2017-03-10 | BWBR0005291 | Burgerlijk Wetboek Boek 3
This commit is contained in:
parent
d5c293265e
commit
d8fcd92296
1 changed files with 3 additions and 32 deletions
|
|
@ -100,44 +100,15 @@ De artikelen 11-14 vinden buiten het vermogensrecht toepassing, voor zover de aa
|
|||
|
||||
### Artikel 15a
|
||||
|
||||
**1.** Een elektronische handtekening heeft dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening, indien de methode die daarbij is gebruikt voor authentificatie voldoende betrouwbaar is, gelet op het doel waarvoor de elektronische gegevens werden gebruikt en op alle overige omstandigheden van het geval.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een in lid 1 bedoelde methode wordt vermoed voldoende betrouwbaar te zijn, indien een elektronische handtekening voldoet aan de volgende eisen:
|
||||
|
||||
a. zij is op unieke wijze aan de ondertekenaar verbonden;
|
||||
b. zij maakt het mogelijk de ondertekenaar te identificeren;
|
||||
c. zij komt tot stand met middelen die de ondertekenaar onder zijn uitsluitende controle kan houden; en
|
||||
d. zij is op zodanige wijze aan het elektronisch bestand waarop zij betrekking heeft verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord;
|
||||
e. zij is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet; en
|
||||
f. zij is gegenereerd door een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een in lid 1 bedoelde methode kan niet als onvoldoende betrouwbaar worden aangemerkt op de enkele grond dat deze:
|
||||
|
||||
- niet is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
|
||||
- niet is gebaseerd op een door een certificatiedienstverlener als bedoeld in artikel 18.16, eerste lid, Telecommunicatiewet afgegeven certificaat; of
|
||||
- niet met een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen is aangemaakt als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet.
|
||||
|
||||
**4.** Onder elektronische handtekening wordt een handtekening verstaan die bestaat uit elektronische gegevens die zijn vastgehecht aan of logisch geassocieerd zijn met andere elektronische gegevens en die worden gebruikt als middel voor authentificatie.
|
||||
|
||||
**5.** Onder ondertekenaar wordt degene verstaan die een middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet gebruikt.
|
||||
|
||||
**6.** Tussen partijen kan van lid 2 en 3 worden afgeweken.
|
||||
Evenals een elektronische gekwalificeerde handtekening als bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronisch transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257) hebben een geavanceerde elektronische handtekening als bedoeld in onderdeel 11, en een andere elektronische handtekening als bedoeld in onderdeel 10, van artikel 3 van deze verordening dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening, indien voor deze beide elektronische handtekeningen de methode voor ondertekening die gebruikt is voldoende betrouwbaar is, gelet op het doel waarvoor de elektronische handtekening is gebruikt en op alle overige omstandigheden van het geval.
|
||||
|
||||
### Artikel 15b
|
||||
|
||||
Een gekwalificeerd certificaat als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, afgegeven aan het publiek door een certificatiedienstverlener gevestigd in een derde land, heeft dezelfde geldigheid als een gekwalificeerd certificaat afgegeven door een in de Europese Gemeenschap dan wel een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde certificatiedienstverlener, indien:
|
||||
|
||||
a. de certificatiedienstverlener voldoet aan de in richtlijn nr. 99/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen (PbEG L 13) gestelde eisen en beschikt over een in het kader van een in een lidstaat van de Europese Gemeenschap Gemeenschap dan wel een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte afgegeven bewijs van toetsing als bedoeld in artikel 18.16, eerste lid Telecommunicatiewet, dan wel
|
||||
b. een in de Europese Gemeenschap of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde certificatiedienstverlener die voldoet aan de eisen van richtlijn nr. 99/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen (PbEG L 13) voor dat certificaat instaat, dan wel
|
||||
c. het certificaat of de certificatiedienstverlener is erkend in het kader van een bilaterale of multilaterale overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap dan wel een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en derde landen of internationale organisaties.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15c
|
||||
|
||||
Buiten het vermogensrecht vinden de bepalingen van deze afdeling overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van de rechtshandeling of van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet.
|
||||
Buiten het vermogensrecht vindt artikel 15a overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van de rechtshandeling of van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet.
|
||||
|
||||
### Artikel 15d
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue