver (Lotus corniculatus), Luzerne (Medicago sativa), Witte honingklaver (melilotus albus), Esparcette (Onobrychis viccifolia), Rode klaver (Trifolium pratense), Voederwikke (Vicia sativa), Lijnzaad/vlas (Linum usitatissimum), Malva (Malva), Klaproos (Papaver), Boekweit (Fagopyrum esculentum), Juffertje in ’t groen (Nigella damascena), Smalle Weegbree (Plantago lanceolata) of Incarnaatklaver (Trifolium incarnatum).
|
||||
² *Onder drachtplanten wordt verstaan een mengsel van tenminste 3 drachtplanten van de soorten Karwij (Carum carvi), Koriander (Coriandrum sativum) Wilde Peen (, Daucus carota), Duizendblad (Achiella millefolium), Goudsbloem (Calendula officinalis), Korenbloem (Centaurea cyanus), Cichorei (Cichorium), Zonnebloem (Helianthus Annus), Komkommerkruid (Borago officinalis), Slangenkruid (Echium Vulgare), Phacelia (Phacelia tanacetifolia), Gele Mosterd (Sinapis alba), Gewone Rolklaver (Lotus corniculatus),Luzerne (Medicago sativa), Witte honingklaver (melilotus albus), Esparcette (Onobrychis viccifolia), Rode klaver (Trifolium pratense), Voederwikke (Vicia sativa), Lijnzaad/vlas (Linum usitatissimum), Malva (Malva), Klaproos (Papaver), Boekweit (Fagopyrum esculentum), Juffertje in ’t groen (Nigella damascena), Smalle Weegbree (Plantago lanceolata) of Incarnaatklaver (Trifolium incarnatum)*
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. bij de
|
||||
|
||||
|
|
@ -1075,12 +887,8 @@ Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling GLB 2023.
|
|||
|
||||
## Bijlage 4. bij
|
||||
|
||||
Goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in artikel 13 van verordening (EU) 2021/2115.
|
||||
|
||||
## Bijlage 4a. bij
|
||||
Goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in artikel 13 van Verordening (EU) nr. 2021/2015
|
||||
|
||||
## Bijlage 5. bij
|
||||
|
||||
## Bijlage 6. bij
|
||||
|
||||
## Bijlage 7. bij
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue