2004-12-01 | BWBR0006517 | Besluit bezoldiging politie
This commit is contained in:
parent
df7d286d39
commit
d807eef1c9
1 changed files with 154 additions and 169 deletions
|
|
@ -26,7 +26,7 @@ e. bijzondere ambtenaar van politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, tweede
|
|||
f. vakantiewerker: een scholier of student die ten tijde van onderbreking van zijn opleiding wegens vakantie voor een periode van ten hoogste acht weken is aangesteld voor het verrichten van ondersteunende werkzaamheden;
|
||||
g. ITO: de Organisatie Informatie- en communicatietechnologie OOV;
|
||||
h. het LSOP: het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
|
||||
i. ambtenaar: de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve, de bijzondere ambtenaar van politie en de vakantiewerker en de bijzondere ambtenaar van politie;
|
||||
i. ambtenaar: de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de bijzondere ambtenaar van politie en de vakantiewerker;
|
||||
j. bevoegd gezag:
|
||||
|
||||
1°. de korpsbeheerder, voor zover het betreft de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij een regionaal politiekorps;
|
||||
|
|
@ -35,7 +35,7 @@ j. bevoegd gezag:
|
|||
4°. de raad van toezicht van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
|
||||
5°. het college van bestuur van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
|
||||
k. volledige betrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week omvat;
|
||||
l. deelbetrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld minder dan 36 uur omvat;
|
||||
l. deelbetrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld minder dan 36 uur per week omvat;
|
||||
m. salaris: het bedrag dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor de ambtenaar is vastgesteld aan de hand van één van de bijlagen van dit besluit;
|
||||
n. salaris per uur: 1/157 deel van het salaris bij een volledige betrekking;
|
||||
o. salarisschaal: een als zodanig in één van de bijlagen van dit besluit vermelde reeks van genummerde salarissen;
|
||||
|
|
@ -45,31 +45,30 @@ r. functie: het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten krac
|
|||
s. toelagen: alle toelagen waarop ingevolge dit besluit aanspraak bestaat;
|
||||
t. vergoedingen: alle vergoedingen waarop ingevolge dit besluit aanspraak bestaat;
|
||||
u. uitkeringen: alle uitkeringen waarop ingevolge dit besluit aanspraak bestaat;
|
||||
v. bezoldiging: de som van het salaris, de toelagen, met uitzondering van de toelage, bedoeld in artikel 16, eerste lid, alsmede de toelage op grond van artikel IV van het koninklijk besluit van 4 september 1968 tot wijziging van het Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 477), alsmede de uitkering, bedoeld in artikel 25a, indien Onze Minister zulks bepaalt
|
||||
v. bezoldiging: de som van het salaris, de toelagen, met uitzondering van de toelage, bedoeld in artikel 16, eerste lid, alsmede de toelage op grond van artikel IV van het koninklijk besluit van 4 september 1968 tot wijziging van het Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 477), alsmede de uitkering, bedoeld in artikel 25a, indien Onze Minister zulks bepaalt;
|
||||
w. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 18, eerste lid van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
x. Arbo-dienst: een dienst als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel j, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
|
||||
y. beroepsziekte: een ziekte, welke in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en die niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
z. dienstongeval: een ongeval, welke in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en dat niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
aa. gangbare arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
bb. herplaatsen: het opdragen van een andere functie op grond van artikel 64a van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
cc. herplaatsingstoelage: een herplaatsingstoelage als bedoeld in hoofdstuk 9 van het Pensioenreglement;
|
||||
dd. invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen als bedoeld in hoofdstuk 8 van het Pensioenreglement;
|
||||
ee. medisch advies: een advies van de Arbodienst dat ten aanzien van de ambtenaar is uitgebracht na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en artikel 50 van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
ff. gewezen ambtenaar: een ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden;
|
||||
gg. Lisv: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
|
||||
hh. passende arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 30 van de Ziektewet;
|
||||
ii. Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
jj. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
|
||||
kk. AFUP-opbouwreglement: het reglement bedoeld in artikel 2.4b, tweede lid, van het pensioenreglement;
|
||||
ll. AFUP: de in het AFUP-opbouwreglement neergelegde regeling;
|
||||
mm. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
nn. WAO-uitkering: een uitkering op grond van de WAO;
|
||||
oo. ZW: de Ziektewet;
|
||||
pp. ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de Ziektewet;
|
||||
qq. zijn arbeid: hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge artikel 19 van de Ziektewet;
|
||||
rr. initiële opleiding: een door Onze Minister in overeenstemming met de Minister van Justitie aangewezen opleiding, gericht op de voorbereiding van de uitvoering van algemene politietaken waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, competentiegerichte eindtermen zijn vastgesteld;
|
||||
ss. theoretisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant aan een opleidingsinstituut in het kader van de initiële opleiding onderwijs volgt;
|
||||
tt. praktisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant de politietaak bij een regionaal politiekorps of bij het Korps landelijke politiediensten uitvoert in het kader van de initiële opleiding.
|
||||
aa. herplaatsen: het op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opdragen van een andere functie of de eigen functie onder andere voorwaarden;
|
||||
bb. herplaatsingstoelage: een herplaatsingstoelage als bedoeld in hoofdstuk 9 van het Pensioenreglement;
|
||||
cc. invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen als bedoeld in hoofdstuk 8 van het Pensioenreglement;
|
||||
dd. medisch advies: een advies van de Arbodienst dat ten aanzien van de ambtenaar is uitgebracht na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en artikel 50 van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
ee. gewezen ambtenaar: een ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden;
|
||||
ff. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
gg. passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd;
|
||||
hh. Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
ii. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
|
||||
jj. AFUP-opbouwreglement: het reglement bedoeld in artikel 2.4b, tweede lid, van het pensioenreglement;
|
||||
kk. AFUP: de in het AFUP-opbouwreglement neergelegde regeling;
|
||||
ll. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
mm. WAO-uitkering: een uitkering op grond van de WAO;
|
||||
nn. ZW: de Ziektewet;
|
||||
oo. ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de Ziektewet;
|
||||
pp. zijn arbeid: hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge artikel 19 van de Ziektewet;
|
||||
qq. initiële opleiding: een door Onze Minister in overeenstemming met de Minister van Justitie aangewezen opleiding, gericht op de voorbereiding van de uitvoering van algemene politietaken waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, competentiegerichte eindtermen zijn vastgesteld;
|
||||
rr. theoretisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant aan een opleidingsinstituut in het kader van de initiële opleiding onderwijs volgt;
|
||||
ss. praktisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant de politietaak bij een regionaal politiekorps of bij het Korps landelijke politiediensten uitvoert in het kader van de initiële opleiding.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenote of echtgenoot mede verstaan de geregistreerde partner alsmede de niet-gehuwde ambtenaar die met een levenspartner samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede begrepen de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de achtergebleven levenspartner. Tegelijkertijd kan slechts een persoon als echtgenoot of echtgenote dan wel weduwe of weduwnaar worden aangemerkt. Het bevoegd gezag kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -668,36 +667,129 @@ c. de ambtenaar die op grond van een andere bijzondere verbintenis in werkelijke
|
|||
|
||||
**1.** De ambtenaar heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een tijdvak van 52 weken recht op de doorbetaling van zijn bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaar die na het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, op grond van zijn aanstelling aanspraak heeft op een WAO-uitkering, heeft aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering.
|
||||
**2.** Voor het bepalen van het einde van het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte samengeteld, indien de perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt:
|
||||
Het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd:
|
||||
|
||||
a) gedurende een tijdvak van ten hoogste 26 weken het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering; en
|
||||
b) daarna het verschil tussen 80% van zijn bezoldiging en de WAO-uitkering.
|
||||
a. met de duur van de vertraging, indien het bevoegd gezag de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de ZW, later doet dan op grond van dat artikel is voorgeschreven;
|
||||
b. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WAO, zoals dat artikel luidde op 31 december 2003, indien de wachttijd met toepassing van het zevende lid van dat artikel wordt verlengd;
|
||||
c. met de duur van het tijdvak dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 71a van de WAO heeft vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**4.** Ingeval van verlenging op grond van het derde lid, kan het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, niet méér dan 104 weken belopen.
|
||||
|
||||
De ambtenaar geniet ook na afloop van het tijdvak van 26 weken de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering:
|
||||
|
||||
a) voor zo lang hij zijn arbeid voor ten minste 45% verricht; dan wel
|
||||
b) indien hij in het belang van zijn genezing door de Arbodienst wenselijk geachte andere arbeid verricht voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidstijd; dan wel
|
||||
c) indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar die op grond van artikel 64a, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie is herplaatst, voordat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 94, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie is verstreken, heeft tot het eind van genoemde termijn aanspraak op een aanvullende uitkering, indien zijn bezoldiging als gevolg van zijn herplaatsing vermindering ondergaat, ter grootte van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a) het bedrag waarop de ambtenaar op grond van dit artikel recht zou hebben gehad indien hem geen andere betrekking zou zijn opgedragen, maar in plaats daarvan voor dezelfde arbeidstijd zijn eigen betrekking; en
|
||||
b) de som van zijn bezoldiging na herplaatsing, een uit zijn arbeidsongeschiktheid voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, een invaliditeitspensioen en een herplaatsingstoelage.
|
||||
**5.** De ambtenaar die na het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, op grond van zijn aanstelling aanspraak heeft op een WAO-uitkering, heeft aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar die is herplaatst op grond van artikel 64a, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie heeft tevens aanspraak op een aanvullende uitkering nadat de termijn van twee jaar is verstreken, indien de ziekte, uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, ter grootte van het verschil tussen:
|
||||
De bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt:
|
||||
|
||||
a) een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken; en
|
||||
b) zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit de oorspronkelijke betrekking voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, invaliditeitspensioen of een herplaatsingstoelage.
|
||||
a. gedurende een tijdvak van ten hoogste 26 weken het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering; en
|
||||
b. daarna het verschil tussen 80% van zijn bezoldiging en de WAO-uitkering.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Het tijdvak van 26 weken, bedoeld in het zesde lid, eindigt na 26 weken, vermeerderd met de perioden waarin de ambtenaar gerekend vanaf de eerste ziektedag:
|
||||
|
||||
a. zijn arbeid voor ten minste 45% heeft verricht;
|
||||
b. in het belang van zijn genezing door de Arbodienst wenselijk geachte andere arbeid heeft verricht, voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidsduur.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar geniet ook na afloop van het tijdvak van 26 weken de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering:
|
||||
|
||||
a. voor zolang hij zijn arbeid voor ten minste 45% verricht; dan wel
|
||||
b. indien hij in het belang van zijn genezing door de Arbodienst wenselijk geachte andere arbeid verricht voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidstijd; dan wel
|
||||
c. indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
De doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigen in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar op grond van artikel 49b, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie passende arbeid verricht en daartoe is herplaatst;
|
||||
b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
|
||||
c. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
|
||||
d. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar die op grond van artikel 49b, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie passende arbeid verricht en daartoe is herplaatst, voordat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 94, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie is verstreken, heeft tot het eind van genoemde termijn aanspraak op een aanvullende uitkering, indien zijn bezoldiging als gevolg van zijn herplaatsing vermindering ondergaat, ter grootte van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. het bedrag waarop de ambtenaar op grond van dit artikel recht zou hebben gehad indien hem geen andere betrekking zou zijn opgedragen, maar in plaats daarvan voor dezelfde arbeidstijd zijn eigen betrekking; en
|
||||
b. de som van zijn bezoldiging na herplaatsing, een uit zijn arbeidsongeschiktheid voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, een invaliditeitspensioen en een herplaatsingstoelage.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar die op grond van artikel 49b, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie passende arbeid verricht en daartoe is herplaatst, heeft tevens aanspraak op een aanvullende uitkering nadat de termijn van twee jaar is verstreken, indien de ziekte, uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, ter grootte van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken; en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit de oorspronkelijke betrekking voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, invaliditeitspensioen en een herplaatsingstoelage.
|
||||
|
||||
**12.**
|
||||
|
||||
Het percentage, bedoeld in het elfde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van:
|
||||
|
||||
80% of meer: 90,02%;
|
||||
|
||||
65 tot 80%: 65,26%;
|
||||
|
||||
55 tot 65%: 54,01%;
|
||||
|
||||
45 tot 55%: 45,01%;
|
||||
|
||||
35 tot 45%: 36,01%;
|
||||
|
||||
25 tot 35%: 27,01%;
|
||||
|
||||
15 tot 25%: 18,00%.
|
||||
|
||||
**13.**
|
||||
|
||||
De aanvullende uitkering, bedoeld in het tiende en elfde lid, eindigt in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar niet meer voldoet aan de in bedoelde artikelleden genoemde voorwaarden;
|
||||
b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
|
||||
c. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt; of
|
||||
d. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
### Artikel 38a
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar met recht op een ZW-uitkering heeft aanspraak op een aanvulling van die uitkering tot het niveau van de bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de ZW-uitkering waarop de ambtenaar recht heeft steeds aangemerkt als een uitkering die door deze onverminderd is genoten.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, niet zijnde een ontslag op grond van artikel 87a, artikel 88 , artikel 88a, artikel 88b dan wel artikel 94, eerste lid, aanhef, onderdelen e of f, van het Besluit algemene rechtspositie politie nog ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft:
|
||||
|
||||
a) zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, doch niet langer dan een tijdvak van ten hoogste 52 weken, aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging; en
|
||||
b) indien hij na het tijdvak van 52 weken op grond van zijn arbeidsongeschiktheid aanspraak heeft op een WAO-uitkering, zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte maar niet langer dan een tijdvak van 26 weken, aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
i) zijn laatstelijk genoten bezoldiging; en
|
||||
ii) de WAO-uitkering en in voorkomend geval een invaliditeitspensioen.
|
||||
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar die binnen een maand na het tijdstip van zijn ontslag ongeschikt wordt wegens ziekte een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft zolang betrokkene ongeschikt is tot werken wegens ziekte, maar niet langer dan 52 weken, aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging indien hij gedurende ten minste twee maanden onmiddellijk aan het ontslag voorafgaande in dienst is geweest.
|
||||
|
||||
**3.** Voor het bepalen van het einde van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte samengeteld, indien de perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in het eerste en tweede lid, eindigen na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt; of
|
||||
b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
**5.** De gewezen ambtenaar die aanspraak heeft op een WAO-uitkering ter zake van de dienstbetrekking die hij voor zijn ontslag vervulde, heeft aanspraak op een aanvullende uitkering indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De in het vijfde lid bedoelde aanvullende uitkering is gelijk aan het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a) een percentage van de laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, in het jaar voorafgaande aan zijn ontslag; en
|
||||
b) de som van de ambtenaar toegekende WAO-uitkering, een hem toegekend invaliditeitspensioen, een hem toegekende herplaatsingstoelage dan wel in voorkomend geval een hem toegekende suppletie op grond van het Besluit suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -717,56 +809,17 @@ Het percentage, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mat
|
|||
|
||||
15 tot 25%: 18,00%.
|
||||
|
||||
### Artikel 38a
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar met recht op een ZW-uitkering heeft aanspraak op een aanvulling van die uitkering tot het niveau van de bezoldiging.
|
||||
De aanvullende uitkering, bedoeld in het vijfde lid, eindigt:
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de ZW-uitkering waarop de ambtenaar recht heeft steeds aangemerkt als een uitkering die door deze onverminderd is genoten.
|
||||
a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in bedoeld artikellid genoemde voorwaarden;
|
||||
b. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
|
||||
c. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
**9.** De gewezen ambtenaar aan wie eervol ontslag is verleend op grond van artikel 87a van het Besluit algemene rechtspositie politie met het oog op een uitkering op grond van een vut-overeenkomst als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel, heeft slechts aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor zover deze tezamen met de aanvullende uitkering in artikel 8.4 van het Pensioenreglement de laatstelijk genoten bezoldiging niet overschrijdt.
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, niet zijnde een ontslag op grond van artikel 87a, artikel 88 , artikel 88a, artikel 88b dan wel artikel 94, eerste lid, aanhef, onderdeel e, van het Besluit algemene rechtspositie politie nog ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft:
|
||||
|
||||
a) zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, doch niet langer dan een tijdvak van ten hoogste 52 weken, aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging; en
|
||||
b) indien hij na het tijdvak van 52 weken op grond van zijn arbeidsongeschiktheid aanspraak heeft op een WAO-uitkering, zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte maar niet langer dan een tijdvak van 26 weken, aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
i) zijn laatstelijk genoten bezoldiging; en
|
||||
ii) de WAO-uitkering en in voorkomend geval een invaliditeitspensioen.
|
||||
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar die binnen een maand na het tijdstip van zijn ontslag ongeschikt wordt wegens ziekte een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft zolang betrokkene ongeschikt is tot werken wegens ziekte, maar niet langer dan 52 weken, aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging indien hij gedurende ten minste twee maanden onmiddellijk aan het ontslag voorafgaande in dienst is geweest.
|
||||
|
||||
**3.** De gewezen ambtenaar die aanspraak heeft op een WAO-uitkering ter zake van de dienstbetrekking die hij voor zijn ontslag vervulde, heeft aanspraak op een aanvullende uitkering indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De in het derde lid bedoelde aanvullende uitkering is gelijk aan het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a) een percentage van de laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, in het jaar voorafgaande aan zijn ontslag; en
|
||||
b) de som van de ambtenaar toegekende WAO-uitkering, een hem toegekend invaliditeitspensioen, een hem toegekende herplaatsingstoelage dan wel in voorkomend geval een hem toegekende suppletie op grond van het Besluit suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van:
|
||||
|
||||
80% of meer: 90,02%;
|
||||
|
||||
65 tot 80%: 65,26%;
|
||||
|
||||
55 tot 65%: 54,01%;
|
||||
|
||||
45 tot 55%: 45,01%;
|
||||
|
||||
35 tot 45%: 36,01%;
|
||||
|
||||
25 tot 35%: 27,01%;
|
||||
|
||||
15 tot 25%: 18,00%.
|
||||
|
||||
**6.** De gewezen ambtenaar aan wie eervol ontslag is verleend op grond van artikel 87a van het Besluit algemene rechtspositie politie met het oog op een uitkering op grond van een vut-overeenkomst als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel, heeft slechts aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor zover deze tezamen met de aanvullende uitkering in artikel 8.4 van het Pensioenreglement de laatstelijk genoten bezoldiging niet overschrijdt.
|
||||
|
||||
**7.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de voorgaande leden, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector politie.
|
||||
**10.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de voorgaande leden, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector politie.
|
||||
|
||||
### Artikel 39a
|
||||
|
||||
|
|
@ -802,19 +855,7 @@ b) eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden.
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging, een bovenwettelijke ziekte-uitkering, een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering of een aanvullende uitkering als bedoeld in de artikelen 38, 39 en 39a, indien zij geen deelnemer zijn in de zin van het pensioenreglement.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar die geen deelnemer is in de zin van het Pensioenreglement, heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte tijdens de duur van zijn dienstverband recht op:
|
||||
|
||||
a) doorbetaling van zijn bezoldiging gedurende de eerste 52 weken of op een aanvulling tot zijn bezoldiging op een eventueel toegekende ZW-uitkering;
|
||||
b) gedurende de daaropvolgende 26 weken een aanvulling tot zijn bezoldiging op een eventueel toegekende WAO-uitkering; en
|
||||
c) daarna een aanvulling tot 80% van zijn bezoldiging op een hem eventueel toegekende WAO-uitkering en andere uitkeringen in verband met arbeidsongeschiktheid.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de ambtenaar, die geen deelnemer is in de zin van het Pensioenreglement, geen ZW-uitkering of WAO-uitkering kan worden toegekend ten gevolge van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar, wordt bedoelde uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke ZW-uitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering, steeds geacht onverminderd te zijn genoten naar rato van zijn betrekking bij het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**4.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar, die geen deelnemer is in de zin van het Pensioenreglement, de ZW-uitkering of WAO-uitkering vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt bedoelde uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke ZW-uitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering, steeds geacht onverminderd te zijn genoten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 40a
|
||||
|
||||
|
|
@ -847,69 +888,11 @@ b) het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk is gestaakt;
|
|||
c) wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet zou zijn gewerkt;
|
||||
d) het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk zou zijn gestaakt.
|
||||
|
||||
**2.** Het tijdvak gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de doorbetaling van hun bezoldiging of een bovenwettelijke ziekte-uitkering eindigt na 52 weken. Voor het bepalen van het einde van het tijdvak van 52 weken worden perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte samengeteld, indien de perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het tijdvak van 26 weken gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, vangt aan op de dag nadat het tijdvak van 52 weken is geëindigd. Het tijdvak van 26 weken eindigt na 26 weken, vermeerderd met de tijdvakken waarin de ambtenaar gerekend vanaf de eerste ziektedag:
|
||||
|
||||
a) zijn arbeid voor ten minste 45% heeft verricht;
|
||||
b) in het belang van zijn genezing door de Arbodienst wenselijk geachte andere arbeid heeft verricht, voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidsduur.
|
||||
|
||||
**4.** Bij buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging vangt het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, aan op de dag volgende op die waarop het buitengewoon verlof is beëindigd.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Indien het bevoegd gezag de aangifte bedoeld in artikel 38, eerste lid van de ZW doet na de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd, wordt:
|
||||
|
||||
a) het tijdvak gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de doorbetaling van hun bezoldiging vermeerderd met een tijdvak ter grootte van het tijdvak tussen de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd en de dag waarop het bevoegd gezag de aangifte heeft gedaan; en
|
||||
b) het tijdvak van 26 weken gedurende welke de ambtenaar respectievelijk de gewezen ambtenaar aanspraak heeft op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering, verminderd met het tijdvak ter grootte van het tijdvak tussen de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd en de dag waarop het bevoegd gezag de aangifte heeft gedaan.
|
||||
**2.** Bij buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging vangt het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, aan op de dag volgende op die waarop het buitengewoon verlof is beëindigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 38, eerste tot en met het vierde lid, eindigen na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
|
||||
|
||||
a) met ingang van de dag waarop de ambtenaar op grond van artikel 64a van het Besluit algemene rechtspositie politie is herplaatst; of
|
||||
b) met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; of
|
||||
c) met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
|
||||
d) met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 38, vijfde en zesde lid, eindigen na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
|
||||
|
||||
a) met ingang van de dag waarop de ambtenaar niet meer voldoet aan de in bedoelde artikelen genoemde voorwaarden; of
|
||||
b) met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend, waaronder het ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, aanhef, onderdeel f, van het Besluit algemene rechtspositie politie; of
|
||||
c) met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt; of
|
||||
d) met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 39, eerste en tweede lid, eindigen na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
|
||||
|
||||
a) met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar is herplaatst overeenkomstig artikel 64a van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
b) met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt; of
|
||||
c) met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 39, derde en vierde lid, eindigt:
|
||||
|
||||
a) met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in bedoelde artikelen genoemde voorwaarden; of
|
||||
b) met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, of;
|
||||
c) met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De aanvulling tot zijn bezoldiging, bedoeld in artikel 40, tweede lid, eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
|
||||
|
||||
a) met ingang van de dag waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in bedoelde artikelen genoemde voorwaarden; of
|
||||
b) met ingang van de dag waarop de ambtenaar op grond van artikel 64a van het Besluit algemene rechtspositie politie wordt herplaatst; of
|
||||
c) met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; of
|
||||
d) met ingang van de dag waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
|
||||
e) met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar is overleden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
|
|
@ -933,7 +916,9 @@ m) tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte ar
|
|||
n) vóór de betaling van de bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid die hij heeft in verband met het verrichten van door de Arbodienst in het belang van zijn genezing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden;
|
||||
o) niet onverwijld op verzoek of uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden meedeelt, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht of op de hoogte van een aan hem toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering;
|
||||
p) zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de Arbodienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate, indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door de Arbodienst als geldig erkende reden heeft opgegeven;
|
||||
q) zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk.
|
||||
q) zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop zijn gericht om de betrokkene in staat te stellen passende arbeid te verrichten;
|
||||
r) zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO;
|
||||
s) zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
**2.** De aanspraak op de doorbetaling van bezoldiging, de bovenwettelijke ziekte-uitkering of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, kan geheel of gedeeltelijk vervallen worden verklaard in het geval de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de regels heeft overtreden die ter zake van afwezigheid wegens ziekte zijn vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -951,17 +936,17 @@ q) zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van d
|
|||
|
||||
De aanspraken van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar op grond van dit hoofdstuk na de eerste 52 weken van ongeschiktheid tot werken, vervallen indien de ambtenaar of de gewezen ambtenaar:
|
||||
|
||||
a) weigert aangeboden gangbare arbeid, waartoe de Arbodienst hem in staat acht, te verkrijgen of te aanvaarden;
|
||||
a) weigert aangeboden passende arbeid, waartoe de Arbodienst hem in staat acht, te verkrijgen of te aanvaarden;
|
||||
b) zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verzuimbegeleiding en de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedure;
|
||||
c) geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering in verband met de toepassing van artikel 25 of 28, onder a of b, van de WAO.
|
||||
|
||||
**2.** De ingevolge het eerste lid vervallen aanspraken herleven met ingang van het tijdstip waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar alsnog gevolg geeft aan de betreffende verplichting op grond van dat lid.
|
||||
|
||||
**3.** Na het tijdvak van 52 weken, bedoeld in de artikelen 38, 39 en 40, is op de aanspraak die de ambtenaar en de gewezen ambtenaar heeft op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, het verplichtingen- en sanctieregime van de WAO van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Na het tijdvak van 52 weken, bedoeld in de artikelen 38 en 39, is op de aanspraak die de ambtenaar en de gewezen ambtenaar heeft op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, het verplichtingen- en sanctieregime van de WAO van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Indien ten aanzien van de WAO-uitkering die de ambtenaar geniet een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door het bevoegd gezag zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast, op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop de ambtenaar aanspraak heeft.
|
||||
**4.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar en de gewezen ambtenaar, de WAO-uitkering vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO-uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, steeds geacht onverminderd te zijn genoten.
|
||||
|
||||
**5.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar, de WAO-uitkering vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO- uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, steeds geacht onverminderd te zijn genoten.
|
||||
**5.** Indien ten aanzien van de WAO-uitkering die de ambtenaar en de gewezen ambtenaar genieten een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door het bevoegd gezag zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast, op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 45a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1012,7 +997,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 46a
|
||||
|
||||
Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op grond van artikel 42 in het genot was van doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in artikel 46 bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging welke de gewezen ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden. Op deze uitkering worden in mindering gebracht het bedrag van de uitkering op grond van artikel 35 van de Ziektewet of op grond van artikel 53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen.
|
||||
Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op grond van artikel 39 in het genot was van doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in artikel 46 bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging welke de gewezen ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden. Op deze uitkering worden in mindering gebracht het bedrag van de uitkering op grond van artikel 35 van de Ziektewet of op grond van artikel 53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 46b
|
||||
|
||||
|
|
@ -1026,7 +1011,7 @@ c) indien het gaat om de wees, bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, aanhef, onder
|
|||
|
||||
**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, bedoeld in artikel 7.1 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen ambtenaar ten aanzien van wie artikel 38, derde lid, toepassing heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreeks gevolg is van de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in dat artikel.
|
||||
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen ambtenaar ten aanzien van wie artikel 38, zesde lid, toepassing heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreeks gevolg is van de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in dat artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 46c
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue