2013-01-01 | BWBR0010465 | Wet subsidiëring politieke partijen

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-01 12:00:00 +00:00
parent 8a157c26db
commit d9af89b05a

View file

@ -23,7 +23,8 @@ d. politiek-wetenschappelijk instituut: een politiek-wetenschappelijk instituut
e. politieke jongerenorganisatie: een politieke jongerenorganisatie als bedoeld in artikel 3;
f. leden van een politieke jongerenorganisatie: leden die niet jonger dan 14 jaar en niet ouder dan 27 jaar zijn en die jaarlijks € 5, of meer aan contributie betalen;
g. kamerzetel: een zetel in de Tweede Kamer der Staten-Generaal, dan wel in de Eerste Kamer der Staten-Generaal, indien aan de lijst van een politieke partij op grond van de Kieswet geen zetels in de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn toegewezen;
h. peildatum: de eerste dag van het kalenderjaar.
h. peildatum: de eerste dag van het kalenderjaar;
i. instelling voor buitenlandse activiteiten: een instelling als bedoeld in artikel 3.
### Artikel 2
@ -48,7 +49,11 @@ b. van het ledental ten minste tweederde deel, bestaande uit in ieder geval hond
**4.** Om als politiek-wetenschappelijk instituut aangeduid te kunnen worden, is vereist dat het instituut een rechtspersoon is die uitsluitend of in hoofdzaak politiek-wetenschappelijke activiteiten verricht.
**5.** Aan de schriftelijke overeenkomsten tot subsidieverlening of aan het sluiten van deze overeenkomsten, kunnen door de politieke partij geen andere voorwaarden worden verbonden, dan die welke voortvloeien uit de toepassing van deze wet.
**5.** Een politieke partij kan voor de toepassing van deze wet één instelling voor buitenlandse activiteiten aanduiden en met deze instelling een schriftelijke overeenkomst tot subsidieverlening sluiten. Een instelling voor buitenlandse activiteiten kan slechts door één politieke partij worden aangeduid.
**6.** Om als instelling voor buitenlandse activiteiten aangeduid te kunnen worden is vereist dat de instelling een rechtspersoon is die uitsluitend of in hoofdzaak activiteiten verricht ter ondersteuning van zusterpartijen en organisaties buiten Nederland bij vormings- en scholingsactiviteiten.
**7.** Aan de schriftelijke overeenkomsten tot subsidieverlening of aan het sluiten van deze overeenkomsten, kunnen door de politieke partij geen andere voorwaarden worden verbonden, dan die welke voortvloeien uit de toepassing van deze wet.
### Artikel 4
@ -81,17 +86,20 @@ De subsidie bedraagt ten hoogste de som van de volgende bedragen:
a. een basisbedrag van € 169.539per 1 januari 2011: € 191.200 en per kamerzetel van de politieke partij, een bedrag van € 49.175per 1 januari 2011: € 55.457 en per lid van de politieke partij een bedrag dat gelijk is aan € 1.856.360per 1 januari 2011: € 2.093.533 gedeeld door het aantal leden van alle politieke partijen gezamenlijk; en
b. indien de politieke partij op de peildatum een politiek-wetenschappelijk instituut heeft aangeduid, een basisbedrag van € 119.076per 1 januari 2011: € 134.288 en per kamerzetel van de politieke partij een bedrag van € 12.238per 1 januari 2011: € 13.802; en
c. indien de politieke partij op de peildatum een jongerenorganisatie heeft aangeduid, een bedrag per kamerzetel van de politieke partij en een bedrag per lid van de politieke jongerenorganisatie berekend overeenkomstig het tweede lid.
c. indien de politieke partij op de peildatum een jongerenorganisatie heeft aangeduid, een bedrag per kamerzetel van de politieke partij en een bedrag per lid van de politieke jongerenorganisatie berekend overeenkomstig het tweede lid;
d. indien de politieke partij op de peildatum een instelling voor buitenlandse activiteiten heeft aangeduid, een basisbedrag en een bedrag per kamerzetel van de politieke partij, berekend overeenkomstig het derde lid.
**2.** Het bedrag per kamerzetel, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt berekend door, uitgaande van de situatie op 1 januari, € 477.322per 1 januari 2011: € 538.306 te delen door het aantal kamerzetels van alle politieke partijen die een politieke jongerenorganisatie hebben aangeduid. Het bedrag per lid van de politieke jongerenorganisatie wordt berekend door € 477.322per 1 januari 2011: € 538.306 te delen door het aantal leden van alle aangeduide politieke jongerenorganisaties op 1 januari.
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor de vaststelling van het aantal kamerzetels van een politieke partij, het aantal leden van een politieke partij en het aantal leden van een politieke jongerenorganisatie uitgegaan van de peildatum.
**3.** Het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt berekend door, uitgaande van de situatie op 1 januari, € 615 000 te delen door het totale aantal politieke partijen dat een instelling voor buitenlandse activiteiten heeft aangeduid. Het bedrag per kamerzetel, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt berekend door, uitgaande van de situatie op 1 januari, € 885 000 te delen door het aantal kamerzetels van alle politieke partijen die een instelling voor buitenlandse activiteiten hebben aangeduid.
**4.** Indien politieke partijen bij de in artikel 2, eerste lid, bedoelde verkiezingen een samenvoeging van hun geregistreerde aanduidingen of afkortingen daarvan boven de kandidatenlijst hebben geplaatst, gelden in afwijking van het eerste lid, de in dat lid genoemde basisbedragen voor deze partijen gezamenlijk en worden deze bedragen verdeeld naar evenredigheid van hun kamerzetels. Voor de vaststelling van het aantal kamerzetels van de betrokken politieke partijen, wordt uitgegaan van een daartoe strekkende verklaring van de voorzitter van de Tweede Kamer respectievelijk de Eerste Kamer.
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor de vaststelling van het aantal kamerzetels van een politieke partij, het aantal leden van een politieke partij en het aantal leden van een politieke jongerenorganisatie uitgegaan van de peildatum.
**5.** De verdeling op grond van het vierde lid van het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, onder b, geldt slechts voor zover de politieke partijen een politiek-wetenschappelijk instituut hebben aangewezen.
**5.** Indien politieke partijen bij de in artikel 2, eerste lid, bedoelde verkiezingen een samenvoeging van hun geregistreerde aanduidingen of afkortingen daarvan boven de kandidatenlijst hebben geplaatst, gelden in afwijking van het eerste lid, de in dat lid genoemde basisbedragen voor deze partijen gezamenlijk en worden deze bedragen verdeeld naar evenredigheid van hun kamerzetels. Voor de vaststelling van het aantal kamerzetels van de betrokken politieke partijen, wordt uitgegaan van een daartoe strekkende verklaring van de voorzitter van de Tweede Kamer respectievelijk de Eerste Kamer.
**6.** De bedragen, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, worden jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de voor de rijksbegroting gehanteerde loon- en prijsbijstelling.
**6.** De verdeling op grond van het vijfde lid van het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, onder b, geldt slechts voor zover de politieke partijen een politiek-wetenschappelijk instituut hebben aangewezen. De verdeling op grond van het vijfde lid van het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt slechts voor zover de politieke partijen een instelling voor buitenlandse activiteiten hebben aangewezen.
**7.** De bedragen, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, worden jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de voor de rijksbegroting gehanteerde loon- en prijsbijstelling.
### Artikel 6a
@ -110,6 +118,8 @@ f. per 1 januari 2015 te verlagen met 1,5%.
**2.** Het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, wordt slechts verstrekt voorzover de uitgaven van de aangeduide politieke jongerenorganisatie voor subsidie in aanmerking komen. Aan de subsidie is de verplichting verbonden dat in de overeenkomst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is vastgelegd dat ten minste het ten behoeve van de politieke jongerenorganisatie verstrekte bedrag, door de politieke partij aan de politieke jongerenorganisatie wordt betaald.
**3.** Het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder d, wordt slechts verstrekt voor zover de uitgaven van de aangeduide instelling voor buitenlandse activiteiten voor subsidie in aanmerking komen. Aan de subsidie is de verplichting verbonden dat in de overeenkomst, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, is vastgelegd dat ten minste het ten behoeve van de instelling voor buitenlandse activiteiten verstrekte bedrag, door de politieke partij aan de instelling voor buitenlandse activiteiten wordt betaald.
### Paragraaf 3. De procedure
### Artikel 8