diff --git a/wet/wijzigingswet-wet-op-het-voortgezet-onderwijs-enz-regeling-leerwegen-mavo-en-vbo/BWBR0009638/README.md b/wet/wijzigingswet-wet-op-het-voortgezet-onderwijs-enz-regeling-leerwegen-mavo-en-vbo/BWBR0009638/README.md index ff011eeae60..03fae95a65d 100644 --- a/wet/wijzigingswet-wet-op-het-voortgezet-onderwijs-enz-regeling-leerwegen-mavo-en-vbo/BWBR0009638/README.md +++ b/wet/wijzigingswet-wet-op-het-voortgezet-onderwijs-enz-regeling-leerwegen-mavo-en-vbo/BWBR0009638/README.md @@ -28,7 +28,7 @@ Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs. **5.** Uiterlijk voor 1 augustus 2002 kan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen of, voor zover het betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, in afwijking van het eerste en tweede lid, op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het eerste lid bedoelde school voor voorbereidend beroepsonderwijs waaraan een afdeling voor leerwegondersteunend onderwijs is verbonden onderscheidenlijk van een in het tweede lid bedoelde school voor leerwegondersteunend onderwijs een of meer van de afdelingen voor individueel voorbereidend beroepsonderwijs die op grond van het eerste lid zijn opgegaan in de aan die school verbonden afdeling voor leerwegondersteunend onderwijs onderscheidenlijk die school voor leerwegondersteunend onderwijs in aanmerking brengen voor bekostiging als afdeling voor praktijkonderwijs onderscheidenlijk als school voor praktijkonderwijs, tenzij dat niet in overeenstemming is met een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen. Het bevoegd gezag overlegt bij zijn aanvraag het advies van de bevoegde gezagsorganen in het samenwerkingsverband waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 10h van de Wet op het voortgezet onderwijs, deel uitmaakt, alsmede het advies van de gemeente waarin de afdeling voor praktijkonderwijs onderscheidenlijk school voor praktijkonderwijs is gevestigd. -**6.** Bij ministeriële regeling worden ten behoeve van de afdelingen onderscheidenlijk scholen voor praktijkonderwijs, bedoeld in het vijfde lid, voorschriften vastgesteld met betrekking tot de bekostiging en rechtspositionele voorschriften. De voorschriften zijn op de in de eerste volzin bedoelde afdelingen onderscheidenlijk scholen van toepassing tot 1 augustus 2002. +**6.** Bij ministeriële regeling worden ten behoeve van de afdelingen onderscheidenlijk scholen voor praktijkonderwijs, bedoeld in het vijfde lid, voorschriften vastgesteld met betrekking tot de bekostiging en rechtspositionele voorschriften. De voorschriften zijn op de in de eerste volzin bedoelde afdelingen onderscheidenlijk scholen van toepassing tot 1 augustus 2003. **7.** Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag zendt een aanvraag om toepassing van het vijfde lid uiterlijk 1 december van het kalenderjaar voorafgaand aan het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft, aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dan wel aan Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Onze Minister beslist binnen drie maanden op de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister het bevoegd gezag daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. @@ -44,7 +44,7 @@ Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs. **1.** Uiterlijk voor 1 augustus 2002 brengt Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen op aanvraag van het bevoegd gezag van een in artikel III bedoelde school die school onderscheidenlijk de aan die school verbonden afdeling in aanmerking voor bekostiging als afdeling voor leerwegondersteunend onderwijs, verbonden aan een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs die staat onder het bestuur van een bevoegd gezag dat tevens bevoegd gezag is van in ieder geval een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs of aan een scholengemeenschap waarvan ten minste een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en een school voor voorbereidend beroepsonderwijs deel uitmaken, tenzij dat niet in overeenstemming is met een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen. Op de in de eerste volzin bedoelde afdelingen voor leerwegondersteunend onderwijs zijn ter zake van de inhoud van het onderwijs van toepassing de voorschriften met betrekking tot het leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 10e van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals luidend ingevolge deze wet. -**2.** Bij ministeriële regeling worden ten behoeve van de afdelingen, bedoeld in het eerste lid, voorschriften vastgesteld met betrekking tot de bekostiging en rechtspositionele voorschriften. De voorschriften zijn op de in de eerste volzin bedoelde afdelingen van toepassing tot 1 augustus 2002. +**2.** Bij ministeriële regeling worden ten behoeve van de afdelingen, bedoeld in het eerste lid, voorschriften vastgesteld met betrekking tot de bekostiging en rechtspositionele voorschriften. De voorschriften zijn op de in de eerste volzin bedoelde afdelingen van toepassing tot 1 augustus 2003. **3.** Het bevoegd gezag van een in artikel III bedoelde school kan bij zijn aanvraag, bedoeld in het eerste lid, en in overeenstemming met het bevoegd gezag van de school of scholengemeenschap waaraan de afdeling voor leerwegondersteunend onderwijs zal worden verbonden, tevens verzoeken om die afdeling voor leerwegondersteunend onderwijs als nevenvestiging aan te merken, indien de in artikel III, eerste lid, bedoelde school onderscheidenlijk de in artikel III, tweede lid, bedoelde afdeling voor zover het betreft het voortgezet speciaal onderwijs, voorafgaand aan de aanvraag, als een zelfstandige school functioneerde. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen willigt de in de eerste volzin bedoelde aanvraag in, tenzij dat niet in overeenstemming is met een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen.