2016-01-01 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement

This commit is contained in:
Coornhert 2016-01-01 12:00:00 +00:00
parent 1a3e04add1
commit d90714f66f

View file

@ -486,8 +486,7 @@ Een aanvraag tot het vaststellen van de arbeidsduur op meer dan gemiddeld 36 uur
a. de ambtenaar wiens gemiddelde wekelijkse werktijd op basis van artikel 21a is teruggebracht;
b. de ambtenaar die op basis van artikel 33g betaald ouderschapsverlof geniet;
c. de ambtenaar die op basis van artikel 34 buitengewoon verlof van lange duur geniet;
d. de ambtenaar aan wie op basis van artikel 94a, derde lid, gedeeltelijk ontslag is verleend;
e. de arbeidsgehandicapte in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)ïntegratie arbeidsgehandicapten, waarbij een verminderde arbeidsprestatie is vastgesteld.
d. de arbeidsgehandicapte in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)ïntegratie arbeidsgehandicapten, waarbij een verminderde arbeidsprestatie is vastgesteld.
**3.** Het aantal te werken uren per jaar bedraagt: het aantal kalenderdagen per jaar verminderd met het aantal zaterdagen en zondagen en niet op zaterdag of zondag vallende feestdagen, genoemd in het zevende lid, onder a, in dat jaar, vermenigvuldigd met 7,2 en vervolgens vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor.
@ -587,7 +586,7 @@ Vervallen
**1.** De ambtenaar heeft jaarlijks aanspraak op vakantie met behoud van zijn volle bezoldiging.
**2.** De aanspraak op vakantie wordt uitgedrukt in hele uren.
**2.** De aanspraak op vakantie wordt uitgedrukt in hele uren, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen wettelijke vakantie-uren en bovenwettelijke vakantie-uren.
**3.**
@ -596,11 +595,11 @@ De omvang van de aanspraak op vakantie is afhankelijk van:
a. de leeftijd van de ambtenaar;
b. de werktijd van de ambtenaar.
**4.** Voor de ambtenaar met volledige werktijd bedraagt de aanspraak op vakantie 165,6 uren per kalenderjaar. Onder volledige werktijd wordt verstaan een werktijd welke gemiddeld 36 werkuren per week omvat.
**4.** Voor de ambtenaar met volledige werktijd bedraagt de aanspraak op vakantie 144 wettelijke vakantie-uren en 21,6 bovenwettelijke vakantie-uren per kalenderjaar. Onder volledige werktijd wordt verstaan een werktijd welke gemiddeld 36 werkuren per week omvat.
**5.**
De op grond van het vierde lid geldende aanspraak op vakantie wordt verhoogd volgens onderstaande tabel afhankelijk van de leeftijd die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt:
De op grond van het vierde lid geldende aanspraak op vakantie wordt met bovenwettelijke vakantie-uren verhoogd volgens onderstaande tabel afhankelijk van de leeftijd die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt:
| leeftijd: | verhoging: |
| --- | --- |
@ -622,51 +621,55 @@ De op grond van het vierde lid geldende aanspraak op vakantie wordt verhoogd vol
Lid 9 is niet van toepassing, indien geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht wegens:
a. genoten vakantie;
b. ziekte, voor zover de verhindering tot dienstverrichting korter duurt dan 26 weken, waarbij een hervatting van de dienstverrichting gedurende vier weken of minder geen nieuwe periode van 26 weken inluidt.
b. ziekteverlof;
c. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 33fb, derde en vierde lid;
d. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen;
e. verlof verleend op basis van artikel 32a, 33, 33b, 33c, 33d, 33h of 33i van dit besluit;
e. verlof verleend op basis van artikel 32a, 33, 33b, 33c, 33d, 33fa,33h of 33i van dit besluit of op basis van hoofdstuk 5, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg;
f. het minder uren werken op basis van de in artikel 21c van dit besluit bedoelde regels.
**11.** In afwijking van het tiende lid, onder b, heeft de ambtenaar gedurende de periode dat artikel 40a, eerste lid, onderdeel i, q of r, toepassing vindt, geen aanspraak op vakantie.
**12.** Met ingang van de dag dat de ambtenaar op grond van artikel 21a gedeeltelijk geen dienst verricht vervalt de in het vijfde lid bedoelde verhoging van de vakantieaanspraak.
**13.** Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie verlagen. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats.
**14.** Aanvragen als bedoeld in het dertiende lid worden voor 1 november van het lopende kalenderjaar ingediend. Het bevoegd gezag geeft op of na 1 november gelijktijdig beschikkingen op de voor die datum ingediende aanvragen.
**15.** De ambtenaar wordt voor elk uur vakantie waarmee zijn aanspraak op vakantie overeenkomstig het dertiende en zeventiende lid wordt verlaagd, een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de door het bevoegd gezag krachtens het veertiende lid vastgestelde datum.
**16.** Indien de ambtenaar de vergoeding, genoemd in het vijftiende lid, volledig inzet ten behoeve van levensloopverlof, bedoeld in artikel 34g, bedraagt, in afwijking van het dertiende lid, het aantal uren waarmee de aanspraak op vakantie kan worden verlaagd ten hoogste het aantal uren waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 108 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats.
**17.** Met inachtneming van de beperkingen die krachtens artikel 34g zijn gesteld aan het sparen voor levensloopverlof, verlaagt het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar het aantal vakantie-uren dat met toepassing van artikel 23, zevende en achtste lid, is overgeboekt, indien de vergoeding voor de uren waarmee de aanspraak op vakantie wordt verlaagd volledig wordt ingezet ten behoeve van levensloopverlof als bedoeld in artikel 34g. De ambtenaar doet de aanvraag gelijktijdig met de aanvraag om te sparen voor levensloopverlof.
### Artikel 23
**1.** De ambtenaar is vrij te bepalen wanneer hij vakantie opneemt, voor zoveel de belangen van de dienst zich daartegen niet verzetten.
**2.** De ambtenaar dient in elk kalenderjaar ten minste 108 uur vakantie op te nemen waarvan ten minste 72 uur over een aaneengesloten periode indien voor hem een volledige werktijd geldt en tot in evenredigheid lagere getallen indien voor hem een onvolledige werktijd geldt.
**2.** Het bevoegd gezag stelt de ambtenaar ieder jaar in de gelegenheid in ieder geval de wettelijke vakantie-uren op te nemen.
**3.** Het bevoegde gezag kan toestaan, dat een ambtenaar in enig kalenderjaar meer uren vakantie opneemt dan zijn aanspraak tot en met het lopende jaar bedraagt, met dien verstande, dat de opgenomen vakantie de aanspraak tot en met het lopende jaar nimmer met meer dan 57,6 uren mag overschrijden. Voor de ambtenaar met onvolledige werktijd wordt het in de vorige volzin bedoelde aantal uren van de maximaal toegestane overschrijding verminderd naar evenredigheid van de werktijd. De in een kalenderjaar teveel genoten vakantie wordt in mindering gebracht op de aanspraak op vakantie over het eerstvolgende jaar.
**3.** Het bevoegde gezag kan toestaan, dat een ambtenaar in enig kalenderjaar meer uren vakantie opneemt dan zijn aanspraak tot en met het lopende jaar bedraagt, met dien verstande, dat de opgenomen vakantie de aanspraak tot en met het lopende jaar nimmer met meer dan 57,6 uren mag overschrijden. Voor de ambtenaar met onvolledige werktijd wordt het in de vorige volzin bedoelde aantal uren van de maximaal toegestane overschrijding verminderd naar evenredigheid van de werktijd. De in een kalenderjaar teveel genoten vakantie wordt in mindering gebracht op de aanspraak op wettelijke vakantie-uren over het eerstvolgende jaar.
**4.** De ambtenaar meldt het voornemen vakantie op te nemen ruimschoots van tevoren.
**5.** Tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten, is het de ambtenaar toegestaan op het voornemen vakantie op te nemen, terug te komen, dan wel het opnemen niet voort te zetten. De vorige volzin geldt in geval van ziekte of ongeval alleen indien de ambtenaar ten genoege van het bevoegd gezag die ziekte of dat ongeval aantoont.
**5.** Tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten, is het de ambtenaar toegestaan op het voornemen vakantie op te nemen, terug te komen, dan wel het opnemen niet voort te zetten.
**6.** Wanneer dringende redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken, kan het bevoegde gezag aan de ambtenaar verleende toestemming vakantie op te nemen intrekken, zowel vóór als tijdens de vakantie. Indien de ambtenaar ten gevolge van het intrekken van de toestemming vakantie op te nemen geldelijke schade lijdt, wordt deze hem vergoed.
**7.** Niet-opgenomen vakantie, waaronder eventuele van vorige jaren overgeboekte vakantie, wordt naar het volgende kalenderjaar overgeboekt tot een maximum van de aanspraak van de ambtenaar over een vol kalenderjaar berekend volgens artikel 22, eerste tot en met twaalfde lid, verminderd met de in het tweede lid van dit artikel bedoelde vakantie.
**7.** Indien een ambtenaar verlof geniet als bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder c, is het hem toegestaan het opnemen van vakantie niet voort te zetten. Indien het bevoegd gezag hier om verzoekt, dient de ambtenaar de ziekte of het ongeval aan te tonen.
**8.** Het bevoegd gezag kan toestaan dat in individuele gevallen in een bepaald jaar wordt afgeweken van de overeenkomstig het zevende lid maximaal naar een volgend kalenderjaar over te boeken vakantie-aanspraken.
### Artikel 23a
**1.** De aanspraak op wettelijke vakantie-uren vervalt na verloop van één jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan.
**2.** Indien de ambtenaar redelijkerwijs niet in staat is geweest de wettelijke vakantie-uren binnen de in het eerste lid genoemde termijn op te nemen, staat het bevoegd gezag toe dat van het eerste lid wordt afgeweken. In dit geval vervalt de aanspraak alsnog na verloop van vijf jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan.
**3.** De aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren vervalt na verloop van vijf jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin deze aanspraak is ontstaan.
### Artikel 23b
**1.** Tenzij het belang van de dienst zich daartegen verzet, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren van dat kalenderjaar verlagen.
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt voor 1 november van het lopende kalenderjaar ingediend.
**3.** De ambtenaar wordt een vergoeding toegekend voor elk uur waarmee zijn aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren overeenkomstig het eerste lid wordt verlaagd, ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de eerste dag van de maand waarin hij de aanvraag doet.
### Artikel 24
**1.** Indien de ambtenaar op de datum van zijn ontslag nog aanspraak heeft op vakantie, wordt hem voor ieder uur vakantie dat hij niet heeft opgenomen een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot. De vergoeding wordt berekend over ten hoogste twee maal de aanspraak op vakantie over een vol kalenderjaar, uitgaande van het salaris en de werktijd zoals die direct voorafgaand aan het ontslag voor de ambtenaar golden en de leeftijd welke hij bereikt in het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking wordt beëindigd.
**1.** Indien de ambtenaar op de datum van zijn ontslag nog aanspraak heeft op vakantie, wordt hem voor ieder uur vakantie dat hij niet heeft opgenomen een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot.
**2.** Indien op de dag van zijn ontslag blijkt, dat de ambtenaar teveel vakantie heeft genoten, is hij voor ieder uur teveel genoten vakantie een bedrag verschuldigd ten bedrage van het salaris per uur.
**3.** In geval van overgang zonder onderbreking naar een andere functie binnen de rijksdienst in de loop van een kalenderjaar kan de ambtenaar er - in zoverre in afwijking van lid 1 - voor kiezen de vakantieaanspraken van het lopende kalenderjaar die niet genoten zijn, te behouden. Daarbij wordt vakantie die in het lopende kalenderjaar genoten is in mindering gebracht op de aanspraken in dat jaar.
**3.** Indien de ambtenaar een aanstelling in tijdelijke dienst heeft en hij zonder onderbreking een nieuwe aanstelling binnen de rijksdienst krijgt, behoudt de ambtenaar in afwijking van het eerste lid de vakantieaanspraken die niet genoten zijn.
### Artikel 25
@ -678,7 +681,7 @@ Vervallen
### Artikel 26
Onze Minister is bevoegd nadere en zonodig afwijkende regels vast te stellen.
Vervallen
### Artikel 27
@ -724,12 +727,16 @@ Vervallen
### Artikel 32
**1.**
Onverminderd het bepaalde in de hoofdstukken III en VI, geniet verlof:
a. de ambtenaar, die als militair dan wel als vrijwillige ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 1, onder d, van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, in werkelijke dienst is;
b. de ambtenaar, die zich bevindt in een der omstandigheden, genoemd in artikel 20b;
c. de ambtenaar, die uit hoofde van ziekte of ongeval verhinderd is dienst te verrichten.
**2.** De ambtenaar die ingevolge het eerste lid, onder c, verlof geniet, kan, onverminderd artikel 23, zevende lid, vakantie opnemen.
### Artikel 32a
**1.** Indien de Rijksdienst op een daartoe aangewezen kerkelijke of nationale, landelijk, regionaal of plaatselijk erkende feest- of gedenkdag is gesloten, geniet de desbetreffende ambtenaar verlof voor zoveel het dienstbelang niet anders vereist.
@ -1192,7 +1199,7 @@ b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de
**1.**
De ambtenaar, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, die voor 1 januari 2015 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
De ambtenaar, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en
b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
@ -1264,8 +1271,6 @@ De aanvullende uitkering, bedoeld in het zevende lid, eindigt:
a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; of
b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden.
**11.** De gewezen ambtenaar aan wie eervol ontslag is verleend op grond van artikel 94a, heeft slechts recht op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of aanvullende uitkering voorzover deze tezamen met de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 4 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering, de laatstgenoten bezoldiging niet overschrijdt.
### Artikel 38a
**1.** De ambtenaar die ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wegens een dienstongeval of een beroepsziekte doch niet door een beroepsincident, wordt op zijn aanvraag voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met de ambtenaar die ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wegens een beroepsincident.
@ -1448,7 +1453,7 @@ Vervallen
### Artikel 49
Tenzij anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing in de periode van 15 april 2013 tot en met 31 december 2015, onverminderd artikel 49yy.
Tenzij anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing in de periode van 15 april 2013 tot en met 31 december 2016, onverminderd artikel 49yy.
### Paragraaf . Procedure rond reorganisaties
@ -1915,7 +1920,7 @@ De verplichte VWNW-kandidaat heeft bij de vervulling van vacatures binnen de sec
**2.** Aan de vrijwillige VWNW-kandidaat die een functie aanvaardt bij een organisatie die niet is aangesloten bij de Stichting Pensioenfonds ABP, kan het bevoegd gezag een bijdrage toekennen voor de pensioenopbouw.
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde bijdrage wordt twee jaar na verlening van ontslag uitbetaald aan een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij, dan wel gestort op een rekening voor banksparen indien het bevoegd gezag daarmee instemt, voor zover de ambtenaar in die periode geen aanspraak heeft gemaakt op de in artikel 49ff bedoelde voorziening.
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde bijdrage wordt bij leven van de VWNW-kandidaat twee jaar na verlening van het ontslag uitbetaald, voor zover de ambtenaar in die periode geen aanspraak heeft gemaakt op de in artikel 49ff bedoelde voorziening van een bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid voor de sector Rijk, voor zover de ambtenaar gedurende die twee jaar niet in dienst is geweest bij een organisatie die aangesloten is bij het ABP.
### Paragraaf 4. Individuele keuzes VWNW-kandidaten
@ -2107,9 +2112,9 @@ Vervallen
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per jaar:
a. voor de basisbedrijfshulpverlener: € 220,00;
b. voor de allroundbedrijfshulpverlener: € 440,00;
c. voor de bedrijfshulpverlener die door het bevoegd gezag is aangewezen om leidinggevende taken met betrekking tot bedrijfshulpverlening uit te oefenen: € 660,00.
a. voor de basisbedrijfshulpverlener: € 231,27;
b. voor de allroundbedrijfshulpverlener: € 462,53;
c. voor de bedrijfshulpverlener die door het bevoegd gezag is aangewezen om leidinggevende taken met betrekking tot bedrijfshulpverlening uit te oefenen: € 693,81.
**3.** De aanspraak op de vergoeding wordt berekend naar het bedrag van de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van het jaar waarin betrokkene bedrijfshulpverlener was. De vergoeding voor een gedeelte van een jaar wordt berekend naar evenredigheid van het aantal hele maanden dat de aanwijzing tot bedrijfshulpverlener heeft geduurd.
@ -2117,9 +2122,9 @@ c. voor de bedrijfshulpverlener die door het bevoegd gezag is aangewezen om leid
De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, ontvangt vijf jaar na diens aanwijzing tot bedrijfshulpverlener en vervolgens elke vijf jaar daarna zolang de aanwijzing duurt, een jubileumtoeslag ten bedrage van:
a. € 360,00 na vijf jaar;
b. € 440,00 na tien jaar;
c. € 525,00 na vijftien jaar en na elke vijf jaar daaropvolgend.
a. € 378,44 na vijf jaar;
b. € 462,53 na tien jaar;
c. € 551,89 na vijftien jaar en na elke vijf jaar daaropvolgend.
**5.** In afwijking van artikel 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 worden taken in het kader van de bedrijfshulpverlening die in opdracht van het bevoegd gezag als overwerk worden verricht, vergoed voor alle aangewezen ambtenaren en uitsluitend met een bedrag in geld, met dien verstande dat voor elk uur overwerk een vergoeding wordt toegekend ten bedrage van 125% van het salaris per uur, behorende bij het maximumsalaris van salarisschaal 7.
@ -2288,7 +2293,7 @@ g. fooien.
De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:
a. voor een functie, genoemd in artikel 7, vierde lid: € 533,33per 1 januari 2015: € 538,13;
a. voor een functie, genoemd in artikel 7, vierde lid: € 533,33per 1 januari 2016: € 541,36;
b. voor het structurele plaatsvervangerschap van een functie als bedoeld onder a: 75% van het onder a genoemde bedrag;
c. voor de functie van directeur of daarmee door het bevoegd gezag voor de toepassing van dit artikel gelijk te stellen functie: 50% van het onder a genoemde bedrag;
d. voor een andere functie waaraan representatiekosten zijn verbonden, voor zover deze functie is vermeld op een daartoe door het bevoegd gezag vastgestelde lijst: het bij die functie vermelde bedrag dat maximaal 25% van het onder a genoemde bedrag kan zijn.
@ -2552,11 +2557,7 @@ c. ingevolge een aanvraag van de ambtenaar.
### Artikel 94a
**1.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel en een ontslaguitkering van de Stichting Pensioenfonds ABP ten aanzien van overheidspersoneel, wordt ontslag verleend indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel en het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na het te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de in de vorige volzin bedoelde uitkering ontstaat.
**2.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het in het eerste lid bedoelde ontslag ook voor een gedeelte van de voor hem geldende arbeidsduur worden verleend, tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de arbeidsduur. Ontslag voor een gedeelte van de arbeidsduur waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het eerste lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden, bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidsduur.
**3.** Artikel 94, tweede tot en met vijfde lid, is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 94b
@ -3226,6 +3227,12 @@ Vervallen
Met uitzondering van de ambtenaar die is aangesteld als lid van de topmanagementgroep als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, wordt de ambtenaar die voorafgaand aan 1 maart 2007 op grond van dit besluit bij Koninklijk Besluit is aangesteld, aangemerkt als te zijn aangesteld op grond van artikel 7, eerste lid.
### Artikel 129a
**1.** In afwijking van artikel 22, tweede lid, wordt ten aanzien van aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan geen onderscheid gemaakt tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren; deze aanspraak vervalt op 1 januari 2021.
**2.** Onverminderd artikel 23b, eerste lid, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan, met ten hoogste 22 vakantie-uren per kalenderjaar verlagen indien de ambtenaar een volledige werktijd heeft. Heeft de ambtenaar een andere werktijd, dan wordt dit aantal met de voor hem geldende arbeidsduurfactor vermenigvuldigd. Bij toepassing van de eerste volzin is artikel 23b, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 130
**1.** Ten aanzien van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari 2004, blijven de artikelen 21a, 57a, 57b, 98, 98b, 102, 102a en hoofdstuk VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van toepassing zoals deze luidden op 30 november 2005, met dien verstande dat voor artikel 40b in genoemd hoofdstuk VI in de plaats treedt artikel 40b zoals dat thans luidt.