diff --git a/wet/uitvoeringswet-efro/BWBR0034784/README.md b/wet/uitvoeringswet-efro/BWBR0034784/README.md index b1249cd9850..601d1e36365 100644 --- a/wet/uitvoeringswet-efro/BWBR0034784/README.md +++ b/wet/uitvoeringswet-efro/BWBR0034784/README.md @@ -24,7 +24,7 @@ e. *grensoverschrijdend programma:* programma dat betrekking heeft op een gebied f. *programmaperiode:* in een EFRO-verordening vastgestelde periode waarvoor een programma wordt opgesteld; g. *cofinanciering:* financiële middelen die door het Rijk, een gemeente, een provincie of een ander openbaar lichaam ter beschikking worden gesteld ter medefinanciering van de uitvoering van een programma; h. *project:* samenhangend geheel van activiteiten ter verwezenlijking van de doelstelling van een programma volgens de daarvoor in dat programma vastgestelde criteria; -i. *EGTS:* Europese groepering voor territoriale samenwerking als bedoeld in verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (PbEU L 210). +i. *EGTS:* Europese groepering voor territoriale samenwerking als bedoeld in verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (PbEU L 210). ## Hoofdstuk 2. Programma’s en uitvoerende autoriteiten @@ -32,7 +32,7 @@ i. *EGTS:* Europese groepering voor territoriale samenwerking als bedoeld in ver ### Artikel 2 -**1.** Gemeenten, provincies of andere openbare lichamen kunnen ten behoeve van een grensoverschrijdend programma een overeenkomst tot grensoverschrijdende samenwerking sluiten met territoriale gemeenschappen of autoriteiten van andere staten in de zin van artikel 2, tweede lid, van de op 21 mei 1980 te Madrid tot stand gekomen Europese Kaderovereenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten (Trb. 1980, 129). +**1.** Gemeenten, provincies of andere openbare lichamen kunnen ten behoeve van een grensoverschrijdend programma een overeenkomst tot grensoverschrijdende samenwerking sluiten met territoriale gemeenschappen of autoriteiten van andere staten in de zin van artikel 2, tweede lid, van de op 21 mei 1980 te Madrid tot stand gekomen Europese Kaderovereenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten (Trb. 1980, 129). **2.** Een overeenkomst tot grensoverschrijdende samenwerking omvat buiten de uit een EFRO-verordening voortvloeiende onderdelen, ten minste afspraken rond het toezicht op de uitvoering van het programma. @@ -101,12 +101,7 @@ n. de procedure en tijdsverloop rond de besluitvorming over de subsidieverstrekk **2.** Een besluit tot delegatie als bedoeld in het eerste lid regelt de gevolgen van de intrekking van dat besluit. Het bevat voorts voorschriften omtrent de verantwoording van het gebruik van de gedelegeerde bevoegdheid. -**3.** - -Ten aanzien van de bekendmaking van een besluit tot delegatie zijn - -a. de artikelen 136 tot en met artikel 138 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een besluit van het provinciebestuur; -b. de artikelen 139 tot en met 141 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een besluit van het gemeentebestuur. +**3.** Op een besluit tot delegatie is artikel 19 van de Bekendmakingswet van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 8 @@ -156,13 +151,13 @@ Met het toezicht op de naleving van een EFRO-verordening en de bij of krachtens ### Artikel 14 -Ten aanzien van personen aan wie ingevolge een grensoverschrijdend programma door een in het buitenland gevestigde autoriteit het uitoefenen van toezicht is opgedragen, zijn de artikelen 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, voor zover dat toezicht in Nederland wordt uitgeoefend, met dien verstande dat indien de aanwijzing in een andere EU-lidstaat werkzame personen betreft, daarvoor de voorafgaande goedkeuring van Onze Minister is vereist. +Ten aanzien van personen aan wie ingevolge een grensoverschrijdend programma door een in het buitenland gevestigde autoriteit het uitoefenen van toezicht is opgedragen, zijn de artikelen 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, voor zover dat toezicht in Nederland wordt uitgeoefend, met dien verstande dat indien de aanwijzing in een andere EU-lidstaat werkzame personen betreft, daarvoor de voorafgaande goedkeuring van Onze Minister is vereist. ### Paragraaf 4.2. Inlichtingen en rapportages ### Artikel 15 -Onze Minister kan van de in artikel 3 bedoelde autoriteiten en de in artikel 5 bedoelde instanties en organen alle inlichtingen verlangen en inzage vorderen van alle gegevens en bescheiden indien dat voor de vervulling van zijn taak in het kader van de uitvoering van een EFRO-verordening redelijkerwijs nodig is, dan wel indien hij daarover moet kunnen beschikken ten behoeve van de uitvoering van artikel 59 van verordening nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002. +Onze Minister kan van de in artikel 3 bedoelde autoriteiten en de in artikel 5 bedoelde instanties en organen alle inlichtingen verlangen en inzage vorderen van alle gegevens en bescheiden indien dat voor de vervulling van zijn taak in het kader van de uitvoering van een EFRO-verordening redelijkerwijs nodig is, dan wel indien hij daarover moet kunnen beschikken ten behoeve van de uitvoering van artikel 59 van verordening nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002. ### Artikel 16 @@ -190,7 +185,7 @@ In afwijking van artikel 3, tweede lid, kan voor de periode 2014–2020 als auto **1.** De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. -**2.** Indien het Staatsblad waarin het koninklijk besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt geplaatst wordt uitgegeven na 1 januari 2014, kan in dat besluit worden bepaald dat artikel 3 terugwerkt uiterlijk tot en met 1 januari 2014. +**2.** Indien het Staatsblad waarin het koninklijk besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt geplaatst wordt uitgegeven na 1 januari 2014, kan in dat besluit worden bepaald dat artikel 3 terugwerkt uiterlijk tot en met 1 januari 2014. ### Artikel 22