2007-02-04 | BWBR0021132 | Omzetbelasting, leasing
This commit is contained in:
parent
81642381f2
commit
d814523ecc
1 changed files with 6 additions and 6 deletions
|
|
@ -12,7 +12,7 @@ citeertitel: Omzetbelasting, leasing
|
|||
|
||||
De Minister van Financiën heeft het volgende besloten:
|
||||
|
||||
Dit besluit is een samenvoeging en actualisering van de besluiten die zijn verschenen over de heffing van omzetbelasting bij leasing. Bij de samenvoeging is rekening gehouden met wijzigingen in de Europese en de Nederlandse btw-regelgeving per 1 januari 2007, wijzigingen in de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 per 1 februari 2007 en met jurisprudentie van het Hof van Justitie.
|
||||
Dit besluit is een samenvoeging en actualisering van de besluiten die zijn verschenen over de heffing van omzetbelasting bij leasing. Bij de samenvoeging is rekening gehouden met wijzigingen in de Europese en de Nederlandse btw-regelgeving per 1 januari 2007, wijzigingen in de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 per 1 februari 2007 en met jurisprudentie van het Hof van Justitie.
|
||||
|
||||
## 1. Inleiding
|
||||
|
||||
|
|
@ -22,7 +22,7 @@ In dit besluit komt de heffing van omzetbelasting bij leasing aan de orde. In pa
|
|||
|
||||
wet: Wet op de omzetbelasting 1968;
|
||||
|
||||
richtlijn: Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEG L347/1, d.d. 11 december 2006);
|
||||
richtlijn: Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEG L347/1, d.d. 11 december 2006);
|
||||
|
||||
Hof van Justitie: Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen;
|
||||
|
||||
|
|
@ -69,7 +69,7 @@ Deze voorwaarde geeft aan, dat partijen de bedoeling hebben om het goed in econo
|
|||
|
||||
Aan deze voorwaarde is voldaan, als de optieprijs zo laag is dat deze de lessee in economisch opzicht als het ware dwingt om de optie uit te oefenen. Een optieprijs is economisch ‘dwingend’ als deze prijs is vastgesteld op niet meer dan 10% van de waarde van het goed in het economische verkeer aan het eind van de leaseperiode. De optieprijs moet op het moment van het aangaan van de leaseovereenkomst zijn geschat. Als na het aangaan van de leaseovereenkomst blijkt dat de restwaarde van het goed aan het einde van de leaseperiode zodanig laag uitvalt dat de optieprijs niet langer economisch dwingend is, heeft dit geen gevolgen voor de kwalificatie van de leaseprestatie (als een levering of een dienst). Dit is alleen anders als de daling van de restwaarde van het goed al bij het aangaan van leaseovereenkomst was te voorzien.
|
||||
|
||||
Om de mogelijkheid te hebben het goed op elk gewenst moment aan een ander over te dragen, moet de lessee – evenals de huurkoper – het recht hebben om op elk gewenst moment de juridische eigendom van het goed te verkrijgen op de bij voorwaarde 4 beschreven wijze. Aan de uitoefening van het recht om de juridische eigendom van het goed te verwerven mag een boeteclausule zijn verbonden of de voorwaarde dat kosten in rekening worden gebracht. Het door de lessee te betalen boete- of kostenbedrag mag niet zo hoog zijn, dat dit het verwerven van de juridische eigendom door de lessee verhindert.
|
||||
Om de mogelijkheid te hebben het goed op elk gewenst moment aan een ander over te dragen, moet de lessee – evenals de huurkoper – het recht hebben om op elk gewenst moment de juridische eigendom van het goed te verkrijgen op de bij voorwaarde 4 beschreven wijze. Aan de uitoefening van het recht om de juridische eigendom van het goed te verwerven mag een boeteclausule zijn verbonden of de voorwaarde dat kosten in rekening worden gebracht. Het door de lessee te betalen boete- of kostenbedrag mag niet zo hoog zijn, dat dit het verwerven van de juridische eigendom door de lessee verhindert.
|
||||
|
||||
Deze voorwaarde staat niet in de weg aan de mogelijkheid van de lessor om de overeenkomst te ontbinden als de lessee niet aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -109,7 +109,7 @@ Als de leasing is te beschouwen als een dienst, moet de lessor per leasetermijn
|
|||
|
||||
## 4. Doorberekening van bpm bij leasing van personenauto’s
|
||||
|
||||
Bij de leasing van personenauto’s wordt de bpm die is verschuldigd bij registratie van deze auto’s meestal verdisconteerd in de leasetermijnen. De importeur of de fabrikant berekent de bpm – al dan niet via een autodealer – door aan de leasemaatschappij (artikel 7 wet bpm). De leasemaatschappij berekent de bpm vervolgens door aan de lessee als onderdeel van de leasetermijnen. De bpm die de importeur/fabrikant aan de leasemaatschappij doorberekent, vormt een doorlopende post (zie ook Hof van Justitie 1 juni 2006, zaak nr. C-98/05 (Danske Bilimportører)(VN 2006/33.16). De importeur/fabrikant dient hierbij aan de volgende voorwaarden te voldoen:
|
||||
Bij de leasing van personenauto’s wordt de bpm die is verschuldigd bij registratie van deze auto’s meestal verdisconteerd in de leasetermijnen. De importeur of de fabrikant berekent de bpm – al dan niet via een autodealer – door aan de leasemaatschappij (artikel 7 wet bpm). De leasemaatschappij berekent de bpm vervolgens door aan de lessee als onderdeel van de leasetermijnen. De bpm die de importeur/fabrikant aan de leasemaatschappij doorberekent, vormt een doorlopende post (zie ook Hof van Justitie 1 juni 2006, zaak nr. C-98/05 (Danske Bilimportører)(VN 2006/33.16). De importeur/fabrikant dient hierbij aan de volgende voorwaarden te voldoen:
|
||||
|
||||
– de importeur/fabrikant berekent het bpm-bedrag door dat overeenkomt met het bpm-bedrag dat feitelijk van hem is geheven;
|
||||
– de importeur/fabrikant brengt de bpm apart op de factuur in rekening.
|
||||
|
|
@ -134,8 +134,8 @@ Het door te berekenen bpm-bedrag wordt als volgt berekend. Bij het ingaan van he
|
|||
|
||||
De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
|
||||
|
||||
– Besluit van 9 maart 2000, nr. VB 2000/400 (Heffing van omzetbelasting ten aanzien van leasing);
|
||||
– Besluit van 5 november 2001, nr. CPP 2001/2180M (Maatstaf van heffing bij leaseauto’s).
|
||||
– Besluit van 9 maart 2000, nr. VB 2000/400 (Heffing van omzetbelasting ten aanzien van leasing);
|
||||
– Besluit van 5 november 2001, nr. CPP 2001/2180M (Maatstaf van heffing bij leaseauto’s).
|
||||
|
||||
Naast de hiervoor opgesomde besluiten zijn er over de in de besluiten behandelde onderwerpen in het verleden mogelijk ook andere publicaties met een beleidsmatig karakter verschenen. Het gaat bijvoorbeeld om mededelingen in het voormalige Infobulletin. Om onduidelijkheid te voorkomen over de vraag of dergelijke publicaties nog geldend beleid bevatten, trek ik deze publicaties collectief in met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue