2021-12-21 | BWBR0008657 | Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

This commit is contained in:
Coornhert 2021-12-21 12:00:00 +00:00
parent f1cef412aa
commit d99d3bd057

View file

@ -877,7 +877,7 @@ c. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bet
d. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt;
e. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is ontstaan door het niet nakomen door degene van wie wordt teruggevorderd van de verplichting, bedoeld in artikel 2:7, en hiervoor een boete is opgelegd als bedoeld in artikel 2:69, dan wel met betrekking tot het niet naleven van die verplichting aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is ontstaan door het opzettelijk of door grove schuld niet nakomen door degene van wie wordt teruggevorderd van de verplichting, bedoeld in artikel 2:7, en hiervoor een boete is opgelegd als bedoeld in artikel 2:69, dan wel met betrekking tot het niet naleven van die verplichting aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht.
**3.**
@ -1628,7 +1628,7 @@ c. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bet
d. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en
e. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is ontstaan door het niet nakomen door de jonggehandicapte van de verplichting, bedoeld in artikel 3:74, en hiervoor een boete als bedoeld in artikel 3:40 is opgelegd, dan wel indien hiervoor aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is ontstaan door het opzettelijk of door grove schuld niet nakomen door de jonggehandicapte van de verplichting, bedoeld in artikel 3:74, en hiervoor een boete als bedoeld in artikel 3:40 is opgelegd, dan wel indien hiervoor aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht.
**3.**