2004-03-17 | BWBR0004149 | Mediawet
This commit is contained in:
parent
cbfee643fa
commit
d9b197601c
1 changed files with 20 additions and 11 deletions
|
|
@ -1110,7 +1110,7 @@ Iedere instelling die zendtijd heeft verkregen bepaalt, onverminderd het bij of
|
|||
|
||||
**7.** Een politieke partij gebruikt haar zendtijd geheel voor een programma op politiek terrein.
|
||||
|
||||
**8.** De Stichting Etherreclame gebruikt haar zendtijd voor een programma bestaande uit reclameboodschappen en telewinkelboodschappen die zijn aangeboden door derden. Voor ten hoogste een derde deel kan de zendtijd worden gebruikt voor omlijsting van de reclameboodschappen en telewinkelboodschappen. Telewinkelboodschappen die in het programma van de Stichting Etherreclame worden opgenomen duren elk ten hoogste één minuut. Een blok als bedoeld in artikel 41a, derde lid, bestaat voor ten hoogste tweederde van de duur uit telewinkelboodschappen. Het programma van de Stichting Etherreclame is als zodanig herkenbaar en door optische of akoestische middelen duidelijk onderscheiden van de programma-onderdelen van de andere instellingen die zendtijd hebben verkregen. In het programma van de Stichting Etherreclame wordt geen gebruik gemaakt van subliminale technieken.
|
||||
**8.** De Stichting Etherreclame gebruikt haar zendtijd voor een programma bestaande uit reclameboodschappen en telewinkelboodschappen die zijn aangeboden door derden. Voor ten hoogste een derde deel kan de zendtijd worden gebruikt voor omlijsting van de reclameboodschappen en telewinkelboodschappen. Telewinkelboodschappen die in het programma van de Stichting Etherreclame worden opgenomen duren elk ten hoogste één minuut. Een blok als bedoeld in artikel 41a, vijfde lid, bestaat voor ten hoogste tweederde van de duur uit telewinkelboodschappen. Het programma van de Stichting Etherreclame is als zodanig herkenbaar en door optische of akoestische middelen duidelijk onderscheiden van de programma-onderdelen van de andere instellingen die zendtijd hebben verkregen. In het programma van de Stichting Etherreclame wordt geen gebruik gemaakt van subliminale technieken.
|
||||
|
||||
**9.** De raad van bestuur draagt, met inachtneming van het coördinatiereglement, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel f, er zorg voor dat het gebruik van de zendtijd op de televisieprogrammanetten voldoet aan het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1424,7 +1424,7 @@ Omroepverenigingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep:
|
|||
a. heffen een contributie van hun leden met een minimumbedrag van € 4,54 per jaar,
|
||||
b. verstrekken hun leden geen op geld waardeerbare voordelen zonder toestemming van het Commissariaat voor de Media,
|
||||
c. tonen ten genoegen van het Commissariaat aan dat hun leden op een democratisch aanvaardbare wijze invloed op hun beleid kunnen uitoefenen en
|
||||
d. brengen, in overeenstemming met met hun werknemers die zijn belast met de samenstelling van programma's, een programmastatuut tot stand waarin de journalistieke rechten en plichten van deze werknemers worden geregeld.
|
||||
d. brengen, in overeenstemming met hun werknemers die zijn belast met de samenstelling van programma's, een programmastatuut tot stand waarin de journalistieke rechten en plichten van deze werknemers worden geregeld.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, naar aanleiding van de ontwikkeling van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde prijsindex voor de gezinsconsumptie worden bijgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1952,7 +1952,7 @@ De aanbieder van een omroepnetwerk zendt onverkort, ongewijzigd en gelijktijdig
|
|||
a. de programma’s van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep;
|
||||
b. de programma’s van de instelling die zendtijd heeft verkregen voor regionale omroep, bestemd voor de provincie waarbinnen het omroepnetwerk zich bevindt;
|
||||
c. de programma’s van de instelling die zendtijd heeft verkregen voor lokale omroep, bestemd voor de gemeente waarbinnen het omroepnetwerk zich bevindt;
|
||||
d. de televisieprogramma’s van de Nederlandstalige landelijke Belgische openbare omroepdienst;
|
||||
d. twee televisieprogramma’s van de Nederlandstalige landelijke Belgische openbare omroepdienst;
|
||||
e. twee radioprogramma’s van de Nederlandstalige landelijke Belgische openbare omroepdienst.
|
||||
|
||||
**2.** Indien op eenzelfde kanaal van een omroepnetwerk niet gelijktijdig verschillende programma's voor algemene omroep worden uitgezonden, worden deze programma's voor de toepassing van het eerste lid als één programma aangemerkt.
|
||||
|
|
@ -2348,7 +2348,7 @@ Onze Minister stelt de bedragen, bedoeld in artikel 108*b*, eerste lid, ter besc
|
|||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
**1.** De instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep - met uitzondering van de overheid - en de Wereldomroep doen jaarlijks voor 1 juni hun jaarrekening over het voorafgaande boekjaar toekomen aan het Commissariaat voor de Media. Het boekjaar is gelijk aan een kalenderjaar.
|
||||
**1.** De instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep – met uitzondering van de overheid – en de Wereldomroep leggen financiële rekening en verantwoording af aan het Commissariaat voor de Media ten behoeve van de rechtmatigheidstoetsing van de uitgaven. Zij doen daartoe jaarlijks voor 1 juni hun jaarrekening toekomen aan het Commissariaat. Het boekjaar is gelijk aan een kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** De instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep – met uitzondering van de overheid – doen jaarlijks voor 1 juni een afschrift van hun jaarrekening over het voorafgaande boekjaar toekomen aan de raad van bestuur. De raad van bestuur zendt voor 1 juli zijn opmerkingen met betrekking tot de jaarrekeningen aan het Commissariaat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2364,9 +2364,16 @@ Onze Minister stelt de bedragen, bedoeld in artikel 108*b*, eerste lid, ter besc
|
|||
|
||||
**2.** Indien het bedrag dat krachtens artikel 108*d*, eerste, tweede, onderscheidenlijk derde lid, aan de Wereldomroep ter beschikking is gesteld, de blijkens de jaarrekening gemaakte kosten te boven gaat, wordt het resterende deel door de Wereldomroep gereserveerd ter besteding aan het doel waarvoor het bedrag oorspronkelijk ter beschikking was gesteld. Het Commissariaat voor de Media kan voor deze reserveringen een maximum vaststellen. Indien het deel van het ter beschikking gestelde bedrag dat niet nodig is om de kosten te dekken, groter is dan het in de vorige zin bedoelde maximum, wordt het verschil door de instelling terugbetaald aan het Commissariaat.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover de ter beschikking gestelde bedragen zijn gebruikt voor een ander doel dan waarvoor zij zijn gegeven, betaalt de instelling, onverminderd artikel 104, vierde lid, deze bedragen op eerste aanmaning aan de raad van bestuur dan wel, indien het de Wereldomroep betreft, aan het Commissariaat terug.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** Indien de toewijzing van zendtijd aan een instelling wordt beëindigd, betaalt zij de reserveringen, bedoeld in het eerste lid, en de ter beschikking gestelde bedragen, voor zover deze niet zijn gebruikt overeenkomstig artikel 104, op eerste aanmaning aan de raad van bestuur terug.
|
||||
Voor zover ter beschikking gestelde bedragen zijn gebruikt voor een ander doel dan waarvoor zij zijn gegeven:
|
||||
|
||||
a. betaalt de instelling op eerste vordering van het Commissariaat deze bedragen terug aan de raad van bestuur, tenzij het de Stichting of de Wereldomroep betreft;
|
||||
b. betaalt de Stichting of de Wereldomroep op eerste vordering van het Commissariaat deze bedragen terug aan het Commissariaat;
|
||||
c. betaalt, indien het gelden als bedoeld in artikel 101, eerste lid, onderdeel h, en derde en vierde lid, artikel 106a, of artikel 170c, tweede lid, betreft die aan de instellingen die zendtijd voor landelijke omroep hebben verkregen beschikbaar zijn gesteld en onverminderd de onderdelen a en b, de instelling op eerste vordering van de raad van bestuur deze bedragen terug aan de raad van bestuur;
|
||||
d. betaalt, indien de in onderdeel c bedoelde gelden met instemming van de raad van bestuur zijn gebruikt, de raad van bestuur op eerste vordering van het Commissariaat deze bedragen terug aan het Commissariaat.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de toewijzing van zendtijd aan een instelling wordt beëindigd, betaalt zij de reserveringen, bedoeld in het eerste lid, en de ter beschikking gestelde bedragen, voor zover deze niet zijn gebruikt overeenkomstig artikel 104, op eerste vordering aan de raad van bestuur terug.
|
||||
|
||||
### Artikel 109b
|
||||
|
||||
|
|
@ -2400,9 +2407,9 @@ De instellingen die zendtijd hebben verkregen voorzien op onafhankelijke wijze i
|
|||
|
||||
**1.** Ter uitvoering van artikel 110 en ter bestrijding van de overige kosten genoemd in artikel 28, met uitzondering van de onder e bedoelde, wordt onder de naam rijksomroepbijdrage jaarlijks door Onze Minister een bedrag beschikbaar gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde rijksomroepbijdrage bestaat ten minste uit het bedrag van de in het jaar 1998 door de Dienst omroepbijdragen op grond van de toen geldende bepalingen van deze wet aan Onze Minister afgedragen inkomsten.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde rijksomroepbijdrage bestaat ten minste uit het bedrag van de in het jaar 1998 door de Dienst omroepbijdragen op grond van de toen geldende bepalingen van deze wet aan Onze Minister afgedragen inkomsten. Onze Minister stelt het in de vorige volzin bedoelde bedrag jaarlijks bij met de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde index voor de groei van het aantal huishoudens in Nederland en met de door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor een kalenderjaar vastgestelde prijsindex voor de gezinsconsumptie.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt het in het tweede lid bedoelde bedrag jaarlijks bij met de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde index voor de groei van het aantal huishoudens in Nederland en met de door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor een kalenderjaar vastgestelde prijsindex voor de gezinsconsumptie.
|
||||
**3.** Het op grond van het tweede lid vastgestelde bedrag van de rijksomroepbijdrage wordt verminderd met € 81,148 miljoen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het eerste tot en met derde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2785,9 +2792,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Het Commissariaat voor de Media, de Stichting en het Bedrijf staan als hoofdelijke schuldenaar over en weer garant voor de nakoming van de financiële verplichtingen die voor 1 januari 1988 door de Nederlandse Omroep Stichting zijn aangegaan.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
### Artikel 147
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 111, derde lid, bedraagt de vermindering van de rijksomroepbijdrage voor het jaar 2004 € 40,861 miljoen, voor het jaar 2005 € 60,861 miljoen en voor het jaar 2006 € 71,148 miljoen.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2007.
|
||||
|
||||
### Artikel 148
|
||||
|
||||
|
|
@ -2955,7 +2964,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 171
|
||||
|
||||
Een wijziging van de Europese richtlijn gaat voor de toepassing de artikelen 4, 54, 71n, 72, 73, en 76 en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
Een wijziging van de Europese richtlijn gaat voor de toepassing van de artikelen 4, 54, 71n, 72, 73, en 76 en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 172
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue