diff --git a/wet/natuurbeschermingswet-1998/BWBR0009641/README.md b/wet/natuurbeschermingswet-1998/BWBR0009641/README.md index c08d6ae91d7..75c782fba70 100644 --- a/wet/natuurbeschermingswet-1998/BWBR0009641/README.md +++ b/wet/natuurbeschermingswet-1998/BWBR0009641/README.md @@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Natuurbeschermingswet 1998 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; +a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; b. natuurmonument: terrein of water, dan wel samenstel van terreinen of wateren, dat van algemeen belang is om zijn natuurwetenschappelijke betekenis of zijn natuurschoon; c. eigenaar: degene, die in de basisregistratie kadaster als eigenaar staat vermeld, met dien verstande dat indien op een onroerende zaak een eeuwig durend recht van erfpacht of een recht van beklemming rust, daaronder wordt verstaan de erfpachter of de beklemde meier, en dat bij onroerende zaken die aan een niet eeuwig durend recht van erfpacht, een recht van vruchtgebruik of een recht van opstal zijn onderworpen, daaronder mede zijn begrepen degenen, die in de basisregistratie kadaster als erfpachter, vruchtgebruiker of opstalhouder staan vermeld, een en ander voorzover niet de rechtstoestand is gebleken een andere te zijn dan de basisregistratie kadaster aangeeft; d. gebruiker: degene, die uit hoofde van een andere rechtsverhouding dan onder d genoemd een onroerende zaak in gebruik heeft; @@ -58,7 +58,7 @@ o. omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste l ### Artikel 3 -In dit hoofdstuk wordt verstaan onder Onze Ministers: Onze Minister tezamen met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Verkeer en Waterstaat voorzover het aangelegenheden betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren. +In dit hoofdstuk wordt verstaan onder Onze Ministers: Onze Minister tezamen met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu voorzover het aangelegenheden betreft die tot zijn verantwoordelijkheid behoren. ### Artikel 4 @@ -121,9 +121,9 @@ b. de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het ### Artikel 9b -**1.** Onze Minister wijst, tezamen met – ieder voorzover het hem aangaat – Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Verkeer en Waterstaat en van Economische Zaken, overheidsinstellingen aan, die door het Milieu- en Natuurplanbureau in ieder geval worden betrokken bij het opstellen van de in artikel 9a bedoelde rapporten. +**1.** Onze Minister wijst, tezamen met – voor zover het hem aangaat – Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, overheidsinstellingen aan, die door het Milieu- en Natuurplanbureau in ieder geval worden betrokken bij het opstellen van de in artikel 9a bedoelde rapporten. -**2.** Onze Minister kan, tezamen met – ieder voorzover het hem aangaat – Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Verkeer en Waterstaat en van Economische Zaken, regels stellen ten aanzien van de wijze waarop de krachtens het eerste lid aangewezen overheidsinstellingen bij het opstellen van de rapporten worden betrokken. +**2.** Onze Minister kan, tezamen met – voor zover het hem aangaat – Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, regels stellen ten aanzien van de wijze waarop de krachtens het eerste lid aangewezen overheidsinstellingen bij het opstellen van de rapporten worden betrokken. **3.** Het Milieu- en Natuurplanbureau en de op grond van het eerste lid aangewezen instellingen verschaffen elkaar desgevraagd alle inlichtingen en gegevens waarover zij kunnen beschikken voorzover dat voor het opstellen van de rapporten, bedoeld in artikel 9a, eerste en tweede lid, redelijkerwijs noodzakelijk is. @@ -346,7 +346,7 @@ Onder «bevoegd gezag» als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt ve a. Onze Minister, indien: 1°. voor het desbetreffende Natura 2000-gebied geen onherroepelijk geworden beheerplan als bedoeld in de artikelen 19a of 19b is vastgesteld, of -2°. het gebruik een krachtens artikel 19d, vierde lid, aangewezen project of andere handeling is, of het gebruik plaatsvindt in of gevolgen heeft voor categorieën van gebieden die krachtens dat lid zijn aangewezen; +2°. het gebruik een krachtens artikel 19d, vijfde lid, aangewezen project of andere handeling is, of het gebruik plaatsvindt in of gevolgen heeft voor categorieën van gebieden die krachtens dat lid zijn aangewezen; b. gedeputeerde staten, in andere gevallen dan die, bedoeld in onderdeel a. **6.** Het eerste tot en met het vijfde lid zijn niet van toepassing op bestaand gebruik dat overeenkomstig een beheerplan als bedoeld in de artikelen 19a of 19b wordt uitgeoefend. @@ -562,13 +562,13 @@ b. in andere gevallen dan die, bedoeld in onderdeel a: ### Artikel 19kg -**1.** Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer stellen in overeenstemming met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Economische Zaken, een programma vast ter vermindering van de stikstofdepositie, afkomstig van in Nederland aanwezige bronnen, in de in het programma opgenomen Natura 2000-gebieden, met het oog op de realisatie van de instandhoudingsdoelstelling, bedoeld in artikel 10a, tweede lid. +**1.** Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stellen een programma vast ter vermindering van de stikstofdepositie, afkomstig van in Nederland aanwezige bronnen, in de in het programma opgenomen Natura 2000-gebieden, met het oog op de realisatie van de instandhoudingsdoelstelling, bedoeld in artikel 10a, tweede lid. **2.** Ingeval het beheerplan voor een Natura 2000-gebied als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld door gedeputeerde staten, vindt de opname van dat gebied in het programma, bedoeld in het eerste lid niet plaats dan op voordracht van desbetreffende gedeputeerde staten. Het programma, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld in overeenstemming met desbetreffende gedeputeerde staten. **3.** Indien een Natura 2000-gebied wordt opgenomen in het programma, bedoeld in het eerste lid, zal in het beheerplan een doelstelling ten aanzien van stikstofdepositie worden opgenomen die strekt tot een ambitieuze en re-alistische daling, in een gelijkmatige reductie per beheerplanperiode, van de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied met het oog op de realisatie binnen afzienbare termijn van de instandhoudingsdoelstelling in dat gebied. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen de depositie van ammoniak en andere stikstofverbindingen. -**4.** Het programma wordt ten minste eenmaal in de zes jaar en voor de eerste keer uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet vastgesteld. Na het verstrijken van de eerste drie jaar van de geldingsduur kan naar aanleiding van een beoordeling van de in die periode opgedane ervaringen het plan door Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met de provincies, worden aangepast. +**4.** Het programma wordt ten minste eenmaal in de zes jaar en voor de eerste keer uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet vastgesteld. Na het verstrijken van de eerste drie jaar van de geldingsduur kan naar aanleiding van een beoordeling van de in die periode opgedane ervaringen het plan door Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met de provincies, worden aangepast. ### Artikel 19kh @@ -602,21 +602,21 @@ c. gebiedsgerichte of effectgerichte maatregelen van bestuurorganen van het Rijk ### Artikel 19ki -Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met de provincies, wijzigen of vervangen op verzoek van een bestuursorgaan dat het aangaat, in het programma opgenomen maatregelen als bedoeld in artikel 19kh, eerste lid, onderdeel c, indien het desbetreffende bestuursorgaan ten genoegen van Onze voornoemde Ministers en de provincies heeft aangetoond dat die wijziging of de vervangende maatregel per saldo een vergelijkbaar of positiever effect zal hebben op de vermindering van de stikstofdepositie. +Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met de provincies, wijzigen of vervangen op verzoek van een bestuursorgaan dat het aangaat, in het programma opgenomen maatregelen als bedoeld in artikel 19kh, eerste lid, onderdeel c, indien het desbetreffende bestuursorgaan ten genoegen van Onze voornoemde Ministers en de provincies heeft aangetoond dat die wijziging of de vervangende maatregel per saldo een vergelijkbaar of positiever effect zal hebben op de vermindering van de stikstofdepositie. ### Artikel 19kj **1.** De daartoe bevoegde bestuursorganen dragen zorg voor een tijdige uitvoering van de in het programma beschreven of genoemde maatregelen, bedoeld in artikel 19kh, eerste lid, onderdeel c. -**2.** Ingeval Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met de provincies van oordeel zijn dat een in het programma benoemde of beschreven maatregel niet meer nodig is, nemen zij het besluit dat het eerste lid niet meer van toepassing is op de desbetreffende maatregel. +**2.** Ingeval Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met de provincies van oordeel zijn dat een in het programma benoemde of beschreven maatregel niet meer nodig is, nemen zij het besluit dat het eerste lid niet meer van toepassing is op de desbetreffende maatregel. ### Artikel 19kk -Bij ministeriële regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kunnen nadere regels worden gesteld over de inpassing van onderdelen van het programma, bedoeld in artikel 19kg, die betrekking hebben op, of van belang zijn voor een in het programma, bedoeld in artikel 19kg, eerste lid, opgenomen Natura 2000-gebied, in het desbetreffende beheerplan. +Bij ministeriële regeling van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen nadere regels worden gesteld over de inpassing van onderdelen van het programma, bedoeld in artikel 19kg, die betrekking hebben op, of van belang zijn voor een in het programma, bedoeld in artikel 19kg, eerste lid, opgenomen Natura 2000-gebied, in het desbetreffende beheerplan. ### Artikel 19kl -**1.** Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer stellen in overeenstemming met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Economische Zaken, uiterlijk vier maanden na inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet een voorlopig programma vast ter vermindering van de stikstofdepositie. +**1.** Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stellen uiterlijk vier maanden na inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet een voorlopig programma vast ter vermindering van de stikstofdepositie. **2.** In het voorlopige programma, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval beschreven of genoemd de maatregelen en effecten, bedoeld in artikel 19kh, eerste lid, onderdeel c, in samenhang met het tweede lid, onderdeel a. @@ -997,7 +997,7 @@ Vervallen Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast: a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren; -b. de door Onze Minister van Justitie op grond van artikel 17 van de Wet op de economische delicten met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten belaste ambtenaren, en +b. de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie op grond van artikel 17 van de Wet op de economische delicten met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten belaste ambtenaren, en c. de bij besluit van gedeputeerde staten aangewezen ambtenaren. **2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. @@ -1076,7 +1076,7 @@ Besluiten die zijn genomen op grond van de artikelen 7, 11, 12, 14, 18, 21, eers **3.** Het eerste en het tweede lid gelden niet met betrekking tot de toepassing van artikel 31 van deze wet. -**4.** De besluiten van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit houdende de aanwijzing van gebieden ter uitvoering van richtlijn 79/409/EEG gelden als besluiten als bedoeld in artikel 10a. +**4.** De besluiten van Onze Minister houdende de aanwijzing van gebieden ter uitvoering van richtlijn 79/409/EEG gelden als besluiten als bedoeld in artikel 10a. **5.** Voor zover een beschermd natuurmonument als bedoeld in artikel 10 geheel of gedeeltelijk deel uitmaakt van een gebied als bedoeld in het vierde lid, vervalt in afwijking van artikel 15a, tweede lid, een besluit houdende de aanwijzing van dat beschermde natuurmonument geheel of gedeeltelijk met ingang van 1 oktober 2005. Artikel 15a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -1158,9 +1158,9 @@ Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. **2.** Het Natuur- en Recreatieschap De Grevelingen ontvangt ter zake van de uittreding van het Rijk uit de gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatiegebied De Grevelingen een vergoeding van het Rijk van 9,75 miljoen euro, onder de voorwaarde dat de vergoeding door het Natuur- en Recreatieschap De Grevelingen of diens rechtsopvolger wordt besteed aan de behartiging van de belangen van natuur, landschap en openluchtrecreatie in De Grevelingen. -**3.** Het Natuur- en Recreatieschap De Grevelingen of diens rechtsopvolger legt aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verantwoording af over de besteding van de afkoopsom en overlegt daartoe jaarlijks aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een jaarrekening tezamen met een accountantsverklaring. De eerste volzin is van toepassing tot 1 januari 2030 of, als dit eerder is, tot 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het Natuur- en Recreatieschap De Grevelingen of diens rechtsopvolger is opgehouden te bestaan. +**3.** Het Natuur- en Recreatieschap De Grevelingen of diens rechtsopvolger legt aan Onze Minister verantwoording af over de besteding van de afkoopsom en overlegt daartoe jaarlijks aan Onze Minister een jaarrekening tezamen met een accountantsverklaring. De eerste volzin is van toepassing tot 1 januari 2030 of, als dit eerder is, tot 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het Natuur- en Recreatieschap De Grevelingen of diens rechtsopvolger is opgehouden te bestaan. -**4.** Ingeval niet is voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, of aan de verplichtingen, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, kan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de vergoeding geheel of gedeeltelijk terugvorderen. +**4.** Ingeval niet is voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, of aan de verplichtingen, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, kan Onze Minister de vergoeding geheel of gedeeltelijk terugvorderen. ### Artikel 74