2020-01-01 | BWBR0040581 | ANVS-verordening basisveiligheidsnormen stralingsbescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2020-01-01 12:00:00 +00:00
parent de650180f4
commit d92e9a8ce2

View file

@ -278,13 +278,13 @@ Als handelingen met consumentenproducten waarbij radioactieve stoffen worden toe
### Artikel 3.15a
**1.** Afdeling 3.2 van het besluit is niet van toepassing op handelingen op een locatie met radioactieve materialen waarin de radionuclide K-40 voorkomt, als de op de locatie aanwezige massa van het kaliumhoudende materiaal groter is dan 1.000 kilogram, indien de activiteitsconcentratie van de radionuclide K-40 in het op de locatie aanwezige kaliumhoudende materiaal niet groter is dan 22 kBq/kg, en voldaan wordt aan de in dit artikel opgenomen voorwaarden.
**1.** Afdeling 3.2 van het besluit is niet van toepassing op handelingen op een locatie met radioactieve materialen waarin de radionuclide K-40 voorkomt, als de op de locatie aanwezige massa van het kaliumhoudende materiaal groter is dan 1.000 kilogram, indien de activiteitsconcentratie van de radionuclide K-40 in het op de locatie aanwezige kaliumhoudende materiaal niet groter is dan 22 kBq/kg, en voldaan wordt aan de in dit artikel opgenomen voorwaarden.
**2.**
De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. de afstand van de op de locatie aanwezige kaliumhoudende materialen tot verblijfsruimten is groter dan 5 meter, en
a. de afstand van de op de locatie aanwezige kaliumhoudende materialen tot verblijfsruimten is groter dan 5 meter, en
b. de afstand in meters tussen de op de locatie aanwezige kaliumhoudende materialen en enig punt buiten de locatie is groter dan de waarde die het resultaat is van de berekening met formule
R ≥ R(M) × c_tijd × c_dichtheid × c_concentratie
@ -304,13 +304,13 @@ R(M) is de ongecorrigeerde minimale afstand tot het kaliumhoudende materiaal in
de aanwezigheid van het materiaal gedurende het gehele kalenderjaar,
een dichtheid van het kaliumhoudende materiaal van 2.000 kg/m^3, en
een activiteitsconcentratie van K-40 in het kaliumhoudende materiaal die gelijk is aan 22 kBq/kg;
een activiteitsconcentratie van K-40 in het kaliumhoudende materiaal die gelijk is aan 22 kBq/kg;
c_tijd is de correctiefactor die kan worden toegepast bij aanwezigheid op de locatie van de kaliumhoudende materialen gedurende kortere tijd dan 1 jaar, overeenkomstig de tabel, opgenomen in het vijfde lid;
c_tijd is de correctiefactor die kan worden toegepast bij aanwezigheid op de locatie van de kaliumhoudende materialen gedurende kortere tijd dan 1 jaar, overeenkomstig de tabel, opgenomen in het vijfde lid;
c_dichtheid is de correctiefactor die moet worden toegepast als het kaliumhoudende materiaal een lagere dichtheid heeft dan 2.000 kg/m^3, overeenkomstig de tabel, opgenomen in het vijfde lid;
c_concentratie is de correctiefactor die kan worden toegepast als de activiteitsconcentratie van het K-40 in het kaliumhoudende materiaal kleiner is dan 22 kBq/kg, overeenkomstig de tabel, opgenomen in het vijfde lid.
c_concentratie is de correctiefactor die kan worden toegepast als de activiteitsconcentratie van het K-40 in het kaliumhoudende materiaal kleiner is dan 22 kBq/kg, overeenkomstig de tabel, opgenomen in het vijfde lid.
**4.**
@ -668,6 +668,18 @@ e. na het afsluiten van het dossier, als de ondernemer geen bronnen meer in zijn
**2.** De ondernemer verstrekt na een daartoe strekkend verzoek aan ambtenaren, bedoeld in artikel 58 van de wet, de in artikel 4.2 bedoelde gegevens.
**3.** De termijn waarbinnen de ondernemer, die de beschikking krijgt over een hoogactieve bron, het dossier van die bron aanlegt, bedraagt 48 uur na het tijdstip van de verwerving van die bron.
**4.** De termijn, waarbinnen de ondernemer een schriftelijke of digitale kopie van het dossier voor de eerste keer na het aanleggen daarvan ter beschikking van de Autoriteit stelt, bedraagt 48 uur na het tijdstip van de verwerving van de hoogactieve bron.
**5.** Indien het tijdstip van de verwerving van de bron, bedoeld in het derde lid, minder dan 48 uur is gelegen voor de aanvang van een zaterdag, een zondag of een nationale feestdag, worden de in het derde en het vierde lid genoemde termijnen verlengd met de zaterdag, zondag of de nationale feestdag of feestdagen.
**6.** In afwijking van de termijn, genoemd in het vierde lid, bedraagt de termijn waarbinnen de ondernemer, die beschikt over een stralingsbeschermingseenheid, een schriftelijke of digitale kopie van het dossier ter beschikking van de Autoriteit stelt, 96 uur na het tijdstip van de verwerving van de hoogactieve bron.
**7.** Indien het tijdstip van de verwerving van de hoogactieve bron door de ondernemer, die beschikt over een stralingsbeschermingseenheid, minder dan 96 uur is gelegen voor de aanvang van een zaterdag, een zondag of een nationale feestdag, worden de in het derde en het zesde lid genoemde termijnen verlengd met de zaterdag, zondag of de nationale feestdag of feestdagen.
**8.** Indien de ondernemer in overeenstemming met het derde tot en met zevende lid de gegevens, bedoeld in artikel 4.18, eerste lid, van het besluit, van die hoogactieve bron als kennisgeving heeft opgeslagen op het daarvoor bestemde elektronische formulier in het ANVS-loket, heeft hij in zoverre voldaan aan de verplichtingen bedoeld in artikel 4.18, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit.
#### Paragraaf 4.3.4. Beveiliging
### Artikel 4.13
@ -783,9 +795,9 @@ d. van de onder a, b en c bedoelde administraties zijn kopieën aanwezig op de l
### Artikel 4.24
**1.** Voor handelingen met en het voorhanden hebben van materiaal met van nature voorkomende radioactieve stoffen in werken van grond-, weg- of waterbouw buiten een inrichting, die zijn verricht of daadwerkelijk een aanvang hebben genomen voor 26 september 2004, gelden de in artikel 3.11, eerste lid, van het besluit gestelde verplichting, en artikel 4.23, tweede lid, niet.
**1.** Voor handelingen met en het voorhanden hebben van materiaal met van nature voorkomende radioactieve stoffen in werken van grond-, weg- of waterbouw buiten een inrichting, die zijn verricht of daadwerkelijk een aanvang hebben genomen voor 26 september 2004, gelden de in artikel 3.11, eerste lid, van het besluit gestelde verplichting, en artikel 4.23, tweede lid, niet.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op stortplaatsen van radioactieve afvalstoffen die voor 26 september 2004 zijn ingericht.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op stortplaatsen van radioactieve afvalstoffen die voor 26 september 2004 zijn ingericht.
**3.**
@ -1067,7 +1079,7 @@ g. andere voor de uitvoering van het milieumonitoringprogramma relevante gegeven
De krachtens artikel 6.24, tweede lid, van het besluit door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen dienst of instantie die is belast met de coördinatie van het milieumonitoringprogramma zorgt ervoor dat:
a. de in het derde lid genoemde gegevens worden verzameld en voor 30 juni van elk kalenderjaar worden gerapporteerd aan de Europese Commissie, en
a. de in het derde lid genoemde gegevens worden verzameld en voor 30 juni van elk kalenderjaar worden gerapporteerd aan de Europese Commissie, en
b. de in het derde lid genoemde gegevens worden verzameld en geaggregeerd in een integrale rapportage die de situatie met betrekking tot radioactiviteit in het leefmilieu beschrijft en vergelijkt met voorgaande jaren, en die aan het algemene publiek ter beschikking gesteld wordt.
### Artikel 6.3
@ -1106,7 +1118,7 @@ g. de resultaten van het meetprogramma worden opgenomen in de rapportage over de
In geval van lozingen als gevolg van handelingen als bedoeld in artikel 15, aanhef en onderdeel b, van de wet voor een inrichting waarin kernenergie wordt vrijgemaakt met als hoofddoel de productie van elektriciteit of waar bestraalde splijtstoffen kunnen worden opgewerkt:
a. bepaalt de houder van de vergunning de geloosde activiteit van alle in kolom 1 van bijlage 13 genoemde radionucliden, en,
b. rapporteert de houder van de vergunning voor 1 juni van ieder jaar over de resultaten van de onder a genoemde bepalingen van het voorafgaande kalenderjaar, gebruikmakend van het in bijlage 13, onderdeel A, respectievelijk onderdeel B, opgenomen formulier aan de Autoriteit.
b. rapporteert de houder van de vergunning voor 1 juni van ieder jaar over de resultaten van de onder a genoemde bepalingen van het voorafgaande kalenderjaar, gebruikmakend van het in bijlage 13, onderdeel A, respectievelijk onderdeel B, opgenomen formulier aan de Autoriteit.
**4.** Bij de bepaling van de geloosde activiteit, als bedoeld in het derde lid, geeft de ondernemer uitvoering aan het vijfde tot en met het achtste lid.
@ -1118,7 +1130,7 @@ b. rapporteert de houder van de vergunning voor 1 juni van ieder jaar over de re
**8.** Wanneer de meetwaarden beneden de beslissingsdrempel liggen, moeten deze waarden voorzichtigheidshalve gelijk worden gesteld aan de helft van de beslissingsdrempel. Wanneer de resultaten van herhaalde metingen in de relevante periode echter allemaal beneden de beslissingsdrempel liggen, is het redelijk om aan te nemen dat de werkelijke waarde nul is, dat betekent dat de radionuclide niet aanwezig is in de geloosde afvalstoffen.
**9.** De krachtens artikel 6.24, tweede lid, van het besluit door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen dienst of instantie die is belast met de coördinatie van het milieumonitoringprogramma zorgt ervoor dat de in het derde lid, onderdeel b, genoemde gegevens worden samengevat, gebruikmakend van het in bijlage 14 opgenomen formulier, en voor 30 juni van elk kalenderjaar worden gerapporteerd aan de Europese Commissie.
**9.** De krachtens artikel 6.24, tweede lid, van het besluit door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen dienst of instantie die is belast met de coördinatie van het milieumonitoringprogramma zorgt ervoor dat de in het derde lid, onderdeel b, genoemde gegevens worden samengevat, gebruikmakend van het in bijlage 14 opgenomen formulier, en voor 30 juni van elk kalenderjaar worden gerapporteerd aan de Europese Commissie.
## Hoofdstuk 7. Slotbepalingen