diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index 872293cf54a..30cc59b81c7 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -300,20 +300,19 @@ Verzoeken om een mvv in het kader van gezinshereniging kunnen niet via de verkor a. de hoofdaanvrager (degene bij wie verblijf wordt beoogd) zelf via de verkorte mvv-procedure op grond van arbeid in loondienst verblijf in Nederland vraagt; b. de hoofdaanvrager behoort tot een categorie arbeidskrachten, waarvan bij Ministerraadbesluit is vastgesteld dat er onvoldoende prioriteitgenietend aanbod is in Nederland of de EU. Thans geldt dit voor Research & Development-functies en functies in de sector Informatie- en Communicatie Technologie; en -c. de aanvragen *tegelijkertijd* met die van de hoofdaanvrager worden ingediend. +c. de aanvragen tegelijkertijd met die van de hoofdaanvrager worden ingediend. Wanneer andere sectoren dan hiervoor onder b. genoemd worden aangewezen, zal dit per Wijzigingsbesluit Vc worden bekendgemaakt. Bij twijfel of een bepaalde functie binnen één van de genoemde categorieën valt, dient contact te worden opgenomen met de Afdeling Juridische Zaken van Arbeidsbureau Nederland. Het gelijktijdig afdoen van de aanvraag van gezinsleden via de verkorte mvv-procedure, samen met die van de hoofdaanvrager, is voorts slechts mogelijk: -– ingeval van een huwelijk dat reeds bestond toen beide echtgenoten nog in het buitenland verbleven; -– ingeval van een relatie die reeds bestond toen beide partners nog in het buitenland verbleven; -– voor de uit het huwelijk of de relatie geboren minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin; -– voor de niet uit het huwelijk of de relatie geboren minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin. +• in geval van een huwelijk dat reeds bestond toen beide echtgenoten nog in het buitenland verbleven; +• voor de uit het huwelijk geboren minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin; +• voor de niet uit het huwelijk geboren minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin. -Aanvragen in het kader van *verruimde* gezinshereniging, adoptie en pleegkinderen kunnen derhalve niet via de verkorte mvv-procedure worden afgehandeld. +Aanvragen in het kader van adoptie en pleegkinderen kunnen derhalve niet via de verkorte mvv-procedure worden afgehandeld. -Voor gezinsleden gelden daarnaast de algemene toepasselijke beleidsvoorwaarden, waaronder de legalisatie en verificatie van documenten (zie B2/8). De inschrijving van het huwelijk of geregistreerd partnerschap in de GBA (zie B2/2.8) is niet vereist bij de afgifte van de mvv. De inschrijving blijft echter wel vereist voor afgifte van de verblijfsvergunning. +Voor gezinsleden gelden daarnaast de algemene toepasselijke beleidsvoorwaarden, waaronder de legalisatie en verificatie van documenten (zie B2/7). #### 1.6. Verblijf voor maximaal drie maanden @@ -335,19 +334,19 @@ Op grond van artikel 3.81 Vb wordt een aanvraag tot het wijzigen van de verblijf #### 2.1. Beperking -Ingevolge artikel 14, tweede lid, Vw wordt een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend onder beperkingen, verband houdend met het doel waarvoor het verblijf is toegestaan. Het is derhalve niet (langer) mogelijk om een verblijfsvergunning zonder beperking te verlenen. In artikel 3.4, eerste lid, Vb zijn de voornaamste beperkingen genoemd. Deze houden verband met: +Ingevolge artikel 14, tweede lid, Vw wordt een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend onder beperkingen, verband houdend met het doel waarvoor het verblijf is toegestaan. Het is derhalve niet mogelijk om een verblijfsvergunning zonder beperking te verlenen. In artikel 3.4, eerste lid, Vb zijn de voornaamste beperkingen genoemd. Deze houden verband met: a. gezinshereniging of gezinsvorming (zie B2); b. verblijf ter adoptie of als pleegkind (zie B3); -c. het afwachten van onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders, bedoeld in artikel 11 Wobka (zie B2; -d. familiebezoek (zie B13); +c. het afwachten van onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders, bedoeld in artikel 11 Wobka (zie B2); +d. het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap (zie B2); e. het verrichten van arbeid als zelfstandige (zie B5); f. het verrichten van arbeid in loondienst (zie B5); g. het verrichten van arbeid als geestelijk voorganger of godsdienstleraar (zie B5); h. het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst (zie B5); -i. het zoeken van arbeid in loondienst aan boord van een Nederlands zeeschip of op een mijnbouwinstallatie op het Nederlandse deel van het continentale plat (zie B5); +i. het zoeken van arbeid in loondienst aan boord van een Nederlands zeeschip of op een mijnbouwinstallatie op het Nederlands deel van het Continentaal Plat (zie B5); j. het doorbrengen van verlof in Nederland (zie B5); -k. het afwachten van herstel en hervatting van de arbeid in loondienst aan boord van een Nederlands zeeschip of op een mijnbouwinstallatie op het Nederlandse deel van het continentale plat (zie B5); +k. het afwachten van herstel en hervatting van de arbeid in loondienst aan boord van een Nederlands zeeschip of op een mijnbouwinstallatie op het Nederlands deel van het Continentaal Plat (zie B5); l. verblijf als stagiaire of practicant (zie B5); m. verblijf als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel (zie B12); n. het volgen van studie (zie B6); @@ -361,8 +360,8 @@ u. voortgezet verblijf (zie B16); v. wedertoelating (zie B4); w. verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken (zie B14 en deel C); x. verblijf als Amv (zie B14 en deel C); -y. verblijf als kennismigrant als bedoeld in artikel 1d Besluit uitvoering Wav (zie B15; -z. werkzaam in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening, als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, Besluit uitvoering Wav (zie B5 en B10; of +y. verblijf als kennismigrant als bedoeld in artikel 1d Besluit uitvoering Wav (zie B15); +z. werkzaam in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening, als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, Besluit uitvoering Wav (zie B5 en B10); of aa. verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene (zie B17). Deze beperkingen kunnen nader worden omschreven bij de verlening van de verblijfsvergunning (zie artikel 3.4, tweede lid, Vb en de desbetreffende materiehoofdstukken B2 en verder). @@ -577,7 +576,7 @@ De bevoegdheid van artikel 3.67, tweede lid, Vb kan alleen worden gebruikt in af De verblijfsvergunning van de echtgeno(o)t(e) van de langdurig ingezetene met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a dan wel l, Vw die deze status in een andere lidstaat heeft verkregen, en het minderjarige kind van de echtgeno(o)t(e) of die langdurig ingezetene wordt op grond van artikel 3.67, derde lid, Vb, in afwijking van artikel 3.57 Vb, verleend en verlengd met een geldigheidsduur die gelijk is aan de duur van de vergunning van de langdurig ingezetene. -De geregistreerde partner dan wel ongehuwde partner van de langdurig ingezetene en het kind van die partner worden daarbij gelijk gesteld met de echtgeno(o)t(e) dan wel het kind van die echtgeno(o)t(e). +De geregistreerde partner van de langdurig ingezetene en het kind van die partner worden daarbij gelijk gesteld met de echtgeno(o)t(e) dan wel het kind van die echtgeno(o)t(e). #### 3.2. Afwijkende bepalingen bij verlenging na gezinshereniging @@ -867,9 +866,9 @@ Om te kunnen vaststellen of er sprake is van legale arbeid wordt alleen in geval Om vast te stellen of er premies worden afgedragen voor de individuele werknemer kunnen zich de volgende situaties voordoen: • Indien door de werkgever geen enkele arbeidsovereenkomst is aangemeld, wordt aangenomen dat er geen premies voor de betrokken werknemer worden afgedragen. Indien de individuele arbeidsovereenkomst niet tussentijds is aangemeld, wordt aangenomen dat er geen premies ten behoeve van de betrokken werknemer worden afgedragen. -• de werkgever wordt geacht ingevolge een goed werkgeversschap in het belang van zijn werknemer de arbeidsovereenkomst tussentijds aan te melden, als hij weet hoe belangrijk dat is voor een werknemer voor wie gezinsvorming of gezinshereniging aan de orde is. Als de werkgever dat desondanks niet doet, kan de werknemer hem daarop aanspreken. De werknemer kan de werkgever met name ook verzoeken om een afschrift van de aanmelding van de arbeidsovereenkomst, zodat dat bij de aanvraag om een verblijfsvergunning kan worden overgelegd. +• de werkgever wordt geacht ingevolge een goed werkgeverschap in het belang van zijn werknemer de arbeidsovereenkomst tussentijds aan te melden, als hij weet hoe belangrijk dat is voor een werknemer voor wie gezinsvorming of gezinshereniging aan de orde is. Als de werkgever dat desondanks niet doet, kan de werknemer hem daarop aanspreken. De werknemer kan de werkgever met name ook verzoeken om een afschrift van de aanmelding van de arbeidsovereenkomst, zodat dat bij de aanvraag om een verblijfsvergunning kan worden overgelegd. • indien een werkgever een aantal werknemers heeft aangemeld, maar een betalingsachterstand heeft, anders gezegd, de betaling van voorschotten heeft gestaakt, is er aanleiding om aan te nemen dat er ook voor de individuele werknemer niet langer premies worden afgedragen. -• indien de individuele arbeidsovereenkomst wel is aangemeld en er (voorschotten ter zake van) sociale premies worden afgedragen - dus een totaalsom - wordt er in het algemeen van uitgegaan dat premieafdracht ook ten behoeve van de betrokken hoofdpersoon plaatsvindt. Voorts wordt in genoemde twijfelgevallen ook geverifieerd bij de Belastingdienst of ter zake belastingen worden afgedragen. Dan geldt mutatis mutandis hetzelfde als voor de af te dragen premies. +• indien de individuele arbeidsovereenkomst wel is aangemeld en er (voorschotten ter zake van) sociale premies worden afgedragen – dus een totaalsom – wordt er in het algemeen van uitgegaan dat premieafdracht ook ten behoeve van de betrokken hoofdpersoon plaatsvindt. Voorts wordt in genoemde twijfelgevallen ook geverifieerd bij de Belastingdienst of ter zake belastingen worden afgedragen. Dan geldt mutatis mutandis hetzelfde als voor de af te dragen premies. Voorts mag die arbeid niet worden verricht in strijd met de Wav. Zo wordt het inkomen uit arbeid in loondienst van een houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet aangemerkt als zelfstandige middelen van bestaan, indien het die vreemdeling ingevolge de Wav niet is toegestaan die arbeid te verrichten. @@ -923,7 +922,7 @@ Dat de vereiste belastingen worden afgedragen, wordt aangenomen indien de vorenv Als middelen van bestaan in de zin van de Vw wordt tevens aangemerkt: • alimentatie die wordt ontvangen ten behoeve van kinderen; -• inkomsten uit een particuliere pensioenverzekering. Indien de vreemdeling verblijf beoogt als echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner van de hoofdpersoon die deze inkomsten ontvangt, kunnen deze middelen slechts als duurzaam worden aangemerkt indien met een verklaring van de betreffende verzekeraar is aangetoond dat het recht op uitkering niet ophoudt in geval van samenwonen of (her)trouwen; +• inkomsten uit een particuliere pensioenverzekering. Indien de vreemdeling verblijf beoogt als echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner van de hoofdpersoon die deze inkomsten ontvangt, kunnen deze middelen slechts als duurzaam worden aangemerkt indien met een verklaring van de betreffende verzekeraar is aangetoond dat het recht op uitkering niet ophoudt in geval van samenwonen of (her)trouwen; • inkomsten uit uitkeringen van een lijfrentepolis of stamrechtovereenkomst mits is aangetoond dat loonbelasting en premies worden ingehouden; • inkomsten uit kostgeld en particuliere verhuur (verhuur van woonruimte in het huis waar de hoofdpersoon woonachtig is) mits deze inkomsten bij de Belastingdienst worden opgegeven; • inkomsten uit uitbetaling van de levensloopregeling; @@ -1229,16 +1228,15 @@ In deze paragraaf zijn algemene regels opgenomen over het basisexamen inburgerin ###### 4.7.1.1. Niet inburgeringsplichtig of vrijstelling -Uit de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de Regeling inburgering blijkt of de vreemdeling wel of niet inburgeringsplichtig is. Als de vreemdeling in Nederland niet inburgeringsplichtig is, dan is de vreemdeling ook niet inburgeringsplichtig in het buitenland en hoeft het basisexamen inburgering niet afgelegd te worden. +Uit de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de Regeling inburgering blijkt of de vreemdeling wel of niet inburgeringsplichtig is. Als de vreemdeling in Nederland niet inburgeringsplichtig is, dan is de vreemdeling ook niet inburgeringsplichtig in het buitenland en hoeft het basisexamen inburgering niet te worden afgelegd. Het inburgeringsvereiste is niet van toepassing op vreemdelingen die na verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in Nederland niet inburgeringsplichtig op grond van de artikelen 3 en 5 Wet inburgering zijn, bijvoorbeeld omdat zij voor een tijdelijk doel naar Nederland komen. -Als tijdelijke verblijfsdoel in de zin van de Wet inburgering gelden de volgende verblijfsdoelen voor wat betreft de bepaling van de inburgeringsplicht: +Als tijdelijke verblijfsdoel in de zin van de Wet inburgering gelden de volgende verblijfsdoelen: • gezinshereniging of gezinsvorming indien het verblijfsrecht van de hoofdpersoon van tijdelijke aard is; • verblijf ter adoptie of als pleegkind indien het verblijfsrecht van de hoofdpersoon van tijdelijke aard is; • het afwachten van onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders, bedoeld in artikel 11 van de Wobka; -• familiebezoek; • het verrichten van arbeid als zelfstandige; • het verrichten van arbeid in loondienst; • het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst; @@ -1257,7 +1255,6 @@ Als tijdelijke verblijfsdoel in de zin van de Wet inburgering gelden de volgende • verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken; • verblijf als Amv; • verblijf als kennismigrant; -• verblijf als houder van de Europese blauwe kaart in de zin van richtlijn 2009/50/EG; • werkzaamheid in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening; • verblijf als onderzoeker in de zin van richtlijn 2005/71/EG; • verblijfsrecht op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb indien bij de verlening is bepaald dat het verblijfsrecht tijdelijk van aard is. @@ -1667,33 +1664,34 @@ De vergunning wordt ingetrokken, indien niet wordt voldaan aan de beperking waar Ingevolge artikel 18, eerste lid, onder a, Vw kan een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw worden afgewezen indien de houder daarvan zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd. De hieronder gegeven regels zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw (zie artikel 19 Vw). Enkele bijzondere voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd houden in dat de aanvrager zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd. Zie in dit verband artikel 3.23, 3.71 en 3.82 Vb. De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 14 Vw, wordt op grond van artikel 18, eerste lid, onder a, Vw afgewezen, indien de vreemdeling zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd. Hoofdverblijf en verplaatsing van hoofdverblijf zijn feitelijke begrippen. Een vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland, wanneer hij niet duurzaam in Nederland verblijft. Dit kan onder meer blijken uit het feit dat de vreemdeling is uitgeschreven uit de GBA van een Nederlandse gemeente of in Nederland geen adres heeft waar hij geregeld kan worden aangetroffen. Beoordeling van de vraag of er sprake is van verplaatsing van het hoofdverblijf vindt plaats aan de hand van factoren van feitelijke aard. Met de wil van de vreemdeling wordt slechts rekening gehouden voorzover deze blijkt uit zijn gedragingen. Aanwijzingen voor verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland zijn onder meer: -– uitschrijving uit de GBA; -– de afmelding bij de belastingdienst wegens vertrek naar het buitenland; -– mededeling aan de vreemdelingenpolitie van vertrek naar het buitenland (zie artikel 4.37, eerste lid, onder d, in samenhang met 4.37, vijfde lid, Vb); -– het nemen van ontslag bij de werkgever of bedrijfsbeëindiging; -– het opzeggen van een bank- of girorekening; -– het laten overmaken van periodieke uitkeringen naar een adres buiten Nederland; -– de afkoop van pensioenrechten; -– de ontruiming van de woning in Nederland en het over de grens brengen van de inboedel; en -– het (onder)verhuren aan derden van de woning in Nederland. +• uitschrijving uit de GBA; +• de afmelding bij de belastingdienst wegens vertrek naar het buitenland; +• mededeling aan de vreemdelingenpolitie van vertrek naar het buitenland (zie artikel 4.37, eerste lid, onder d, in samenhang met 4.37, vijfde lid, Vb); +• het nemen van ontslag bij de werkgever of bedrijfsbeëindiging; +• het opzeggen van een bank- of girorekening; +• het laten overmaken van periodieke uitkeringen naar een adres buiten Nederland; +• de afkoop van pensioenrechten; +• de ontruiming van de woning in Nederland en het over de grens brengen van de inboedel; en +• het (onder)verhuren aan derden van de woning in Nederland. -Deze factoren zijn niet limitatief. Ook op andere feitelijke gronden kan worden geconcludeerd dat de vreemdeling zijn hoofdverblijf heeft verplaatst. Indien daarentegen de vreemdeling de vreemdelingenpolitie er tevoren van in kennis heeft gesteld dat hij tijdelijk, maar niet langer dan negen maanden, in het buitenland beoogt te verblijven, dan is dit een aanwijzing dat de vreemdeling zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland wenst te vestigen. +Deze factoren zijn niet limitatief. Ook op andere feitelijke gronden kan worden geconcludeerd dat de vreemdeling zijn hoofdverblijf heeft verplaatst. Indien daarentegen de vreemdeling de vreemdelingenpolitie er tevoren van in kennis heeft gesteld dat hij tijdelijk, maar niet langer dan zes maanden, in het buitenland beoogt te verblijven, dan is dit een aanwijzing dat de vreemdeling zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland wenst te vestigen. Vestiging van het hoofdverblijf buiten Nederland wordt in ieder geval aangenomen, indien de vreemdeling: -– bij zijn vertrek uit Nederland gebruik heeft gemaakt van een remigratieregeling, waaronder een regeling op grond van de Remigratiewet; -– meer dan negen achtereenvolgende maanden buiten Nederland heeft verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat de overschrijding van de termijn van negen maanden het gevolg is van buiten zijn schuld gelegen omstandigheden; of -– voor het derde achtereenvolgende jaar meer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland heeft verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat het centrum van zijn activiteiten niet naar het buitenland is verlegd. +• bij zijn vertrek uit Nederland gebruik heeft gemaakt van een remigratieregeling, waaronder een regeling op grond van de Remigratiewet; +• meer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland heeft verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat de overschrijding van de termijn van zes maanden het gevolg is van buiten zijn schuld gelegen omstandigheden; of +• voor het derde achtereenvolgende jaar meer dan vier achtereenvolgende maanden buiten Nederland heeft verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat het centrum van zijn activiteiten niet naar het buitenland is verlegd. Vestiging van het hoofdverblijf buiten Nederland wordt niet aangenomen op de enkele grond dat de vreemdeling: -– Nederland heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht en binnen zes maanden na beëindiging van de dienstplicht naar Nederland is teruggekeerd; of -– buiten Nederland is gedetineerd dan wel buiten Nederland gedetineerd is geweest en binnen zes maanden na beëindiging van de detentie naar Nederland is teruggekeerd. +• Nederland heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht en binnen zes maanden na beëindiging van de dienstplicht naar Nederland is teruggekeerd; of +• buiten Nederland is gedetineerd dan wel buiten Nederland gedetineerd is geweest en binnen zes maanden na beëindiging van de detentie naar Nederland is teruggekeerd. De vreemdeling wordt niet geacht zijn hoofdverblijf buiten Nederland te hebben gevestigd: -– indien hij beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid die geheel of gedeeltelijk buiten Nederland plaatsvindt; of -– indien en zo lang hij feitelijk de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 8, derde of vierde lid, van het reglement van dienst BuZa die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland. +• indien hij beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van studie aan het hoger onderwijs en in het kader van de voltooiing van zijn studie in Nederland tijdelijk hoger onderwijs in het buitenland gaat volgen. Tijdelijkheid wordt niet aangenomen indien de periode van het volgen van hoger onderwijs in het buitenland langer beslaat dan een jaar aaneengesloten. +• indien hij beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid die geheel of gedeeltelijk buiten Nederland plaatsvindt; of +• indien en zo lang hij feitelijk de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 8, derde of vierde lid, van het reglement van dienst BuZa die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland. Verplaatsing hoofdverblijf heeft overigens tot gevolg dat de vreemdeling niet voldoet aan de beperking die verband houdt met het verblijf waarvoor de verblijfsvergunning is gevraagd, zodat de aanvraag met toepassing van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder g, Vw kan worden afgewezen. @@ -1820,6 +1818,8 @@ Voor de toepassing van de glijdende schaal, dient tevens te worden beoordeeld we Verder verblijf wordt ontzegd, indien er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling of een in Nederland verblijvend gezinslid als bedoeld in artikel 29, onder e en f, Vw, zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen, als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Een (strafrechtelijke) veroordeling is niet noodzakelijk. Deze grond is niet afhankelijk gesteld van het tijdstip waarop de gedraging is gepleegd of eventueel bestraft. Deze grond is nader uitgewerkt in C4/3.11.3. Voor een in Nederland verblijvend gezinslid dat op eigen gronden aanspraak maakt op vluchtelingenrechtelijke bescherming zie C2/6.3. +##### 5.3.7. Niet voldoen aan de inburgeringsplicht + ### 6. Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd Richtlijn 2003/109 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen geeft materiële en procedurele normen voor de toekenning en intrekking van een Europese verblijfstitel voor langdurig ingezetenen en de daarbij behorende rechten en voorwaarden waaronder langdurig ingezetenen in andere lidstaten van de EU mogen verblijven. @@ -2601,13 +2601,11 @@ Indien een ouder, althans wettelijk vertegenwoordiger, één aanvraag indient (m Het legestarief terzake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van vreemdelingen die in het bezit zijn van een mvv voor hetzelfde verblijfsdoel als waarvoor de verblijfsvergunning wordt aangevraagd, is vastgelegd in artikel 3.34, eerste lid, Vw. -De leges terzake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van vreemdelingen die niet over een mvv beschikken, van vreemdelingen die een mvv hebben voor een ander verblijfsdoel dan waarvoor de reguliere verblijfsvergunning wordt aangevraagd - -en van vreemdelingen die om wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vragen, zijn afhankelijk van het beoogde verblijfsdoel. De leges bedragen zijn vastgelegd in het VV. Voor een overzicht van de verschillende legesbedragen zie ook de IND website. +De leges terzake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van vreemdelingen die niet over een mvv beschikken, van vreemdelingen die een mvv hebben voor een ander verblijfsdoel dan waarvoor de reguliere verblijfsvergunning wordt aangevraagd en van vreemdelingen die om wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vragen, zijn afhankelijk van het beoogde verblijfsdoel. De leges bedragen zijn vastgelegd in het VV. Voor een overzicht van de verschillende legesbedragen zie ook de IND website. De toepasselijke legestarieven zijn voor: -• gezinshereniging en gezinsvorming en familiebezoek vastgelegd in artikel 3.34, tweede lid, onder b, VV; +• gezinshereniging en gezinsvorming vastgelegd in artikel 3.34, tweede lid, onder b, VV; • vastgelegd in artikel 3.34, tweede lid, onder b, VV; • arbeid, studie, verblijf in het kader van uitwisseling en au pair vastgelegd in artikel 3.34, tweede lid, onder a, VV; • kennismigrant vastgelegd in artikel 3.34, tweede lid, VV; @@ -2616,17 +2614,17 @@ De toepasselijke legestarieven zijn voor: • artikel 8 Remigratiewet en verblijf in het kader van Working Holiday Scheme, Working Holiday Programme en Young Workers Exchange Programme vastgelegd in artikel 3.34a VV; • EU en EER vastgelegd in artikel 3.34h VV. -Voor het afdoen van aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming kunnen twee legestarieven van toepassing zijn: een standaardtarief conform artikel 3.34, twee de lid, onder b, VV en een gezinstarief conform artikel 3.34, tweede lid, onder c of d, VV. Het gezinstarief is van toepassing indien meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor gezinshereniging of gezinsvorming voor verblijf bij dezelfde hoofdpersoon, gelijktijdig worden ingediend. Zo is in het geval dat twee of meer vreemdelingen gelijktijdig een aanvraag indienen tot het verlenen van een verblijfsvergunning met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming met een in Nederland verblijvende persoon, één van de aanvragers het standaardtarief verschuldigd en betalen de andere aanvragers het gezinstarief (artikel 3.34, tweede lid, onder d, VV). In het geval dat één of meer vreemdelingen gelijktijdig met de vreemdeling, bij wie zij in Nederland in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming willen verblijven, een aanvraag indienen tot het verlenen van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming, betalen zij het gezinstarief. De vreemdeling, bij wie deze gezinsleden verblijf beogen, betaalt het tarief conform het door hem beoogde verblijfsdoel (artikel 3.34, tweede lid, onder c, VV). Voor het afdoen van aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan in Nederland uit een ouder, die in het bezit is van een verblijfsvergunning, geboren kinderen is het tarief van artikel 3.34, tweede lid, onder e, VV van toepassing. +Voor het afdoen van aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming kunnen twee legestarieven van toepassing zijn: een standaardtarief conform artikel 3.34, tweede lid, onder b, VV en een gezinstarief conform artikel 3.34, tweede lid, onder c of d, VV. Het gezinstarief is van toepassing indien meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor gezinshereniging of gezinsvorming voor verblijf bij dezelfde hoofdpersoon, gelijktijdig worden ingediend. Zo is in het geval dat twee of meer vreemdelingen gelijktijdig een aanvraag indienen tot het verlenen van een verblijfsvergunning met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming met een in Nederland verblijvende persoon, één van de aanvragers het standaardtarief verschuldigd en betalen de andere aanvragers het gezinstarief (artikel 3.34, tweede lid, onder d, VV). In het geval dat één of meer vreemdelingen gelijktijdig met de vreemdeling, bij wie zij in Nederland in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming willen verblijven, een aanvraag indienen tot het verlenen van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming, betalen zij het gezinstarief. De vreemdeling, bij wie deze gezinsleden verblijf beogen, betaalt het tarief conform het door hem beoogde verblijfsdoel (artikel 3.34, tweede lid, onder c, VV). Voor het afdoen van aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan in Nederland uit een ouder, die in het bezit is van een verblijfsvergunning, geboren kinderen is het tarief van artikel 3.34, tweede lid, onder e, VV van toepassing. -Een vreemdeling die een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of gezinsvorming, kan desgevraagd ontheven worden van de verplichting om de voor het afdoen van de aanvraag verschuldigde leges te betalen. Voorwaarde om voor vrijstelling in aanmerking te komen, is dat hij een gerechtvaardigd beroep doet op artikel 8 EVRM. Ten behoeve van ontheffing van het legesvereiste wordt een beroep op artikel 8 EVRM gerechtvaardigd geacht indien verblijf in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming wordt beoogd. De hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, dient door middel van het overleggen van bewijsstukken omtrent zijn financiële situatie aan te tonen dat hij niet over middelen kan beschikken om de leges te voldoen. Tevens dient hij aannemelijk te maken dat hij op korte termijn noch zelf zal kunnen beschikken over de middelen om de leges te voldoen, noch deze kan verwerven bij personen in zijn naaste omgeving waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze de vergoeding voor de belanghebbende betalen, zoals de partner, familieleden of andere in aanmerking komende derden. +Een vreemdeling die een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of gezinsvorming, kan desgevraagd ontheven worden van de verplichting om de voor het afdoen van de aanvraag verschuldigde leges te betalen. Voorwaarde om voor vrijstelling in aanmerking te komen, is dat hij een gerechtvaardigd beroep doet op artikel 8 EVRM. Ten behoeve van ontheffing van het legesvereiste wordt een beroep op artikel 8 EVRM gerechtvaardigd geacht indien verblijf in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming wordt beoogd. De hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, dient door middel van het overleggen van bewijsstukken omtrent zijn financiële situatie aan te tonen dat hij niet over middelen kan beschikken om de leges te voldoen en dat hij de afgelopen drie jaren alles in het werk heeft gesteld om over de vereiste middelen te kunnen beschikken. Tevens dient hij aannemelijk te maken dat hij op korte termijn noch zelf zal kunnen beschikken over de middelen om de leges te voldoen, noch deze kan verwerven bij personen in zijn naaste omgeving waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze de vergoeding voor de belanghebbende betalen, zoals de partner, familieleden of andere in aanmerking komende derden. -Het onvermogen met betrekking tot legesbetaling dient bij de indiening van de aanvraag te worden aangetoond aan de hand van bewijsstukken. De vreemdeling dient te overleggen een inkomensverklaring van de raad voor rechtsbijstand op grond van artikel 7, derde lid, onder e, Wet op de rechtsbijstand, ten behoeve van de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt. Ook dient de vreemdeling aannemelijk te maken dat noch hij noch de hoofdpersoon op korte termijn in het bezit zullen raken van financiële middelen waarmee de verschuldigde leges kunnen worden voldaan, waarbij ook aannemelijk moet worden gemaakt dat daartoe evenmin een beroep gedaan kan worden op familieleden of in aanmerking komende derden. +Het onvermogen met betrekking tot legesbetaling dient bij de indiening van de aanvraag te worden aangetoond aan de hand van bewijsstukken. De vreemdeling dient te overleggen een inkomensverklaring van de raad voor rechtsbijstand op grond van artikel 7, derde lid, onder e, Wet op de rechtsbijstand, ten behoeve van de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt. Daarnaast dient de vreemdeling bewijsstukken te overleggen met betrekking tot de inspanningen van zichzelf en van de hoofdpersoon die de afgelopen drie jaar zijn verricht om financiële middelen te verwerven. Ook dient de vreemdeling aannemelijk te maken dat noch hij noch de hoofdpersoon op korte termijn in het bezit zullen raken van financiële middelen waarmee de verschuldigde leges kunnen worden voldaan, waarbij ook aannemelijk moet worden gemaakt dat daartoe evenmin een beroep gedaan kan worden op familieleden of in aanmerking komende derden. Indien de vreemdeling bij het doen van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging of gezinsvorming een beroep op vrijstelling van de leges doet maar niet heeft aangetoond niet te (kunnen) beschikken over financiële middelen om de verschuldigde leges te betalen, wordt hem herstel verzuim geboden zodat hij dat alsnog kan aantonen en wordt hem tegelijkertijd de gelegenheid geboden om de verschuldigde leges te voldoen. Indien de vreemdeling niet alsnog heeft aangetoond dat hij de verschuldigde leges niet kan betalen en evenmin leges heeft betaald, krijgt hij nog éénmaal de gelegenheid om de leges te voldoen. Indien de vreemdeling vervolgens niet de verschuldigde leges betaalt, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. Indien voornoemde stukken zijn overgelegd en de beoordeling ervan tot het oordeel leidt dat de vreemdeling, ook niet met behulp van derden, in staat is, noch op korte termijn in staat zal zijn, om de verschuldigde leges te voldoen, wordt de aanvraag in behandeling genomen zonder dat de vreemdeling leges is verschuldigd. Ook geldt de mogelijkheid van vrijstelling van leges in het geval van een aanvraag tot het verlengen van de verblijfsvergunning van de vreemdeling die verblijf heeft onder de beperking ‘uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM’ en die bij de aanvraag om het verlengen van de verblijfsvergunning aantoont dat hij vanaf de datum van het verlenen van de verblijfsvergunning alles in het werk heeft gesteld om over voldoende middelen te beschikken. -De volgende categorieën vreemdelingen zijn vrijgesteld van de verplichting om leges te voldoen ter afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning. Het betreft niet-geprivilegieerd militair en niet-geprivilegieerd burgerpersoneel, alsmede slachtoffers van mensenhandel en hun minderjarige kinderen die feitelijk tot het gezin behoren en daartoe reeds in het land van herkomst feitelijk behoorden en die onder het gezag van de hoofdpersoon staan, alsmede slachtoffers van dreigend eergerelateerd geweld en hun minderjarige kinderen. Tevens zijn vrijgesteld vreemdelingen die blijkens een schriftelijke verklaring van de Minister in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning in het kader van het buiten de schuld van de vreemdeling niet kunnen vertrekken uit Nederland, dan wel voor een verblijfsvergunning voor een ander verblijfsdoel dan genoemd artikel 3.4, eerste lid, Vb; de vreemdeling die een aanvraag in dient in het kader van verblijf als slachtoffer van mensenhandel of als slachtoffer van huiselijk geweld onder de beperking ‘conform beschikking Minister’ en zijn minderjarige kinderen. +De volgende categorieën vreemdelingen zijn vrijgesteld van de verplichting om leges te voldoen ter afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning. Het betreft niet-geprivilegieerd militair en niet-geprivilegieerd burgerpersoneel en hun gezinsleden, alsmede slachtoffers van mensenhandel en hun minderjarige kinderen die feitelijk tot het gezin behoren en daartoe reeds in het land van herkomst feitelijk behoorden en die onder het gezag van de hoofdpersoon staan, alsmede slachtoffers van dreigend eergerelateerd geweld en hun minderjarige kinderen. Tevens zijn vrijgesteld vreemdelingen die blijkens een schriftelijke verklaring van de Minister in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning in het kader van het buiten de schuld van de vreemdeling niet kunnen vertrekken uit Nederland, dan wel voor een verblijfsvergunning voor een ander verblijfsdoel dan genoemd artikel 3.4, eerste lid, Vb; de vreemdeling die een aanvraag in dient in het kader van verblijf als slachtoffer van mensenhandel of als slachtoffer van huiselijk geweld onder de beperking ‘conform beschikking Minister’ en zijn minderjarige kinderen. Daarnaast zijn vreemdelingen die op grond van Richtlijn 2001/55 de status van tijdelijk beschermde hebben ontheven van de legesplicht in het geval deze vreemdeling een aanvraag doet tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst of arbeid als zelfstandige. @@ -3236,17 +3234,17 @@ Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Richtlijn dient de gezinshereniger te be Dit artikellid draagt de lidstaten voorts op de aard en de regelmaat van de inkomsten te beoordelen en het staat de lidstaten toe om rekening te houden met – voor zover hier van belang – de nationale minimumlonen. Meer bedoeld artikellid draagt de lidstaten niet op om zowel in geval van gezinshereniging als gezinsvorming te kiezen voor hetzij toetsing aan de bijstandsnormen, hetzij het minimumloon, noch ook aan een bepaald percentage van het minimumloon. -Van de daardoor aan de lidstaten gelaten ruimte is door Nederland gebruik gemaakt bij artikel 3.74, onder d, Vb (zie B1/4.3) en artikel 3.22 Vb (zie ook B2/2.10 en B2/4.11). +Van de daardoor aan de lidstaten gelaten ruimte is door Nederland gebruik gemaakt bij artikel 3.74 Vb (zie B1/4.3) en artikel 3.22 Vb (zie ook B2/2.10 en B2/4.11). Voorts laat artikel 4, vijfde lid, van de Richtlijn de lidstaten de mogelijkheid om ter zake van gezinsvorming een minimumleeftijd te stellen, die maximaal 21 jaar bedraagt, voor zowel de echtgenote als de gezinshereniger. Nederland heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt bij de artikelen 3.14 en 3.15, tweede lid, Vb (zie ook B2/2.5 en B2/4.7). De Richtlijn is, gelet op artikel 2, onder d, ervan, zowel van toepassing op situaties van gezinshereniging als gezinsvorming. -Gezinsvorming is bij artikel 1.1, onder r, Vb gedefinieerd als: ‘gezinshereniging van de echtgenoot, geregistreerd partner of niet-geregistreerde partner, voor zover de gezinsband tot stand is gekomen op een tijdstip waarop de hoofdpersoon in Nederland hoofdverblijf had.’ +Gezinsvorming is bij artikel 1.1, onder r, Vb gedefinieerd als: ‘gezinshereniging van de echtgenoot of geregistreerd partner, voor zover de gezinsband tot stand is gekomen op een tijdstip waarop de hoofdpersoon in Nederland hoofdverblijf had.’ -Aldus is gezinsvorming een bijzondere vorm van gezinshereniging. Verder wordt met de aansluiting bij het begrip ‘hoofdverblijf’ voorkomen dat ook in geval van een tijdens een buitenlandse vakantie van een in Nederland gevestigde persoon gesloten huwelijk of relatie, om de enkele reden dat het huwelijk of de relatie buiten Nederland tot stand is gekomen, sprake zou zijn van ‘gezinshereniging’. +Aldus is gezinsvorming een bijzondere vorm van gezinshereniging. Verder wordt met de aansluiting bij het begrip ‘hoofdverblijf’ voorkomen dat ook in geval van een tijdens een buitenlandse vakantie van een in Nederland gevestigde persoon gesloten huwelijk, om de enkele reden dat het huwelijk buiten Nederland tot stand is gekomen, sprake zou zijn van ‘gezinshereniging’. -In dit hoofdstuk wordt onder hoofdpersoon verstaan de persoon bij wie de vreemdeling als gezinslid (bijvoorbeeld als echtgenoot, geregistreerde partner, niet-geregistreerde partner, kind of ouder) in Nederland wil verblijven, waarmee wordt aangesloten bij de definitie van gezinshereniger, bedoeld in artikel 2, onder c, van de richtlijn. +In dit hoofdstuk wordt onder hoofdpersoon verstaan de persoon bij wie de vreemdeling als gezinslid (bijvoorbeeld als echtgenoot, geregistreerde partner, kind of ouder) in Nederland wil verblijven, waarmee wordt aangesloten bij de definitie van gezinshereniger, bedoeld in artikel 2, onder c, van de richtlijn. Dit hoofdstuk ziet niet op gezinshereniging tussen of met gemeenschapsonderdanen. Daarop is B10 van toepassing. @@ -3254,7 +3252,7 @@ Als de Nederlandse hoofdpersoon gebruik maakt of heeft gemaakt van het vrij verk #### 1.2 -Artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw geeft regels met betrekking tot gezinshereniging (niet: gezinsvorming) met een vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Indien wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw kan aan de daar genoemde gezinsleden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel worden verleend. Verwezen wordt naar C1/4.6 en C5/23. In de overige gevallen zijn de regels over de verlening van de verblijfsvergunning regulier van toepassing op gezinshereniging en gezinsvorming met een houder van een verblijfsvergunning asiel. +Artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw geeft regels met betrekking tot gezinshereniging (niet: gezinsvorming) met een vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Indien wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw kan aan de daar genoemde gezinsleden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel worden verleend. Verwezen wordt naar C2/6.1 en C14/6.2. In de overige gevallen zijn de regels over de verlening van de verblijfsvergunning regulier van toepassing op gezinshereniging en gezinsvorming met een houder van een verblijfsvergunning asiel. Ingevolge artikel 29, eerste lid, onder e, Vw komen de echtgeno(o)t(e) en minderjarige kinderen van vreemdelingen die in het bezit zijn van een asielvergunning voor bepaalde tijd eveneens in aanmerking voor een zodanige vergunning indien zij gelijktijdig met deze vreemdeling Nederland zijn ingereisd dan wel zijn nagereisd binnen drie maanden na verlening van de verblijfsvergunning aan de hoofdpersoon. @@ -3262,19 +3260,9 @@ Tot 1 april 2001 bestond een dergelijke mogelijkheid van gezinshereniging bij vr Het materiële recht van de Vw heeft als regel onmiddellijke werking. Zie in dit verband ook A7. Ten aanzien van de aanscherping van het nareiscriterium (van zes naar drie maanden) is geen overgangsregeling in de Vw opgenomen. -Voor vreemdelingen die zich met deze aanscherping geconfronteerd zien, is besloten alsnog een voorziening te treffen, gebaseerd op artikel 3.13, tweede lid, Vb. +Aanvragen van vreemdelingen die onder deze regeling vallen, worden getoetst aan de voorwaarden zoals omschreven in C2/6.1 en C14/6.2, afgezien van de nareistermijn van drie maanden. -In het kader van de hieronder uitgewerkte regeling kan een vreemdeling in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met gezinshereniging, indien: - -– het betreft de echtgeno(o)t(e) en/of de minderjarige kinderen; -– de hoofdpersoon vóór 1 april 2001 in het bezit is gesteld van een A-status (die inmiddels is omgezet in een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd); -– de aanvraag om gezinshereniging (aanvraag mvv of aanvraag verblijfsvergunning dan wel de asielaanvraag) is ingediend tussen de drie en zes maanden nadat de hoofdpersoon in het bezit is gesteld van een A-status en uiterlijk vóór 1 juli 2001. - -Vreemdelingen die in aanmerking komen voor verblijf op basis van de onderhavige regeling worden derhalve niet in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder e, Vw. - -Aanvragen van vreemdelingen die onder deze regeling vallen, worden getoetst aan de voorwaarden zoals omschreven in C1/4.6 en C5/23, afgezien van de nareistermijn van drie maanden. - -Bij inwilliging van de aanvraag om afgifte van een mvv dient de vreemdeling erop te worden gewezen dat hij zich binnen drie dagen na aankomst in Nederland in het kader van het vreemdelingentoezicht dient aan te melden bij de Korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar hij zijn woon- of verblijfplaats heeft (zie artikel 4.47 Vb). Ter indiening van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdende met gezinshereniging dient de vreemdeling zich vervolgens te vervoegen bij de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft of beoogt. +Bij inwilliging van de aanvraag om afgifte van een mvv dient de vreemdeling erop te worden gewezen dat hij zich binnen drie dagen na aankomst in Nederland in het kader van het vreemdelingentoezicht dient aan te melden bij de Korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar hij zijn woon- of verblijfplaats heeft (zie artikel 4.47 Vb). Ter indiening van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdende met gezinshereniging dient de vreemdeling zich vervolgens te vervoegen bij de IND. Tevens geldt voor deze categorie vreemdelingen dat de aanvraag tot het verlenen van deze verblijfsvergunning niet wordt afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv, voorzover nodig, met toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vb. Ook in die gevallen geldt het legesvereiste onverkort. @@ -3284,7 +3272,7 @@ Nadat in dit kader een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verlee Het betreft de volgende categorieën: -• gezinsleden van vreemdelingen die werkzaam zijn op Nederlandse zeeschepen en mijnbouwinstallaties op het Nederlandse deel van het continentale plat (zie B5/4.2); +• gezinsleden van vreemdelingen die werkzaam zijn op Nederlandse zeeschepen en mijnbouwinstallaties op het Nederlands deel van het Continentaal Plat (zie B5/4.2); • gezinsleden van vreemdelingen die werkzaam zijn als godsdienstleraar of geestelijk voorganger (zie B5/4.1); • gezinsleden van vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het volgen van studie (zie B6/7); • gezinsleden van vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met medische behandeling (zie B8/9; @@ -3297,13 +3285,9 @@ Het betreft de volgende categorieën: #### 1.4. Samenhang -Artikel 15 Vw bepaalt dat bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald dat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, onder een beperking verband houdend met gezinsvorming of gezinshereniging, kan worden verleend aan gezinsleden van Nederlanders en vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw. +Artikel 15 Vw bepaalt dat bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald dat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, onder een beperking verband houdend met gezinsvorming of gezinshereniging, kan worden verleend aan gezinsleden van Nederlanders en vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw. Ter uitvoering daarvan is in artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb neergelegd in welke gevallen de verblijfsvergunning regulier in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming in ieder geval wordt verleend. De artikelen 3.13 tot en met 3.22 Vb bevatten algemeen verbindende voorschriften. Daarvan kan niet worden afgeweken. Indien is aangetoond dat aan alle in deze artikelen gestelde voorwaarden wordt voldaan, moet de verblijfsvergunning worden verleend. Wel worden in B2 enkele nadere regels gegeven over de wijze waarop wordt aangetoond dat aan de voorwaarden wordt voldaan. Het betreft beleidsregels over de vaststelling van feiten. -Ter uitvoering daarvan is in artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb neergelegd in welke gevallen de verblijfsvergunning regulier in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming in ieder geval wordt verleend. De artikelen 3.13 tot en met 3.22 Vb bevatten algemeen verbindende voorschriften. Daarvan kan niet worden afgeweken. Indien is aangetoond dat aan alle in deze artikelen gestelde voorwaarden wordt voldaan, moet de verblijfsvergunning worden verleend. Wel worden in B2 enkele nadere regels gegeven over de wijze waarop wordt aangetoond dat aan de voorwaarden wordt voldaan. Het betreft beleidsregels over de vaststelling van feiten. - -Indien aan een of meer van de voorwaarden in artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb niet wordt voldaan, kan geen aanspraak op de verlening van de verblijfsvergunning worden gebaseerd op het Vb. Beleidsmatig wordt in die gevallen in principe geen verblijf verleend. - -Indien geen aanspraak op een verblijfsvergunning kan worden ontleend aan het Vb betekent dat niet dat er geen verblijfsvergunning kan worden verleend. Artikel 3.13, tweede lid, Vb laat ruimte om de verblijfsvergunning toch te verlenen. In welke gevallen de verblijfsvergunning kan worden verleend, is geregeld in dit hoofdstuk. Dit hoofdstuk bevat voornamelijk beleidsregels. +Indien aan een of meer van de voorwaarden in artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb niet wordt voldaan, kan geen aanspraak op de verlening van de verblijfsvergunning worden gebaseerd op het Vb. Beleidsmatig wordt in die gevallen in principe geen verblijf verleend. Indien geen aanspraak op een verblijfsvergunning kan worden ontleend aan het Vb betekent dat niet dat er geen verblijfsvergunning kan worden verleend. Artikel 3.13, tweede lid, Vb laat ruimte om de verblijfsvergunning toch te verlenen. In welke gevallen de verblijfsvergunning kan worden verleend, is geregeld in dit hoofdstuk. Dit hoofdstuk bevat voornamelijk beleidsregels. ### 2. Huwelijk en geregistreerd partnerschap @@ -3312,8 +3296,8 @@ Indien geen aanspraak op een verblijfsvergunning kan worden ontleend aan het Vb In het Vb zijn voorwaarden opgenomen voor verblijf in het kader van gezinshereniging met echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner die zien op: • het rechtsgeldig huwelijk en het geregistreerd partnerschap (zie artikel 3.14, eerste lid, onder a, Vb); -• de verblijfsstatus van de hoofdpersoon (zie artikel 3.15, eerste lid, onder a en b, Vb); -• de leeftijd van beide (huwelijks)partners (zie artikel 3.14 Vb en artikel 3.15 Vb); +• de verblijfsstatus en de verblijfsduur van de hoofdpersoon (zie artikel 3.15 Vb); +• de leeftijd van beide huwelijkspartners (zie artikel 3.14 Vb en artikel 3.15 Vb); • polygamie (zie artikel 3.16 Vb); • samenwoning en een gemeenschappelijke huishouding (zie artikel 3.17, onder a, Vb); • het mvv-vereiste (zie artikel 17 Vw, artikel 3.18 Vb, artikel 3.71, tweede lid, Vb en B1/4.1); @@ -3323,43 +3307,75 @@ In het Vb zijn voorwaarden opgenomen voor verblijf in het kader van gezinshereni • het middelenvereiste (zie artikel 3.74 Vb); • het inburgeringsvereiste (zie artikel 3.71a Vb en B1/4.7). +Naast de beleidsregels in deze paragraaf zijn ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing (zie B1/4). Op deze algemene voorwaarden bestaan uitzonderingen voor wat betreft het middelenvereiste (zie B2/2.10). + #### 2.2. Rechtsgeldig huwelijk of geregistreerd partnerschap -Ingevolge artikel 3.14, eerste lid, onder a, Vb wordt de verblijfsvergunning op grond van een huwelijk verleend indien het huwelijk naar Nederlands internationaal privaatrecht rechtsgeldig is. De verblijfsvergunning wordt niet op grond van een geregistreerd partnerschap verleend indien dat partnerschap niet in Nederland is geregistreerd. Dit laat onverlet dat er in die gevallen wel sprake kan zijn van een duurzame en exclusieve relatie op grond waarvan verblijf kan worden toegestaan (zie B2/4). +Ingevolge artikel 3.14, eerste lid, onder a, Vb wordt de verblijfsvergunning op grond van een huwelijk verleend indien het huwelijk of het geregistreerd partnerschap naar Nederlands internationaal privaatrecht rechtsgeldig is. In het algemeen is een huwelijk naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig indien het is gesloten: -– voor een Nederlandse ambtenaar van de burgerlijke stand; -– volgens de wet van het land waar de huwelijksvoltrekking heeft plaatsgevonden; of -– op een in Nederland gevestigde ambassade of consulaat van het land van herkomst van een van de echtgenoten, voorzover geen van beiden (mede) de Nederlandse nationaliteit bezit. Indien een van beiden (mede) de Nederlandse nationaliteit bezit, is het huwelijk naar Nederlands internationaal privaatrecht niet geldig, tenzij het huwelijk is gesloten in de periode van 1 januari 1990 tot en met 14 januari 1999. +• voor een Nederlandse ambtenaar van de burgerlijke stand; +• volgens de wet van het land waar de huwelijksvoltrekking heeft plaatsgevonden; of +• op een in Nederland gevestigde ambassade of consulaat van het land van herkomst van een van de echtgenoten, voorzover geen van beiden (mede) de Nederlandse nationaliteit bezit. Indien een van beiden (mede) de Nederlandse nationaliteit bezit, is het huwelijk naar Nederlands internationaal privaatrecht niet geldig, tenzij het huwelijk is gesloten in de periode van 1 januari 1990 tot en met 14 januari 1999. + +Een geregistreerd partnerschap is naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig als het een wettelijk geregelde samenlevingsvorm betreft van twee personen die een nauwe persoonlijke betrekking onderhouden. Deze samenlevingsvorm moet ten minste: + +• door een in het land van herkomst bevoegde autoriteit zijn geregistreerd; +• het bestaan van een huwelijk of andere wettelijk geregelde samenlevingsvorm met een derde uitsluiten; en +• verplichtingen tussen de partners in het leven roepen die in hoofdzaak overeenstemmen met verplichtingen die verbonden zijn aan het huwelijk. + +Het is mogelijk dat een huwelijk of geregistreerd partnerschap, gesloten volgens de wet van het land waar de huwelijksvoltrekking heeft plaatsgevonden, wegens strijd met de openbare orde niet voor erkenning in Nederland in aanmerking komt. Het onthouden van erkenning aan een buiten Nederland gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap brengt met zich mee dat aan dat huwelijk of geregistreerd partnerschap niet de rechtsgevolgen kunnen toekomen die wel aan een rechtsgeldig en erkend huwelijk toekomen. Dit betekent dat verlening van een verblijfsvergunning op basis van een niet erkend huwelijk of geregistreerd partnerschap niet mogelijk is. In gevallen waarin twijfel bestaat over de rechtsgeldigheid van een in het buitenland gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap dient contact te worden opgenomen met de IND. + +Voor de te volgen handelwijze bij de uitvoering van de Wet voorkoming schijnhuwelijken zie B2/3. #### 2.3. Gelegaliseerde akten -Het bestaan van een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk wordt aangetoond met officiële gelegaliseerde bescheiden, tenzij één van de uitzonderingen genoemd in B2/8 van toepassing is. +Het bestaan van een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt aangetoond met officiële gelegaliseerde bescheiden, tenzij één van de uitzonderingen genoemd in B2/7 van toepassing is. Het bestaan van een in Nederland geregistreerd partnerschap wordt aangetoond met een afschrift van de akte van de burgerlijke stand. De verblijfsvergunning wordt niet op grond van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap verleend indien het huwelijk of het geregistreerde partnerschap niet is aangetoond. -#### 2.4. Verblijfsstatus van de hoofdpersoon +#### 2.4. Verblijfsstatus en verblijfsduur van de hoofdpersoon De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.15, eerste lid, onder a en b, Vb verleend, indien de hoofdpersoon in Nederland verblijft als: -– Nederlander; -– gemeenschapsonderdaan; -– Turks onderdaan die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80; of -– houder van een verblijfsvergunning (asiel of regulier, voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd), tenzij de hoofdpersoon houder is van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd: +• Nederlander; +• gemeenschapsonderdaan; +• Turks onderdaan die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80; of +• houder van een verblijfsvergunning (asiel of regulier, voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd). -• onder een beperking verband houdend met uitwisseling, verblijf als au pair of verblijf als Amv; +De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.15, eerste lid, onder a en b, Vb niet verleend als de hoofdpersoon houder is van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd: + +• onder een beperking verband houdend met uitwisseling, verblijf als au pair of verblijf als amv; • die met toepassing van artikel 3.4, derde lid, Vb is verleend en de houder een verblijfsrecht geeft van tijdelijke aard in de zin van artikel 3.5 Vb. Het gaat hierbij om tijdelijke regelingen op grond waarvan de hoofdpersoon gedurende slechts een korte tijd in Nederland mag verblijven. +In het volgende geval wordt de verblijfsvergunning pas verleend als de hoofdpersoon op het moment van de aanvraag ten minste een jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven: + +• de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling als gezinslid wil verblijven is houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Wet; en +• de hoofdpersoon verblijft niet voor een tijdelijk doel als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit inburgering in Nederland. + +De voorwaarde dat de hoofdpersoon op het moment van de aanvraag ten minste een jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven is niet van toepassing op de vreemdeling die als gezinslid wil verblijven bij een hoofdpersoon op wie van toepassing is: + +• artikel 13 van het Associatiebesluit nr. 1/80; +• het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag; of +• het Verdrag van de handel en scheepvaart tussen Nederland en Japan. + #### 2.5. Leeftijd van beide echtgenoten of geregistreerd partners -Op grond van artikel 3.103 Vb wordt de aanvraag getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij uit de Wet anders voortvloeit of het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven, voor de vreemdeling gunstiger is. +De verblijfsvergunning wordt ingevolge de artikelen 3.14 en 3.15, eerste lid, Vb verleend indien de vreemdeling en de hoofdpersoon eenentwintig jaar of ouder zijn. + +De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien de vreemdeling of de hoofdpersoon de eenentwintigjarige leeftijd nog niet heeft bereikt, tenzij: + +• de vreemdeling of de hoofdpersoon wel de leeftijd van vijftien jaar heeft bereikt; en +• het huwelijk reeds in het buitenland bestond, voordat de hoofdpersoon rechtmatig verblijf in Nederland had. + +Op grond van artikel 3.103 Vb wordt de aanvraag getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij uit de Wet anders voortvloeit of het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven, voor de vreemdeling gunstiger is. #### 2.6. Polygamie -Ingevolge artikel 3.13, eerste lid, Vb en artikel 3.16 Vb wordt, zolang de vreemdeling of de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een (al dan niet geregistreerd) partnerschap is verbonden, de verblijfsvergunning slechts verleend aan één echtgenoot, geregistreerd partner of partner tegelijkertijd, alsmede de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen. +Ingevolge artikel 3.13, eerste lid, Vb en artikel 3.16 Vb wordt, zolang de vreemdeling of de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een (al dan niet geregistreerd) partnerschap is verbonden, de verblijfsvergunning slechts verleend aan één echtgenoot of geregistreerd partner tegelijkertijd, alsmede de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen. Ook indien de in Nederland verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgenote alsmede eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Indien de polygame situatie is beëindigd, bijvoorbeeld door overlijden of door een echtscheiding die naar Nederlands internationaal privaatrecht is erkend, staat de vroegere polygame situatie niet aan verlening van de verblijfsvergunning in de weg. @@ -3373,11 +3389,7 @@ Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat Het voorstel tot opheffing van de samenwoningsverplichting voor echtgenoten in het Burgerlijk Wetboek laat onverlet dat samenwoning en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding in andere regelgeving als voorwaarde kan worden gesteld voor het laten intreden van bepaalde rechtsgevolgen. Dat is in de toelichting op genoemd wetsvoorstel nadrukkelijk veilig gesteld. -#### 2.8. Inschrijving in de GBA - -20111066217-06-201110-06-2011WBV2011/820111066217-06-201110-06-2011WBV2011/819-06-2011 - -#### 2.9. Openbare orde beleid +#### 2.8. Openbare orde beleid De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.20 Vb verleend indien de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid. De artikelen 3.77 en 3.78 Vb zijn van toepassing (zie verder ook B1/4.4). @@ -3387,301 +3399,170 @@ Dit recht luidde vóór 15 februari 2005 als volgt: De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. In afwijking hiervan wordt de aanvraag, ingediend door de (huwelijks)partner van een Nederlander, van een houder van de verblijfsvergunning (asiel of regulier) voor onbepaalde tijd, slechts afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien de vreemdeling: -– bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis wegens een misdrijf, waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, is veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf, of hem een langdurige vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd; -– bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis wegens een misdrijf, waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, is veroordeeld tot een taakstraf en de rechter een langdurige vervangende hechtenis heeft vastgesteld voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht; of -– bij herhaling wegens een misdrijf is veroordeeld tot een gevangenisstraf of een taakstraf, of aan hem een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd. +• bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis wegens een misdrijf, waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, is veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf, of hem een langdurige vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd; +• bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis wegens een misdrijf, waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, is veroordeeld tot een taakstraf en de rechter een langdurige vervangende hechtenis heeft vastgesteld voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht; of +• bij herhaling wegens een misdrijf is veroordeeld tot een gevangenisstraf of een taakstraf, of aan hem een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd. -#### 2.10. Middelen +Onder langdurig wordt hier verstaan een periode van zes maanden of langer. + +#### 2.9. Middelen De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.22, eerste lid, Vb in ieder geval verleend, indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een inkomen dat ten minste gelijk is aan het minimumloon voor volwassenen van 23 jaar of ouder, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, en artikel 14 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. - Deze inkomensnorm geldt als een referentiebedrag en niet als minimuminkomen waaronder geen gezinshereniging wordt toegestaan zonder enige concrete beoordeling van de situatie van de aanvrager. - - Alimentatie - - Voor zover is komen vast te staan dat de hoofdpersoon eerder als hoofdpersoon heeft opgetreden in een procedure voor gezinshereniging of -vorming met een vreemdeling, waarbij de hoofdpersoon deze laatste vreemdelinge tegen haar wil en zonder identiteits- en verblijfsdocumenten in het land van herkomst heeft achtergelaten, geldt het volgende. In dat geval heeft de alimentatie die moet worden betaald aan de ex-echtgenote of de voormalige geregistreerd partner wel invloed op de hoogte van de middelen van bestaan in de zin van de Vw. Het betreft hier zowel de alimentatie voor de huwelijks- of geregistreerde partner, als de alimentatie voor de kinderen. De alimentatie die de hoofdpersoon betaalt wordt in mindering gebracht op diens inkomsten. Of sprake is van achterlating door de hoofdpersoon en of door de hoofdpersoon alimentatie wordt betaald, wordt slechts onderzocht indien daarvoor in het vreemdelingendossier concrete aanwijzingen zijn. In voorkomende gevallen kan worden gevraagd om overlegging van het echtscheidingsconvenant, de echtscheidingsbeschikking of de uitspraak waarbij de alimentatie is opgelegd, of de overeenkomst van ontbinding van het geregistreerde partnerschap waarbij de alimentatie overeen is gekomen. Worden deze niet overgelegd, dan is niet aangetoond dat wordt voldaan aan het middelenvereiste en wordt de aanvraag afgewezen. - Aangezien het merendeel van de achtergelaten vreemdelingen vrouw is, wordt in de voorgaande passage gerept van vreemdelingen. Vanzelfsprekend geldt vorenstaande regel ook voor vrouwen die mannen hebben achtergelaten. Mede gelet op artikel 3.103 Vb is deze beleidsregel uitsluitend van toepassing op aanvragen ingediend na 1 juli 2005. - - Vrijstellingen - - In afwijking van de voorgaande alinea’s wordt de aanvraag niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien de hoofdpersoon: - - - a. - 65 jaar of ouder is; - - - b. - naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is; of - - - c. - blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen. - - - - - Het onder a en b vermelde is gebaseerd op artikel 3.22, tweede lid, Vb. - Het onder c vermelde is een beleidsregel die is gebaseerd op artikel 3.13, tweede lid, Vb. - - Ad b - - Blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid wordt aangetoond aan de hand van een beschikking van de uitvoeringsinstantie die de arbeidsongeschiktheidsuitkering verstrekt. Indien de hoofdpersoon een uitkering krachtens de WAO, WAZ of de Wajong ontvangt, wordt blijvendheid aangenomen, indien: - - - • - uit de toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de WAO, WAZ of Wajong blijkt, dat de hoofdpersoon volledig arbeidsongeschikt is; en - - - • - uit de meest recente uitkeringsspecificatie (die van minimaal één jaar na datum toekenningsbeschikking is) volgt dat de hoofdpersoon nog steeds voor 80–100% arbeidsongeschikt is, omdat de uitkering minimaal op gelijke hoogte is gebleven. - - - De IND neemt blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid aan als de hoofdpersoon een uitkering krachtens de WIA ontvangt en als wordt voldaan aan één van de volgende voorwaarden: - - - • - de hoofdpersoon valt onder de regeling IVA en uit de toekenningsbeschikking en/of uit de meest recente herbeoordeling blijkt dat er geen kans is op herstel; of - - - • - de hoofdpersoon valt onder de regeling IVA en uit zowel de toekenningsbeschikking als uit de meest recente herbeoordeling blijkt dat er een geringe kans is op herstel. - - - - - De WIA bestaat naast de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten ook uit de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. Wanneer de hoofdpersoon ingevolge de WIA onder deze regeling valt, is in ieder geval géén sprake van blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid. - Indien de hoofdpersoon arbeid in het kader van de Wsw verricht en aanspraak kan maken op een uitkering krachtens de WAO, WAZ, WIA, of Wajong, wordt blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid aangenomen indien aan de voornoemde voorwaarden wordt voldaan. - Indien de hoofdpersoon geen uitkering krachtens de WIA, WAO, WAZ of Wajong ontvangt, wordt de blijvendheid van de arbeidsongeschiktheid aangenomen indien: - - - • - sprake is van ten minste twee jaar volledige arbeidsongeschiktheid; - - - • - (gedeeltelijk) herstel voor ten minste nog een jaar redelijkerwijs is uitgesloten; en - - - • - niet reeds op voorhand, gelet op de reden(en) van de arbeidsongeschiktheid, geheel of gedeeltelijk herstel na dit jaar is te verwachten. - - - - - De vreemdeling legt zelf een verklaring over van de GG&GD dan wel een bedrijfsarts of verzekeringsarts waaruit het vorenstaande blijkt. De bedrijfs- of verzekeringsarts dient met een aantekening over het betreffende specialisme te staan ingeschreven in het Beroepen in de individuele Gezondheidszorg-register. Informatie hieromtrent kan telefonisch worden verkregen (0900-8998225) of via de website van het Beroepen in de individuele gezondheidszorg-register. - - Ad c - - Op grond van artikel 9, eerste lid, Wwb, hebben personen die aanspraak maken op een uitkering krachtens de Wwb (kort gezegd) de verplichting naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden, alsook de verplichting gebruik te maken van door het college van B&W aangeboden voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. Deze verplichtingen worden tezamen de plicht tot arbeidsinschakeling genoemd. - Alleen in die gevallen waarin de hoofdpersoon een uitkering krachtens de Wwb geniet en het voor de hoofdpersoon blijvend onmogelijk is om aan de verplichting tot arbeidsinschakeling te voldoen, wordt ontheffing van het middelenvereiste verleend. - - Artikel 9, tweede lid, Wwb geeft het college van B&W de bevoegdheid om in individuele gevallen tijdelijk te ontheffen van de plicht tot arbeidsinschakeling. Van een bevoegdheid om een burger blijvend vrij te stellen van deze verplichting, is geen sprake. Derhalve wordt de vraag of het voor een hoofdpersoon blijvend onmogelijk is om aan de verplichting tot arbeidsinschakeling te voldoen, beoordeeld aan de hand van ervaringen in het verleden. - - - Dat het blijvend onmogelijk is om aan deze verplichting tot arbeidsinschakeling te voldoen wordt – behoudens bijzondere omstandigheden – slechts aangenomen als (op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven) de hoofdpersoon: - - - • - reeds vijf jaar door het college van B&W op grond van artikel 9, tweede lid, Wwb volledig is ontheven van al de verplichtingen bedoeld in artikel 9, eerste lid, Wwb (plicht tot arbeidsinschakeling); en - - - • - (gedeeltelijke of volledige) arbeidsinschakeling niet binnen een redelijke termijn te voorzien is. - - - - - Met het oog op de invoering van de Wwb wordt bij de berekening van de termijn van vijf jaar tevens meegeteld de periode waarin de hoofdpersoon op grond van artikel 107 Abw volledig was vrijgesteld van de verplichting naar vermogen te trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen (de zogenaamde ‘sollicitatieplicht’). - Gedeeltelijke of volledige arbeidsinschakeling is (behoudens bijzondere omstandigheden) in elk geval binnen een redelijke termijn te voorzien indien de hoofdpersoon is vrijgesteld van de plicht tot arbeidsinschakeling met het oog op de zorg voor een kind (al dan niet jonger dan vijf jaar). - Als redelijke termijn, waarbinnen arbeidsmarktinschakeling niet te voorzien moet zijn, wordt aangemerkt een termijn van een jaar. - Als een beroep wordt gedaan op deze vrijstellingsgrond, worden alle toekenningsbesluiten ingevolge de Wwb, dan wel de Awb overgelegd, die betrekking hebben op de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag, alsook eventuele correspondentie met het college van B&W omtrent ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling, die betrekking heeft op de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag. Indien aanwezig, dienen bescheiden te worden overgelegd waaruit blijkt dat een arbeidsinschakeling binnen een redelijke termijn niet te verwachten is. - - Gezinslid van houder verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd - - In geval van gezinshereniging met een houder van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd wordt de aanvraag ingevolge artikel 3.22, derde lid, Vb niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien: - - - 1. - deze aanvraag is ingediend binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend, en - - - 2. - gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft. - - - - - Dit vormt een aanvulling op de regeling van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw. Ingevolge die regeling kunnen gezinsleden onder omstandigheden, met voorbijgaan aan het middelenvereiste, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Een belangrijke voorwaarde voor vergunningverlening op grond van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw is dat het gezinslid vóór vertrek van de hoofdpersoon uit het land van herkomst feitelijk behoorde tot zijn gezin. Gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die binnen drie maanden vragen om gezinshereniging maar niet in aanmerking komen voor een ‘afgeleide’ verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw, enkel en alleen omdat zij een andere nationaliteit bezitten dan de hoofdpersoon, kunnen op grond van deze aanvulling met voorbijgaan aan het middelenvereiste in aanmerking komen voor een reguliere verblijfsvergunning, indien gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft. - Bijzondere banden zijn in ieder geval aanwezig, indien het gezinslid de nationaliteit van een dergelijk ander land bezit. Indien de hoofdpersoon echter niet wordt toegelaten tot dat land, is gezinshereniging daar niet mogelijk en wordt het middelenvereiste niet tegengeworpen bij de beoordeling van een aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging. Bij de toepassing van het onder 1 gestelde wordt bij de bepaling van het begin van de termijn van drie maanden uitgegaan van de datum van bekendmaking van de beschikking, waarbij aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend. - -2012629630-03-201222-03-2012WBV2012/32012629630-03-201222-03-2012WBV2012/301-04-2012 -##### 2.10.1. Middelen: overgangsrecht per 1 november 2004 +Deze inkomensnorm geldt als een referentiebedrag en niet als minimuminkomen waaronder geen gezinshereniging wordt toegestaan zonder enige concrete beoordeling van de situatie van de aanvrager. -2011530229-03-201118-03-2011WBV2011/22011530229-03-201118-03-2011WBV2011/201-04-2011 +Voor zover is komen vast te staan dat de hoofdpersoon eerder als hoofdpersoon heeft opgetreden in een procedure voor gezinshereniging of -vorming met een vreemdeling, waarbij de hoofdpersoon deze laatste vreemdelinge tegen haar wil en zonder identiteits- en verblijfsdocumenten in het land van herkomst heeft achtergelaten, geldt het volgende. In dat geval heeft de alimentatie die moet worden betaald aan de ex-echtgenote of de voormalige geregistreerd partner wel invloed op de hoogte van de middelen van bestaan in de zin van de Vw. Het betreft hier zowel de alimentatie voor de huwelijks- of geregistreerde partner, als de alimentatie voor de kinderen. De alimentatie die de hoofdpersoon betaalt wordt in mindering gebracht op diens inkomsten. Of sprake is van achterlating door de hoofdpersoon en of door de hoofdpersoon alimentatie wordt betaald, wordt slechts onderzocht indien daarvoor in het vreemdelingendossier concrete aanwijzingen zijn. In voorkomende gevallen kan worden gevraagd om overlegging van het echtscheidingsconvenant, de echtscheidingsbeschikking of de uitspraak waarbij de alimentatie is opgelegd, of de overeenkomst van ontbinding van het geregistreerde partnerschap waarbij de alimentatie overeen is gekomen. Worden deze niet overgelegd, dan is niet aangetoond dat wordt voldaan aan het middelenvereiste en wordt de aanvraag afgewezen. -##### 2.10.2. Middelen: overgangsrecht ex artikel 116 Vw +Aangezien het merendeel van de achtergelaten vreemdelingen vrouw is, wordt in de voorgaande passage gerept van vreemdelingen. Vanzelfsprekend geldt vorenstaande regel ook voor vrouwen die mannen hebben achtergelaten. Mede gelet op artikel 3.103 Vb is deze beleidsregel uitsluitend van toepassing op aanvragen ingediend na 1 juli 2005. -2011530229-03-201118-03-2011WBV2011/22011530229-03-201118-03-2011WBV2011/201-04-2011 +In afwijking van de voorgaande alinea’s wordt de aanvraag niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien de hoofdpersoon: -#### 2.11. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift +a. 65 jaar of ouder is; +b. naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is; of +c. blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen. -De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e) / geregistreerd partner (naam)’. +Het onder a en b vermelde is gebaseerd op artikel 3.22, tweede lid, Vb. + +Het onder c vermelde is een beleidsregel die is gebaseerd op artikel 3.13, tweede lid, Vb. + +Blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid wordt aangetoond aan de hand van een beschikking van de uitvoeringsinstantie die de arbeidsongeschiktheidsuitkering verstrekt. Indien de hoofdpersoon een uitkering krachtens de WAO, WAZ of de Wajong ontvangt, wordt blijvendheid aangenomen, indien: + +• uit de toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de WAO, WAZ of Wajong blijkt, dat de hoofdpersoon volledig arbeidsongeschikt is; en +• uit de meest recente uitkeringsspecificatie (die van minimaal één jaar na datum toekenningsbeschikking is) volgt dat de hoofdpersoon nog steeds voor 80–100% arbeidsongeschikt is, omdat de uitkering minimaal op gelijke hoogte is gebleven. + +De IND neemt blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid aan als de hoofdpersoon een uitkering krachtens de WIA ontvangt en als wordt voldaan aan één van de volgende voorwaarden: + +• de hoofdpersoon valt onder de regeling IVA en uit de toekenningsbeschikking en/of uit de meest recente herbeoordeling blijkt dat er geen kans is op herstel; of +• de hoofdpersoon valt onder de regeling IVA en uit zowel de toekenningsbeschikking als uit de meest recente herbeoordeling blijkt dat er een geringe kans is op herstel. + +De WIA bestaat naast de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten ook uit de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. Wanneer de hoofdpersoon ingevolge de WIA onder deze regeling valt, is in ieder geval géén sprake van blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid. + +Indien de hoofdpersoon arbeid in het kader van de Wsw verricht en aanspraak kan maken op een uitkering krachtens de WAO, WAZ, WIA, of Wajong, wordt blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid aangenomen indien aan de voornoemde voorwaarden wordt voldaan. + +Indien de hoofdpersoon geen uitkering krachtens de WIA, WAO, WAZ of Wajong ontvangt, wordt de blijvendheid van de arbeidsongeschiktheid aangenomen indien: + +• sprake is van ten minste twee jaar volledige arbeidsongeschiktheid; +• (gedeeltelijk) herstel voor ten minste nog een jaar redelijkerwijs is uitgesloten; en +• niet reeds op voorhand, gelet op de reden(en) van de arbeidsongeschiktheid, geheel of gedeeltelijk herstel na dit jaar is te verwachten. + +De vreemdeling legt zelf een verklaring over van de GG&GD dan wel een bedrijfsarts of verzekeringsarts waaruit het vorenstaande blijkt. De bedrijfs- of verzekeringsarts dient met een aantekening over het betreffende specialisme te staan ingeschreven in het Beroepen in de individuele Gezondheidszorg-register. Informatie hieromtrent kan telefonisch worden verkregen (0900-8998225) of via de website van het Beroepen in de individuele gezondheidszorg-register. + +Op grond van artikel 9, eerste lid, Wwb, hebben personen die aanspraak maken op een uitkering krachtens de Wwb (kort gezegd) de verplichting naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden, alsook de verplichting gebruik te maken van door het college van B&W aangeboden voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. Deze verplichtingen worden tezamen de plicht tot arbeidsinschakeling genoemd. + +Alleen in die gevallen waarin de hoofdpersoon een uitkering krachtens de Wwb geniet en het voor de hoofdpersoon blijvend onmogelijk is om aan de verplichting tot arbeidsinschakeling te voldoen, wordt ontheffing van het middelenvereiste verleend. + +Artikel 9, tweede lid, Wwb geeft het college van B&W de bevoegdheid om in individuele gevallen tijdelijk te ontheffen van de plicht tot arbeidsinschakeling. Van een bevoegdheid om een burger blijvend vrij te stellen van deze verplichting, is geen sprake. Derhalve wordt de vraag of het voor een hoofdpersoon blijvend onmogelijk is om aan de verplichting tot arbeidsinschakeling te voldoen, beoordeeld aan de hand van ervaringen in het verleden. + +Dat het blijvend onmogelijk is om aan deze verplichting tot arbeidsinschakeling te voldoen wordt – behoudens bijzondere omstandigheden – slechts aangenomen als (op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven) de hoofdpersoon: + +• reeds vijf jaar door het college van B&W op grond van artikel 9, tweede lid, Wwb volledig is ontheven van al de verplichtingen bedoeld in artikel 9, eerste lid, Wwb (plicht tot arbeidsinschakeling); en +• (gedeeltelijke of volledige) arbeidsinschakeling niet binnen een redelijke termijn te voorzien is. + +Met het oog op de invoering van de Wwb wordt bij de berekening van de termijn van vijf jaar tevens meegeteld de periode waarin de hoofdpersoon op grond van artikel 107 Abw volledig was vrijgesteld van de verplichting naar vermogen te trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen (de zogenaamde ‘sollicitatieplicht’). + +Gedeeltelijke of volledige arbeidsinschakeling is (behoudens bijzondere omstandigheden) in elk geval binnen een redelijke termijn te voorzien indien de hoofdpersoon is vrijgesteld van de plicht tot arbeidsinschakeling met het oog op de zorg voor een kind (al dan niet jonger dan vijf jaar). + +Als redelijke termijn, waarbinnen arbeidsmarktinschakeling niet te voorzien moet zijn, wordt aangemerkt een termijn van een jaar. + +Als een beroep wordt gedaan op deze vrijstellingsgrond, worden alle toekenningsbesluiten ingevolge de Wwb, dan wel de Awb overgelegd, die betrekking hebben op de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag, alsook eventuele correspondentie met het college van B&W omtrent ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling, die betrekking heeft op de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag. Indien aanwezig, dienen bescheiden te worden overgelegd waaruit blijkt dat een arbeidsinschakeling binnen een redelijke termijn niet te verwachten is. + +In geval van gezinshereniging met een houder van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd wordt de aanvraag ingevolge artikel 3.22, derde lid, Vb niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien: + +1. deze aanvraag is ingediend binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend, en +2. gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft. + +Dit vormt een aanvulling op de regeling van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw. Ingevolge die regeling kunnen gezinsleden onder omstandigheden, met voorbijgaan aan het middelenvereiste, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die binnen drie maanden vragen om gezinshereniging maar niet in aanmerking komen voor een «afgeleide» verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw, omdat zij een andere nationaliteit bezitten dan de hoofdpersoon, kunnen op grond van deze aanvulling met voorbijgaan aan het middelenvereiste in aanmerking komen voor een reguliere verblijfsvergunning, indien gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft. + +Bijzondere banden zijn in ieder geval aanwezig, indien het gezinslid de nationaliteit van een dergelijk ander land bezit. Indien de hoofdpersoon echter niet wordt toegelaten tot dat land, is gezinshereniging daar niet mogelijk en wordt het middelenvereiste niet tegengeworpen bij de beoordeling van een aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging. Bij de toepassing van het onder 1 gestelde wordt bij de bepaling van het begin van de termijn van drie maanden uitgegaan van de datum van bekendmaking van de beschikking, waarbij aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend. + +#### 2.10. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift + +De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner (naam)’. + +Afhankelijk van de positie op de arbeidsmarkt van de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, wordt de beperking aangevuld met één van de arbeidsmarktaantekeningen genoemd in B1/2.3.1. + +Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. ### 3. Voorkoming van schijnhuwelijken #### 3.1. Algemeen +Op 1 november 1994 is de Wet voorkoming schijnhuwelijken (Wet van 2 juni 1994 tot wijziging van Titel 4 en Titel 5 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en van de Wet GBA (Stb. 1994, 405) in werking getreden. Deze regeling maakt het mogelijk om zowel preventief als repressief op te treden tegen het sluiten van een schijnhuwelijk in Nederland en tegen de registratie van een buiten Nederland gesloten schijnhuwelijk in de registers van de burgerlijke stand te ’s-Gravenhage dan wel in de GBA. Effectieve uitvoering van deze wet verlangt een goede samenwerking tussen de ambtenaar van de burgerlijke stand/ambtenaar belast met het bijhouden van de GBA (hierna: GBA-ambtenaar) en de vreemdelingenpolitie. + Een schijnhuwelijk of -partnerschap is een huwelijk of geregistreerd partnerschap dat wordt aangegaan met als enig oogmerk een vreemdeling die nog niet (of niet meer) over een verblijfsrecht in Nederland beschikt alsnog een verblijfsrecht te verschaffen. #### 3.2. Verklaring op grond van Als ten minste één van de aanstaande echtgenoten of geregistreerde partners niet de Nederlandse nationaliteit bezit, mag de ambtenaar van de burgerlijke stand pas meewerken aan het opmaken van een akte van huwelijksaangifte of een akte van registratie van een partnerschap, en aan de voltrekking van een huwelijk of de aangifte van registratie van een partnerschap, indien hij beschikt over een verklaring van de Korpschef. Dit lijdt uitzondering indien: - - - – - de echtgenoten of geregistreerde partners aannemelijk kunnen maken dat zij beiden buiten Nederland woonplaats hebben; - - - – - de betrokken echtgenoot of geregistreerde partner die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, op grond van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel of regulier) in Nederland verblijft dan wel gemeenschapsonderdaan is; - - - – - het huwelijk of geregistreerd partnerschap is voltrokken ten minste tien jaren vóór de inschrijving in de GBA of de registratie in de registers van de burgerlijke stand te ’s-Gravenhage en nog bestaat; of - - - – - het huwelijk of het geregistreerd partnerschap juridisch is geëindigd. - - - - - Naast de vermelding van de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling bevat deze verklaring een advies van de Korpschef aan de ambtenaar van de burgerlijke stand met het oog op diens beslissing om al dan niet medewerking te verlenen aan het opmaken van een akte van huwelijksaangifte/aangifte van registratie van een partnerschap dan wel de huwelijksvoltrekking/partnerschapsregistratie. Deze verklaring heeft een geldigheidsduur van zes maanden. De IND verschaft de vreemdelingenpolitie schriftelijk informatie omtrent de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling, voor zover de vreemdelingenpolitie niet zelf de beschikking heeft over die informatie. - Ook ingeval de ambtenaar van de burgerlijke stand van de Gemeente ’s-Gravenhage wordt verzocht om inschrijving van een buiten Nederland gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap in de onder hem berustende registers van de burgerlijke stand, of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken wordt verzocht om inschrijving van een buiten Nederland gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap in de GBA, dient de desbetreffende ambtenaar te beschikken over deze verklaring. - De Korpschef is in alle gevallen waarin de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken om advies vraagt, verplicht om een verklaring af te geven. - Het is voor de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken van groot belang dat de verklaring van de Korpschef een duidelijk advies bevat: - - - – - positief: als de Korpschef van mening is dat er geen indicaties zijn die wijzen op een eventueel schijnhuwelijk of -partnerschap; - - - – - negatief: als hij van mening is dat daarvoor wel indicaties zijn. - - - - - Een negatief advies dient te worden gemotiveerd en te worden vergezeld van een ingevulde vragenlijst met eventuele waarnemingen van de Korpschef die kunnen duiden op een schijnhuwelijk of -partnerschap. Alleen een gemotiveerd negatief advies kan de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken ondersteunen bij zijn beslissing om niet mee te werken aan het voltrekken van een huwelijk of de registratie van een partnerschap dan wel de registratie van een buiten Nederland gesloten huwelijk of partnerschap in de onder hem berustende registers. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 + +• de echtgenoten of geregistreerde partners aannemelijk kunnen maken dat zij beiden buiten Nederland woonplaats hebben; +• de betrokken echtgenoot of geregistreerde partner die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, op grond van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel of regulier) in Nederland verblijft dan wel gemeenschapsonderdaan is; +• het huwelijk of geregistreerd partnerschap is voltrokken ten minste tien jaren vóór de inschrijving in de GBA of de registratie in de registers van de burgerlijke stand te ’s-Gravenhage en nog bestaat; of +• het huwelijk of het geregistreerd partnerschap juridisch is geëindigd. + +Naast de vermelding van de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling bevat deze verklaring een advies van de Korpschef aan de ambtenaar van de burgerlijke stand met het oog op diens beslissing om al dan niet medewerking te verlenen aan het opmaken van een akte van huwelijksaangifte/aangifte van registratie van een partnerschap dan wel de huwelijksvoltrekking/partnerschapsregistratie. Deze verklaring heeft een geldigheidsduur van zes maanden. De IND verschaft de vreemdelingenpolitie schriftelijk informatie omtrent de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling, voor zover de vreemdelingenpolitie niet zelf de beschikking heeft over die informatie. + +Ook ingeval de ambtenaar van de burgerlijke stand van de Gemeente ’s-Gravenhage wordt verzocht om inschrijving van een buiten Nederland gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap in de onder hem berustende registers van de burgerlijke stand, of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken wordt verzocht om inschrijving van een buiten Nederland gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap in de GBA, dient de desbetreffende ambtenaar te beschikken over deze verklaring. + +De Korpschef is in alle gevallen waarin de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken om advies vraagt, verplicht om een verklaring af te geven. + +Het is voor de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken van groot belang dat de verklaring van de Korpschef een duidelijk advies bevat: + +• positief: als de Korpschef van mening is dat er geen indicaties zijn die wijzen op een eventueel schijnhuwelijk of -partnerschap; +• negatief: als hij van mening is dat daarvoor wel indicaties zijn. + +Een negatief advies dient te worden gemotiveerd en te worden vergezeld van een ingevulde vragenlijst met eventuele waarnemingen van de Korpschef die kunnen duiden op een schijnhuwelijk of -partnerschap. Alleen een gemotiveerd negatief advies kan de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken ondersteunen bij zijn beslissing om niet mee te werken aan het voltrekken van een huwelijk of de registratie van een partnerschap dan wel de registratie van een buiten Nederland gesloten huwelijk of partnerschap in de onder hem berustende registers. #### 3.3. Verhouding verblijfsprocedure en -De verklaring van de Korpschef is een advies aan de ambtenaar van de burgerlijke stand/GBA-ambtenaar en dient dan ook los te worden gezien van een eventuele aanvraag om een verblijfsvergunning. Dit betekent dat ook al beschikt de vreemdeling al over een verblijfsstatus, toch een verklaring van de Korpschef moet worden afgegeven, tenzij sprake is van een van de in B2/3.2 genoemde uitzonderingen. De verklaring is ook nodig in de situatie dat de vreemdeling nog niet over een verblijfsvergunning in Nederland beschikt, maar wel van plan is om een aanvraag daartoe in te dienen. +De verklaring van de Korpschef is een advies aan de ambtenaar van de burgerlijke stand/GBA- ambtenaar en dient dan ook los te worden gezien van een eventuele aanvraag om een verblijfsvergunning. Dit betekent dat ook al beschikt de vreemdeling al over een verblijfsstatus, toch een verklaring van de Korpschef moet worden afgegeven, tenzij sprake is van een van de in B2/3.2 genoemde uitzonderingen. De verklaring is ook nodig in de situatie dat de vreemdeling nog niet over een verblijfsvergunning in Nederland beschikt, maar wel van plan is om een aanvraag daartoe in te dienen. #### 3.4. Het model M46 De verklaring van de Korpschef en de terugmeldberichten zijn opgenomen als model M46. Het model M46 bestaat uit vier delen, te weten: - - Deel A model M46-A: door aanvragers te verstrekken gegevens - - Dit deel betreft een overzicht van de personalia van de personen – de (aanstaande) echtgenoten/geregistreerde partners – op wie de verklaring betrekking heeft. - Het model M46-A wordt uitgereikt door de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken van de gemeente waar de aanvrager woon- of verblijfplaats heeft. Beide (aanstaande) echtelieden of geregistreerde partners dienen het gedeelte van de vragenlijst dat op hen van toepassing is na invulling van de datum en plaats te voorzien en te ondertekenen. - Vervolgens zendt de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken het volledig ingevulde model M46-A (waarop zowel de gegevens betreffende de gemeente alsmede gegevens van de (aanstaande) echtgenoten/geregistreerde partners zijn ingevuld) tezamen met het model M46-B naar de IND ter invulling van onderdeel II. - - Deel B model M46-B: door IND en de Korpschef te verstrekken gegevens - - Dit deel bevat gegevens over de verblijfsrechtelijke positie van de aanvrager en van de (aanstaande) echtgenoten of geregistreerde partners, alsmede het advies van de Korpschef. - - Deel B bestaat uit de volgende onderdelen - - II: De IND vult de haar bekende vreemdelingrechtelijke gegevens van de (aanstaande) echtgenoten/geregistreerde partners in onder dit gedeelte van het model M46-B. Deel II wordt vervolgens gedagtekend, ondertekend en verzonden naar de Korpschef. - III: Het advies van de Korpschef met een motivering: alleen in geval van een negatief advies dient dit gemotiveerd te worden. Deel III wordt gedagtekend en ondertekend door de Korpschef. - IV: Vragenlijst met betrekking tot waarnemingen: ingeval van een negatief advies, wordt tevens de vragenlijst ingevuld. Hierop worden vermeld de feiten en omstandigheden van verblijfsrechtelijke aard en overige waarnemingen die op een mogelijk schijnkarakter van het (voorgenomen) huwelijk kunnen duiden. Van belang hierbij is dat de beoordeling of sprake is van een schijnkarakter van het (voorgenomen) huwelijk, altijd op meerdere feiten en omstandigheden moet berusten. Het enkele feit dat sprake is van een groot leeftijdsverschil tussen beide (aanstaande) echtgenoten is bijvoorbeeld onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een schijnhuwelijk. - De vragenlijst is niet limitatief. Het formulier biedt bij punt negen de ruimte om overige waarnemingen omtrent beide (aanstaande) echtgenoten/geregistreerde partners te vermelden. - De Korpschef vult tevens op de eerste pagina van het model M46-A de op hem betrekking hebbende gegevens in. Vervolgens zendt hij de ingevulde modellen M46-A en 46-B naar de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken van de gemeente waar de aanvrager woon- of verblijfplaats heeft. - - Deel C model M46-C: terugmeldformulier - - De ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken informeert de IND over zijn beslissing met behulp van deel C: Terugmeldbericht. De IND stelt de vreemdelingenpolitie op de hoogte van de beslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken. De vreemdelingenpolitie draagt zorg voor het verwerken van de informatie. - - Deel D model M46-D: afloopbericht procedure schijnhuwelijken - - De ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken informeert de IND over de beslissing van de rechter met behulp van deel D: afloopbericht schijnhuwelijken. IND stelt de Korpschef op de hoogte van de beslissing van de rechter alsmede van de aan die beslissing ten grondslag liggende beweegredenen. De vreemdelingenpolitie draagt zorg voor het verwerken van de informatie. - - Belang van registratie van de gegevens uit deel C en D - - Om inzicht te krijgen in de effectiviteit van de wet is het van groot belang dat er landelijk cijfermateriaal over het model M46 kan worden gegenereerd. Dit is alleen mogelijk als de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken, de IND én de vreemdelingenpolitie uitvoering geven aan de hiervoor beschreven werkzaamheden. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 + +Dit deel betreft een overzicht van de personalia van de personen – de (aanstaande) echtgenoten/ geregistreerde partners – op wie de verklaring betrekking heeft. Het model M46-A wordt uitgereikt door de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken van de gemeente waar de aanvrager woon- of verblijfplaats heeft. Beide (aanstaande) echtelieden of geregistreerde partners dienen het gedeelte van de vragenlijst dat op hen van toepassing is na invulling van de datum en plaats te voorzien en te ondertekenen. + +Vervolgens zendt de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken het volledig ingevulde model M46-A (waarop zowel de gegevens betreffende de gemeente alsmede gegevens van de (aanstaande) echtgenoten/geregistreerde partners zijn ingevuld) tezamen met het model M46-B naar de IND ter invulling van onderdeel II. + +Dit deel bevat gegevens over de verblijfsrechtelijke positie van de aanvrager en van de (aanstaande) echtgenoten of geregistreerde partners, alsmede het advies van de Korpschef. + +II: De IND vult de haar bekende vreemdelingrechtelijke gegevens van de (aanstaande) echtgenoten/ geregistreerde partners in onder dit gedeelte van het model M46-B. Deel II wordt vervolgens gedagtekend, ondertekend en verzonden naar de Korpschef. III: Het advies van de Korpschef met een motivering: alleen in geval van een negatief advies dient dit gemotiveerd te worden. Deel III wordt gedagtekend en ondertekend door de Korpschef. IV: Vragenlijst met betrekking tot waarnemingen: ingeval van een negatief advies, wordt tevens de vragenlijst ingevuld. Hierop worden vermeld de feiten en omstandigheden van verblijfsrechtelijke aard en overige waarnemingen die op een mogelijk schijnkarakter van het (voorgenomen) huwelijk kunnen duiden. Van belang hierbij is dat de beoordeling of sprake is van een schijnkarakter van het (voorgenomen) huwelijk, altijd op meerdere feiten en omstandigheden moet berusten. Het enkele feit dat sprake is van een groot leeftijdsverschil tussen beide (aanstaande) echtgenoten is bijvoorbeeld onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een schijnhuwelijk. De vragenlijst is niet limitatief. Het formulier biedt bij punt negen de ruimte om overige waarnemingen omtrent beide (aanstaande) echtgenoten/geregistreerde partners te vermelden. + +De Korpschef vult tevens op de eerste pagina van het model M46-A de op hem betrekking hebbende gegevens in. Vervolgens zendt hij de ingevulde modellen M46-A en 46-B naar de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken van de gemeente waar de aanvrager woon- of verblijfplaats heeft. + +De ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken informeert de IND over zijn beslissing met behulp van deel C: Terugmeldbericht. De IND stelt de vreemdelingenpolitie op de hoogte van de beslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken. De vreemdelingenpolitie draagt zorg voor het verwerken van de informatie. + +De ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken informeert de IND over de beslissing van de rechter met behulp van deel D: afloopbericht schijnhuwelijken. IND stelt de Korpschef op de hoogte van de beslissing van de rechter alsmede van de aan die beslissing ten grondslag liggende beweegredenen. De vreemdelingenpolitie draagt zorg voor het verwerken van de informatie. + +Om inzicht te krijgen in de effectiviteit van de wet is het van groot belang dat er landelijk cijfermateriaal over het model M46 kan worden gegenereerd. Dit is alleen mogelijk als de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken, de IND én de vreemdelingenpolitie uitvoering geven aan de hiervoor beschreven werkzaamheden. #### 3.5. Procedure -Wie vraagt de verklaring aan? - - De verklaring wordt aangevraagd door: - - - – - de (aanstaande) echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, ook als hij/zij reeds beschikken over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd; of - - - – - de geregistreerde partners, indien zij beiden niet de Nederlandse nationaliteit bezitten, ook als zij reeds beschikken over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd; of - - - – - de in Nederland verblijvende echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner, indien degene ten behoeve van wie de verklaring wordt aangevraagd, geen woonplaats heeft in Nederland. - - - - - Voor de gevallen waarvoor geen verklaring is vereist, wordt verwezen naar B2/3.2. - - Waar en wanneer dient de verklaring te worden aangevraagd? - - De verklaring wordt aangevraagd bij de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken van de gemeente waar (één van) de (aanstaande) echtgenote(n) woonachtig (is)(zijn): - - - – - bij een voorgenomen huwelijk of registratie van een partnerschap; - - - – - bij inschrijving van een buiten Nederland gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap in de GBA; - - - – - bij inschrijving van een buiten Nederland gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap in de registers van de burgerlijke stand te ’s-Gravenhage; of - - - – - indien zes maanden verstreken zijn sedert de afgifte van een eerdere verklaring. - - - - - Om er zorg voor te dragen dat de Korpschef alle van belang zijnde feiten bij zijn advies aan de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken betrekt, dienen betrokkenen bij het invullen van het model M46-A een uittreksel uit de GBA over te leggen (artikel 28 Besluit Burgerlijke Stand 1994). Dit uittreksel bevat onder meer historische huwelijks- en adresgegevens en wordt met de modellen M46-A en M46-B (waarop zowel door de ambtenaar van burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken als door de IND een aantal gegevens zijn ingevuld) aan de Korpschef gestuurd, die het uittreksel vervolgens tezamen met zijn advies retourneert aan de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken. - - Verklaring van de Korpschef - - De Korpschef stuurt de modellen M46-A en M46-B rechtstreeks naar de betreffende ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken. Is de periode gelegen tussen de datum van de afgifte van de verklaring en de datum van de huwelijksvoltrekking of de voorgenomen registratie van het partnerschap langer dan zes maanden, dan dient voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van het partnerschap een nieuwe verklaring van de Korpschef te worden overgelegd. De verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling kan immers zijn gewijzigd. De IND verschaft de vreemdelingenpolitie schriftelijk informatie omtrent de verblijfsrechtelijke positie van de aanvrager en de andere partij, voorzover zij zelf over deze informatie beschikt en voorzover de vreemdelingenpolitie niet zelf de beschikking heeft over die informatie. - - Beslissing ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken - - Op basis van de hem bekende feiten en omstandigheden en het advies van de Korpschef neemt de ambtenaar een beslissing. Komt de ambtenaar van de burgerlijke stand tot de conclusie dat sprake is van een schijnhuwelijk of -partnerschap, dan weigert hij mee te werken aan het opmaken van een akte van huwelijksaangifte/aangifte registratie van een partnerschap, aan het voltrekken van het huwelijk/het registreren van een partnerschap, óf weigert de ambtenaar van de burgerlijke stand te ’s-Gravenhage de inschrijving van het buiten Nederland gesloten huwelijk/geregistreerd partnerschap in de onder hem berustende registers van de burgerlijke stand. Betrokkenen kunnen hiertegen beroep instellen bij de rechter op grond van artikel 27 Boek 1 Burgerlijk Wetboek. Is de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken vanwege het schijnkarakter van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap niet voornemens gevolg te geven aan het verzoek om inschrijving van een buiten Nederland gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap in de GBA, dan stelt hij betrokkenen hiervan in kennis en biedt hij hun de mogelijkheid hun zienswijze naar voren te brengen (artikel 83 Wet GBA). Weigert de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken ook na het vernemen van de zienswijze van beide partijen tot inschrijving over te gaan, dan kunnen partijen tegen deze weigering beroep indienen bij de rechter. - - Terugmelding beslissing ambtenaar - - In alle gevallen waarin de Korpschef een verklaring afgeeft, informeert de ambtenaar van de burgerlijke stand/GBA-ambtenaar door tussenkomst van de IND de vreemdelingenpolitie over zijn beslissing via deel C: terugmeldformulier. Wordt tegen de weigering beroep ingesteld bij de rechter, dan informeert de desbetreffende ambtenaar, nadat de rechterlijke beschikking kracht van gewijsde heeft gekregen, de Korpschef door tussenkomst van de IND over de beslissing van de rechter met behulp van deel D model M46-D: afloopbericht procedure schijnhuwelijken. - - Registratie van terugmeldberichten - - De Korpschef draagt zorg voor registratie van de gegevens, vermeld op deel C model M46-C: terugmeldbericht en deel D model M46-D: afloopbericht procedure schijnhuwelijken. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +De verklaring wordt aangevraagd door: + +• de (aanstaande) echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, ook als hij/zij reeds beschikken over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd; of +• de geregistreerde partners, indien zij beiden niet de Nederlandse nationaliteit bezitten, ook als zij reeds beschikken over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd; of +• de in Nederland verblijvende echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner, indien degene ten behoeve van wie de verklaring wordt aangevraagd, geen woonplaats heeft in Nederland. + +Voor de gevallen waarvoor geen verklaring is vereist, wordt verwezen naar B2/3.2. + +De verklaring wordt aangevraagd bij de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken van de gemeente waar (één van) de (aanstaande) echtgenote(n) woonachtig (is)(zijn): + +• bij een voorgenomen huwelijk of registratie van een partnerschap; +• bij inschrijving van een buiten Nederland gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap in de GBA; +• bij inschrijving van een buiten Nederland gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap in de registers van de burgerlijke stand te ’s-Gravenhage; of +• indien zes maanden verstreken zijn sedert de afgifte van een eerdere verklaring. + +Om er zorg voor te dragen dat de Korpschef alle van belang zijnde feiten bij zijn advies aan de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken betrekt, dienen betrokkenen bij het invullen van het model M46-A een uittreksel uit de GBA over te leggen (artikel 28 Besluit Burgerlijke Stand 1994). Dit uittreksel bevat onder meer historische huwelijks- en adresgegevens en wordt met de modellen M46-A en M46-B (waarop zowel door de ambtenaar van burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken als door de IND een aantal gegevens zijn ingevuld) aan de Korpschef gestuurd, die het uittreksel vervolgens tezamen met zijn advies retourneert aan de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken. + +De Korpschef stuurt de modellen M46-A en M46-B rechtstreeks naar de betreffende ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken. Is de periode gelegen tussen de datum van de afgifte van de verklaring en de datum van de huwelijksvoltrekking of de voorgenomen registratie van het partnerschap langer dan zes maanden, dan dient voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van het partnerschap een nieuwe verklaring van de Korpschef te worden overgelegd. De verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling kan immers zijn gewijzigd. De IND verschaft de vreemdelingenpolitie schriftelijk informatie omtrent de verblijfsrechtelijke positie van de aanvrager en de andere partij, voorzover zij zelf over deze informatie beschikt en voorzover de vreemdelingenpolitie niet zelf de beschikking heeft over die informatie. + +Op basis van de hem bekende feiten en omstandigheden en het advies van de Korpschef neemt de ambtenaar een beslissing. Komt de ambtenaar van de burgerlijke stand tot de conclusie dat sprake is van een schijnhuwelijk of -partnerschap, dan weigert hij mee te werken aan het opmaken van een akte van huwelijksaangifte/aangifte registratie van een partnerschap, aan het voltrekken van het huwelijk/het registreren van een partnerschap, óf weigert de ambtenaar van de burgerlijke stand te ’s-Gravenhage de inschrijving van het buiten Nederland gesloten huwelijk/geregistreerd partnerschap in de onder hem berustende registers van de burgerlijke stand. Betrokkenen kunnen hiertegen beroep instellen bij de rechter op grond van artikel 27 Boek 1 Burgerlijk Wetboek. Is de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken vanwege het schijnkarakter van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap niet voornemens gevolg te geven aan het verzoek om inschrijving van een buiten Nederland gesloten huwelijk of geregistreerd partnerschap in de GBA, dan stelt hij betrokkenen hiervan in kennis en biedt hij hun de mogelijkheid hun zienswijze naar voren te brengen (artikel 83 Wet GBA). Weigert de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken ook na het vernemen van de zienswijze van beide partijen tot inschrijving over te gaan, dan kunnen partijen tegen deze weigering beroep indienen bij de rechter. + +In alle gevallen waarin de Korpschef een verklaring afgeeft, informeert de ambtenaar van de burgerlijke stand/GBA-ambtenaar door tussenkomst van de IND de vreemdelingenpolitie over zijn beslissing via deel C: terugmeldformulier. Wordt tegen de weigering beroep ingesteld bij de rechter, dan informeert de desbetreffende ambtenaar, nadat de rechterlijke beschikking kracht van gewijsde heeft gekregen, de Korpschef door tussenkomst van de IND over de beslissing van de rechter met behulp van deel D model M46-D: afloopbericht procedure schijnhuwelijken. + +De Korpschef draagt zorg voor registratie van de gegevens, vermeld op deel C model M46-C: terugmeldbericht en deel D model M46-D: afloopbericht procedure schijnhuwelijken. #### 3.6. Stuiting door het OM @@ -3693,301 +3574,197 @@ Indien een huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt gestuit, wordt de vreemd Indien ná de huwelijksvoltrekking uit feiten en/of omstandigheden blijkt dat het huwelijk of geregistreerd partnerschap is gericht op de verkrijging van een verblijfsvergunning voor Nederland van een van de echtgenoten of geregistreerde partners, kan op vordering van het OM het huwelijk of geregistreerd partnerschap nietig worden verklaard op grond van artikel 71a Boek 1 Burgerlijk Wetboek. Een vordering tot nietigverklaring heeft in het algemeen alleen kans van slagen als er meerdere indicaties zijn die duiden op het schijnkarakter van het huwelijk of geregistreerd partnerschap. De enkele constatering bijvoorbeeld dat betrokkenen niet samenwonen is hiervoor niet voldoende. -### 4. Relatie +### 4. Het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap #### 4.1. Eerste verblijfsaanvaarding -In artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb zijn voorwaarden opgenomen voor verblijf in het kader van gezinshereniging met partner die zien op: - - - – - duurzame en exclusieve relatie (zie artikel 3.14, eerste lid, onder b, Vb); - - - – - ongehuwd zijn (zie artikel 3.14, tweede lid, Vb); - - - – - de verblijfsstatus van de hoofdpersoon (zie artikel 3.15, eerste lid, onder a en b, Vb); - - - – - de leeftijd van beide partners (zie artikel 3.14 Vb en artikel 3.15 Vb); - - - – - polygamie (zie artikel 3.16 Vb); - - - – - samenwoning en een gemeenschappelijke huishouding (zie artikel 3.17, onder a, Vb); - - - – - inschrijving in de GBA (zie artikel 3.17, onder b, Vb); - - - – - het mvv-vereiste (zie artikel 17 Vw, artikel 3.18 Vb en artikel 3.71, tweede lid,Vb; zie B1/4.1); - - - – - geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 3.19 Vb, zie B1/4.2); - - - – - gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. De artikelen 3.77 en 3.78 Vb zijn van toepassing (zie artikel 3.20 Vb); - - - – - onderzoek naar of behandeling voor TBC (zie artikel 3.21 Vb; zie ook B1/4.5); en - - - – - het middelenvereiste (zie artikel 3.74 Vb). - - - - - Naast de beleidsregels in deze paragraaf zijn ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing. Verwezen wordt naar B1/4. - Op deze algemene voorwaarden bestaan echter uitzonderingen wat betreft het middelenvereiste (B2/4.11). - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap kan worden verleend aan de buitenlandse partner van een in Nederland gevestigd hoofdpersoon. Artikel 3.29 Vb geeft het kader van rechtsregels waarbinnen aan deze vreemdeling een verblijfsvergunning kan worden verleend. -#### 4.2. Duurzame en exclusieve relatie +Op grond van artikel 3.29 Vb kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 Vw, onder een beperking verband houdend met het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap worden verleend aan de vreemdeling: -Op grond van artikel 3.14, eerste lid, Vb wordt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van een relatie verleend, indien de vreemdeling een duurzame en exclusieve relatie onderhoudt met de in Nederland gevestigde hoofdpersoon. Van een duurzame en exclusieve relatie is sprake indien de (homo- of heteroseksuele) relatie in voldoende mate met een huwelijk op één lijn is te stellen. +a. die in het land van herkomst als gevolg van wettelijke beletselen geen mogelijkheid heeft tot het aangaan van een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig geregistreerd partnerschap; +b. bij wie wordt voldaan aan alle in de artikelen 3.13 t/m 3.22 genoemde voorwaarden, met uitzondering van het vereiste van een huwelijk/geregistreerd partnerschap, bedoeld in artikel 3.14 onder a; +c. die met de hoofdpersoon een duurzame en exclusieve relatie onderhoudt, waarin de partners niet tot elkaar in een zodanig nauwe relatie staan dat die naar Nederlands recht een huwelijksbeletsel zou vormen; en +d. die schriftelijk heeft verklaard met zijn partner een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of geregistreerd partnerschap aan te gaan tijdens zijn verblijf op basis van een verblijfsvergunning. -Het bestaan van een duurzame en een exclusieve relatie kan worden aangetoond door de ondertekening van een relatieverklaring door beide partners (bijlage 13 VV). Door de ondertekening van die schriftelijke verklaring verklaren de vreemdeling en de hoofdpersoon feitelijk samen te (gaan) wonen en een duurzame en exclusieve relatie te onderhouden. Dat geldt evenzeer indien de vreemdeling zich erop beroept aanspraken te ontlenen aan artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb. Het gaat daarbij om een beleidsregel omtrent de vaststelling van feiten. +Naast de beleidsregels in deze paragraaf zijn ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing (zie B1/4). -Deze verklaring vormt geen onweerlegbaar bewijs. De aanvraag wordt, ongeacht de ondertekening van de relatieverklaring, afgewezen indien aannemelijk is dat sprake is van een schijnrelatie. Dit is een relatie die wordt aangegaan met als enig oogmerk een vreemdeling die nog niet (of niet meer) over een verblijfsrecht in Nederland beschikt alsnog een verblijfsrecht te verschaffen. Aanwijzingen dat sprake is van een schijnrelatie zijn onder meer: +De verblijfsvergunning wordt verleend voor de duur van 6 maanden. Verlenging van de geldigheidsduur is niet mogelijk (artikel 3.70 Vb). -– verklaringen van de betrokken partners, samen of afzonderlijk, waaruit de intentie van een schijnrelatie blijkt, of waaruit tegenstrijdigheden zijn af te leiden, die een dergelijke conclusie rechtvaardigen; -– betrouwbare verklaringen van derden; en -– de vaststelling bij proces-verbaal dat de betrokken partners niet samenwonen of geen gemeenschappelijke huishouding voeren. +#### 4.2. Wettelijke beletselen -#### 4.3. Verwantschap +Het is aan de vreemdeling om aan te tonen of aannemelijk te maken dat het voor hem en zijn partner als gevolg van wettelijke beletselen niet mogelijk is om in het land van herkomst te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan. -Ingevolge artikel 3.14 Vb wordt de verblijfsvergunning verleend indien de vreemdeling en de hoofdpersoon niet tot elkaar in een zodanig nauwe relatie staan dat die naar Nederlands recht een huwelijksbeletsel zou vormen. +#### 4.3. Ongehuwde burgerlijke staat -#### 4.4. Ongehuwde burgerlijke staat +De verblijfsvergunning wordt verleend indien de vreemdeling of de hoofdpersoon niet met een ander is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan. -Ingevolge artikel 3.14, tweede lid, Vb wordt de verblijfsvergunning verleend indien de vreemdeling of de hoofdpersoon niet met een ander een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan of gehuwd is, tenzij het huwelijk of het geregistreerd partnerschap door wettelijke beletselen, waarop geen invloed kan worden uitgeoefend, niet is ontbonden. +#### 4.4. Gelegaliseerde akten -#### 4.5. Gelegaliseerde akten +De ongehuwde burgerlijke staat wordt aangetoond met officiële gelegaliseerde bescheiden, tenzij een van de uitzonderingen genoemd in B2/7 van toepassing is. -De (ongehuwde) burgerlijke staat wordt aangetoond met officiële gelegaliseerde bescheiden, tenzij een van de uitzonderingen genoemd in B2/8 van toepassing is. +De regel dat een verklaring van ongehuwd zijn niet ouder mag zijn dan zes maanden na afgifte door de daartoe bevoegde autoriteiten wordt ook door de Nederlandse ambtenaar van de burgerlijke stand gehanteerd. De termijn van zes maanden wordt gezien als een redelijke termijn waarbinnen men wordt geacht niet (opnieuw) in het huwelijk te zijn getreden. Uiteraard wordt een bewijs van ongehuwd zijn dat minder dan zes maanden oud is in geval van contra-indicaties niet geaccepteerd. -De regel dat een verklaring van ongehuwd zijn niet ouder mag zijn dan zes maanden na afgifte door de daartoe bevoegde autoriteiten wordt ook door de Nederlandse ambtenaar van de burgerlijke stand gehanteerd. De termijn van zes maanden wordt gezien als een redelijke termijn waarbinnen men wordt geacht niet (opnieuw) in het huwelijk te zijn getreden. +Er kan verder worden afgezien van het vereiste dat de ongehuwde burgerlijke staat met officiële gelegaliseerde bescheiden wordt aangetoond, indien de vreemdeling voldoende aannemelijk maakt dat het opvragen van een verklaring van ongehuwd zijn in het land van herkomst tot problemen zou leiden. In dat geval verklaart de vreemdeling in ieder geval schriftelijk dat hij ongehuwd is. -Uiteraard wordt een bewijs van ongehuwd zijn dat minder dan zes maanden oud is in geval van contra-indicaties niet geaccepteerd. Hierbij valt te denken aan de situatie dat een vier maanden oud bewijs van ongehuwd zijn, wordt overgelegd en een echtscheidingsakte waaruit blijkt dat een huwelijksontbinding binnen die vier maanden heeft plaatsgevonden. +#### 4.5. Polygamie -#### 4.6. Verblijfsstatus van de hoofdpersoon +Zolang de vreemdeling of de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een (al dan niet geregistreerd) partnerschap is verbonden, wordt de verblijfsvergunning slechts verleend aan één partner tegelijkertijd, alsmede de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen. + +Ook indien de in Nederland verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de buitenlandse partner en eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Indien de polygame situatie is beëindigd, bijvoorbeeld door overlijden of door een echtscheiding die naar Nederlands internationaal privaatrecht is erkend, staat de vroegere polygame situatie niet aan verlening van de verblijfsvergunning in de weg. + +#### 4.6. Verblijfsstatus en verblijfsduur van de hoofdpersoon De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.15, eerste lid, onder a en b, Vb verleend indien de hoofdpersoon in Nederland verblijft als: -– Nederlander; -– gemeenschapsonderdaan; -– Turks onderdaan die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80; of -– houder van een verblijfsvergunning (asiel of regulier, voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd), tenzij de hoofdpersoon houder is van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd: +• Nederlander; +• gemeenschapsonderdaan; +• Turks onderdaan die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80; of +• houder van een verblijfsvergunning (asiel of regulier, voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd), tenzij de hoofdpersoon houder is van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd: -• onder een beperking verband houdend met uitwisseling, verblijf als au pair of verblijf als Amv; +• onder een beperking verband houdend met uitwisseling, verblijf als au pair of verblijf als amv; • die met toepassing van artikel 3.4, derde lid, Vb is verleend en de houder een verblijfsrecht geeft van tijdelijke aard in de zin van artikel 3.5 Vb. Het gaat hierbij om tijdelijke regelingen op grond waarvan de hoofdpersoon gedurende slechts een korte tijd in Nederland mag verblijven. +In het volgende geval wordt de verblijfsvergunning pas verleend als de hoofdpersoon op het moment van de aanvraag ten minste een jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven: + +• de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling als gezinslid wil verblijven is houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Wet; en +• de hoofdpersoon verblijft niet voor een tijdelijk doel als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit inburgering in Nederland. + +De voorwaarde dat de hoofdpersoon op het moment van de aanvraag ten minste een jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven is niet van toepassing op de vreemdeling die als gezinslid wil verblijven bij een hoofdpersoon op wie van toepassing is: + +• artikel 13 van het Associatiebesluit nr. 1/80; +• het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag; of +• het Verdrag van de handel en scheepvaart tussen Nederland en Japan. + #### 4.7. Leeftijd van beide partners -De verblijfsvergunning wordt ingevolge de artikelen 3.14 en 3.15, eerste lid, Vb verleend indien de vreemdeling en de hoofdpersoon eenentwintig jaar of ouder zijn. Op grond van artikel 3.103 Vb wordt de aanvraag getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij uit de Wet anders voortvloeit of het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven, voor de vreemdeling gunstiger is. +De verblijfsvergunning wordt verleend indien de vreemdeling en de hoofdpersoon eenentwintig jaar of ouder zijn. -#### 4.8. Polygamie +#### 4.8. Verwantschap -Ingevolge artikel 3.13, eerste lid, Vb en artikel 3.16 Vb wordt, zolang de vreemdeling of de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een (al dan niet geregistreerd) partnerschap is verbonden, de verblijfsvergunning slechts verleend aan één echtgenoot, geregistreerd partner of partner tegelijkertijd, alsmede de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen. +De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de vreemdeling en de hoofdpersoon tot elkaar in een zodanig nauwe relatie staan dat die naar Nederlands recht een huwelijksbeletsel zou vormen. -Ook indien de in Nederland verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de buitenlandse partner alsmede eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Indien de polygame situatie is beëindigd, bijvoorbeeld door overlijden of door een echtscheiding die naar Nederlands internationaal privaatrecht is erkend, staat de vroegere polygame situatie niet aan verlening van de verblijfsvergunning in de weg. +#### 4.9. Duurzame en exclusieve relatie -#### 4.9. Samenwoning en gemeenschappelijke huishouding +De verblijfsvergunning wordt verleend indien de vreemdeling een duurzame en exclusieve relatie onderhoudt met de in Nederland gevestigde hoofdpersoon. Van een duurzame en exclusieve relatie is sprake indien de (homo- of heteroseksuele) relatie in voldoende mate met een huwelijk op één lijn is te stellen. -De vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven moeten feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij dienen ook naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever, de belastingdienst en de zorgverzekeraar, hetzelfde adres te voeren. Daarnaast dienen de vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven op hetzelfde adres in de GBA te staan ingeschreven. +De vreemdeling overlegt ter onderbouwing van de duurzame en exclusieve relatie bij de aanvraag een volledig ingevulde en ondertekende relatieverklaring (bijlage 13 VV) en een ingevulde partnervragenlijst. De antwoorden op de partnervragenlijst moeten met zoveel mogelijk stukken worden onderbouwd. -Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat zij direct na inreis in Nederland met hun (huwelijks)partner dienen te gaan samenwonen als hier bedoeld. +De aanvraag wordt afgewezen indien aannemelijk is dat sprake is van een schijnrelatie. Dit is een relatie die wordt aangegaan met als enig oogmerk een vreemdeling die nog niet (of niet meer) over een verblijfsvergunning beschikt alsnog verblijfsrecht te verschaffen. Aanwijzingen dat sprake is van een schijnrelatie zijn onder meer: -#### 4.10. Openbare orde beleid +• verklaringen van de betrokken partners, samen of afzonderlijk, waaruit de intentie van een schijnrelatie blijkt, of waaruit tegenstrijdigheden zijn af te leiden, die een dergelijke conclusie rechtvaardigen; +• verklaringen van derden; en +• de vaststelling bij proces-verbaal dat de betrokken partners niet samenwonen of geen gezamenlijke huishouding voeren. + +#### 4.10. Samenwoning en gemeenschappelijke huishouding + +De vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven moeten feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij dienen ook naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever, de Belastingdienst en de zorgverzekeraar, hetzelfde adres te voeren. Daarnaast moeten de vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven op hetzelfde adres in de GBA te staan ingeschreven. + +Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat zij direct na inreis in Nederland met hun partner dienen te gaan samenwonen als hier bedoeld. + +#### 4.11. Openbare orde beleid De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.20 Vb verleend indien de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. B1/4.4 en verder zijn van toepassing. -Op grond van artikel 3.103 Vb wordt de aanvraag die is ontvangen vóór 15 februari 2005, getoetst aan het recht, zoals dat luidde vóór die datum. +#### 4.12. Middelen -Dat recht luidde vóór 15 februari 2005 als volgt: +De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.22, eerste lid, Vb in ieder geval verleend, indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een inkomen dat ten minste gelijk is aan het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, en artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. -De aanvraag, ingediend door de partner van een Nederlander, van een houder van de verblijfsvergunning (asiel of regulier) voor onbepaalde tijd, of van een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, wordt slechts afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien de vreemdeling: +Deze inkomensnorm geldt als een referentiebedrag en niet als minimuminkomen waaronder geen gezinshereniging wordt toegestaan zonder enige concrete beoordeling van de situatie van de aanvrager. -– bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis wegens een misdrijf, waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, is veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf, of hem een langdurige vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd; -– bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis wegens een misdrijf, waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, is veroordeeld tot een taakstraf en de rechter een langdurige vervangende hechtenis heeft vastgesteld voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht; of -– bij herhaling wegens een misdrijf is veroordeeld tot een gevangenisstraf of een taakstraf, of aan hem een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd. +In afwijking van het vorengaande wordt de aanvraag niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien de hoofdpersoon: -Onder langdurig wordt hier verstaan een periode van zes maanden of langer. +a. 65 jaar of ouder is; +b. naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is; of +c. blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen. -#### 4.11. Middelen +Het onder a en b vermelde is gebaseerd op artikel 3.22, tweede lid, Vb. + +Het onder c vermelde is een beleidsregel die is gebaseerd op artikel 3.13, tweede lid, Vb. Ten aanzien van deze vrijstellingsgrond wordt verwezen naar B2/2.10 onder ad b. Ten aanzien van deze vrijstellingsgrond wordt verwezen naar B2/2.10 onder ad c. -In geval van gezinshereniging wordt de aanvraag ingevolge artikel 3.22, derde lid, Vb niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien: +#### 4.13. Garantverklaring -a. deze aanvraag is ingediend binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend, en -b. gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft. +De in Nederland gevestigde partner ondertekent een garantverklaring (zie bijlage 6c VV), waarmee hij zich garant stelt voor de kosten die voor de staat en voor andere openbare lichamen voortvloeien uit het verblijf van de buitenlandse partner, en voor de kosten van terugkeer naar een land waar de toelating van die buitenlandse partner is gewaarborgd. De IND beoordeelt de garantverklaring alleen als geldig als deze is ondertekend door de in Nederland gevestigde partner van de vreemdeling. -Zie in dit verband B2/2.10. - -##### 4.11.1. Middelen: overgangsrecht per 1 november 2004 - -Voor aanvragen, ontvangen op of na 1 april 2004, maar vóór 1 november 2004, is hetgeen is opgenomen in B2/2.10.1 van overeenkomstige toepassing. - -##### 4.11.2. Middelen: overgangsrecht ex - -In A4/4.2.1 (oud) stond opgenomen dat middelen van bestaan als duurzaam worden aangemerkt indien deze voor de periode van één jaar beschikbaar zijn. - -Ten aanzien van de vraag onder welke omstandigheden werd aangenomen dat middelen van bestaan voor de periode van één jaar beschikbaar zouden zijn, bestond een bestendige gedragslijn, waarbij een vergelijking gemaakt werd over de inkomenspositie in de periode voorafgaand aan de indiening van de aanvraag. Op deze wijze kon inzicht worden verkregen in de ontwikkeling van de inkomenspositie, een inzicht dat noodzakelijk was voor de bepaling van de mate van duurzaamheid van de inkomsten. - -In A4/4.2.1 (oud) werd niet vermeld over welke periode voorafgaand aan de indiening van de aanvraag vorenbedoelde vergelijking werd gemaakt. Met het oog op de eenheid van uitvoering wordt zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de termijn van anderhalf jaar die in het huidige beleid geldt. Hierbij geldt echter nadrukkelijk dat – waar artikel 3.20 VV geen mogelijkheid biedt om op grond van artikel 4:84 Awb af te wijken – onder vigeur van het recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Vw in bijzondere gevallen gebruik kan worden gemaakt van de bevoegdheid om op die grond af te wijken van het beleid, indien de toepassing ervan tot gevolgen leidt die onevenredig zijn met de doelen die met dat beleid gediend worden. - -#### 4.12. Garantverklaring - -De in Nederland gevestigde partner ondertekent een garantverklaring (zie bijlage 6c VV), waarmee hij zich garant stelt voor de kosten die voor de staat en voor andere openbare lichamen voortvloeien uit het verblijf van de buitenlandse partner, alsmede voor de kosten van terugkeer naar een land waar de toelating van die buitenlandse partner is gewaarborgd. De garantverklaring kan niet door een derde worden ondertekend. - -Als de hoofdpersoon voldoet aan de bepalingen van artikel 3.22, derde en vierde lid, Vb, behoeft geen garantieverklaring te worden ondertekend. - -#### 4.13. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift - -De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij partner (naam)’. +Als de hoofdpersoon voldoet aan de bepalingen van artikel 3.22, derde lid, Vb, behoeft geen garantverklaring te worden ondertekend. #### 4.14. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift +De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap’. + +De beperking wordt aangevuld met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid niet toegestaan. Een beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’. + +Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. + ### 5. Minderjarige kinderen -#### 5.1. Eerste verblijfsaanvaarding +#### 5.1. Minderjarige kinderen In artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb zijn voorwaarden opgenomen voor verblijf in het kader van gezinshereniging met minderjarige biologische of juridische kinderen die zien op: - - - – - feitelijke gezinsband (zie artikel 3.14, eerste lid, onder c, Vb); - - - – - de verblijfsstatus van de hoofdpersoon (zie artikel 3.15, eerste lid, onder a en b, Vb); - - - – - polygamie (zie artikel 3.16 Vb); - - - – - samenwoning en een gemeenschappelijke huishouding (zie artikel 3.17, onder a, Vb); - - - – - het mvv-vereiste (zie artikel 17 Vw, artikel 3.18 Vb en artikel 3.71, tweede lid,Vb; zie B1/4.1); - - - – - geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 3.19 Vb, zie B1/4.2); - - - – - gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. De artikelen 3.77 en 3.78 Vb zijn van toepassing (zie artikel 3.20 Vb); - - - – - onderzoek naar of behandeling voor TBC (zie artikel 3.21 Vb; zie ook B1/4.5); - - - – - het middelenvereiste (zie artikel 3.74 Vb). - - - - - Naast de beleidsregels in deze paragraaf zijn ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing. Verwezen wordt naar B1/4. - Op deze algemene voorwaarden bestaan echter uitzonderingen wat betreft het middelenvereiste (zie B2/5.10). Ook in andere gevallen kan deze vergunning, gelet op artikel 3.13, tweede lid, Vb, worden verleend. - Op basis van artikel 3.13, tweede lid, Vb wordt deze vergunning voorts verleend aan het minderjarige biologische of juridische kind dat onder het rechtmatig gezag staat van de om verblijf vragende echtgenoot, geregistreerd partner of partner van de hoofdpersoon. - Ook daarbij geldt als voorwaarde dat het kind naar het oordeel van de Minister feitelijk behoort en reeds in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van die echtgenoot, geregistreerd partner of partner (zie in dit verband B2/5.4). - De aanvraag wordt echter afgewezen indien verblijf wordt beoogd in verband met adoptie, opname ter adoptie of verblijf als pleegkind, en niet aan een of meer van de ter zake daarvan geldende voorwaarden is voldaan. Zie voor de ter zake daarvan geldende voorwaarden B2/5.2.1. Hetzelfde geldt indien sprake is van een polygame situatie en het gestelde in B2/5.7 aan verlening van de vergunning in de weg staat. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 + +• feitelijke gezinsband (zie artikel 3.14, eerste lid, onder c, Vb); +• de verblijfsstatus en de verblijfsduur van de hoofdpersoon (zie artikel 3.15, Vb); +• polygamie (zie artikel 3.16 Vb); +• samenwoning en een gemeenschappelijke huishouding (zie artikel 3.17, onder a, Vb); +• het mvv-vereiste (zie artikel 17 Vw, artikel 3.18 Vb en artikel 3.71, tweede lid,Vb; zie B1/4.1); +• geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 3.19 Vb, zie B1/4.2); +• gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. De artikelen 3.77 en 3.78 Vb zijn van toepassing (zie artikel 3.20 Vb); +• onderzoek naar of behandeling voor TBC (zie artikel 3.21 Vb; zie ook B1/4.5); +• het middelenvereiste (zie artikel 3.74 Vb). + +Naast de beleidsregels in deze paragraaf zijn ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing. Verwezen wordt naar B1/4. + +Op deze algemene voorwaarden bestaan echter uitzonderingen wat betreft het middelenvereiste (zie B2/5.10). Ook in andere gevallen kan deze vergunning, gelet op artikel 3.13, tweede lid, Vb, worden verleend. + +Op basis van artikel 3.13, tweede lid, Vb wordt deze vergunning voorts verleend aan het minderjarige biologische of juridische kind dat onder het rechtmatig gezag staat van de om verblijf vragende echtgenoot of geregistreerd partner van de hoofdpersoon. + +Ook daarbij geldt als voorwaarde dat het kind naar het oordeel van de Minister feitelijk behoort en reeds in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van die echtgenoot of geregistreerd partner (zie in dit verband B2/5.4). + +De aanvraag wordt echter afgewezen indien verblijf wordt beoogd in verband met adoptie, opname ter adoptie of verblijf als pleegkind, en niet aan een of meer van de ter zake daarvan geldende voorwaarden is voldaan. Zie voor de ter zake daarvan geldende voorwaarden B2/5.2.1. Hetzelfde geldt indien sprake is van een polygame situatie en het gestelde in B2/5.7 aan verlening van de vergunning in de weg staat. #### 5.2. Familierechtelijke relatie Op grond van artikel 3.14, onder c, Vb wordt de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, Vb, op aanvraag verleend aan het minderjarige biologische of juridische kind van een in Nederland gevestigde hoofdpersoon, indien het kind onder het rechtmatig gezag van de hoofdpersoon staat. Daarbij geldt als voorwaarde dat het kind naar het oordeel van de Minister feitelijk behoort en reeds in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de hoofdpersoon. Zie voor de nadere invulling van deze voorwaarde B2/5.4. - - - Het gestelde rechtmatig gezag van de om verblijf vragende echtgenoot, geregistreerd partner of partner van de hoofdpersoon moet in beginsel met gelegaliseerde bescheiden worden aangetoond. Daarbij geldt het gestelde in B2/8 (gelegaliseerde bescheiden). - - - Indien het gestelde rechtmatig gezag niet met gelegaliseerde bescheiden wordt aangetoond, wordt de aanvraag afgewezen. Daarbij wordt, voor zover van toepassing, het in B2/8 vermelde en het hierna volgende in acht genomen. - - - *Van rechtswege ontstaan gezag* - - - In zeer veel gevallen zal het bestaan van gezag niet rechtstreeks blijken uit de bescheiden die toch reeds moeten worden overgelegd om de persoonlijke staat aan te tonen. De geboorte van het kind staande het huwelijk brengt - uitzonderingen daargelaten – met zich mee dat het kind van rechtswege onder het gezag van de beide echtgenoten staat. - - - Het aldus ter plaatse van de gewone verblijfplaats van het kind van rechtswege ontstane gezag wordt in Nederland erkend en kan worden afgeleid uit de buitenlandse geboorteakte van het kind. Uit die akte blijkt immers dat het kind afstamt van de met elkaar gehuwde ouders. - - - Ook het kind van een alleenstaande moeder staat doorgaans van rechtswege onder haar gezag. - - - In deze gevallen wordt ter zake van het gezag over het kind geen nader bewijs verlangd, tenzij er een aanwijzing is dat het gezag niet of niet langer bij beide echtgenoten berust dan wel niet of niet langer bij de alleenstaande moeder. - - - *Wijziging bestaand gezag* - - - De erkenning van het vaderschap van een kind van een ongehuwde moeder brengt in sommige, maar zeker niet in alle rechtsstelsels, van rechtswege mee dat het kind mede onder het gezag van de erkenner komt te staan, zonder dat dit gezag noodzakelijkerwijs uit de akte van erkenning of uit de geboorteakte van het kind blijkt. - - - Daarnaast zijn situaties denkbaar waarin de partner van de moeder het kind niet erkent, maar wel het gezag over het kind verkrijgt door een rechtshandeling, bijvoorbeeld een verklaring ten overstaan van een autoriteit. - - - In dergelijke gevallen wordt verlangd dat het bestaan van het medegezag van de partner wordt aangetoond door een verklaring van een daartoe bevoegde instantie. - - - De gezagssituatie van een kind kan na de geboorte ook wijziging ondergaan door de beslissing van een rechter of een andere autoriteit. Het kan gaan om een specifiek op het gezag betrekking hebbende beslissing dan wel om een beslissing houdende ontbinding van het huwelijk, waarbij tevens het kind aan een van de ex-echtgenoten is toegewezen. Betreft het een buitenlandse gezagsbeslissing, dan mag ervan worden uitgegaan dat die beslissing voor erkenning in Nederland in aanmerking komt, indien zij is gegeven door een ter plaatse competente autoriteit en tot stand is gekomen in het land waar het kind ten tijde van de betreffende procedure zijn gewone verblijfplaats had. De betreffende beslissing wordt bij de aanvraag overgelegd. - - - In sommige landen wordt een gezagsbeslissing ingeschreven in een daartoe bestemd register of op de geboorteakte van het kind vermeld. In dat geval wordt, in de plaats van een afschrift van de beslissing, ook overlegging van een uittreksel uit de geboorteakte of het betreffende register als bewijs geaccepteerd. - - - *Zorgrecht* - - - Volgens de Islamitische rechtstraditie houdt de vader na ontbinding van het huwelijk het gezag over zijn kinderen en krijgt de moeder de “hadânah”, het zorgrecht. Het zorgrecht is een minder sterk recht dan het gezagsrecht. Het zorgrecht wordt in het kader van deze paragraaf behandeld als gezag. - - - In het algemeen wordt ervan uitgegaan dat de moeder het zorgrecht heeft en hoeft dit niet met bescheiden te worden aangetoond. Dit is slechts anders als er tegenbewijs voorhanden is, bijvoorbeeld een schriftelijke verklaring van de vader of de kinderen dat de moeder het zorgrecht niet meer heeft of omdat de moeder is hertrouwd met iemand met wie het kind niet in familierechtelijke betrekking staat, omdat ook dan in de regel het zorgrecht vervalt. - - - Het is verder mogelijk dat niet de vader of de moeder van het kind, maar een derde met het zorgrecht wordt belast. In dat geval dient dit met bescheiden te worden aangetoond. - - - *Toestemming voor vertrek naar het buitenland van de andere mede met het gezag belaste ouder* - - - Er zijn rechtsstelsels die, ingeval er gezamenlijk gezag van de ouders over kinderen bestaat, het vertrek naar het buitenland van de ene ouder met de kinderen afhankelijk stellen van de toestemming van de andere ouder. In die gevallen wordt bij de aanvraag de verklaring, waaruit de toestemming van die andere ouder blijkt, overgelegd, alsmede een kopie van het identiteitsbewijs van die andere ouder, ter verificatie van de handtekening. - - - Indien de andere ouder, wiens toestemming is vereist, de toestemming niet wil geven, onvindbaar is of overleden, kan toestemming van de daartoe competente buitenlandse instantie daarvoor in de plaats worden gesteld. Die beslissing tot toestemming wordt bij de aanvraag overgelegd. - - - Bovenstaande regels worden gehanteerd om te voorkomen dat door de Nederlandse overheid wordt meegewerkt aan onrechtmatige onttrekking aan macht en gezag van degene aan wie het rechtmatige gezag over een buitenlands kind toekomt dan wel die dat uitoefent. - - - Voor systematische overzichten per land van de belangrijkste bepalingen betreffende het personeel statuut van vreemdelingen zij verwezen naar de uitgave Burgerlijke stand en buitenlanders, ISBN 90 6500 3487. Voorts kan de benodigde informatie veelal worden verkregen bij de afdeling Burgerzaken van de gemeente. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007200623430-11-200631-10-20062006/33B200623430-11-200631-10-20062006/33B01-01-2007 + +Het gestelde rechtmatig gezag van de om verblijf vragende echtgenoot of geregistreerd partner van de hoofdpersoon moet in beginsel met gelegaliseerde bescheiden worden aangetoond. Daarbij geldt het gestelde in B2/7(gelegaliseerde bescheiden). + +Indien het gestelde rechtmatig gezag niet met gelegaliseerde bescheiden wordt aangetoond, wordt de aanvraag afgewezen. Daarbij wordt, voor zover van toepassing, het in B2/7 vermelde en het hierna volgende in acht genomen. + +In zeer veel gevallen zal het bestaan van gezag niet rechtstreeks blijken uit de bescheiden die toch reeds moeten worden overgelegd om de persoonlijke staat aan te tonen. De geboorte van het kind staande het huwelijk brengt – uitzonderingen daargelaten – met zich mee dat het kind van rechtswege onder het gezag van de beide echtgenoten staat. + +Het aldus ter plaatse van de gewone verblijfplaats van het kind van rechtswege ontstane gezag wordt in Nederland erkend en kan worden afgeleid uit de buitenlandse geboorteakte van het kind. Uit die akte blijkt immers dat het kind afstamt van de met elkaar gehuwde ouders. + +Ook het kind van een alleenstaande moeder staat doorgaans van rechtswege onder haar gezag. + +In deze gevallen wordt ter zake van het gezag over het kind geen nader bewijs verlangd, tenzij er een aanwijzing is dat het gezag niet of niet langer bij beide echtgenoten berust dan wel niet of niet langer bij de alleenstaande moeder. + +De erkenning van het vaderschap van een kind van een ongehuwde moeder brengt in sommige, maar zeker niet in alle rechtsstelsels, van rechtswege mee dat het kind mede onder het gezag van de erkenner komt te staan, zonder dat dit gezag noodzakelijkerwijs uit de akte van erkenning of uit de geboorteakte van het kind blijkt. + +Daarnaast zijn situaties denkbaar waarin de partner van de moeder het kind niet erkent, maar wel het gezag over het kind verkrijgt door een rechtshandeling, bijvoorbeeld een verklaring ten overstaan van een autoriteit. + +In dergelijke gevallen wordt verlangd dat het bestaan van het medegezag van de partner wordt aangetoond door een verklaring van een daartoe bevoegde instantie. + +De gezagssituatie van een kind kan na de geboorte ook wijziging ondergaan door de beslissing van een rechter of een andere autoriteit. Het kan gaan om een specifiek op het gezag betrekking hebbende beslissing dan wel om een beslissing houdende ontbinding van het huwelijk, waarbij tevens het kind aan een van de ex-echtgenoten is toegewezen. Betreft het een buitenlandse gezagsbeslissing, dan mag ervan worden uitgegaan dat die beslissing voor erkenning in Nederland in aanmerking komt, indien zij is gegeven door een ter plaatse competente autoriteit en tot stand is gekomen in het land waar het kind ten tijde van de betreffende procedure zijn gewone verblijfplaats had. De betreffende beslissing wordt bij de aanvraag overgelegd. + +In sommige landen wordt een gezagsbeslissing ingeschreven in een daartoe bestemd register of op de geboorteakte van het kind vermeld. In dat geval wordt, in de plaats van een afschrift van de beslissing, ook overlegging van een uittreksel uit de geboorteakte of het betreffende register als bewijs geaccepteerd. + +Volgens de Islamitische rechtstraditie houdt de vader na ontbinding van het huwelijk het gezag over zijn kinderen en krijgt de moeder de ‘hadânah’, het zorgrecht. Het zorgrecht is een minder sterk recht dan het gezagsrecht. Het zorgrecht wordt in het kader van deze paragraaf behandeld als gezag. + +In het algemeen wordt ervan uitgegaan dat de moeder het zorgrecht heeft en hoeft dit niet met bescheiden te worden aangetoond. Dit is slechts anders als er tegenbewijs voorhanden is, bijvoorbeeld een schriftelijke verklaring van de vader of de kinderen dat de moeder het zorgrecht niet meer heeft of omdat de moeder is hertrouwd met iemand met wie het kind niet in familierechtelijke betrekking staat, omdat ook dan in de regel het zorgrecht vervalt. + +Het is verder mogelijk dat niet de vader of de moeder van het kind, maar een derde met het zorgrecht wordt belast. In dat geval dient dit met bescheiden te worden aangetoond. + +Er zijn rechtsstelsels die, ingeval er gezamenlijk gezag van de ouders over kinderen bestaat, het vertrek naar het buitenland van de ene ouder met de kinderen afhankelijk stellen van de toestemming van de andere ouder. In die gevallen wordt bij de aanvraag de verklaring, waaruit de toestemming van die andere ouder blijkt, overgelegd, alsmede een kopie van het identiteitsbewijs van die andere ouder, ter verificatie van de handtekening. + +Indien de andere ouder, wiens toestemming is vereist, de toestemming niet wil geven, onvindbaar is of overleden, kan toestemming van de daartoe competente buitenlandse instantie daarvoor in de plaats worden gesteld. Die beslissing tot toestemming wordt bij de aanvraag overgelegd. + +Bovenstaande regels worden gehanteerd om te voorkomen dat door de Nederlandse overheid wordt meegewerkt aan onrechtmatige onttrekking aan macht en gezag van degene aan wie het rechtmatige gezag over een buitenlands kind toekomt dan wel die dat uitoefent. + +Voor systematische overzichten per land van de belangrijkste bepalingen betreffende het personeel statuut van vreemdelingen zij verwezen naar de uitgave Burgerlijke stand en buitenlanders, ISBN 90 6500 3487. Voorts kan de benodigde informatie veelal worden verkregen bij de afdeling Burgerzaken van de gemeente. ##### 5.2.1. Adoptiefkinderen en adoptiekinderen @@ -3997,7 +3774,9 @@ Het verblijf van kinderen die reeds zijn geadopteerd of nog moeten worden geadop In deze paragraaf wordt ingegaan op het vaststellen van de familierechtelijke relatie tussen de adoptie(f)kinderen en de hoofdpersoon op grond van de over te leggen bescheiden. De enkele erkenning van de adoptiebeslissing houdt op zichzelf niet in dat is voldaan aan de voorwaarden voor het verlenen van een verblijfsvergunning in het kader van dit hoofdstuk. Immers naast de erkenning van de familierechtelijke relatie tussen de hoofdpersoon en het adoptie(f)kind dient tevens te zijn voldaan aan de overige voorwaarden voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor verblijf bij ouder(s). -Erkenning van een buitenlandse adoptie is mogelijk op grond van het Haags Adoptieverdrag of op grond artikel 10:103 tot en met artikel 10:112 BW. Met ingang van 1 januari 2012 is de Wet conflictenrecht adoptie (Wcad) komen te vervallen. Met ingang van die datum is artikel 10:103 tot en met artikel 10:112 BW van toepassing. +*Adopties* + +Erkenning van een buitenlandse adoptie is mogelijk op grond van het Haags Adoptieverdrag of op grond artikel 10:103 tot en met artikel 10:112 BW. Met ingang van 1 januari 2012 is de Wet conflictenrecht adoptie (Wcad) komen te vervallen. Met ingang van die datum is artikel 10:103 tot en met artikel 10:112 BW van toepassing. Heeft een van de adoptanten het Nederlanderschap, dan is het mogelijk dat het adoptiefkind door de adoptie van rechtswege het Nederlanderschap heeft verkregen. Het navolgende is van toepassing op het geval dat het kind weliswaar bij een in Nederland te erkennen adoptie is geadopteerd, maar (nog) niet het Nederlanderschap heeft verkregen. @@ -4009,7 +3788,7 @@ Adoptiebeslissingen, gegeven in een van deze verdragslanden, worden door de ande Let op: Nederland heeft bezwaar gemaakt tegen de toetreding tot het Haags Adoptieverdrag door Armenië, Cambodja en Guatemala. Adoptiebeslissingen, gegeven in één van deze verdragslanden, worden niet erkend door Nederland. -Het Haags Adoptieverdrag is alleen van toepassing als de aanvraag om een beginseltoestemming is ingediend op of na de datum waarop zowel Nederland (1 oktober 1998) als het land van herkomst partij zijn geworden. In geval van bijvoorbeeld China en de Dominicaanse Republiek, geldt dat adoptiebeslissingen gegeven in één van deze verdragslanden alleen naar Nederlands internationaal privaatrecht erkend worden indien de beginseltoestemming op of na 1 januari 2006 is aangevraagd. Bij een dergelijke aanvraag ontvangt men een BKA nummer. Aan dit nummer is te zien in welk jaar en welk kwartaal daarvan de aanvraag is ingediend. +Het Haags Adoptieverdrag is alleen van toepassing als de aanvraag om een beginseltoestemming is ingediend op of na de datum waarop zowel Nederland (1 oktober 1998) als het land van herkomst partij zijn geworden. In geval van bijvoorbeeld China en de Dominicaanse Republiek, geldt dat adoptiebeslissingen gegeven in één van deze verdragslanden alleen naar Nederlands internationaal privaatrecht erkend worden indien de beginseltoestemming op of na 1 januari 2006 is aangevraagd. Bij een dergelijke aanvraag ontvangt men een BKA nummer. Aan dit nummer is te zien in welk jaar en welk kwartaal daarvan de aanvraag is ingediend. Landen die het verdrag hebben ondertekend maar nog niet hebben bekrachtigd zijn: Ierland, Nepal en Rusland. Adoptiebeslissingen, gegeven door deze landen, worden niet op grond van het Verdrag erkend. @@ -4021,7 +3800,9 @@ De artikelen 10:108 BW en 10:109 BW bepalen de omstandigheden waaronder een adop Ingevolge artikel 10:108 BW, komt adoptie voor erkenning in aanmerking indien de adoptiefouders of het kind of beiden, ten tijde van het verzoek tot adoptie en de uitspraak, hun gewone verblijfplaats hadden in de staat waar de beslissing tot stand is gekomen, en deze is uitgesproken door een ter plaatse bevoegde autoriteit. Erkenning wordt onthouden indien aan de beslissing geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan of, in geval niet zowel de adoptiefouders als het kind hun gewone verblijfsplaats hadden in de staat waar de beslissing is tot stand gekomen, indien de beslissing niet is erkend in die staat. Aan de beslissing wordt in ieder geval erkenning onthouden indien de beslissing kennelijk op een schijnhandeling betrekking heeft of kennelijk in strijd met de openbare orde zou zijn. Van kennelijke strijd met de openbare orde is, ingevolge artikel 10:108, vierde lid, BW, geen sprake indien op de adoptie een ander recht is toegepast dan het recht dat door de artikelen 10:105 en 10:106 BW is aangewezen: het verbod van de conflictenrechtelijke toets. -Een in het kader van dit hoofdstuk veel voorkomende situatie – die van de in Nederland wonende hoofdpersoon die een buitenlandse adoptiebeslissing overlegt – wordt bestreken door artikel 10:109 BW. Het eerste lid van dit artikel bevat voor de hoofdpersoon die zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de adoptie-uitspraak zijn gewone verblijfsplaats in Nederland had de belangrijke voorwaarde dat aan de bepalingen van de Wobka moet zijn voldaan (zie B3/2.3). Op grond van het tweede lid van artikel 10:109 BW dient in de door het eerste lid bestreken gevallen de Nederlandse rechter vast te stellen of aan de daar genoemde voorwaarden voor erkenning is voldaan. +Een in het kader van dit hoofdstuk veel voorkomende situatie – die van de in Nederland wonende hoofdpersoon die een buitenlandse adoptiebeslissing overlegt – wordt bestreken door artikel 10:109 BW. Het eerste lid van dit artikel bevat voor de hoofdpersoon die zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de adoptie-uitspraak zijn gewone verblijfsplaats in Nederland had de belangrijke voorwaarde dat aan de bepalingen van de Wobka moet zijn voldaan (zie B3/2.3). + +Op grond van het tweede lid van artikel 10:109 BW dient in de door het eerste lid bestreken gevallen de Nederlandse rechter vast te stellen of aan de daar genoemde voorwaarden voor erkenning is voldaan. Om te kunnen vaststellen of op grond van de buitenlandse adoptiebeslissing een familierechtelijke relatie bestaat tussen de hoofdpersoon en het adoptie(f)kind zal bij het indienen van een aanvraag in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming dus naast de op de in B2/8 beschreven wijze gelegaliseerde buitenlandse adoptiebeslissing tevens de beslissing van de Nederlandse rechter moeten worden overgelegd. @@ -4032,116 +3813,87 @@ De familierechtelijke relatie tot degene bij wie verblijf wordt beoogd, wordt do #### 5.4. Feitelijk behoren tot het gezin Ingevolge artikel 3.14, tweede lid, onder c, Vb wordt de verblijfsvergunning verleend, indien het kind feitelijk behoort en reeds in het buitenland feitelijk behoorde tot het gezin van de in Nederland wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd. De gezinsband moet reeds in het buitenland hebben bestaan en het kind moet gaan samenwonen met de ouder(s). - - - De aanvraag wordt afgewezen, indien het kind niet feitelijk behoort en reeds in het buitenland behoorde tot het gezin van de in Nederland wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd. - - - Voor de invulling van het begrip feitelijke gezinsband in zaken waarin minderjarige biologische of juridische kinderen bij een in Nederland verblijvende ouder verblijf vragen, wordt aangesloten bij het begrip familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM. - - - Het gezinsleven tussen ouders en kinderen in de zin van artikel 8 EVRM eindigt slechts in zeer uitzonderlijke situaties. Ook indien men niet samenwoont of maar heel kort heeft samengewoond, of er in een periode weinig of geheel geen contact is geweest, zijn er andere zwaarwegende feiten nodig om het gezinsleven als beëindigd te kunnen aanmerken. De enkele ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van het kind beëindigt bijvoorbeeld niet het gezinsleven. - - - Indien sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM wordt aangenomen dat een biologisch of juridisch kind feitelijk behoort en reeds in het buitenland behoorde tot het gezin van de ouder(s). - - - Indien sprake is van één of meer van de volgende genoemde omstandigheden wordt, in uitzondering op het vorenstaande, aangenomen dat een kind niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s): - - - • - het kind gaat zelfstandig wonen en in eigen onderhoud voorzien; - - - • - het kind vormt een zelfstandig gezin door het aangaan van een huwelijk of een relatie; - - - • - het kind is belast met de zorg voor buitenhuwelijkse kinderen. - - - - - Ingeval het kind zelf de zorg heeft voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, is dit alleen een reden om aan te nemen dat het niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), indien daarnaast sprake is van één van de eerste twee hiervóór genoemde omstandigheden. - - - Met de genoemde uitzonderingsgevallen is duidelijk gemaakt dat er omstandigheden kunnen zijn, waarin geoordeeld kan worden dat het kind niet (meer) feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s). In de eerste twee genoemde omstandigheden kan worden aangenomen dat het kind een zekere mate van zelfstandigheid heeft bereikt. In deze gevallen komt aan de handhaving van een restrictief vreemdelingenbeleid meer gewicht toe dan aan het individuele belang van het kind om zich alsnog bij zijn ouder(s) in Nederland te voegen. De zorg voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, kan uitsluitend tot het oordeel leiden dat het kind niet feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), indien het kind daarnaast zelfstandig woont en in eigen onderhoud voorziet, óf door het aangaan van een huwelijk of een relatie een zelfstandig gezin heeft gevormd. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007200623430-11-200631-10-20062006/33B200623430-11-200631-10-20062006/33B01-01-2007 -##### 5.4.1. Minderjarige kinderen/verruimde gezinshereniging +De aanvraag wordt afgewezen, indien het kind niet feitelijk behoort en reeds in het buitenland behoorde tot het gezin van de in Nederland wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd. -Bepalend voor de vraag of aan bovengenoemd beleid of aan het beleid inzake verruimde gezinshereniging moet worden getoetst, is de leeftijd van het kind op de datum aanvraag om gezinshereniging. Als bijvoorbeeld een kind op 16-jarige leeftijd is achtergelaten en twee jaar daarna de aanvraag om gezinshereniging wordt ingediend, geldt het beleid inzake verruimde gezinshereniging. - -200623430-11-200631-10-20062006/33B200623430-11-200631-10-20062006/33B01-01-2007200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +Voor de invulling van het begrip feitelijke gezinsband in zaken waarin minderjarige biologische of juridische kinderen bij een in Nederland verblijvende ouder verblijf vragen, wordt aangesloten bij het begrip familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM. -##### 5.4.2. Ondertekening verklaring door kinderen vanaf vijftien jaar +Het gezinsleven tussen ouders en kinderen in de zin van artikel 8 EVRM eindigt slechts in zeer uitzonderlijke situaties. Ook indien men niet samenwoont of maar heel kort heeft samengewoond, of er in een periode weinig of geheel geen contact is geweest, zijn er andere zwaarwegende feiten nodig om het gezinsleven als beëindigd te kunnen aanmerken. De enkele ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van het kind beëindigt bijvoorbeeld niet het gezinsleven. + +Indien sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM wordt aangenomen dat een biologisch of juridisch kind feitelijk behoort en reeds in het buitenland behoorde tot het gezin van de ouder(s). + +Indien sprake is van één of meer van de volgende genoemde omstandigheden wordt, in uitzondering op het vorenstaande, aangenomen dat een kind niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s): + +• het kind gaat zelfstandig wonen en in eigen onderhoud voorzien; +• het kind vormt een zelfstandig gezin door het aangaan van een huwelijk of een relatie; +• het kind is belast met de zorg voor buitenhuwelijkse kinderen. + +Ingeval het kind zelf de zorg heeft voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, is dit alleen een reden om aan te nemen dat het niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), indien daarnaast sprake is van één van de eerste twee hiervóór genoemde omstandigheden. + +Met de genoemde uitzonderingsgevallen is duidelijk gemaakt dat er omstandigheden kunnen zijn, waarin geoordeeld kan worden dat het kind niet (meer) feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s). In de eerste twee genoemde omstandigheden kan worden aangenomen dat het kind een zekere mate van zelfstandigheid heeft bereikt. In deze gevallen komt aan de handhaving van een restrictief vreemdelingenbeleid meer gewicht toe dan aan het individuele belang van het kind om zich alsnog bij zijn ouder(s) in Nederland te voegen. De zorg voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, kan uitsluitend tot het oordeel leiden dat het kind niet feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), indien het kind daarnaast zelfstandig woont en in eigen onderhoud voorziet, óf door het aangaan van een huwelijk of een relatie een zelfstandig gezin heeft gevormd. + +##### 5.4.1. Ondertekening verklaring door kinderen vanaf vijftien jaar Het kind van vijftien jaar of ouder toont aan dat het niet de zorg heeft voor (buitenhuwelijkse) kinderen door ondertekening van de daartoe strekkende verklaring. Dat vormt geen onweerlegbaar bewijs. Indien naderhand blijkt dat de verklaring ten onrechte is ondertekend, worden daaraan verblijfsrechtelijke gevolgen verbonden. Het kind dat de verklaring niet naar waarheid kan ondertekenen, verstrekt daarover gegevens die bij de beoordeling van de feitelijke gezinsband worden betrokken. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007200623430-11-200631-10-20062006/33B200623430-11-200631-10-20062006/33B01-01-2007 #### 5.5. Minderjarigheid -De verblijfsvergunning wordt niet in het kader van gezinshereniging verleend, indien het kind naar Nederlands recht meerderjarig is. Dat betekent dat geen verblijf wordt toegestaan aan het kind dat de achttienjarige leeftijd heeft bereikt, gehuwd is (geweest), een geregistreerd partnerschap is aangegaan of door de kantonrechter in het belang van moeder en kind meerderjarig is verklaard met toepassing van artikel 1:253 ha Burgerlijk Wetboek. Op het vereiste van minderjarigheid zijn twee uitzonderingen. Dat laat onverlet de mogelijkheid dat verblijf kan worden aanvaard in het kader van verruimde gezinshereniging (B2/6). - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +De verblijfsvergunning wordt niet in het kader van gezinshereniging verleend, indien het kind naar Nederlands recht meerderjarig is. Dat betekent dat geen verblijf wordt toegestaan aan het kind dat de achttienjarige leeftijd heeft bereikt, gehuwd is (geweest), een geregistreerd partnerschap is aangegaan of door de kantonrechter in het belang van moeder en kind meerderjarig is verklaard met toepassing van artikel 1:253 ha Burgerlijk Wetboek. Op het vereiste van minderjarigheid zijn twee uitzonderingen. ##### 5.5.1. Minderjarigheid en militaire dienst -Als beleidsregel geldt dat de aanvraag niet wordt afgewezen om de enkele reden dat het kind de achttienjarige leeftijd heeft bereikt, indien: - - - – - het kind in het land van herkomst is achtergebleven in verband met de vervulling van de militaire dienstplicht; - - - – - hij op het tijdstip waarop de andere gezinsleden naar Nederland vertrokken de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt; en - - - – - de aanvraag binnen zes maanden na het ontslag uit militaire dienst is ontvangen. - - - - - De datum van het ontslag uit militaire dienst wordt aangetoond door middel van officiële, gelegaliseerde bescheiden. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +Als beleidsregel geldt dat de aanvraag niet wordt afgewezen om de enkele reden dat het kind de achttienjarige leeftijd heeft bereikt, indien: + +• het kind in het land van herkomst is achtergebleven in verband met de vervulling van de militaire dienstplicht; +• hij op het tijdstip waarop de andere gezinsleden naar Nederland vertrokken de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt; en +• de aanvraag binnen zes maanden na het ontslag uit militaire dienst is ontvangen. + +De datum van het ontslag uit militaire dienst wordt aangetoond door middel van officiële, gelegaliseerde bescheiden. ##### 5.5.2. Bepaling van de geboortedatum -De geboortedatum van het minderjarige kind moet vast staan op grond van gelegaliseerde officiële documenten afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst. Indien van een vreemdeling uitsluitend het geboortejaar bekend is, wordt de geboortedatum bepaald op 1 juli. - Is naast het geboortejaar alleen de geboortemaand bekend, dan wordt als geboortedatum aangenomen de zestiende van de desbetreffende maand. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +De geboortedatum van het minderjarige kind moet vast staan op grond van gelegaliseerde officiële documenten afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst. Indien van een vreemdeling uitsluitend het geboortejaar bekend is, wordt de geboortedatum bepaald op 1 juli. + +Is naast het geboortejaar alleen de geboortemaand bekend, dan wordt als geboortedatum aangenomen de zestiende van de desbetreffende maand. ##### 5.5.3. Correctie van de geboortedatum Het kan zich voordoen dat van een vreemdeling die voor gezinshereniging naar Nederland is gekomen de bij de gemeente en IND bekende geboortedatum door de autoriteiten van het land van herkomst blijkt te zijn gecorrigeerd. - Nederlandse overheidsinstanties zijn in beginsel gehouden een in het buitenland door een beslissing van een daartoe bevoegde rechterlijke autoriteit tot stand gekomen correctie van een geboortedatum in een stuk van de burgerlijke stand te erkennen. - Indien de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, op grond hiervan overgaat tot correctie van de geboortedatum van de vreemdeling, meldt hij dit via een GBA-bericht aan de IND. - Indien hij daarentegen niet overgaat tot deze correctie en er gerede twijfel mogelijk is aan de juistheid van de door de autoriteiten in het land van herkomst gecorrigeerde geboortedatum van de vreemdeling, dan zal dit bij de behandeling door de IND van de aanvraag nader worden onderzocht. Daartoe dient te worden beschikt over een kopie van de door de vreemdeling overgelegde documenten met betrekking tot de correctie van de geboortedatum. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 -#### 5.6. Verblijfsstatus van de hoofdpersoon +Nederlandse overheidsinstanties zijn in beginsel gehouden een in het buitenland door een beslissing van een daartoe bevoegde rechterlijke autoriteit tot stand gekomen correctie van een geboortedatum in een stuk van de burgerlijke stand te erkennen. + +Indien de ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar burgerzaken/publiekszaken van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, op grond hiervan overgaat tot correctie van de geboortedatum van de vreemdeling, meldt hij dit via een GBA-bericht aan de IND. + +Indien hij daarentegen niet overgaat tot deze correctie en er gerede twijfel mogelijk is aan de juistheid van de door de autoriteiten in het land van herkomst gecorrigeerde geboortedatum van de vreemdeling, dan zal dit bij de behandeling door de IND van de aanvraag nader worden onderzocht. Daartoe dient te worden beschikt over een kopie van de door de vreemdeling overgelegde documenten met betrekking tot de correctie van de geboortedatum. + +#### 5.6. Verblijfsstatus en verblijfsduur van de hoofdpersoon Op grond van artikel 3.15 Vb wordt de verblijfsvergunning verleend, indien de hoofdpersoon in Nederland verblijft als: -– Nederlander; -– gemeenschapsonderdaan; -– Turks onderdaan die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80; of -– houder van een verblijfsvergunning (asiel of regulier, voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd), tenzij de hoofdpersoon houder is van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd: +• Nederlander; +• gemeenschapsonderdaan; +• Turks onderdaan die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80; of +• houder van een verblijfsvergunning (asiel of regulier, voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd), tenzij de hoofdpersoon houder is van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd: • onder een beperking verband houdend met uitwisseling, verblijf als au pair of verblijf als amv; • die met toepassing van artikel 3.4, derde lid, Vb is verleend en de houder een verblijfsrecht geeft van tijdelijke aard in de zin van artikel 3.5 Vb. Het gaat hierbij om tijdelijke regelingen op grond waarvan de hoofdpersoon gedurende slechts een korte tijd in Nederland mag verblijven. +In het volgende geval wordt de verblijfsvergunning pas verleend als de hoofdpersoon op het moment van de aanvraag ten minste een jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven: + +• de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling als gezinslid wil verblijven is houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Wet; en +• de hoofdpersoon verblijft niet voor een tijdelijk doel als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit inburgering in Nederland. + +De voorwaarde dat de hoofdpersoon op het moment van de aanvraag ten minste een jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven is niet van toepassing op de vreemdeling die als gezinslid wil verblijven bij een hoofdpersoon op wie van toepassing is: + +• artikel 13 van het Associatiebesluit nr. 1/80; +• het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag; +• het Verdrag van de handel en scheepvaart tussen Nederland en Japan. + +De voorwaarde dat de hoofdpersoon ten minste een jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven alvorens een verblijfsvergunning kan worden verleend, is verder niet van toepassing op het minderjarig meereizend voorkind. Deze situatie doet zich voor als de biologische of juridische ouder van het kind in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner en deze echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner niet de biologische ouder is van het kind. In dat geval is immers de ouder de hoofdpersoon en niet de in Nederland verblijvende echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner. + #### 5.7. Polygamie -Ingevolge artikel 3.16 Vb wordt, zolang de ouder met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een partnerschap is verbonden, de verblijfsvergunning slechts verleend aan één echtgenoot, geregistreerd partner of partner tegelijkertijd, alsmede aan de uit die vreemdeling geboren minderjarige kinderen. Ook indien de in Nederland verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgenote of partner alsmede eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Indien de polygame situatie is beëindigd, bijvoorbeeld door overlijden of door een echtscheiding die naar Nederlands internationaal privaatrecht is erkend, staat de vroegere polygame situatie niet aan verlening van de verblijfsvergunning in de weg. +Ingevolge artikel 3.16 Vb wordt, zolang de ouder met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een partnerschap is verbonden, de verblijfsvergunning slechts verleend aan één echtgenoot of geregistreerd partner tegelijkertijd, alsmede aan de uit die vreemdeling geboren minderjarige kinderen. Ook indien de in Nederland verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgenote of geregistreerd partner alsmede eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Indien de polygame situatie is beëindigd, bijvoorbeeld door overlijden of door een echtscheiding die naar Nederlands internationaal privaatrecht is erkend, staat de vroegere polygame situatie niet aan verlening van de verblijfsvergunning in de weg. #### 5.8. Samenwoning @@ -4149,7 +3901,9 @@ Ingevolge artikel 3.17 Vb wordt de verblijfsvergunning verleend indien het minde #### 5.9. Openbare orde beleid -De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.20 Vb verleend indien de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid. De artikelen 3.77 en 3.78 Vb zijn van toepassing (zie B1/4.4). +De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.20 Vb verleend indien de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid. + +De artikelen 3.77 en 3.78 Vb zijn van toepassing (zie B1/4.4). Op grond van artikel 3.103 Vb, wordt de aanvraag, indien deze is ontvangen vóór 15 februari 2005, getoetst aan artikel 3.20 Vb, zoals dat luidde vóór die datum. @@ -4157,100 +3911,41 @@ Artikel 3.20 Vb luidde voor 15 februari 2005: De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. In afwijking hiervan wordt de aanvraag, ingediend door het kind van een Nederlander, van een houder van de verblijfsvergunning (asiel of regulier) voor onbepaalde tijd, of van een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien dat kind: -– bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis wegens een misdrijf, waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, is veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf, of hem een langdurige vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd; -– bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis wegens een misdrijf, waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, is veroordeeld tot een taakstraf en de rechter een langdurige vervangende hechtenis heeft vastgesteld voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht; of -– bij herhaling wegens misdrijf is veroordeeld tot een gevangenisstraf of een taakstraf, of aan hem een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd. +• bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis wegens een misdrijf, waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, is veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf, of hem een langdurige vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd; +• bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis wegens een misdrijf, waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, is veroordeeld tot een taakstraf en de rechter een langdurige vervangende hechtenis heeft vastgesteld voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht; of +• bij herhaling wegens misdrijf is veroordeeld tot een gevangenisstraf of een taakstraf, of aan hem een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd. Onder langdurig wordt hier verstaan een periode van zes maanden of langer. #### 5.10. Middelen -De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.22, eerste lid, Vb in ieder geval verleend indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een inkomen dat ten minste gelijk is aan het toepasselijke normbedrag als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, Vb, of artikel 3.19, tweede lid, VV. Deze inkomensnorm geldt als een referentiebedrag en niet als minimuminkomen waaronder geen gezinshereniging wordt toegestaan zonder enige concrete beoordeling van de situatie van de aanvrager. +De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.22, eerste lid, Vb in ieder geval verleend indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een inkomen dat ten minste gelijk is aan het toepasselijke normbedrag als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, Vb, of artikel 3.19, tweede lid, VV. Deze inkomensnorm geldt als een referentiebedrag en niet als minimuminkomen waaronder geen gezinshereniging wordt toegestaan zonder enige concrete beoordeling van de situatie van de aanvrager. -##### 5.10.1. Middelen: overgangsrecht per 1 november 2004 +In afwijking van de voorgaande alinea wordt de aanvraag niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien de hoofdpersoon verblijf heeft op grond van de regeling in B9, of indien de hoofdpersoon: -Op grond van artikel 3.103 Vb wordt de aanvraag getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij uit de Vw anders voortvloeit, of het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven, gunstiger is. +• 65 jaar of ouder is (zie artikel 3.22, tweede lid, Vb); +• naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is (zie artikel 3.22, tweede lid, Vb en B2/2.10 onder ad b); +• blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen (zie artikel 3.13, tweede lid, Vb en B2/2.10 onder ad c). -Het recht dat vóór 1 november 2004 gold luidde: +De aanvraag wordt ingevolge artikel 3.22, derde lid, Vb niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien: -De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan de bijstandsnorm voor echtparen/gezinnen. In afwijking hiervan wordt de aanvraag niet afgewezen wegens het ontbreken van voldoende middelen van bestaan, indien de hoofdpersoon: +1. deze aanvraag is ingediend binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend, en +2. gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft (zie in dit verband B2/2.10). -– zevenenvijftigeneenhalf jaar of ouder is; -– naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is; of -– als alleenstaande ouder de zorg heeft over een kind jonger dan vijf jaar dat rechtmatig verblijf in Nederland heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw, dan wel Nederlander is. +In artikel 3.22, eerste lid, Vb is neergelegd dat de verblijfsvergunning wordt verleend, indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een inkomen als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, Vb. In het Vb is derhalve geen verplichting neergelegd om de inkomsten van anderen dan de hoofdpersoon mee te tellen bij de berekening van de bestaansmiddelen. -Ad b. Ten aanzien van de vrijstellingsgrond wordt verwezen naar B2/2.10 onder ad b. +Echter, als de hoofdpersoon (de biologische of juridische ouder bij wie de vreemdeling verblijf beoogt) een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan wel een relatie onderhoudt met een persoon die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw, dan wel Nederlander is, kan het duurzame, zelfstandig verworven inkomen van die persoon – mits deze samenwoont met de hoofdpersoon – worden meegeteld bij de berekening van de bestaansmiddelen. -Ad c. Ten aanzien van deze vrijstellingsgrond wordt verwezen naar B2/2.10.1 onder ad c. - -In aanvulling daarop gold het volgende: - -In artikel 3.22 Vb is neergelegd dat de verblijfsvergunning wordt verleend, indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen als bedoeld in artikel 3.74, onder a, Vb, en een garantstelling heeft ondertekend, voor zover de vreemdeling als partner van die persoon wil verblijven. In het Vb is derhalve geen verplichting neergelegd om de inkomsten van anderen dan de hoofdpersoon mee te tellen bij de berekening van de bestaansmiddelen. - -Echter, als de hoofdpersoon (de biologische of juridische ouder bij wie de vreemdeling verblijf beoogt) een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan wel een relatie onderhoudt in de zin van artikel 3.14, aanhef en onder b, Vb met een persoon die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l Vw, dan wel Nederlander is, kan het duurzame, zelfstandig verworven netto-inkomen van die persoon worden meegeteld bij de berekening van de bestaansmiddelen. - -In deze gevallen zijn de middelen van bestaan voldoende, indien het gezamenlijke netto-inkomen gelijk is aan de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, Wwb voor de categorie echtparen en gezinnen. +In deze gevallen zijn de middelen van bestaan voldoende, indien het gezamenlijke inkomen ten minste gelijk is aan het normbedrag als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, Vb. Daarbij geldt als aanvullende voorwaarde dat, tenzij de bovenbedoelde partner, geregistreerde partner of huwelijkspartner biologisch of juridisch ouder van de vreemdeling is, deze een garantstelling moet hebben ondertekend. -Opgemerkt zij nog, dat de omstandigheid dat de hoofdpersoon in gezinsband leeft met een (geregistreerde of huwelijks-)partner, niet afdoet aan de omstandigheid dat de hoofdpersoon mogelijk aanspraak kan maken op de vrijstellingen bedoeld in artikel 3.22, tweede lid, aanhef en onder a en b, Vb, zoals dat luidde tot 1 november 2004. +Opgemerkt zij nog, dat de omstandigheid dat de hoofdpersoon in gezinsverband leeft met een (geregistreerde of huwelijks-)partner, niet afdoet aan de omstandigheid dat de hoofdpersoon mogelijk aanspraak kan maken op de vrijstellingen bedoeld in artikel 3.22, tweede lid, Vb, dan wel de onder c vermelde vrijstelling. -##### 5.10.2. Middelen: overgangsrecht ex - -Ingevolge artikel 116 Vw blijven de inkomenseisen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder c, en artikel 18, eerste lid, onder d, Vw gedurende drie jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van de Vw buiten toepassing op Nederlanders en vreemdelingen die op 1 april 2001 waren toegelaten. In plaats daarvan blijft het recht zoals het gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Vw van toepassing. - -Dit heeft gevolgen voor het toepasselijke middelenvereiste, indien verblijf in Nederland wordt beoogd voor gezinshereniging of gezinsvorming bij een: - -– Nederlander (ongeacht of deze reeds op 1 april 2001 Nederlander was of voor 1 april 2004 Nederlander is geworden); -– vreemdeling, die op 1 april 2001 op grond van de Vw (oud) was toegelaten (dat wil zeggen: toegelaten als vluchteling, houder van een vergunning tot vestiging, houder van een vergunning tot verblijf, een vergunning tot verblijf als asielgerechtigde of een voorwaardelijke vergunning tot verblijf); -– vreemdeling, aan wie bij beschikking van op of na 1 april 2004 op grond van de Vw in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning regulier of asiel, waarvan de ingangsdatum ligt vóór 1 april 2004. - -Op hen blijft tot 1 april 2004 het recht van toepassing dat gold vóór 1 april 2001, voorzover dat gunstiger is dan het recht dat gold op 1  april 2001. - -Artikel 116 Vw was van toepassing op alle drie eisen (zelfstandigheid, duurzaamheid en hoogte) waaraan de inkomsten van de hoofdpersoon moesten voldoen, alsook op eventuele vrijstellingen. Dit betekent dat in zaken die vallen onder de overgangsrechtelijke bepaling van artikel 116 Vw bij de toets aan het middelenvereiste het recht, zoals dat was neergelegd in de Vc (oud), op alle onderdelen onverkort moet worden toegepast. - -Aangezien de invulling van het middelenvereiste in het oude recht geheel was neergelegd in beleidsregels (en niet, zoals thans het geval is, goeddeels in algemeen verbindende voorschriften), is in de betreffende categorie zaken de inherente afwijkingsbevoegdheid onverkort van toepassing op alle onderdelen van het middelenvereiste. Overigens werd ook onder het oude recht aan het middelenvereiste strak de hand gehouden. - -Als het gaat om (voor-)kinderen die verblijf beogen bij hun juridische of biologische ouder, die op zijn beurt verblijf beoogt bij een derde (die dan de hoofdpersoon van de ouder is), dan geldt het volgende. In die gevallen wordt de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning niet afgewezen omdat niet wordt beschikt over duurzame, zelfstandig verworven voldoende middelen van bestaan indien door de degene bij wie de juridische of biologische ouder verblijf beoogt, duurzaam wordt beschikt over zelfstandig verworven middelen van bestaan, waarbij de inkomsten ten minste even hoog moeten zijn als het normbedrag waarover degene bij wie de biologische of juridische ouder verblijf beoogt, dient te beschikken. +Als het gaat om (voor-)kinderen die verblijf beogen bij hun juridische of biologische ouder, die op zijn beurt verblijf beoogt bij een derde (die dan de hoofdpersoon van de ouder is), dan geldt het volgende. In die gevallen wordt de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning niet afgewezen omdat niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan wordt beschikt, indien door degene bij wie de juridische of biologische ouder verblijf beoogt, duurzaam en zelfstandig wordt beschikt over voldoende middelen van bestaan óf indien deze persoon is vrijgesteld van het middelenvereiste op grond van één van de hierboven genoemde vrijstellingsgronden. Vorenstaande geldt ook indien de hoofdpersoon (dus de biologische of juridische ouder) inmiddels rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in de Vw, dan wel Nederlander is. -In A4/4.2.1 (oud) stond opgenomen dat middelen van bestaan als duurzaam worden aangemerkt indien deze voor de periode van één jaar beschikbaar zijn. - -Ten aanzien van de vraag onder welke omstandigheden werd aangenomen dat middelen van bestaan voor de periode van één jaar beschikbaar zouden zijn, bestond een bestendige gedragslijn, waarbij een vergelijking gemaakt werd over de inkomenspositie in de periode voorafgaand aan de indiening van de aanvraag. Op deze wijze kon inzicht worden verkregen in de ontwikkeling van de inkomenspositie, een inzicht dat noodzakelijk was voor de bepaling van de mate van duurzaamheid van de inkomsten. - -In A4/4.2.1 (oud) werd niet vermeld over welke periode voorafgaand aan de indiening van de aanvraag vorenbedoelde vergelijking werd gemaakt. Met het oog op de eenheid van uitvoering wordt zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de termijn van anderhalf jaar die in het huidige beleid geldt. Hierbij geldt echter nadrukkelijk dat – waar artikel 3.20 VV geen mogelijkheid biedt om op grond van artikel 4:84 Awb af te wijken – onder vigeur van het recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Vw wel gebruik kan worden gemaakt van de bevoegdheid om op die grond af te wijken van het beleid. - -De aanvraag wordt niet afgewezen op de enkele grond dat de hoofdpersoon niet beschikt over voldoende zelfstandige middelen van bestaan, indien deze op de datum waarop de aanvraag is ontvangen 18 jaar of ouder, maar jonger dan 23 jaar is en - -– een zelfstandig inkomen uit arbeid verwerft van ten minste 32 uur per week, ongeacht de hoogte van dat inkomen; of -– ten minste 70% van het netto-normbedrag voor echtparen/gezinnen in de zin van de Wwb verdient. - -Deze middelen van bestaan worden, conform de hoofdregel, als duurzaam beschouwd indien deze voor een periode van nog ten minste één jaar beschikbaar zijn. Het netto-normbedrag voor echtparen/gezinnen in de zin van de Wwb wordt vastgesteld aan de hand van de huidige normen. - -De hierboven genoemde voorwaarden gelden ook voor hoofdpersonen die als zelfstandig ondernemer werkzaam zijn. Ten aanzien van deze hoofdpersonen gold voor de inwerkingtreding van de Vw een bestendige uitvoeringspraktijk, die inhield dat aan de hand van inkomensbescheiden met betrekking tot de periode voorafgaand aan de indiening van de aanvraag, werd beoordeeld of aannemelijk was dat gedurende ten minste 32 uur per week arbeid als zelfstandige wordt verricht. Daartoe worden inkomensbescheiden overgelegd ten aanzien van de anderhalf jaar voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag wordt ingediend (zie B1/4.3). - -De aanvraag wordt niet afgewezen op de enkele grond dat de hoofdpersoon niet beschikt over voldoende zelfstandige middelen van bestaan, indien deze op de datum waarop de aanvraag is ontvangen 23 jaar of ouder is en: - -– een zelfstandig inkomen verwerft uit een dienstverband ter hoogte van ten minste 70% van het netto-normbedrag voor echtparen/gezinnen in de zin van de Wwb; of -– een uitkering krachtens de WW (conform het 4-uit-5-criterium van artikel 17 WW) ontvangt ter hoogte van ten minste 70% van het netto-normbedrag voor echtparen/gezinnen in de zin van de Wwb. - -Deze middelen van bestaan worden, conform de hoofdregel, als duurzaam beschouwd indien deze voor een periode van nog ten minste één jaar beschikbaar zijn. - -Het netto-normbedrag voor echtparen/gezinnen in de zin van de Wwb, wordt vastgesteld aan de hand van de huidige normen. - -De hierboven genoemde voorwaarden gelden ook voor diegenen die als zelfstandig ondernemer werkzaam zijn. - -Voor langdurig werklozen die een uitkering genieten krachtens de Wwb kan gezinshereniging of -vorming toch mogelijk zijn indien kan worden vastgesteld dat een langdurig werkloze, ondanks serieuze inspanningen, geen uitzicht heeft op werk om daarmee zelfstandig in zijn levensonderhoud te voorzien, terwijl hij in het verleden wel langdurig heeft deelgenomen aan het arbeidsproces. Voor langdurig werklozen wordt dit onder andere getoetst aan: - -– de duur van het verblijf in Nederland; -– de duur van de werkloosheid (minimaal drie jaar); -– de duur en de aard van de werkzaamheden in het verleden; -– serieuze inspanningen om zelfstandig in het levensonderhoud te voorzien; -– uitzichten op een werkkring; -– leeftijd; -– medische aspecten. - #### 5.11. Kinderen geboren uit rechtmatig verblijvende ouders Artikel 3.23 Vb bevat een bijzondere regeling voor kinderen die in Nederland dan wel tijdens kort verblijf buiten Nederland zijn geboren uit niet-Nederlandse ouders van wie ten minste één houder is van een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd dan wel een vreemdeling is die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80. Een onderscheid wordt gemaakt naar de plaats waar het kind wordt geboren. @@ -4259,12 +3954,12 @@ Artikel 3.23 Vb bevat een bijzondere regeling voor kinderen die in Nederland dan De verblijfsvergunning wordt verleend aan het in Nederland geboren kind, indien: -– dat kind het hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst (zie B1/5.3.2); -– dat kind feitelijk is blijven behoren tot het in Nederland gevestigde gezin van de ouder (zie B2/5.4); -– die ouder rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw. Niet vereist is dat de ouder sedert de geboorte van het kind aaneengesloten rechtmatig verblijf heeft gehad; -– die ouder sedert de geboorte van de vreemdeling het hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst (zie B1/5.3.2); -– het kind beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, of heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld (zie B1/4.2), waarbij kan worden volstaan met bijschrijving in het paspoort van de ouder; en -– het kind geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie B1/4.4). +• dat kind het hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst (zie B1/5.3.2); +• dat kind feitelijk is blijven behoren tot het in Nederland gevestigde gezin van de ouder (zie B2/5.4); +• die ouder rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw. Niet vereist is dat de ouder sedert de geboorte van het kind aaneengesloten rechtmatig verblijf heeft gehad; +• die ouder sedert de geboorte van de vreemdeling het hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst (zie B1/5.3.2); +• het kind beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, of heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld (zie B1/4.2), waarbij kan worden volstaan met bijschrijving in het paspoort van de ouder; en +• het kind geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie B1/4.4). De aanvraag wordt niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldig mvv of het ontbreken van voldoende middelen van bestaan. De aanvraag wordt evenmin afgewezen wegens het niet bereid zijn een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken. @@ -4274,7 +3969,7 @@ Voor in Nederland geboren kinderen uit een ouder die op dat moment een asielproc De verblijfsvergunning wordt op aanvraag verleend aan het tijdens een kort verblijf van de ouder(s) buiten Nederland geboren kind, indien: -a. de aanvraag is ontvangen voordat het kind de leeftijd van negen maanden heeft bereikt; +a. de aanvraag is ontvangen voordat het kind de leeftijd van zes maanden heeft bereikt; b. het kind feitelijk is blijven behoren tot het gezin van beide ouder(s) (zie B2/5.4); c. beide ouders sedert de geboorte van de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw hebben; d. de ouders het hoofdverblijf niet buiten Nederland hebben verplaatst (zie B1/5.3.2); @@ -4287,12 +3982,18 @@ Indien de vader van het kind onbekend is, wordt de verblijfsvergunning indien aa De familierechtelijke relatie van het buiten Nederland geboren kind tot de ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd, wordt met officiële gelegaliseerde bescheiden aangetoond, tenzij een van de uitzonderingen genoemd in B2/8 van toepassing is. Dat is ook het geval indien de vreemdeling zich erop beroept dat aan alle voorwaarden van artikel 3.23 Vb wordt voldaan. -Kort verblijf wil zeggen een verblijf waardoor het hoofdverblijf niet buiten Nederland wordt verplaatst, bijvoorbeeld vakantie. Om de hiergenoemde groep te onderscheiden van de overige gevallen waarin het verblijf van een minderjarig kind in het kader van gezinshereniging in Nederland wordt beoogd en waarin de algemene voorwaarden voor verblijf in het kader van gezinshereniging van toepassing zijn, is een termijnstelling noodzakelijk. Aangezien het tweede en derde lid van artikel 3.23 Vb uitsluitend zien op kinderen die tijdens kort verblijf van de moeder (al dan niet met de vader) buiten Nederland worden geboren, is aan de desbetreffende regeling een termijn gesteld van negen maanden, te rekenen vanaf de geboorte van de vreemdeling. Die termijn sluit aan bij de termijn van verblijf buiten Nederland waarna onder omstandigheden verplaatsing van het hoofdverblijf kan worden aangenomen. Indien de aanvraag later dan negen maanden na de geboorte van de vreemdeling is ontvangen, gelden de gebruikelijke voorwaarden voor gezinshereniging. In een dergelijk geval ligt het bovendien in de rede dat bij de beoordeling daarvan wordt onderzocht of de ouder het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. +Kort verblijf wil zeggen een verblijf waardoor het hoofdverblijf niet buiten Nederland wordt verplaatst, bijvoorbeeld vakantie. Om de hiergenoemde groep te onderscheiden van de overige gevallen waarin het verblijf van een minderjarig kind in het kader van gezinshereniging in Nederland wordt beoogd en waarin de algemene voorwaarden voor verblijf in het kader van gezinshereniging van toepassing zijn, is een termijnstelling noodzakelijk. Aangezien het tweede en derde lid van artikel 3.23 Vb uitsluitend zien op kinderen die tijdens kort verblijf van de moeder (al dan niet met de vader) buiten Nederland worden geboren, is aan de desbetreffende regeling een termijn gesteld van zes maanden, te rekenen vanaf de geboorte van de vreemdeling. Die termijn sluit aan bij de termijn van verblijf buiten Nederland waarna onder omstandigheden verplaatsing van het hoofdverblijf kan worden aangenomen. Indien de aanvraag later dan negen maanden na de geboorte van de vreemdeling is ontvangen, gelden de gebruikelijke voorwaarden voor gezinshereniging. In een dergelijk geval ligt het bovendien in de rede dat bij de beoordeling daarvan wordt onderzocht of de ouder het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. #### 5.12. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s))’. +Afhankelijk van de positie op de arbeidsmarkt van de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, wordt de beperking aangevuld met één van de arbeidsmarktaantekeningen genoemd in B1/2.3.1. + +Vorenstaande arbeidsmarktaantekeningen laten onverlet de bij andere wetten gestelde beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid door minderjarigen. + +Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. + #### 5.13. Onderzoek op grond van de Wobka De verblijfsvergunning kan onder de beperking ‘het afwachten van onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders’, bedoeld in artikel 11 Wobka worden verleend aan de minderjarige vreemdeling die door de aspirant adoptiefouders in een periode waarin: @@ -4318,147 +4019,21 @@ In die gevallen wordt het onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptie Wanneer het buitenlandse kind, na opneming door aspirantadoptiefouders in een periode waarin zij hun gewone verblijfplaats in het buitenland hadden, tezamen met de aspirantadoptiefouders in Nederland is binnengekomen, wordt ambtshalve het onderzoek bedoeld in artikel 5, eerste lid, Wobka ingesteld. -### 6. Verruimde gezinshereniging +### 6. Gezinshereniging bij minderjarige houder verblijfsvergunning asiel #### 6.1. Eerste verblijfsaanvaarding -De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van verruimde gezinshereniging kan op aanvraag worden verleend aan een ander familielid van een in Nederland gevestigde hoofdpersoon. Artikel 3.24 Vb geeft het kader waarbinnen aan deze vreemdeling een verblijfsvergunning kan worden verleend. Dit artikel bevat algemeen verbindende voorschriften. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.24 Vb, wordt de verblijfsvergunning niet verleend. - -#### 6.2. Familielid - -Onder de reikwijdte van B2/6 vallen de andere familieleden dan de echtgenoot of echtgenote, de al dan niet geregistreerde partner, of het minderjarige kind, bijvoorbeeld een meerderjarig kind of een grootouder. - -#### 6.3. Feitelijke gezinsband - -De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien het familielid niet feitelijk behoort of niet reeds in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de in Nederland gevestigde hoofdpersoon. ‘Feitelijk behoren tot het gezin’ houdt in dat: - -– de gezinsband reeds in het buitenland heeft bestaan; -– er sprake is van een morele en financiële afhankelijkheid van degene bij wie verblijf wordt beoogd, welke afhankelijkheid reeds in het buitenland moet hebben bestaan; en -– de vreemdeling moet gaan samenwonen met degene bij wie verblijf wordt beoogd. - -Het meerderjarige kind behoort niet langer feitelijk tot het gezin, indien de feitelijke gezinsband als verbroken kan worden beschouwd. Dit doet zich in elk geval voor in een of meer van de volgende omstandigheden: - -– duurzame opneming in een ander gezin en degene bij wie verblijf wordt beoogd is niet meer belast met het (feitelijke) gezag over de vreemdeling; -– duurzame opneming in een ander gezin en degene bij wie verblijf wordt beoogd voorziet niet meer in de kosten van opvoeding en verzorging van de vreemdeling; -– de vreemdeling gaat zelfstandig wonen en in eigen onderhoud voorzien; -– de vreemdeling vormt een zelfstandig gezin door het aangaan van een huwelijk of relatie; -– de vreemdeling heeft de zorg of zorgplicht voor een (buitenechtelijk) kind, een pleeg- of adoptiekind of andere afhankelijke gezinsleden. - -De termijn gedurende welke de ouder(s) en het kind van elkaar zijn gescheiden tot de aanvraag om gezinshereniging, wordt de referteperiode genoemd. Deze periode begint op het moment waarop de ouder het kind heeft achtergelaten. De referteperiode eindigt op het moment waarop om afgifte van een mvv voor gezinshereniging wordt verzocht danwel, indien het meerderjarige kind niet mvv-plichtig is, een aanvraag om een verblijfsvergunning voor verruimde gezinshereniging wordt ingediend. - -Van opneming in een ander gezin is sprake, indien de rol van gezinshoofd ten opzichte van de vreemdeling door een ander dan de in Nederland verblijvende hoofdpersoon is overgenomen. Ook opvang in een tehuis of een andere instelling wordt aangemerkt als opname in een ander gezin. Niet relevant is de vraag of de hier te lande wonende ouder reeds een ander gezin heeft gesticht. - -Met gezag wordt in beginsel bedoeld: de feitelijke invulling van het gezag. Dit houdt in dat beoordeeld moet worden in hoeverre de ouder betrokken is (geweest) bij de belangrijkste beslissingen inzake de opvoeding en/of verzorging van het meerderjarige kind. Voorbeelden van dergelijke beslissingen zijn die ten aanzien van de schoolkeuze, huisvesting en sociale ontwikkeling van het meerderjarige kind. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat sprake is van gezag als hier bedoeld. Indien sprake is van juridisch gezag over de vreemdeling, komt hieraan in zoverre betekenis toe, dat dit reden temeer is om aan te nemen dat sprake is van feitelijk gezag. - -Uitgangspunt is dat de ouder wezenlijk en aantoonbaar moet voorzien in de kosten van opvoeding en verzorging van de vreemdeling. - -Wanneer een kind buiten Nederland verblijft, zal de SVB pas overgaan tot uitkering van kinderbijslag, indien de ouder heeft aangetoond dat hij het kind financieel in belangrijke mate heeft onderhouden. Hoewel in beginsel geen kinderbijslag kan worden ontvangen voor meerderjarige kinderen, is er toch aanleiding om bij de Algemene Kinderbijslagwet aan te sluiten, nu het erom gaat dat de ouder aantoont dat hij in wezenlijke mate heeft voorzien in de kosten van opvoeding en verzorging van het kind. Voor het beoordelen van de vraag of de ouder ‘wezenlijk’ heeft bijgedragen in de kosten van levensonderhoud van het meerderjarige kind, wordt aangesloten bij de Algemene Kinderbijslagwet-norm voor 17-jarigen. - -Indien een feitelijke gezinsband eenmaal verbroken is geoordeeld, wordt herstel van deze band niet aangenomen. - -De overige familieleden behoren niet langer tot het gezin indien de feitelijke gezinsband als verbroken kan worden beschouwd. Dit doet zich in elk geval voor in één of meer van de volgende omstandigheden: - -– de vreemdeling gaat zelfstandig wonen en in eigen onderhoud voorzien; -– de vreemdeling vormt een zelfstandig gezin door het aangaan van een huwelijk of relatie; -– de vreemdeling heeft de zorg of zorgplicht voor een (buitenechtelijk) kind, een pleeg- of adoptiekind of andere afhankelijke gezinsleden. - -#### 6.4. Gelegaliseerde akten - -De familierechtelijke relatie tot de hoofdpersoon wordt aangetoond met officiële gelegaliseerde bescheiden, tenzij een van de uitzonderingen genoemd in B2/8 van toepassing is. - -De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien de familierechtelijke relatie niet is aangetoond. - -#### 6.5. Achterlating een onevenredige hardheid - -De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien de achterlating van het gezinslid in het land van herkomst geen onevenredige hardheid betekent (zie artikel 3.24, onder b, Vb). Het betreft hier gevallen waarin door bijzondere omstandigheden de algemene belangen die zijn gediend met een restrictief toelatingsbeleid, niet opwegen tegen de belangen van de vreemdeling bij verblijf in Nederland bij de hier gevestigde familieleden. In het algemeen kan die onevenredigheid slechts aanwezig zijn, indien sprake is van een of meer zeer bijzondere individuele omstandigheden, die bovendien tot gevolg hebben dat de achterlating van de vreemdeling in het land van herkomst een schrijnende situatie zou opleveren. - -#### 6.6. Verblijfsstatus van de hoofdpersoon - -De verblijfsvergunning wordt verleend, indien de hoofdpersoon in Nederland verblijft als: - -– Nederlander; -– gemeenschapsonderdaan; -– Turks onderdaan die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80; of -– houder van een verblijfsvergunning (asiel of regulier, voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd), tenzij de hoofdpersoon houder is van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd: - -• onder een beperking verband houdend met uitwisseling, studie, verblijf als au pair, of met verblijf als amv; -• die met toepassing van artikel 3.4, derde lid, Vb is verleend en de houder een verblijfsrecht geeft van tijdelijke aard in de zin van artikel 3.5 Vb. Het gaat hierbij om tijdelijke regelingen op grond waarvan de hoofdpersoon gedurende slechts een korte tijd in Nederland mag verblijven. - -#### 6.7. Polygamie - -Zolang de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een partnerschap is verbonden, wordt de verblijfsvergunning slechts verleend aan één echtgenoot, geregistreerde partner of partner tegelijkertijd, alsmede aan de uit die vreemdeling geboren kinderen. Ook indien de in Nederland verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgenote alsmede eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Indien de polygame situatie is beëindigd, bijvoorbeeld door overlijden of door een echtscheiding die naar Nederlands internationaal privaatrecht erkend is, staat de vroegere polygame situatie niet aan verlening van de verblijfsvergunning in de weg. - -#### 6.8. Samenwoning - -De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien de vreemdeling en de hoofdpersoon niet (gaan) samenwonen. - -#### 6.9. Openbare orde beleid - -Op grond van artikel 3.20 Vb wordt de verblijfsvergunning verleend indien de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. B1/4.4 en verder zijn van toepassing. - Op grond van artikel 3.103 Vb wordt de aanvraag, indien deze is ontvangen vóór 1 november 2004, getoetst aan het recht, zoals dat luidde vóór die datum van belang voor de beoordeling van verblijfsaanvragen. - Het recht dat gold voor 1 november 2004 luidde als volgt: - De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. In afwijking hiervan wordt de aanvraag, ingediend door een vreemdeling die in het kader van verruimde gezinshereniging in aanmerking komt voor verblijf bij een Nederlander, van een houder van de verblijfsvergunning (asiel of regulier) voor onbepaalde tijd, of van een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, slechts afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien die vreemdeling: - - - a. - bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis wegens een misdrijf, waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, is veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf, of hem een langdurige vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd; - - - b. - bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis wegens een misdrijf, waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, is veroordeeld tot een taakstraf en de rechter een langdurige vervangende hechtenis heeft vastgesteld voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht; of - - - c. - bij herhaling wegens een misdrijf is veroordeeld tot een gevangenisstraf of een taakstraf, of aan hem een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd. - - - - - Onder langdurig wordt hier verstaan een periode van zes maanden of langer. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 - -#### 6.10. Middelen - -De verblijfsvergunning wordt in beginsel niet verleend indien de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig beschikt over een inkomen dat ten minste gelijk is aan het toepasselijke bedrag als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, Vb of artikel 3.19, tweede lid, VV. Deze inkomensnorm geldt als een referentiebedrag en niet als minimuminkomen waaronder geen gezinshereniging wordt toegestaan zonder enige concrete beoordeling van de situatie van de aanvrager. - -Voor de toepassing van deze vrijstellingsgrond wordt aangesloten bij B2/2.10 onder ad b. - -Voor de toepassing van deze vrijstellingsgrond wordt aangesloten bij B2/2.10 onder ad c. - -Ter zake van het meetellen van het gezinsinkomen bij (voor)kinderen en vrijstelling verblijfgever bij hoofdpersoon wordt aangesloten bij B2/5.10. - -##### 6.10.1. Middelen: overgangsrecht per 1 november 2004 - -Voor aanvragen, ontvangen op of na 1 april 2004, maar vóór 1 november 2004, is B2/5.10.1 van overeenkomstige toepassing. - -##### 6.10.2. Middelen: overgangsrecht ex - -Ingevolge artikel 116 Vw blijven de inkomenseisen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder c, en artikel 18, eerste lid, onder d, Vw gedurende drie jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van de Vw buiten toepassing op Nederlanders en vreemdelingen die op 1 april 2001 waren toegelaten. - -Op aanvragen, ontvangen vóór 1 april 2004, is – mede gelet op artikel 3.103 Vb – het recht van toepassing dat gold vóór 1 april 2001, voor zover dat gunstiger was dan het recht dat ingaande die datum gold; zie B2/5.10.2. - -#### 6.11. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift - -De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verruimde gezinshereniging bij ouder(s) (naam ouder(s))’ dan wel ‘verruimde gezinshereniging bij (naam gezinslid)’. - -#### 6.12. Gezinshereniging bij minderjarige houder asielvergunning - -##### 6.12.1. Eerste verblijfsaanvaarding - -In artikel 3.24a Vb is een aanspraak gegeven op de verlening van een verblijfsvergunning in het kader van verruimde gezinshereniging aan bloedverwanten in rechtstreeks opgaande lijn van de alleenstaande minderjarige houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. - -Dit artikel bevat algemeen verbindende voorschriften. Indien wordt aangetoond dat aan al de daar vermelde voorwaarden is voldaan, moet de verblijfsvergunning worden verleend. Daarbij is van belang dat in deze paragraaf ook regels worden gegeven over de toepassing van enkele voorwaarden. Het betreft beleidsregels over de vaststelling van feiten. +In artikel 3.24a Vb is een aanspraak gegeven op de verlening van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging aan de bloedverwant van de eerste graad in rechtstreekse opgaande lijn van de alleenstaande minderjarige houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit artikel bevat algemeen verbindende voorschriften. Indien wordt aangetoond dat aan al de daar vermelde voorwaarden is voldaan, moet de verblijfsvergunning worden verleend. Daarbij is van belang dat in deze paragraaf ook regels worden gegeven over de toepassing van enkele voorwaarden. Het betreft beleidsregels over de vaststelling van feiten. Indien niet onverkort wordt voldaan aan alle voorwaarden van dit artikel, bestaat geen aanspraak op verlening van de verblijfsvergunning, maar kan de vergunning toch worden verleend, indien is voldaan aan de voorwaarden van deze paragraaf. Deze voorwaarden hebben het karakter van beleidsregels. -##### 6.12.2. Bloedverwantschap en gezinsband +#### 6.2. Bloedverwantschap en gezinsband Uitgangspunt is in dit kader dat met de bloedverwantschap als regel ook de gezinsband is gegeven. -De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de vreemdeling geen bloedverwant is in de rechtstreeks opgaande lijn van de hoofdpersoon. +De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de vreemdeling geen bloedverwant is van de eerste graad in rechtstreekse opgaande lijn van de hoofdpersoon. -Onder bloedverwant in de rechtstreeks opgaande lijn wordt verstaan: ouder, grootouder, overgrootouder. +De bloedverwant van de eerste graad in rechtstreekse opgaande lijn is de ouder (vader of moeder) van de hoofdpersoon. De bloedverwantschap c.q. de gezinsband tussen de vreemdeling en de hoofdpersoon wordt met officiële bewijsstukken aangetoond, waarop in beginsel B2/8 van toepassing is, maar andere bewijsstukken worden ook in aanmerking genomen. @@ -4466,7 +4041,7 @@ De afwijzing van de aanvraag wordt echter niet louter gebaseerd op het ontbreken Indien er andere gronden zijn om de vergunning niet te verlenen, wordt het eventueel ontbreken van bewijsstukken met betrekking tot de bloedverwantschap of gezinsband wel tegengeworpen. -##### 6.12.3. Verblijfsstatus van de hoofdpersoon +#### 6.3. Verblijfsstatus van de hoofdpersoon Uitgangspunt is in dit kader dat het daarbij niet van belang is of de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, b, c dan wel d, Vw. @@ -4478,13 +4053,13 @@ De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien de hoofdpersoon niet als mind Dat betekent dat de aanvraag wordt afgewezen als de alleenstaande minderjarige houder is van een verblijfsvergunning regulier, bijvoorbeeld onder een beperking verband houdende met verblijf als Amv. -##### 6.12.4. Leeftijd van de hoofdpersoon +#### 6.4. Leeftijd van de hoofdpersoon De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.24a, eerste lid, aanhef, Vb verleend indien de hoofdpersoon nog niet de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt. De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de hoofdpersoon op de datum van ontvangst van de aanvraag inmiddels de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt, tenzij de hoofdpersoon wegens de ontwikkeling van zijn geestelijke vermogens door de Nederlandse rechter onder curatele is gesteld of er een bewindvoerder is aangesteld dan wel er een mentorschap is ingesteld, bedoeld in respectievelijk de artikelen 378, 431 en 450 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek. -##### 6.12.5. Alleenstaand +#### 6.5. Alleenstaand De hoofdpersoon wordt als alleenstaand aangemerkt indien deze zonder begeleiding van een krachtens de wet of gewoonterecht verantwoordelijke volwassene in Nederland is aangekomen. @@ -4492,33 +4067,29 @@ De hoofdpersoon wordt eveneens als alleenstaand aangemerkt indien deze zonder be NB. onder alleenstaand wordt hier aldus wat anders verstaan dan in artikel 3.4, eerste lid, onder x, 3.5, tweede lid, onder q, 3.6, onder b, en 3.56 Vb, alsmede C2/7 1.3. -De aanvraag wordt niet afgewezen op grond dat de vreemdeling niet alleenstaand is, indien door de Nederlandse rechter een reeds in Nederland gevestigde persoon (niet zijnde bloedverwant in de rechtstreeks opgaande lijn) of instelling als voogd is benoemd. +De aanvraag wordt niet afgewezen op grond dat de vreemdeling niet alleenstaand is, indien door de Nederlandse rechter een reeds in Nederland gevestigde persoon (niet zijnde bloedverwant van de eerste graad in rechtstreekse opgaande lijn) of instelling als voogd is benoemd. -##### 6.12.6. Mvv +#### 6.6. Mvv De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.24a, eerste lid, onder a, Vb verleend indien de vreemdeling beschikt over een geldige mvv die overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd, of is vrijgesteld op grond van artikel 17, eerste lid, Vw of artikel 3.71, tweede lid, Vb. B1/4.1 is van toepassing. -##### 6.12.7. Document voor grensoverschrijding +#### 6.7. Document voor grensoverschrijding -De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.24a, eerste lid, onder b, Vb verleend indien de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, of naar het oordeel van de Minister heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is niet of niet meer in het bezit kan worden gesteld van een zodanig document. +De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.24a, eerste lid, onder b, Vb verleend indien de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, of naar het oordeel van de Minister heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is niet of niet meer in het bezit kan worden gesteld van een zodanig document. B1/4.2 is van toepassing. -B1/4.2 is van toepassing. +#### 6.8. TBC-onderzoek -##### 6.12.8. TBC-onderzoek +De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.24a, eerste lid, onder c, Vb verleend indien de vreemdeling bereid is een onderzoek naar, of behandeling van TBC te ondergaan en daaraan mee te werken, of de nationaliteit bezit van een van de bij ministeriële regeling aan te wijzen landen. B1/4.5 is van toepassing. -De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.24a, eerste lid, onder c, Vb verleend indien de vreemdeling bereid is een onderzoek naar, of behandeling van TBC te ondergaan en daaraan mee te werken, of de nationaliteit bezit van een van de bij ministeriële regeling aan te wijzen landen. - -B1/4.5 is van toepassing. - -##### 6.12.9. Openbare orde +#### 6.9. Openbare orde De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.24a, eerste lid, onder d, Vb verleend indien de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid, als bedoeld in de artikelen 3.77 en 3.78 Vb. B1/4.4 is van toepassing. -##### 6.12.10. Middelenvereiste +#### 6.10. Middelenvereiste Het middelenvereiste is niet van toepassing indien de aanvraag is ingediend binnen drie maanden nadat aan de alleenstaande minderjarige de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend, dan wel nadat die beslissing is bekend gemaakt. Indien de aanvraag niet is ontvangen binnen drie maanden nadat aan de alleenstaande minderjarige de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend of bekend gemaakt, wordt de verblijfsvergunning ingevolge artikel 3.24a, tweede lid, Vb pas verleend, nadat de minderjarige heeft aangetoond duurzaam en zelfstandig te beschikken over voldoende middelen van bestaan. @@ -4534,29 +4105,9 @@ Bijzondere banden zijn in ieder geval aanwezig indien de vreemdeling de national Dat de hoofdpersoon tot dat land niet wordt toegelaten, wordt aangetoond door middel van documenten van de bevoegde autoriteiten van dat land. -###### 6.12.10.1. Middelen: overgangsrecht per 1 november 2004 +#### 6.11. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift -In artikel 3.22 Vb is neergelegd dat de verblijfsvergunning wordt verleend, indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen als bedoeld in artikel 3.74, onder a, Vb, en een garantstelling heeft ondertekend, voor zover de vreemdeling als partner van die persoon wil verblijven. In het Vb is derhalve geen verplichting neergelegd om de inkomsten van anderen dan de hoofdpersoon mee te tellen bij de berekening van de bestaansmiddelen. - -Echter, als de hoofdpersoon (de biologische of juridische ouder bij wie de vreemdeling verblijf beoogt) een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan wel een relatie onderhoudt in de zin van artikel 3.14, aanhef en onder b, Vb met een persoon die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw, dan wel Nederlander is, kan het duurzame, zelfstandig verworven netto-inkomen van die persoon worden meegeteld bij de berekening van de bestaansmiddelen. - -In deze gevallen zijn de middelen van bestaan voldoende, indien het gezamenlijke netto-inkomen gelijk is aan de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, Wwb voor de categorie echtparen en gezinnen. - -Daarbij geldt als aanvullende voorwaarde dat, tenzij de bovenbedoelde partner, geregistreerde partner of huwelijkspartner biologisch of juridisch ouder van de vreemdeling is, deze een garantstelling moet hebben ondertekend. - -Opgemerkt zij nog, dat de omstandigheid dat de hoofdpersoon in gezinsband leeft met een (geregistreerde of huwelijks-)partner, niet afdoet aan de omstandigheid dat de hoofdpersoon mogelijk aanspraak kan maken op de vrijstellingen bedoeld in artikel 3.22, tweede lid, aanhef en onder a en b, Vb, zoals dat luidde tot 1 november 2004. - -###### 6.12.10.2. Middelen: overgangsrecht ex - -Het middelenvereiste werd in het kader van verlengingsaanvragen niet tegengeworpen aan vreemdelingen die waren toegelaten als echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner van een Nederlander, een houder van een vergunning tot vestiging of een toegelaten vluchteling (B1/1.5 (oud)). Hetzelfde gold voor minderjarige kinderen van een Nederlander, een houder van een vergunning tot vestiging of een toegelaten vluchteling (B1/5.5 (oud)). - -Weliswaar was in de Vc (oud) niet opgenomen dat het middelenvereiste niet werd tegengeworpen aan vreemdelingen die waren toegelaten als partner van een Nederlander, een houder van een vergunning tot vestiging of een toegelaten vluchteling (B1/3.4 (oud)), maar er bestond een bestendige uitvoeringspraktijk waarbij het middelenvereiste niet werd tegengeworpen aan deze vreemdelingen. - -De vrijstelling van het middelenvereiste gold uitdrukkelijk niet voor verruimde gezinshereniging (B1/7.4 (oud)). Ook voor vreemdelingen die in het kader van het ouderenbeleid waren toegelaten gold geen uitzonderingsbeleid (zie B1/9.3 (oud)). - -##### 6.12.11. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift - -De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘verruimde gezinshereniging bij … [naam (minderjarige) houder asielvergunning]’. +De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij [naam (minderjarige) houder verblijfsvergunning asiel]’. De beperking wordt aangevuld met de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. @@ -4564,71 +4115,9 @@ Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van e Aangezien de verblijfsvergunning wordt verleend onder een beperking verband houdend met gezinshereniging bij een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, is het verblijfsrecht tijdelijk van aard, gelet op artikel 3.5, tweede lid, onder a, Vb. -### 7. Vreemdelingen van 65 jaar en ouder +### 7. Gelegaliseerde bescheiden -#### 7.1. Eerste verblijfsaanvaarding - -De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van verruimde gezinshereniging kan op aanvraag worden verleend aan vreemdelingen van 65 jaar of ouder die in Nederland willen verblijven bij hun kind(eren). Artikel 3.25 Vb geeft het kader waarbinnen aan deze vreemdelingen een verblijfsvergunning kan worden verleend. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.25 Vb, wordt de verblijfsvergunning niet verleend. - -In deze paragraaf wordt uiteengezet onder welke voorwaarden de verblijfsvergunning in het kader van verruimde gezinshereniging kan worden verleend aan vreemdelingen van 65 jaar of ouder. Daarnaast zijn de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing. De verblijfsvergunning wordt derhalve niet verleend, indien niet wordt voldaan aan een of meer van die algemene voorwaarden. Verwezen wordt naar B1/4. Op deze algemene voorwaarden bestaan echter uitzonderingen wat betreft het middelenvereiste (zie artikel 3.25, tweede lid, Vb). - -#### 7.2. Leeftijd - -De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien de vreemdeling de vijfenzestigjarige leeftijd nog niet heeft bereikt (zie artikel 3.25, eerste lid, Vb). - -#### 7.3. Alleenstaand - -De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien de vreemdeling in het land van herkomst niet alleenstaand is (zie artikel 3.25, eerste lid, Vb). Een vreemdeling wordt hier als alleenstaand aangemerkt, indien de vreemdeling ongehuwd, gescheiden of weduwe/weduwnaar is, en geen duurzame en exclusieve partnerrelatie onderhoudt, tenzij er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de (huwelijks)relatie is beëindigd met het enkele oogmerk verblijfsrecht te verkrijgen. - -#### 7.4. Kinderen in het land van herkomst - -De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien in het land van herkomst een kind woont dat geacht kan worden in de opvang van de vreemdeling te kunnen voorzien. De vreemdeling die zich er op beroept dat het kind dat nog in het land van herkomst woont, niet kan voorzien in zijn opvang, onderbouwt dat met terzake relevante gegevens en bescheiden. De vreemdeling is daartoe de meest aangewezen partij. - -#### 7.5. Kinderen in Nederland - -De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien niet vrijwel alle kinderen van de vreemdeling in Nederland verblijven (zie artikel 3.25, eerste lid, onder a, Vb). - -Niet vereist is dat de vreemdeling bij deze kinderen gaat inwonen. - -#### 7.6. Verblijfsstatus van de hoofdpersoon - -De verblijfsvergunning wordt verleend, indien de in Nederland verblijvende kinderen in Nederland verblijven als: - -a. Nederlander; -b. houder van een verblijfsvergunning (asiel of regulier) voor onbepaalde tijd; of -c. houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. - -#### 7.7. Gelegaliseerde akten - -Tenzij een van de uitzonderingen genoemd in B2/8 van toepassing is, wordt met officiële gelegaliseerde bescheiden in ieder geval aangetoond: - -a. dat de vreemdeling alleenstaand is; in dat verband kan worden gedacht aan een overlijdensakte van de echtgeno(o)t(e) of de echtscheidingsakte; -b. het aantal kinderen van de vreemdeling; in dat verband kan worden gedacht aan een uittreksel uit het geboorteregister; en -c. de familierechtelijke relatie tot de in Nederland gevestigde kinderen. - -#### 7.8. Afwijking van het middelenvereiste - -De verblijfsvergunning wordt in beginsel niet verleend, indien de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig beschikt over een inkomen dat ten minste gelijk is aan het toepasselijke normbedrag als bedoeld in artikel 3.19, derde lid, VV (zie B1/4.3). - -De in Nederland woonachtige kinderen moeten gezamenlijk duurzaam en zelfstandig beschikken over voldoende middelen om in hun eigen levensonderhoud en dat van de vreemdeling te kunnen voorzien. Dit betekent dat als de vreemdeling één kind heeft, dit kind moet beschikken over het toepasselijke normbedrag als bedoeld in artikel 3.19, derde lid, VV. Indien er drie kinderen zijn, moet gezamenlijk worden beschikt over een inkomen dat gelijk is aan het toepasselijke normbedrag als bedoeld in artikel 3.19, derde lid, VV . Het gedeelte van het inkomen dat per gezin meer wordt verdiend dan de toepasselijke norm mag bij elkaar worden opgeteld (zie artikel 3.25 Vb). Deze inkomensnorm geldt als een referentiebedrag en niet als minimuminkomen waaronder geen gezinshereniging wordt toegestaan zonder enige concrete beoordeling van de situatie van de aanvrager. - -Voor de toepassing van deze vrijstellingsgrond wordt aangesloten bij B2/2.10 onder ad b. - -Voor de toepassing van deze vrijstellingsgrond wordt aangesloten bij B2/2.10 onder ad c. - -Wanneer de vreemdeling verblijf heeft bij meerdere kinderen en één van de kinderen is vrijgesteld wegens het ontbreken van middelen van bestaan op grond van één van de hierboven genoemde omstandigheden, kan geen vrijstelling van het middelenvereiste plaatsvinden. De overige kinderen die niet vrijgesteld zijn moeten aantonen dat zij gezamenlijk duurzaam en zelfstandig beschikken over een inkomen gelijk het toepasselijke normbedrag als bedoeld in artikel 3.19, derde lid, VV . - -#### 7.9. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift - -De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij kind …… (naam van het kind dat voorziet in het levensonderhoud of van een van de kinderen die gezamenlijk in het levensonderhoud voorzien)’. - -De beperking wordt aangevuld met de tekst: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. - -Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. - -### 8. Gelegaliseerde bescheiden - -#### 8.1. Inleiding +#### 7.1. Inleiding Officiële en gelegaliseerde bescheiden waarborgen dat de vreemdeling die op grond van een bepaalde staat een verblijfsvergunning voor Nederland krijgt, ook daadwerkelijk die staat bezit. Het gaat hierbij om ondermeer geboorteakten, huwelijksakten, akten waarmee de ongehuwde staat wordt aangetoond, bewijzen van echtscheiding en bescheiden omtrent gezagsvoorzieningen. @@ -4636,7 +4125,7 @@ Daarnaast waarborgen officiële en gelegaliseerde bescheiden dat de gegevens die De vreemdeling dient zich hiervoor hetzij persoonlijk, hetzij via familieleden of kennissen, te wenden tot de daartoe bevoegde autoriteiten van het land van herkomst. In de meeste gevallen zal dit het ministerie van BuZa van dat land zijn. Vervolgens dient het stuk te worden gelegaliseerd door de voor dat land bevoegde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging. -#### 8.2. Hoofdregel +#### 7.2. Hoofdregel Als beleidsregel geldt dat de staat van personen wordt aangetoond aan de hand van officiële gelegaliseerde bescheiden. Indien niet-gelegaliseerde documenten worden overgelegd, dienen deze alsnog te worden gelegaliseerd. De vreemdeling draagt zorg voor legalisatie van buitenlandse stukken betreffende de staat van personen. Dat is ook het geval indien de vreemdeling zich er op beroept aanspraak te ontlenen aan artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb of artikel 3.23 Vb. Het gaat daarbij om een beleidsregel omtrent de vaststelling van feiten. @@ -4644,66 +4133,34 @@ Legalisatie kan slechts strekken tot de bevestiging door de eigen autoriteiten e Indien er gerede aanwijzingen bestaan dat het gelegaliseerde document inhoudelijk onjuist is, beslist de IND aan de hand van de ter beschikking staande gegevens of het document wordt doorgeleid naar het ministerie BuZa met het verzoek om een verificatieonderzoek. De termijn van het nemen van een beslissing wordt met een termijn van maximaal zes maanden opgeschort. -Op de hoofdregel dat buitenlandse bescheiden met betrekking tot de staat van personen moeten worden gelegaliseerd alvorens zij kunnen dienen als basis voor besluitvorming, bestaan de nodige uitzonderingen. +Op de hoofdregel dat buitenlandse bescheiden met betrekking tot de staat van personen moeten worden gelegaliseerd alvorens zij kunnen dienen als basis voor besluitvorming, bestaan de nodige uitzonderingen. Deze uitzonderingen zijn gebaseerd op de circulaire van de mede namens de Minister, de Minister van BuZa en de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, inzake ‘de Legalisatie en verificatie van buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen’ van 12 januari 2000, laatstelijk gewijzigd op 15 mei 2006. -Deze uitzonderingen zijn gebaseerd op de circulaire van de mede namens de Minister, de Minister van BuZa en de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, inzake ‘de Legalisatie en verificatie van buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen’ van 12 januari 2000, laatstelijk gewijzigd op 15 mei 2006. - -#### 8.3. Vrijgestelde bescheiden +#### 7.3. Vrijgestelde bescheiden Van het vereiste van legalisatie zijn vrijgesteld: -– stukken die vallen onder een verdrag dat voorziet in vrijstelling of afschaffing van legalisatie en die afkomstig zijn uit een land dat partij is bij het betreffende verdrag (zie de bijlage bij de circulaire van 12 januari 2000, laatstelijk gewijzigd op 15 mei 2006 (kenmerk 5001966/99/6); -– afschriften en uittreksels van akten van de burgerlijke stand, opgemaakt en afgegeven in Indonesië, Nieuw Guinea of Suriname, voordat deze landen op 27 december 1949, 1 oktober 1962 onderscheidenlijk 25 november 1975 de onafhankelijkheid verkregen; en -– uit het buitenland afkomstige stukken, overgelegd door een in Nederland woonachtig persoon die met betrekking tot hetzelfde rechtsfeit reeds eerder een gelegaliseerd stuk heeft overgelegd dat de basis heeft gevormd voor het opmaken van een akte van de burgerlijke stand in Nederland of voor de opname van gegevens over de betreffende persoon in de gemeentelijke basisadministratie, voorzover het later overgelegde niet-gelegaliseerde stuk inhoudelijk overeenstemt met de op grond van het eerder overgelegde gelegaliseerde stuk in de akte of in de gemeentelijke basisadministratie opgenomen gegevens en het latere stuk overeenstemt met het gelegaliseerde stuk. +• stukken die vallen onder een verdrag dat voorziet in vrijstelling of afschaffing van legalisatie en die afkomstig zijn uit een land dat partij is bij het betreffende verdrag Voor een geactualiseerd overzicht van de legalisatieverdragen, met vermelding van de landen die bij het desbetreffende verdrag zijn aangesloten, een verkort overzicht van de legalisatieverdragen, alsmede een landeninformatielijst, wordt verwezen naar de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (www.minbuza.nl); +• afschriften en uittreksels van akten van de burgerlijke stand, opgemaakt en afgegeven in Indonesië, Nieuw Guinea of Suriname, voordat deze landen op 27 december 1949, 1 oktober 1962 onderscheidenlijk 25 november 1975 de onafhankelijkheid verkregen; en +• uit het buitenland afkomstige stukken, overgelegd door een in Nederland woonachtig persoon die met betrekking tot hetzelfde rechtsfeit reeds eerder een gelegaliseerd stuk heeft overgelegd dat de basis heeft gevormd voor het opmaken van een akte van de burgerlijke stand in Nederland of voor de opname van gegevens over de betreffende persoon in de gemeentelijke basisadministratie, voorzover het later overgelegde niet-gelegaliseerde stuk inhoudelijk overeenstemt met de op grond van het eerder overgelegde gelegaliseerde stuk in de akte of in de gemeentelijke basisadministratie opgenomen gegevens en het latere stuk overeenstemt met het gelegaliseerde stuk. -##### 8.3.1. Aanvraag voor het verrichten van arbeid - -#### 8.4. Overige vrijstellingen +#### 7.4. Overige vrijstellingen Van de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige gelegaliseerde documenten kan worden vrijgesteld de persoon die tegen de legalisatie gegronde bedenkingen heeft geuit, voorzover die persoon: - - - a. - rechtmatig verblijf in Nederland heeft als bedoeld in artikel 8, onder c of d, Vw of op het moment van verkrijging van het Nederlanderschap op die grond rechtmatig in Nederland verbleef; - - - b. - een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 Vw, voorzover daarop nog niet onherroepelijk afwijzend is beslist; of - - - c. - rechtmatig verblijf in Nederland heeft als bedoeld in artikel 8, onder a of b, Vw en bij de verlening en verlenging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is vrijgesteld van het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding, of op het moment van verkrijging van het Nederlanderschap als zodanig in Nederland verbleef. - - - - - De bedenkingen zijn in ieder geval ongegrond, indien: - - - a. - de betrokken persoon beschikt over een document dat aan hem, na de datum van het te legaliseren document maar in de periode waarin hij behoorde tot een van de hierboven onder a bedoelde categorieën, in persoon is afgegeven door de autoriteiten van zijn land van herkomst; - - - b. - het document waarvan legalisatie wordt verlangd, is afgegeven door andere autoriteiten dan die van het land van herkomst; - - - c. - zich met betrekking tot die persoon in de periode waarin deze behoorde tot één van de hierboven onder a, bedoelde categorieën, een rechtsfeit heeft voorgedaan waarbij de autoriteiten van het land van herkomst waren betrokken; of - - - d. - de betrokken persoon in de periode waarin hij behoorde tot één van de hierboven onder a bedoelde categorieën, vrijwillig naar het land van herkomst is gereisd. - - - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 -#### 8.5. Bewijsnood +a. rechtmatig verblijf in Nederland heeft als bedoeld in artikel 8, onder c of d, Vw of op het moment van verkrijging van het Nederlanderschap op die grond rechtmatig in Nederland verbleef; +b. een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 Vw, voorzover daarop nog niet onherroepelijk afwijzend is beslist; of +c. rechtmatig verblijf in Nederland heeft als bedoeld in artikel 8, onder a of b, Vw en bij de verlening en verlenging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is vrijgesteld van het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding, of op het moment van verkrijging van het Nederlanderschap als zodanig in Nederland verbleef. -Van de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige gelegaliseerde documenten kan voorts worden vrijgesteld de persoon die wegens bewijsnood niet in staat is dergelijke documenten over te leggen. +De bedenkingen zijn in ieder geval ongegrond, indien: -Bewijsnood zal zich met name voordoen in het geval dat de registers van de burgerlijke stand in het land waar de documenten vandaan moeten komen niet bestaan dan wel onvolledig zijn, alsmede wanneer er in het land in kwestie geen stukken kunnen worden verkregen vanwege de op dat moment bestaande politieke situatie. +a. de betrokken persoon beschikt over een document dat aan hem, na de datum van het te legaliseren document maar in de periode waarin hij behoorde tot een van de hierboven onder a bedoelde categorieën, in persoon is afgegeven door de autoriteiten van zijn land van herkomst; +b. het document waarvan legalisatie wordt verlangd, is afgegeven door andere autoriteiten dan die van het land van herkomst; +c. zich met betrekking tot die persoon in de periode waarin deze behoorde tot één van de hierboven onder a, bedoelde categorieën, een rechtsfeit heeft voorgedaan waarbij de autoriteiten van het land van herkomst waren betrokken; of +d. de betrokken persoon in de periode waarin hij behoorde tot één van de hierboven onder a bedoelde categorieën, vrijwillig naar het land van herkomst is gereisd. + +#### 7.5. Bewijsnood + +Van de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige gelegaliseerde documenten kan voorts worden vrijgesteld de persoon die wegens bewijsnood niet in staat is dergelijke documenten over te leggen. Bewijsnood zal zich met name voordoen in het geval dat de registers van de burgerlijke stand in het land waar de documenten vandaan moeten komen niet bestaan dan wel onvolledig zijn, alsmede wanneer er in het land in kwestie geen stukken kunnen worden verkregen vanwege de op dat moment bestaande politieke situatie. Om een dergelijke bewijsnood te kunnen aannemen is vooraf overleg met het ministerie van BuZa noodzakelijk door de IND. @@ -4717,15 +4174,9 @@ Indien wel sprake is van bewijsnood, kan de afstammingsrelatie middels DNA-onder Indien DNA-onderzoek niet mogelijk is, kan in een situatie van bewijsnood ook gebruik worden gemaakt van identificerende vragen. -##### 8.5.1. Inleiding +#### 7.6. Toepassing DNA-onderzoek -##### 8.5.2. Belangenafweging en vrijwillige werkloosheid - -##### 8.5.3. Afwijking van het middelenvereiste - -#### 8.6. Toepassing DNA-onderzoek - -In het geval van aanvragen waarbij door legalisatieplichtige vreemdelingen geen documenten zijn overgelegd, neemt de IND ter zake contact op met het Ministerie van BuZa. Uit de informatie van het Ministerie van BuZa kan blijken dat er sprake is van bewijsnood voor betrokkene. In dat geval wijst de IND betrokkene op de mogelijkheid van DNA-onderzoek ten einde vast te stellen of er sprake is van een biologische afstammingsrelatie. +In het geval van aanvragen waarbij door legalisatieplichtige vreemdelingen geen documenten zijn overgelegd, neemt de IND terzake contact op met het Ministerie van BuZa. Uit de informatie van het Ministerie van BuZa kan blijken dat er sprake is van bewijsnood voor betrokkene. In dat geval wijst de IND betrokkene op de mogelijkheid van DNA-onderzoek ten einde vast te stellen of er sprake is van een biologische afstammingsrelatie. Betrokkene wordt derhalve slechts op de mogelijkheid van DNA-onderzoek gewezen in het geval er sprake is van uit beide ouders of uit één van beide ouders geboren kinderen en nadat is vastgesteld dat betrokkene aantoonbaar in bewijsnood verkeert met betrekking tot de te overleggen documenten. @@ -4733,37 +4184,25 @@ Als de afstammingsrelatie door het DNA-onderzoek wordt bevestigd en aan alle ove Deelname aan DNA-onderzoek geschiedt op vrijwillige basis. Indien de aanvrager geen gebruik maakt van de mogelijkheid van DNA-onderzoek, zal op grond van de beschikbare gegevens een beslissing worden genomen over de aanvraag. -Als de aanvrager instemt met een DNA-test ten behoeve van de door hem of haar aangegeven gezinsleden en met het gebruik van de uitslag van DNA-onderzoek in de procedure in kwestie, dient betrokkene een bijdrage ter uitvoering van DNA-onderzoek te storten op rekening van het laboratorium waar het DNA-onderzoek zal worden verricht. De hoogte van de bijdrage wordt afgeleid van het aantal te onderzoeken kinderen: +Als de aanvrager instemt met een DNA-test ten behoeve van de door hem of haar aangegeven gezinsleden en met het gebruik van de uitslag van DNA-onderzoek in de procedure in kwestie, zal de IND de uitvoering van het DNA-onderzoek bekostigen. Bij een negatieve uitslag van het DNA-onderzoek kunnen betrokkenen een contra-expertise laten verrichten. Het DNA-onderzoek wordt gedaan door een laboratorium dat geaccrediteerd is voor het verrichten van DNA verwantschapsonderzoek bij de Nederlandse Raad voor Accreditatie. Betrokkenen betalen zelf de kosten van een contra-expertise. -| Aantal te onderzoeken kinderen | Hoogte bijdrage | -| --- | --- | -| één kind | € 199,66 | -| twee kinderen | € 263,19 | -| drie kinderen | € 326,72 | -| vier kinderen | € 390,25 | -| etc | etc | +De aanvrager dient de gezinsleden in het buitenland te informeren dat zij zich moeten melden bij de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging. De in het buitenland verblijvende echtgeno(o)t(e) (of partner bij nareisaanvragen) van de referent die om DNA-onderzoek heeft verzocht, wordt door de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in kennis gesteld van de door de referent in het aanvraagformulier voor DNA-onderzoek verstrekte gegevens over de relatie tussen de ouders en de kinderen voor wie overkomst naar Nederland wordt gevraagd. -De eigen bijdrage ter uitvoering van DNA onderzoek hoeft, in overeenstemming met het bepaalde in C12/6, niet te worden betaald als het gaat om een DNA-onderzoek bij nareizende gezinsleden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw, van een aanvrager die binnen drie maanden nadat hij een asielvergunning heeft gekregen om nareis verzoekt (via een mvv-aanvraag of verzoek om advies). Echter indien de uitslag voor betrokkene negatief is kan alsnog de eigen bijdrage worden verhaald op betrokkene conform de hierboven genoemde bedragen. +De gezinsleden van de aanvrager tekenen aldaar op het aanvraagformulier een verklaring van geen bezwaar met betrekking tot DNA-onderzoek. Het DNA-materiaal wordt afgenomen in aanwezigheid van een ambtenaar van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging en wordt door de diplomatieke vertegenwoordiging verzonden naar het Ministerie van BuZa. Het Ministerie van BuZa stuurt het DNA-materiaal vervolgens door naar de IND. -De aanvrager dient de gezinsleden in het buitenland te informeren dat zij zich moeten melden bij de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging. De in het buitenland verblijvende echtgeno(o)t(e) of partner van de referent die om DNA-onderzoek heeft verzocht, wordt door de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in kennis gesteld van de door de referent in het aanvraagformulier voor DNA-onderzoek verstrekte gegevens over de relatie tussen de ouders en de kinderen voor wie overkomst naar Nederland wordt gevraagd. De echtgeno(o)te of partner legt ter zake van de juistheid van de door de referent verstrekte gegevens een verklaring af, die door de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging schriftelijk wordt vastgelegd en door betrokkene wordt ondertekend. - -De gezinsleden van de aanvrager tekenen aldaar een verklaring van geen bezwaar met betrekking tot DNA-onderzoek. Het DNA-materiaal wordt afgenomen door een medisch gekwalificeerd persoon in aanwezigheid van een ambtenaar van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging en wordt door de diplomatieke vertegenwoordiging verzonden naar het laboratorium waar het DNA-onderzoek zal worden verricht. - -Het DNA-materiaal van de aanvrager in Nederland wordt in een van de in de ‘Circulaire legalisatie en verificatie van buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen’ genoemde geaccrediteerde laboratoria in Nederland afgenomen, dan wel op een door dat laboratorium aangewezen plaats, door een medische gekwalificeerde in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het laboratorium. +De aanvrager in Nederland neemt in aanwezigheid van een IND-loketmedewerker DNA-materiaal bij zichzelf af. Die medewerker stuurt het DNA-materiaal van de aanvrager samen met het DNA-materiaal van de gezinsleden naar het laboratorium waar het DNA-onderzoek zal worden verricht. De uitslag van het DNA-onderzoek biedt een zekerheid met betrekking tot het bestaan van een biologische afstammingsrelatie van ten minste 99,99 % in het geval van beide ouders DNA-materiaal beschikbaar is, en ten minste 99,9% in het geval van één ouder DNA-materiaal beschikbaar is. De IND informeert de aanvrager over de uitslag van het DNA-onderzoek. -Indien de uitslag voor betrokkene positief is wordt de bijdrage door de IND aan betrokkene terugbetaald. Indien de uitslag negatief is, vindt er geen restitutie plaats. +Het DNA-materiaal wordt na zes maanden na het onderzoek door het laboratorium vernietigd. In geval het DNA-materiaal langer bewaard moet blijven, geeft de IND daartoe een schriftelijke aanwijzing aan het laboratorium. -Het DNA-materiaal wordt door het laboratorium vernietigd nadat de beslissing in de procedure in het kader waarvan het DNA-materiaal is afgenomen, onherroepelijk is geworden. De IND geeft daartoe een schriftelijke aanwijzing aan het laboratorium. +### 8. Verlenging en intrekking verblijf (verruimde) gezinshereniging -### 9. Verlenging en intrekking verblijf (verruimde) gezinshereniging - -#### 9.1. Inleiding +#### 8.1. Inleiding Als uitgangspunt wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning afgewezen indien niet wordt voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend of een voorschrift dat aan de verblijfsvergunning is verbonden,waarvan met name sprake zal zijn ingeval van verbreking van de gezinsband, ingeval de hoofdpersoon zijn hoofdverblijf buiten Nederland verplaatst of ingeval het verblijfsrecht van de hoofdpersoon wordt beëindigd, (zie B1/5.3.1) of indien een van de andere in artikel 18 Vw genoemde afwijzingsgronden van toepassing is (zie B1/5.3.1 t/m B1/5.3.6). De vreemdeling die niet meer voldoet aan de beperking verband houdend met het doel waarvoor de oorspronkelijke verblijfsvergunning was verleend, kan uiteraard een aanvraag indienen tot wijziging van de verblijfsvergunning. De tijdig ingediende aanvraag komt voor inwilliging in aanmerking indien wordt voldaan aan de voorwaarden voor de eerste verblijfsaanvaarding voor het nieuw beoogde verblijfsdoel. Voor de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt verwezen naar B1/6. Aan vreemdelingen die als minderjarig kind in het kader van gezinshereniging houder zijn geweest van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder bepaalde voorwaarden een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend (zie artikel 21a, eerste lid, onder b en tweede lid, Vw; B1/6). -#### 9.2. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning +#### 8.2. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning Nadat de vreemdeling een jaar verblijf in het kader van (verruimde) gezinshereniging heeft gehad, dient de verblijfsvergunning te worden verlengd. Daarbij wordt getoetst aan de algemene voorwaarden voor het verlengen van de verblijfsvergunning. @@ -4771,17 +4210,11 @@ Indien de verblijfsvergunning is verleend voor verblijf bij een minderjarige hou Ingevolge artikel 18, eerste lid, onder d, Vw kan de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning worden afgewezen, indien de vreemdeling of de persoon bij wie deze verblijft niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan. Ingevolge artikel 19 Vw kan de verblijfsvergunning om die reden worden ingetrokken. -De verlenging van de verblijfsvergunning wordt alleen afgewezen indien de vreemdeling of de persoon bij wie deze verblijft geheel of ten dele een beroep doet op de publieke middelen. De verblijfsvergunning wordt eveneens slechts ingetrokken indien een beroep wordt gedaan op de publieke middelen (zie B2/9.5). +De verlenging van de verblijfsvergunning wordt alleen afgewezen indien de vreemdeling of de persoon bij wie deze verblijft geheel of ten dele een beroep doet op de publieke middelen. De verblijfsvergunning wordt eveneens slechts ingetrokken indien een beroep wordt gedaan op de publieke middelen (zie B2/ 8.5). -Dat lijdt uitzondering in de gevallen genoemd in B2/9.5.2. Deze uitzonderingen gelden ongeacht de vraag of de hoofdpersoon verblijfsrecht van tijdelijke aard of van niet-tijdelijke aard heeft. +Dat lijdt uitzondering in de gevallen genoemd in B2/8.5.2. Deze uitzonderingen gelden ongeacht de vraag of de hoofdpersoon verblijfsrecht van tijdelijke aard of van niet-tijdelijke aard heeft. -##### 9.2.1. Begrippen - -##### 9.2.2. Inmenging - -##### 9.2.3. Belangenafweging - -#### 9.3. Verbreking van de (huwelijks)relatie +#### 8.3. Verbreking van de (huwelijks)relatie Ingevolge artikel 19 juncto 18, eerste lid, onder f, Vw kan de verblijfsvergunning worden ingetrokken indien niet wordt voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend of een voorschrift dat aan de verblijfsvergunning is verbonden. Daarvan zal met name sprake zijn ingeval van verbreking van de (huwelijks)relatie. Er is sprake van een verbreking van de (huwelijks)relatie indien: @@ -4800,56 +4233,49 @@ De vreemdeling die stelt de persoon bij wie verblijf was toegestaan wegens gewel a. gegevens van de politie, bijvoorbeeld de melding van een incident, mits bij de politie voldoende aannemelijk is gemaakt dat het geweld heeft plaats gevonden, of een proces-verbaal van de aangifte; en b. een verklaring van een (vertrouwens)arts of een andere hulpverlener; de vertrouwensarts hoeft niet de eigen huisarts te zijn; of c. gegevens over verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis; of -d. andere gegevens, voorzover het gaat om objectieve gegevens uit\ +d. andere gegevens, voorzover het gaat om objectieve gegevens uit betrouwbare bron. -betrouwbare bron. +##### 8.3.1. Aanvraag voor het verrichten van arbeid -##### 9.3.1. Aanvraag voor het verrichten van arbeid +Indien de (huwelijks)relatie korter dan drie jaar heeft geduurd, komt de vreemdeling in beginsel niet in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf (zie B16/5.3), tenzij sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard (zie B16/5.3.3) of internationale verplichtingen (zie B16/5.5). Wanneer de vreemdeling een aanvraag indient voor een ander verblijfsdoel, dient deze aanvraag getoetst te worden aan het ter zake geldende beleid. De aanvraag om voortzetting van het verblijf voor het verrichten van arbeid in loondienst wordt getoetst aan het beleid zoals genoemd in B5. Zie in dit verband het bepaalde in B1/2.3.2 ten aanzien van vreemdelingen die op grond van hun eerdere verblijfsrecht vrij tot de Nederlandse arbeidsmarkt zijn toegelaten. Voor deze categorie vreemdelingen is een TWV niet vereist. Er dient echter wel getoetst te worden of met het verrichten van de arbeid een wezenlijk Nederlands arbeidsmarktbelang wordt gediend, tenzij er sprake is van internationale verplichtingen (zie B16/9). Deze toets wordt uitgevoerd door de Algemene Directie voor de Arbeidsvoorzieningsorganisatie. De aanvraag van de betreffende vreemdeling dient derhalve ter advisering te worden voorgelegd aan deze organisatie, indien de werkzaamheden niet vallen onder het algemene arbeidsmarktadvies dat deze organisatie halfjaarlijks uitbrengt. De aanvraag om voortzetting van het verblijf voor het verrichten van arbeid als zelfstandige wordt onverkort getoetst aan het beleid als genoemd in B5/7. Zie voor uitzonderingen op grond van de overgangsregeling ingevolge artikel 9.6 Vb (zie B16/5.3.4). -Indien de (huwelijks)relatie korter dan drie jaar heeft geduurd, komt de vreemdeling in beginsel niet in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf (zie B16/5.3), tenzij sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard (zie B16/5.3.3) of internationale verplichtingen (zie B16/5.5). - -Wanneer de vreemdeling een aanvraag indient voor een ander verblijfsdoel, dient deze aanvraag getoetst te worden aan het ter zake geldende beleid. De aanvraag om voortzetting van het verblijf voor het verrichten van arbeid in loondienst wordt getoetst aan het beleid zoals genoemd in B5. Zie in dit verband het bepaalde in B1/2.3.2 ten aanzien van vreemdelingen die op grond van hun eerdere verblijfsrecht vrij tot de Nederlandse arbeidsmarkt zijn toegelaten. Voor deze categorie vreemdelingen is een TWV niet vereist. Er dient echter wel getoetst te worden of met het verrichten van de arbeid een wezenlijk Nederlands arbeidsmarktbelang wordt gediend, tenzij er sprake is van internationale verplichtingen (zie B16/9). Deze toets wordt uitgevoerd door de Algemene Directie voor de Arbeidsvoorzieningsorganisatie. De aanvraag van de betreffende vreemdeling dient derhalve ter advisering te worden voorgelegd aan deze organisatie, indien de werkzaamheden niet vallen onder het algemene arbeidsmarktadvies dat deze organisatie halfjaarlijks uitbrengt. - -De aanvraag om voortzetting van het verblijf voor het verrichten van arbeid als zelfstandige wordt onverkort getoetst aan het beleid als genoemd in B5/7. Zie voor uitzonderingen op grond van de overgangsregeling ingevolge artikel 9.6 Vb (zie B16/5.3.4). - -#### 9.4. Verbreking van andere gezinsrelaties +#### 8.4. Verbreking van andere gezinsrelaties Van verbreking van de gezinsrelatie is sprake indien de vreemdeling als hierbedoeld: -– niet langer tot het gezin behoort van degene bij wie verblijf is toegestaan, omdat hij/zij in het huwelijk is getreden of is gaan samenleven met een partner, ongeacht of hij/zij in het ouderlijk huis woont; -– niet langer in gezinsverband samen woont en in eigen onderhoud is gaan voorzien. In Nederland buitenshuis wonende kinderen die een volledige dagopleiding volgen (al dan niet met studiebeurs), behouden hun afhankelijke verblijfstitel; -– in Nederland achterblijft, nadat degene bij wie verblijf is toegestaan, zich vrijwillig in het buitenland heeft gevestigd of nadat diens verblijf is beëindigd. +• niet langer tot het gezin behoort van degene bij wie verblijf is toegestaan, omdat hij/zij in het huwelijk is getreden of is gaan samenleven met een partner, ongeacht of hij/zij in het ouderlijk huis woont; +• niet langer in gezinsverband samen woont en in eigen onderhoud is gaan voorzien. In Nederland buitenshuis wonende kinderen die een volledige dagopleiding volgen (al dan niet met studiebeurs), behouden hun afhankelijke verblijfstitel; +• in Nederland achterblijft, nadat degene bij wie verblijf is toegestaan, zich vrijwillig in het buitenland heeft gevestigd of nadat diens verblijf is beëindigd. Zie voor de verblijfsrechtelijke gevolgen van afwezigheid voor militaire dienst in het land van herkomst of detentie in het buitenland van degene bij wie verblijf werd toegestaan B1/5.3.2. -#### 9.5. Middelenvereiste +#### 8.5. Middelenvereiste -Ingevolge artikel 18, eerste lid, onder d, Vw kan de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning worden afgewezen, indien de vreemdeling of de persoon bij wie deze verblijft niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan. Ingevolge artikel 19 Vw kan de verblijfsvergunning om die reden worden ingetrokken (Zie B2/9.2). +Ingevolge artikel 18, eerste lid, onder d, Vw kan de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning worden afgewezen, indien de vreemdeling of de persoon bij wie deze verblijft niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan. Ingevolge artikel 19 Vw kan de verblijfsvergunning om die reden worden ingetrokken (Zie B2/8.2). Als de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan worden afgewezen, omdat de vreemdeling of de persoon bij wie deze verblijft niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan, wordt bezien of de gevolgen voor de vreemdeling niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het middelenvereiste te dienen doelen. Omtrent die afweging van belangen zijn in B2/8.5.2 algemene regels gesteld, die ook hier van toepassing zijn. -Als de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan worden afgewezen, omdat de vreemdeling of de persoon bij wie deze verblijft niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan, wordt bezien of de gevolgen voor de vreemdeling niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het middelenvereiste te dienen doelen. Omtrent die afweging van belangen zijn in B2/9.5.2 algemene regels gesteld, die ook hier van toepassing zijn. +##### 8.5.1. Inleiding -##### 9.5.1. Inleiding +Ingevolge artikel 18, eerste lid, onder d, Vw kan de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning worden afgewezen, indien de vreemdeling of de persoon bij wie deze verblijft niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan. De aanvraag om verlenging wordt op deze grond alleen afgewezen als een beroep wordt gedaan op de publieke middelen (zie B2/8.2). -Ingevolge artikel 18, eerste lid, onder d, Vw kan de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning worden afgewezen, indien de vreemdeling of de persoon bij wie deze verblijft niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan. De aanvraag om verlenging wordt op deze grond alleen afgewezen als een beroep wordt gedaan op de publieke middelen (zie B2/9.2). +Ingevolge artikel 19 Vw kan de verblijfsvergunning om die reden worden ingetrokken (Zie B2/8.2). Alleen indien een beroep wordt gedaan op de publieke middelen zal tot intrekking op deze grond worden overgegaan. -Ingevolge artikel 19 Vw kan de verblijfsvergunning om die reden worden ingetrokken (Zie B2/9.2). Alleen indien een beroep wordt gedaan op de publieke middelen zal tot intrekking op deze grond worden overgegaan. +Als de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan worden afgewezen, omdat de vreemdeling of de persoon bij wie deze verblijft geheel of ten dele ten laste komt van de publieke middelen, wordt bezien of de gevolgen voor de vreemdeling niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het middelenvereiste te dienen doelen. Omtrent die afweging van belangen zijn in B2/ 8.5.2 algemene regels gesteld, die ook hier van toepassing zijn. -Als de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan worden afgewezen, omdat de vreemdeling of de persoon bij wie deze verblijft geheel of ten dele ten laste komt van de publieke middelen, wordt bezien of de gevolgen voor de vreemdeling niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het middelenvereiste te dienen doelen. Omtrent die afweging van belangen zijn in B2/9.5.2 algemene regels gesteld, die ook hier van toepassing zijn. - -##### 9.5.2. Belangenafweging en vrijwillige werkloosheid +##### 8.5.2. Belangenafweging en vrijwillige werkloosheid Als de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning wordt afgewezen, omdat de vreemdeling of de persoon bij wie deze verblijft geheel of ten dele een beroep doet op de publieke middelen, wordt bezien of de gevolgen voor de vreemdeling niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het middelenvereiste te dienen doelen. Omtrent die afweging van belangen worden hieronder algemene regels gesteld. Bij deze belangenafweging worden de volgende factoren betrokken: -– de nationaliteiten van de vreemdeling en de gezinsleden (waaronder tevens wordt begrepen de hoofdpersoon). Hierbij is met name van belang de vraag of (één van de) gezinsleden de Nederlandse nationaliteit heeft; -– voorzover de hoofdpersoon in het bezit is van een verblijfsvergunning regulier: het doel; en de (niet-)tijdelijkheid van deze verblijfsvergunning; -– de duur van het verblijf van de vreemdeling en de gezinsleden in Nederland op grond van een verblijfsvergunning; -– de banden van de vreemdeling en de gezinsleden met het herkomstland; -– de reden waarom de vreemdeling geheel of ten dele ten laste komt van de publieke middelen; -– de duur en hoogte van middelen van bestaan die eventueel nog wel beschikbaar zijn; -– de mate waarin de vreemdeling eventueel een (aanvullend) beroep doet op de publieke middelen en (voorzover van toepassing) de reden waarom een vreemdeling dit beroep doet; -– eventuele bijzondere omstandigheden ten aanzien van de vreemdeling en de gezinsleden. +• de nationaliteiten van de vreemdeling en de gezinsleden (waaronder tevens wordt begrepen de hoofdpersoon). Hierbij is met name van belang de vraag of (één van de) gezinsleden de Nederlandse nationaliteit heeft; +• voorzover de hoofdpersoon in het bezit is van een verblijfsvergunning regulier: het doel; en de +• (niet-)tijdelijkheid van deze verblijfsvergunning; +• de duur van het verblijf van de vreemdeling en de gezinsleden in Nederland op grond van een verblijfsvergunning; +• de banden van de vreemdeling en de gezinsleden met het herkomstland; +• de reden waarom de vreemdeling geheel of ten dele ten laste komt van de publieke middelen; +• de duur en hoogte van middelen van bestaan die eventueel nog wel beschikbaar zijn; +• de mate waarin de vreemdeling eventueel een (aanvullend) beroep doet op de publieke middelen en (voorzover van toepassing) de reden waarom een vreemdeling dit beroep doet; +• eventuele bijzondere omstandigheden ten aanzien van de vreemdeling en de gezinsleden. Het economisch welzijn van Nederland is een van de gronden waarop inmenging in het familie- of gezinsleven, bedoeld in artikel 8 EVRM, kan worden gerechtvaardigd. Bij de belangenafweging die toetsing aan artikel 8 EVRM meebrengt, komt aan het feit dat er sprake is van vrijwillige of verwijtbare werkloosheid en van een beroep op de publieke middelen een zodanig zwaar gewicht toe, dat verblijfsbeëindiging veelal een gerechtvaardigde inmenging zal betekenen. @@ -4861,41 +4287,34 @@ Het enkele feit dat iemand werkloos is na het einde van een arbeidsovereenkomst Er kan gesproken worden van vrijwillige werkloosheid indien een werknemer verwijtbaar werkloos is geworden in de zin van artikel 24 WW. Dit is het geval als hij: -– zich zodanig verwijtbaar heeft gedragen dat hij redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat dit gedrag zijn ontslag tot gevolg zou kunnen hebben (bijvoorbeeld ontslag op staande voet); -– ontslag heeft genomen, zonder dat aan de voortzetting van zijn dienstbetrekking voor hem zodanige bezwaren zijn verbonden dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd. +• zich zodanig verwijtbaar heeft gedragen dat hij redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat dit gedrag zijn ontslag tot gevolg zou kunnen hebben (bijvoorbeeld ontslag op staande voet); +• ontslag heeft genomen, zonder dat aan de voortzetting van zijn dienstbetrekking voor hem zodanige bezwaren zijn verbonden dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd. Of een werknemer al dan niet verwijtbaar werkloos is geworden, dient naar behoren te worden geconstateerd door het CWI, de Gemeentelijke Sociale Dienst of het uitvoeringsorgaan van de sociale verzekeringen. Indien geconstateerd wordt dat de hoofdpersoon niet door eigen toedoen werkloos is, is hij onvrijwillig werkloos. -##### 9.5.3. Afwijking van het middelenvereiste +##### 8.5.3. Afwijking van het middelenvereiste Ingevolge artikel 3.85 Vb wordt de aanvraag tot het verlengen niet afgewezen wegens het ontbreken van voldoende middelen van bestaan indien de hoofdpersoon 65 jaar of ouder is of naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is. -### 10. Artikel 8 EVRM +### 9. Artikel 8 EVRM -#### 10.1. Inleiding +#### 9.1. Inleiding -Indien na de toetsing aan de voorgaande hoofdstukken de vreemdeling geen verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming wordt verleend, dient in alle gevallen getoetst te worden aan artikel 8 EVRM. - - Art. 8. EVRM bepaalt: - - - - 1. - Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé-leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. - - - 2. - Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voorzover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. - - - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +Indien na de toetsing aan de voorgaande hoofdstukken de vreemdeling geen verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming wordt verleend, dient in alle gevallen getoetst te worden aan artikel 8 EVRM. In overige gevallen van afwijzing van een aanvraag om een verblijfsvergunning wordt getoetst aan artikel 8 EVRM indien daarop een beroep is gedaan. -#### 10.2. Toetsingskader +Artikel 8 EVRM bepaalt: + +1. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé-leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. +2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voorzover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. + +#### 9.2. Toetsingskader Hieronder wordt aangegeven welke vragen moeten worden beantwoord bij de toetsing aan artikel 8 EVRM. +a. *Begrippen* + Wat wordt verstaan onder privé-, familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM? +b. *Inmenging* Wanneer levert het niet toestaan van voortzetting van het verblijf aan de vreemdeling een inmenging op in het recht op eerbiediging van het familie- of gezinsleven of van het privé-leven van betrokkene? En wanneer is een dergelijke inmenging gerechtvaardigd in het licht van het artikel 8, tweede lid, EVRM? @@ -4904,13 +4323,20 @@ Om gerechtvaardigd te zijn dient de inmenging: • te zijn voorzien bij wet; • een legitiem doel te dienen; en • proportioneel te zijn. +c. *Belangenafweging* Welke wegingscriteria dienen in de belangenafweging te worden betrokken? -##### 10.2.1. Begrippen +##### 9.2.1. Begrippen Het begrip familie- of gezinsleven in artikel 8 EVRM heeft een andere betekenis dan (nationale) begrippen als feitelijke gezinsband en familierechtelijke relatie. In veel gevallen waarin de feitelijke gezinsband is verbroken, zal er toch gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM bestaan. +In de volgende gevallen is in ieder geval sprake van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM: + +a. de echtgenoten in een reëel huwelijk (lawful and genuine marriage); +b. de partners in een reële en in voldoende mate met een huwelijk op een lijn te stellen (homo- of heteroseksuele) relatie; +c. de ouders en hun uit een reëel huwelijk of niet-huwelijkse relatie geboren minderjarige en meerderjarige kinderen. + In de volgende gevallen kan eveneens sprake zijn van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM: a. de erkenner en het kind, mits aan de relatie tussen het kind en de erkenner daadwerkelijk invulling wordt gegeven; @@ -4921,9 +4347,19 @@ e. overige naaste bloedverwanten, zoals de grootouders en het kleinkind, broer o Het familie- of gezinsleven tussen (geregistreerde en huwelijks)partners eindigt met de feitelijke verbreking van de (huwelijkse) relatie. +Het gezinsleven tussen ouders en kinderen eindigt slechts in zeer uitzonderlijke situaties. Ook indien men niet samenwoont of maar heel kort heeft samengewoond, of indien er in een periode weinig of geheel geen contact is geweest, zijn er andere zwaarwegende feiten nodig om het gezinsleven als beëindigd te kunnen aanmerken. De enkele ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van het kind beëindigt bijvoorbeeld niet het gezinsleven. + In de zaak Bensaid van 6 februari 2001, nr 44599/98, heeft het EHRM het begrip privé-leven als volgt gedefinieerd: ‘Privé-leven is een ruim begrip en leent zich niet voor een uitputtende definitie. Het Hof heeft inmiddels bepaald dat elementen als vereenzelviging met een bepaald geslacht (gender identification), naam, seksuele oriëntatie en seksueel leven belangrijke elementen zijn van de persoonlijke sfeer die door artikel 8 EVRM beschermd worden. Geestelijke gezondheid moet ook gezien worden als een essentieel deel van privé-leven in het kader van het aspect morele integriteit. Artikel 8 EVRM beschermt het recht op een identiteit, persoonlijke ontwikkeling en het recht om relaties aan te gaan en te ontwikkelen met andere mensen en de buitenwereld. Het behoud van een geestelijke stabiliteit is in deze context een onontbeerlijke voorwaarde om het recht op respect voor het privé-leven effectief te genieten’. -##### 10.2.2. Inmenging +In de (latere) uitspraak in de zaak Üner, van 18 oktober 2006, nr 46410/99, heeft het EHRM overwogen: ‘Artikel 8 EVRM beschermt echter ook het recht om relaties met andere mensen te stichten en te ontwikkelen en kan onder omstandigheden aspecten van iemands sociale identiteit omvatten’. Het EHRM overweegt verder dat in dat licht het totaal aan sociale banden van ingeburgerde vreemdelingen en de samenleving waarin zij leven onderdeel kan zijn van het begrip privé-leven. + +###### 9.2.1.1. Einde van het gezinsleven + +Het familie- of gezinsleven tussen (geregistreerde en huwelijks)partners eindigt met de feitelijke verbreking van de (huwelijkse) relatie. + +Het gezinsleven tussen ouders en kinderen eindigt slechts in zeer uitzonderlijke situaties. Ook indien men niet samenwoont of maar heel kort heeft samengewoond, of indien er in een periode weinig of geheel geen contact is geweest, zijn er andere zwaarwegende feiten nodig om het gezinsleven als beëindigd te kunnen aanmerken. De enkele ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van het kind beëindigt bijvoorbeeld niet het gezinsleven. + +##### 9.2.2. Inmenging Inmenging op het familie- en gezinsleven, dan wel het privé-leven wordt aangenomen, indien de vreemdeling: @@ -4956,19 +4392,17 @@ Verder is van belang dat het economisch welzijn meer omvat dan slechts de besche Tenslotte is van belang dat zowel bij eerste toelating als bij inmenging een volledige belangenafweging dient plaats te vinden, waarbij het gewicht dat aan de verschillende belangen toekomt mede bepaald wordt door de omstandigheid of sprake is van eerste toelating of van inmenging. -###### 10.2.2.1. Aanvragen om eerste verblijfsaanvaarding - -200720016-10-200708-10-20072007/30200720016-10-200708-10-20072007/3018-10-2007 - -###### 10.2.2.2. Aanvragen om voortzetting van verblijf - -200720016-10-200708-10-20072007/30200720016-10-200708-10-20072007/3018-10-2007 - -##### 10.2.3. Belangenafweging +##### 9.2.3. Belangenafweging Zowel bij eerste toelating als bij inmenging dient altijd een volledige belangenafweging plaats te vinden. Het verschil tussen de belangenafwegingen bij eerste toelating en de belangenafweging bij inmenging is gelegen in het gewicht van de belangen. Een belang van de vreemdeling heeft indien sprake is van inmenging een zwaarder gewicht dan hetzelfde belang heeft indien sprake is van eerste toelating. Het omgekeerde geldt ten aanzien van een belang van de samenleving. -###### 10.2.3.1. De af te wegen belangen in specifieke situaties +Welke belangen bij de belangenafweging moeten worden betrokken, hangt af van de concrete individuele casus. Van belang is dat het altijd gaat om de feitelijke situatie in het individuele geval, die per casus zal verschillen. De wegingsfactoren kunnen dan ook niet limitatief worden opgesomd. Wel kan in een aantal nader omschreven gevallen worden aangegeven welke belangen in ieder geval gewogen dienen te worden. + +Van belang zijn in ieder geval de intensiteit van het gezinsleven of, indien het gaat om privé-leven, het gewicht van de aangegane sociale banden, het gewicht dat aan de feitelijke weigeringsgrond in de individuele zaak kan worden toegekend, en de banden die de vreemdeling met Nederland en met het land van herkomst heeft. Indien er sprake is van gezinsleven met (jonge) kinderen die in Nederland zullen achterblijven, moeten ook de belangen van die kinderen worden bezien. + +Om de omvang van de verplichtingen van de overheid te bepalen, moeten alle relevante feiten en omstandigheden van het geval in ogenschouw worden genomen en uiteindelijk moet een eerlijk evenwicht worden bereikt tussen de algemene belangen die zijn gediend met het voeren van een restrictief toelatingsbeleid en de weigering van de verblijfsvergunning enerzijds, en de persoonlijke belangen die zijn gediend met het in Nederland uitoefenen van het gezinsleven anderzijds. Aangezien het gaat om de beoordeling en afweging van diverse belangen van verschillende aard, komt in beide gevallen aan de overheid een zekere beoordelingsvrijheid (a certain margin of appreciation) toe. Bij de weigering van eerste toelating van vreemdelingen tot het Nederlandse grondgebied is die groter dan bij de weigering van voortgezet verblijf. + +###### 9.2.3.1. De af te wegen belangen in specifieke situaties Bij gezinshereniging dan wel -vorming zal in ieder geval in de belangenafweging betrokken dienen te worden of: @@ -4977,7 +4411,7 @@ Bij gezinshereniging dan wel -vorming zal in ieder geval in de belangenafweging • er sprake is van bijzondere omstandigheden; • bij ouders en meerderjarige kinderen of sprake is van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid en emotionele binding (more than normal emotional ties). -Ingeval van gezinshereniging van kinderen met hun ouders dienen, gelet op de uitspraak van het EHRM inzake Sen (12 december 2001, nr 3144565/96) in de belangenafweging in ieder geval betrokken te worden: +Ingeval van gezinshereniging van kinderen met hun ouders dienen, gelet op de uitspraak van het EHRM inzake Sen (12 december 2001, nr 3144565/96) in de belangenafweging in ieder geval betrokken te worden: • de duur van het legale verblijf van de ouder(s) in Nederland; • indien sprake is van een nieuwe (huwelijks)partner: de banden die hij/zij heeft met het land van herkomst van degene die gezinshereniging vraagt. Indien tevens sprake is van kinderen uit een eerdere (huwelijks)relatie, en de andere ouder woont nog in het land van herkomst, kan dit bij beoordeling van deze omstandigheid betrokken worden; @@ -4995,11 +4429,11 @@ In geval van gezinsleven met in Nederland gevestigde kinderen dienen in ieder ge • de bijzondere omstandigheden van het in Nederland gevestigde kind; • de bijdrage die de vreemdeling levert in de kosten voor, en opvoeding van de kinderen; • de gezagsverhouding; -• de frequentie en regelmaat van het contact met het kind (als uitgangspunt wordt hierbij een minimum van 8 uur per week of één weekend in de twee weken aangehouden. Indien de omvang van het feitelijk contact minder is zou dit in de belangenafweging in het nadeel van de vreemdeling kunnen worden meegenomen); +• de frequentie en regelmaat van het contact met het kind (als uitgangspunt wordt hierbij een minimum van 8 uur per week of één weekend in de twee weken aangehouden. Indien de omvang van het feitelijk contact minder is zou dit in de belangenafweging in het nadeel van de vreemdeling kunnen worden meegenomen); • het belang van het kind bij de aanwezigheid van de vreemdeling; • de pogingen van de vreemdeling om aan het gezinsleven met zijn kind invulling te gaan geven. -Indien openbare orde aspecten een rol spelen in de weigering (verder) verblijf toe te staan dienen de uit het arrest van het EHRM van 2 augustus 2001 inzake Boultif (nr 54273/00) volgende ‘guiding principles’ in ieder geval in de belangenafweging betrokken te worden: +Indien openbare orde aspecten een rol spelen in de weigering (verder) verblijf toe te staan dienen de uit het arrest van het EHRM van 2 augustus 2001 inzake Boultif (nr 54273/00) volgende ‘guiding principles’ in ieder geval in de belangenafweging betrokken te worden: • de aard en ernst van het gepleegde misdrijf; • de duur van het verblijf in het gastland; @@ -5009,26 +4443,45 @@ Indien openbare orde aspecten een rol spelen in de weigering (verder) verblijf t • andere factoren die uitdrukking geven aan de feitelijke invulling van het huwelijk; • de vraag of de (huwelijks)partner op de hoogte was van het misdrijf toen hij/ zij met de vreemdeling in het huwelijk trad of de relatie aanging; • de vraag of er kinderen uit het huwelijk zijn geboren en, als dit het geval is, hun leeftijd; -• de ernst van de moeilijkheden die de echtgeno(o) t(e) zal ondervinden als hij/ zij de vreemdeling zou volgen naar het land van herkomst, waarbij het enkele feit dat hij/zij meegaat zekere problemen met zich zal brengen op zichzelf de verblijfsbeëindiging niet in de weg staan +• de ernst van de moeilijkheden die de echtgeno(o) t(e) zal ondervinden als hij/ zij de vreemdeling zou volgen naar het land van herkomst, waarbij het enkele feit dat hij/zij meegaat zekere problemen met zich zal brengen op zichzelf de verblijfsbeëindiging niet in de weg staan. Blijkens de uitspraak van het EHRM inzake Üner, van 18 oktober 2006, nr 46410/99 dient, naast deze criteria tevens gekeken te worden naar: • het belang en welzijn van de kinderen, in het bijzonder de ernst van de problemen die kinderen waarschijnlijk zouden ondervinden in het land van herkomst van de vreemdeling; en • de hechtheid van de sociale, culturele en familiebanden van de vreemdeling met het gastland en met zijn land van herkomst. -Om onder de reikwijdte van artikel 8 EVRM te vallen dient sprake te zijn van een substantieel gewicht van de aangegane sociale banden. Dit betekent dat voor het aannemen van schending van het privé-leven sprake dient te zijn van een zeer langdurige verblijfsduur (circa dertig jaar, zie de uitspraken van het EHRM inzake Sisojeva van 16 juni 2005, nr 14492/03, Shevanova van 15 juni 2006, nr 58822/00 en Slivenko van 9 oktober 2003, nr 48321/99) eventueel in combinatie met onzekerheid over de verblijfsstatus (zie uitspraak van het EHRM inzake Mendizabal van 17 januari 2006, nr 51431/99). +Om onder de reikwijdte van artikel 8 EVRM te vallen dient sprake te zijn van een substantieel gewicht van de aangegane sociale banden. Dit betekent dat voor het aannemen van schending van het privé-leven sprake dient te zijn van een zeer langdurige verblijfsduur (circa dertig jaar, zie de uitspraken van het EHRM inzake Sisojeva van 16 juni 2005, nr 14492/03, Shevanova van 15 juni 2006, nr 58822/00 en Slivenko van 9 oktober 2003, nr 48321/99) eventueel in combinatie met onzekerheid over de verblijfsstatus (zie uitspraak van het EHRM inzake Mendizabal van 17 januari 2006, nr 51431/99). In de belangenafweging dient in ieder geval te worden betrokken het totaal van de in het gastland aangegane sociale banden en de intensiteit daarvan, de verblijfsduur in het gastland en de onzekerheid van de verblijfsstatus. Daarnaast volgt uit de uitspraak inzake Üner, dat de Boultif-criteria ook toegepast kunnen worden op alle zaken waar het gaat om verblijfsbeëindiging van ingeburgerde vreemdelingen, waarbij geen sprake is van gezinsleven, na een strafrechtelijke veroordeling. Daarbij zullen, gelet op het ontbreken van het gezinsleven, alleen de eerste drie Boultif-criteria en de uit de uitspraak van Üner volgende hechtheid van de sociale en culturele banden van de vreemdeling met het gastland en zijn land van herkomst, van belang zijn. -Indien ongewenstverklaring aan de orde is dient gelet op de uitspaak van het EHRM van 31 januari 2006, inzake Sezen (nr 50252/99), naast de hiervoor genoemde belangen, in ieder geval in de belangenafweging betrokken te worden of en hoe lang de vreemdeling na invrijheidstelling in Nederland gezinsleven kon opbouwen, voordat tot ongewenstverklaring is overgegaan. Daarnaast dient in geval van ongewenstverklaring in de belangenafweging betrokken te worden dat, met ongewenstverklaring, het gedurende een aantal jaren voor de vreemdeling onmogelijk is zijn of haar gezin in Nederland te bezoeken. +Indien ongewenstverklaring aan de orde is dient gelet op de uitspaak van het EHRM van 31 januari 2006, inzake Sezen (nr 50252/99), naast de hiervoor genoemde belangen, in ieder geval in de belangenafweging betrokken te worden of en hoe lang de vreemdeling na invrijheidstelling in Nederland gezinsleven kon opbouwen, voordat tot ongewenstverklaring is overgegaan. Daarnaast dient in geval van ongewenstverklaring in de belangenafweging betrokken te worden dat, met ongewenstverklaring, het gedurende een aantal jaren voor de vreemdeling onmogelijk is zijn of haar gezin in Nederland te bezoeken. -###### 10.2.3.2. Het bestaan van een objectieve belemmering +Bij de beoordeling van de belangen vindt een afweging plaats van de belangen van de vreemdeling alsmede zijn gezinsleden tegen de algemene belangen. In dat kader wordt in ieder geval betrokken of: -Objectieve belemmeringen zien op belemmeringen om het gezinsleven tussen de verblijfsgerechtigde hoofdpersoon en de gezinsleden buiten Nederland uit te oefenen. Bij de beoordeling van de vraag of daarvan sprake is, zal veelal moeten worden beoordeeld of het gezinsleven in het land van herkomst kan worden uitgeoefend. In het zich daartoe lenende geval zal echter ook moeten worden beoordeeld of het gezinsleven in een derde land kan worden uitgeoefend. Daarbij maakt het niet uit of de verblijfsgerechtigde hoofdpersoon Nederlander of vreemdeling is. Nederlanders kunnen zich in het algemeen ook in andere landen vestigen. In iedere zaak zal beoordeeld moet worden of er op dit moment sprake is van een objectieve belemmering. In het algemeen gelden daarbij de volgende uitgangspunten. +• er sprake is van een objectieve belemmering om het gezinsleven buiten Nederland uit te oefenen; en +• er sprake is van bijzondere omstandigheden; +• bij ouders en meerderjarige kinderen sprake is van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid en emotionele binding (more than normal emotional ties). -Van een objectieve belemmering om het privé-leven in het land van herkomst uit te oefenen, zal gelet op de uitspraak van het EHRM van 22 juni 2004 inzake F versus UK (nr 17341/03) geen sprake zijn. +###### 9.2.3.2. Het bestaan van een objectieve belemmering + +Objectieve belemmeringen zien op belemmeringen om het gezinsleven tussen de verblijfsgerechtigde hoofdpersoon en de gezinsleden buiten Nederland uit te oefenen. Bij de beoordeling van de vraag of daarvan sprake is, zal veelal moeten worden beoordeeld of het gezinsleven in het land van herkomst kan worden uitgeoefend. In het zich daartoe lenende geval zal echter ook moeten worden beoordeeld of het gezinsleven in een derde land kan worden uitgeoefend. Daarbij maakt het niet uit of de verblijfsgerechtigde hoofdpersoon Nederlander of vreemdeling is. Nederlanders kunnen zich in het algemeen ook in andere landen vestigen. In iedere zaak zal beoordeeld moet worden of er op dit moment sprake is van een objectieve belemmering. In het algemeen gelden daarbij de volgende uitgangspunten: + +• Indien een verblijfsvergunning asiel is verleend (en het gezinslid uit hetzelfde land komt), bestaat een zeer sterk vermoeden van een objectieve belemmering, dat slechts op individuele gronden van de betreffende zaak kan worden weerlegd. Voor de vraag naar de aanwezigheid van objectieve belemmeringen is doorslaggevend de vraag of de (persoonlijke) omstandigheden die tot de verblijfsvergunning asiel hebben geleid, op dit moment nog steeds aanwezig zijn. +• Indien op het moment waarop de toets aan artikel 8 EVRM plaatsvindt, ten aanzien van vreemdelingen afkomstig uit een bepaald (gedeelte van een) land of behorend tot een bepaalde bevolkingsgroep een categoriaal beschermingsbeleid wordt gevoerd (zie C2/5) bestaat er een vermoeden van een objectieve belemmering. +• Indien het gezinsleven niet in het land van herkomst, maar mogelijk wel in dat derde land kan worden uitgeoefend, wordt voorshands geen objectieve belemmering aangenomen. De verblijfsgerechtigde hoofdpersoon en de gezinsleden dienen daarover helderheid te verschaffen en dat te onderbouwen. + +Van een objectieve belemmering om het privé-leven in het land van herkomst uit te oefenen, zal gelet op de uitspraak van het EHRM van 22 juni 2004 inzake F versus UK (nr 17341/03) geen sprake zijn. + +De objectieve belemmering vormt een van de factoren die in de belangenafweging moeten worden betrokken. Indien er, in geval van eerste toelating, geen sprake is van een objectieve belemmering, zal er in beginsel niet snel sprake zijn van een schending van artikel 8 EVRM. Dit laat onverlet dat bij afwezigheid van een objectieve belemmering een volledige belangenafweging dient plaats te vinden. + +De belangenafweging valt, indien sprake is van een objectieve belemmering, alleen dan op voorhand al in het voordeel van de vreemdeling uit, indien er sprake is van een uitzichtloze situatie waarin van tevoren al volstrekt duidelijk is dat nimmer aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning zal kunnen worden voldaan en waarin het vragen van inspanningen om alsnog aan de voorwaarden te gaan voldoen, zinloos is. Dat wordt slechts aangenomen indien: + +• er sprake is van een reeds in het land van herkomst bestaande feitelijke gezinsband; +• er geen sprake is van openbare orde aspecten; +• er een objectieve belemmering is om het gezinsleven buiten Nederland uit te oefenen; en +• de verblijfsgerechtigde hoofdpersoon 65 jaar of ouder is of volledig en blijvend arbeidsongeschikt, dan wel blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen. Uitgangspunt is dat de hoofdpersoon bij wie verblijf wordt beoogd, zijn of haar eigen verantwoordelijkheden draagt, ook voor wat betreft de kosten van zijn of haar levensonderhoud en dat van de gezinsleden die hij of zij wenst te laten overkomen. Daarom wordt van de hoofdpersoon verwacht dat hij of zij gedurende een langere termijn alles op alles heeft gezet om werk te krijgen en zodoende duurzaam te gaan beschikken over voldoende zelfstandige bestaansmiddelen. Daarbij wordt van hem of haar een actieve houding verwacht. @@ -5036,36 +4489,32 @@ Van de hoofdpersoon wordt in ieder geval verwacht dat hij actief naar werk zoekt De redelijke termijn vangt in beginsel aan op de datum van dagtekening van de beschikking, waarbij de hoofdpersoon is toegelaten en waarmee hij toegang tot de arbeidsmarkt heeft verkregen. Dat is dus niet de (eerdere) ingangsdatum van het verblijfsrecht dat met terugwerkende kracht wordt verleend. +Dat uitgangspunt lijdt slechts dan uitzondering indien de overheid de hoofdpersoon onevenredig lang heeft afgehouden van de verblijfsvergunning en daarmee van toegang tot de arbeidsmarkt. + +Als richtsnoer wordt voor de duur van de redelijke termijn een termijn van drie jaren gehanteerd. Van belang is dat die termijn korter of langer kan zijn naar gelang de overige feiten en omstandigheden van het individuele geval. + Indien sprake is van gezinsvorming, en er dus niet reeds in het land van herkomst sprake was van gezinsleven tussen de toegelaten hoofdpersoon en het gezinslid, maar het gezinsleven eerst is aangegaan nadat de hoofdpersoon zich in Nederland heeft gevestigd, wordt slechts onder zeer uitzonderlijke omstandigheden een schending van artikel 8 EVRM aangenomen. In het algemeen zal daarvan slechts sprake zijn, indien duidelijk is dat nimmer aan de voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning zal kunnen worden voldaan. In veel zaken waarin sprake is van een Nederlands kind, wordt een beroep gedaan op artikel 3 van het Vierde Protocol bij het EVRM. Dat artikel ziet niet op het verlenen van een verblijfstitel aan een niet-Nederlandse ouder van een Nederlands kind, maar op aanspraken die een onderdaan van een betreffende staat jegens die staat geldend kan maken in het kader van feitelijke toelating tot het grondgebied van de staat en het bestendig verblijf aldaar. Nu uitzetting van een Nederlands kind in verblijfsprocedures van zijn ouders strikt genomen niet aan de orde is, komt aan artikel 3 van het Vierde Protocol van het EVRM in dit verband geen beslissende betekenis toe. Dit neemt niet weg dat, zoals hiervoor in deze paragraaf reeds is aangegeven, de belangen van het kind in de belangenafweging binnen artikel 8 EVRM worden betrokken. -###### 10.2.3.3. Openbare orde aspecten en belangenafweging - -200720016-10-200708-10-20072007/30200720016-10-200708-10-20072007/3018-10-2007 - -###### 10.2.3.4. Objectieve belemmering - -200720016-10-200708-10-20072007/30200720016-10-200708-10-20072007/3018-10-2007 - -##### 10.2.4. Negatieve verplichting - -200720016-10-200708-10-20072007/30200720016-10-200708-10-20072007/3018-10-2007 - -##### 10.2.5. Beperking en arbeidsmarktaantekening - -200720016-10-200708-10-20072007/30200720016-10-200708-10-20072007/3018-10-2007 - -#### 10.3. Ambtshalve wijziging +#### 9.3. Ambtshalve wijziging Artikel 14, eerste lid, onder c, Vw geeft de bevoegdheid om op aanvraag van de houder of ambtshalve een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te wijzigen. Deze bevoegdheid zal worden gebruikt in alle gevallen waarin de verblijfsbeëindiging van de reguliere verblijfsvergunning in strijd is met artikel 8 EVRM. Als gevolg van de systematiek van de Vw, waarmee een strikte scheiding tussen de verblijfsvergunning regulier en de verblijfsvergunning asiel is beoogd, dient in een asielprocedure, indien verblijf op grond van artikel 8 EVRM wordt beoogd, een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier te worden ingediend. Dit betekent niet dat bij elke reguliere verblijfsbeëindiging ambtshalve zal worden beoordeeld of sprake is van artikel 8 EVRM. Een dergelijke beoordeling vind slechts plaats in de gevallen waarin expliciet een beroep op dit artikel wordt gedaan, dan wel waar een vreemdeling zelf feiten en omstandigheden naar voren brengt waaruit dit kan worden opgemaakt. -#### 10.4. Beperking en arbeidsmarktaantekening +#### 9.4. Beperking en arbeidsmarktaantekening Indien het recht op eerbiediging van het familie- of gezinsleven noopt tot aanvaarding van (voortgezet) verblijf, wordt een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend onder de beperking ‘uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM bij (naam hoofdpersoon met wie het gezinsleven moet worden toegestaan)’. +Indien het recht op eerbiediging van het privé-leven noopt tot aanvaarding van (voortgezet) verblijf, wordt een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb, onder de beperking voor het uitoefenen van privé-leven conform artikel 8 EVRM. + +Afhankelijk van de positie op de arbeidsmarkt van de hoofdpersoon, wordt de beperking aangevuld met één van de arbeidsmarktaantekeningen genoemd in B1/2.3.1. + +Afhankelijk van de aard van het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, wordt bij de verlening van de verblijfsvergunning aangegeven of het verblijfsrecht tijdelijk of niet- tijdelijk van aard is. Indien het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, tijdelijk van aard is, is het verblijfsrecht van de vreemdeling eveneens tijdelijk van aard. Indien het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, niet tijdelijk van aard is, is het verblijfsrecht van de vreemdeling eveneens niet tijdelijk van aard. + +Dit is slechts anders indien verblijf dient te worden verleend op grond van de pogingen van de vreemdeling om aan het gezinsleven met zijn kind invulling te gaan geven. In dat geval is het verblijfsrecht, ongeacht de aard van het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, altijd tijdelijk. + ## 3. Adoptiekinderen en pleegkinderen ### 1. Inleiding @@ -5646,19 +5095,18 @@ Indien duidelijk is dat de mvv moet worden geweigerd, ongeacht of er al dan niet Verzoeken om advies met het oog op de afgifte van een mvv dan wel een aanvraag om een mvv in het kader van gezinshereniging met een arbeidsmigrant kunnen eveneens bij het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie worden ingediend indien: -– de hoofdaanvrager (degene bij wie verblijf wordt beoogd) op grond van arbeid in loondienst verblijf in Nederland vraagt; en -– de aanvragen tegelijkertijd met die van de hoofdaanvrager worden ingediend door middel van het daarvoor bestemde formulier (zie bijlage 7g VV). +• de hoofdaanvrager (degene bij wie verblijf wordt beoogd) op grond van arbeid in loondienst verblijf in Nederland vraagt; en +• de aanvragen tegelijkertijd met die van de hoofdaanvrager worden ingediend door middel van het daarvoor bestemde formulier (zie bijlage 7g VV). Het gelijktijdig afdoen van het verzoek van gezinsleden door het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie, samen met die van de hoofdaanvrager, is voorts slechts mogelijk: -– in geval van een huwelijk dat reeds bestond toen beide echtgenoten nog in het buitenland verbleven; -– in geval van een relatie die reeds bestond toen beide partners nog in het buitenland verbleven; -– voor de uit het huwelijk of de relatie geboren minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin; -– voor de niet uit het huwelijk of de relatie geboren minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin. +• in geval van een huwelijk dat reeds bestond toen beide echtgenoten nog in het buitenland verbleven; +• voor de uit het huwelijk of de relatie geboren minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin; +• voor de niet uit het huwelijk of de relatie geboren minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin. -Verzoeken in het kader van verruimde gezinshereniging alsmede verband houdend met adoptie en opname als pleegkind dan wel aanvragen van vreemdelingen van 65 jaar of ouder die bij hun kind(eren) willen verblijven, worden derhalve niet door het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie afgehandeld. +Verzoeken verband houdend met adoptie en opname als pleegkind worden derhalve niet door het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie afgehandeld. -Voor gezinsleden gelden daarnaast de in B2 neergelegde toepasselijke voorwaarden, waaronder de legalisatie en verificatie van documenten (zie B2/8). De inschrijving van het huwelijk of geregistreerd partnerschap in de GBA (zie B2/2.8) is niet vereist bij de afgifte van de mvv. De inschrijving geldt echter wel als voorwaarde voor het verlenen van de verblijfsvergunning. +Voor gezinsleden gelden daarnaast de in B2 neergelegde toepasselijke voorwaarden, waaronder de legalisatie en verificatie van documenten (zie B2/7). #### 2.2. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning @@ -6224,9 +5672,9 @@ Het verblijf als vreemdeling die verblijf wil in het kader van de pilot circulai De verblijfsvergunning voor de vreemdeling die als circulaire migrant in Nederland wil verblijven wordt niet verleend met een geldigheidsduur van langer dan twee jaar. Na die twee jaar kan de geldigheidsduur niet worden verlengd. Het tijdelijke karakter van het verblijf brengt met zich mee dat de circulaire migrant die een verblijfsvergunning heeft voor arbeid in loondienst, bij tussentijdse beëindiging van het arbeidscontract Nederland moet verlaten tenzij in het kader van de pilot een nieuwe werkgever wordt gevonden. -##### 4.13.5. Gezinshereniging en - vorming +##### 4.13.5. Gezinshereniging en – vorming -Aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor (verruimde) gezinshereniging of gezinsvorming met een in het kader van de Pilot Circulaire Migratie verblijvende vreemdeling worden afgewezen. In het kader van de Pilot Circulaire Migratie is gezinshereniging- en vorming niet toegestaan aangezien het verblijfsrecht van een vreemdeling die als circulaire migrant in Nederland verblijft van tijdelijke aard is. +Aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor gezinshereniging of gezinsvorming met een in het kader van de Pilot Circulaire Migratie verblijvende vreemdeling worden afgewezen. In het kader van de Pilot Circulaire Migratie is gezinshereniging- en vorming niet toegestaan aangezien het verblijfsrecht van een vreemdeling die als circulaire migrant in Nederland verblijft van tijdelijke aard is. ### 5. Voortzetting van verblijf @@ -6685,7 +6133,22 @@ De financiële middelen van de vreemdeling moeten toereikend zijn voor de studie ##### 2.3.1. Voldoende middelen van bestaan -Indien de studie door een in Nederland gevestigde persoon of instelling/organisatie wordt bekostigd, dient de vreemdeling aan te tonen dat de financiële positie van deze (rechts)persoon daartoe toereikend is. Toereikend wil zeggen dat de financier over voldoende middelen van bestaan moet beschikken om in zijn eigen onderhoud (en eventueel in dat van zijn gezin) en dat van de vreemdeling te kunnen voorzien. De financier moet beschikken over een inkomen dat ten minste gelijk is aan het toepasselijke normbedrag als bedoeld in artikel 3.19, vierde lid, VV. De financier dient daarnaast een garantverklaring te ondertekenen (zie bijlage 6C VV). +Voor de beoordeling of de vreemdeling beschikt over voldoende middelen van bestaan is van belang of de studie en het verblijf worden bekostigd door: + +a. de vreemdeling zelf of een buiten Nederland gevestigde persoon of rechtspersoon; óf +b. een in Nederland gevestigde (rechts)persoon. + +De studie en het verblijf van de vreemdeling kunnen behalve door de vreemdeling zelf, ook worden bekostigd door een buiten Nederland gevestigde persoon of instelling/organisatie. Er kan dan sprake zijn van een geldelijke bijdrage (bijvoorbeeld een studiebeurs) van een internationale organisatie van het land van herkomst, door of vanwege de Nederlandse regering of van een particulier fonds. Tevens kan sprake zijn van uitzending van de vreemdeling door zijn werkgever. + +In deze gevallen wordt onder voldoende middelen van bestaan verstaan een bedrag dat gelijk is aan het normbedrag voor uitwonende studenten bedoeld in de WSF (zie artikel 3.18 WSF en de website van WSF). + +Indien de studie door een in Nederland gevestigde persoon of instelling/organisatie wordt bekostigd, dient de vreemdeling aan te tonen dat de financiële positie van deze (rechts)persoon daartoe toereikend is. Toereikend wil zeggen dat de financier over voldoende middelen van bestaan moet beschikken om in zijn eigen onderhoud (en eventueel in dat van zijn gezin) en dat van de vreemdeling te kunnen voorzien. De financier moet beschikken over een inkomen dat ten minste gelijk is aan het toepasselijke normbedrag als bedoeld in artikel 3.19, vierde lid, VV. De financier dient daarnaast een garantverklaring te ondertekenen (zie bijlage 6C VV). + +Indien de hoofdpersoon (de in Nederland gevestigde persoon die de studie bekostigt) een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan wel een relatie onderhoudt met een persoon die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw, dan wel Nederlander is, kan het duurzame, zelfstandig verworven inkomen van die persoon worden meegeteld bij de berekening van de bestaansmiddelen. + +In deze gevallen zijn de middelen van bestaan voldoende, indien het gezamenlijke inkomen ten minste gelijk is aan het normbedrag, bedoeld in artikel 3.19, vierde lid, VV. + +Als aanvullende voorwaarde geldt dan dat ondertekening van de garantverklaring, bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, onder b, Vb geschiedt door de hoofdpersoon en bedoelde (geregistreerde of huwelijks-)partner. ##### 2.3.2. Duurzaamheid van de middelen van bestaan @@ -6718,7 +6181,7 @@ Daarnaast moet aan ten minste twee van de volgende voorwaarden worden voldaan: • de vreemdeling heeft familiebanden met reeds in Nederland verblijvende personen; • De vreemdeling is de Nederlandse taal machtig. -Indien nodig kan COLO namens het Ministerie van OCW om advies worden gevraagd over de studiemogelijkheden in de herkomstlanden voor het MBO onderwijs (zie ook de website van COLO). +Indien nodig kan de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) namens het Ministerie van OCW om advies worden gevraagd over de studiemogelijkheden in de herkomstlanden voor het MBO onderwijs (zie ook de website van de SBB). Of een positieve bijdrage wordt geleverd aan het eigen land is mede afhankelijk van de fase waarin het ontwikkelingsproces van het desbetreffende land zich bevindt. Als het gaat om een hooggeïndustrialiseerd land, zal niet snel sprake zijn van een positieve bijdrage. Voorts zal de aard van de desbetreffende opleiding van belang zijn. Als de opleiding of studie niet van wezenlijke betekenis is voor de arbeidsmarkt van het herkomstland, wordt namelijk evenmin een positieve bijdrage geleverd aan het eigen land. @@ -6767,21 +6230,25 @@ In daarvoor in aanmerking komende gevallen wordt aan de verblijfsvergunning het #### 7.1. Inleiding -Voor zover in B6/7.1 tot en met B6/7.4 niet anders is bepaald, zijn de bepalingen uit B1 en B2 onverkort van toepassing. - -Voor verlening van een verblijfsvergunning komen in aanmerking de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner van de buitenlandse student, alsmede zijn minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin. - -De vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning voor verblijf bij de buitenlandse student is verleend, komt niet in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf, zoals bedoeld in B16, aangezien het hier gaat om een verblijfsrecht van tijdelijke aard (zie artikel 3.5, tweede lid, onder j en k, Vb). +Voor zover in B6/7.1 tot en met B6/7.4 niet anders is bepaald, zijn de bepalingen uit B1 en B2 onverkort van toepassing. Voor verlening van een verblijfsvergunning komen in aanmerking de echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner van de buitenlandse student, alsmede zijn minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin. De vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning voor verblijf bij de buitenlandse student is verleend, komt niet in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf, zoals bedoeld in B16, aangezien het hier gaat om een verblijfsrecht van tijdelijke aard (zie artikel 3.5, tweede lid, onder j en k, Vb). #### 7.2. Middelen van bestaan De buitenlandse student moet duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan. -De algemene regels met betrekking tot de hoogte van het inkomen (zie B1/4.3) zijn van toepassing. Dit betekent dat de buitenlandse student dient te beschikken over inkomsten ten minste gelijk aan het normbedrag, bedoeld in artikel 3.74, eerste lid onder a, Vb. +De algemene regels met betrekking tot de hoogte van het inkomen (zie B1/4.3) zijn van toepassing. Dit betekent dat de buitenlandse student dient te beschikken over inkomsten ten minste gelijk aan het normbedrag, bedoeld in artikel 3.74, eerste lid onder a, Vb. + +Ook hier geldt dat ingevolge de in artikel 3.75, eerste lid, Vb opgenomen hoofdregel de middelen van bestaan als duurzaam worden aangemerkt, indien deze voor ten minste één jaar beschikbaar zijn (zie ook B6/2.3.2). + +Indien de buitenlandse student in het bezit is van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur korter dan een jaar, zal het aan te tonen bedrag waarover hij dient te beschikken indien verblijf bij hem wordt beoogd, worden gerelateerd aan de daadwerkelijke duur van zijn verblijf. + +Hier geldt hetzelfde als hetgeen in B6/2.3.2 is neergelegd, echter nu voor het normbedrag dat in de onderhavige paragraaf is genoemd. + +Indien een hier te lande wonende solvabele derde zich ter meerdere zekerheid reeds garant heeft gesteld voor de buitenlandse student, dient vast te staan dat deze garantverklaring ook geldt voor het hiervoor onder ‘voldoende’ genoemde normbedrag. #### 7.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift -De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij echtgeno(o)t(e)/(geregistreerd) partner/ouder …… (naam).’ Arbeid niet toegestaan. +De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner/ouder (naam).’ Arbeid niet toegestaan. Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. @@ -6834,7 +6301,7 @@ De twee laatstgenoemde van de hierboven opgesomde regels zijn een uitwerking van #### 1.2. Gezinshereniging of -vorming -Aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor (verruimde) gezinshereniging of -vorming met een in het kader van uitwisseling in Nederland verblijvende vreemdeling worden afgewezen. De verblijfsvergunning wordt ingetrokken indien de in het kader van uitwisseling in Nederland verblijvende vreemdeling overgaat tot gezinshereniging of gezinsvorming met een al dan niet rechtmatig in Nederland verblijvende persoon. De vreemdeling wordt dan in de gelegenheid gesteld een aanvraag in te dienen tot wijziging van de vergunning. +Aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor gezinshereniging of -vorming met een in het kader van uitwisseling in Nederland verblijvende vreemdeling worden afgewezen. De verblijfsvergunning wordt ingetrokken indien de in het kader van uitwisseling in Nederland verblijvende vreemdeling overgaat tot gezinshereniging of gezinsvorming met een al dan niet rechtmatig in Nederland verblijvende persoon. De vreemdeling wordt dan in de gelegenheid gesteld een aanvraag in te dienen tot wijziging van de vergunning. #### 1.3. Geldigheidsduur @@ -6848,7 +6315,11 @@ Ingevolge artikel 3.69 Vb wordt de geldigheidsduur van de vergunning voor dit do Het uitgangspunt voor verblijf als au pair is buitenlandse jongeren – in korte tijd en onder bepaalde voorwaarden – de gelegenheid te bieden kennis te maken met de Nederlandse samenleving en cultuur, waarbij de au pair geen arbeid in de zin van de Wav mag verrichten. Een belangrijke plaats bij de beoordeling vooraf en bij het toezicht wordt ingenomen door de bewustverklaring (zie bijlage 10 VV) en de overeenkomst au pair – gastgezin (zie bijlage 13 en 13a VV). In de overeenkomst komen de au pair en het gastgezin overeen dat zij de daarin neergelegde verplichtingen zullen nakomen. Hetgeen wordt vastgelegd in de overeenkomst is direct van toepassing op de desbetreffende au pair en het gastgezin. -Het gastgezin verleent de au pair faciliteiten, in ruil waarvoor de au pair licht huishoudelijk werk in het gezin verricht. Het verblijf heeft dus primair een cultureel karakter. Dit verblijfskarakter en de noodzaak om oneigenlijk gebruik van het au pair-beleid tegen te gaan, rechtvaardigen een restrictieve toepassing van het beleid. +Het gastgezin verleent de au pair faciliteiten, in ruil waarvoor de au pair licht huishoudelijke werkzaamheden in het gezin mag verrichten. Het verblijf heeft dus primair een cultureel karakter. + +Deze tegenprestatie mag niet het karakter hebben van werk in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) waarvoor een tewerkstellingsvergunning vereist is. Dit betekent onder meer dat de au pair niet alleen (volledig) verantwoordelijk kan zijn voor de licht huishoudelijke werkzaamheden; er moet altijd een alternatief voorhanden zijn. Een au pair mag niet worden ingezet als nanny of werk(st)er. Ook mag een au pair geen taken verrichten voor mensen die een bijzondere zorg nodig hebben, die een specifieke vaardigheid vereist. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om handelingen waarvoor een (medische) opleiding nodig of vereist is. + +Dit verblijfskarakter en de noodzaak om oneigenlijk gebruik van het au pair beleid tegen te gaan, rechtvaardigen een restrictieve toepassing van het beleid. #### 2.2. Aard van het verblijf en werkzaamheden @@ -6862,14 +6333,19 @@ Indien het gastgezin de au pair werkzaamheden laat verrichten waarvoor ingevolge De aanvraag wordt afgewezen indien de aanvrager: -• de feitelijke zorg of zorgplicht heeft voor (andere) afhankelijke gezinsleden (dan kinderen, bedoeld in artikel 3.43, eerste lid, onder b, Vb). Indien de au pair bij de aanvraag om een verblijfsvergunning geen verklaring burgerlijke staat (zie bijlage 13 en 13a VV) ondertekent, wordt aangenomen dat hij of zij de feitelijke zorg of zorgplicht heeft voor (andere) afhankelijke gezinsleden; +• de feitelijke zorg of zorgplicht heeft voor (andere) afhankelijke gezinsleden (dan kinderen, bedoeld in artikel 3.43, eerste lid, onder b, Vb). Indien de au pair bij de aanvraag om een verblijfsvergunning geen verklaring burgerlijke staat (zie bijlage 13 en 13a VV) ondertekent, wordt aangenomen dat hij of zij de feitelijke zorg of zorgplicht heeft voor (andere) afhankelijke gezinsleden. Van zorg voor afhankelijke gezinsleden is bijvoorbeeld ook sprake als kinderen in het land van herkomst bij derden zijn ondergebracht; • niet daadwerkelijk woon- en verblijfplaats heeft in de woning van het gastgezin en evenmin daar staat ingeschreven; • andere werkzaamheden verricht dan waarvoor in zijn of haar aanwezigheid steeds aantoonbaar een alternatief voorhanden is (dat wil zeggen andere werkzaamheden dan die welke gewoonlijk worden verricht door een of meer leden van het gastgezin, een oppas of huishoudelijke hulp); • met uitsluiting van de leden van het gastgezin volledig verantwoordelijk is voor huishoudelijke taken (de au pair verblijft immers op basis van gelijkheid met de gezinsleden in het gastgezin); -• meer dan acht uur op een dag werkt (inclusief werkzaamheden ’s avonds, zoals oppassen) of minder dan twee vrije dagen per week heeft; +• taken gaat verrichten voor mensen die een meer bijzondere zorg nodig hebben, die een specifieke vaardigheid vereist; +• meer dan acht uur op een dag licht huishoudelijke werkzaamheden verricht (inclusief werkzaamheden ’s avonds, zoals oppassen) of minder dan twee vrije dagen per week heeft; • geen antecedentenverklaring ondertekent; -• geen volledig ingevulde en ondertekende overeenkomst overeenkomstig bijlage 13 en 13a VV heeft overgelegd, of niet alle gegevens, die op dat model moeten worden ingevuld, heeft verstrekt; en -• verblijf wenst in een gastgezin dat wegens misbruik is uitgesloten van het au pair-beleid. +• weigert medewerking te verlenen aan onderzoek naar TBC van de ademhalingsorganen of behandeling ervan (zie artikel 3.79 Vb en B1/4.5), voor zover die medewerking gelet op de nationaliteit mag worden verlangd; +• geen volledig ingevulde en ondertekende overeenkomst overeenkomstig bijlage 13 en 13a VV heeft overgelegd, of niet alle gegevens, die op dat model moeten worden ingevuld, heeft verstrekt; +• verblijf wenst in een gastgezin dat wegens misbruik is uitgesloten van het au pairbeleid; +• een geldbedrag voor bijvoorbeeld inschrijfgeld en/of bemiddelingskosten en/of het volgen van een (door de eigen overheid voorgeschreven) cursus ter voorbereiding op het verblijf in Nederland door de buitenlandse uitwisselingsjongere aan een (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie heeft betaald, dat in totaal hoger is dan 10% van het maximale bedrag dat een gastgezin maandelijks als zakgeld aan een au pair mag betalen. Dit bedrag is opgenomen in het besluit ‘Loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen, achterwege laten inhouding loonheffing au pairs’ van 21 december 2000; +• een geldbedrag als borgsom aan een (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie heeft betaald; of +• een contract met een gastgezin of (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie heeft ondertekend waarmee de aanvrager zich verplicht tot het betalen van geld of een geldboete als sanctie wegens het niet nakomen van een of meerdere bepalingen van dit contract. #### 2.4. Beperking @@ -6891,9 +6367,9 @@ Voor verandering van gastgezin moet wijziging van de vergunning worden gevraagd. #### 2.8. Uitsluiting van gastgezin bij misbruik -Wanneer bij een gastgezin misbruik van het au pair-beleid wordt geconstateerd dan zal dit gezin gedurende een periode van vijf jaar worden uitgesloten van de mogelijkheid tot het verlenen van faciliteiten aan een au pair. +Wanneer bij een gastgezin misbruik van het au pairbeleid wordt geconstateerd dan zal dit gezin gedurende een periode van vijf jaar worden uitgesloten van de mogelijkheid tot het verlenen van faciliteiten aan een au pair. -Er is sprake van misbruik als de au pair en het gastgezin doelbewust handelen in strijd met de Vw of de Wav. Het gaat dan bijvoorbeeld om het achterhouden van informatie, het laten verrichten van werkzaamheden gedurende meer dan 30 uur per week of het laten verrichten van werkzaamheden die niet onder het au pair-beleid vallen. Ook ander misbruik waarbij de au pair is betrokken, zoals bijvoorbeeld een misdrijf in de zin van het WvSv, kan tot uitsluiting van het beleid leiden. Sanctionering van het gastgezin vindt echter alleen plaats indien aan het misbruik van de au pair door het gastgezin een intrekking van de verblijfsvergunning, een geldboete of (onherroepelijke) veroordeling ten grondslag ligt. +Er is sprake van misbruik als de au pair en het gastgezin doelbewust handelen in strijd met de Vw of de Wav. Het gaat dan bijvoorbeeld om het achterhouden van informatie, het laten verrichten van werkzaamheden gedurende meer dan 30 uur per week of het laten verrichten van werkzaamheden die niet onder het au pairbeleid vallen. Ook ander misbruik waarbij de au pair is betrokken, zoals bijvoorbeeld een misdrijf in de zin van het WvSv, kan tot uitsluiting van het beleid leiden. Sanctionering van het gastgezin vindt echter alleen plaats indien aan het misbruik van de au pair door het gastgezin een intrekking van de verblijfsvergunning, een geldboete of (onherroepelijke) veroordeling ten grondslag ligt. De hierboven bedoelde termijn van vijf jaar vangt aan op de datum waarop de intrekkingsbeschikking van de verblijfsvergunning in rechte onaantastbaar is geworden, dan wel op de datum waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden. Indien de tenuitvoerlegging van de sanctie pas later heeft plaatsgevonden, vangt de termijn aan op de dag waarop de sanctie volledig ten uitvoer is gelegd (zie B1/4.4.1). @@ -7095,7 +6571,7 @@ Naast deze voorwaarden zijn de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepas Op grond van artikel 3.46, derde lid, Vb wordt de aanvraag niet afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder a en c, Vw en op de grond dat de financiering van de medische behandeling niet deugdelijk is geregeld, indien ten minste een jaar direct voorafgaande aan de aanvraag tegen de uitzetting beletselen hebben bestaan als bedoeld in artikel 64 Vw (zie B8/2.1.1). -Voor deze beoordeling is slechts van belang of de vreemdeling voldoet aan alle voorwaarden die genoemd worden in één van de onder 1 tot 7 genoemde situaties. +Voor deze beoordeling is slechts van belang of de vreemdeling voldoet aan alle voorwaarden die genoemd worden in één van de onder 1 tot 6 genoemde situaties. 1. de situatie waarin: Nederland internationaal gezien een bijzonder specialisme heeft voor de medisch noodzakelijke behandeling van de betreffende aandoening. Alleen indien de vreemdeling de bijzonderheid van het specialisme met een medische verklaring heeft aangetoond, wordt aan het BMA advies gevraagd. 2. de situatie waarin de vreemdeling: @@ -7107,7 +6583,7 @@ d. de medische behandeling voor die klachten reeds ten minste één jaar plaatsv De vraag of de medische behandeling voor die klachten naar verwachting langer dan één jaar zal duren, is hier niet relevant. Het verblijf in Nederland wordt door de vreemdeling aangetoond met objectieve bescheiden, niet zijnde getuigenverklaringen. Het moment van aanvang van de medische behandeling wordt aangetoond door de vreemdeling, hiernaar wordt geen onderzoek verricht door het BMA. -Onder *medische noodsituatie* wordt verstaan: die situatie waarbij betrokkene lijdt aan een stoornis, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vast staat dat het achterwege blijven van behandeling op korte termijn zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade. Onder “op korte termijn” wordt verstaan binnen een termijn van drie maanden. +Onder *medische noodsituatie* wordt verstaan: die situatie waarbij betrokkene lijdt aan een stoornis, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vast staat dat het achterwege blijven van behandeling op korte termijn zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade. Onder ‘op korte termijn’ wordt verstaan binnen een termijn van drie maanden. 3. de situatie waarin: a. de vreemdeling zich in Nederland bevindt; en @@ -7134,11 +6610,7 @@ Zie voor begripsbepaling en bewijslast mantelzorg B8/5. 6. de situatie waarin: a. het verlenen van specialistische prenatale zorg aan een zwangere vreemdelinge medisch noodzakelijk is; en -b. er sprake is van een naar internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een geregistreerd partnerschap met een Nederlander dan wel met een vreemdeling die hier te lande verblijft op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw. Het huwelijk of het geregistreerde partnerschap moet zijn ingeschreven in de GBA (zie B2/2.8). Het bestaan van een naar internationaal privaatrecht geldig huwelijk wordt in beginsel aangetoond met gelegaliseerde officiële bescheiden (zie B2/2.3 en B2/8). -7. de situatie waarin: - -a. het verlenen van specialistische prenatale zorg aan een zwangere vreemdelinge medisch noodzakelijk is; en -b. de vreemdelinge hier te lande woonachtig is en een duurzame en exclusieve relatie (in de zin van B2/4.2) heeft met een Nederlander dan wel met een vreemdeling die hier te lande verblijft op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw. Deze Nederlander of vreemdeling dient het kind te hebben erkend op grond van Nederlands (internationaal privaat-)recht (artikelen 1:2 BW juncto 1:203 BW). Tenzij de erkenning naar vreemd recht is geschied, wordt de erkenning aangetoond met een akte van erkenning, opgemaakt door een ambtenaar van de burgerlijke stand of met een notariële akte van erkenning. Als de erkenning naar vreemd recht is geschied, wordt deze aangetoond met bewijsstukken betreffende de staat van personen. B2/8 is in dat geval van toepassing. +b. er sprake is van een naar internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een geregistreerd partnerschap met een Nederlander dan wel met een vreemdeling die hier te lande verblijft op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw. Het bestaan van een naar internationaal privaatrecht geldig huwelijk wordt in beginsel aangetoond met gelegaliseerde officiële bescheiden (zie B2/2.3 en B2/8). Als de vreemdeling niet behoort tot een van de bovengenoemde categorieën, wordt Nederland niet aangemerkt als het meest aangewezen land, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 4:84 Awb, waardoor toepassing van deze beleidsregel voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere individuele omstandigheden onevenredig zijn in verhouding met de met de beleidsregel te dienen doelen. Bij deze bijzondere omstandigheden dient met nadruk niet te worden gedacht aan omstandigheden die de feitelijke toegankelijkheid van de zorg betreffen (zie B8/3.4). Voorts wordt geen betekenis toegekend aan de oorzaak van de medische problematiek, voorzover deze asielgerelateerd is. @@ -7323,13 +6795,13 @@ Indien buiten enige twijfel vaststaat dat de medische behandeling blijvend aan N De in Nederland verblijvende of meereizende gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling kunnen op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij de hoofdpersoon tijdens diens medische behandeling. Dit beleid heeft betrekking op de volgende gezinsleden: -• (huwelijks)partner die eenentwintig jaar of ouder is; +• huwelijkspartner die eenentwintig jaar of ouder is; • juridische of biologische minderjarige kinderen die onder rechtmatig gezag van de hoofdpersoon vallen. Als de hoofdpersoon een minderjarig kind is, kunnen de volgende gezinsleden in aanmerking komen voor verblijf als hier bedoeld: • juridische of biologische ouders, voor zover het kind dat in Nederland verblijft onder rechtmatig gezag staat van deze ouders; -• minderjarige broers en zussen die feitelijk behoren tot het gezin voor zover aan hun biologische of juridische ouders, onder wierrechtmatig gezag zij staan, verblijf in Nederland is toegestaan als gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling. +• minderjarige broers en zussen die feitelijk behoren tot het gezin voor zover aan hun biologische of juridische ouders, onder wier rechtmatig gezag zij staan, verblijf in Nederland is toegestaan als gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling. Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning zoals hier bedoeld dienen zij aan de volgende voorwaarden te voldoen: @@ -7338,7 +6810,7 @@ Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning zoals hier bedoeld dienen • de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; • de vreemdeling vormt geen gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid; • de gezinsleden zijn bereid om medewerking te verlenen aan een medisch onderzoek naar een ziekte aangewezen bij of krachtens de Infectieziektewet, ter bescherming van de volksgezondheid of een medische behandeling tegen een dergelijke ziekte te ondergaan; -• de hoofdpersoon beschikt duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan (zie ook hieronder onder *middelen van bestaan*). +• de hoofdpersoon beschikt duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan (zie ook hieronder onder middelen van bestaan). Als de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een geregistreerd partnerschap is verbonden wordt de verblijfsvergunning slechts verleend aan één echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner tegelijkertijd, alsmede aan de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen. Ook indien de in Nederland verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. @@ -7346,8 +6818,6 @@ Zie voor een nadere uitwerking van bovengenoemde voorwaarden en voor de wijze wa Aan in Nederland verblijvende gezinsleden zoals hier bedoeld, die met de hoofdpersoon zijn meegereisd, kan met toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vb vrijstelling van het mvv-vereiste worden verleend. -*Middelen van bestaan* - In afwijking van het bepaalde in B1 Vc wordt voorts de aanvraag niet afgewezen om de reden dat de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan indien het een gezinslid betreft van een houder van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling die is verleend nadat ten minste een jaar direct voorafgaande aan de aanvraag tegen de uitzetting beletselen hebben bestaan als bedoeld in artikel 64 Vw. In overige gevallen geldt het volgende: @@ -7355,8 +6825,6 @@ In overige gevallen geldt het volgende: • als de hoofdpersoon zelf het verblijf in Nederland van de gezinsleden financiert dan moet de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikken over een inkomen dat ten minste gelijk is aan het toepasselijke normbedrag, bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, Vb dan wel artikel 3.19, tweede lid, VV; • als het verblijf in Nederland van de hoofdpersoon door een derde wordt gefinancierd moet de financier voldoen aan de toepasselijke norm voor zichzelf aangevuld met het toepasselijke normbedrag, bedoeld in artikel 3.19, vijfde lid, VV. -*Beperking, duur, aard van het verblijfsrecht en aantekeningen* - Om te verzekeren dat de gezinsleden slechts verblijf krijgen gedurende de medische behandeling van de hoofdpersoon, wordt aan hen een verblijfsvergunning verleend onder de beperking: ‘verblijf bij (naam hoofdpersoon)’ met dezelfde geldigheidsduur als die van de hoofdpersoon. Het verblijfsrecht is in deze gevallen conform artikel 3.5, tweede lid, onder a, Vb tijdelijk van aard. Houders van de verblijfsvergunning zoals hier bedoeld komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw. @@ -7865,7 +7333,7 @@ Op grond van artikel 3.34e, onder c, VV is het slachtoffer of de getuige-aangeve Nadat de grond aan de verblijfsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk is komen te ontvallen dient betrokkene Nederland te verlaten. -Dat is anders indien betrokkene tijdig een aanvraag doet om wijziging van de verblijfsvergunning voor een ander doel en aan de in dat kader gestelde voorwaarden is voldaan. Betrokkene dient dan een wijziging van de vergunning aan te vragen. Het gaat hier om een aanvraag die niet gerelateerd is aan de B9-procedure, bijvoorbeeld verblijf bij partner. +Dat is anders indien betrokkene tijdig een aanvraag doet om wijziging van de verblijfsvergunning voor een ander doel en aan de in dat kader gestelde voorwaarden is voldaan. Betrokkene dient dan een wijziging van de vergunning aan te vragen. Het gaat hier om een aanvraag die niet gerelateerd is aan de B9-procedure. Indien een slachtoffer of een getuige-aangever – aan wie voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in Nederland was toegestaan – van oordeel is dat het verblijf dient te worden voortgezet om onaanvaardbare gevolgen bij terugzending te voorkomen, kan hij een beroep doen op artikel 3.52 Vb. In B16 is nader uitgewerkt op welke gronden en in welke situaties een vreemdeling voor een zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van 3.52 Vb in aanmerking komt. @@ -9557,37 +9025,19 @@ De verblijfsregeling, zoals genoemd in B12/3.4.2, geldt niet voor die vreemdelin ### 1. Inleiding -In beginsel wordt verblijf voor familiebezoek voor maximaal drie maanden toegestaan. Voor deze periode kan aan visumplichtige vreemdelingen een reisvisum worden verleend. Niet-visumplichtige vreemdelingen kunnen gedurende hun vrije termijn voor familiebezoek in Nederland verblijven (zie A2/4.2.2 en A2/4.4). - -Voorts is familiebezoek voor langer dan drie maanden mogelijk. Artikel 3.29 Vb geeft het kader waarbinnen aan een vreemdeling verblijf kan worden toegestaan voor familiebezoek. Indien aan de in dit artikel vermelde voorwaarden is voldaan, is de Minister bevoegd, doch niet verplicht, de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet onder welke voorwaarden van die bevoegdheid gebruik wordt gemaakt en de verblijfsvergunning kan worden verleend. Daarnaast zijn de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw en B1/4 van toepassing, tenzij anders is aangegeven. +20121628008-08-201227-07-2012WBV2012/1720121628008-08-201227-07-2012WBV2012/1701-10-2012 ### 2. Voorwaarden familiebezoek -Voor verblijf voor familiebezoek worden de volgende personen als familieleden aangemerkt: - -• echtgenoten of geregistreerde partners; -• bloedverwanten tot en met de vierde graad; en -• aanverwanten tot en met de tweede graad. - -Indien de eigen financiële middelen van de vreemdeling ontoereikend zijn, kan het verblijf slechts worden toegestaan wanneer het familielid of een andere relatie zich schriftelijk garant (zie bijlage 6c VV) heeft gesteld voor de kosten van het levensonderhoud en van de terugreis. Hierbij geldt slechts dat één persoon (het familielid of de andere relatie) en diens (geregistreerde of huwelijks-)partner het verblijf kunnen bekostigen en garant staan. - -Het familielid of een andere relatie dient te beschikken over voldoende, zelfstandig verworven middelen van bestaan voor zichzelf (en zijn gezin) en voor de kosten van het levensonderhoud van de vreemdeling voor de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling. Onder voldoende middelen van bestaan wordt verstaan een inkomen, gelijk aan het toepasselijke normbedrag als bedoeld in artikel 3.19, derde lid, VV. - -Middelen familie- en gezinsleden en andere relaties garantsteller - -Bij de berekening van het inkomen worden de inkomsten van eventuele familie- en gezinsleden, en van andere relaties van de garantsteller niet meegeteld, met uitzondering van het inkomen van de (geregistreerd of huwelijks-)partner. Indien ook de bestaansmiddelen van de garantsteller niet voldoende zijn, wordt de aanvraag afgewezen en worden de (eveneens ontoereikende) eigen financiële middelen van de vreemdeling daar niet bij opgeteld. +20121628008-08-201227-07-2012WBV2012/1720121628008-08-201227-07-2012WBV2012/1701-10-2012 ### 3. Beperking, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift -De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘voor familiebezoek bij ....... (naam familielid) van ten hoogste zes maanden’, met de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid niet toegestaan.’ - -In het geval degene die familiebezoek beoogt onderdaan is van een Lidstaat van de EU/EER of van Zwitserland wordt de verblijfsvergunning verleend onder de beperking: ‘voor familiebezoek bij ........ (naam familielid) van ten hoogste zes maanden’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.’ - -Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. +20121628008-08-201227-07-2012WBV2012/1720121628008-08-201227-07-2012WBV2012/1701-10-2012 ### 4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning -De verblijfsvergunning wordt verleend met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden, te berekenen vanaf de dag na inreis in Nederland (zie artikel 3.70 Vb). +20121628008-08-201227-07-2012WBV2012/1720121628008-08-201227-07-2012WBV2012/1701-10-2012 ## 14. Ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning regulier @@ -9984,11 +9434,11 @@ De bepalingen van B2 zijn van toepassing. ##### 3.6.1. Gezinshereniging en -vorming in geval van medische aspecten -De in Nederland verblijvende (huwelijks)partner alsmede het/ de tot het gezin behorende kind(eren) dat/ die afhankelijk is/ zijn van een vreemdeling aan wie in verband met medische gronden een verblijfsvergunning op grond van het buiten schuld beleid is verleend, respectievelijk de verzorgende ouder(s), kunnen in deze situatie met toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vb worden vrijgesteld van het mvv-vereiste wanneer zij een verblijfsaanvraag indienen. +De in Nederland verblijvende huwelijkspartner of geregistreerd partner alsmede het/ de tot het gezin behorende kind(eren) dat/ die afhankelijk is/ zijn van een vreemdeling aan wie in verband met medische gronden een verblijfsvergunning op grond van het buiten schuld beleid is verleend, kunnen in deze situatie met toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vb worden vrijgesteld van het mvv-vereiste wanneer zij een verblijfsaanvraag indienen. In afwijking van het bepaalde in B1 wordt deze aanvraag niet afgewezen om de reden dat de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan. -Gelet op het bepaalde in artikel 3.13 Vb kunnen deze gezinsleden in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd omdat van hen in redelijkheid niet kan worden verlangd dat zij terugkeren naar het land van herkomst. Om te verzekeren dat de gezinsleden slechts verblijf krijgen gedurende de periode dat er voor de hoofdpersoon sprake is van een situatie dat hij buiten zijn schuld Nederland niet kan verlaten, wordt aan hen een verblijfsvergunning verleend onder de beperking: ‘verblijf bij….(naam hoofdpersoon)’ met dezelfde geldigheidsduur als die van de hoofdpersoon. +Gelet op het bepaalde in artikel 3.13 Vb kunnen deze gezinsleden in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd omdat van hen in redelijkheid niet kan worden verlangd dat zij terugkeren naar het land van herkomst. Om te verzekeren dat de gezinsleden slechts verblijf krijgen gedurende de periode dat er voor de hoofdpersoon sprake is van een situatie dat hij buiten zijn schuld Nederland niet kan verlaten, wordt aan hen een verblijfsvergunning verleend onder de beperking: ‘verblijf bij....(naam hoofdpersoon)’ met dezelfde geldigheidsduur als die van de hoofdpersoon. De arbeidsmarktaantekening luidt, voor zover het geen gemeenschapsonderdaan betreft: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien de werkgever beschikt over een TWV’. @@ -10270,10 +9720,8 @@ De werkgever kan namens de gezinsleden te weten de echtgeno(o)te of (geregistree De aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning als kennismigrant wordt door de vreemdeling in persoon dan wel schriftelijk, al of niet door tussenkomst van de werkgever, ingediend bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND, en wel door middel van een aanvraagformulier: -– aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv (zie bijlage 13, onder b, VV); of -– aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv (zie bijlage 13b VV). - -Het verkrijgen van het aanvraagformulier +• aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv (zie bijlage 13, onder b, VV); of +• aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv (zie bijlage 13b VV). Het aanvraagformulier kan worden verkregen via de website van de IND, en wel op de kennismigrantenmodule. Het aanvraagformulier dient elektronisch te worden ingevuld. @@ -10281,9 +9729,9 @@ De werkgever dient het ingevulde en door de kennismigrant ondertekende aanvraagf Als de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt, de aanvraag persoonlijk wil indienen bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND, maakt hij daartoe een afspraak met het loket. -De werkgever of de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt, kan met een aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning voor een kennismigrant, tevens tegelijkertijd een aanvraag doen voor de meegereisde echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner en de minderjarige kinderen. Het aanvraagformulier wordt zowel door de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt als door de gezinsleden ondertekend. +De werkgever of de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt, kan met een aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning voor een kennismigrant, tevens tegelijkertijd een aanvraag doen voor de meegereisde echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner en de minderjarige kinderen. Het aanvraagformulier wordt zowel door de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt als door de gezinsleden ondertekend. -Als de gezinsleden nareizen nadat de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt een aanvraag heeft ingediend, doen deze gezinsleden, zijnde de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner en de minderjarige kinderen, met het daarvoor bestemde aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning regulier voor nareizende gezinsleden, een aanvraag. Voor de behandeling van alle aanvragen van gezinsleden van kennismigranten geldt een streeftermijn van twee weken. Daarbij is de IND afhankelijk van buiten de IND gelegen procedures, zoals de verplichte inschrijving van het huwelijk in de GBA, die moeten zijn afgerond voordat de IND een beslissing kan nemen op de aanvraag. +Als de gezinsleden nareizen nadat de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt een aanvraag heeft ingediend, doen deze gezinsleden, zijnde de echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner en de minderjarige kinderen, met het daarvoor bestemde aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning regulier voor nareizende gezinsleden, een aanvraag. Voor de behandeling van alle aanvragen van gezinsleden van kennismigranten geldt een streeftermijn van twee weken. Daarbij is de IND afhankelijk van buiten de IND gelegen procedures, zoals de verplichte inschrijving van het huwelijk in de GBA, die moeten zijn afgerond voordat de IND een beslissing kan nemen op de aanvraag. De beslistermijn van twee weken is tevens van toepassing op aanvragen om wijziging van de beperking waaronder eerder een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend in de beperking ‘verblijf als kennismigrant’. Hierbij kan worden gedacht aan het geval dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid in loondienst’, deze beperking wil wijzigen in de beperking ‘verblijf als kennismigrant’. @@ -10307,13 +9755,13 @@ Bij de aanvraag om een verblijfsvergunning voegt de kennismigrant, dan wel voege De werkgever neemt contact op met het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND voor een afspraak om ter plaatse van voornoemd loket de sticker ‘verblijfsaantekening algemeen’(zie bijlage 7g VV) in het reisdocument van de kennismigrant(en) en eventuele gezinsleden te laten plaatsen. Daartoe meldt de vreemdeling dan wel de werkgever zich met het paspoort van de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt, en eventuele gezinsleden, bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND (zie artikel 3.9, derde lid, VV). -Indien de kennismigrant in het bezit is van een mvv wordt op de sticker aangetekend: ‘Arbeid toegestaan; TWV niet vereist’. Dit geldt ook voor diens echtgeno(o)t(e) of partner. +Indien de kennismigrant in het bezit is van een mvv wordt op de sticker aangetekend: ‘Arbeid toegestaan; TWV niet vereist’. Dit geldt ook voor diens echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner. -Indien de kennismigrant niet over een mvv beschikt wordt de volgende arbeidsmarktaantekening geplaatst: ‘Arbeid niet toegestaan; TWV vereist’. Dit geldt ook voor diens echtgeno(o)t(e) of partner. +Indien de kennismigrant niet over een mvv beschikt wordt de volgende arbeidsmarktaantekening geplaatst: ‘Arbeid niet toegestaan; TWV vereist’. Dit geldt ook voor diens echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner. Daarna dient de vreemdeling zich bij de gemeente, waarin hij woonachtig is, te vervoegen met het oog op inschrijving in de GBA. Afgifte van het verblijfsdocument geschiedt door de IND na de inwilliging van de aanvraag. -Voor de kennismigrant die op grond van artikel 17, eerste lid, onder a, Vw is vrijgesteld van het mvv- vereiste, staat de mogelijkheid open om bij de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland onverplicht een mvv aan te vragen teneinde zijn verblijfsaanspraak vooraf te laten toetsen (zie B1/4.1.1). De werkgever in Nederland kan voorafgaande aan de indiening van de aanvraag om een mvv middels het formulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv kennismigrant’ verzoeken om een advies omtrent de afgifte van een mvv (zie B15/4.2). +Voor de kennismigrant die op grond van artikel 17, eerste lid, onder a, Vw is vrijgesteld van het mvv-vereiste, staat de mogelijkheid open om bij de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland onverplicht een mvv aan te vragen teneinde zijn verblijfsaanspraak vooraf te laten toetsen (zie B1/4.1.1). De werkgever in Nederland kan voorafgaande aan de indiening van de aanvraag om een mvv middels het formulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv kennismigrant’ verzoeken om een advies omtrent de afgifte van een mvv (zie B15/4.2). ### 5. Looncriterium @@ -10400,11 +9848,9 @@ Indien aan de voorwaarden van het bepaalde in dit hoofdstuk wordt voldaan, wordt Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. -De arbeidsmarktaantekening ‘Andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’houdt in dat een vreemdeling, die in het bezit is van een verblijfsvergunning als kennismigrant, arbeid als kennismigrant mag verrichten. Voor andere arbeid is een TWV vereist. +De arbeidsmarktaantekening ‘Andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’ houdt in dat een vreemdeling, die in het bezit is van een verblijfsvergunning als kennismigrant, arbeid als kennismigrant mag verrichten. Voor andere arbeid is een TWV vereist. -In het geval de kennismigrant drie onafgebroken jaren in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning als kennismigrant en hij daarna wijziging van de beperking in arbeid in loondienst aanvraagt, krijgt hij de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’. - -De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd)partner/ouder (naam). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. +De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner (naam)’. Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. @@ -10475,7 +9921,7 @@ Indien aan de voorwaarden van het bepaalde in dit hoofdstuk wordt voldaan, wordt Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist. Beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’. -De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd)partner/ouder (naam). Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’. +De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner (naam)’. Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’. Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. @@ -10488,59 +9934,74 @@ De verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekperiode afge #### 11.1. Zoekjaar Vreemdelingen die in Nederland zijn afgestudeerd aan een geaccrediteerde opleiding, als opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs met een Master-graad alsmede vreemdelingen die in Nederland gepromoveerd zijn, krijgen binnen de regeling hoogopgeleiden de mogelijkheid om binnen maximaal één jaar (zoekjaar) een functie als kennismigrant te vinden of een innovatief bedrijf te starten. - Hetzelfde geldt voor vreemdelingen die zijn afgestudeerd met een Master-graad of gepromoveerd aan een opleiding die is opgenomen in de top-200 van de in 2011 gepubliceerde lijsten van de ‘Times Higher Education Supplement’ of de ‘Jiao Tong Shanghai University’. - Daarnaast wordt de vreemdeling die om toelating vraagt in het kader van de regeling hoogopgeleiden getoetst aan de hand van een puntensysteem. Er wordt getoetst op opleiding, op leeftijd en op indicatoren voor het welslagen in Nederland. De vreemdeling dient minimaal 35 punten te halen in het puntensysteem om voor toelating in aanmerking te komen. - Voor de mvv-aanvraag in het kader van de regeling hoogopgeleiden wordt gestreefd naar afhandeling van de aanvraag binnen een termijn van vier weken na voldoening van de leges. Voor de aanvraag om een verblijfsvergunning zal afhandeling binnen zes weken worden na gestreefd. - - - Deze regeling wijkt op de volgende punten af van het beleid inzake het zoekjaar afgestudeerden (zie B15/10): - - - • - de vreemdeling die gebruik maakt van het zoekjaar afgestudeerde heeft alleen direct na voltooiing van de studie een jaar de mogelijkheid om arbeid als kennismigrant te zoeken, de hoogopgeleide heeft tot drie jaar na datum afstuderen of promoveren de mogelijkheid om gebruik te maken van het zoekjaar in het kader van de regeling hoogopgeleiden; - - - • - om in aanmerking te komen voor het zoekjaar afgestudeerde moet de vreemdeling een door de hoger onderwijsinstelling gewaarmerkte kopie van het diploma overleggen, de hoogopgeleide dient een schriftelijke diplomawaardering van Nuffic over te leggen; - - - • - de vreemdeling met de verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekjaar afgestudeerde’ en zijn in het kader van gezinshereniging toegelaten gezinsleden zijn vrij op de arbeidsmarkt, de hoogopgeleide en zijn gezinsleden hebben een TWV nodig; - - - • - gepromoveerden komen niet in aanmerking voor het zoekjaar afgestudeerde, maar wel voor het zoekjaar hoogopgeleide; - - - • - vreemdelingen die een Bachelors-graad hebben behaald komen wel in aanmerking voor het zoekjaar afgestudeerde, maar niet voor het zoekjaar hoogopgeleide; - - - • - voor het zoekjaar afgestudeerde wordt geen puntensysteem gehanteerd. - - - -2012629630-03-201222-03-2012WBV2012/32012629630-03-201222-03-2012WBV2012/301-04-2012 + +Hetzelfde geldt voor vreemdelingen die zijn afgestudeerd met een Master-graad of gepromoveerd aan een opleiding die is opgenomen in de top-200 van de meest recent gepubliceerde lijsten van de ‘Times Higher Education World University Rankings’, ‘de QS World University Rankings’ of de ‘Academic Ranking of World Universities’ (ook wel genoemd de Shanghai Jiao Tong ranking). + +Daarnaast wordt de vreemdeling die om toelating vraagt in het kader van de regeling hoogopgeleiden getoetst aan de hand van een puntensysteem. Er wordt getoetst op opleiding, op leeftijd en op indicatoren voor het welslagen in Nederland. De vreemdeling dient minimaal 35 punten te halen in het puntensysteem om voor toelating in aanmerking te komen. + +Voor de mvv-aanvraag in het kader van de regeling hoogopgeleiden wordt gestreefd naar afhandeling van de aanvraag binnen een termijn van vier weken na voldoening van de leges. Voor de aanvraag om een verblijfsvergunning zal afhandeling binnen zes weken worden na gestreefd. + +Deze regeling wijkt op de volgende punten af van het beleid inzake het zoekjaar afgestudeerden (zie B15/10): + +• de vreemdeling die gebruik maakt van het zoekjaar afgestudeerde heeft alleen direct na voltooiing van de studie een jaar de mogelijkheid om arbeid als kennismigrant te zoeken, de hoogopgeleide heeft tot drie jaar na datum afstuderen of promoveren de mogelijkheid om gebruik te maken van het zoekjaar in het kader van de regeling hoogopgeleiden; +• om in aanmerking te komen voor het zoekjaar afgestudeerde moet de vreemdeling een door de hoger onderwijsinstelling gewaarmerkte kopie van het diploma overleggen, de hoogopgeleide dient een schriftelijke diplomawaardering van Nuffic over te leggen; +• de vreemdeling met de verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekjaar afgestudeerde’ en zijn in het kader van gezinshereniging toegelaten gezinsleden zijn vrij op de arbeidsmarkt, de hoogopgeleide en zijn gezinsleden hebben een TWV nodig; +• gepromoveerden komen niet in aanmerking voor het zoekjaar afgestudeerde, maar wel voor het zoekjaar hoogopgeleide; +• vreemdelingen die een Bachelors-graad hebben behaald komen wel in aanmerking voor het zoekjaar afgestudeerde, maar niet voor het zoekjaar hoogopgeleide; +• voor het zoekjaar afgestudeerde wordt geen puntensysteem gehanteerd. #### 11.2. Voorwaarden +De verblijfsvergunning kan op aanvraag worden verleend, indien: + +a. de vreemdeling niet reeds in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘zoekjaar afgestudeerde’; +b. de vreemdeling een Master-graad heeft behaald of is gepromoveerd aan een geaccrediteerde opleiding, als opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs, of aan een buitenlandse opleiding die in de top-200 staat van de meest recent gepubliceerde lijsten van de ‘Times Higher Education World University Rankings’, ‘de QS World University Rankings’ of de ‘Academic Ranking of World Universities’ (ook wel genoemd de Shanghai Jiao Tong ranking). +c. de vreemdeling op het moment van de aanvraag niet langer dan drie jaar is afgestudeerd of gepromoveerd; +d. de vreemdeling minimaal 35 punten heeft behaald in het puntensysteem; +e. zich geen van de algemene weigeringsgronden voordoen (zie B1/4). + +In afwijking van B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling niet (meer) beschikt over voldoende duurzame middelen van bestaan, mits geen beroep wordt gedaan op de publieke middelen. + +Als de vreemdeling gedurende het zoekjaar hoogopgeleide een beroep doet op de algemene middelen kan dit gevolgen hebben voor het verblijfsrecht. + De vreemdeling die reeds een verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekjaar afgestudeerde’ heeft gehad, kan geen verblijfsvergunning meer krijgen onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekjaar hoogopgeleide’. +De in Nederland afgestudeerde vreemdeling dient een geaccrediteerde opleiding, als opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs te hebben afgerond met een Master-graad of een Doctor-graad te hebben behaald. + +Omdat nog niet alle studenten een geaccrediteerde opleiding met een Master-graad afronden, maar er ook nog studenten afstuderen aan een ongedeelde opleiding, wordt een getuigschrift van een geaccrediteerde ongedeelde opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 18:15 WHW, gelijkgesteld met een Master-graad als hierbedoeld. + +De in het buitenland afgestudeerde vreemdeling dient een opleiding te hebben afgerond met een Master-graad of een Doctor of Philosophy-graad of equivalent daarvan aan een onderwijsinstelling die voorkomt in de top-200 van de meest recent gepubliceerde lijsten van de ‘Times Higher Education World University Rankings’, ‘de QS World University Rankings’ of de ‘Academic Ranking of World Universities’ (ook wel genoemd de Shanghai Jiao Tong ranking). + +De vreemdeling dient zelf zorg te dragen voor waardering van zijn diploma door de Nuffic. Hiertoe dient hij een gewaarmerkt kopie van zijn diploma en de bijbehorende cijferlijst, zonodig voorzien van een vertaling door een beëdigde vertaler voor waardering aan de Nuffic voor te leggen. De aanvraag dient te worden ingediend bij het Informatiecentrum Diplomawaardering. De Nuffic zal aan de hand van de gewaarmerkte kopieën zomogelijk de authenticiteit van het diploma beoordelen. Betrokkene toont dit aan door overlegging van de schriftelijke diplomawaardering van Nuffic bij de aanvraag bij de IND. + De vreemdeling heeft tot drie jaar na datum afstuderen of promoveren de mogelijkheid van de regeling hoogopgeleiden gebruik te maken. +Onze Minister beoordeelt door middel van het puntensysteem of de vreemdeling in aanmerking komt voor het zoekjaar hoogopgeleiden. + +In het puntensysteem kan de vreemdeling maximaal 40 punten behalen. + +De vreemdeling heeft minimaal 35 punten nodig om voor verblijf in aanmerking te komen. De onderdelen waarvoor punten kunnen worden toegekend zijn: + +1. opleiding; +2. leeftijd; en +3. indicatoren voor welslagen in Nederland. + De afgestudeerde of gepromoveerde aan een Nederlandse hoger onderwijsinstelling of een buitenlandse topuniversiteit krijgt maximaal 30 punten. Hoe jonger een vreemdeling binnenkomt, hoe langer hij/zij een positieve bijdrage kan leveren aan de welvaartstaat. Een jongere leeftijd betekent doorgaans ook dat de vreemdeling zich snel aan Nederland zal kunnen aanpassen en gemakkelijker een baan zal kunnen vinden. De vreemdeling die tussen de 21 en 40 jaar is, scoort 5 extra punten. +Hieronder wordt verstaan eerder verblijf in Nederland voor arbeid of studie, de Nederlandse of Engelse taal sprekend of opleiding voltooid aan een hoger onderwijsinstelling in een land aangesloten bij de Bologna-verklaring. + +Een eerdere ervaring met Nederland of het spreken van de Nederlandse taal (Nederlands als tweede taal op niveau A2) of in elk geval de Engelse taal (op International English Language Testing System niveau 6) of een Bachelor-, Master-graad of een Doctor-graad, behaald aan een onderwijsinstelling in een land aangesloten bij de Bologna-verklaring kan rekenen op extra punten. + +Bij de in 1999 ondertekende Bologna-verklaring hebben de aangesloten Europese landen zich gecommitteerd te komen tot een Europa-breed vergelijkbaar en uitwisselbaar onderwijssysteem. De aangesloten landen hebben hierin vast gelegd dat zij vóór 2010 het Bachelor-Master stelsel invoeren. De achterliggende gedachte is dat het hoger onderwijs op deze manier flexibeler, opener en aantrekkelijker wordt. Gelet hierop zal een vreemdeling die een opleiding heeft voltooid aan een hoger onderwijsinstelling in een land aangesloten bij de Bologna-verklaring gemakkelijker aansluiting vinden met de Nederlandse arbeidsmarkt. + | Onderdelen | | Punten | Bewijsstukken | | --- | --- | --- | --- | -| Opleiding (max. 30 punten) | Doctor-graad | 30 | Diploma/getuigschrift niet ouder dan drie jaar van geaccrediteerde opleiding aan een Nederlandse hoger onderwijsinstelling of van buitenlandse universiteit in top-200 ranglijst 2011 Times Higher Education Supplement of Jiao Tong Shanghai University | +| Opleiding (max. 30 punten) | Doctor-graad | 30 | Diploma/getuigschrift niet ouder dan drie jaar van geaccrediteerde opleiding aan een Nederlandse hoger onderwijsinstelling of van buitenlandse universiteit in top-200 ranglijsten Times Higher Education World Rankings, QS World University Ranking, Academic Ranking of World Universities (Shanghai Jiao Tong Ranking) | | | Master | 25 | | -| | | | | | Leeftijd (max. 5 punten) | 21–40 jaar | 5 | Geboorteakte | -| | | | | -| Indicatoren voor welslagen in Nederland (max. 5 punten) | Voormalige werkgevers in Nederland (minimaal half jaar) | 5 | Arbeidscontract of werkgeversverklaring | +| Indicatoren voor welslagen in Nederland (max. 5 punten) | Voormalige werkgevers in Nederland (minimaal half jaar) | 5 | Arbeidscontract of werkgeversverklaring | | | In Nederland genoten studie (minimaal half jaar) | 5 | Inschrijvingsbewijs of deelname certificaat | | | Spreekt ‘Nederlands als Tweede Taal’ op A2 niveau | 5 | Diploma | | | Spreekt Engelse taal (International English Language Testing System niveau 6) | 5 | Verklaring taalinstituut | @@ -10552,36 +10013,25 @@ Om mogelijke excessieve gebruikmaking van de regeling hoogopgeleiden te kunnen b De opsomming van de genoemde bewijsstukken is indicatief en niet uitputtend bedoeld. Vreemdelingen die zijn afgestudeerd aan een hoger onderwijsinstelling gevestigd in een Engelstalig land, zullen geen verklaring van een taalinstituut hoeven te overleggen. +De algemene bepalingen van B1/4, B2/2, B2/4 en B2/5 zijn van toepassing, tenzij navolgend anders is bepaald. + +Indien sprake is van eerste toelating geldt het algemene middelenvereiste (zie B1/4.3, B2/2.10, B2/4.11 en B2/5.10). Indien sprake is van voortgezet verblijf geldt het volgende. Als de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan worden afgewezen, omdat het gezinslid bij wie de vreemdeling verblijft niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan, wordt bezien of de gevolgen voor de vreemdeling niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het middelenvereiste te dienen doelen. Voor die afweging van belangen wordt verwezen naar B2/9.5.2. + #### 11.3. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning De verblijfsvergunning zoekjaar hoogopgeleide wordt verleend met ingang van de datum aanvraag van de verblijfsvergunning en wordt altijd, ongeacht de datum van afstuderen of promoveren, verleend voor de duur van één jaar. #### 11.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften -*Beperking* - - Indien aan de voorwaarden van het bepaalde in dit hoofdstuk wordt voldaan, wordt aan de vreemdeling op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb een verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekjaar hoogopgeleide’. - - - - *Arbeidsmarktaantekening* - - Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. - ‘Beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’. - - - - *Gezinsleden* - - De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd)partner/ouder (naam). Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. - - - - *Voorschriften* - - Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. - -200825129-12-200812-12-20082008/30200825129-12-200812-12-20082008/3001-01-2009 +Indien aan de voorwaarden van het bepaalde in dit hoofdstuk wordt voldaan, wordt aan de vreemdeling op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb een verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekjaar hoogopgeleide’. + +Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. + +‘Beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’. + +De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner/ouder (naam). Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. + +Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. #### 11.5. Verlenging en zoekperiode @@ -10623,6 +10073,13 @@ De verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ kan, tenzij Naast de beleidsregels in B16 zijn, tenzij hieronder anders is aangegeven, ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing. Verwezen wordt naar B1/4. Voor wat betreft de aanvraag zijn tevens de algemene bepalingen van B1/5 en B1/9 van toepassing. +Voor Turkse onderdanen die toegang hebben tot de Nederlandse arbeidsmarkt en diens gezinsleden geldt dat de in artikel 3.51, eerste lid Vb genoemde periode van vijf jaar niet van toepassing is. Voor hen geldt dat zij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning onder de beperking voortgezet verblijf indien: + +• zij drie jaar in Nederland hebben verbleven als houder van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdende met gezinshereniging of gezinsvorming met een niet tijdelijke verblijfsrecht; en +• gedurende drie jaar is voldaan aan de voorwaarde voor het verlengen van de geldigheidsduur van de oorspronkelijke verblijfsvergunning. + +Voorts bevat artikel 3.51, zevende lid, Vb een bijzondere regeling voor het voortgezet verblijf van de Turkse onderdaan wiens huwelijk na drie jaar is ontbonden of ontwricht en die op grond van dit huwelijk één jaar rechtmatig verblijf heeft gehad. + ### 2. Na verblijf als minderjarige Ingevolge artikel 3.50 Vb wordt de verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf verleend aan de vreemdeling die: @@ -10653,55 +10110,44 @@ Voor de verlening van de verblijfsvergunning is het niet noodzakelijk dat de gez ##### 3.1.1. Na (huwelijks)relatie -De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de hoofdpersoon zelf verblijfsrecht van tijdelijk aard heeft. Dat is bijvoorbeeld het geval indien deze een verblijfsvergunning voor studie of medische behandeling heeft. Zie artikel 3.5 Vb. De verblijfsvergunning wordt evenmin verleend indien de hoofdpersoon houder is van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daarmee wordt voorkomen dat de vreemdeling met een verblijfsrecht dat afhankelijk is van een andere vreemdeling die zelf verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft, na ommekomst van drie jaren een sterker verblijfsrecht kan verkrijgen dan degene bij wie verblijf was toegestaan. +De verblijfsvergunning wordt op aanvraag verleend indien: + +a. de vreemdeling een huwelijk, geregistreerd partnerschap of duurzame en exclusieve relatie is aangegaan met een hoofdpersoon die zelf verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard heeft, bijvoorbeeld een Nederlander, een houder van een verblijfsvergunning (asiel of regulier) voor onbepaalde tijd, of een houder van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met wedertoelating of voortgezet verblijf; +b. die (huwelijks)relatie vijf jaren bestaat en de vreemdeling ten minste vijf jaren op grond van die (huwelijks)relatie een verblijfsvergunning heeft gehad; +c. vijf jaren is voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de verblijfsvergunning; +d. het inburgeringsexamen is behaald of de vreemdeling hiervan is vrijgesteld of ontheven; en +e. zich geen van de algemene weigeringsgronden voordoet (zie B1/4). + +In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling: + +• niet (meer) beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; of +• al dan niet tezamen met de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner, niet (meer) zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. + +Voor de verlening van deze verblijfsvergunning is niet noodzakelijk dat de (huwelijks)relatie is ontwricht of ontbonden. + +De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de hoofdpersoon zelf verblijfsrecht van tijdelijk aard heeft. Dat is bijvoorbeeld het geval indien deze een verblijfsvergunning voor studie of medische behandeling heeft. Zie artikel 3.5 Vb. De verblijfsvergunning wordt evenmin verleend indien de hoofdpersoon houder is van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daarmee wordt voorkomen dat de vreemdeling met een verblijfsrecht dat afhankelijk is van een andere vreemdeling die zelf verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft, na ommekomst van vijf jaren een sterker verblijfsrecht kan verkrijgen dan degene bij wie verblijf was toegestaan. Indien de vreemdeling aanvankelijk houder was van een verblijfsvergunning op grond van een relatie, en aansluitend houder was van een verblijfsvergunning op grond van een huwelijk of geregistreerd partnerschap met dezelfde hoofdpersoon, wordt de duur van deze perioden opgeteld. De vreemdeling hoeft niet direct voorafgaand aan (dat wil zeggen aansluitend op) de aanvraag om wijziging van de beperking in het bezit geweest te zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of -vorming. Wel dient de aanvraag tijdig ingediend te zijn (zie B1/5.1). Daarnaast is van belang dat de aanvraag om een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ altijd volgt op eerder bezit van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of -vorming. De vreemdeling komt derhalve niet voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.51, eerste lid, onder a, Vb in aanmerking indien hij na verbreking van de relatie in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning onder een andere beperking. -In artikel 9.6 Vb is een overgangsregeling getroffen voor die gevallen waarin de vreemdeling ten minste een jaar, maar minder dan drie jaren, houder is geweest van een verblijfsvergunning op grond van een huwelijk dat drie jaren direct voorafgaande aan de ontwrichting of ontbinding daarvan heeft standgehouden. Op grond van deze overgangsregeling kan aan die vreemdeling, mits de verblijfsvergunning is verleend voor 11 december 2000 en geen van de afwijzingsgronden van artikel 16 Vw zich voordoen, een verblijfsvergunning worden verleend onder de beperking ‘voor het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’. Deze regeling geldt niet, indien de verblijfsvergunning was verleend op grond van een relatie. - Zie B1/4.7.2 en verder voor de uitwerking van dit vereiste. ##### 3.1.2. Verruimde gezinshereniging of ouderenbeleid De verblijfsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien: - - - a. - de vreemdeling drie jaren in het kader van verruimde gezinshereniging of in het kader van het ouderenbeleid (B2/7) een verblijfsvergunning heeft voor verblijf bij een hoofdpersoon die zelf verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard heeft (artikel 3.51, eerste lid, onder a, Vb), bijvoorbeeld een Nederlander, een houder van een verblijfsvergunning (asiel of regulier) voor onbepaalde tijd, of een houder van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met wedertoelating of voortgezet verblijf; - - - b. - de vreemdeling drie jaren heeft voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de verblijfsvergunning; - - - c. - het inburgeringsexamen is behaald of de vreemdeling hiervan is vrijgesteld of ontheven; zie B1/4.7.2 en verder voor de uitwerking van dit vereiste; en - - - d. - zich geen van de algemene weigeringsgronden voordoet (zie B1/4). - - - - - In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling: - - - a. - niet (meer) beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; of - - - b. - al dan niet tezamen met de hoofdpersoon niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan. - - - - - Voor de verlening van deze verblijfsvergunning is niet noodzakelijk dat de feitelijke gezinsband is verbroken. - -20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 + +a. de vreemdeling vijf jaren in het kader van verruimde gezinshereniging of in het kader van het ouderenbeleid, zoals dat gold voor 1 oktober 2012 een verblijfsvergunning heeft voor verblijf bij een hoofdpersoon die zelf verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard heeft (artikel 3.51, eerste lid, onder a, Vb), bijvoorbeeld een Nederlander, een houder van een verblijfsvergunning (asiel of regulier) voor onbepaalde tijd, of een houder van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met wedertoelating of voortgezet verblijf; +b. de vreemdeling vijf jaren heeft voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de verblijfsvergunning; +c. het inburgeringsexamen is behaald of de vreemdeling hiervan is vrijgesteld of ontheven; zie B1/4.7.2 en verder voor de uitwerking van dit vereiste; en +d. zich geen van de algemene weigeringsgronden voordoet (zie B1/4). + +In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling: + +a. niet (meer) beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; of +b. al dan niet tezamen met de hoofdpersoon niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan. + +Voor de verlening van deze verblijfsvergunning is niet noodzakelijk dat de feitelijke gezinsband is verbroken. ##### 3.1.3. Overlijden van de hoofdpersoon @@ -10809,15 +10255,31 @@ Op grond van artikel 3.51, zesde lid, onder a en b, Vb komen de gezinsleden van #### 3.6. Turkse onderdanen +Naar aanleiding van de uitspraak van 9 december 2010 van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de gevoegde zaken Toprak en Oguz (C-300/09 en C-301/09) is het beleid dat tussen 1982 en 2001 gold met betrekking tot voortzetting van het verblijf na verbreking van het huwelijk voor Turkse onderdanen weer ingevoerd. Deze regeling is vastgelegd in artikel 7.2b VV. + +##### 3.6.1. Na verbreking van het huwelijk + +Ingevolge artikel 3.31b Vb wordt de verblijfsvergunning op aanvraag verleend aan de vreemdeling: + +• wiens huwelijk of geregistreerd partnerschap met een persoon met een niet-tijdelijk verblijfsrecht na drie jaar is ontwricht of ontbonden; +• die was toegelaten op grond van dit huwelijk; en +• één jaar direct voorafgaand aan de ontbinding van het huwelijk of geregistreerd partnerschap rechtmatig verblijf had als bedoeld in artikel 8, onder a, van de Wet. + +De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘het zoeken en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. + +##### 3.6.2. Na het zoeken en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst + +Ingevolge artikel 3.51, zevende lid, Vb kan de verblijfsvergunning onder de beperking ‘het zoeken en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst’ worden gewijzigd in een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf, indien de vreemdeling uiterlijk op het moment waarop de geldigheidsduur verstrijkt, voor nog een jaar beschikt over een arbeidsplaats waarmee hij zelfstandig en duurzaam voldoende middelen van bestaan zoals bedoeld in de artikelen 3.73 tot en met 3.75 Vb verwerft. + ### 4. Bijzondere individuele omstandigheden #### 4.1. Inleiding Indien de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.50 of 3.51 Vb (zie B16/2 tot en met B16/6), kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan (zie artikel 3.52 Vb). In individuele gevallen, waarin niet aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf wordt voldaan, wordt altijd bezien of het voortgezet verblijf moet worden aanvaard op grond van klemmende redenen van humanitaire aard. -#### 4.2. (Huwelijks)relatie verbroken binnen drie jaar +#### 4.2. (Huwelijks)relatie verbroken binnen vijf jaar -Indien de (huwelijks)relatie op grond waarvan het verblijf was toegestaan binnen drie jaar na verblijfsaanvaarding en anders dan door overlijden, is verbroken, wordt voortgezet verblijf toegestaan, indien sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die daartoe aanleiding geven. De beoordeling of in het concrete geval op grond van een dergelijke combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard in het voortgezet verblijf van de vreemdeling behoort te worden berust, is aan de Minister. +Indien de (huwelijks)relatie op grond waarvan het verblijf was toegestaan binnen vijf jaar na verblijfsaanvaarding en anders dan door overlijden, is verbroken, wordt voortgezet verblijf toegestaan, indien sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die daartoe aanleiding geven. De beoordeling of in het concrete geval op grond van een dergelijke combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard in het voortgezet verblijf van de vreemdeling behoort te worden berust, is aan de Minister. Klemmende redenen van humanitaire aard kunnen zijn gelegen in: @@ -10883,11 +10345,11 @@ Hierbij zijn de bepalingen ten aanzien van aantoonbaar ondervonden (seksueel) ge #### 4.3. Verruimde gezinshereniging en ouderenbeleid -Indien binnen drie jaar na verblijfsaanvaarding, niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van verruimde gezinshereniging of het ouderenbeleid (zie B2/7), wordt voortgezet verblijf toegestaan, indien er sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die daartoe aanleiding geven. De beoordeling of in het concrete geval op grond van een dergelijke combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard in het voortgezet verblijf van de vreemdeling behoort te worden berust, is aan de Minister. +Indien binnen vijf jaar na verblijfsaanvaarding niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van verruimde gezinshereniging of het ouderenbeleid, zoals dat gold voor 1 oktober 2012, wordt voortgezet verblijf toegestaan, indien er sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die daartoe aanleiding geven. De beoordeling of in het concrete geval op grond van een dergelijke combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard in het voortgezet verblijf van de vreemdeling behoort te worden berust, is aan de Minister. De vreemdeling die zich hierop beroept, geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn mening tot aanvaarding van zijn voortgezet verblijf dienen te leiden en onderbouwt zijn beroep met terzake relevante gegevens en bescheiden. Het is nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf aan te geven dat er sprake is van een dergelijke combinatie van factoren, en die met terzake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Hij is daartoe de meest gerede partij. Indien het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard niet of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt de vreemdeling hiertoe een termijn van twee weken gegund. Bij de beoordeling van het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard, wordt altijd een belangenafweging gemaakt, waarbij de belangen van de vreemdeling worden afgewogen tegen die van de staat. -Indien binnen drie jaar na verblijfsaanvaarding aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie heeft geleid tot verbreking van de familierelatie, wordt hieraan in de belangenafweging een zwaar gewicht toegekend. Hierbij is niet van belang wie tot verbreking van de familierelatie heeft besloten. Dit betekent dat, indien het ondervonden geweld binnen de familie is aangetoond, de vreemdeling in aanmerking komt voor voortgezet verblijf. +Indien binnen vijf jaar na verblijfsaanvaarding aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie heeft geleid tot verbreking van de familierelatie, wordt hieraan in de belangenafweging een zwaar gewicht toegekend. Hierbij is niet van belang wie tot verbreking van de familierelatie heeft besloten. Dit betekent dat, indien het ondervonden geweld binnen de familie is aangetoond, de vreemdeling in aanmerking komt voor voortgezet verblijf. Geweld, waaronder seksueel geweld, dat heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de familierelatie, wordt aangetoond door: @@ -10997,7 +10459,9 @@ Een aantal internationale verdragen, waarbij Nederland is aangesloten, kan gevol De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. -Indien de eerdere verblijfsvergunning was verleend onder de beperking ‘medische behandeling’ of ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’ luidt de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Deze arbeidsmarktaantekening geldt ook voor het gezinslid aan wie eerder een verblijfsvergunning was verleend voor verblijf bij een houder van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘medische behandeling’ of ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’. In de overige gevallen luidt de arbeidsmarktaantekening: arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. +Indien de eerdere verblijfsvergunning was verleend onder de beperking ‘medische behandeling’ of ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’ luidt de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. In de overige gevallen luidt de arbeidsmarktaantekening: arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. + +De verblijfsvergunning bedoeld in paragraaf B16/3.5.1 wordt verleend onder de beperking ‘het zoeken en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. #### 7.1. Voortgezet Verblijf op grond van de Regeling nalatenschap oude Vw @@ -11107,9 +10571,15 @@ Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verz #### 5.1. Inleiding -De verblijfsvergunning wordt niet verleend aan de ongehuwde partner of het kind van die partner, indien de relatie van die partner met de langdurig ingezetene niet duurzaam is of niet naar behoren is geattesteerd. +Ingevolge 3.23a Vb wordt, aan de echtgenoot of de geregistreerde partner van de langdurig ingezetene met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw en het minderjarige kind van die echtgenoot, geregistreerd partner of langdurig ingezetene (zie artikel 3.23a, eerste lid, Vb) onder bepaalde voorwaarden verblijf verleend onder een beperking verband houdende met gezinshereniging. Deze voorwaarden houden verband met: -Dit wordt onder meer aangenomen als uit een recent bewijs van inschrijving in het bevolkingsregister van de betreffende EU-lidstaat niet van inschrijving op hetzelfde adres blijkt. +• de verblijfsstatus van bedoeld gezinslid in de andere staat die partij is bij het EG-verdrag; +• het document voor grensoverschrijding; +• middelen van bestaan; +• gevaar voor openbare orde; en +• gevaar voor nationale veiligheid. + +Indien aan één of meer verblijfsvoorwaarden niet is voldaan, is de Minister niet verplicht doch wel bevoegd de verblijfsvergunning te verlenen. De gevallen waarin van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen gebruik wordt gemaakt worden aangegeven in deze Vc. #### 5.2. Algemene voorwaarden @@ -11122,7 +10592,7 @@ De algemene voorwaarden en bepalingen voor zover deze afwijken van de in B17/2 g Het betreft hier het gezinslid dat in een andere staat die partij is bij het EG-verdrag is toegelaten als gezinslid van de langdurig ingezetene. -Verblijf onder deze beperking wordt slechts verleend aan bovenstaande gezinsleden die reeds in de eerste lidstaat bij de langdurig ingezetene verbleven. Op andere aanvragen, bijvoorbeeld om gezinsvorming of om verruimde gezinshereniging met andere familieleden dan de onder B17/5.1 genoemde meerderjarige kinderen zijn de algemene regels (zie artikelen 3.13 tot en met 3.28 Vb en B2) van toepassing. Ook indien het gezin in de andere lidstaat nog niet was gevormd zijn de algemene regels van B2 van toepassing. +Verblijf onder deze beperking wordt slechts verleend aan bovenstaande gezinsleden die reeds in de eerste lidstaat bij de langdurig ingezetene verbleven. Op andere aanvragen, bijvoorbeeld om gezinsvorming, zijn de algemene regels (zie artikelen 3.13 tot en met 3.28 Vb en B2) van toepassing. Ook indien het gezin in de andere lidstaat nog niet was gevormd zijn de algemene regels van B2 van toepassing. #### 5.4. Middelen van bestaan @@ -11133,9 +10603,9 @@ Het gezinslid als genoemd in artikel 3.23a Vb dient al dan niet tezamen met de #### 5.5. Beperking -De verblijfsvergunning wordt, indien het de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner betreft, verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij echtgeno(o)t(e)/(geregistreerd) partner/ouder (naam).’ +De verblijfsvergunning wordt, indien het de echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner betreft, verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner (naam).’ -Indien het een minderjarig kind betreft, wordt de verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf bij ….(naam ouder(s))’. +Indien het een minderjarig kind betreft, wordt de verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf bij ....(naam ouder(s))’. #### 5.6. Arbeidsmarktaantekening @@ -11147,7 +10617,7 @@ Verder wordt op het document de aantekening ‘beroep op de publieke middelen ka De verblijfsvergunning van de echtgeno(o)t(e) van de langdurig ingezetene met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw en het minderjarige kind van de echtgeno(o)t(e) of de langdurig ingezetene, wordt op grond van artikel 3.67, derde lid, Vb, in afwijking van artikel 3.57 Vb, verleend en verlengd met een geldigheidsduur die gelijk is aan de duur van de vergunning van de langdurig ingezetene. -De geregistreerde partner dan wel ongehuwde partner van de langdurig ingezetene en het kind van die partner worden daarbij gelijk gesteld met de echtgeno(o)t(e) dan wel het kind van die echtgeno(o)t(e). +De geregistreerde partner van de langdurig ingezetene en het kind van die partner worden daarbij gelijk gesteld met de echtgeno(o)t(e) dan wel het kind van die echtgeno(o)t(e). #### 5.8. overige algemene bepalingen @@ -11224,24 +10694,32 @@ Op basis van deze wet hoeft voor werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen De toelatingsprocedure met betrekking tot onderzoekers in de zin van Richtlijn 2005/71 is bij uitstek een referentprocedure. +Voorafgaande aan de indiening van de aanvraag om een mvv bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland dient de onderzoeksinstelling in Nederland door middel van het formulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71’ te verzoeken om een advies in verband met het voornemen van de onderzoeker om een mvv aan te vragen in het buitenland. + Het aanvraagformulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71’ dat gebruikt dient te worden voor de aanvragen in het kader van verblijf bij/als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71, wordt door het Hoofd IND vastgesteld en wordt alleen elektronisch door de IND ter beschikking gesteld. De onderzoeksinstelling vult het formulier in en verzendt het ingevulde en ondertekende formulier (de printversie), vergezeld van de vereiste stukken, per post naar het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND. -De onderzoeksinstelling kan namens de gezinsleden, te weten de echtgeno(o)te of (geregistreerd) partner van de onderzoeker en hun minderjarige kinderen, die verblijf in Nederland bij de onderzoeker beogen, verzoeken om afgifte van een mvv. Ten behoeve van deze gezinsleden dient gebruik te worden gemaakt van de formulieren ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv gezinsleden van onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71’. De onderzoeksinstelling kan alleen ten behoeve van de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner, alsmede ten behoeve van de minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin, een verzoek om advies indienen. De algemene bepalingen van B1/4 en B2/2, B2/4 en B2/5 zijn van toepassing, tenzij navolgend anders is bepaald. +Indien naar aanleiding van een verzoek om advies van de onderzoeksinstelling door de IND een positief advies is verstrekt en de verschuldigde leges zijn betaald, kan aan de vreemdeling in diens land van herkomst of bestendig verblijf door de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging een mvv worden afgegeven. Het indienen van een mvv-aanvraag zonder dat daar een adviesprocedure aan vooraf is gegaan, ligt, gelet op het feit dat de toelatingsprocedure bij beoogd verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 bij uitstek een referentprocedure is, niet in de rede. Vreemdelingen die zonder voorafgaande referentprocedure een mvv-aanvraag voor verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 willen indienen op een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland, worden er door de vertegenwoordiging op gewezen dat het de voorkeur verdient dat de onderzoeksinstelling bij wie zij verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 beogen, een verzoek om advies ter verlening van een mvv aan de vreemdeling indient. Dat leidt slechts uitzondering wanneer in het kader van een door de onderzoeksinstelling gestart verzoek om adviesprocedure negatief door de IND is geadviseerd. De streeftermijn van twee weken is niet van toepassing op deze aanvragen. + +De onderzoeksinstelling kan namens de gezinsleden, te weten de echtgeno(o)te of geregistreerd partner van de onderzoeker en hun minderjarige kinderen, die verblijf in Nederland bij de onderzoeker beogen, verzoeken om afgifte van een mvv. Ten behoeve van deze gezinsleden dient gebruik te worden gemaakt van de formulieren ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv gezinsleden van onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71’. De onderzoeksinstelling kan alleen ten behoeve van de echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner, alsmede ten behoeve van de minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin, een verzoek om advies indienen. De algemene bepalingen van B1/4 en B2/2, B2/4 en B2/5 zijn van toepassing, tenzij navolgend anders is bepaald. #### 2.3. Aanvraag om een verblijfsvergunning De aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 wordt door de vreemdeling in persoon dan wel schriftelijk, al dan niet door tussenkomst van de onderzoeksinstelling, ingediend bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND, en wel door middel van een aanvraagformulier: -– aanvraag verblijfsvergunning zonder mvv of wijziging verblijfsdoel onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71; of -– aanvraag verblijfsvergunning onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 met mvv. +• aanvraag verblijfsvergunning zonder mvv of wijziging verblijfsdoel onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71; of +• aanvraag verblijfsvergunning onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 met mvv. Het aanvraagformulier kan uitsluitend elektronisch worden verkregen van de IND. -De echtgeno(o)te of (geregistreerd) partner en de minderjarige kinderen die verblijf bij de onderzoeker beogen, doen met het daarvoor bestemde aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning regulier voor gezinsleden van onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71, een verblijfsaanvraag. Voor de behandeling van alle aanvragen van gezinsleden van een onderzoeker geldt een streeftermijn van twee weken. Daarbij is de IND afhankelijk van buiten de IND gelegen procedures, zoals de verplichte inschrijving van het huwelijk in de GBA, die moeten zijn afgerond voordat de IND een beslissing kan nemen op de aanvraag. +De onderzoeksinstelling dient het ingevulde en door de onderzoeker ondertekende aanvraagformulier (de printversie), vergezeld van de vereiste stukken, per post te verzenden naar het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND. -De beslistermijn van twee weken is tevens van toepassing op aanvragen om wijziging van de beperking waaronder eerder een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend in de beperking ‘verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71/EG ’. Hierbij kan worden gedacht aan het geval dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid in loondienst’, deze beperking wil wijzigen in de beperking ‘verblijf als onderzoeker’. +Als de vreemdeling die verblijf als onderzoeker beoogt, de aanvraag persoonlijk wil indienen bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND, maakt hij daartoe een afspraak met het loket. + +De echtgeno(o)te of geregistreerd partner en de minderjarige kinderen die verblijf bij de onderzoeker beogen, doen met het daarvoor bestemde aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning regulier voor gezinsleden van onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71, een verblijfsaanvraag. Voor de behandeling van alle aanvragen van gezinsleden van een onderzoeker geldt een streeftermijn van twee weken. + +De beslistermijn van twee weken is tevens van toepassing op aanvragen om wijziging van de beperking waaronder eerder een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend in de beperking ‘verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71/EG’. Hierbij kan worden gedacht aan het geval dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid in loondienst’, deze beperking wil wijzigen in de beperking ‘verblijf als onderzoeker’. #### 2.4. Leges @@ -11249,7 +10727,7 @@ Betaling van de door de betrokken vreemdeling(en) verschuldigde leges vindt plaa #### 2.5. mvv-vereiste -Ingevolge artikel 3.71, tweede lid, onder i, Vb is de houder van een verblijfsvergunning voor onderzoekers in de zin van Richtlijn 2005/71 afgegeven door een andere staat die partij is bij het EG-Verdrag dan wel de echtgenoot, partner of het minderjarig kind is van die houder, in geval het gezin reeds was gevormd in die andere staat, vrijgesteld van het mvv-vereiste (zie B1/4.1.1). +Ingevolge artikel 3.71, tweede lid, onder i, Vb is de houder van een verblijfsvergunning voor onderzoekers in de zin van Richtlijn 2005/71 afgegeven door een andere staat die partij is bij het EG-Verdrag dan wel de echtgenoot, geregistreerd partner of het minderjarig kind is van die houder, in geval het gezin reeds was gevormd in die andere staat, vrijgesteld van het mvv-vereiste (zie B1/4.1.1). #### 2.6. TBC-verklaring @@ -11264,7 +10742,7 @@ Bij de aanvraag om een verblijfsvergunning voegt de onderzoeker, dan wel voegen De onderzoeksinstelling neemt contact op met het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND voor een afspraak om ter plaatse van voornoemd loket de sticker ‘verblijfsaantekening algemeen’ (zie bijlage 7g VV) in het reisdocument van de onderzoeker(s) en eventuele gezinsleden te laten plaatsen. Daartoe meldt de vreemdeling dan wel de onderzoeksinstelling zich met het paspoort van de vreemdeling die verblijf als onderzoeker beoogt, en eventuele gezinsleden, bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND (zie artikel 3.9, derde lid, VV). -Op de sticker wordt aangetekend: ‘Arbeid toegestaan; TWV niet vereist’. Dit geldt ook voor de sticker verblijfsaantekening van de echtgeno(o)t(e) of partner en de minderjarige kinderen van de onderzoeker. +Op de sticker wordt aangetekend: ‘Arbeid toegestaan; TWV niet vereist’. Dit geldt ook voor de sticker verblijfsaantekening van de echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner en de minderjarige kinderen van de onderzoeker. Daarna dient de vreemdeling zich bij de gemeente, waarin hij woonachtig is, te vervoegen met het oog op inschrijving in de GBA. Afgifte van het verblijfsdocument geschiedt door de IND na de inwilliging van de aanvraag. @@ -11298,6 +10776,20 @@ Naast de beleidsregels in deze paragraaf zijn ook de beleidsregels met betrekkin #### 3.1. Middelen van bestaan +Voor de beoordeling of de vreemdeling beschikt over voldoende middelen van bestaan wordt in beginsel aangesloten bij het oordeel van de onderzoeksinstelling. De onderzoeksinstelling kan gelet op artikel 6, onder c, Richtlijn 2005/71, immers alleen een gastovereenkomst sluiten indien de onderzoeker gedurende zijn verblijf beschikt over voldoende middelen, uitgaande van het minimumbedrag dat daartoe door de lidstaat is vastgesteld. + +Wel dienen schriftelijke bewijsstukken van de inkomsten te worden overgelegd. + +De hierna genoemde bepalingen inzake middelen van bestaan zijn ook van toepassing op de echtgeno(o)te of geregistreerd partner van de onderzoeker en de minderjarige kinderen. + +De in B1/4.3 genoemde bepalingen ten aanzien van het middelenvereiste zijn ook hier van toepassing. + +In aanvulling op de inkomstenbronnen genoemd in B1/4.3.1 worden ten aanzien van alle onderzoekers de volgende inkomsten tevens aangemerkt als zelfstandig verworven bestaansmiddel: + +• sponsorgelden, voor zover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen. De inkomsten worden door de vreemdeling aangetoond door het overleggen van sponsorovereenkomst(en), waaruit de hoogte van de sponsorgelden en de duur van de sponsorovereenkomst(en) blijken. In geval van twijfel over de daadwerkelijke uitbetaling van de sponsorgelden kunnen ter meerdere zekerheid andere bewijsstukken worden gevraagd, waaruit blijkt dat de sponsoring daadwerkelijk plaatsvindt; +• stipendia en beurzen, voor zover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen. De inkomsten worden door de vreemdeling aangetoond door het overleggen van schriftelijke bewijsstukken waaruit de hoogte van de beurs of het stipendium blijkt en het tijdvak waarover de beurs of het stipendium wordt toegekend; +• periodieke betalingen, mits voldoende zekerheid is verschaft over het ongestoorde verloop van de geldstroom. Deze betalingen kunnen afkomstig zijn van zowel een buiten als binnen Nederland gevestigde persoon of instelling. + Daarnaast worden in aanvulling op de inkomstenbronnen genoemd in B1/4.3.1, ten aanzien van onderzoekers, tevens aangemerkt als zelfstandig verworven bestaansmiddel de inkomsten uit arbeid in loondienst of arbeid als zelfstandige, gewoonlijk buiten Nederland verricht. In afwijking van B1/4.3.1 worden inkomsten uit arbeid, waarbij de vreemdelingen de arbeid (gewoonlijk) buiten Nederland verricht, eveneens meegeteld, voor zover de op grond van de toepasselijke wetgeving vereiste premies en belastingen zijn afgedragen. Inkomsten uit arbeid in loondienst worden in geval van buitenlandse dienstbetrekkingen aangetoond met een verklaring van de werkgever waaruit de duur van de dienstbetrekking en de hoogte van het salaris blijkt. Een afschrift van de door de uitvoeringstelling gewaarmerkte aanmelding van de arbeidsovereenkomst hoeft in een dergelijk geval niet te worden overgelegd. In alle andere gevallen van arbeid in loondienst worden de inkomsten aangetoond overeenkomstig B1/4.3.1 (onder ‘bewijsstukken inkomsten uit arbeid in loondienst’). @@ -11312,6 +10804,8 @@ De middelen van bestaan zijn overeenkomstig artikel 3.75, eerste lid, Vb duurzaa Ingevolge artikel 3.68 Vb kan, in afwijking van artikel 3.57 Vb de verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met verblijf als onderzoeker in de zin van de richtlijn worden verleend voor de duur van het onderzoek als omschreven in de gastovereenkomst met een maximum van vijf jaren. +Echtgenoten en geregistreerd partners van onderzoekers krijgen op grond van artikel 3.57 Vb een verblijfsvergunning voor de duur van maximaal één jaar. Na één jaar kan op grond van artikel 3.67, eerste lid, onder a, Vb de verblijfsvergunning worden verlengd voor de duur van vijf jaren (zie B2/9). Voor minderjarige kinderen van onderzoekers wordt tevens verwezen naar het bepaalde in B2/5. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de gezinsleden kan echter de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de onderzoeker niet overschrijden. + ### 5. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, mits ook aan de algemene voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning wordt voldaan, verleend onder de beperking ‘verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71/EG’. @@ -11811,13 +11305,13 @@ Een vreemdeling die niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijd #### 5.1. Inleiding -Voor verlening van een verblijfsvergunning verleend onder een beperking verband houdende met gezinshereniging komen in aanmerking de echtgeno(o)te of (geregistreerd) partner, alsmede de minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin van de houder van een Europese blauwe kaart. +Voor verlening van een verblijfsvergunning verleend onder een beperking verband houdende met gezinshereniging komen in aanmerking de echtgeno(o)te of geregistreerd partner, alsmede de minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin van de houder van een Europese blauwe kaart. #### 5.2. Voorwaarden in het kader van gezinshereniging Op grond van artikel 3.23b Vb wordt de verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging verleend als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan. Het is niet nodig om te beschikken over een geldige mvv: -• de echtgeno(o)t(e), (geregistreerd) partner of het minderjarige kind minstens achttien maanden is toegelaten als gezinslid bij de houder van een Europese blauwe kaart in een andere staat die partij is bij het EU-Verdrag; +• de echtgeno(o)t(e), geregistreerd partner of het minderjarige kind minstens achttien maanden is toegelaten als gezinslid bij de houder van een Europese blauwe kaart in een andere staat die partij is bij het EU-Verdrag; • het gezinslid beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; • het gezinslid geen gevaar vormt voor de openbare orde; • de hoofdpersoon (de houder van een Europese blauwe kaart) direct voorafgaande aan de verlening van die kaart houder was van een door de autoriteiten van een andere lidstaat afgegeven blauwe kaart; en