2014-08-01 | BWBR0020586 | Wet handhaving consumentenbescherming
This commit is contained in:
parent
94eb2cce62
commit
d94c7b7ad7
1 changed files with 89 additions and 105 deletions
|
|
@ -18,21 +18,21 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. andere overheidsinstantie: een andere overheidsinstantie als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening 2006/2004;
|
||||
b. bevoegde autoriteit: een bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel c, van verordening 2006/2004;
|
||||
c. *Autoriteit Consument en Markt:* de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
|
||||
c. Autoriteit Consument en Markt: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
|
||||
d. consumentenorganisaties: stichtingen of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens hun statuten tot taak hebben het behartigen van de collectieve belangen van consumenten;
|
||||
e. financiële dienst of activiteit:
|
||||
|
||||
1°. een financiële dienst als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en het aanbieden van effecten aan het publiek of het doen toelaten van effecten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt, bedoeld in artikel 5:2 van de Wet op het financieel toezicht, waarbij voor de toepassing van deze wet onder deze financiële diensten en activiteiten mede worden begrepen de overeenkomsten met betrekking tot een of meer financiële producten als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het financieel toezicht die rechtstreeks uit deze financiële diensten of activiteiten voortvloeien of daarvan het resultaat zijn;
|
||||
2°. het in de uitoefening van een bedrijf buiten besloten kring aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, dan wel het als tussenpersoon werkzaamheden verrichten in de zin van artikel 4:3, eerste lid, van laatstgenoemde wet;
|
||||
2°. het in de uitoefening van een bedrijf aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van opvorderbare gelden van het publiek als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, dan wel het als tussenpersoon werkzaamheden verrichten in de zin van artikel 4:3, eerste lid, van laatstgenoemde wet;
|
||||
3°. een wisseltransactie als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
|
||||
4°. het exploiteren of beheren van een gereglementeerde markt waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht is verleend of het exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 van de Wet op het financieel toezicht is verleend;
|
||||
5°. een dienst als bedoeld onder 6 van de bijlage van richtlijn nr. 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 97/5/EG (PbEU L 319);
|
||||
f. inbreuk: elk handelen of nalaten dat in strijd is met een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in de bijlage bij deze wet, en dat schade toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten;
|
||||
g. intracommunautaire inbreuk: een intracommunautaire inbreuk als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, van verordening 2006/2004;
|
||||
f. inbreuk: elke overtreding van een wettelijke bepaling als bedoeld in de bijlage bij deze wet, welke schade toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten;
|
||||
g. intracommunautaire inbreuk: elke overtreding die een intracommunautaire inbreuk is als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, van verordening 2006/2004;
|
||||
h. lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
|
||||
i. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;
|
||||
j. overtreder: degene die een overtreding pleegt of medepleegt;
|
||||
k. overtreding: een inbreuk of intracommunautaire inbreuk;
|
||||
j. bindende gedragslijn: een zelfstandige last die niet wegens een overtreding wordt opgelegd;
|
||||
k. zelfstandige last: de enkele last tot het verrichten van bepaalde handelingen, bedoeld in artikel 5:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ter bevordering van de naleving van wettelijke voorschriften;
|
||||
l. verbindingsbureau: verbindingsbureau als bedoeld in artikel 3, onderdeel d, van verordening 2006/2004;
|
||||
m. verordening 2006/2004: verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (PbEU L 364);
|
||||
n. wettelijke bepalingen: de communautaire wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument bedoeld in de bijlage bij deze wet, zoals geïmplementeerd in het Nederlands recht en het recht van de lidstaten.
|
||||
|
|
@ -47,76 +47,56 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.2
|
||||
|
||||
De Autoriteit Consument en Markt is belast met de handhaving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage bij deze wet. Zij is niet bevoegd indien de overtreding betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit.
|
||||
De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van de bijlage bij deze wet. Zij is niet bevoegd indien de inbreuk of intracommunautaire inbreuk betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3
|
||||
|
||||
**1.** De Autoriteit Consument en Markt wordt aangewezen als het verbindingsbureau in Nederland.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot intracommunautaire inbreuken op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage bij deze wet, wordt de Autoriteit Consument en Markt aangewezen als bevoegde autoriteit, tenzij de intracommunautaire inbreuk betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit.
|
||||
**2.** Met betrekking tot intracommunautaire inbreuken op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van de bijlage bij deze wet, wordt de Autoriteit Consument en Markt aangewezen als bevoegde autoriteit, tenzij de intracommunautaire inbreuk betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit.
|
||||
|
||||
**3.** De Autoriteit Consument en Markt heeft mede tot taak de coördinatie van activiteiten van communautair belang, administratieve samenwerking en verslaglegging, bedoeld in de artikelen 16, 17 en 21 van verordening 2006/2004.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4
|
||||
|
||||
**1.** De bij besluit van de Autoriteit Consument en Markt aangewezen ambtenaren en andere personen zijn belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen waarvoor de Autoriteit Consument en Markt is belast met de handhaving. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
**1.** De Autoriteit Consument en Markt legt voorgenomen beleidsregels ten minste vier weken voor vaststelling daarvan aan Onze Minister voor.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op geschriften gewisseld tussen een overtreder en een advocaat die is toegelaten tot de balie, die zich bij de overtreder bevinden, doch waarop, indien zij zich zouden bevinden bij die advocaat, artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zou zijn.
|
||||
**2.** Indien de voorgenomen beleidsregels naar het oordeel van Onze Minister in strijd zijn met het belang van een goede taakuitoefening door de Autoriteit Consument en Markt, deelt Onze Minister dit gemotiveerd mee aan de Autoriteit Consument en Markt binnen twee weken nadat de regels aan hem zijn voorgelegd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Privaatrechtelijke handhaving
|
||||
**3.** Indien Onze Minister een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan, stelt de Autoriteit Consument en Markt de beleidsregels niet vast.
|
||||
|
||||
**4.** De Autoriteit Consument en Markt maakt door haar vastgestelde beleidsregels bekend in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Handhaving
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5
|
||||
|
||||
**1.** De Autoriteit Consument en Markt kan een verzoekschrift als bedoeld in artikel 305d van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek indienen indien naar haar oordeel sprake is van een overtreding van een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van de bijlage bij deze wet, tenzij de overtreding betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Alvorens de Autoriteit Consument en Markt een verzoekschrift indient, stelt zij de overtreder een redelijke termijn om:
|
||||
|
||||
a. de overtreding te staken;
|
||||
b. gegevens waarop het voornemen om een verzoekschrift in te dienen berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6
|
||||
|
||||
**1.** Een overeenkomst strekkende tot vergoeding van schade die het gevolg is van een overtreding van één of meer wettelijke bepalingen met de handhaving waarvan de Autoriteit Consument en Markt is belast, gesloten door de Autoriteit Consument en Markt met één of meer andere partijen die deze bepalingen hebben overtreden en die zich bij deze overeenkomst hebben verbonden tot vergoeding van deze schade, kan door de rechter op verzoek van de partijen die de overeenkomst hebben gesloten verbindend worden verklaard voor personen aan wie de schade is veroorzaakt. Onder personen aan wie de schade is veroorzaakt worden mede begrepen personen die een vordering ter zake van deze schade onder algemene of bijzondere titel hebben verkregen.
|
||||
**1.** Een overeenkomst strekkende tot vergoeding van schade die het gevolg is van een inbreuk of intracommunautaire inbreuk op één of meer wettelijke bepalingen met de handhaving waarvan de Autoriteit Consument en Markt krachtens artikel 2.2 is belast, gesloten door de Autoriteit Consument en Markt met één of meer andere partijen die deze bepalingen hebben overtreden en die zich bij deze overeenkomst hebben verbonden tot vergoeding van deze schade, kan door de rechter op verzoek van de partijen die de overeenkomst hebben gesloten verbindend worden verklaard voor personen aan wie de schade is veroorzaakt. Onder personen aan wie de schade is veroorzaakt worden mede begrepen personen die een vordering ter zake van deze schade onder algemene of bijzondere titel hebben verkregen.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 907, tweede tot en met zesde lid, en 908 tot en met 910 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en titel 14 van het derde boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Bestuursrechtelijke handhaving
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7
|
||||
|
||||
Deze paragraaf heeft, met uitzondering van artikel 2.10, tweede lid, uitsluitend betrekking op overtredingen van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel b van de bijlage bij deze wet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8
|
||||
|
||||
**1.** De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende aanwijzing tot naleving van deze wet opleggen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat een bindende aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, wordt overtreden kan zij de overtreder opleggen:
|
||||
|
||||
a. een last onder dwangsom;
|
||||
b. een bestuurlijke boete.
|
||||
De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende gedragslijn tot naleving van deze wet opleggen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat een overtreding heeft plaatsgevonden, kan zij de overtreder opleggen:
|
||||
Indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat een inbreuk of intracommunautaire inbreuk heeft plaatsgevonden, kan zij de overtreder opleggen:
|
||||
|
||||
a. een last onder dwangsom;
|
||||
b. een bestuurlijke boete.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover een last onder dwangsom of bestuurlijke boete, opgelegd krachtens deze paragraaf, verplicht tot betaling van een geldsom, komt deze geldsom toe aan ’s Rijks schatkist.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10
|
||||
|
||||
**1.** Op het opleggen van een last onder dwangsom krachtens deze paragraaf zijn de artikelen 5:48 tot en met 5:51 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De Autoriteit Consument en Markt kan een last onder dwangsom opleggen, die strekt tot verzekering van de medewerking die krachtens artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden gevorderd bij de uitoefening van de bevoegdheden van de toezichthouders, bedoeld in artikel 2.4.
|
||||
|
||||
**3.** Aan een last onder dwangsom, opgelegd krachtens deze paragraaf, kunnen voorschriften worden verbonden die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om effectieve controle op de uitvoering van de last te verzekeren.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11
|
||||
|
||||
|
|
@ -136,7 +116,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.15
|
||||
|
||||
De bestuurlijke boete, bedoeld in de artikelen 2.8 en 2.9 bedraagt ten hoogste € 450.000.
|
||||
De bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 2.9 bedraagt ten hoogste € 450.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16
|
||||
|
||||
|
|
@ -166,15 +146,19 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Openbaarmaking
|
||||
|
||||
### Artikel 2.23
|
||||
|
||||
**1.** De Autoriteit Consument en Markt kan een beschikking openbaar maken omtrent het opleggen van een bindende aanwijzing, last onder dwangsom of bestuurlijke boete, met inbegrip van een beschikking dat geen last onder dwangsom of bestuurlijke boete wordt opgelegd of een toezegging door de overtreder dat een overtreding zal worden gestaakt.
|
||||
**1.** De Autoriteit Consument en Markt kan in het kader van haar taken, genoemd in deze wet, een openbare waarschuwing uitvaardigen voordat zij een inbreuk of intracommunautaire inbreuk heeft vastgesteld, indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is om consumenten snel en effectief te informeren over een schadeveroorzakende handelspraktijk van een ondernemer en daardoor schade te voorkomen.
|
||||
|
||||
**2.** De Autoriteit Consument en Markt maakt een voornemen tot openbaarmaking van een beschikking als bedoeld in het eerste lid te voren bekend aan degene tot wie de beschikking zich richt; tenzij het een toezegging door de overtreder dat een overtreding zal worden gestaakt betreft geschiedt dit gelijktijdig met het in de gelegenheid stellen van degene tot wie de beschikking zich richt daarover zijn zienswijze naar voren te brengen.
|
||||
**2.** Een ondernemer wordt uitsluitend met name genoemd in de openbare waarschuwing indien er sprake is van een reëel en acuut risico op benadeling van consumenten en van een redelijk vermoeden van overtreding. In de openbare waarschuwing komt duidelijk naar voren dat er nog geen sprake is van een door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde inbreuk of intracommunautaire inbreuk.
|
||||
|
||||
**3.** De Autoriteit Consument en Markt maakt een beschikking als bedoeld in het eerste lid niet eigener beweging openbaar gedurende twee weken nadat het besluit op de in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, tenzij degene tot wie de beschikking zich richt de beschikking zelf heeft openbaar gemaakt, heeft doen openbaar maken of openbaarmaking met degene tot wie de beschikking zich richt is overeengekomen.
|
||||
**3.** De uitvaardiging van een openbare waarschuwing waarin een ondernemer met name wordt genoemd geschiedt niet eerder dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit tot het uitvaardigen van de openbare waarschuwing aan hem is bekend gemaakt, tenzij hij het besluit zelf heeft openbaar gemaakt, heeft doen openbaar maken of heeft aangegeven geen bedenkingen te hebben tegen eerdere openbaarmaking.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Gegevensuitwisseling
|
||||
**4.** Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de werking van het besluit opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.
|
||||
|
||||
**5.** Het besluit van de Autoriteit Consument en Markt tot het uitvaardigen van een openbare waarschuwing als bedoeld in het derde lid vermeldt behalve de naam van de ondernemer in ieder geval de schadeveroorzakende handelspraktijk, de inhoud van de openbaarmaking, de gronden waarop het besluit berust alsmede de wijze waarop en de termijn waarna de openbare waarschuwing zal worden uitgevaardigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.24
|
||||
|
||||
|
|
@ -186,56 +170,57 @@ Gegevens die de Autoriteit Consument en Markt verkrijgt van andere bevoegde auto
|
|||
|
||||
### Artikel 3.1
|
||||
|
||||
**1.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor intracommunautaire inbreuken op de wettelijke bepalingen, bedoeld in de onderdelen a en d van de bijlage bij deze wet, voor zover de intracommunautaire inbreuk betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit.
|
||||
**1.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor intracommunautaire inbreuken op de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van de bijlage bij deze wet, voor zover de intracommunautaire inbreuk betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit.
|
||||
|
||||
**2.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten wordt voorts aangewezen als bevoegde autoriteit voor intracommunautaire inbreuken op de wettelijke bepalingen bedoeld in onderdeel c van de bijlage bij deze wet.
|
||||
**2.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten wordt voorts aangewezen als bevoegde autoriteit voor intracommunautaire inbreuken op de wettelijke bepalingen bedoeld in onderdeel b van de bijlage bij deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2
|
||||
|
||||
**1.** De bij besluit van de Autoriteit Financiële Markten aangewezen personen zijn belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in de onderdelen a, c en d van de bijlage bij deze wet, voor zover de overtreding betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
**1.** De bij besluit van de Stichting Autoriteit Financiële Markten aangewezen personen zijn belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage bij deze wet, voor zover de inbreuk of intracommunautaire inbreuk betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 2.4, tweede lid, 2.10 en 2.23 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op geschriften gewisseld tussen een overtreder en een advocaat die is toegelaten tot de balie, die zich bij de overtreder bevinden, doch waarop, indien zij zich zouden bevinden bij die advocaat, artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zou zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3
|
||||
|
||||
**1.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan een verzoekschrift als bedoeld in artikel 305d van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek indienen indien naar haar oordeel sprake is van een overtreding van een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van de bijlage bij deze wet, en de overtreding betrekking heeft op een financiële dienst of activiteit.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 2.5, tweede lid, en 4.3, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan, indien zij van oordeel is dat een overtreding op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel c, sub c.1, van de bijlage bij deze wet, heeft plaatsgevonden:
|
||||
|
||||
a. een bestuurlijke boete opleggen;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
**1.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan in het kader van haar taken, genoemd in deze wet, een openbare waarschuwing uitvaardigen voordat zij een inbreuk of intracommunautaire inbreuk heeft vastgesteld, indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is om consumenten snel en effectief te informeren over een schadeveroorzakende handelspraktijk van een ondernemer en daardoor schade te voorkomen. Artikel 2.23, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Met betrekking tot de toepassing van het eerste lid:
|
||||
De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan, indien zij van oordeel is dat een inbreuk of intracommunautaire inbreuk op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage bij deze wet, heeft plaatsgevonden:
|
||||
|
||||
a. zijn de artikelen 2.8, 2.10, 2.23 en 2.24 van overeenkomstige toepassing; en
|
||||
b. zijn artikel 1:81 van de Wet op het financieel toezicht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
a. een zelfstandige last opleggen;
|
||||
b. een bestuurlijke boete opleggen;
|
||||
c. een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Artikel 4.3 is van overeenkomstige toepassing indien begrippen worden uitgelegd, die worden gehanteerd in een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van de bijlage bij deze wet.
|
||||
|
||||
De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan, indien zij van oordeel is dat een overtreding op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdelen c, sub c.2 en d van de bijlage bij deze wet, heeft plaatsgevonden:
|
||||
**4.** Met betrekking tot de toepassing van het tweede lid is artikel 2.24 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
a. een bestuurlijke boete opleggen;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
**5.** Met betrekking tot de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, is artikel 2.15 van toepassing dan wel, indien het betreft een overtreding van onderdeel b van de bijlage bij deze wet, artikel 1:81 van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
**4.** Met betrekking tot de toepassing van het derde lid zijn de artikelen 2.8, 2.10, 2.15, 2.23, 2.24 en 4.3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**6.** Met betrekking tot de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, zijn de artikelen 5:48 tot en met 5:51 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing en is artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Een last onder dwangsom kan strekken tot verzekering van de medewerking die krachtens artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden gevorderd.
|
||||
|
||||
**8.** Aan een last onder dwangsom kunnen voorschriften worden verbonden die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om effectieve controle op de uitvoering van de last te verzekeren.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan een beschikking openbaar maken omtrent het opleggen van een zelfstandige last, last onder dwangsom of bestuurlijke boete alsmede een toezegging door de overtreder dat een inbreuk of intracommunautaire inbreuk zal worden gestaakt.
|
||||
|
||||
**2.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten maakt een voornemen tot openbaarmaking van een beschikking als bedoeld in het eerste lid van te voren bekend aan degene tot wie de beschikking is gericht. Dit geschiedt op hetzelfde moment als dat degene tot wie de beschikking is gericht in de gelegenheid wordt gesteld daarover zijn zienswijze uit te brengen.
|
||||
|
||||
**3.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten maakt een beschikking als bedoeld in het eerste lid niet eigener beweging openbaar gedurende twee weken nadat het besluit op de in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, tenzij degene tot wie de beschikking is gericht de beschikking zelf heeft openbaar gemaakt, heeft doen openbaar maken of openbaarmaking met degene tot wie de beschikking is gericht is overeengekomen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Het Staatstoezicht op de volksgezondheid
|
||||
|
||||
### Artikel 3.5
|
||||
|
||||
Het Staatstoezicht op de volksgezondheid wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor intracommunautaire inbreuken op de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel e van de bijlage bij deze wet.
|
||||
Het Staatstoezicht op de volksgezondheid wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor intracommunautaire inbreuken op de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel c van de bijlage bij deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -243,12 +228,12 @@ Het Staatstoezicht op de volksgezondheid wordt aangewezen als bevoegde autoritei
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordeel een intracommunautaire inbreuk op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel e van de bijlage bij deze wet heeft plaatsgevonden:
|
||||
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordeel een intracommunautaire inbreuk op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel c van de bijlage bij deze wet heeft plaatsgevonden:
|
||||
|
||||
a. een bestuurlijke boete opleggen;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 2.4, tweede lid, 2.10, eerste en tweede lid, 2.23 en 2.24 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde tot en met achtste lid, en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Wat betreft de hoogte van de bestuurlijke boete is het eerste lid van artikel 101 van de Geneesmiddelenwet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -256,7 +241,7 @@ b. een last onder dwangsom opleggen.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.7
|
||||
|
||||
Het Commissariaat voor de Media wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor intracommunautaire inbreuken op de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel f van de bijlage bij deze wet.
|
||||
Het Commissariaat voor de Media wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor intracommunautaire inbreuken op de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel d van de bijlage bij deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -264,24 +249,24 @@ Het Commissariaat voor de Media wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor in
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien naar het oordeel van het Commissariaat voor de Media een intracommunautaire inbreuk op een van de wettelijke bepalingen als bedoeld in onderdeel f van de bijlage bij deze wet heeft plaatsgevonden, kan het Commissariaat voor de Media:
|
||||
Indien naar het oordeel van het Commissariaat voor de Media een intracommunautaire inbreuk op een van de wettelijke bepalingen als bedoeld in onderdeel d van de bijlage bij deze wet heeft plaatsgevonden, kan het Commissariaat voor de Media:
|
||||
|
||||
a. een bestuurlijke boete opleggen;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 2.4, tweede lid, 2.10, eerste en tweede lid, 2.23 en 2.24 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde tot en met achtste lid, en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 7.12 en 7.19 van de Mediawet 2008 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Inspectie Verkeer en Waterstaat
|
||||
### Paragraaf 4. Inspectie Leefomgeving en Transport
|
||||
|
||||
### Artikel 3.9
|
||||
|
||||
De Inspectie Verkeer en Waterstaat wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor intracommunautaire inbreuken op de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel g van de bijlage bij deze wet.
|
||||
De Inspectie Leefomgeving en Transport wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor intracommunautaire inbreuken op de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel e van de bijlage bij deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.10
|
||||
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel g van de bijlage bij deze wet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel e van de bijlage bij deze wet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -290,28 +275,28 @@ Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan, indien naar zijn oordeel een int
|
|||
a. een bestuurlijke boete opleggen;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 2.4, tweede lid, 2.10, eerste en tweede lid, 2.23 en 2.24 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde tot en met achtste lid, en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De in het tweede lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie geldboete, bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Voedsel en Warenautoriteit
|
||||
### Paragraaf 5. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
|
||||
|
||||
### Artikel 3.11
|
||||
|
||||
De Voedsel en Warenautoriteit wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor intracommunautaire inbreuken op de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel h van de bijlage bij deze wet.
|
||||
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor intracommunautaire inbreuken op de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel f van de bijlage bij deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.12
|
||||
|
||||
**1.** De krachtens artikel 13, eerste lid, van de Tabakswet benoemde ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen inzake intracommunautaire inbreuken voor welke de Voedsel en Warenautoriteit als bevoegde autoriteit is aangewezen.
|
||||
**1.** De krachtens artikel 13, eerste lid, van de Tabakswet benoemde ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen inzake intracommunautaire inbreuken voor welke de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit als bevoegde autoriteit is aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordeel een intracommunautaire inbreuk op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel h van de bijlage bij deze wet heeft plaatsgevonden:
|
||||
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordeel een intracommunautaire inbreuk op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel f van de bijlage bij deze wet heeft plaatsgevonden:
|
||||
|
||||
a. een bestuurlijke boete opleggen;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 2.4, tweede lid, 2.10, eerste en tweede lid, 2.23 en 2.24 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde tot en met achtste lid, en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 11b, tweede lid, van de Tabakswet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -330,7 +315,8 @@ Alle informatie die een bevoegde autoriteit op grond van verordening 2006/2004 a
|
|||
Als andere overheidsinstantie worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. de Nederlandse Zorgautoriteit;
|
||||
b. de Belastingdienst/FIOD-ECD.
|
||||
b. de Belastingdienst/FIOD;
|
||||
c. de Kansspelautoriteit.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere overheidsinstanties worden aangewezen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -347,9 +333,7 @@ b. de andere overheidsinstantie niet aan de verplichting uit artikel 4.5, tweede
|
|||
|
||||
### Artikel 4.3
|
||||
|
||||
**1.** Voor zover door een andere overheidsinstantie bij de uitoefening van haar bevoegdheden begrippen worden uitgelegd, die worden gehanteerd in een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van de bijlage van deze wet, dan wordt deze uitleg afgestemd met de Autoriteit Consument en Markt. In de samenwerkingsprotocollen, bedoeld in artikel 5.1, worden hierover nadere afspraken gemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover door een andere overheidsinstantie bij de uitoefening van haar bevoegdheden begrippen worden uitgelegd, die worden gehanteerd in een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel b van de bijlage van deze wet, dan vindt deze uitleg plaats in overeenstemming met de Autoriteit Consument en Markt. In de samenwerkingsprotocollen, bedoeld in artikel 5.1, worden hierover nadere afspraken gemaakt.
|
||||
Voor zover door een andere overheidsinstantie bij de uitoefening van haar bevoegdheden begrippen worden uitgelegd, die worden gehanteerd in een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van de bijlage van deze wet, dan vindt deze uitleg plaats in overeenstemming met de Autoriteit Consument en Markt. In de samenwerkingsprotocollen, bedoeld in artikel 5.1, worden hierover nadere afspraken gemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -369,8 +353,8 @@ Indien een andere overheidsinstantie toezichts- of handhavingsmaatregelen neemt
|
|||
|
||||
De Autoriteit Consument en Markt kan afspraken maken met:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister van Financiën, voor wat betreft de Belastingdienst/FIOD-ECD;
|
||||
b. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, voor wat betreft de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
|
||||
a. Onze Minister van Financiën, voor wat betreft de Belastingdienst/FIOD;
|
||||
b. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, voor wat betreft de Inspectie Leefomgeving en Transport;
|
||||
c. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor wat betreft het Staatstoezicht op de Volksgezondheid;
|
||||
d. andere in aanmerking komende Ministers.
|
||||
|
||||
|
|
@ -383,7 +367,8 @@ b. het Commissariaat voor de Media;
|
|||
c. de Nederlandse Zorgautoriteit;
|
||||
d. het College van Procureurs-Generaal;
|
||||
e. de Stichting Het Juridisch Loket;
|
||||
f. andere overheidsinstellingen.
|
||||
f. de Kansspelautoriteit;
|
||||
g. andere overheidsinstellingen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -431,7 +416,7 @@ b. Onze Minister, de bevoegde autoriteiten en andere overheidsinstanties te info
|
|||
|
||||
### Artikel 7.1
|
||||
|
||||
Tegen een uitspraak in hoger beroep van het College van Beroep voor het bedrijfsleven kan de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden beroep in cassatie in het belang der wet instellen wegens schending of verkeerde toepassing van artikel 8.8.
|
||||
Tegen een uitspraak in hoger beroep van het College van Beroep voor het bedrijfsleven kan de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden beroep in cassatie in het belang der wet instellen wegens schending of verkeerde toepassing van hoofdstuk 8.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -448,17 +433,16 @@ Consumentenorganisaties worden aangemerkt als belanghebbenden bij besluiten krac
|
|||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. consument: een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf;
|
||||
b. handelaar: natuurlijk persoon of rechtspersoon die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf of degene die ten behoeve van hem handelt;
|
||||
c. algemene voorwaarden: een of meer bedingen die zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, met uitzondering van bedingen die de kern van de prestaties aangeven, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.
|
||||
d. pandhuis: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf pandbeleningen aanbiedt als bedoeld in artikel 130 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
b. algemene voorwaarden: een of meer bedingen die zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, met uitzondering van bedingen die de kern van de prestaties aangeven, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.
|
||||
c. pandhuis: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf pandbeleningen aanbiedt als bedoeld in artikel 130 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.2
|
||||
|
||||
**1.** Degene die een dienst van de informatiemaatschappij verleent als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, neemt artikel 15d, eerste en tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
|
||||
**1.** Degene die een dienst van de informatiemaatschappij verleent als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, neemt de artikelen 15a tot en met 15c, 15d, eerste en tweede lid, en 15f van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
|
||||
|
||||
**2.** Indien commerciële communicatie als bedoeld in artikel 15e, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, deel uitmaakt van een dienst van de informatiemaatschappij of een dergelijke dienst vormt, zorgt degene in wiens opdracht de commerciële communicatie geschiedt, dat artikel 15e, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in acht wordt genomen.
|
||||
|
||||
**3.** De dienstverlener, bedoeld in het eerste lid, neemt de artikelen 227b, eerste en tweede lid, en 227c, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
|
||||
**3.** De dienstverlener, bedoeld in het eerste lid, neemt de artikelen 196c, 227a, 227b en 227c van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een wederpartij langs de elektronische weg een verklaring als bedoeld in artikel 227c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek uitbrengt die door de in het eerste lid bedoelde dienstverlener mag worden opgevat hetzij als een aanvaarding van een door hem langs de elektronische weg gedaan aanbod, hetzij als een aanbod naar aanleiding van een door hem langs de elektronische weg gedane uitnodiging om in onderhandeling te treden, bevestigt de dienstverlener de ontvangst van deze verklaring zo spoedig mogelijk langs elektronische weg aan de wederpartij.
|
||||
|
||||
|
|
@ -470,11 +454,11 @@ Een handelaar als bedoeld in artikel 230g, eerste lid, onderdeel b, van Boek 6 v
|
|||
|
||||
### Artikel 8.3
|
||||
|
||||
Degene die algemene voorwaarden gebruikt in een overeenkomst met een consument, bindt die consument niet aan een beding als bedoeld in artikel 236 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
Degene die algemene voorwaarden gebruikt in een overeenkomst met een consument, bindt die consument niet aan een beding indien dat beding vernietigbaar is volgens afdeling 3 van titel 5 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.4
|
||||
|
||||
Bij een consumentenkoop als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, neemt de verkoper artikel 6a, tweede en derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
|
||||
Bij een consumentenkoop als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, neemt de verkoper de artikelen 5, 6, 6a, 17 tot en met 19, 21 tot en met 23 en 25 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.4a
|
||||
|
||||
|
|
@ -486,19 +470,19 @@ De toezending van een niet bestelde zaak, of de ongevraagde levering van water,
|
|||
|
||||
### Artikel 8.6
|
||||
|
||||
Een handelaar als bedoeld in artikel 50a, onderdeel b, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, die een overeenkomst aangaat als bedoeld in artikel 50a, onderdelen c tot en met f, van dat Boek, neemt de artikelen 50b en 50c van Boek 7 van dat Boek in acht. Op de vorige volzin zijn de artikelen 50g lid 1 en 50h van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Een handelaar als bedoeld in artikel 50a, onderdeel b, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, die een overeenkomst aangaat als bedoeld in artikel 50a, onderdelen c tot en met f, van dat Boek, neemt de artikelen 50a tot en met 50i van dat Boek in acht.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.7
|
||||
|
||||
Een reisorganisator als bedoeld in artikel 500 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek neemt de bij of krachtens de artikelen 501 en 502 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek gestelde eisen in acht.
|
||||
Een reisorganisator als bedoeld in artikel 500 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek neemt de bij of krachtens de artikelen 500 tot en met 513 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek gestelde eisen in acht.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.8
|
||||
|
||||
Het is een handelaar niet toegestaan oneerlijke handelspraktijken te verrichten als bedoeld in Afdeling 3A van Titel 3 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
Het is een handelaar als bedoeld in artikel 193a, eerste lid, onderdeel b, van Boek 6 van het Burgerlijk wetboek niet toegestaan oneerlijke handelspraktijken te verrichten als bedoeld in Afdeling 3A van Titel 3 van dat boek.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.9
|
||||
|
||||
De dienstverrichter die diensten verricht als bedoeld in richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU L 376), neemt de bepalingen van Afdeling 2a van titel 5 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
|
||||
De dienstverrichter die een dienst verricht als bedoeld in artikel 230a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, neemt de bepalingen van Afdeling 2A van Titel 5 van dat boek in acht.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.10
|
||||
|
||||
|
|
@ -506,7 +490,7 @@ Een pandhuis neemt de bepalingen van Titel 2D van Boek 7 van het Burgerlijk Wetb
|
|||
|
||||
### Artikel 8.11
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Het is de houder van een gedragscode, bedoeld in artikel 193a, eerste lid, onderdeel j, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, niet toegestaan met die gedragscode een handelen in strijd met de artikelen 193a tot en met 193i van dat boek te bevorderen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Wijziging in andere wetten
|
||||
|
||||
|
|
@ -544,7 +528,7 @@ Wijzigt de Gaswet.
|
|||
|
||||
### Artikel 9.9
|
||||
|
||||
Zolang het bij koninklijke boodschap van 8 december 2003 ingediende voorstel van wet tot vaststelling van een nieuwe Geneesmiddelenwet, Kamerstukken II, nr. 29 359, nog niet tot wet is verheven en in werking is getreden, zijn de krachtens artikel 22 van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening aangewezen ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid belast met het toezicht, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -574,4 +558,4 @@ Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, da
|
|||
|
||||
Deze wet wordt aangehaald als: Wet handhaving consumentenbescherming.
|
||||
|
||||
## Bijlage . bij de wet
|
||||
## Bijlage . bij de Wet handhaving consumentenbescherming
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue