From d812a720eceab9a4801a8de4fa95ed56b705c97b Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Apr 2017 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2017-04-01=20|=20BWBR0039569=20|=20Inkomstenbel?= =?UTF-8?q?asting,=20kapitaalverzekering=20eigen=20woning,=20spaarrekening?= =?UTF-8?q?=20eigen=20woning,=20beleggingsrecht=20eigen=20woning=20en=20v?= =?UTF-8?q?=C3=B3=C3=B3r=202001=20bestaande=20kapitaalverzekeringen=20in?= =?UTF-8?q?=20box=203?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0039569/README.md | 144 ++++++++++-------- 1 file changed, 79 insertions(+), 65 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/inkomstenbelasting-kapitaalverzekering-eigen-woning-spaarrekening-eigen-woning-b/BWBR0039569/README.md b/beleidsregel/inkomstenbelasting-kapitaalverzekering-eigen-woning-spaarrekening-eigen-woning-b/BWBR0039569/README.md index a4c33346b9d..deb3a826c88 100644 --- a/beleidsregel/inkomstenbelasting-kapitaalverzekering-eigen-woning-spaarrekening-eigen-woning-b/BWBR0039569/README.md +++ b/beleidsregel/inkomstenbelasting-kapitaalverzekering-eigen-woning-spaarrekening-eigen-woning-b/BWBR0039569/README.md @@ -16,14 +16,14 @@ citeertitel: Inkomstenbelasting, kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening **De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.** -*Het besluit van 6 december 2014, nr. BLKB2014/1763M wordt opnieuw uitgebracht. Dit besluit is aangepast aan de gewijzigde wetgeving met ingang van 1 januari 2017 en met ingang van 1 april 2017 (vervallen tijdklemmen). In dat kader zijn goedkeuringen opgenomen voor het vervallen van de tijdklemmen voor Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen, het premievrijmaken en het verkorten van de premieduur. Ook is een goedkeuring opgenomen als de bandbreedte-eis die geldt voor de premie wordt overschreden als gevolg van het aflopen van een rentevastperiode van de aan een KEW gekoppelde eigenwoningschuld.* - *Daarnaast zijn verschillende paragrafen in het hele besluit aangepast aan het vervallen van de tijdklemmen per 1 april 2017.* +*Het besluit van 6 december 2014, nr. BLKB2014/1763M wordt opnieuw uitgebracht. Dit besluit is aangepast aan de gewijzigde wetgeving met ingang van 1 januari 2017 en met ingang van 1 april 2017 (vervallen tijdklemmen). In dat kader zijn goedkeuringen opgenomen voor het vervallen van de tijdklemmen voor Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen, het premievrijmaken en het verkorten van de premieduur. Ook is een goedkeuring opgenomen als de bandbreedte-eis die geldt voor de premie wordt overschreden als gevolg van het aflopen van een rentevastperiode van de aan een KEW gekoppelde eigenwoningschuld.* + *Daarnaast zijn verschillende paragrafen in het hele besluit aangepast aan het vervallen van de tijdklemmen per 1 april 2017.* ## 1. Inleiding In dit besluit zijn de beleidsstandpunten opgenomen op het terrein van kapitaalverzekeringen en de kapitaalverzekering eigen woning (KEW), spaarrekening eigen woning (SEW) en het beleggingsrecht eigen woning (BEW). Eenvoudshalve worden de KEW, SEW en BEW hierna tezamen KEW genoemd. -De beleidsstandpunten over de KEW zijn in beginsel van overeenkomstige toepassing op Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen die op basis van een gunstig premieverleden op grond van hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AL, eerste lid, tweede volzin van de Invoeringswet Wet IB 2001 op 31 december 2000 ‘op weg waren’ naar een uitkeringsvrijstelling. Dit wordt bij de beleidsstandpunten niet vermeld, alleen afwijkingen van dit uitgangspunt worden genoemd. +De beleidsstandpunten over de KEW zijn in beginsel van overeenkomstige toepassing op Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen die op basis van een gunstig premieverleden op grond van hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AL, eerste lid, tweede volzin van de Invoeringswet Wet IB 2001 op 31 december 2000 ‘op weg waren’ naar een uitkeringsvrijstelling. Dit wordt bij de beleidsstandpunten niet vermeld, alleen afwijkingen van dit uitgangspunt worden genoemd. In dit besluit zijn nieuwe standpunten opgenomen of zijn standpunten aangepast over de volgende onderwerpen: @@ -32,7 +32,7 @@ In dit besluit zijn nieuwe standpunten opgenomen of zijn standpunten aangepast o – Vervallen tijdklemmen voor Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen (4.2); – Premievrijmaking of verkorte premieduur voor een KEW (4.3). -Daarnaast zijn verschillende paragrafen in het hele besluit aangepast aan het vervallen van de tijdklemmen per 1 april 2017. +Daarnaast zijn verschillende paragrafen in het hele besluit aangepast aan het vervallen van de tijdklemmen per 1 april 2017. Door de gewijzigde wetgeving zijn de volgende standpunten vervallen: @@ -66,25 +66,25 @@ Gebruikte begrippen en afkortingen #### 2.1. Eigenwoningschuld, partnerbegrip en clausules; Gevolgen aanpassingen wetgeving -Met ingang van 1 maart 2005 en 1 januari 2011 zijn in de Wet IB 2001 de begrippen ‘eigenwoningschuld’ en ‘gezamenlijke huishouding’ geïntroduceerd en is het begrip ‘partner’ aangepast. +Met ingang van 1 maart 2005 en 1 januari 2011 zijn in de Wet IB 2001 de begrippen ‘eigenwoningschuld’ en ‘gezamenlijke huishouding’ geïntroduceerd en is het begrip ‘partner’ aangepast. -##### 2.1.1. KEW-clausule voor kapitaalverzekeringen van vóór 1 oktober 2005 +##### 2.1.1. KEW-clausule voor kapitaalverzekeringen van vóór 1 oktober 2005 -Per 1 maart 2005 is in het toenmalige artikel 3.116 van de Wet IB 2001 het begrip ‘schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning’ vervangen door het begrip ‘eigenwoningschuld’. Ook is het begrip ‘gemeenschappelijke huishouding’ vervangen door ‘gezamenlijke huishouding’. Als overgangsregel geldt op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) de volgende goedkeuring voor kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten vóór 1 oktober 2005. +Per 1 maart 2005 is in het toenmalige artikel 3.116 van de Wet IB 2001 het begrip ‘schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning’ vervangen door het begrip ‘eigenwoningschuld’. Ook is het begrip ‘gemeenschappelijke huishouding’ vervangen door ‘gezamenlijke huishouding’. Als overgangsregel geldt op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) de volgende goedkeuring voor kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten vóór 1 oktober 2005. -Ik keur goed dat een kapitaalverzekering die is afgesloten vóór 1 oktober 2005 en die sinds het afsluiten voldeed aan de formele vereisten van het toenmalige artikel 3.116 van de Wet IB 2001 (tekst tot en met 28 februari 2005) geacht wordt te voldoen aan de voorwaarden van artikel 10bis.4 van de Wet IB 2001. Het is dus niet noodzakelijk om in deze polissen de verwijzing naar ‘schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning’ en ‘gemeenschappelijke huishouding’ aan te passen in een verwijzing naar ‘eigenwoningschuld’ respectievelijk ‘gezamenlijke huishouding’. +Ik keur goed dat een kapitaalverzekering die is afgesloten vóór 1 oktober 2005 en die sinds het afsluiten voldeed aan de formele vereisten van het toenmalige artikel 3.116 van de Wet IB 2001 (tekst tot en met 28 februari 2005) geacht wordt te voldoen aan de voorwaarden van artikel 10bis.4 van de Wet IB 2001. Het is dus niet noodzakelijk om in deze polissen de verwijzing naar ‘schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning’ en ‘gemeenschappelijke huishouding’ aan te passen in een verwijzing naar ‘eigenwoningschuld’ respectievelijk ‘gezamenlijke huishouding’. -Deze goedkeuring laat onverlet dat voor een op of na 1 maart 2005 ontvangen kapitaalsuitkering de tekst van artikel 10bis.6 van de Wet IB 2001 met ingang van die datum van toepassing is. Dit betekent dat van de kapitaalsuitkering geen hoger bedrag kan zijn vrijgesteld dan het bedrag van de ‘eigenwoningschuld’ op het tijdstip van uitkering. Dit houdt ook in dat met ingang van 1 maart 2005 met de uitkering ten hoogste het bedrag van de ‘eigenwoningschuld’ hoeft te worden afgelost en dus niet langer de ‘schulden ter zake van de eigen woning’. +Deze goedkeuring laat onverlet dat voor een op of na 1 maart 2005 ontvangen kapitaalsuitkering de tekst van artikel 10bis.6 van de Wet IB 2001 met ingang van die datum van toepassing is. Dit betekent dat van de kapitaalsuitkering geen hoger bedrag kan zijn vrijgesteld dan het bedrag van de ‘eigenwoningschuld’ op het tijdstip van uitkering. Dit houdt ook in dat met ingang van 1 maart 2005 met de uitkering ten hoogste het bedrag van de ‘eigenwoningschuld’ hoeft te worden afgelost en dus niet langer de ‘schulden ter zake van de eigen woning’. -##### 2.1.2. Aanpassing partnerbegrip met ingang van 1 januari 2011; Overgangsrecht +##### 2.1.2. Aanpassing partnerbegrip met ingang van 1 januari 2011; Overgangsrecht -Gelijktijdig met de introductie van een nieuw partnerbegrip in artikel 1.2 van de Wet IB 2001 zijn de bepalingen met het begrip ‘duurzaam voeren van een gezamenlijke huishouding’ aangepast aan het nieuwe partnerbegrip. Met ingang van 1 januari 2011 is ‘verzekeringnemer, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert’ vervangen door ‘verzekeringnemer of zijn partner’. Dit kan betekenen dat een KEW vanaf 1 januari 2011, na inwerkingtreding van het nieuwe partnerbegrip, niet aan de eisen van artikel 10bis.4 of 10bis.5 van de Wet IB 2001 voldoet. De partners zouden dan moeten afrekenen over het rentebestanddeel dat op 1 januari 2011 is begrepen in de waarde van de KEW. Ook zouden bepaalde versoepelingen voor partners in het vrijstellingsregime voor de KEW (artikelen 10bis.6 en 10bis.7 van de Wet IB 2001) niet meer gelden. Om dit te voorkomen geldt de volgende overgangsmaatregel. +Gelijktijdig met de introductie van een nieuw partnerbegrip in artikel 1.2 van de Wet IB 2001 zijn de bepalingen met het begrip ‘duurzaam voeren van een gezamenlijke huishouding’ aangepast aan het nieuwe partnerbegrip. Met ingang van 1 januari 2011 is ‘verzekeringnemer, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert’ vervangen door ‘verzekeringnemer of zijn partner’. Dit kan betekenen dat een KEW vanaf 1 januari 2011, na inwerkingtreding van het nieuwe partnerbegrip, niet aan de eisen van artikel 10bis.4 of 10bis.5 van de Wet IB 2001 voldoet. De partners zouden dan moeten afrekenen over het rentebestanddeel dat op 1 januari 2011 is begrepen in de waarde van de KEW. Ook zouden bepaalde versoepelingen voor partners in het vrijstellingsregime voor de KEW (artikelen 10bis.6 en 10bis.7 van de Wet IB 2001) niet meer gelden. Om dit te voorkomen geldt de volgende overgangsmaatregel. -Voor contracten die op basis van het tot 1 januari 2011 geldende partnerbegrip als KEW kwalificeren (dus inclusief het begrip duurzaam voeren van een gezamenlijke huishouding) en vanaf 1 januari 2011 niet meer, geldt eerbiedigende werking (artikel XXVIA van de Fiscale vereenvoudigingswet 2010). Dergelijke contracten worden nog behandeld volgens de regels zoals die tot en met 31 december 2010 golden. Dit houdt in dat degene die tot en met 2010 voor de KEW partner was, dat na 2010 ook is. Het is dus niet nodig om de tekst van contracten afgesloten uiterlijk 31 december 2010 aan te passen aan de gewijzigde wetgeving. +Voor contracten die op basis van het tot 1 januari 2011 geldende partnerbegrip als KEW kwalificeren (dus inclusief het begrip duurzaam voeren van een gezamenlijke huishouding) en vanaf 1 januari 2011 niet meer, geldt eerbiedigende werking (artikel XXVIA van de Fiscale vereenvoudigingswet 2010). Dergelijke contracten worden nog behandeld volgens de regels zoals die tot en met 31 december 2010 golden. Dit houdt in dat degene die tot en met 2010 voor de KEW partner was, dat na 2010 ook is. Het is dus niet nodig om de tekst van contracten afgesloten uiterlijk 31 december 2010 aan te passen aan de gewijzigde wetgeving. ##### 2.1.3. KEW-clausule -Als in de polis van een kapitaalverzekering de volgende clausule is opgenomen, voldoet deze verzekering in ieder geval aan de formele eisen die op dit punt aan een KEW worden gesteld (artikel 10bis.4, tweede lid, onderdeel *a*, van de Wet IB 2001): ‘De begunstigde zal de verzekerde uitkering (...) aanwenden ter aflossing van de eigenwoningschuld in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 van de verzekeringnemer en/of zijn partner’. Zoals in paragraaf 2.1.2 is aangegeven is het fiscaal geen probleem als de clausule in de polis niet aan het gewijzigde partnerbegrip is aangepast en er nog verwezen wordt naar ‘de eigenwoningschuld (...) van de verzekeringnemer, van de echtgeno(o)t(e) of van degene met wie de verzekeringnemer duurzaam een gezamelijke huishouding voert’. Het is dus niet nodig om de tekst van contracten afgesloten uiterlijk 31 december 2010 aan te passen aan de gewijzigde wetgeving. +Als in de polis van een kapitaalverzekering de volgende clausule is opgenomen, voldoet deze verzekering in ieder geval aan de formele eisen die op dit punt aan een KEW worden gesteld (artikel 10bis.4, tweede lid, onderdeel *a*, van de Wet IB 2001): ‘De begunstigde zal de verzekerde uitkering (...) aanwenden ter aflossing van de eigenwoningschuld in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 van de verzekeringnemer en/of zijn partner’. Zoals in paragraaf 2.1.2 is aangegeven is het fiscaal geen probleem als de clausule in de polis niet aan het gewijzigde partnerbegrip is aangepast en er nog verwezen wordt naar ‘de eigenwoningschuld (...) van de verzekeringnemer, van de echtgeno(o)t(e) of van degene met wie de verzekeringnemer duurzaam een gezamelijke huishouding voert’. Het is dus niet nodig om de tekst van contracten afgesloten uiterlijk 31 december 2010 aan te passen aan de gewijzigde wetgeving. Als in de voorwaarden van een spaarrekening of een beleggingsrecht de volgende clausule is opgenomen, voldoet deze spaarrekening of dit beleggingsrecht in ieder geval aan de formele eisen die op dit punt aan een SEW of BEW worden gesteld (artikel 10bis.5, tweede lid, onderdeel *b*, van de Wet IB 2001): ‘De rekeninghouder zal het opgebouwde tegoed aanwenden ter aflossing van zijn eigenwoningschuld in de zin van de Wet IB 2001 of van zijn partner.’ Andere formuleringen waarin inhoudelijk dezelfde elementen worden genoemd, voldoen uiteraard ook. @@ -94,11 +94,11 @@ Eén van de voorwaarden die wordt gesteld aan een KEW is dat er een kapitaalsuit De Nederlandsche Bank is belast met de uitvoering van de Wft en bepaalt de inhoud van het begrip levensverzekering. -In het rapport van de werkgroep levensverzekeringen WTV-Wet IB (van 4 juni 1993, gepubliceerd in FED 1993/525) zijn nadere criteria opgenomen over de inhoud van het begrip levensverzekering. Deze nadere criteria houden (samengevat) in dat van een levensverzekering pas sprake kan zijn als de verzekeringnemer/begunstigde een gerede kans heeft dat de overeenkomst hem substantieel meer oplevert dan de waarde van de betaalde premies vermeerderd met het door de verzekeraar behaalde rendement (de zogenoemde bonus). De nadere criteria hebben geleid tot rekenregels die in het rapport zijn opgenomen. +In het rapport van de werkgroep levensverzekeringen WTV-Wet IB (van 4 juni 1993, gepubliceerd in FED 1993/525) zijn nadere criteria opgenomen over de inhoud van het begrip levensverzekering. Deze nadere criteria houden (samengevat) in dat van een levensverzekering pas sprake kan zijn als de verzekeringnemer/begunstigde een gerede kans heeft dat de overeenkomst hem substantieel meer oplevert dan de waarde van de betaalde premies vermeerderd met het door de verzekeraar behaalde rendement (de zogenoemde bonus). De nadere criteria hebben geleid tot rekenregels die in het rapport zijn opgenomen. -De Nederlandsche Bank hanteert de nadere criteria voor overeenkomsten die zijn gesloten na 30 juni 1993 evenals voor overeenkomsten die na die datum zijn gewijzigd. Overeenkomsten die zijn afgesloten vóór 1 juli 1993 en die niet voldoen aan de nadere criteria merkt De Nederlandsche Bank ook aan als overeenkomsten van levensverzekering (eerbiedigende werking). +De Nederlandsche Bank hanteert de nadere criteria voor overeenkomsten die zijn gesloten na 30 juni 1993 evenals voor overeenkomsten die na die datum zijn gewijzigd. Overeenkomsten die zijn afgesloten vóór 1 juli 1993 en die niet voldoen aan de nadere criteria merkt De Nederlandsche Bank ook aan als overeenkomsten van levensverzekering (eerbiedigende werking). -Voor de toepassing van de Wet IB 2001 sluit ik aan bij de uitleg die De Nederlandsche Bank geeft aan het begrip levensverzekering. Dit standpunt brengt mee dat op of na 1 januari 2001 gesloten of omgezette overeenkomsten van levensverzekering dienen te voldoen aan de door De Nederlandsche Bank gehanteerde nadere criteria zoals opgenomen in het eerder genoemde rapport. Het is dus niet voldoende als de afhankelijkheid van leven en/of sterven (slechts) formeel in de overeenkomst wordt opgenomen. +Voor de toepassing van de Wet IB 2001 sluit ik aan bij de uitleg die De Nederlandsche Bank geeft aan het begrip levensverzekering. Dit standpunt brengt mee dat op of na 1 januari 2001 gesloten of omgezette overeenkomsten van levensverzekering dienen te voldoen aan de door De Nederlandsche Bank gehanteerde nadere criteria zoals opgenomen in het eerder genoemde rapport. Het is dus niet voldoende als de afhankelijkheid van leven en/of sterven (slechts) formeel in de overeenkomst wordt opgenomen. #### 2.3. Eenmalige kapitaalsuitkering @@ -108,11 +108,11 @@ Overigens wordt bij gemengde verzekeringen als zodanig aan de wettelijke voorwaa Voor een SEW of een BEW wordt de voorwaarde gesteld dat de rekening geblokkeerd is en slechts eenmalig gedeblokkeerd wordt voor de aflossing van de eigenwoningschuld (artikel 10bis.5, tweede lid, onderdeel *b* en derde lid, onderdeel *b*, van de Wet IB 2001). Bij een gedeeltelijke deblokkering wordt de spaarrekening of beleggingsrekening geacht in zijn geheel tot uitkering te zijn gekomen. -Omdat het regime van de KEW tot 1 april 2017 een lage vrijstelling na 15 jaar jaarlijkse premiebetaling en een hoge vrijstelling na 20 jaar jaarlijkse premiebetaling kent, is onder voornoemd regime in de praktijk op basis van een redelijke wetstoepassing aangegeven dat het mogelijk was om een KEW na 15 jaren gedeeltelijk af te kopen met gebruikmaking van de lage vrijstelling en voor het overige verzekeringskapitaal het restant aan hoge vrijstelling na 20 jaren jaarlijkse premiebetaling te benutten. Bij een dergelijke tussentijdse afkoop of opname kan de uitkering hoger zijn dan het bedrag van de vrijstelling. Het rentebestanddeel in het bedrag boven het vrijgestelde bedrag is dan belast. De mogelijkheid van een voortijdige afkoop hoefde niet vooraf in de polis te zijn opgenomen. Nadat een dergelijke eerste uitkering heeft plaatsgevonden, wordt bij de volgende uitkering of afkoop de gehele KEW geacht tot uitkering te zijn gekomen. Deze volgende uitkering of afkoop kan na 1 april 2017 plaatsvinden. +Omdat het regime van de KEW tot 1 april 2017 een lage vrijstelling na 15 jaar jaarlijkse premiebetaling en een hoge vrijstelling na 20 jaar jaarlijkse premiebetaling kent, is onder voornoemd regime in de praktijk op basis van een redelijke wetstoepassing aangegeven dat het mogelijk was om een KEW na 15 jaren gedeeltelijk af te kopen met gebruikmaking van de lage vrijstelling en voor het overige verzekeringskapitaal het restant aan hoge vrijstelling na 20 jaren jaarlijkse premiebetaling te benutten. Bij een dergelijke tussentijdse afkoop of opname kan de uitkering hoger zijn dan het bedrag van de vrijstelling. Het rentebestanddeel in het bedrag boven het vrijgestelde bedrag is dan belast. De mogelijkheid van een voortijdige afkoop hoefde niet vooraf in de polis te zijn opgenomen. Nadat een dergelijke eerste uitkering heeft plaatsgevonden, wordt bij de volgende uitkering of afkoop de gehele KEW geacht tot uitkering te zijn gekomen. Deze volgende uitkering of afkoop kan na 1 april 2017 plaatsvinden. -Er zijn verzekeringen waarbij het moment waarop de volgtijdelijke uitkeringen zullen plaatsvinden al vóór 1 april 2017 in de polis vastligt, maar waarvan beide uitkering na 1 april 2017 zullen plaatsvinden. Om te voorkomen dat het contract tussen de verzekeringnemer en de verzekeraar moet worden opengebroken, kunnen beide uitkeringen na 1 april 2017 met vrijstelling plaatsvinden. Het beleid inzake de toepassing van de vrijstellingen bij fictieve uitkeringen blijft van toepassing (paragraaf 4.4). +Er zijn verzekeringen waarbij het moment waarop de volgtijdelijke uitkeringen zullen plaatsvinden al vóór 1 april 2017 in de polis vastligt, maar waarvan beide uitkering na 1 april 2017 zullen plaatsvinden. Om te voorkomen dat het contract tussen de verzekeringnemer en de verzekeraar moet worden opengebroken, kunnen beide uitkeringen na 1 april 2017 met vrijstelling plaatsvinden. Het beleid inzake de toepassing van de vrijstellingen bij fictieve uitkeringen blijft van toepassing (paragraaf 4.4). -Met ingang van 1 april 2017 bestaat alleen nog de eerdergenoemde hoge vrijstelling. Als op 1 april 2017 in de polis het moment waarop de volgtijdelijke uitkeringen zullen plaatsvinden niet is vastgelegd is een tussentijds gedeeltelijke uitkering niet meer aan de orde. In dat geval wordt bij een gedeeltelijke uitkering na 1 april 2017 de KEW geacht geheel tot uitkering te zijn gekomen. +Met ingang van 1 april 2017 bestaat alleen nog de eerdergenoemde hoge vrijstelling. Als op 1 april 2017 in de polis het moment waarop de volgtijdelijke uitkeringen zullen plaatsvinden niet is vastgelegd is een tussentijds gedeeltelijke uitkering niet meer aan de orde. In dat geval wordt bij een gedeeltelijke uitkering na 1 april 2017 de KEW geacht geheel tot uitkering te zijn gekomen. #### 2.4. Verzekering gesplitst in een KEW die uitkeert bij in leven zijn en een overlijdensuitkering die behoort tot de grondslag van box 3 @@ -120,7 +120,7 @@ Met ingang van 1 april 2017 bestaat alleen nog de eerdergenoemde hoge vrijstelli In het algemeen hebben kapitaalverzekeringen die worden gesloten in verband met de financiering van de eigen woning, een verzekerde uitkering bij in leven zijn op een bepaalde datum en een verzekerde uitkering ten gevolge van eerder overlijden. Het overlijdensgedeelte van een dergelijke verzekering kan daarbij behoren tot de grondslag van box 3 (zie paragraaf 2.4.2), terwijl de uitkering bij leven een KEW vormt. De beide verzekerde uitkeringen moeten in dat geval worden vormgegeven als zelfstandige overeenkomsten, ook als beide verzekeringen worden opgenomen in één polis. Dit houdt in dat de premies in beginsel afzonderlijk moeten worden berekend. -Omwille van de eenvoud en uitvoerbaarheid kan als alternatief ook worden uitgegaan van een premieberekening van het levengedeelte en van het overlijdensgedeelte die overeenkomt met een van de wijzen van premiesplitsing zoals voor de toepassing van de Successiewet is beschreven in het Besluit van 14 december 2010, DGB2010/873M (Successiewet. Fictieve verkrijging; levensverzekering en derdenbeding. Premiesplitsing). +Omwille van de eenvoud en uitvoerbaarheid kan als alternatief ook worden uitgegaan van een premieberekening van het levengedeelte en van het overlijdensgedeelte die overeenkomt met een van de wijzen van premiesplitsing zoals voor de toepassing van de Successiewet is beschreven in het Besluit van 14 december 2010, DGB2010/873M (Successiewet. Fictieve verkrijging; levensverzekering en derdenbeding. Premiesplitsing). Bij de kapitaalsuitkering bij leven is het rentebestanddeel belast (behalve voor zover de vrijstelling van toepassing is). Het rentebestanddeel is het bedrag waarmee de uitkering de voor de verzekering betaalde premies overtreft. Bij fiscaal gesplitste verzekeringen zoals hiervóór beschreven, worden de premies die zijn betaald voor de uitkering bij overlijden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het belastbare rentebestanddeel in de uitkering bij leven. @@ -140,7 +140,7 @@ De partner moet de instelling binnen een redelijke termijn mededelen dat hij de #### 2.6. Stroomlijning voorwaarden voor BEW -Tussen 2008 en 1 april 2013 kon een belastingplichtige een nieuwe BEW aangaan (sindsdien is alleen nog oversluiten van een bestaande KEW, SEW of BEW mogelijk). De voorwaarden waaraan een BEW en de aanbieders daarvan moeten voldoen, zijn opgenomen in artikel 10bis.5, derde lid, van de Wet IB 2001. Over de uitleg van deze bepaling blijkt in de praktijk onduidelijkheid te bestaan. Dit kan belemmerend werken bij het aanbieden van BEW’s. +Tussen 2008 en 1 april 2013 kon een belastingplichtige een nieuwe BEW aangaan (sindsdien is alleen nog oversluiten van een bestaande KEW, SEW of BEW mogelijk). De voorwaarden waaraan een BEW en de aanbieders daarvan moeten voldoen, zijn opgenomen in artikel 10bis.5, derde lid, van de Wet IB 2001. Over de uitleg van deze bepaling blijkt in de praktijk onduidelijkheid te bestaan. Dit kan belemmerend werken bij het aanbieden van BEW’s. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat in aansluiting op artikel 1:1 van de Wft in de Wet IB 2001 onder beheerder van een beleggingsinstelling wordt verstaan iedere rechtspersoon die ingevolge de Wft bevoegd is rechten van deelneming aan te bieden in een door hem beheerde beleggingsinstelling in Nederland. Dit betekent dat de beheerder zelf geen beleggingsinstelling hoeft te zijn. @@ -228,13 +228,13 @@ In een dergelijke situatie is de vrijstelling voor een KEW uitsluitend van toepa #### 3.1.6. Verlaging premie voor vrijstelling bij arbeidsongeschiktheid; wetswijziging 2004 (geldt niet voor SEW’s en BEW’s) -Vanaf 1 januari 2004 hebben werkgevers bij ziekte een loondoorbetalingverplichting van twee jaar (Wet verlenging loondoorbetalingverplichting bij ziekte 2003). Vóór 1 januari 2004 gold een termijn van één jaar. Door deze wetswijziging zijn premies voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid verlaagd. De premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid van een kapitaalverzekering kan gekoppeld zijn aan de criteria van de WAO. Een verlaging van de premie voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid kan dan tevens leiden tot een verlaging van de premie voor de KEW (artikel 10bis.4, zevende lid, van de Wet IB 2001). De verlaging van de premie kan leiden tot overschrijding van de bandbreedte-eis voor de premies en daarmee zou het recht op vrijstelling van de uitkering verloren gaan. +Vanaf 1 januari 2004 hebben werkgevers bij ziekte een loondoorbetalingverplichting van twee jaar (Wet verlenging loondoorbetalingverplichting bij ziekte 2003). Vóór 1 januari 2004 gold een termijn van één jaar. Door deze wetswijziging zijn premies voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid verlaagd. De premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid van een kapitaalverzekering kan gekoppeld zijn aan de criteria van de WAO. Een verlaging van de premie voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid kan dan tevens leiden tot een verlaging van de premie voor de KEW (artikel 10bis.4, zevende lid, van de Wet IB 2001). De verlaging van de premie kan leiden tot overschrijding van de bandbreedte-eis voor de premies en daarmee zou het recht op vrijstelling van de uitkering verloren gaan. Omdat hier sprake is van een bijzondere omstandigheid (wetswijziging) waarop de bij de kapitaalverzekering betrokken partijen geen invloed hebben gehad, keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. Een verlaging van de premie voor een KEW louter als gevolg van de bedoelde verlaging van de premie voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid, leidt niet tot een in aanmerking te nemen overschrijding van de bandbreedte-eis (zie ook paragraaf 7.5.2). #### 3.1.7. Verlaging premie voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid; Invoering wetgeving (WIA) (geldt niet voor SEW’s en BEW’s) -Als gevolg van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) worden vanaf 1 januari 2006 de op kapitaalverzekeringen meeverzekerde rechten van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid aangepast in verband met het verdwijnen van de WAO. Deze dekkingen worden in overeenstemming gebracht met de bepalingen van de WIA. De premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid van een kapitaalverzekering is gekoppeld aan de criteria van de WAO. De aangehaalde wetswijziging leidt dan tot een verlaging van de premies voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Dit leidt tevens tot een verlaging van de premie voor de KEW. De verlaging van de premie kan leiden tot overschrijding van de bandbreedte-eis voor de premies en daarmee zou het recht op vrijstelling van de uitkering verloren gaan. +Als gevolg van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) worden vanaf 1 januari 2006 de op kapitaalverzekeringen meeverzekerde rechten van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid aangepast in verband met het verdwijnen van de WAO. Deze dekkingen worden in overeenstemming gebracht met de bepalingen van de WIA. De premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid van een kapitaalverzekering is gekoppeld aan de criteria van de WAO. De aangehaalde wetswijziging leidt dan tot een verlaging van de premies voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Dit leidt tevens tot een verlaging van de premie voor de KEW. De verlaging van de premie kan leiden tot overschrijding van de bandbreedte-eis voor de premies en daarmee zou het recht op vrijstelling van de uitkering verloren gaan. Omdat hier sprake is van een bijzondere omstandigheid (wetswijziging) waarop de bij de kapitaalverzekering betrokken partijen geen invloed hebben gehad, keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. Een verlaging van de premie voor een KEW louter als gevolg van de invoering van de WIA, leidt niet tot een in aanmerking te nemen overschrijding van de bandbreedte-eis (zie ook paragraaf 7.5.2). @@ -248,7 +248,7 @@ Ik keur goed dat in dergelijke situaties bijstelling van de totaalpremie van de #### 3.1.9. Wijziging premies door sekseneutrale tarieven (geldt niet voor SEW’s en BEW’s) -Met ingang van 21 december 2012 zijn aanbieders verplicht bij de vaststelling van premies uit te gaan van sekseneutrale tarieven. Ook voor bestaande KEW’s kan als gevolg daarvan de noodzaak ontstaan, bijvoorbeeld bij omzettingen, tot bijstelling van de premies. Als gevolg daarvan kan overschrijding van de bandbreedte plaatsvinden met ongewenste gevolgen. Ik vind het in deze situaties ongewenst dat het recht op de vrijstelling van de kapitaalsuitkering mogelijk verloren gaat. Daarom keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. +Met ingang van 21 december 2012 zijn aanbieders verplicht bij de vaststelling van premies uit te gaan van sekseneutrale tarieven. Ook voor bestaande KEW’s kan als gevolg daarvan de noodzaak ontstaan, bijvoorbeeld bij omzettingen, tot bijstelling van de premies. Als gevolg daarvan kan overschrijding van de bandbreedte plaatsvinden met ongewenste gevolgen. Ik vind het in deze situaties ongewenst dat het recht op de vrijstelling van de kapitaalsuitkering mogelijk verloren gaat. Daarom keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. Ik keur goed dat in dergelijke situaties bijstelling van de premies door het gaan hanteren van sekseneutrale tarieven niet tot overschrijding van de bandbreedte leidt. @@ -275,7 +275,7 @@ Als de depotvoorwaarden de beschikkingsmacht van de verzekeringnemer over de in Er bestaat voor de verzekeringnemer voldoende beschikkingsmacht over het premiedepot als door de verzekeraar geen voorwaarden worden gesteld, of geen verdergaande voorwaarden dan één of meer van de volgende: a. Voor opzegging van het premiedepot geldt een opzegtermijn van ten hoogste drie maanden; -b. De vergoeding die de verzekeraar bij opzegging vraagt voor administratiekosten mag geen te hoge drempel opwerpen voor opname van het depot. Een vergoeding van bij voorbeeld 1% van de depotwaarde met een minimum van € 100 vormt geen te hoge drempel; +b. De vergoeding die de verzekeraar bij opzegging vraagt voor administratiekosten mag geen te hoge drempel opwerpen voor opname van het depot. Een vergoeding van bij voorbeeld 1% van de depotwaarde met een minimum van € 100 vormt geen te hoge drempel; c. Bij opzegging in verband met wijziging van de rentestand kan een vergoeding in rekening wordt gebracht. Deze mag niet hoger zijn dan overeenkomt met het door de financiële instelling te lijden rentenadeel. Ik merk premiedepots die slechts één of meer van de genoemde voorwaarden kennen, in ieder geval aan als reële premiedepots. De desbetreffende financiële instellingen hoeven hun depotvoorwaarden niet aan de inspecteur voor te leggen. @@ -340,7 +340,7 @@ Als de verzekeringnemer geen of te weinig premies heeft betaald, bestaat het her Als de verzekeringnemer in het verzekeringsjaar een te hoge premie heeft betaald, kan de aanbieder in die situatie een (deel van een) premie terugstorten. -Belanghebbende heeft een kapitaalverzekering met een verzekeringsjaar dat loopt van 1 mei tot en met 30 april. In het verzekeringsjaar 1 mei 2013 tot en met 30 april 2014 heeft hij € 1.000 te veel aan premie betaald gelet op de voor vrijstelling vereiste bandbreedte van de premies. Belanghebbende kan deze fout herstellen door de te veel betaalde premie uiterlijk 31 oktober 2015 (binnen 6 maanden na afloop van het verzekeringsjaar 1 mei 2014 tot en met 30 april 2015) door de aanbieder terug te laten betalen. Deze terugbetaling kan ook plaatsvinden door met de aanbieder een verrekening met een nog verschuldigde premie overeen te komen. +Belanghebbende heeft een kapitaalverzekering met een verzekeringsjaar dat loopt van 1 mei tot en met 30 april. In het verzekeringsjaar 1 mei 2013 tot en met 30 april 2014 heeft hij € 1.000 te veel aan premie betaald gelet op de voor vrijstelling vereiste bandbreedte van de premies. Belanghebbende kan deze fout herstellen door de te veel betaalde premie uiterlijk 31 oktober 2015 (binnen 6 maanden na afloop van het verzekeringsjaar 1 mei 2014 tot en met 30 april 2015) door de aanbieder terug te laten betalen. Deze terugbetaling kan ook plaatsvinden door met de aanbieder een verrekening met een nog verschuldigde premie overeen te komen. ## 4. Vrijstellingen @@ -356,27 +356,27 @@ Bij een SEW of BEW kan bij overlijden van de partner diens overgebleven vrijstel ### 4.2. Vervallen tijdklemmen voor Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen -Met ingang van 1 april 2017 is het vereiste minimum aantal jaren (tijdklemmen) dat een belastingplichtige jaarlijks premie moet betalen voor een KEW om een vrijstelling te kunnen krijgen, vervallen2Besluit van 6 maart 2017, Staatsblad 2017, nr. 91. Deze maatregel geldt niet voor een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering. Wel komen als gevolg van de maatregel de uitzonderingsituaties waarin de tijdklemmen niet van toepassing zijn zoals per 1 januari 2017 wettelijk zijn ingevoerd en die ook van toepassing zijn op een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering met ingang van 1 april 2017 te vervallen. Dit heeft tot gevolg dat vanaf deze datum de tijdklem van minimaal 15 en 20 jaar premiebetaling voor een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering in alle situaties weer onverkort van toepassing is. +Met ingang van 1 april 2017 is het vereiste minimum aantal jaren (tijdklemmen) dat een belastingplichtige jaarlijks premie moet betalen voor een KEW om een vrijstelling te kunnen krijgen, vervallen2Besluit van 6 maart 2017, Staatsblad 2017, nr. 91. Deze maatregel geldt niet voor een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering. Wel komen als gevolg van de maatregel de uitzonderingsituaties waarin de tijdklemmen niet van toepassing zijn zoals per 1 januari 2017 wettelijk zijn ingevoerd en die ook van toepassing zijn op een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering met ingang van 1 april 2017 te vervallen. Dit heeft tot gevolg dat vanaf deze datum de tijdklem van minimaal 15 en 20 jaar premiebetaling voor een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering in alle situaties weer onverkort van toepassing is. -In mijn brief van 8 februari 2017 aan de Tweede Kamer3Kamerstukken II 2016/17, 34 552, nr. 78. en de Eerste Kamer4Kamerstukken I 2016/17, 34 553, B. heb ik aangegeven dat het wenselijk is om de tijdklemmen ook voor Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen geheel te laten vervallen. De achtergrond van de tijdklemmen is bij KEW’s immers dezelfde als bij Brede Herwaarderingsverzekeringen en er is fiscaal gezien geen reden om hier een onderscheid in aan te brengen. Daarom keur ik vooruitlopend op wetgeving het volgende goed. +In mijn brief van 8 februari 2017 aan de Tweede Kamer3Kamerstukken II 2016/17, 34 552, nr. 78. en de Eerste Kamer4Kamerstukken I 2016/17, 34 553, B. heb ik aangegeven dat het wenselijk is om de tijdklemmen ook voor Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen geheel te laten vervallen. De achtergrond van de tijdklemmen is bij KEW’s immers dezelfde als bij Brede Herwaarderingsverzekeringen en er is fiscaal gezien geen reden om hier een onderscheid in aan te brengen. Daarom keur ik vooruitlopend op wetgeving het volgende goed. -Ik keur onder voorwaarden het volgende goed. Met ingang van 1 april 2017 hoeft een belastingplichtige niet meer minimaal 15 dan wel 20 jaar jaarlijks premie voor een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering te hebben betaald om voor de uitkeringsvrijstelling in aanmerking te kunnen komen. Hierbij cumuleren de twee vrijstellingsbedragen die worden genoemd in artikel 26a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 1964, zoals dat artikel luidde op 31 december 2000. Op een uitkering van een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering geldt dan ongeacht de termijn van premiebetaling steeds een maximale vrijstelling van € 123.428. +Ik keur onder voorwaarden het volgende goed. Met ingang van 1 april 2017 hoeft een belastingplichtige niet meer minimaal 15 dan wel 20 jaar jaarlijks premie voor een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering te hebben betaald om voor de uitkeringsvrijstelling in aanmerking te kunnen komen. Hierbij cumuleren de twee vrijstellingsbedragen die worden genoemd in artikel 26a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 1964, zoals dat artikel luidde op 31 december 2000. Op een uitkering van een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering geldt dan ongeacht de termijn van premiebetaling steeds een maximale vrijstelling van € 123.428. -Ik stel hierbij de voorwaarde dat de overige eisen die de Invoeringswet en de Wet IB 1964 stellen aan de vrijstelling van toepassing blijven. Tot 1 april 2017 gold er voor Brede herwaarderingskapitaalverzekeringen in de specifieke situaties waarin de tijdklemmen konden vervallen een aflossingseis. Bij de hiervoor opgenomen goedkeuring van het geheel vervallen van de tijdklemmen met ingang van 1 april 2017 geldt vanaf die datum voor Brede Herwaarderingsverzekeringen deze eis niet meer. +Ik stel hierbij de voorwaarde dat de overige eisen die de Invoeringswet en de Wet IB 1964 stellen aan de vrijstelling van toepassing blijven. Tot 1 april 2017 gold er voor Brede herwaarderingskapitaalverzekeringen in de specifieke situaties waarin de tijdklemmen konden vervallen een aflossingseis. Bij de hiervoor opgenomen goedkeuring van het geheel vervallen van de tijdklemmen met ingang van 1 april 2017 geldt vanaf die datum voor Brede Herwaarderingsverzekeringen deze eis niet meer. ### 4.3. Premievrijmaking of verkorte premieduur KEW (geldt ook voor SEW, BEW en Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen) -Met ingang van 1 april 2017 geldt voor de toepassing van de vrijstelling als voorwaarde dat er gedurende de hele looptijd jaarlijks premie moet zijn voldaan. Tot 1 april 2017 was voldoende dat ten minste 15 jaren jaarlijks premie was voldaan. Hierdoor voldoen bijvoorbeeld polissen met een looptijd van 30 jaar die na ten minste 15 jaar premiebetaling premievrij zijn gemaakt, per 1 april 2017 niet langer aan de eisen voor de vrijstelling. Ditzelfde geldt voor polissen waarbij direct bij aanvang van de polis een verkorte premieduur van bijvoorbeeld ten minste 15 jaar overeengekomen is, terwijl de looptijd van de polis 30 jaar bedraagt. +Met ingang van 1 april 2017 geldt voor de toepassing van de vrijstelling als voorwaarde dat er gedurende de hele looptijd jaarlijks premie moet zijn voldaan. Tot 1 april 2017 was voldoende dat ten minste 15 jaren jaarlijks premie was voldaan. Hierdoor voldoen bijvoorbeeld polissen met een looptijd van 30 jaar die na ten minste 15 jaar premiebetaling premievrij zijn gemaakt, per 1 april 2017 niet langer aan de eisen voor de vrijstelling. Ditzelfde geldt voor polissen waarbij direct bij aanvang van de polis een verkorte premieduur van bijvoorbeeld ten minste 15 jaar overeengekomen is, terwijl de looptijd van de polis 30 jaar bedraagt. Zonder aanvullende maatregelen zou dit tot gevolg hebben dat de KEW in voornoemde gevallen fictief tot uitkering komt, er ter zake geen vrijstelling kan gelden en dat de kapitaalverzekering tot box 3 gaat behoren. Voor een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering leidt de wijziging ertoe dat de kapitaalsuitkering niet meer kan zijn vrijgesteld in box 1. Deze fiscale gevolgen acht ik in dit kader ongewenst. -In mijn brief van 8 februari 2017 aan de Tweede Kamer5Kamerstukken II 2016/17, 34 552, nr. 78. en de Eerste Kamer6Kamerstukken I 2016/17, 34 553, B. heb ik toegezegd om in deze situaties in een tegemoetkoming te voorzien. Ook heb ik aangegeven te bezien of en zo ja welke gevallen aanvullend onder de reikwijdte van de tegemoetkoming moeten vallen. Daarom keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) onder bepaalde voorwaarden het volgende goed. +In mijn brief van 8 februari 2017 aan de Tweede Kamer5Kamerstukken II 2016/17, 34 552, nr. 78. en de Eerste Kamer6Kamerstukken I 2016/17, 34 553, B. heb ik toegezegd om in deze situaties in een tegemoetkoming te voorzien. Ook heb ik aangegeven te bezien of en zo ja welke gevallen aanvullend onder de reikwijdte van de tegemoetkoming moeten vallen. Daarom keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) onder bepaalde voorwaarden het volgende goed. Ik keur goed dat de verzekeringnemer in de hierna genoemde situaties geacht wordt te hebben voldaan aan de voorwaarde dat hij gedurende de hele looptijd van de KEW jaarlijks premie heeft betaald. Het gaat hierbij om de volgende situaties: Bij het aangaan van de polis is al voorzien in de mogelijkheid van een verkorte premieduur voor de KEW van ten minste 15 jaar. De verzekeringnemer heeft van deze mogelijkheid gebruikgemaakt of gaat hiervan nog gebruikmaken. -De verzekeringnemer heeft de – al dan niet in de polis opgenomen – mogelijkheid om de KEW premievrij te maken of heeft al van deze mogelijkheid gebruikgemaakt. Ook de verzekeraar heeft de mogelijkheid om de KEW premievrij te maken als de verzekeringnemer met de premiebetaling in gebreke blijft. Voor 1 april 2017 kon een polis alleen met vrijstelling premievrij gemaakt worden na ten minste 15 jaar premiebetaling. Om deze reden en om het spaarkarakter van dit product te behouden, geldt de goedkeuring alleen als de verzekeringnemer ten minste 15 jaar jaarlijks premie heeft betaald. +De verzekeringnemer heeft de – al dan niet in de polis opgenomen – mogelijkheid om de KEW premievrij te maken of heeft al van deze mogelijkheid gebruikgemaakt. Ook de verzekeraar heeft de mogelijkheid om de KEW premievrij te maken als de verzekeringnemer met de premiebetaling in gebreke blijft. Voor 1 april 2017 kon een polis alleen met vrijstelling premievrij gemaakt worden na ten minste 15 jaar premiebetaling. Om deze reden en om het spaarkarakter van dit product te behouden, geldt de goedkeuring alleen als de verzekeringnemer ten minste 15 jaar jaarlijks premie heeft betaald. Ik stel hierbij de volgende voorwaarden: @@ -403,19 +403,19 @@ Een beleggingsrekening kan onderdeel uitmaken van een SEW en is standaard bij ee Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat de vrijstelling in deze situatie niet voor een deel verloren behoeft te gaan. De vrijstelling blijft in ieder geval van toepassing op het tegoed dat wordt gebruikt voor aflossing van de eigenwoningschuld. Als voorts het voor aflossing ontbrekende bedrag – als gevolg van de waardedaling – uit andere middelen wordt aangevuld is in zoverre ook de vrijstelling van toepassing. Op deze wijze wordt in totaal alsnog een bedrag ter grootte van het op overlijdensdatum aanwezige tegoed voor de aflossing van de eigenwoningschuld gebruikt en is vrijgesteld. -Op het tijdstip van overlijden bedraagt de waarde van het SEW tegoed € 100.000. Als twee maanden later de eigenwoningschuld wordt afgelost, is het tegoed als gevolg van koersdalingen nog maar € 95.000 waard. De belastingplichtige heeft nog niet eerder van de vrijstelling gebruik gemaakt. +Op het tijdstip van overlijden bedraagt de waarde van het SEW tegoed € 100.000. Als twee maanden later de eigenwoningschuld wordt afgelost, is het tegoed als gevolg van koersdalingen nog maar € 95.000 waard. De belastingplichtige heeft nog niet eerder van de vrijstelling gebruik gemaakt. -De vrijstelling is in ieder geval van toepassing op € 95.000 als daarmee de eigenwoningschuld wordt afgelost. Het rentebestanddeel in de ontbrekende € 5.000 is in beginsel belast. De belastingplichtige kan desgewenst € 5.000 aflossen uit andere middelen als gevolg waarvan € 100.000 is vrijgesteld. Als het tegoed van de SEW door koersstijgingen hoger wordt dan het tegoed op het tijdstip van overlijden, dan blijft de vrijstelling op het tegoed van € 100.000 van toepassing. Het hogere bedrag hoeft niet te worden aangewend voor de aflossing van de eigenwoningschuld en behoort tot box 3. +De vrijstelling is in ieder geval van toepassing op € 95.000 als daarmee de eigenwoningschuld wordt afgelost. Het rentebestanddeel in de ontbrekende € 5.000 is in beginsel belast. De belastingplichtige kan desgewenst € 5.000 aflossen uit andere middelen als gevolg waarvan € 100.000 is vrijgesteld. Als het tegoed van de SEW door koersstijgingen hoger wordt dan het tegoed op het tijdstip van overlijden, dan blijft de vrijstelling op het tegoed van € 100.000 van toepassing. Het hogere bedrag hoeft niet te worden aangewend voor de aflossing van de eigenwoningschuld en behoort tot box 3. ### 4.7. Ontbreken van een dubbele begunstiging voor kapitaalverzekering bij leven -Met ingang van 1 januari 2016 is artikel 10bis.11a van de Wet IB 2001 in werking getreden. Dit artikel maakt het mogelijk voor fiscale partners om in de aangifte een gezamenlijk verzoek te doen op basis waarvan een uitkering uit een KEW wordt geacht voor de helft bij iedere partner op te komen. Vervolgens kan iedere partner voor zijn deel van de uitkering zijn life-time-vrijstelling benutten. Eenzelfde bepaling is per 1 januari 2016 opgenomen in hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel APa, van de Invoeringswet voor vóór 2001 bestaande kapitaalverzekeringen in box 3. +Met ingang van 1 januari 2016 is artikel 10bis.11a van de Wet IB 2001 in werking getreden. Dit artikel maakt het mogelijk voor fiscale partners om in de aangifte een gezamenlijk verzoek te doen op basis waarvan een uitkering uit een KEW wordt geacht voor de helft bij iedere partner op te komen. Vervolgens kan iedere partner voor zijn deel van de uitkering zijn life-time-vrijstelling benutten. Eenzelfde bepaling is per 1 januari 2016 opgenomen in hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel APa, van de Invoeringswet voor vóór 2001 bestaande kapitaalverzekeringen in box 3. -Het is mogelijk dat kapitaalverzekeringen al vóór 1 januari 2016 na het vereiste aantal jaren premiebetaling tot uitkering zijn gekomen. Ook in die situaties kon de benodigde dubbele begunstiging ontbreken. Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2016 is toegezegd dat ook voor deze situaties via een beleidsbesluit een overeenkomstige tegemoetkoming zal worden ingevoerd7Kamerstukken II 2015/16, nr. 34 305, nr. 3, p.13.. +Het is mogelijk dat kapitaalverzekeringen al vóór 1 januari 2016 na het vereiste aantal jaren premiebetaling tot uitkering zijn gekomen. Ook in die situaties kon de benodigde dubbele begunstiging ontbreken. Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2016 is toegezegd dat ook voor deze situaties via een beleidsbesluit een overeenkomstige tegemoetkoming zal worden ingevoerd7Kamerstukken II 2015/16, nr. 34 305, nr. 3, p.13.. -Daarom keur ik aansluitend op het per 1 januari 2016 ingevoerde artikel 10bis.11a van de Wet IB 2001 en het eveneens per 1 januari 2016 ingevoerde onderdeel APa van de Invoeringswet het volgende goed. +Daarom keur ik aansluitend op het per 1 januari 2016 ingevoerde artikel 10bis.11a van de Wet IB 2001 en het eveneens per 1 januari 2016 ingevoerde onderdeel APa van de Invoeringswet het volgende goed. -Ik keur onder voorwaarden goed dat als een vóór 2001 bestaande kapitaalverzekering in box 3 of een KEW vóór 1 januari 2016 tot uitkering is gekomen, de belastingplichtige en zijn fiscale partner8Dit hoeft niet dezelfde partner te zijn als de partner die de belastingplichtige had bij het aangaan van de kapitaalverzekering of de KEW. op verzoek geacht worden beiden recht te hebben op de helft van de uitkering, ook al bevat de polis slechts de begunstiging bij leven van één van de partners. Hierdoor kan iedere partner voor zijn deel van de uitkering zijn vrijstelling benutten. +Ik keur onder voorwaarden goed dat als een vóór 2001 bestaande kapitaalverzekering in box 3 of een KEW vóór 1 januari 2016 tot uitkering is gekomen, de belastingplichtige en zijn fiscale partner8Dit hoeft niet dezelfde partner te zijn als de partner die de belastingplichtige had bij het aangaan van de kapitaalverzekering of de KEW. op verzoek geacht worden beiden recht te hebben op de helft van de uitkering, ook al bevat de polis slechts de begunstiging bij leven van één van de partners. Hierdoor kan iedere partner voor zijn deel van de uitkering zijn vrijstelling benutten. Als de definitieve aanslag over het jaar waarin de uitkering heeft plaatsgevonden onherroepelijk vaststaat, gelden de bijzondere regels voor ambtshalve vermindering zoals opgenomen in artikel 9.6 van de Wet IB 2001 met dien verstande dat artikel 45aa, onderdeel c, van de Uitv. Reg. IB 2001 geen toepassing vindt. Dit betekent dat de belastingplichtige een verzoek om ambtshalve vermindering op basis van dit besluit kan doen als er minder dan vijf jaren zijn verlopen na het einde van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft. @@ -426,7 +426,21 @@ Ik stel hierbij de volgende voorwaarden: – Op het verzoek kan niet worden teruggekomen; – De kapitaalverzekering of de KEW voldoet overigens aan de voorwaarden die de Wet IB 2001, de Invoeringswet en de Wet IB 1964 aan de vrijstelling stellen. -Als de kapitaalverzekering of de KEW in het kader van de beëindiging van het partnerschap tot uitkering komt of is gekomen, kunnen de gewezen partners zich wenden tot de Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen/Team Brieven en beleidsbesluiten. Ik zal dan beoordelen of in die situatie ook de hiervoor genoemde tegemoetkoming kan worden verleend. Dit geldt ook voor een kapitaalverzekering of een KEW die na 1 januari 2016 tot uitkering komt of is gekomen. +Als de kapitaalverzekering of de KEW in het kader van de beëindiging van het partnerschap tot uitkering komt of is gekomen, kunnen de gewezen partners zich wenden tot de Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen/Team Brieven en beleidsbesluiten. Ik zal dan beoordelen of in die situatie ook de hiervoor genoemde tegemoetkoming kan worden verleend. Dit geldt ook voor een kapitaalverzekering of een KEW die na 1 januari 2016 tot uitkering komt of is gekomen. + +### 4.8. Aflossing voormalige eigenwoningschuld na het verstrijken van de maximale periode van renteaftrek + +De uitkeringsvrijstelling is van toepassing als de uitkering uit een KEW heeft gediend als aflossing van een eigenwoningschuld en aan de overige voorwaarden is voldaan. De rente over een bestaande eigenwoningschuld als bedoeld in artikel 10bis.1, eerste lid, Wet IB 2001 is maximaal 30 jaar aftrekbaar. De rente over een eigenwoningschuld als bedoeld in artikel 3.119a, eerste lid, Wet IB 2001 is maximaal 360 maanden aftrekbaar. Bij bijvoorbeeld omzettingen van een box 3-product in een KEW of bij opeenvolgende eigen woningen kan zich de situatie voordoen dat de maximale periode van renteaftrek al is verstreken vóórdat de KEW tot uitkering komt. + +Vóór 1 januari 2013 verhuisde de schuld - voor zover deze niet werd afgelost - na het verstrijken van de maximale periode van renteaftrek naar box 3. In de praktijk was onduidelijk of de uitkeringsvrijstelling van toepassing was, als in die situatie met de KEW-uitkering de voormalige eigenwoningschuld werd afgelost. Daarom heb ik in 2009 in een persbericht1Nieuwsbericht 30 november 2009, ‘Aflossing spaarhypotheek blijft onbelast’, V-N 2009/62.11 aangegeven dat in die situatie de uitkeringsvrijstelling ook van toepassing kan zijn. Eenzelfde situatie kan zich voordoen na de wetswijzigingen per 1 januari 2013 waarbij het eigenwoningregime is gewijzigd. De schuld verhuist – voor zover deze nog niet is afgelost – na het verstrijken van de maximale periode van renteaftrek eveneens naar box 3. + +De wetgever heeft ook met de wetswijzigingen per 1 januari 2013 niet beoogd in dit soort gevallen de uitkeringsvrijstelling niet van toepassing te laten zijn voor aflossing van een schuld, die uitsluitend door het verstrijken van de maximale periode van renteaftrek naar box 3 is verhuisd. Daarom keur ik op grond van de hardheidsclausule (artikel 63 AWR) het volgende goed. + +Ik keur onder de volgende voorwaarde goed dat de uitkeringsvrijstelling van toepassing is als met de KEW-uitkering een voormalige eigenwoningschuld wordt afgelost die door het verstrijken van de maximale periode van renteaftrek naar box 3 is verhuisd. + +Voor deze goedkeuring geldt de voorwaarde dat de KEW aan de overige voorwaarden van de uitkeringsvrijstelling (artikel 10bis.6 Wet IB 2001) voldoet. + +A koopt in 2003 een woning. A financiert de aankoop van die woning met een aflossingsvrije lening. In 2012 sluit A een KEW af met een looptijd van 30 jaar. De rente voor de eigenwoningschuld is maximaal 30 jaar aftrekbaar en eindigt dus in 2033. Als A de aflossingsvrije lening in 2033 niet aflost, verhuist deze naar box 3. In 2042 komt de KEW tot uitkering, waarmee A de aflossingsvrije lening aflost. In deze situatie is de KEW-vrijstelling van toepassing, omdat de KEW aan de voorwaarden voldoet (zoals bandbreedte en maximale looptijd) en omdat er een voormalige eigenwoningschuld mee wordt afgelost die door het verstrijken van de maximale periode van renteaftrek naar box 3 is verhuisd. ## 5. Omzetting KEW @@ -462,33 +476,33 @@ Bij omzetting van een KEW in een SEW geldt het volgende. Gelet op doel en strekk Voor de vaststelling of bij de omzetting van een KEW in een SEW het overgangsrecht van hoofdstuk 10bis van de Wet IB 2001 behouden blijft, geldt dat de overeengekomen totaalpremies van de KEW mogen worden vergeleken met de in totaal overeen te komen inleg op de SEW. -## 6. Omzetting van vóór 1 januari 2001 bestaande kapitaalverzekering in KEW ( +## 6. Omzetting van vóór 1 januari 2001 bestaande kapitaalverzekering in KEW ( ### 6.1. Omzetting van bestaande kapitaalverzekering in KEW -Als een op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekering is omgezet in een KEW, dan zijn er over de dan verstreken looptijd ook premies betaald. Deze premiebetalingen tellen mee – evenals voor de toepassing van de saldomethode van artikel 10bis.4, zesde lid, van de Wet IB 2001 – voor de vaststelling gedurende hoeveel jaren voor de KEW premies zijn voldaan. Er wordt met andere woorden geen onderscheid gemaakt tussen premiebetalingen die vóór 1 januari 2001 hebben plaatsgevonden en premiebetalingen die zijn gedaan op of na die datum. +Als een op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekering is omgezet in een KEW, dan zijn er over de dan verstreken looptijd ook premies betaald. Deze premiebetalingen tellen mee – evenals voor de toepassing van de saldomethode van artikel 10bis.4, zesde lid, van de Wet IB 2001 – voor de vaststelling gedurende hoeveel jaren voor de KEW premies zijn voldaan. Er wordt met andere woorden geen onderscheid gemaakt tussen premiebetalingen die vóór 1 januari 2001 hebben plaatsgevonden en premiebetalingen die zijn gedaan op of na die datum. ### 6.2. Kew voortgekomen uit Pré Brede Herwaarderingverzekering -Door een verzoek bij de aangifte over het kalenderjaar 2001 kon een kapitaalverzekering die tot stand is gekomen vóór 1 januari 1992 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001 zijn aangemerkt als een KEW. Het bedrag van de vrijstelling is dan verhoogd met de waarde van die kapitaalverzekering op 1 januari 2001 (hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AO, eerste lid, van de Invoeringswet). Deze verhoging geldt uitsluitend als het verzekerde kapitaal na 31 december 1991 niet is verhoogd. De wettekst is niet beperkt tot verhogingen die hebben plaatsgevonden vóór 2001 en er is ook geen grond om een dergelijke beperking te hanteren. Ook een verhoging van het verzekerd kapitaal na het jaar 2000 leidt tot verlies van de verhoging van de vrijstelling, tenzij deze plaatsvond op grond van een normale en gebruikelijke optieclausule. +Door een verzoek bij de aangifte over het kalenderjaar 2001 kon een kapitaalverzekering die tot stand is gekomen vóór 1 januari 1992 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001 zijn aangemerkt als een KEW. Het bedrag van de vrijstelling is dan verhoogd met de waarde van die kapitaalverzekering op 1 januari 2001 (hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AO, eerste lid, van de Invoeringswet). Deze verhoging geldt uitsluitend als het verzekerde kapitaal na 31 december 1991 niet is verhoogd. De wettekst is niet beperkt tot verhogingen die hebben plaatsgevonden vóór 2001 en er is ook geen grond om een dergelijke beperking te hanteren. Ook een verhoging van het verzekerd kapitaal na het jaar 2000 leidt tot verlies van de verhoging van de vrijstelling, tenzij deze plaatsvond op grond van een normale en gebruikelijke optieclausule. -Als het verzoek tot terugwerkende kracht niet is gedaan, behoort een bestaande kapitaalverzekering per 1 januari 2001 tot box 3, tot het tijdstip waarop daadwerkelijk omzetting in een KEW heeft plaatsgevonden. Voor deze kapitaalverzekering geldt de verhoging van de vrijstelling niet. Als een KEW waarvoor recht bestaat op de beschreven verhoging van de vrijstelling van het KEW-regime, op enig tijdstip wordt omgezet in een SEW of een BEW, komt het recht op die verhoging als gevolg van die omzetting niet te vervallen. De SEW of BEW wordt immers geacht een voortzetting te zijn van de KEW (artikel 10bis.8 van de Wet IB 2001). Uiteraard geldt voor het behoud van die verhoging van de vrijstelling dat gegarandeerde kapitaal niet mag zijn verhoogd. +Als het verzoek tot terugwerkende kracht niet is gedaan, behoort een bestaande kapitaalverzekering per 1 januari 2001 tot box 3, tot het tijdstip waarop daadwerkelijk omzetting in een KEW heeft plaatsgevonden. Voor deze kapitaalverzekering geldt de verhoging van de vrijstelling niet. Als een KEW waarvoor recht bestaat op de beschreven verhoging van de vrijstelling van het KEW-regime, op enig tijdstip wordt omgezet in een SEW of een BEW, komt het recht op die verhoging als gevolg van die omzetting niet te vervallen. De SEW of BEW wordt immers geacht een voortzetting te zijn van de KEW (artikel 10bis.8 van de Wet IB 2001). Uiteraard geldt voor het behoud van die verhoging van de vrijstelling dat gegarandeerde kapitaal niet mag zijn verhoogd. -In de Invoeringswet zijn nog enkele bepalingen opgenomen voor de fiscale behandeling van de omzetting van vóór 1 januari 2001 gesloten kapitaalverzekeringen in een KEW per 1 januari 2001 of op een later tijdstip. Zo kon een Pré Brede Herwaarderingkapitaalverzekering met een premiebandbreedte die hoger is dan 10:1 toch worden omgezet in een KEW. In die situatie kan ook de vrijstelling van het regime van de KEW van toepassing zijn (onderdeel AO, tweede lid, onderdelen *b* en *c*, van de Invoeringswet). Deze fiscale behandeling blijft in stand als een dergelijke KEW is omgezet in een SEW of BEW. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat deze fiscale behandeling ook gold als een kapitaalverzekering die niet eerst is omgezet in een KEW, maar tot box 3 behoort, is omgezet in een SEW of BEW. Voor de toepassing van onderdeel AO, tweede lid, onderdeel *a*, van de Invoeringswet geldt mutatis mutandis dezelfde systematiek. +In de Invoeringswet zijn nog enkele bepalingen opgenomen voor de fiscale behandeling van de omzetting van vóór 1 januari 2001 gesloten kapitaalverzekeringen in een KEW per 1 januari 2001 of op een later tijdstip. Zo kon een Pré Brede Herwaarderingkapitaalverzekering met een premiebandbreedte die hoger is dan 10:1 toch worden omgezet in een KEW. In die situatie kan ook de vrijstelling van het regime van de KEW van toepassing zijn (onderdeel AO, tweede lid, onderdelen *b* en *c*, van de Invoeringswet). Deze fiscale behandeling blijft in stand als een dergelijke KEW is omgezet in een SEW of BEW. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat deze fiscale behandeling ook gold als een kapitaalverzekering die niet eerst is omgezet in een KEW, maar tot box 3 behoort, is omgezet in een SEW of BEW. Voor de toepassing van onderdeel AO, tweede lid, onderdeel *a*, van de Invoeringswet geldt mutatis mutandis dezelfde systematiek. -De omzetting van een vóór 1 januari 2001 gesloten kapitaalverzekering in een KEW, SEW of BEW na 31 maart 2013 is niet meer mogelijk. +De omzetting van een vóór 1 januari 2001 gesloten kapitaalverzekering in een KEW, SEW of BEW na 31 maart 2013 is niet meer mogelijk. -### 6.3. Geruisloze beëindiging KEW tot en met 31 december 2003 +### 6.3. Geruisloze beëindiging KEW tot en met 31 december 2003 -Na de invoering van de Wet IB 2001 had een groot aantal belastingplichtigen op grond van verkeerde veronderstellingen hun kapitaalverzekering omgezet in een KEW. Omdat de overgangsmaatregelen voor kapitaalverzekeringen complex zijn, heb ik goedgekeurd dat een belastingplichtige zijn keuze voor omzetting van een kapitaalverzekering in een KEW kon herzien. Daarbij moest de belastingplichtige uiterlijk op 31 december 2003 de verzekeraar verzoeken om die kapitaalverzekering eenmalig zodanig te wijzigen dat geen sprake meer is van een KEW. Aan deze wijziging werden dan niet de reguliere fiscale gevolgen verbonden (artikel10bis.4, derde lid, van de Wet IB 2001). Het gevolg was dat de desbetreffende kapitaalverzekering fiscaal geruisloos over kon gaan naar box 3. +Na de invoering van de Wet IB 2001 had een groot aantal belastingplichtigen op grond van verkeerde veronderstellingen hun kapitaalverzekering omgezet in een KEW. Omdat de overgangsmaatregelen voor kapitaalverzekeringen complex zijn, heb ik goedgekeurd dat een belastingplichtige zijn keuze voor omzetting van een kapitaalverzekering in een KEW kon herzien. Daarbij moest de belastingplichtige uiterlijk op 31 december 2003 de verzekeraar verzoeken om die kapitaalverzekering eenmalig zodanig te wijzigen dat geen sprake meer is van een KEW. Aan deze wijziging werden dan niet de reguliere fiscale gevolgen verbonden (artikel10bis.4, derde lid, van de Wet IB 2001). Het gevolg was dat de desbetreffende kapitaalverzekering fiscaal geruisloos over kon gaan naar box 3. Deze goedkeuring geldt niet als het verzoek of de wijziging van de polis heeft plaatsgevonden na afloop van de hiervoor gestelde termijn. Verzoeken om daarna met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) de KEW fiscaal geruisloos om te zetten met terugwerkende kracht wijs ik af. ### 6.4. Beëindiging KEW; voortzetting in box 3 met bijzondere waardevrijstelling -Als een KEW niet langer voldoet aan de wettelijke voorwaarden, moet over de waarde daarvan in box 1 worden afgerekend. De KEW wordt geacht geheel tot uitkering te zijn gekomen. In een aantal gevallen kan daarbij een vrijstelling van het regime van de KEW worden benut. Na afrekening gaat de kapitaalverzekering tot de grondslag van box 3 behoren indien de waarde daarvan niet wordt uitgekeerd. Voor op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekeringen geldt gezamenlijk in box 3 de bijzondere waardevrijstelling van ten hoogste € 123.428 (onderdeel AN van de Invoeringswet) mits aan de voorwaarden van het vierde lid van die bepaling wordt voldaan. +Als een KEW niet langer voldoet aan de wettelijke voorwaarden, moet over de waarde daarvan in box 1 worden afgerekend. De KEW wordt geacht geheel tot uitkering te zijn gekomen. In een aantal gevallen kan daarbij een vrijstelling van het regime van de KEW worden benut. Na afrekening gaat de kapitaalverzekering tot de grondslag van box 3 behoren indien de waarde daarvan niet wordt uitgekeerd. Voor op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekeringen geldt gezamenlijk in box 3 de bijzondere waardevrijstelling van ten hoogste € 123.428 (onderdeel AN van de Invoeringswet) mits aan de voorwaarden van het vierde lid van die bepaling wordt voldaan. -Op grond van de letterlijke wettekst geldt deze bijzondere waardevrijstelling ook voor rechten op kapitaalsuitkeringen van een uiterlijk op 14 september 1999 tot stand gekomen kapitaalverzekering die op enig tijdstip is omgezet in een KEW en waarover op de hiervóór beschreven wijze is afgerekend in box 1 en die vervolgens is gaan behoren tot de grondslag van box 3. +Op grond van de letterlijke wettekst geldt deze bijzondere waardevrijstelling ook voor rechten op kapitaalsuitkeringen van een uiterlijk op 14 september 1999 tot stand gekomen kapitaalverzekering die op enig tijdstip is omgezet in een KEW en waarover op de hiervóór beschreven wijze is afgerekend in box 1 en die vervolgens is gaan behoren tot de grondslag van box 3. Voor rechten op tegoeden van een SEW waarover is afgerekend en die is overgegaan naar box 3, geldt de bijzondere waardevrijstelling op grond van de wettekst niet. @@ -498,38 +512,38 @@ Voor rechten op tegoeden van een SEW waarover is afgerekend en die is overgegaan Spaarbeleg Kas NV (hierna: Spaarbeleg) heeft een regeling getroffen met een groep houders van zogenoemde spaarkascontracten (hierna: spaarders). Spaarbeleg heeft gedurende een zekere periode spaarkasproducten verkocht zonder op de polis expliciet de premie voor de in het product aanwezige overlijdensrisicoverzekering te vermelden. Een dergelijke vermelding was echter wel verplicht. Begin 1999 is deze fout gesignaleerd en is er een stichting opgericht, de Stichting Spaardersbelangen, om op te komen voor een ieder die hierdoor zou zijn benadeeld. Met deze partijen heeft Spaarbeleg een schikking bereikt. Onderdeel van die schikking maken de volgende punten uit: -1. Alle spaarders die hun polis vóór 1 januari 1996 hebben afgesloten, ontvangen aan het eind van de volledige looptijd van hun polis een extra uitkering, waarvan de hoogte afhankelijk is van hun leeftijd en van de looptijd van de polis. -2. Spaarders die een polis hebben afgesloten vóór 1 januari 1996 en die na 1 januari 1996 hun inleg hebben verhoogd, ontvangen bovendien voor het verhoogde deel van de inleg een extra uitkering als hun polis afloopt. +1. Alle spaarders die hun polis vóór 1 januari 1996 hebben afgesloten, ontvangen aan het eind van de volledige looptijd van hun polis een extra uitkering, waarvan de hoogte afhankelijk is van hun leeftijd en van de looptijd van de polis. +2. Spaarders die een polis hebben afgesloten vóór 1 januari 1996 en die na 1 januari 1996 hun inleg hebben verhoogd, ontvangen bovendien voor het verhoogde deel van de inleg een extra uitkering als hun polis afloopt. De deelnemers gaan niet meer betalen, hun maandelijkse inleg blijft gelijk. Er is van de zijde van de deelnemer dus geen sprake van een tegenprestatie. Deze schikking is tot stand gekomen in verband met het herstel van een fout in de oorspronkelijke overeenkomsten. De in verband met de schikking gewijzigde aanspraak op een uitkering bij leven heeft vanaf het sluiten van de spaarkasovereenkomst in het contract besloten gelegen. Op grond hiervan is er geen sprake van een verhoging van het verzekerde kapitaal bij leven. Bij uitvoering van de schikking zoals hiervoor omschreven is dus geen sprake van een zodanige verhoging van het verzekerde kapitaal dat de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 1964 voor de desbetreffende kapitaalverzekeringen verloren gaat. Ook voor de toepassing van onderdeel AN van de Invoeringswet is geen sprake van een verhoging van het verzekerde kapitaal. -### 7.2. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 op grond van optieclausule +### 7.2. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 op grond van optieclausule -Voor op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekeringen geldt een bijzondere waardevrijstelling in box 3 van in totaal € 123.428 (onderdeel AN, eerste lid, van de Invoeringswet). De vrijstelling geldt uitsluitend als aan de voorwaarden van het vierde lid is voldaan waaronder de eis dat het verzekerd kapitaal daarvan na 13 september 1999 niet is verhoogd (onderdeel AN, vierde lid, onderdeel *a*, van de Invoeringswet). Er zijn verzekeringsovereenkomsten waarvan het verzekerd kapitaal is verhoogd of nog kan worden verhoogd op grond van een indexclausule of optieclausule. +Voor op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekeringen geldt een bijzondere waardevrijstelling in box 3 van in totaal € 123.428 (onderdeel AN, eerste lid, van de Invoeringswet). De vrijstelling geldt uitsluitend als aan de voorwaarden van het vierde lid is voldaan waaronder de eis dat het verzekerd kapitaal daarvan na 13 september 1999 niet is verhoogd (onderdeel AN, vierde lid, onderdeel *a*, van de Invoeringswet). Er zijn verzekeringsovereenkomsten waarvan het verzekerd kapitaal is verhoogd of nog kan worden verhoogd op grond van een indexclausule of optieclausule. -De bepaling over de verhoging van het verzekerde kapitaal moet zoveel mogelijk worden toegepast in overeenstemming met artikel 76 van de Wet IB 1964, zoals die bepaling luidde op 31 december 2000. Dit betekent onder meer dat verhogingen op grond van indexclausules of ‘normale en gebruikelijke’ optieclausules niet leiden tot het verlies van de vrijstelling in box 3. Voorwaarde hierbij is dat die clausules al vóór 14 september 1999 deel uitmaakten van de overeenkomst. +De bepaling over de verhoging van het verzekerde kapitaal moet zoveel mogelijk worden toegepast in overeenstemming met artikel 76 van de Wet IB 1964, zoals die bepaling luidde op 31 december 2000. Dit betekent onder meer dat verhogingen op grond van indexclausules of ‘normale en gebruikelijke’ optieclausules niet leiden tot het verlies van de vrijstelling in box 3. Voorwaarde hierbij is dat die clausules al vóór 14 september 1999 deel uitmaakten van de overeenkomst. -### 7.3. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 als gevolg van verhoging maximum werknemersspaarregeling +### 7.3. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 als gevolg van verhoging maximum werknemersspaarregeling -Er zijn verzekeringsovereenkomsten waarvan het verzekerde kapitaal na 13 september 1999 is verhoogd door het benutten van de wettelijke ruimte van de werknemersspaarregelingen. Het gaat dan om situaties waar in de overeenkomst geen index- of optieclausule is opgenomen. +Er zijn verzekeringsovereenkomsten waarvan het verzekerde kapitaal na 13 september 1999 is verhoogd door het benutten van de wettelijke ruimte van de werknemersspaarregelingen. Het gaat dan om situaties waar in de overeenkomst geen index- of optieclausule is opgenomen. -Ik keur op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed dat in een dergelijk geval de vrijstelling in box 3 voor de kapitaalverzekering niet verloren gaat (onderdeel AN, eerste lid, van de Invoeringswet). Voorwaarde hierbij is dat de werknemer in een dergelijke situatie uiterlijk op 14 september 1999 in het kader van zijn werknemersspaarregeling de overeenkomst inzake de kapitaalverzekering moet hebben gesloten. +Ik keur op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed dat in een dergelijk geval de vrijstelling in box 3 voor de kapitaalverzekering niet verloren gaat (onderdeel AN, eerste lid, van de Invoeringswet). Voorwaarde hierbij is dat de werknemer in een dergelijke situatie uiterlijk op 14 september 1999 in het kader van zijn werknemersspaarregeling de overeenkomst inzake de kapitaalverzekering moet hebben gesloten. -### 7.4. Terugdraaien verhoging verzekerd kapitaal en verlenging looptijd na 13 september 1999 +### 7.4. Terugdraaien verhoging verzekerd kapitaal en verlenging looptijd na 13 september 1999 -Ik heb in 2001 goedgekeurd dat een verhoging van het verzekerd kapitaal die leidt tot het verlies van de vrijstelling in box 3 ongedaan kon worden gemaakt. Dit kon door de extra premie door de verzekeraar te laten terugstorten aan de verzekeringnemer en tevens de overeenkomst aan te passen. Deze verhoging moest vóór 1 juli 2001 ongedaan zijn gemaakt. Dezelfde goedkeuring gold voor de verlenging van de looptijd van de verzekering. Verzoeken om met toepassing van de hardheidsclausule de verhoging van het verzekerd kapitaal of de verlenging van de looptijd buiten de termijn van deze goedkeuring terug te draaien, wijs ik af. +Ik heb in 2001 goedgekeurd dat een verhoging van het verzekerd kapitaal die leidt tot het verlies van de vrijstelling in box 3 ongedaan kon worden gemaakt. Dit kon door de extra premie door de verzekeraar te laten terugstorten aan de verzekeringnemer en tevens de overeenkomst aan te passen. Deze verhoging moest vóór 1 juli 2001 ongedaan zijn gemaakt. Dezelfde goedkeuring gold voor de verlenging van de looptijd van de verzekering. Verzoeken om met toepassing van de hardheidsclausule de verhoging van het verzekerd kapitaal of de verlenging van de looptijd buiten de termijn van deze goedkeuring terug te draaien, wijs ik af. ### 7.5. Omzetting kapitaalverzekeringen; behoud eerbiedigende werking #### 7.5.1. Inleiding -Voor kapitaalverzekeringen gesloten vóór de invoering van de Wet IB 2001 bestaan twee regelingen met eerbiedigende werking. In de eerste plaats de regeling voor kapitaalverzekeringen die zijn gesloten vóór 1 januari 1992 om de werking van het regime van de Wet IB 1964 te behouden (artikel 76 van de Wet IB 1964). In de tweede plaats gaat het om de bijzondere waardevrijstelling die in box 3 kan gelden voor kapitaalverzekeringen gesloten vóór 15 september 1999 (onderdeel AN van de Invoeringswet). +Voor kapitaalverzekeringen gesloten vóór de invoering van de Wet IB 2001 bestaan twee regelingen met eerbiedigende werking. In de eerste plaats de regeling voor kapitaalverzekeringen die zijn gesloten vóór 1 januari 1992 om de werking van het regime van de Wet IB 1964 te behouden (artikel 76 van de Wet IB 1964). In de tweede plaats gaat het om de bijzondere waardevrijstelling die in box 3 kan gelden voor kapitaalverzekeringen gesloten vóór 15 september 1999 (onderdeel AN van de Invoeringswet). Vanaf 2013 zijn dezelfde aspecten ook relevant voor het overgangsrecht KEW op grond van hoofdstuk 10bis van de Wet IB 2001. -Bij de omzetting van een kapitaalverzekering in een andere kapitaalverzekering mag het verzekerde kapitaal niet worden verhoogd als men het regime van de Wet IB 1964 wil behouden. Dezelfde voorwaarde geldt voor het behoud van het recht op de bijzondere waardevrijstelling van € 123.428 in box 3 voor de omgezette kapitaalverzekering. +Bij de omzetting van een kapitaalverzekering in een andere kapitaalverzekering mag het verzekerde kapitaal niet worden verhoogd als men het regime van de Wet IB 1964 wil behouden. Dezelfde voorwaarde geldt voor het behoud van het recht op de bijzondere waardevrijstelling van € 123.428 in box 3 voor de omgezette kapitaalverzekering. Als een verzekerd kapitaal ontbreekt − bijvoorbeeld bij een unit-linked-verzekering − geldt als voorwaarde dat het bedrag van de premies niet is verhoogd. Een verhoging van het verzekerd kapitaal, dan wel een verhoging van de premies, die plaatsvindt op grond van een normale en gebruikelijke optieclausule wordt hierbij niet beschouwd als een verhoging. @@ -541,7 +555,7 @@ Bij wijzigingen en omzettingen van kapitaalverzekeringen – al dan niet bij een Aanpassingen kunnen ook noodzakelijk zijn bij wijziging van wetgeving waardoor de premie voor een andere dekking dan de uitkering bij leven moet worden verlaagd (zie bijvoorbeeld paragraaf 3.1.4 en 3.1.5). -Ook vinden aanpassingen van de dekking bij leven en bij overlijden en van andere dekkingen plaats omdat aanbieders in het huidige tijdsgewricht ertoe (moeten) overgaan om de klanten betere voorwaarden, gunstigere tarieven en lagere kosten aan te bieden. Daarnaast bieden aanbieders klanten betere combinaties van verzekeringen aan, bij voorbeeld door nu minder noodzakelijke dekkingen te laten vervallen. Een en ander kan plaatsvinden in het kader van een collectieve compensatieregeling – zie hierover het Besluit Collectieve compensatieregelingen voor beleggingsverzekeringen, besluit van 20 december 2011, nr. BLKB 2011/1954M – maar ook daarbuiten kunnen bijstellingen van kapitaalverzekeringen wenselijk zijn. +Ook vinden aanpassingen van de dekking bij leven en bij overlijden en van andere dekkingen plaats omdat aanbieders in het huidige tijdsgewricht ertoe (moeten) overgaan om de klanten betere voorwaarden, gunstigere tarieven en lagere kosten aan te bieden. Daarnaast bieden aanbieders klanten betere combinaties van verzekeringen aan, bij voorbeeld door nu minder noodzakelijke dekkingen te laten vervallen. Een en ander kan plaatsvinden in het kader van een collectieve compensatieregeling – zie hierover het Besluit Collectieve compensatieregelingen voor beleggingsverzekeringen, besluit van 20 december 2011, nr. BLKB 2011/1954M – maar ook daarbuiten kunnen bijstellingen van kapitaalverzekeringen wenselijk zijn. Als gevolg van deze bijstellingen (verlagingen) kunnen binnen de totaalpremie voor een kapitaalverzekering zodanige verschuivingen plaatsvinden dat per saldo een groter deel van die totaalpremie kan worden aangewend voor de uitkeringen bij leven. Het gevolg hiervan kan zijn dat voor het verzekerde deel bij leven de eerbiedigende werkingen verloren gaan omdat hetzij de premie voor de levendekking wordt verhoogd, hetzij omdat sprake is van een verhoging van het verzekerde kapitaal bij leven. @@ -595,8 +609,8 @@ Ik verbind aan deze goedkeuring de volgende voorwaarden. Beide (ex-) echtgenoten ## 8. Ingetrokken regelingen -Het besluit van 6 december 2014, nr. BLKB 2014/1763M is met ingang van de dagtekening van dit besluit ingetrokken. +Het besluit van 6 december 2014, nr. BLKB 2014/1763M is met ingang van de dagtekening van dit besluit ingetrokken. ## 9. Tijdstip van inwerkingtreding van het besluit -Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2017. In afwijking van de eerste volzin werkt het vervallen van de paragrafen 4.6 oud (Vrijstelling KEW wegens vervallen van de goedkoperwonenregeling) en 4.7 oud (Vervallen tijdklemmen in specifieke situaties) zoals deze luidden in het besluit van 6 december 2014, BLKB 2014/1763M, terug tot en met 1 januari 2017. Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst. +Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2017. In afwijking van de eerste volzin werkt het vervallen van de paragrafen 4.6 oud (Vrijstelling KEW wegens vervallen van de goedkoperwonenregeling) en 4.7 oud (Vervallen tijdklemmen in specifieke situaties) zoals deze luidden in het besluit van 6 december 2014, BLKB 2014/1763M, terug tot en met 1 januari 2017. Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.