1997-03-01 | BWBR0004306 | Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen

This commit is contained in:
Coornhert 1997-03-01 12:00:00 +00:00
parent f1ca7d693c
commit d80db1214e

View file

@ -4,7 +4,7 @@ titel: Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde sch
bwb_id: BWBR0004306
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2004-03-16'
datum_inwerkingtreding: '1988-04-09'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004306
citeertitel: Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde
schadelijke vloeistoffen
@ -48,7 +48,7 @@ n. verjaardatum: de datum van afgifte van het eerste certificaat, bedoeld in art
**4.** Elk schip, gebouwd voor 1 juli 1986, dient met ingang van 1 januari 1988 te voldoen aan de bepalingen voor het lozen onder de waterlijn en voor de maximale concentratie in het kielzog van het schip, bedoeld in artikel 5.
**5.** De inspecteur-generaal kan het aanbrengen van andere onderdelen, materialen, voorzieningen of apparatuur, dan die welke in dit besluit worden voorgeschreven, in een schip toestaan, mits deze ten minste even doelmatig zijn als die welke in dit besluit worden vereist. In geen geval zullen vormen van ontwerp en constructie ter regeling van het lozen van schadelijke vloeistoffen, zoals deze in dit besluit zijn voorgeschreven, kunnen worden vervangen door operationele methoden.
**5.** Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan het aanbrengen van andere onderdelen, materialen, voorzieningen of apparatuur, dan die welke in dit besluit worden voorgeschreven, in een schip toestaan, mits deze ten minste even doelmatig zijn als die welke in dit besluit worden vereist. In geen geval zullen vormen van ontwerp en constructie ter regeling van het lozen van schadelijke vloeistoffen, zoals deze in dit besluit zijn voorgeschreven, kunnen worden vervangen door operationele methoden.
### Artikel 3
@ -63,7 +63,7 @@ d. categorie D: schadelijke vloeistoffen die, wanneer deze bij het schoonmaken v
**2.** Onze Minister wijst de schadelijke vloeistoffen aan, ingedeeld in categorieën als bedoeld in het eerste lid. Deze indeling geschiedt met inachtneming van de richtlijnen in aanhangsel 1 bij Bijlage II van het Verdrag.
**3.** Voor een vloeistof die wordt aangeboden voor vervoer en niet is aangewezen krachtens het tweede lid van dit artikel of artikel 4, eerste lid, bepaalt de inspecteur-generaal de voorlopige indeling van deze vloeistof.
**3.** Voor een vloeistof die wordt aangeboden voor vervoer en niet is aangewezen krachtens het tweede lid van dit artikel of artikel 4, eerste lid, bepaalt het Hoofd van de Scheepvaartinspectie de voorlopige indeling van deze vloeistof.
### Artikel 4
@ -190,17 +190,17 @@ b. De beproevingen en het vaststellen van de restanthoeveelheden geschieden over
De bepalingen van het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing op een schip gebouwd voor 1 juli 1986 en dat reizen maakt in een beperkt vaargebied tussen havens van staten die partij zijn bij het Verdrag, mits wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:
a. een tank waarin zich vloeistoffen van categorie B of C of mengsels daarvan bevinden en welke dient te worden gewassen of geballast, moet worden voorgewassen overeenkomstig de Standards. Het waswater van deze voorwas moet aan een havenontvangstvoorziening worden afgegeven;
b. overig waswater of ballastwater uit een tank als bedoeld onder *a* dient aan een havenontvangstvoorziening te worden afgegeven of in zee te worden geloosd overeenkomstig het bepaalde in artikel 5;
c. binnen het beperkte vaargebied dienen de havenontvangstvoorzieningen naar het oordeel van de inspecteur-generaal toereikend te zijn; en
a. een tank waarin zich vloeistoffen van categorie B of C of mengsels daarvan bevinden en welke dient te worden gewassen of geballast, moet worden voorgewassen overeenkomstig de Standards. Het waswater van deze voorwas moet aan een ontvangstvoorziening worden afgegeven;
b. overig waswater of ballastwater uit een tank als bedoeld onder *a* dient aan een ontvangstvoorziening te worden afgegeven of in zee te worden geloosd overeenkomstig het bepaalde in artikel 5;
c. binnen het beperkte vaargebied dienen de ontvangstvoorzieningen naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie toereikend te zijn; en
d. het beperkte vaargebied dient te zijn aangetekend op het certificaat als bedoeld in artikel 11.
**7.**
Voor een schip waarvan de bouw en de bedrijfsvoering zodanig zijn dat de ladingtanks niet worden gebruikt voor ballast en slechts dan worden gewassen indien dit nodig is voor reparatie of voor het droogzetten, kan de inspecteur-generaal ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste, tweede, derde en vierde lid indien wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:
Voor een schip waarvan de bouw en de bedrijfsvoering zodanig zijn dat de ladingtanks niet worden gebruikt voor ballast en slechts dan worden gewassen indien dit nodig is voor reparatie of voor het droogzetten, kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste, tweede, derde en vierde lid indien wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:
a. het ontwerp, de bouw en de uitrusting zijn goedgekeurd, waarbij rekening is gehouden met de reizen welke het schip zal gaan maken;
b. het waswater van een tank die wordt gewassen alvorens een reparatie wordt uitgevoerd of alvorens het schip wordt drooggezet, aan een havenontvangstvoorziening wordt afgegeven;
b. het waswater van een tank die wordt gewassen alvorens een reparatie wordt uitgevoerd of alvorens het schip wordt drooggezet, aan een ontvangstvoorziening wordt afgegeven;
c. op het certificaat, bedoeld in artikel 11 is aangetekend:
1°. dat in elke ladingtank alleen een met name genoemde vloeistof mag worden vervoerd; en
@ -221,15 +221,29 @@ c. met toestemming van Onze Minister, indien dit geschiedt met het doel bepaalde
### Artikel 7
Vervallen
**1.** Onze Minister wijst de havens aan, waarvan de beheerders zorg dienen te dragen voor voldoende voorzieningen welke geschikt zijn voor het in ontvangst nemen van restanten of mengsels die schadelijke vloeistoffen bevatten, overeenkomstig de behoeften van schepen die van die havens gebruik maken, voorzover deze stoffen aan boord overblijven als gevolg van de toepassing door die schepen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5 en 8.
**2.** De beheerder van een ingevolge het eerste lid aangewezen haven wijst een zodanig aantal personen aan die over de in het eerste lid bedoelde voorzieningen beschikken, dat onnodig oponthoud voor de schepen bij afgifte van restanten of mengsels, die schadelijke stoffen bevatten, wordt voorkomen.
**3.** Een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid kan slechts plaatsvinden indien de aan te wijzen persoon op grond van artikel 10.30, tweede lid, van de Wet milieubeheer bevoegd is tot het inzamelen of anderszins verwijderen van de in het eerste lid bedoelde restanten of mengsels. Aan een aanwijzing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
**4.** Het is een persoon die niet is aangewezen niet toegestaan om restanten of mengsels die schadelijke vloeistoffen bevatten van schepen, als bedoeld in het eerste lid, in ontvangst te nemen.
**5.** Havenbeheerders doen op deugdelijke wijze mededeling van de personen die zijn aangewezen. Zij dragen ervoor zorg dat van de kosten die in rekening worden gebracht aan het schip, dat restanten of mengsels die schadelijke vloeistoffen bevatten, afgeeft, op deugdelijke wijze mededeling wordt gedaan.
**6.** Havenbeheerders stellen regels ten aanzien van de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde schepen hun restanten of mengsels die schadelijke vloeistoffen bevatten, dienen af te geven, alsmede ten aanzien van de wijze waarop deze schepen van hun behoefte tot afgifte kennis dienen te geven. Van deze regels wordt op deugdelijke wijze mededeling gedaan.
**7.** De afgifte van restanten of mengsels die schadelijke vloeistoffen bevatten, afkomstig van schepen, als bedoeld in het eerste lid, mag in Nederland uitsluitend geschieden aan personen welke zijn aangewezen overeenkomstig het tweede lid.
**8.** Indien naar het oordeel van de kapitein van een schip als bedoeld in het eerste lid, in een haven de voorzieningen voor het in ontvangst nemen van restanten of mengsels die schadelijke vloeistoffen bevatten, ontoereikend zijn, dient hij zulks te melden aan de havenbeheerder en aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Tevens dient daarvan aantekening te worden gemaakt in het ladingjournaal, bedoeld in artikel 9.
### Artikel 7A
**1.** De beheerders van losplaatsen gelegen in havens, die krachtens artikel 6 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen zijn aangewezen, waar schepen schadelijke vloeistoffen lossen, treffen zodanige voorzieningen dat dergelijke schepen hun ladingtanks geheel kunnen leeglossen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5A en 8 alsmede de Standards.
**1.** De beheerders van losplaatsen, waar schepen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, schadelijke vloeistoffen lossen, dienen zodanige voorzieningen te treffen dat dergelijke schepen hun ladingtanks geheel kunnen leeglossen met in achtneming van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5A en 8 alsmede de Standards.
**2.** Bij losplaatsen als bedoeld in het eerste lid worden voorzieningen getroffen om te voorkomen dat de inhoud van slangen of leidingen van de walinstallatie, welke gebruikt zijn voor het lossen van schadelijke vloeistoffen, terugstroomt in het schip.
**2.** Bij losplaatsen als bedoeld in het eerste lid moeten voorzieningen zijn getroffen om te voorkomen dat de inhoud van slangen of leidingen van de walinstallatie, welke gebruikt zijn voor het lossen van schadelijke vloeistoffen, terugstroomt in het schip.
**3.** Indien naar het oordeel van de kapitein van een schip als bedoeld in het eerste lid, of zijn vertegenwoordiger, bij losplaatsen de voorzieningen als bedoeld in dit artikel, ontoereikend zijn, kan hij zulks melden aan de havenbeheerder. Artikel 8, tweede tot en met vierde lid, van het Besluit havenontvangstvoorzieningen is van overeenkomstige toepassing op de afwikkeling van de melding.
**3.** Indien naar het oordeel van de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 7, eerste lid, bij losplaatsen de voorzieningen als bedoeld in dit artikel, ontoereikend zijn, dient hij zulks te melden aan de havenbeheerder en aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.
### Artikel 8
@ -247,10 +261,10 @@ a. behoudens het bepaalde onder *b* dient een tank, waaruit de lading is gelost,
b. de kapitein van een schip kan de bevoegde autoriteit van de plaats waar het schip de lading lost, verzoeken te worden ontheven van het bepaalde onder *a*, indien wordt voldaan aan het navolgende:
1°. de tank, die is leeg gelost, wordt opnieuw geladen met dezelfde vloeistof of met een vloeistof die verenigbaar is met de vorige en de uitgeloste tank wordt niet gewassen of geballast alvorens deze opnieuw wordt beladen; of
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en aan de voorschriften van het derde en het vierde lid wordt voldaan in een volgende haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende havenontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en aan de voorschriften van het derde en het vierde lid wordt voldaan in een volgende haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende ontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
3°. de ladingrestanten in een tank worden verwijderd door middel van een methode van ventilatie als bedoeld in de Standards.
**3.** Indien een tank wordt gewassen overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid, onder *a*, dient het aldus ontstane waswater te worden afgegeven aan een havenontvangstvoorziening totdat de concentratie van de vloeistof in het af te geven mengsel is gedaald tot of onder de waarde zoals wordt aangegeven door Onze Minister en vervolgens totdat de tank is leeg gemaakt. De concentratie dient te worden gemeten aan de hand van een monster dat genomen wordt door de daartoe ter plaatse bevoegde autoriteit nabij de losaansluiting van het schip. Van deze handelingen dient aantekening te worden gehouden in het ladingjournaal, bedoeld in artikel 9 en deze aantekening moet worden gewaarmerkt door de daartoe ter plaatse bevoegde autoriteit.
**3.** Indien een tank wordt gewassen overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid, onder *a*, dient het aldus ontstane waswater te worden afgegeven aan een ontvangstvoorziening totdat de concentratie van de vloeistof in het af te geven mengsel is gedaald tot of onder de waarde zoals wordt aangegeven door Onze Minister en vervolgens totdat de tank is leeg gemaakt. De concentratie dient te worden gemeten aan de hand van een monster dat genomen wordt door de daartoe ter plaatse bevoegde autoriteit nabij de losaansluiting van het schip. Van deze handelingen dient aantekening te worden gehouden in het ladingjournaal, bedoeld in artikel 9 en deze aantekening moet worden gewaarmerkt door de daartoe ter plaatse bevoegde autoriteit.
**4.**
@ -261,7 +275,7 @@ b. de daartoe bevoegde autoriteit bevestigt in het ladingjournaal:
1°. dat de tank en de daarbij behorende pompen en pijpleidingen zijn leeggemaakt; en
2°. dat de voorwas van de tank, bedoeld onder *a*, is uitgevoerd; en
3°. dat het aldus ontstane waswater is afgegeven aan een havenontvangstvoorziening totdat de tank leeg is.
3°. dat het aldus ontstane waswater is afgegeven aan een ontvangstvoorziening totdat de tank leeg is.
**5.**
@ -269,14 +283,14 @@ Bepalingen voor categorie B en C vloeistoffen, buiten een bijzonder gebied
Buiten een bijzonder gebied zijn met betrekking tot een vloeistof van categorie B of C de navolgende bepalingen van toepassing:
a. behoudens het bepaalde onder *b*, dient een tank waaruit de lading is gelost te worden voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards voordat het schip uit de loshaven vertrekt en het waswater dient te worden afgegeven aan een havenontvangstvoorziening in de loshaven, wanneer:
a. behoudens het bepaalde onder *b*, dient een tank waaruit de lading is gelost te worden voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards voordat het schip uit de loshaven vertrekt en het waswater dient te worden afgegeven aan een ontvangstvoorziening in de loshaven, wanneer:
1°. de geloste vloeistof zodanige eigenschappen heeft dat de hoeveelheid van het in de tank achterblijvende restant na het lossen van de tank overeenkomstig de Standards, groter is dan 1 m^3 of 1/3000ste van de tankinhoud, welke van de twee de grootste is, indien het een vloeistof van categorie B betreft, of groter is dan 3 m^3 of 1/1000ste van de tankinhoud, welke van de twee de grootste is, indien het een vloeistof van categorie C betreft; of
2°. het lossen niet is uitgevoerd overeenkomstig de Standards tenzij zodanige maatregelen zijn genomen, dat, ten genoegen van de ter plaatse bevoegde autoriteit, de restanten zodanig worden verwijderd dat de achterblijvende hoeveelheid niet groter is dan die, bedoeld in artikel 5A, eerste, tweede, derde of vierde lid, al naar gelang van toepassing;
b. de kapitein van een schip kan de bevoegde autoriteit van de plaats waar het schip de lading lost, verzoeken te worden ontheven van het bepaalde onder *a*, indien wordt voldaan aan het navolgende:
1°. de tank, die is leeg gelost, wordt opnieuw geladen met dezelfde vloeistof of met een vloeistof die verenigbaar met de vorige en de uitgeloste tank wordt niet gewassen of geballast alvorens deze opnieuw wordt beladen; of
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en de tank wordt voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards en het waswater wordt afgegeven aan een havenontvangstvoorziening in een andere haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende havenontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en de tank wordt voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards en het waswater wordt afgegeven aan een ontvangstvoorziening in een andere haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende ontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
3°. de ladingrestanten in een tank worden verwijderd door middel van een methode voor ventilatie als bedoeld in de Standards.
**6.**
@ -285,7 +299,7 @@ Bepalingen voor categorie B vloeistoffen, binnen een bijzonder gebied
Binnen een bijzonder gebied zijn met betrekking tot een vloeistof van categorie B de navolgende bepalingen van toepassing:
a. behoudens het bepaalde onder *b* en *c*, dient een tank waaruit de lading is gelost te worden voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards voordat het schip uit de loshaven vertrekt en het waswater dient te worden afgegeven aan een havenontvangstvoorziening in de loshaven;
a. behoudens het bepaalde onder *b* en *c*, dient een tank waaruit de lading is gelost te worden voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards voordat het schip uit de loshaven vertrekt en het waswater dient te worden afgegeven aan een ontvangstvoorziening in de loshaven;
b. het bepaalde onder *a* is niet van toepassing indien wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:
1°. de geloste vloeistof heeft zodanige eigenschappen dat de hoeveelheid van het in de tank achterblijvende restant na het lossen van de tank overeenkomstig de Standards, niet groter is dan 1 m^3 of 1/3000ste van de tankinhoud, welke van de twee de grootste is en het restant wordt aan boord gehouden voor lozing in zee buiten een bijzonder gebied overeenkomstig het bepaalde van artikel 5, derde lid; en
@ -293,7 +307,7 @@ b. het bepaalde onder *a* is niet van toepassing indien wordt voldaan aan alle o
c. de kapitein van een schip kan de bevoegde autoriteit van de plaats waar het schip de lading lost, verzoeken te worden ontheven van het bepaalde onder *a*, indien wordt voldaan aan het navolgende:
1°. de tank, die is leeg gelost, wordt opnieuw geladen met dezelfde vloeistof of met een vloeistof die verenigbaar is met de vorige en de uitgeloste tank wordt niet gewassen of geballast alvorens deze opnieuw wordt beladen; of
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en de tank wordt voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards en het waswater wordt afgegeven aan een havenontvangstvoorziening in een andere haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende havenontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en de tank wordt voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards en het waswater wordt afgegeven aan een ontvangstvoorziening in een andere haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende ontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
3°. de ladingrestanten in een tank worden verwijderd door middel van een methode van ventilatie als bedoeld in de Standards.
**7.**
@ -302,7 +316,7 @@ Bepalingen voor categorie C vloeistoffen, binnen een bijzonder gebied
Binnen een bijzonder gebied zijn met betrekking tot een vloeistof van categorie C de navolgende bepalingen van toepassing:
a. behoudens het bepaalde onder *b* en *c*, dient een tank waaruit de lading is gelost te worden voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards voordat het schip de loshaven verlaat en het waswater dient te worden afgegeven aan een havenontvangstvoorziening in de loshaven, wanneer:
a. behoudens het bepaalde onder *b* en *c*, dient een tank waaruit de lading is gelost te worden voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards voordat het schip de loshaven verlaat en het waswater dient te worden afgegeven aan een ontvangstvoorziening in de loshaven, wanneer:
1°. de geloste vloeistof zodanige eigenschappen heeft dat de hoeveelheid van het in de tank achterblijvende restant na het lossen van de tank overeenkomstig de Standards, groter is dan 1 m^3 of 1/3000ste van de tankinhoud, welke van de twee de grootste is; of
2°. het lossen niet is uitgevoerd overeenkomstig de Standards tenzij zodanige maatregelen zijn genomen dat, ten genoegen van de ter plaatse bevoegde autoriteit, de restanten zodanig worden verwijderd dat de achterblijvende hoeveelheid niet groter is dan die, bedoeld in artikel 5A, derde of vierde lid, al naar gelang van toepassing;
@ -313,20 +327,20 @@ b. het bepaalde onder *a* is niet van toepassing indien wordt voldaan aan alle o
c. de kapitein van een schip kan de bevoegde autoriteit van de plaats waar het schip de lading lost, verzoeken te worden ontheven van het bepaalde onder *a*, indien wordt voldaan aan het navolgende:
1°. de tank, die is leeg gelost, wordt opnieuw geladen met dezelfde vloeistof of met een vloeistof die verenigbaar is met de vorige en de uitgeloste tank wordt niet gewassen of geballast alvorens deze opnieuw wordt beladen; of
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en de tank wordt voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards en het waswater wordt afgegeven aan een havenontvangstvoorziening in een andere haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende havenontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en de tank wordt voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards en het waswater wordt afgegeven aan een ontvangstvoorziening in een andere haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende ontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
3°. de ladingrestanten in een tank worden verwijderd door middel van een methode van ventilatie als bedoeld in de Standards.
**8.**
Bepalingen voor categorie D vloeistoffen, zowel binnen als buiten een bijzonder gebied
De ladingrestanten van een tank die een vloeistof van categorie D heeft bevat en die achterblijven nadat de tank is leeg gelost, dienen te worden verdund en in zee geloosd overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, vijfde lid, of door middel van het wassen van een tank te worden verwijderd en afgegeven aan een havenontvangstvoorziening.
De ladingrestanten van een tank die een vloeistof van categorie D heeft bevat en die achterblijven nadat de tank is leeg gelost, dienen te worden verdund en in zee geloosd overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, vijfde lid, of door middel van het wassen van een tank te worden verwijderd en afgegeven aan een ontvangstvoorziening.
**9.**
Ladingrestanten in sloptanks
Alle ladingrestanten die aan boord worden gehouden in een sloptank, inbegrepen de restanten van de vullings van de ladingpompkamer, dienen te worden afgegeven aan een havenontvangstvoorziening:
Alle ladingrestanten die aan boord worden gehouden in een sloptank, inbegrepen de restanten van de vullings van de ladingpompkamer, dienen te worden afgegeven aan een ontvangstvoorziening:
a. overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, tweede lid, indien de restanten een vloeistof van categorie A bevatten; of
b. binnen een bijzonder gebied overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, zesde of zevende lid, al naar gelang van toepassing indien de restanten een vloeistof van categorie A of B bevatten.
@ -345,7 +359,7 @@ c. het lossen van lading;
d. het schoonmaken van ladingtanks;
e. het ballasten van ladingtanks;
f. het ontballasten van ladingtanks;
g. het afgeven van restanten aan havenontvangstvoorzieningen; en
g. het afgeven van restanten aan ontvangstvoorzieningen; en
h. het lozen in zee, of het ventileren van tanks, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.
**3.** Indien schadelijke vloeistoffen of mengsels die dergelijke vloeistoffen bevatten worden geloosd overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, hetzij opzettelijk hetzij per ongeluk, dient melding in het ladingjournaal te worden gemaakt van de omstandigheden waaronder en de redenen waarom de lozing geschiedde.
@ -366,49 +380,51 @@ b. Elke aantekening in het ladingjournaal moet door een officier of de officiere
Elk schip dat schadelijke vloeistoffen in bulk vervoert is onderworpen aan:
a. een eerste onderzoek dat wordt verricht voordat het schip in dienst wordt gesteld of voordat het certificaat, bedoeld in artikel 11, voor de eerste maal wordt afgegeven, en dat een volledig onderzoek van de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip omvat teneinde na te gaan of wordt voldaan aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld;
b. een hernieuwd onderzoek dat wordt verricht met door de inspecteur-generaal vast te stellen tussenpozen die, behoudens indien artikel 12, tweede, vijfde, zesde of zevende lid, van toepassing is, niet langer dan vijf jaar zijn, en dat de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip omvat teneinde na te gaan of wordt voldaan aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld;
b. een hernieuwd onderzoek dat wordt verricht met door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie vast te stellen tussenpozen die, behoudens indien artikel 12, tweede, vijfde, zesde of zevende lid, van toepassing is, niet langer dan vijf jaar zijn, en dat de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip omvat teneinde na te gaan of wordt voldaan aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld;
c. een tussentijds onderzoek dat wordt verricht binnen drie maanden voor of na de tweede of de derde verjaardatum en dat in de plaats komt van een van de jaarlijkse onderzoeken als bedoeld onder *d*, en dat de uitrusting en de daarbij behorende pompen en pijpleidingen van het schip omvat teneinde na te gaan of wordt voldaan aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld. Van dit tussentijds onderzoek wordt een aantekening geplaatst op het certificaat;
d. een jaarlijks onderzoek dat wordt verricht binnen drie maanden voor of na elke verjaardatum en dat de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip omvat teneinde na te gaan of zij zijn onderhouden overeenkomstig het tweede lid, onder *a*, en zich in goede staat bevinden. Van dit jaarlijks onderzoek wordt een aantekening geplaatst op het certificaat;
e. een aanvullend onderzoek dat afhankelijk van de omstandigheden hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk wordt verricht, indien herstellingen of vernieuwingen zijn uitgevoerd, of indien zich een ongeval heeft voorgedaan, waarbij wordt nagegaan of de noodzakelijke reparaties of vernieuwingen deugdelijk zijn doorgevoerd en of wordt voldaan aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld.
**2.** a. De toestand van het schip en van de uitrusting dient te worden gehandhaafd in overeenstemming met de bepalingen vastgesteld bij of krachtens dit besluit om zeker te stellen dat het schip in alle opzichten geschikt blijft tot het verlaten van een haven zonder dat het een gevaar vormt voor verontreiniging van het mariene milieu.
b. Nadat een onderzoek als bedoeld in het eerste lid is voltooid, mag zonder toestemming van de inspecteur-generaal geen verandering worden aangebracht in de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen die aan het onderzoek zijn onderworpen, tenzij het de onmiddellijke vervanging van dergelijke uitrusting of onderdelen betreft.
c. Indien een schip een ongeval overkomt, of indien gebreken worden geconstateerd die de hechtheid van het schip, de doelmatigheid of de volledigheid van de uitrusting, vallende onder de bepalingen van dit besluit in belangrijke mate beïnvloeden, dient de kapitein of de eigenaar van het schip de inspecteur-generaal zo spoedig mogelijk in te lichten. Indien het schip zich in een haven buiten Nederland bevindt, dient de kapitein of de eigenaar tevens onmiddellijk de ter plaatse bevoegde autoriteit in te lichten.
b. Nadat een onderzoek als bedoeld in het eerste lid is voltooid, mag zonder toestemming van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie geen verandering worden aangebracht in de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen die aan het onderzoek zijn onderworpen, tenzij het de onmiddellijke vervanging van dergelijke uitrusting of onderdelen betreft.
c. Indien een schip een ongeval overkomt, of indien gebreken worden geconstateerd die de hechtheid van het schip, de doelmatigheid of de volledigheid van de uitrusting, vallende onder de bepalingen van dit besluit in belangrijke mate beïnvloeden, dient de kapitein of de eigenaar van het schip het betreffende districtshoofd van de Scheepvaartinspectie zo spoedig mogelijk in te lichten. Indien het schip zich in een haven buiten Nederland bevindt, dient de kapitein of de eigenaar tevens onmiddellijk de ter plaatse bevoegde autoriteit in te lichten.
### Artikel 11
**1.** Het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk wordt door de inspecteur-generaal afgegeven na de voltooiing van een eerste of een hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder *a* en *b*, ten behoeve van elk schip dat schadelijke vloeistoffen in bulk vervoert.
**1.** Het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk wordt door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie afgegeven na de voltooiing van een eerste of een hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder *a* en *b*, ten behoeve van elk schip dat schadelijke vloeistoffen in bulk vervoert.
**2.**
a. De inspecteur-generaal kan een daartoe bevoegde regering verzoeken de onderzoeken, bedoeld in artikel 10 uit te voeren en het certificaat af te geven, of, voorzover van toepassing, een aantekening te plaatsen.
b. 1°. Op verzoek van een daartoe bevoegde regering kan namens de inspecteur-generaal een schip dat niet gerechtigd is de Nederlandse vlag te voeren, aan de in artikel 10 genoemde onderzoeken worden onderworpen en kan ten behoeve van dat schip een certificaat worden afgegeven, of, voorzover van toepassing, een aantekening worden geplaatst.
a. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan een daartoe bevoegde regering verzoeken de onderzoeken, bedoeld in artikel 10 uit te voeren en het certificaat af te geven, of, voorzover van toepassing, een aantekening te plaatsen.
b. 1°. Op verzoek van een daartoe bevoegde regering kan namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie een schip dat niet gerechtigd is de Nederlandse vlag te voeren, aan de in artikel 10 genoemde onderzoeken worden onderworpen en kan ten behoeve van dat schip een certificaat worden afgegeven, of, voorzover van toepassing, een aantekening worden geplaatst.
2°. Een afschrift van het certificaat en een afschrift van het rapport van onderzoek worden zo spoedig mogelijk toegezonden aan de regering die het verzoek heeft gedaan.
3°. Een krachtens het bepaalde onder 1° afgegeven certificaat zal een verklaring bevatten, inhoudende dat het is afgegeven op verzoek van de betrokken regering.
**3.** Er wordt geen certificaat afgegeven aan een schip dat gerechtigd is de vlag te voeren van een staat die geen partij is bij het Verdrag.
**3.** Een certificaat wordt afgegeven tegen betaling van de kosten verbonden aan het onderzoek ter verkrijging van het certificaat alsmede de afgifte daarvan. Onze Minister stelt de tarieven vast voor de vergoeding van de kosten, verbonden aan een onderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder *a* tot en met *d*, voorzover dit door een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie is verricht, en voor de vergoeding van de kosten, verbonden aan de afgifte van het certificaat.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de aanvraag tot het verkrijgen van een certificaat en de daarbij te overleggen bescheiden.
**4.** Er wordt geen certificaat afgegeven aan een schip dat gerechtigd is de vlag te voeren van een staat die geen partij is bij het Verdrag.
**5.** De inspecteur-generaal kan nadere voorschriften geven betreffende de aanvraag tot het verkrijgen van een certificaat en de daarbij te overleggen bescheiden.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de aanvraag tot het verkrijgen van een certificaat en de daarbij te overleggen bescheiden.
**6.** Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan nadere voorschriften geven betreffende de aanvraag tot het verkrijgen van een certificaat en de daarbij te overleggen bescheiden.
### Artikel 12
**1.** Het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk wordt door de inspecteur-generaal afgegeven voor een periode van ten hoogste vijf jaar.
**1.** Het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk wordt door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie afgegeven voor een periode van ten hoogste vijf jaar.
**2.** In afwijking van het eerste lid is, indien het hernieuwde onderzoek binnen drie maanden voor de vervaldatum van het bestaande certificaat wordt voltooid, het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van dit onderzoek tot een datum niet later dan vijf jaar na de vervaldatum van het bestaande certificaat.
**3.** Onverminderd het eerste lid is, indien het hernieuwde onderzoek binnen drie maanden na de vervaldatum van het bestaande certificaat wordt voltooid, het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van dit onderzoek tot een datum niet later dan vijf jaar na de vervaldatum van het bestaande certificaat.
**4.** Indien een certificaat wordt afgegeven voor een periode korter dan vijf jaar, kan de inspecteur-generaal na de voltooiing van een tussentijds of jaarlijks onderzoek de geldigheidsduur van het certificaat verlengen tot een periode van vijf jaar.
**4.** Indien een certificaat wordt afgegeven voor een periode korter dan vijf jaar, kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie na de voltooiing van een tussentijds of jaarlijks onderzoek de geldigheidsduur van het certificaat verlengen tot een periode van vijf jaar.
**5.** Indien een hernieuwd onderzoek wordt voltooid en indien geen nieuw certificaat ten behoeve van het schip kan worden afgegeven voor de vervaldatum van het bestaande certificaat, kan daarvan een aantekening op het bestaande certificaat worden geplaatst. In afwijking van het eerste lid wordt in dat geval de geldigheidsduur van het certificaat verlengd voor een periode van niet langer dan vijf maanden na de vervaldatum.
**6.** In afwijking van het eerste lid kan, indien een schip zich op het tijdstip waarop het certificaat zijn geldigheid verliest niet in een haven bevindt waar het hernieuwde onderzoek kan plaatsvinden, de inspecteur-generaal de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste drie maanden na de vervaldatum, uitsluitend om het schip in staat te stellen de reis naar de haven waar het moet worden onderzocht te voltooien. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek in die haven is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
**6.** In afwijking van het eerste lid kan, indien een schip zich op het tijdstip waarop het certificaat zijn geldigheid verliest niet in een haven bevindt waar het hernieuwde onderzoek kan plaatsvinden, het Hoofd van de Scheepvaartinspectie de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste drie maanden na de vervaldatum, uitsluitend om het schip in staat te stellen de reis naar de haven waar het moet worden onderzocht te voltooien. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek in die haven is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
**7.** In afwijking van het eerste lid kan, indien een certificaat is afgegeven ten behoeve van een schip dat korte reizen maakt en de geldigheidsduur van het certificaat niet is verlengd ingevolge een van de andere leden, de inspecteur-generaal de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste een maand na de vervaldatum. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
**7.** In afwijking van het eerste lid kan, indien een certificaat is afgegeven ten behoeve van een schip dat korte reizen maakt en de geldigheidsduur van het certificaat niet is verlengd ingevolge een van de andere leden, het Hoofd van de Scheepvaartinspectie de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste een maand na de vervaldatum. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
**8.** In bijzondere omstandigheden behoeft een nieuw certificaat niet te worden gedateerd vanaf de vervaldatum van het bestaande certificaat. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek in deze bijzondere omstandigheden is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de datum van voltooiing van het hernieuwde onderzoek.
@ -419,23 +435,23 @@ b. 1°. Op verzoek van een daartoe bevoegde regering kan namens de inspecteur-ge
1°. de op het certificaat aangegeven periode van geldigheid is verstreken;
2°. het tussentijds of jaarlijks onderzoek niet is uitgevoerd binnen de gestelde periode danwel indien daarvan geen aantekening is gemaakt op het certificaat;
3°. het schip ophoudt te behoren tot de categorie van schepen, waarop dit besluit van toepassing is;
4°. de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip op ingrijpende wijze worden gewijzigd zonder de toestemming van de inspecteur-generaal tenzij het de onmiddellijke vervanging van dergelijke uitrusting en onderdelen betreft;
4°. de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip op ingrijpende wijze worden gewijzigd zonder de toestemming van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie tenzij het de onmiddellijke vervanging van dergelijke uitrusting en onderdelen betreft;
5°. de naam van het schip wordt veranderd of het schip een andere roepnaam krijgt. In dat geval wordt op aanvraag een nieuw certificaat afgegeven voor het nog niet verstreken gedeelte van het tijdvak, waarvoor het vervallen certificaat zou hebben gegolden; en
6°. het schip niet meer gerechtigd is de Nederlandse vlag te voeren.
b. Een vervallen certificaat moet door de eigenaar van het schip zo spoedig mogelijk aan de inspecteur-generaal worden ingezonden door tussenkomst van de ambtenaren van de divisie Scheepvaart, de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, dan wel de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren.
b. Een vervallen certificaat moet door de eigenaar van het schip zo spoedig mogelijk aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie worden ingezonden door tussenkomst van de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie, de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, dan wel de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren.
c. Voor een ingezonden certificaat wordt desverlangd een bewijs van ontvangst afgegeven.
**11.**
a. Een certificaat kan door de inspecteur-generaal worden ingetrokken:
a. Een certificaat kan door de bevoegde ambtenaar van de Scheepvaartinspectie worden ingetrokken:
1°. wanneer het schip schade van betekenis heeft opgelopen en de herstelling daarvan niet naar behoren is geschied; of
2°. wanneer uit een onderzoek is gebleken dat het schip niet zonder gevaar voor verontreiniging van het mariene milieu de haven kan verlaten.
b. Indien een certificaat wordt ingetrokken, wordt de eigenaar van het schip zo spoedig mogelijk bericht gezonden, onder vermelding van de redenen, welke tot de intrekking hebben geleid.
**12.** In afwijking van het tiende lid, onder *a*, 2°, kan de inspecteur-generaal, indien het certificaat zijn geldigheid heeft verloren omdat een tussentijds of jaarlijks onderzoek niet binnen de gestelde periode is verricht, in bijzondere omstandigheden de geldigheid van het certificaat herstellen, nadat door middel van een inspectie is vastgesteld dat het schip voldoet aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld. De omvang van deze inspectie is ter beoordeling van de inspecteur-generaal.
**12.** In afwijking van het tiende lid, onder *a*, 2°, kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, indien het certificaat zijn geldigheid heeft verloren omdat een tussentijds of jaarlijks onderzoek niet binnen de gestelde periode is verricht, in bijzondere omstandigheden de geldigheid van het certificaat herstellen, nadat door middel van een inspectie is vastgesteld dat het schip voldoet aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld. De omvang van deze inspectie is ter beoordeling van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.
### Artikel 12A
@ -457,7 +473,7 @@ Niettegenstaande het bepaalde in dit besluit mogen schadelijke vloeistoffen van
a. het schip voldoet aan de van toepassing zijnde bepalingen voor een produktentankschip zoals vereist in genoemd besluit;
b. het schip is voorzien van een Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door olie en het aanhangsel B en op dit certificaat is aangetekend welke olie-achtige stoffen het schip mag vervoeren; en
c. het bewaking- en regelsysteem voor olielozingen geschikt is voor het bewaken van de lozing van de te vervoeren olie-achtige stoffen en die uitrusting voldoet aan artikel 2a, eerste of tweede lid, van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen.
c. het bewaking- en regelsysteem voor olielozingen is goedgekeurd voor het bewaken van de lozing van de te vervoeren olie-achtige stoffen.
**2.**
@ -466,28 +482,13 @@ Voor een schip dat een vloeistof van categorie C vervoert is het bepaalde in het
a. de stabiliteitscriteria voor een type III schip zoals genoemd in de Internationale Bulk Chemicaliën Code, indien het schip is gebouwd op of na 1 juli 1986; of
b. de stabiliteitscriteria voor een type III schip zoals genoemd in de Bulk Chemicaliën Code, indien het schip is gebouwd voor 1 juli 1986.
### Artikel 14A
**1.** Elk schip met een tonnage van 150 of meer waarvoor een Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk is afgegeven, heeft een door de inspecteur-generaal goedgekeurd scheepsnoodplan voor verontreiniging van de zee door schadelijke vloeistoffen aan boord.
**2.**
Een scheepsnoodplan voor verontreiniging van de zee door schadelijke vloeistoffen bevat ten minste:
a. de procedure die de kapitein of een ander bemanningslid dat de leiding van het schip heeft, moet volgen voor het melden van een voorval van verontreiniging door schadelijke vloeistoffen;
b. een lijst van autoriteiten of personen aan wie een voorval van verontreiniging door schadelijke vloeistoffen moet worden gemeld;
c. een gedetailleerde beschrijving van de maatregelen welke de bemanning onmiddellijk moet nemen om de uitstroom van schadelijke vloeistoffen ten gevolge van een voorval zoveel mogelijk te beperken;
d. de procedure en contactpersoon aan boord van het schip voor het coördineren van de maatregelen aan boord met nationale en plaatselijke autoriteiten bij het bestrijden van een verontreiniging door schadelijke vloeistoffen.
**3.** Een schip waarop artikel 26 van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen naast dit artikel van toepassing is, mag het scheepsnoodplan voor verontreiniging van de zee door schadelijke vloeistoffen combineren met het scheepsnoodplan voor olieverontreiniging, bedoeld in dat artikel. In dat geval is de titel van het plan: scheepsnoodplan voor verontreiniging van de zee.
### Artikel 15
Ter uitvoering van internationale afspraken en besluiten van volkenrechtelijke organisaties over voorkoming van verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
### Artikel 16
**1.** De inspecteur-generaal kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen, geheel of gedeeltelijke ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen met betrekking tot de bouw, inrichting of uitrusting van een schip, met dien verstande dat uitrusting als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel c, moet zijn voorzien van het merk van overeenstemming, bedoeld in artikel 2a van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen, of zijn vergezeld van een in dat artikel bedoeld certificaat.
**1.** Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen, geheel of gedeeltelijke ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen met betrekking tot de bouw, inrichting of uitrusting van een schip.
**2.** Indien een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend aan een schip dat een certificaat behoeft als bedoeld in artikel 11, dient daarvan aantekening te worden gemaakt op het certificaat.