2009-11-01 | BWBR0020420 | Besluit prudentiële regels Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2009-11-01 12:00:00 +00:00
parent a92a1dddc1
commit d8788346e9

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit prudentiële regels Wft
bwb_id: BWBR0020420
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2007-01-01'
datum_inwerkingtreding: '2009-10-23'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020420
citeertitel: Besluit prudentiële regels Wft
---
@ -216,6 +216,20 @@ De artikelen 1, 4, 5 tot en met 25, 27 tot en met 31, 35, 48, 50, 59 tot en met
Hoofdstuk 10 is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die uitsluitend een beleggingsdienst als bedoeld in onderdeel a of d van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet verlenen. In afwijking van artikel 130 verstrekt een beleggingsonderneming als bedoeld in de vorige volzin slechts staten ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot het minimum vermogen ingevolge de artikelen 3:53, eerste lid, en 3:54, eerste lid, van de wet. De artikelen 131 tot en met 133 zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 3a
**1.**
De hoofdstukken 9 en 10 zijn niet van toepassing op betaalinstellingen:
a. voor zover zij uitsluitend in Nederland hun werkzaamheden, zijnde het verlenen van de onder 6 van de in de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten bedoelde betaaldiensten, feitelijk ontplooien, en:
b. waarvan het gemiddelde van het totale bedrag van de betalingstransacties die zij de voorafgaande twaalf maanden hebben verricht, met inbegrip van die van agenten waarvoor zij volledig aansprakelijk zijn, niet hoger is dan € 3.000.000 per maand. Indien zij haar werkzaamheden niet gedurende de gehele periode van de voorafgaande twaalf maanden heeft verricht, wordt dit vereiste beoordeeld op basis van het in het programma van werkzaamheden begrote totale bedrag aan betalingstransacties, tenzij de Nederlandsche Bank een aanpassing van dit programma verlangt; en
c. waarvan geen van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen personen zijn met antecedenten als bedoeld in artikel 6, onderdelen a, b en d, voor zover het het witwassen van geld, terrorismefinanciering of andere financiële delicten betreft, en die de in onderdeel a bedoelde betaaldiensten niet vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat mogen verlenen.
**2.** Een betaalinstelling als bedoeld in het eerste lid stelt de Nederlandsche Bank in kennis van elke verandering in zijn situatie die relevant is voor het naleven van de in het eerste lid gestelde voorschriften.
**3.** Indien een betaalinstelling als bedoeld in het eerste lid niet meer voldoet aan de in het genoemde lid gestelde voorschriften, toont deze binnen dertig kalenderdagen aan dat wordt voldaan aan de hoofdstukken 9 en 10.
### Artikel 4
**1.** Berekeningen met betrekking tot het minimumbedrag aan eigen vermogen, de solvabiliteit en de liquiditeit op grond van de hoofdstukken 9, 10 onderscheidenlijk 11 worden, voor zover niet anders is bepaald, gedaan op basis van de enkelvoudige jaarrekening zoals opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.
@ -280,7 +294,7 @@ c. de overige belangen van de clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptati
### Artikel 10
**1.** Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, 3:11, 3:12, 3:13 of 3:14 van de wet draagt zorg voor een systematische analyse van integriteitsrisico´s.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, 3:11, 3:12, 3:13 of 3:14 van de wet draagt zorg voor een systematische analyse van integriteitsrisico´s.
**2.** De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt er zorg voor dat het beleid, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet zijn neerslag vindt in procedures en maatregelen.
@ -296,7 +310,7 @@ c. de overige belangen van de clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptati
**1.**
Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van privé-belangen van:
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van privé-belangen van:
a. personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen;
b. groepsbestuurders;
@ -313,7 +327,7 @@ d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basi
### Artikel 12
**1.** Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
**2.** De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, neemt naar aanleiding van een incident maatregelen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risicos en het voorkomen van herhaling.
@ -321,7 +335,7 @@ d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basi
### Artikel 13
**1.** Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die zij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die zij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie.
**2.** De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt zorg voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degenen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten.
@ -361,7 +375,7 @@ d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basi
**1.**
De bedrijfsvoering van een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet omvat:
De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet omvat:
a. een duidelijke en adequate organisatiestructuur;
b. een duidelijke en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
@ -386,15 +400,15 @@ d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid
### Artikel 18
Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een adequate functiescheiding met het oog op een beheerste bedrijfsvoering.
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een adequate functiescheiding met het oog op een beheerste bedrijfsvoering.
### Artikel 19
De bedrijfsvoering van een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 voorziet in een juiste, tijdige en volledige vastlegging van alle rechten en verplichtingen van de financiële onderneming of bijkantoor in een daartoe bestemde administratie.
De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 voorziet in een juiste, tijdige en volledige vastlegging van alle rechten en verplichtingen van de financiële onderneming of bijkantoor in een daartoe bestemde administratie.
### Artikel 20
**1.** Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een informatiesysteem dat een effectieve beheersing van de bedrijfsprocessen en de risicos mogelijk maakt en dat voorziet in interne en externe informatiebehoeften.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een informatiesysteem dat een effectieve beheersing van de bedrijfsprocessen en de risicos mogelijk maakt en dat voorziet in interne en externe informatiebehoeften.
**2.** De financiële onderneming of bijkantoor beschikt over procedures en maatregelen om de integriteit, voortdurende beschikbaarheid en beveiliging van geautomatiseerde gegevensverwerking te waarborgen.
@ -402,7 +416,7 @@ De bedrijfsvoering van een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie,
### Artikel 21
**1.** Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. Het organisatieonderdeel heeft als taak het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de financiële onderneming of bijkantoor zelf heeft opgesteld.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. Het organisatieonderdeel heeft als taak het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de financiële onderneming of bijkantoor zelf heeft opgesteld.
**2.**
@ -417,7 +431,7 @@ d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid
### Artikel 22
De opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 aan de externe accountant voorziet in een toetsing en beoordeling op hoofdlijnen met betrekking tot de toereikendheid van de organisatie-inrichting en risicobeheersing.
De opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 aan de externe accountant voorziet in een toetsing en beoordeling op hoofdlijnen met betrekking tot de toereikendheid van de organisatie-inrichting en risicobeheersing.
### Artikel 22a
@ -427,7 +441,7 @@ De werknemers van een bank die een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:11
### Artikel 23
**1.** Een beleggingsonderneming, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste en derde lid, 3:22, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet voert beleid gericht op het beheersen van relevante risicos.
**1.** Een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste en derde lid, 3:22, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet voert beleid gericht op het beheersen van relevante risicos.
**2.** Onder relevante risicos, bedoeld in het eerste lid, worden in het bijzonder verstaan het concentratierisico, krediet- en tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico, marktrisico, operationeel risico, renterisico voortvloeiend uit niet-handelsactiviteiten, restrisico, securitisatierisico en verzekeringsrisico. Een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:17, eerste of derde lid, 3:22, 3:23 of 3:27 van de wet houdt tevens rekening met de risicos die voortvloeien uit de macro-economische omgeving waarin de onderneming actief is en die verband houden met de stand van de conjunctuurcyclus.
@ -471,7 +485,7 @@ Een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 23, tweede lid, tweede
### Artikel 24
Een beleggingsonderneming, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, ziet er op systematische wijze op toe dat de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, tweede lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
Een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, ziet er op systematische wijze op toe dat de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, tweede lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
### Artikel 24a
@ -493,7 +507,7 @@ c. de deugdelijkheid en effectiviteit van de maatregelen die zijn genomen om ges
### Artikel 25
Indien een beleggingsonderneming, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, gebruik maakt van intern ontwikkelde modellen, beoordeelt deze die modellen en de gehanteerde veronderstellingen en variabelen op systematische wijze op validiteit, onder meer door voorspellingen van het model te vergelijken met de werkelijke uitkomsten.
Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, gebruik maakt van intern ontwikkelde modellen, beoordeelt deze die modellen en de gehanteerde veronderstellingen en variabelen op systematische wijze op validiteit, onder meer door voorspellingen van het model te vergelijken met de werkelijke uitkomsten.
### Artikel 25a
@ -540,23 +554,31 @@ c. resultaatontwikkeling, uitgesplitst naar de onderscheiden bedrijfsactiviteite
**1.** Een financiële onderneming of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, eerste lid, 3:22, 3:23, 3:24b, 3:25, 3:26 of 3:27, van de wet gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien die uitbesteding een belemmering kan vormen voor een adequaat toezicht op de naleving van het bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde.
**2.** Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid, 3:23, 3:26 of 3:27 van de wet besteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit.
**2.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid, 3:23, 3:26 of 3:27 van de wet besteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit.
### Artikel 27a
Indien een betaalinstelling voornemens is werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten uit te besteden, stelt zij de Nederlandsche Bank daarvan in kennis.
### Artikel 27b
Bij de uitbesteding van werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten draagt de betaalinstelling er zorg voor dat uitbesteding de verplichtingen van de betaalinstelling jegens haar cliënten en de rechten van haar cliënten uit hoofde van de wet of Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet wijzigt.
### Artikel 28
Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van haar onafhankelijke interne toetsing als bedoeld in artikel 17, vierde lid.
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van haar onafhankelijke interne toetsing als bedoeld in artikel 17, vierde lid.
### Artikel 29
Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, voert een adequaat beleid en beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het op structurele basis uitbesteden van werkzaamheden.
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, voert een adequaat beleid en beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het op structurele basis uitbesteden van werkzaamheden.
### Artikel 30
Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, beschikt over toereikende procedures, maatregelen, deskundigheid en informatie om de uitvoering van de op structurele basis uitbestede werkzaamheden te kunnen beoordelen.
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, beschikt over toereikende procedures, maatregelen, deskundigheid en informatie om de uitvoering van de op structurele basis uitbestede werkzaamheden te kunnen beoordelen.
### Artikel 31
**1.** Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden op structurele basis worden uitbesteed schriftelijk vast.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden op structurele basis worden uitbesteed schriftelijk vast.
**2.**
@ -574,8 +596,35 @@ e. de wijze waarop de overeenkomst wordt beëindigd, en de wijze waarop wordt ge
De artikelen 29 tot en met 31 zijn niet van toepassing op het uitbesteden van werkzaamheden aan ondernemingen met zetel in een lidstaat die deel uitmaken van de groep waartoe de financiële onderneming behoort.
### Artikel 32a
**1.** Dit hoofdstuk is, met uitzondering van artikel 27a, slechts van toepassing op het uitbesteden van werkzaamheden door betaalinstellingen voor zover het belangrijke werkzaamheden betreft.
**2.** Een werkzaamheid wordt als belangrijk aangemerkt indien een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijk afbreuk zou doen aan de naleving door de betaalinstelling van de vergunningsvereisten, als bedoeld in artikel 2:3b van de wet, of van andere verplichtingen ingevolge de wet of Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel aan haar financiële resultaten of de soliditeit of continuïteit van haar betaaldiensten.
## Hoofdstuk 6. Wijzigingen met betrekking tot verstrekte gegevens
### Artikel 32b
**1.**
Een betaalinstelling geeft onverwijld schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van een wijziging in de ingevolge artikel 2:3b, tweede lid, van de wet verstrekte gegevens met betrekking tot:
a. de activiteiten die de betaaldienstverlener voornemens is te verrichten;
b. het bedrijfsplan waarmee wordt aangetoond dat de betaaldienstverlener in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis te opereren;
d. de identiteit van personen die, direct of indirect, gekwalificeerde deelnemingen als bedoeld in artikel 1 van de wet in de betaaldienstverlener bezitten, alsmede de omvang van hun deelnemingen en het bewijs van hun geschiktheid;
e. indien van toepassing, de accountantsorganisatie of het auditkantoor, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, belast met de wettelijke controle bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn nr. 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PbEU L 157) van de jaarrekening van de betaaldienstverlener;
f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
h. het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
i. de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet;
j. de wijze waarop wordt voldaan aan het ingevolge artikel 3:29a van de wet bepaalde met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaaldienstverleners; en
k. het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet.
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid, onderdelen i en j, geeft de betaalinstelling een beschrijving van de wijzigingen in de regelingen voor accountantscontrole en de organisatorische regelingen die hij heeft getroffen voor het nemen van alle redelijke maatregelen om de belangen van zijn gebruikers te beschermen en om de continuïteit en betrouwbaarheid bij het uitvoeren van betaaldiensten te garanderen.
**3.** Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing indien de wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld, tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat een redelijke aanleiding bestaat tot een nieuwe beoordeling als bedoeld in artikel 3:9, tweede lid, van de wet.
### Artikel 33
**1.**
@ -612,7 +661,7 @@ d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
### Artikel 34
**1.** Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging van gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 wordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging van gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 wordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen.
**2.** De financiële onderneming geeft van een wijziging als bedoeld in het eerste lid onverwijld schriftelijk kennis nadat zij van de wijziging op de hoogte is gekomen.
@ -620,7 +669,7 @@ d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
**1.**
Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging in:
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging in:
a. de naam of het adres van de financiële onderneming;
b. de rechtsvorm van de financiële onderneming;
@ -701,6 +750,38 @@ c. een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaar, bedoeld in artikel
**2.** De financiële onderneming geeft van een wijziging als bedoeld in het eerste lid, onverwijld kennis nadat zij van de wijziging op de hoogte is gekomen.
## Hoofdstuk 6a. Veilig stellen geldmiddelen betaaldiensten en verlenen krediet door betaalinstellingen
### Artikel 40a
**1.**
Een betaalinstelling stelt geldmiddelen die zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaaldienstverleners voor de uitvoering van betalingstransacties op een van de volgende wijzen veilig:
a. de geldmiddelen worden niet vermengd met de geldmiddelen van andere schuldeisers van de betaalinstelling; of
b. de geldmiddelen worden gedekt door een verzekeringspolis of een vergelijkbare garantie van een verzekeraar of een bank die niet tot dezelfde groep behoort als de betaalinstelling, tegen het risico dat de betaalinstelling niet in staat is haar verplichtingen met betrekking tot de geldmiddelen na te komen, voor een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat afgescheiden zou zijn bij het ontbreken van de verzekeringspolis of vergelijkbare garantie.
**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, aanhef en onderdeel a, en de geldmiddelen aan het einde van de werkdag, volgend op de dag waarop zij zijn ontvangen, nog niet aan de betalingsbegunstigde of aan een andere betaaldienstaanbieder zijn overgemaakt, worden zij op een afzonderlijke rekening gestort bij een bank of belegd in veilige, liquide activa met een lage risicograad, op zodanige wijze dat andere schuldeisers van de betaalinstelling, in het bijzonder in het geval van insolventie van de betaalinstelling, hun vorderingen niet op deze geldmiddelen kunnen verhalen.
**3.**
Voor de toepassing van het tweede lid zijn veilige activa met een lage risicograad activa die vallen in een van de categorieën opgenomen in tabel 1 van punt 14 van bijlage I bij Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (PbEU L 177) waarvoor het kapitaalvereiste voor het specifieke risico niet hoger ligt dan 1,6%, terwijl andere in aanmerking komende activa, als gedefinieerd in punt 15 van die bijlage, worden uitgesloten.
Voor de toepassing van het tweede lid zijn veilige activa met een lage risicograad eveneens deelnemingsrechten in een instelling voor collectieve belegging in effecten (ICBE) die enkel investeert in activa zoals gespecificeerd in de eerste alinea.
In buitengewone omstandigheden en wanneer dit voldoende gemotiveerd is, mogen de bevoegde autoriteiten, op basis van een evaluatie van de veiligheid, de looptijd, de waarde of andere risicofactoren van de activa zoals gespecificeerd in de eerste en tweede alinea, bepalen welke van deze activa geen veilige activa met een lage risicograad zijn voor de toepassing van het tweede lid.
**4.** Indien het deel van de geldmiddelen dat bestemd is voor toekomstige betalingstransacties niet bekend of variabel is, is het de betaalinstellingen toegestaan om het eerste lid uitsluitend toe te passen op een representatief gedeelte dat geacht wordt voor betalingsdiensten te worden gebruikt. Dit representatieve gedeelte moet redelijkerwijs kunnen worden geraamd op basis van historische gegevens.
### Artikel 40b
Betaalinstellingen verlenen slechts krediet in verband met de in de punten 4, 5 en 7 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten bedoelde betaaldiensten indien:
a. het krediet een aanvullend krediet is en uitsluitend wordt verstrekt in verband met de uitvoering van een betalingstransactie;
b. het krediet dat is verstrekt in verband met een betaaldienst die is verleend door middel van dienstverrichting naar een andere lidstaat of vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat wordt terugbetaald binnen een korte termijn, die in geen geval meer dan twaalf maanden bedraagt;
c. het niet wordt verleend uit geldmiddelen die zijn ontvangen of die worden aangehouden voor het uitvoeren van toekomstige betalingstransacties; en
d. het eigen vermogen van de betaalinstelling te allen tijde in redelijke verhouding staat tot het totale bedrag van het verleende krediet.
## Hoofdstuk 7. Verzekering bijkomende risicos
### Artikel 41
@ -796,8 +877,11 @@ h. € 50.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste
i. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, niet zijnde een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel f of g, die de beleggingsdienst verleent, bedoeld in onderdeel e van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet;
j. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, niet zijnde een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel f of g, die de beleggingsactiviteit verricht, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1 van de wet;
k. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, die de beleggingsactiviteit verricht, bedoeld in onderdeel b van de definitie van verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1 van de wet;
l. € 112.500 voor een bewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
m. € 1 miljoen voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet.
l. € 20.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die uitsluitend de in punt 6 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent;
m. € 50.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die uitsluitend de in punt 7 van de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent;
n. € 125.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die een in de punten 1 tot en met 5 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent;
o. € 112.500 voor een bewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
p. € 1 miljoen voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet.
**2.**
@ -856,7 +940,7 @@ Voor schadeverzekeraars als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen f en
### Artikel 50
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een beheerder van een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet of van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met g.
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een beheerder van een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet of van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met g.
**2.** Artikel 89, eerste en tweede lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing.
@ -990,6 +1074,12 @@ g. overige variabele kosten indien de Nederlandsche Bank daartoe, op schriftelij
**5.** De Nederlandsche Bank kan besluiten dat voor een beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid een andere minimumomvang geldt indien sinds het afgelopen boekjaar sprake is van aanzienlijke wijzigingen in dier werkzaamheden.
### Artikel 60a
**1.** De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een betaalinstelling wordt berekend met toepassing van met de Nederlandsche Bank overeengekomen methode A, B of C, genoemd in bijlage B bij dit besluit.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de Nederlandsche Bank indien een evaluatie van de risicobeheersingsprocessen, het verzamelen en vastleggen van risicoverliesgegevens en het interne controlesysteem en het bedrijfscontinuïteitsbeheer van de betaalinstelling daartoe aanleiding geeft, de betaalinstelling verplichten een toetsingsvermogen aan te houden dat ten hoogste 20% hoger is dan het bedrag dat het resultaat is van de toepassing van een uit bijlage B gekozen methode, of de betaalinstelling toestaan een toetsingsvermogen aan te houden dat ten hoogste 20% lager is dan het bedrag dat het resultaat is van de uit bijlage B gekozen methode.
### Artikel 61
**1.** Het bedrag van een naar risico gewogen actief of post buiten de balanstelling, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel a, is gelijk aan zijn vorderingswaarde vermenigvuldigd met het aan dat actief of post buiten de balanstelling ingevolge het vijfde lid, onderdeel a, toegekende risicogewicht. In afwijking van de vorige volzin wordt het bedrag van een naar risico gewogen post bij gesecuritiseerde activa en posten buiten de balanstelling of van een naar risico gewogen securitisatiepositie berekend volgens paragraaf 10.4.
@ -1014,7 +1104,7 @@ De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot:
a. de indeling van de activa en posten buiten de balanstelling in categorieën naar gelang de wederpartij en de aan die categorieën toe te kennen risicogewichten met inachtneming van artikel 61a;
b. de indeling van de posten buiten de balanstelling in posten met een volledig risico, posten met een middelgroot risico, posten met een middelgroot tot laag risico en posten met een laag risico, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b tot en met e;
c. de vorderingswaarde van afgeleide financiële instrumenten als bedoeld in bijlage B en uitstaande kredietrisicos met een centrale tegenpartij die optreedt als exclusieve wederpartij bij overeenkomsten betreffende financiële instrumenten waarbij geldt dat het tegenpartijkredietrisico van de centrale tegenpartij ten aanzien van alle deelnemers in haar regelingen dagelijks volledig door zekerheden wordt gedekt.
c. de vorderingswaarde van afgeleide financiële instrumenten als bedoeld in bijlage C en uitstaande kredietrisicos met een centrale tegenpartij die optreedt als exclusieve wederpartij bij overeenkomsten betreffende financiële instrumenten waarbij geldt dat het tegenpartijkredietrisico van de centrale tegenpartij ten aanzien van alle deelnemers in haar regelingen dagelijks volledig door zekerheden wordt gedekt.
**6.** De vorderingswaarde van retrocessieovereenkomsten, omgekeerde retrocessieovereenkomsten, opgenomen effectenleningen, verstrekte effectenleningen, opgenomen grondstoffenleningen, verstrekte grondstoffenleningen, transacties met afwikkeling op lange termijn of margeleningstransacties mag, met instemming van de Nederlandsche Bank, worden bepaald op grond van de door de Nederlandsche Bank te stellen regels, bedoeld in het vijfde lid, aanhef en onderdeel c.
@ -1556,7 +1646,7 @@ b. het als immateriële activa als bedoeld in de artikelen 91, derde lid, onderd
### Artikel 90
**1.** Het toetsingsvermogen van een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste lid, of 3:61, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, eerste lid, onderdelen a tot en met c, tweede, derde en vierde lid, in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal.
**1.** Het toetsingsvermogen van een bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste lid, of 3:61, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, eerste lid, onderdelen a tot en met c, tweede, derde en vierde lid, in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de financiële onderneming ervoor kiezen dat haar toetsingsvermogen, uitsluitend ter dekking van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft de vereiste solvabiliteit ter dekking van de positierisicos en grote posities, en onderdeel c, en het vereiste, bedoeld in artikel 60, derde lid, wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, in aanmerking te nemen kernkapitaal, aanvullend kapitaal en overig kapitaal. De bestanddelen van dit toetsingsvermogen dienen niet tevens ter dekking van andere in artikel 60, eerste lid, bedoelde bedragen.
@ -1659,13 +1749,13 @@ f. mag, indien wordt voldaan aan de onderdelen b, c en e, voor de berekening van
**2.**
Het ingevolge het eerste lid als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal van een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in artikel 90, eerste lid, of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 90, vierde lid, worden beide verminderd met de helft van de som van de waarde van:
Het ingevolge het eerste lid als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal van een bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling of clearinginstelling als bedoeld in artikel 90, eerste lid, of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 90, vierde lid, worden beide verminderd met de helft van de som van de waarde van:
a. aandelen die een belang van meer dan tien procent vertegenwoordigen van het geplaatste aandelenkapitaal van een financiële instelling of kredietinstelling;
b. indien de bank, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling een belang als bedoeld in onderdeel a aanhoudt, de achtergestelde leningen en de posten, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdelen b en c, die tot het toetsingsvermogen van de financiële instelling of kredietinstelling gerekend worden;
c. aandelen die een belang van tien procent of minder vertegenwoordigen van het geplaatste aandelenkapitaal van een financiële instelling of kredietinstelling, achtergestelde leningen en posten, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdelen b en c, die tot het toetsingsvermogen van andere dan de in onderdeel b bedoelde financiële instellingen of kredietinstellingen gerekend worden, voor zover de waarde tien procent van het in aanmerking te nemen toetsingsvermogen van de bank, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling zonder toepassing van dit lid overstijgt, en indien de genoemde posten deel uitmaken van de handelsportefeuille van de bank, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling voor zover de waarde per individuele financiële instelling of kredietinstelling tien procent van het in aanmerking te nemen toetsingsvermogen van de bank, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling zonder toepassing van dit lid overstijgt;
b. indien de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling een belang als bedoeld in onderdeel a aanhoudt, de achtergestelde leningen en de posten, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdelen b en c, die tot het toetsingsvermogen van de financiële instelling of kredietinstelling gerekend worden;
c. aandelen die een belang van tien procent of minder vertegenwoordigen van het geplaatste aandelenkapitaal van een financiële instelling of kredietinstelling, achtergestelde leningen en posten, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdelen b en c, die tot het toetsingsvermogen van andere dan de in onderdeel b bedoelde financiële instellingen of kredietinstellingen gerekend worden, voor zover de waarde tien procent van het in aanmerking te nemen toetsingsvermogen van de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling zonder toepassing van dit lid overstijgt, en indien de genoemde posten deel uitmaken van de handelsportefeuille van de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling voor zover de waarde per individuele financiële instelling of kredietinstelling tien procent van het in aanmerking te nemen toetsingsvermogen van de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling zonder toepassing van dit lid overstijgt;
d. deelnemingen als bedoeld in artikel 3:268, eerste lid, onderdeel b, van de wet in een entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar;
e. indien de bank, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling een deelneming als bedoeld in onderdeel d aanhoudt, de posten, bedoeld in artikel 96, die tot de solvabiliteitsmarge van de entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar worden gerekend;
e. indien de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling een deelneming als bedoeld in onderdeel d aanhoudt, de posten, bedoeld in artikel 96, die tot de solvabiliteitsmarge van de entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar worden gerekend;
f. indien de financiële onderneming voor de berekening van de naar risico gewogen activa en posten buiten de balanstelling ingevolge paragraaf 10.2 een interne modellenmethode toepast:
1°. het verschil, indien negatief, van de som van de waardeaanpassingen en voorzieningen die samenhangen met de verwachte verliesposten in verband met de activa en posten buiten de balanstelling, bedoeld in artikel 71, eerste lid, onderdelen a tot en met d, en de som van die verwachte verliesposten, berekend ingevolge artikel 75, eerste lid, onderdelen a en c;
@ -2255,7 +2345,7 @@ b. in geval van een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen
### Artikel 129
Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, 3:81, eerste lid, of 3:85, eerste of tweede lid, van de wet verstrekt de documenten, bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, of 3:81, eerste lid, van de wet, wat betreft indeling en inhoud in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de internationale jaarrekeningstandaarden onderscheidenlijk het recht van de staat waar deze financiële onderneming haar zetel heeft. Een financiële onderneming met zetel in Nederland vermeldt of de jaarrekening al dan niet is vastgesteld en goedgekeurd overeenkomstig de statuten of de vennootschapsakte.
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, 3:81, eerste lid, of 3:85, eerste of tweede lid, van de wet verstrekt de documenten, bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, of 3:81, eerste lid, van de wet, wat betreft indeling en inhoud in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de internationale jaarrekeningstandaarden onderscheidenlijk het recht van de staat waar deze financiële onderneming haar zetel heeft. Een financiële onderneming met zetel in Nederland vermeldt of de jaarrekening al dan niet is vastgesteld en goedgekeurd overeenkomstig de statuten of de vennootschapsakte.
### Paragraaf 13.2. Verstrekking van de staten
@ -2418,6 +2508,16 @@ c. de gekwalificeerde deelneming wordt verworven en tijdelijk gehouden in het ka
**3.** Een verklaring van geen bezwaar voor een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in het tweede lid wordt voor bepaalde tijd verleend; de gekwalificeerde deelnemingwordt niet betrokken in de berekening op grond van het eerste lid.
## Hoofdstuk 15a. Verlenen betaaldiensten door tussenkomst betaaldienstagent
### Artikel 140a
De gegevens, bedoeld in artikel 3:111b, eerste lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en emailadres van de betaaldienstagent;
b. een beschrijving van de interne controlemechanismen die door de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme neergelegde verplichtingen na te komen; en
c. de identiteit van de bestuurders en de personen die verantwoordelijk zijn voor het beleid van de betaaldienstagent die bij het aanbieden van betaaldiensten wordt gebruikt, alsmede gegevens waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en deskundig zijn.
## Hoofdstuk 16. Slotbepalingen
### Artikel 141
@ -2463,6 +2563,8 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit prudentiële regels Wft.
## Bijlage A. behorend bij
## Bijlage B. , behorende bij
## Bijlage B. behorende bij
## Bijlage C. behorende bij
Afgeleide financiële instrumenten in de zin van artikel 61, derde lid, onderdeel c, zijn: