2007-05-09 | BWBR0001854 | Wetboek van Strafrecht
This commit is contained in:
parent
5359c65001
commit
d8b1f3a9fd
1 changed files with 4 additions and 4 deletions
|
|
@ -66,14 +66,14 @@ De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander die zich buiten Nederl
|
|||
|
||||
1°. aan een der misdrijven omschreven in de Titels I en II van het Tweede Boek, en in de artikelen 197a, 197b, 197c, 206, 237,272 en 273 alsmede – voor zover het betreft een misdrijf, gericht tegen de rechtspleging van het Internationaal Strafhof, als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van het op 17 juli 1998 te Rome tot stand gekomen Statuut van Rome inzake het Internationale Strafhof (Trb. 2000, 120) – in de artikelen 177, 177a, 178, 179, 180, 189, 200, 207a, 285a en 361;
|
||||
2°. aan een feit hetwelk door de Nederlandse strafwet als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld.
|
||||
3°. aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273a, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 300 tot en met 303, voor zover het feit oplevert genitale verminking van een persoon van het vrouwelijke geslacht die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
|
||||
3°. aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 300 tot en met 303, voor zover het feit oplevert genitale verminking van een persoon van het vrouwelijke geslacht die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
|
||||
4°. aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 138a, 138b, 139c, 139d, 161sexies, 225, 226, 227, 240a, 240b, 326, 326c, 350, 350a en 351, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 2 tot en met 10 van het op 23 november 2001 te Budapest tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (Trb. 2002, 18, en 2004, 290).
|
||||
|
||||
**2.** In de gevallen, omschreven in het eerste lid, onderdelen 2° en 3°, kan de vervolging ook plaatshebben, als de verdachte eerst na het feit Nederlander wordt.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
**1.** De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft en zich buiten Nederland schuldig maakt aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273a, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 300 tot en met 303, voor zover het feit oplevert genitale verminking van een persoon van het vrouwelijke geslacht die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, een terroristisch misdrijf, dan wel een der misdrijven omschreven in de artikelen 225, derde lid, 311, eerste lid, onder 6°, 312, tweede lid, onder 5°, alsmede 317, derde lid, jo. 312, tweede lid, onder 5°.
|
||||
**1.** De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft en zich buiten Nederland schuldig maakt aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 300 tot en met 303, voor zover het feit oplevert genitale verminking van een persoon van het vrouwelijke geslacht die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, een terroristisch misdrijf, dan wel een der misdrijven omschreven in de artikelen 225, derde lid, 311, eerste lid, onder 6°, 312, tweede lid, onder 5°, alsmede 317, derde lid, jo. 312, tweede lid, onder 5°.
|
||||
|
||||
**2.** De vervolging kan ook plaatshebben, indien de verdachte eerst na het begaan van het feit een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft gekregen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1220,7 +1220,7 @@ De termijn van verjaring vangt aan op de dag na die waarop het feit is gepleegd,
|
|||
|
||||
1°. bij de misdrijven omschreven in de artikelen 172, eerste lid, 173, eerste lid, 173a en 173b, vangt de termijn aan op de dag na die waarop het misdrijf ter kennis is gekomen van een ambtenaar belast met de opsporing van strafbare feiten;
|
||||
2°. bij valsheid op de dag na die waarop gebruik is gemaakt van het voorwerp ten opzichte waarvan de valsheid gepleegd is;
|
||||
3°. bij de misdrijven omschreven in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273a, en gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, op de dag na die waarop die persoon achttien jaren is geworden;
|
||||
3°. bij de misdrijven omschreven in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273f, en gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, op de dag na die waarop die persoon achttien jaren is geworden;
|
||||
4°. bij de misdrijven omschreven in de artikelen 278, 279, 282 en 282a op de dag na die van de bevrijding of de dood van hem tegen wie onmiddellijk het misdrijf gepleegd is;
|
||||
5°. bij de overtredingen omschreven in de artikelen 465, 466 en 467, op de dag na die waarop ingevolge de voorschriften gegeven in of ter uitvoering van artikel 18c van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de aldaar bedoelde registers waaruit zodanige overtreding blijkt, naar de centrale bewaarplaats, bedoeld in afdeling 8 van hoofdstuk 1 van het Besluit burgerlijke stand 1994 zijn overgebracht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1333,7 +1333,7 @@ Ten aanzien van degene die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit de le
|
|||
|
||||
**1.** De verjaringstermijn van het recht tot strafvordering, genoemd in artikel 70, wordt ten aanzien van misdrijven tot de helft van de daar bedoelde duur ingekort.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op misdrijven omschreven in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273a, gepleegd door een persoon die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op misdrijven omschreven in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273f, gepleegd door een persoon die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.
|
||||
|
||||
**3.** Het recht tot strafvordering voor misdrijven waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, verjaart in twintig jaren.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue