2006-01-01 | BWBR0010646 | Uitvoeringsbesluit WEB
This commit is contained in:
parent
a0470a08ce
commit
d9670918de
1 changed files with 8 additions and 71 deletions
|
|
@ -250,7 +250,7 @@ PLil: de op grond van het tweede lid voor het desbetreffende kalenderjaar toegek
|
|||
|
||||
**5.** Artikel 2.2.6 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Toevoeging en vermindering rijksbijdrage in verband met kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid
|
||||
### Paragraaf 5. Toevoeging rijksbijdrage in verband met kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.1
|
||||
|
||||
|
|
@ -293,39 +293,11 @@ W: het wachtgeldbudget voor de instellingen zoals opgenomen in de begrotingen va
|
|||
|
||||
### Artikel 2.5.2a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het in artikel 2.2.1, vijfde lid, van de wet bedoelde bedrag dat Onze Minister in verband met uitkeringen in mindering brengt op de rijksbijdrage van een instelling voor een kalenderjaar wordt berekend volgens de volgende formule:
|
||||
|
||||
(PI + InbI + EduI) / (PL + InbL + EduL) x (A + B + C + D)
|
||||
|
||||
In deze formule wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
Pl, Inbl, Edul, PL, InbL en EduL: hierop zijn de op deze onderdelen betrekking hebbende omschrijvingen van artikel 2.5.2, tweede lid, van toepassing;
|
||||
|
||||
A: de kosten van de uitkeringen in het in de aanhef bedoelde kalenderjaar voor gewezen personeel van de instellingen, voorzover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd voor 1 augustus 1995;
|
||||
|
||||
B: de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van de instellingen, voorzover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 augustus 1998 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 4.4.2 van de wet, zoals dit luidde op 31 juli 1998, heeft ingestemd op grond van artikel 2.5.8, derde lid, van de wet, zoals dit luidde op 31 juli 1998, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen;
|
||||
|
||||
C: 40% van de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van de instellingen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1998 en 1 juli 2005;
|
||||
|
||||
D: 100% van de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van een instelling die de taken beëindigt, anders dan op grond van een samenvoeging als bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid onderdeel b, van de wet of een bestuursoverdracht dan wel een splitsing als bedoeld in artikel 9.1.3 van de wet, indien het bevoegd gezag van deze instelling niet tevens een andere instelling onder zijn bestuur heeft.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Na toepassing van het eerste lid worden door Onze Minister op de rijksbijdrage van een instelling voor een kalenderjaar in mindering gebracht:
|
||||
|
||||
a. de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de instelling voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 augustus 1998 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 4.4.2 van de wet, zoals dit luidde op 31 juli 1998, niet heeft ingestemd op grond van artikel 2.5.8, derde lid, van de wet, zoals dit luidde op 31 juli 1998, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen;
|
||||
b. 60% van de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar van gewezen personeel van de instelling voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1998 en 1 juli 2005, en
|
||||
c. 100% van de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van de instelling, voorzover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 juli 2005.
|
||||
|
||||
**3.** De uitkomsten van de in het eerste en tweede lid bedoelde berekeningen worden rekenkundig afgerond op twee decimalen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister gaat gedurende het kalenderjaar waarop de verminderingen op de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.5.2a, eerste lid, betrekking hebben, per maand over tot een voorlopige inhouding op de rijksbijdrage.
|
||||
|
||||
**2.** De definitieve vaststelling van de verminderingen, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats in maart of zoveel eerder als mogelijk is, volgend op het desbetreffende jaar.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Vermindering exploitatiekosten beroepsonderwijs in verband met normatieve inhouding cursusgelden
|
||||
|
||||
|
|
@ -377,8 +349,6 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Paragraaf 4 is van toepassing op het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving.
|
||||
|
||||
**3.** Paragraaf 5 is van toepassing op alle kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1.2
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
|
@ -399,7 +369,7 @@ h. deeltijds deelnemer aan de beroepsopleidende leerweg: degene die op 1 oktober
|
|||
|
||||
De rijksbijdrage omvat:
|
||||
|
||||
a. een bedrag voor exploitatiekosten, berekend volgens paragraaf 2, daaronder mede begrepen een bedrag in verband met kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid, en
|
||||
a. een bedrag voor exploitatiekosten, berekend volgens paragraaf 2, en
|
||||
b. een bedrag voor huisvestingskosten, berekend volgens paragraaf 3.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1.4
|
||||
|
|
@ -560,7 +530,7 @@ Bij de berekening, bedoeld in artikel 4.2.7, betrekt Onze Minister uitsluitend d
|
|||
|
||||
De rijksbijdrage omvat:
|
||||
|
||||
a. een bedrag voor exploitatiekosten, berekend volgens deze paragraaf, daaronder mede begrepen een bedrag in verband met kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid, en
|
||||
a. een bedrag voor exploitatiekosten, berekend volgens deze paragraaf, en
|
||||
b. een bedrag voor huisvestingskosten, berekend volgens deze paragraaf.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.4.2
|
||||
|
|
@ -599,48 +569,15 @@ c. 20% toegerekend aan de taken, bedoeld in artikel 4.4.3, onder c.
|
|||
|
||||
### Artikel 4.5.1
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt onder uitkering verstaan, een werkloosheidsuitkering of een suppletie inzake arbeidsongeschiktheid alsmede een andere uitkering wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel, anders dan op grond van de Ziektewet, voortvloeiend uit een dienstbetrekking aan een kenniscentrum.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5.2
|
||||
|
||||
**1.** Het in artikel 2.4.1, tweede lid, van de wet bedoelde bedrag dat Onze Minister in verband met uitkeringen in mindering brengt op de rijksbijdrage voor een kalenderjaar, wordt berekend volgens het tweede tot en met vijfde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen berekent voor elk kenniscentrum, daaronder mede begrepen het kenniscentrum op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, ten behoeve van het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar het relatieve aandeel van de rijksbijdrage voor de exploitatiekosten in het totaal van deze rijksbijdragen zoals berekend volgens paragraaf 2 en paragraaf 4 voor zover het betreft de exploitatiekosten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onze Minister brengt op de rijksbijdrage voor een kalenderjaar een bedrag in mindering, berekend met de volgende formule:
|
||||
|
||||
RALO x (A+B+C+D)
|
||||
|
||||
In deze formule wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
RALO: het in het tweede lid bedoelde relatieve aandeel;
|
||||
|
||||
A: de kosten van de uitkeringen in het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar voor gewezen personeel van de in het tweede lid bedoelde kenniscentra, voor zover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd voor 1 augustus 1995;
|
||||
|
||||
B: de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van de in het tweede lid bedoelde kenniscentra, voor zover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 augustus 1998 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 4.4.2 van de wet zoals luidend op 31 juli 1998, heeft ingestemd op grond van artikel 2.5.8, derde lid, van de wet zoals luidend op 31 juli 1998, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen;
|
||||
|
||||
C: 65% van de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van de in het tweede lid bedoelde kenniscentra, voor zover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 augustus 1998;
|
||||
|
||||
D: 100% van de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van een kenniscentrum dat de taken beëindigt, anders dan op grond van een bestuursoverdracht als bedoeld in artikel 9.2.2 van de wet, indien het bestuur van dit kenniscentrum niet tevens bestuur is van een ander kenniscentrum.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onze Minister brengt vervolgens op de rijksbijdrage voor het kenniscentrum voor de exploitatiekosten en de huisvestingskosten gezamenlijk, voor het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar in mindering:
|
||||
|
||||
a. de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van dat kenniscentrum, voor zover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 augustus 1998 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 4.4.2 van de wet zoals luidend op 31 juli 1998, niet heeft ingestemd op grond van artikel 2.5.8, derde lid, van de wet zoals luidend op 31 juli 1998, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen, en
|
||||
b. 35% van de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van dat kenniscentrum, voor zover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 augustus 1998.
|
||||
|
||||
**5.** De uitkomsten van de in het derde en vierde lid bedoelde berekeningen worden rekenkundig afgerond op twee decimalen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.5.3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister gaat gedurende het kalenderjaar waarop de verminderingen van de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, betrekking hebben, per maand over tot een voorlopige inhouding op de rijksbijdrage.
|
||||
|
||||
**2.** De definitieve vaststelling van de verminderingen, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats in maart of zoveel eerder als mogelijk is, volgend op het kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.** De definitieve vaststelling van de verminderingen betrekking hebbend op het kalenderjaar 2001 vindt plaats in euro's door de bedragen van de vermindering te delen door 2.20371.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4A. Subsidie Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue