From d9c6b5bdf1e2ba695dc729f73ad06e6236c19527 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2026 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2026-01-01 | BWBR0022604 | Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties --- .../BWBR0022604/README.md | 4 ++-- 1 file changed, 2 insertions(+), 2 deletions(-) diff --git a/wet/wet-wederzijdse-erkenning-en-tenuitvoerlegging-strafrechtelijke-sancties/BWBR0022604/README.md b/wet/wet-wederzijdse-erkenning-en-tenuitvoerlegging-strafrechtelijke-sancties/BWBR0022604/README.md index b4216ea7e5d..36c0ac2bb60 100644 --- a/wet/wet-wederzijdse-erkenning-en-tenuitvoerlegging-strafrechtelijke-sancties/BWBR0022604/README.md +++ b/wet/wet-wederzijdse-erkenning-en-tenuitvoerlegging-strafrechtelijke-sancties/BWBR0022604/README.md @@ -122,7 +122,7 @@ d. genomen beslissing tot confiscatie, betreffende een geldbedrag; e. genomen beslissing tot confiscatie, betreffende een specifiek voorwerp; f. uitgevaardigd confiscatiebevel; g. door de bevoegde autoriteiten bij beschikking opgelegde bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 10:5 van de Arbeidstijdenwet voor zover het overtredingen betreft van hoofdstuk 2 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer; -g. door de bevoegde autoriteiten bij beschikking opgelegde bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 174a, 174b of 174c van de Wegenverkeerswet 1994 voor zover het overtredingen betreft van de artikelen 20b, de krachtens artikel 29 genoemde artikelen en de artikelen 20ga, 29a, 30, 30a34, 34a en 35 van die wet; +h. door de bevoegde autoriteiten bij beschikking opgelegde bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 174a, 174b of 174c van de Wegenverkeerswet 1994 voor zover het overtredingen betreft van de krachtens artikel 29 genoemde artikelen en de artikelen 29a, 30, 30a34, 34a en 35 van die wet; h. door de bevoegde autoriteiten bij beschikking opgelegde bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet vrachtwagenheffing of als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15. **2.** Onze Minister kan een beslissing als bedoeld in het eerste lid aan een andere lidstaat van de Europese Unie zenden met het oog op de tenuitvoerlegging aldaar, indien de veroordeelde in die andere lidstaat inkomsten of vermogen of zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft dan wel, in het geval de veroordeelde een rechtspersoon is, deze aldaar inkomsten of vermogen of zijn statutaire zetel heeft. @@ -278,7 +278,7 @@ Indien de officier van justitie of Onze Minister beslist dat de tenuitvoerleggin Een voor erkenning vatbare beslissing tot confiscatie wordt erkend en ten uitvoer gelegd volgens Nederlands recht. Voor zover de beslissing tot confiscatie: -a. strekt tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, wordt de beslissing ten uitvoer gelegd overeenkomstig de artikelen 6:1:9, 6:4:9, eerste lid, en 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering, met dien verstande dat de rechtbank Noord-Nederland bevoegd is de vordering te behandelen tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling en daarbij artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing is; +a. strekt tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, wordt de beslissing ten uitvoer gelegd overeenkomstig de artikelen 6:1:9, 6:4:9 en 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering, met dien verstande dat de rechtbank Noord-Nederland bevoegd is de vordering te behandelen tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling en daarbij artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing is; b. betrekking heeft op een specifiek voorwerp, wordt de beslissing overeenkomstig artikelĀ 6:5:1 van het Wetboek van Strafvordering ten uitvoer gelegd, tenzij in deze wet anders is bepaald. **3.** Indien de beslissing tot confiscatie betrekking heeft op een specifiek voorwerp, kan de officier van justitie met de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat overeenkomen, dat de tenuitvoerlegging geschiedt in de vorm van een verplichting tot betaling van een bepaald geldbedrag aan de staat. In voorkomend geval zijn de artikelen 6:1:1, 6:1:2, 6:1:9, 6:4:1 tot en met 6:4:6 en 6:4:8 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.