From d79c78ba13ddcd78db36e19fd9a38e1969334147 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Aug 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-08-01 | BWBR0026494 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de Nederlandse Antillen --- .../BWBR0026494/README.md | 168 +++++++++++------- 1 file changed, 102 insertions(+), 66 deletions(-) diff --git a/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003-toegespitst-op-het-gebruik-in/BWBR0026494/README.md b/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003-toegespitst-op-het-gebruik-in/BWBR0026494/README.md index 265f2cd2f86..a57f48138c7 100644 --- a/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003-toegespitst-op-het-gebruik-in/BWBR0026494/README.md +++ b/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003-toegespitst-op-het-gebruik-in/BWBR0026494/README.md @@ -140,48 +140,6 @@ Indien uit de overgelegde verblijfstitels in samenhang met de beschikbare gegeve – *bij naturalisatie:* de gezaghebber stuurt het bericht omtrent toelating met het advies naar de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen ter doorgeleiding naar de vreemdelingenautoriteiten. Bij het bericht omtrent toelating wordt een kopie van het verblijfsdocument, het procedure overzicht uit het NAVAS c.q. de vreemdelingenadministratie bijgevoegd; – de IND beslist op het verzoek met inachtneming van de gegevens in het bericht omtrent toelating (en de andere stukken). -##### 5.2. Regeling 2009 m.b.t. gaten in de verblijfsrechtelijke historie - -Ten aanzien van vreemdelingen die na 1 april 2003 een verzoek om naturalisatie hebben ingediend of een optieverklaring hebben afgelegd, welke nog niet definitief is afgehandeld, en bij wie het geconstateerde gat in het vreemdelingrechtelijke verblijfsrecht geheel of gedeeltelijk is gelegen in de periode vóór 1 januari 2009, wordt als volgt gehandeld. - -In iedere zaak waarin bij de behandeling van een verzoek om naturalisatie of optieverklaring een gat in de verblijfsrechtelijke historie (dus een gat in de aanééngesloten verblijfsrechtelijke toelating) is geconstateerd door de bevoegde autoriteit in de Nederlandse Antillen dan wel door de IND in Nederland, zal de Gezaghebber van het eilandgebied hier nader onderzoek naar laten doen. - -Van dit onderzoek wordt een onderzoeksverslag gemaakt, dat vergezeld gaat van documentatie die de conclusie van het onderzoek onderbouwt. - -Het onderzoeksverslag wordt bij het Bericht omtrent Toelating (BOT) gevoegd en getekend door de Gezaghebber van het eilandgebied. - -Het onderzoeksverslag in combinatie met het BOT is doorslaggevend voor het vaststellen of gedurende de onderzochte periode sprake is geweest van onafgebroken ‘toelating’ (verblijfsrecht) in de Nederlandse Antillen. - -Het onderzoeksverslag zal één van de volgende drie conclusies bevatten: - -1. het gat in het verblijfsrecht is aantoonbaar te wijten aan de vreemdeling zelf en daarmee niet aanvaardbaar1De vreemdeling heeft bijvoorbeeld aantoonbaar door eigen schuld te laat een verlengingsverzoek ingediend.; dan wel -2. het gat in het verblijfsrecht is aantoonbaar verklaarbaar door de manier van administratieve afwikkeling van overheidszijde en daarmee aanvaardbaar2Onder deze categorie kan vallen: aantoonbaar niet-functioneren van het registratiesysteem in de gestelde periode, aantoonbaar onjuist invullen van het registratiesysteem in het individuele geval, etc.; dan wel -3. de oorzaak van het gat in het verblijfsrecht is onbekend, maar door de vreemdeling is aannemelijk gemaakt dat hij/zij gedurende het gestelde gat in het verblijfsrecht onafgebroken in de Nederlandse Antillen heeft verbleven, en daardoor is het gat in het verblijfsrecht aanvaardbaar. Tot deze conclusie kan enkel worden gekomen indien het gat in het verblijfsrecht niet te verklaren is met hetgeen onder 1 of 2 staat vermeld, en indien vervolgonderzoek is verricht door de bevoegde autoriteiten in de Nederlandse Antillen. Hierbij kunnen de volgende documenten van de vreemdeling worden gevraagd en van overheidszijde worden geverifieerd: - -– het reisdocument (met alle in- en uitreisstempels en/of visa over de te onderzoeken periode); -– het aanvraagformulier (verlenging) vergunning tot (tijdelijk) verblijf; -– de beslissing omtrent een aanvraag; -– het aanvraagformulier tewerkstellingsvergunning; -– de beslissing omtrent een aanvraag; -– belastingaanslagen; -– werkcontract en/of loonstrook; en/of -– afschriften bankrekening; -– etc. - -NB: Alleen een bewijs van inschrijving in de bevolkingsadministratie volstaat niet; dat geeft namelijk onvoldoende bewijs dat betrokkene inderdaad ‘aanwezig’ is geweest op het eiland. - -Deze regeling heeft geen betrekking op reeds onherroepelijk afgewezen zaken. Dit betekent dat in het geval van een reeds afgewezen optieverklaring dan wel een afgewezen naturalisatieverzoek, waartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend, er geen recht bestaat op een heroverweging van de afgewezen zaak. - -Nog openstaande *eerste-aanleg-naturalisatiezaken* die al in Nederland liggen ter behandeling, worden door de bevoegde autoriteiten in de Nederlandse Antillen aangevuld (‘herstel verzuim’) met een onderzoeksverslag. De IND zal hierom in een voorkomend geval verzoeken. - -Bij nog openstaande *bezwaarzaken* tegen afgewezen verzoeken om naturalisatie wordt door de IND aan de bevoegde autoriteiten in de Nederlandse Antillen om een onderzoek gevraagd. - -Ook in nog openstaande *beroepszaken* terzake van naturalisatie wordt door de IND aan de bevoegde autoriteiten in de Nederlandse Antillen om een onderzoek gevraagd. Wanneer het onderzoek oplevert dat het verblijfsgat de vreemdeling niet is aan te rekenen, wordt de beslissing in bezwaar ingetrokken en wordt, indien aan de overige voorwaarden voor naturalisatie wordt voldaan, het bezwaar gegrond verklaard. - -Een onderzoekverslag wordt – behoudens uitzonderingen – binnen twee maanden na het verzoek daartoe beschikbaar gesteld. - -Voor zaken waarin uitsluitend gaten in het verblijfsrecht voorkomen die gelegen zijn nà 1 januari 2009, geldt deze regeling niet. Voor deze datum is gekozen, omdat de verwachting gerechtvaardigd is dat vanaf deze datum de vreemdelingrechtelijke registratie in de Nederlandse Antillen consistent is. - ### 1-1-h. Toelichting ad **Voor de toepassing van deze Rijkswet wordt verstaan onder hoofdverblijf: de plaats waar een persoon zijn feitelijke woonstede heeft.** @@ -1242,18 +1200,6 @@ Bernard is een oud-Nederlander en keert op 50-jarige leeftijd naar Aruba terug. Bernard komt overigens als oud-Nederlander wel voor verkrijging van het Nederlanderschap door naturalisatie in aanmerking (zie artikel 8, tweede lid RWN), omdat hiervoor geen voorafgaande verblijfstermijn wordt gesteld. -#### 4. Overgangsregeling - -Op grond van artikel 26 RWN geldt voor een aantal categorieën oud-Nederlanders niet het vereiste dat zij gedurende een jaar of langer toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba moeten hebben om het Nederlanderschap door optie te kunnen herkrijgen. Deze overgangsregeling geldt van 1 april 2003 tot en met 31 maart 2013 (artikel 26, tweede lid, RWN). - -Alle overige voorwaarden gelden onverkort. De overgangsregeling geldt niet voor personen die uitsluitend de staat van Nederlands onderdaan-niet-Nederlander hebben bezeten. Zie artikel 26 RWN voor een nadere aanduiding van deze categorieën oud-Nederlanders en hun minderjarige kinderen. - -Irene is van Surinaamse nationaliteit en geeft les op een Nederlandse school op Sint Maarten. Zij heeft op 25 november 1975 de Nederlandse nationaliteit verloren op grond van de Toescheidingsovereenkomst tussen Nederland en Suriname. Zij heeft sinds 3 jaar tijd een vergunning tot tijdelijk verblijf en heeft de verlengingen altijd tijdig aangevraagd. Aan alle voorwaarden die voor optie gelden wordt door Irene voldaan. Zij is immers al meer dan een jaar in het bezit van een vergunning tot verblijf met een niet-tijdelijk karakter. Uiteraard is zij in het bezit van een verklaring van oud-Nederlanderschap. - -Bernard is een oud-Nederlander en keert op 50-jarige leeftijd naar Aruba terug. Hem wordt een vergunning tot tijdelijk verblijf verstrekt vanwege werkzaamheden als chirurg in het ziekenhuis. Drie maanden na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning wordt een vergunning tot verblijf aangevraagd. Deze wordt aan hem toegekend. Deze vergunning heeft geen terugwerkende kracht en daarmede ontstaat een verblijfsgat. Enige tijd later dient Bernard een optieverklaring in. De bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap wordt door de Gezaghebber geweigerd. Weliswaar is Bernard oud-Nederlander en heeft hij lager dan een jaar hoofdverblijf op Aruba en heeft hij toelating voor onbepaalde tijd (VTV), maar Bernard is op het moment van de bevestiging van de optie nog niet een (1) jaar toegelaten. Hij heeft immers niet tijdig om verlenging van zijn verblijfsvergunning gevraagd. - -Bernard komt overigens als oud-Nederlander wel voor verkrijging van het Nederlanderschap door naturalisatie in aanmerking (zie artikel 8, tweede lid RWN), omdat hiervoor geen voorafgaande verblijfstermijn wordt gesteld. - ### 6-1-g. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder g **Na het afleggen van een daartoe strekkende schriftelijke verklaring verkrijgt door een bevestiging als bedoeld in het tweede lid het Nederlanderschap: de vreemdeling die gedurende tenminste drie jaren de echtgenoot is van een Nederlander en gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijftien jaren toelating en hoofdverblijf heeft in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba.** @@ -1439,7 +1385,7 @@ Verder dient de optant een zogenaamde waarheidsverklaring te ondertekenen (artik ####### 2.2.4.3. Verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag -Bovendien dient de optant door middel van een zogenaamde verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag (model 1.14) schriftelijk te verklaren dat in het kader van de verkrijging en het behoud van de verblijfsvergunning van hemzelf en de overige in de optieverklaring genoemde personen de gevraagde gegevens naar waarheid zijn verstrekt en geen relevante gegevens zijn verzwegen (artikel 6, vierde lid, BVVN) en of hij of een van de in de optieverklaring genoemde personen ouder dan zestien jaar, al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of justitie in verband met een misdrijf. De gezaghebber zet, voordat de optant de verklaring ondertekent, de openbare orde richtlijnen bij optie uiteen en wijst de optant erop dat een en ander gevolgen kan hebben voor de bevestiging van de optieverklaring. Betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om op de verklaring aan te geven of er sprake is van bijzondere feiten en/of omstandigheden op grond waarvan, naar zijn mening, ten aanzien van hem of de betreffende minderjarige niet mag worden geconcludeerd dat er op grond van zijn gedrag ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. (Zie verder de toelichting bij artikel 6, vierde lid, RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN.) +Bovendien dient de optant door middel van een zogenaamde verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag (model 1.14) schriftelijk te verklaren dat in het kader van de verkrijging en het behoud van de verblijfsvergunning van hemzelf en de overige in de optieverklaring genoemde personen de gevraagde gegevens naar waarheid zijn verstrekt en geen relevante gegevens zijn verzwegen (artikel 6, vierde lid, BVVN) en of hij, of één van de in de optieverklaring genoemde personen ouder dan zestien jaar, niet polygaam gehuwd is en al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of justitie in verband met een misdrijf. De gezaghebber zet, voordat de optant de verklaring ondertekent, de openbare orde richtlijnen en het beginsel van monogamie bij optie uiteen en wijst de optant erop dat een en ander gevolgen kan hebben voor de bevestiging van de optieverklaring. Betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om op de verklaring aan te geven of er sprake is van bijzondere feiten en/of omstandigheden op grond waarvan, naar zijn mening, ten aanzien van hem of de betreffende minderjarige niet mag worden geconcludeerd dat op grond van zijn gedrag ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk (zie verder: de toelichting bij artikel 6, vierde lid RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a RWN). Enkele optanten zijn niet verplicht een verklaring omtrent verblijfsstatus en/of gedrag af te leggen. Met betrekking tot de verklaring omtrent verblijfsstatus gaat het om opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c en d, RWN, artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f juncto artikel 26 RWN, artikel 28 RWN en artikel V, eerste lid, RRWN. Met betrekking tot de verklaring omtrent gedrag gaat het om opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b (tenzij de optant meerderjarig is) en c, RWN en artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d, RWN indien de optant op het moment van het afleggen van de optie de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt. Voorts hoeft geen verklaring omtrent gedrag te worden ondertekend indien een optie op grond van artikel V, eerste lid, RRWN wordt afgelegd. @@ -1460,6 +1406,8 @@ Voor wat betreft verklaringen en/of afschriften dan wel uittreksels van buitenla – geboorteakte van hemzelf; én – geboorteakten van kinderen waarvoor medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt beoogd; in geval van adoptiefkinderen eventueel aangevuld met adoptieakte/vonnis of andere stukken waarmee de adoptie kan worden aangetoond; én – huwelijksakte indien optie wordt verzocht op grond van driejarig huwelijk met een Nederlander of indien de optant als gevolg van het huwelijk meerderjarig is geworden of indien het betreft een optie met toepassing van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder c, RWN); +– echtscheidings- c.q. verstotingsakte. Dit document is alleen van belang indien er twee of meer huwelijken in de PIVA staan geregistreerd voor de beoordeling van de vraag of er mogelijk sprake is van polygamie (artikel 6, vierde lid); *en:* +– (indien van toepassing in betreffende land): Familieboekje. Het familieboekje is eveneens van belang voor de beoordeling van de vraag of mogelijk sprake is van polygamie. Zo kan bekeken worden of in dit boekje kinderen zijn vermeld die een andere moeder hebben dan de echtgenote van de optant. Is dat het geval, dan dient, in verband met bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap, het huwelijk van de optant met die andere vrouw beëindigd te zijn. In Islamitische landen worden in principe alleen wettige kinderen in een dergelijk boekje vermeld. – bewijs van erkenning of wettiging (bijvoorbeeld erkenningsakte, geboorteakte met latere vermelding betreffende erkenning/wettiging of huwelijksakte ouders) in geval van een optieverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN; – bewijs van gezamenlijk gezag (bijvoorbeeld akte van registratie van het partnerschap van de moeder van de optant en haar Nederlandse partner, of het vonnis van de Nederlandse rechter waarbij tot gezamenlijk gezag is besloten) in geval van een optieverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d, RWN. @@ -1540,7 +1488,7 @@ Geldt in de betreffende optiemogelijkheid een onafgebroken periode van toelating Daarna onderzoekt de gezaghebber of er op grond van het gedrag van de minderjarige optant van zestien jaar of ouder, de meerderjarige optant of dat van zijn minderjarige kinderen van zestien jaar of ouder voor wie medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt beoogd, ernstige vermoedens bestaan dat zij een gevaar opleveren voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk (artikel 10, tweede lid, BVVN). -Dit onderzoek wordt verricht aan de hand van de door of namens de optant verstrekte gegevens, door de gezaghebber opgevraagde gegevens uit het register van de Justitiële documentatie en gegevens van de korpschef (NSIS). Op het moment van de bevestiging van de optieverklaring geldt dat uittreksels van de JD niet ouder mogen zijn dan zes maanden (zie de toelichting bij artikel 6, vierde lid, RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN). +Dit onderzoek wordt verricht aan de hand van de door of namens de optant verstrekte gegevens, door de gezaghebber opgevraagde gegevens uit het register van de Justitiële documentatie en gegevens van de korpschef (NSIS). Op het moment van de bevestiging van de optieverklaring geldt dat uittreksels van de JD niet ouder mogen zijn dan zes maanden (zie de toelichting bij artikel 6, vierde lid, RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN). Bovendien onderzoekt de gezaghebber of de optant polygaam gehuwd is. (zie toelichting bij artikel 6, vierde lid, RWN). Bij opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b (indien de optant minderjarig is) en c, RWN en artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d, RWN (indien de optant op het moment van het afleggen van de optie de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt) en bij opties op grond van artikel V, eerste lid, RRWN blijft onderzoek naar de eventuele antecedenten van de optant achterwege. Er wordt ook geen onderzoek gedaan naar de eventuele antecedenten van minderjarige kinderen van wie het de bedoeling is dat zij delen in de optie en die op het moment van de optieverklaring de leeftijd van zestien jaar nog niet hebben bereikt. @@ -1770,13 +1718,100 @@ Nadat betrokkene op de naturalisatieceremonie is verschenen, worden de gegevens Indien de verklaring van verbondenheid schriftelijk is afgelegd, wordt deze verklaring gearchiveerd in het optiedossier bij de gezaghebber. De verklaring hoeft dus niet naar de IND te worden gestuurd. -### 6-4. Toelichting ad artikel 6, vierde lid +### 6-4. Toelichting ad **Zij weigert de bevestiging indien op grond van het gedrag van de persoon, die de verklaring betreft, ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk, tenzij volkenrechtelijke verplichtingen zich daartegen verzetten.** -De optieverklaring wordt niet bevestigd als er op grond van het gedrag van de verzoeker ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Dit is een imperatieve weigeringsgrond. De gezaghebber heeft geen beleidsvrijheid. Dit volgt uit de tekst van de wet. De richtlijnen om vast te stellen of er op grond van het gedrag van de optant ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk zijn dezelfde als in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN bij naturalisatie.32Memorie van Toelichting bij artikel 10 BVVN, TK 1999–2000, 25 891 (R 1609), p. 51-3698. Zie voor de richtlijnen de uitgebreide toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN. +De optieverklaring wordt niet bevestigd als op grond van het gedrag van de optant ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Dit is een imperatieve weigeringsgrond. De gezaghebber heeft geen beleidsvrijheid. Dit volgt uit de tekst van de wet. -De bevestiging van de optieverklaring van de optant die voldoet aan de voorwaarden van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b (indien optant minderjarig is) of c, RWN kan niet worden geweigerd als er op grond van het gedrag van de optant ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Verdragsverplichtingen verzetten zich in die gevallen tegen een weigering. Bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, RWN gaat het daarbij om artikel 6, tweede lid, aanhef en onder b van het Europees Verdrag inzake nationaliteit (*Trb.* 1998, 149). Bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN is de weigering niet toegestaan op grond van artikel 6, eerste lid 1, aanhef en onder a van het Europees Verdrag inzake nationaliteit. +Iedere verzoeker dient door middel van een verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag (model 1.14 en 2.3) schriftelijk te verklaren dat hij, of één van de in het verzoek genoemde personen ouder dan zestien jaar, al dan niet in aanraking is geweest met politie en justitie én niet polygaam gehuwd zijn. + +Optanten worden door de RWN impliciet geacht ingeburgerd te zijn; daarom stelt de wet niet expliciet aan hen een aanvullend inburgeringsvereiste. Wel mag van een optant des te meer worden verwacht dat zijn persoonlijke situatie in overeenstemming is met de openbare orde van de Nederlandse Antillen. Op het moment dat hij het Nederlanderschap verkrijgt, is de rechtssfeer van de Nederlandse Antillen volledig op hem van toepassing. Daarmee komt een einde aan de noodzaak van erkenning van een huwelijk dat naar het recht van de Nederlandse Antillen niet zou bestaan. Het is in strijd met de openbare orde om met meer dan één persoon door het huwelijk verbonden te zijn. Iemand die met meer dan één persoon door het huwelijk verbonden is, kan derhalve het Nederlanderschap niet verkrijgen. Er is dan sprake van gevaar voor de civielrechtelijke openbare orde. + +De openbare orde van de Nederlandse Antillen verzet zich tegen het polygaam gehuwd zijn van Nederlanders. Het rechtsbeginsel van monogamie komt onder andere tot uiting in artikel 1:33 BWNA en artikel 1:69 BWNA. Deze artikelen bepalen respectievelijk dat een man slechts met een vrouw, de vrouw slechts met een man kan zijn gehuwd en dat een polygaam huwelijk nietig kan worden verklaard. Het beginsel van monogamie komt ook tot uitdrukking in artikel 3 van de Wet Conflictenrecht Huwelijk (WCH). Dit artikel verbiedt het voltrekken van een polygaam huwelijk in Nederland voor zowel Nederlanders als vreemdelingen (zie ook de toelichting bij artikel 8 lid 1 sub d onder 3.1). + +In geval van het bestaan van meervoudige huwelijken (polygaam gehuwd) is de persoonlijke situatie van de optant niet in overeenstemming met de civielrechtelijke openbare orde van de Nederlandse Antillen en wordt op die grond de optiebevestiging geweigerd. + +De vraag of een optant mogelijk polygaam gehuwd is, doet zich het meest voor bij personen afkomstig uit islamitische landen die polygamie kennen, alsmede huwelijksontbinding door verstoting. Zie voor een overzicht van deze landen bijlage 1 bij dit artikellid. + +De vraag of een in het buitenland uitgesproken verstoting in de Nederlandse Antillen als rechtsgeldige ontbinding van het huwelijk kan worden aangemerkt, zal de Nederlands-Antilliaanse autoriteit of ambtenaar in beginsel moeten beantwoorden aan de hand van het eigen, Nederlands-Antilliaanse internationaal en interregionaal privaatrecht. + +Dit recht wordt gevonden in de verdragen waarbij de Nederlandse Antillen partij zijn. Daarnaast dient naar het nationaal internationaal privaatrecht te worden gekeken. De Algemene Bepalingen der Wetgeving van Curaçao, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en eventuele landsverordeningen die het conflictenrecht op een specifiek terrein regelen zijn in dit kader van belang. De Wet AB bepaalt dat het burgerlijk recht hetzelfde is voor hen die geen ingezetenen zijn als hen die ingezetenen zijn van Curaçao (lees: de Nederlandse Antillen) en dat de algemene verordeningen, betreffende de staat en de bevoegdheid der personen de ingezetenen van Curaçao (lees de Nederlandse Antillen) verbinden, ook wanneer zij zich buiten Curaçao (lees: de Nederlandse Antillen) bevinden (het domiciliebeginsel – artikel 5 en 7 Wet AB). Het internationaal privaatrecht kan ten slotte worden gevonden in rechterlijke uitspraken over specifieke onderwerpen (bijvoorbeeld van de Hoge Raad). + +Als er geen aanknopingspunten in deze rechtsbronnen te vinden zijn, kan gezocht worden naar aanknopingspunten in het internationaal privaatrecht van landen met een rechtsstelsel vergelijkbaar met dat van de Nederlandse Antillen – bijvoorbeeld het Nederlandse internationaal privaatrecht. + +Als de optant de nationaliteit bezit van een land waar polygamie mogelijk is, zal de gezaghebber aan de hand van de gegevens in de PIVA nagaan of sprake is (geweest) van eerdere huwelijken. Indien uit de PIVA blijkt dat sprake is (geweest) van eerdere huwelijken zal moeten worden onderzocht of de ontbinding van het huwelijk naar Nederlands-Antilliaans recht kan worden erkend. Het ligt op de weg van optant om aan de hand van documenten aan te tonen dat een eerder huwelijk naar Nederlands-Antilliaans internationaal c.q. interregionaal privaat rechtsgeldig is ontbonden. De gezaghebber zal bij het afleggen van een optieverklaring aan een optant als hier bedoeld vragen of er nog sprake is van eerdere huwelijken die niet in de PIVA zijn opgenomen. Indien dat het geval is, zal aan de hand van de door optant overgelegde documenten dienen te worden onderzocht of dat huwelijk is ontbonden op een naar Nederlands-Antilliaans recht erkende wijze. + +Bij de behandeling van een optieverklaring kunnen moeilijkheden worden ondervonden die vaak verband houden met de beoordeling door ambtenaren van de PIVA van buitenlandse verstotingsakten. Het kan daarbij voorkomen dat de ongeldigheid van een verstoting jaren na inschrijving in de PIVA alsnog aan de betrokken persoon moet worden tegengeworpen. Het kan dan voor hem moeilijk zijn na zo’n lange tijd nog een bewijs van de rechtsgeldige verstoting van de vrouw te verkrijgen. De gezaghebber dient echter steeds de geldigheid van een eenzijdige verstoting aan de hand van het Nederlands-Antilliaanse IPR te toetsen. Daartoe worden hier enige richtlijnen gegeven. + +Een eenzijdige verstoting door de man leidt tot een in de Nederlandse Antillen rechtsgeldige huwelijksontbinding als aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan): + +1. er is, conform het nationale recht van de man, een verstotingsakte opgemaakt en gehomologeerd in het land van herkomst of een ander land dat de verstoting kent. De verstotingsakte mag niet zijn opgemaakt door een consulaat van het land van herkomst. Is dit het geval, dan is geen geldige verstoting tot stand gekomen. Verklaart het consulaat dat een akte in het land van herkomst is opgemaakt, dan is dit onvoldoende bewijs; én +2. de ontbinding moet ter plaatse waar zij geschiedde rechtsgevolgen hebben; met andere woorden de verstoting moet onherroepelijk zijn, hetgeen moet zijn aangetoond met stukken van – bijvoorbeeld – een rechtbank; én +3. de vrouw heeft uitdrukkelijk of stilzwijgend ingestemd met de verstoting of zich erbij neergelegd. Dit blijkt slechts in incidentele gevallen uit de verstotingsakte. + +De instemming of berusting van de vrouw kan wel worden afgeleid uit onder meer de volgende omstandigheden: + +– de vrouw heeft zelf om inschrijving van de verstotingsakte in de GBA of PIVA gevraagd, of zij heeft verzocht om op haar Nederlandse huwelijksakte een latere vermelding betreffende de huwelijksontbinding te plaatsen; +– de vrouw is blijkens een huwelijksakte – of een ander officieel document –hertrouwd (N.B. een islamitische vrouw mag zelf geen polygaam huwelijk aangaan); +– na de verstoting zijn uit de vrouw natuurlijke kinderen geboren, hetgeen blijkt uit het feit dat deze kinderen in de buitenlandse geboorteakte onder haar naam, althans niet onder de naam van de gewezen echtgenoot, staan vermeld; +– de man heeft een document overgelegd, waaruit blijkt dat de vrouw instemt met de verstoting. Het enkele feit dat de vrouw aanwezig was bij de verstoting of homologatie dan wel daarbij was opgeroepen, is onvoldoende reden om haar instemming aan te nemen. De handtekening van de vrouw dient te zijn gelegaliseerd door een autoriteit van het land waar de vrouw de verklaring heeft afgelegd (eventueel kan – ter vergelijking met de handtekening op de verklaring van instemming – een kopie van de handtekening van de vrouw in haar paspoort worden meegestuurd). Een verklaring van de vrouw dat zij op de hoogte is van de verstoting is in dit verband overigens onvoldoende; +– de man is hertrouwd ten overstaan van een Nederlandse ambtenaar van de burgerlijke stand. In dit geval wordt ervan uitgegaan dat die ambtenaar de verstoting op geldige grond heeft erkend; +– de verstotingsakte vermeldt dat de vrouw om verstoting heeft verzocht én voor die verstoting is een vergoeding (‘khul’) aan de man toegezegd. Die vergoeding kan bijvoorbeeld blijken uit de omstandigheid dat zij afstand heeft gedaan van bepaalde rechten die zij gewoonlijk na de verstoting heeft, zoals het recht op betaling van het restant van de bruidsgift (‘mahr’ of ‘sadaq’ geheten), het recht op alimentatie, zij kan de feitelijke zorg voor de kinderen aan de man hebben overgedragen, zij kan ook verplichtingen op zich hebben genomen, zoals de betaling van het onderhoud van de kinderen. In geval van een ‘khul’ is de verstoting steeds onherroepelijk. In vertalingen van verstotingsakten wordt de verstoting (‘talaq’) soms ten onrechte vertaald met ‘echtscheiding’ of ‘divorce’. Of er sprake is van een rechterlijke ontbinding van het huwelijk zal uit de inhoud van de akte, maar niet uit het enkele woord ‘echtscheiding’ of ‘divorce’ moeten blijken; +– de verstotingsakte vermeldt dat de vrouw, optredend als vertegenwoordiger van de man, zichzelf verstoot. + +De hierboven gegeven criteria zijn uiteraard vatbaar voor rechterlijke toetsing. De hierboven genoemde lijst van omstandigheden, waaruit de instemming of de berusting blijkt, is niet limitatief. Er kunnen andere feitelijke omstandigheden zijn die er mede op wijzen dat de vrouw zich bij de verstoting heeft neergelegd. + +Met betrekking tot de in deze paragraaf genoemde documenten afkomstig van buiten het Koninkrijk geldt ook hier dat deze pas na legalisatie of voorzien van een apostille in het Nederlands-Antilliaanse rechtsverkeer kunnen worden gebruikt en geaccepteerd (zie toelichting op artikel 6, derde lid RWN, paragraaf 2.2.5.4). + +Naast polygamie zijn er ook andere gronden op grond waarvan ernstige vermoedens bestaan dat de optant een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. De richtlijnen om vast te stellen of op grond van het gedrag van de optant ernstige vermoedens bestaan zijn dezelfde als in artikel 9, eerste lid aanhef en onder a, RWN bij naturalisatie. De bevestiging van de optieverklaring van de optant die voldoet aan de voorwaarden van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b (indien optant minderjarig is) of c, RWN kan niet worden geweigerd als op grond van het gedrag van de optant ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Verdragsverplichtingen verzetten zich in die gevallen tegen een weigering. Bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, RWN gaat het daarbij om artikel 6, tweede lid, aanhef en onder b van het Europees Verdrag inzake nationaliteit (Trb. 1998, 149). Bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN is de weigering niet toegestaan op grond van artikel 6, eerste lid 1, aanhef en onder a van het Europees Verdrag inzake nationaliteit. + +#### 1. Landen waar polygamie en/of verstoting mogelijk is + +| | kent polygamie | polygamie onder beperkte voorwaarden | polygamie alleen voor islamitische groep | kent geen polygamie | verstoting | geen verstoting | onbekend | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| Afghanistan | x | | | | x | | | +| Algerije | x | | | | x | | | +| Bahrein | x | | | | x | | | +| Bangladesh | | x | | | x | | | +| Brunei | | | x | | x | | | +| Djibouti | x | | | | | x | | +| Egypte | | x | | | x | | | +| Ethiopië | | | | x | | | | +| Gambia | | | x | | | x | | +| India | | x | | | x | | | +| Indonesië | | x | | | | x | | +| Irak | x | | | | x | | | +| Iran | x | | | | x | | | +| Jemen | | x | | | x | | | +| Jordanië | x | | | | x | | | +| Kenia | | | | X | x | | | +| Koeweit | x | | | | x | | | +| Libanon | | | x | | x | | | +| Libië | | x | | | x | | | +| Maleisië | | | x | | x | | | +| Malediven | x | | | | | | X | +| Mali | x | | | | | x | | +| Marokko | x | | | | x | | | +| Mauritanië | x | | | | x | | | +| Niger | | | x | | x | | | +| Nigeria | | | x | | | x | | +| Oeganda | | x | | | | x | | +| Pakistan | | x | | | x | | | +| Katar (Qatar) | x | | | | x | | | +| Saudi-Arabië | | | | | x | | | +| Senegal | x | | | | | x | | +| Sierra Leone | | | x | | x | | | +| Singapore | | x | | | x | | | +| Soedan | | | x | | x | | | +| Somalië | | x | | | x | | | +| Suriname | | x | | | x | | | +| Syrië | | x | | | x | | | +| Tanzania | | x | | | | x | | +| Tsjaad | | x | X | | x | | | +| Tunesië | | | | x | | x | | +| Verenigde Arabische Emiraten | x | | | | x | | | +| Zambia | | | x | | | | | ### 6-5. Toelichting ad @@ -2650,11 +2685,11 @@ Naast het in zijn bezit hebben van een door de wet bepaalde mate van kennis van Voor wat betreft polygamie (of bigamie) kan worden opgemerkt dat er sprake is van opneming in de Nederlands-Antilliaanse samenleving wanneer verzoeker zijn situatie in overeenstemming heeft gebracht met de in de Nederlandse Antillen geldende rechtsbeginselen, waaronder dat van monogamie. -Het rechtsbeginsel van monogamie komt onder andere tot uiting in artikel 1:30 BWNA en artikel 1:69 BWNA. Deze artikelen bepalen respectievelijk dat een man slechts met een vrouw, de vrouw slechts met een man kan zijn gehuwd en dat een polygaam huwelijk nietig kan worden verklaard. Het beginsel van monogamie komt ook tot uitdrukking in artikel 3 WCH. Dit artikel verbiedt het voltrekken van een polygaam huwelijk in Nederland. +Het rechtsbeginsel van monogamie komt onder andere tot uiting in artikel 1:30 BWNA en artikel 1:69 BWNA. Deze artikelen bepalen respectievelijk dat een man slechts met een vrouw, de vrouw slechts met een man kan zijn gehuwd en dat een polygaam huwelijk nietig kan worden verklaard. Het beginsel van monogamie komt ook tot uitdrukking in artikel 3 WCH. Dit artikel verbiedt het voltrekken van een polygaam huwelijk in Nederland voor zowel Nederlanders als vreemdelingen. -De Nederlands-Antilliaanse openbare orde verzet zich dan ook tegen het voortbestaan of het aangaan van een polygaam huwelijk van een vreemdeling op het moment waarop deze het Nederlanderschap heeft verkregen. Onder inburgering valt dus ook dat verzoeker slechts met een vrouw gehuwd mag zijn. +De Nederlands-Antilliaanse openbare orde verzet zich dan ook tegen het voortbestaan of het aangaan van een polygaam huwelijk van een vreemdeling op het moment waarop deze het Nederlanderschap heeft verkregen. Onder inburgering valt dus ook dat verzoeker slechts met één persoon door het huwelijk verbonden kan zijn. -Indien een verzoeker zich niet wenst te conformeren aan de in de Nederlandse Antillen geldende fundamentele rechtsbeginselen, is hij niet voldoende ingeburgerd: zijn situatie is dan niet in overeenstemming met de Nederlands-Antilliaanse openbare orde. +Indien een verzoeker zich niet wenst te conformeren aan de in de Nederlandse Antillen geldende fundamentele rechtsbeginselen, is hij in wezen niet voldoende ingeburgerd. Bovendien is zijn situatie dan niet in overeenstemming met de Nederlands-Antilliaanse civielrechtelijke openbare (rechts)orde (zie bij artikel 6 en 9 RWN). De vraag of een verzoeker monogaam is, doet zich het meest voor bij personen afkomstig uit islamitische landen die polygamie kennen, alsmede huwelijksontbinding door verstoting. Zie voor een overzicht van deze landen bijlage 1 bij dit artikellid. @@ -2662,8 +2697,6 @@ Artikel 3 WCE geeft onder meer aan dat een in het buitenland uitgesproken versto Als verzoeker de nationaliteit bezit van een land waar polygamie mogelijk is, zal de gezaghebber aan de hand van de gegevens in de PIVA nagaan of er sprake is (geweest) van eerdere huwelijken. Indien uit de PIVA blijkt dat sprake is (geweest) van eerdere huwelijken zal onderzocht moeten worden of de ontbinding van het huwelijk naar Nederlands-Antilliaans recht kan worden erkend. Het ligt op de weg van de verzoeker om aan de hand van documenten aan te tonen dat een eerdere echtgenote heeft ingestemd met de verstoting. Zo is de omstandigheid dat de verstoting lang geleden heeft plaatsgevonden geen reden om aan te nemen dat de vrouw stilzwijgend heeft ingestemd met de verstoting43 Zie ABRvs, 11-11-99, nr. H01.98.2024 en ABRvs, 18-11-99, nr. H01.98.2025.. De gezaghebber zal bij de indiening van het verzoek aan een verzoeker als hier bedoeld vragen of er nog sprake is van eerdere huwelijken die niet in de PIVA zijn opgenomen (zie model 2.1). Indien dat het geval is zal aan de hand van de door verzoeker overlegde documenten onderzocht dienen te worden of dat huwelijk is ontbonden op een naar Nederlands-Antilliaans recht erkende wijze. -Wanneer verzoeker niet kan aantonen dat zijn huwelijk op een voor de Nederlandse Antillen acceptabele wijze is ontbonden, kan hij het eerdere huwelijk laten ontbinden door de Nederlands-Antilliaanse rechter. - ##### 3.2. Beoordeling buitenlandse verstotingsakten Bij de behandeling van een verzoek om naturalisatie worden moeilijkheden ondervonden die vaak verband houden met de beoordeling door ambtenaren van de PIVA van buitenlandse verstotingsakten. Het blijkt namelijk dat bij de inschrijving in de PIVA van eenzijdige verstotingen, in het verleden veelal is nagelaten na te gaan of de vrouw met de verstoting heeft ingestemd dan wel zich daarbij heeft neergelegd. De omstandigheid dat een verstoting in de PIVA staat ingeschreven als ontbinding van een huwelijk levert dan ook geen bewijs op dat de verstoting rechtsgeldig tot stand is gekomen44 Zie ABRvs, 18-11-99, nr. H01.98.2025.. Dit kan tot gevolg hebben dat de ongeldigheid van een verstoting jaren na inschrijving alsnog aan de betrokken persoon wordt tegengeworpen. Het kan dan voor hem moeilijk zijn na zo lange tijd nog een bewijs van de berusting van de vrouw te verkrijgen. @@ -2918,6 +2951,9 @@ d. transactie van Naf. 762,35 of meer e. transactie of geldboete van Naf. 381, 17 of meer, mits er in de periode van vier jaren direct voorafgaande aan het verzoek of de beslissing daarop meerdere transacties of geldboeten van Naf. 381,17 of meer zijn opgelegd of betaald, met een totaal van Naf. 1143,52 of meer. Daarbij is niet relevant of de sanctie voorwaardelijk is opgelegd, en evenmin of de tenuitvoerlegging geheel of gedeeltelijk door gratie is kwijtgescholden. Alleen in zeer bijzondere gevallen is afwijking van het vorenstaande mogelijk. +4. de huwelijkspositie van verzoeker in strijd is met de civielrechtelijke openbare orde + +Aan de orde als verzoeker polygaam gehuwd is. De Nederlands-Antilliaanse openbare orde verzet zich tegen het voltrekken en voortbestaan van een polygaam huwelijk van een vreemdeling op het moment waarop deze het Nederlanderschap verkrijgt of heeft verkregen (zie onder artikel 6 en 8 RWN). #### 2. Afwijzing indien de verblijfstitel op grond van de LTU kan worden ingetrokken @@ -3079,13 +3115,13 @@ De beoordeling van bijzondere omstandigheden geschiedt bij de IND. Die bijzonder #### 6. Procedure -In de naturalisatieprocedure wordt het verzoek om naturalisatie ingediend bij de gezaghebber, die een onderzoek instelt en daarover adviseert aan de Minister van Justitie van Nederland. Het advies ziet onder meer op de vraag of er ernstige vermoedens bestaan om aan te nemen dat de verzoeker een gevaar voor de openbare orde vormt. +In de naturalisatieprocedure wordt het verzoek om naturalisatie ingediend bij de gezaghebber, die een onderzoek instelt en daarover adviseert aan de Minister van Justitie van Nederland. Het advies ziet onder meer op de vraag of er ernstige vermoedens bestaan om aan te nemen dat de verzoeker een gevaar voor de openbare orde vormt. Naast de aanwezigheid van criminele antecedenten is ook bij een polygaam huwelijk van de verzoeker sprake van gevaar voor de openbare orde in de zin van artikel 9 eerste lid aanhef en onder a RWN. Indien reeds voor de indiening van het verzoek duidelijk is dat de betrokkene (bijvoorbeeld wegens een openstaande strafzaak of recente sanctie) niet voor naturalisatie in aanmerking komt, dient hij er op te worden gewezen dat het verzoek waarschijnlijk zal worden afgewezen en dat hij beter kan wachten met de indiening van het verzoek totdat de (rehabilitatie)termijn is verstreken. Indien hij er desalniettemin op staat een verzoek in te dienen, moet dat verzoek wel in behandeling worden genomen en onderzocht. Het advies van de gezaghebber over de openbare orde is gebaseerd op gegevens uit verschillende bronnen. ##### 6.1. Verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag -Iedere verzoeker dient door middel van een verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag (zie model 2.3) schriftelijk te verklaren of hij, of een van de in het verzoek genoemde personen ouder dan zestien jaar, al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of Justitie. De verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag omvat meerdere verklaringen. Indien verzoeker aangeeft dat hij een of meer van deze verklaringen niet naar waarheid kan afleggen, moet de gezaghebber: +Iedere verzoeker dient door middel van een verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag (zie model 2.3) schriftelijk te verklaren of hij, of één van de in het verzoek genoemde personen ouder dan zestien jaar, al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of justitie alsmede dat hij niet polygaam gehuwd is. De verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag omvat meerdere verklaringen. Indien verzoeker aangeeft dat hij een of meer van deze verklaringen niet naar waarheid kan afleggen, moet de gezaghebber: a. die betreffende verklaring(en) doorhalen voordat de verzoeker de overige verklaringen ondertekent; b. de verzoeker in de gelegenheid stellen aan te geven waarom deze de doorgehaalde verklaringen niet kan ondertekenen;