diff --git a/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md b/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md index a26f4b4f3d9..fabb313230a 100644 --- a/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md +++ b/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md @@ -217,7 +217,7 @@ b. voor verzekeraars: de administratieve uitvoeringskosten als bedrag per deelne In afwijking van het derde lid kan de pensioenuitvoerder afzien van verstrekking van een uniform pensioenoverzicht voor deelnemers aan degene die op het eind van de, voor dit pensioenoverzicht, relevante periode geen deelnemer bij de pensioenuitvoerder meer is, indien: -a. in de informatie die wordt verstrekt bij beëindiging van de deelneming een opgave van de aan het lopende kalenderjaar toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de daarop berustende bepalingen is opgenomen; of +a. in de informatie die wordt verstrekt bij beëindiging van de deelneming of bij de pensioeningang een opgave van de aan het lopende kalenderjaar toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de daarop berustende bepalingen is opgenomen; of b. in het uniform pensioenoverzicht voor gewezen deelnemers verstrekt in het kalenderjaar na het jaar waarin de deelneming is beëindigd een opgave van de aan het voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de daarop berustende bepalingen is opgenomen. ### Artikel 9d @@ -299,13 +299,14 @@ c. deelname aan beleggingsfondsen. **1.** -Bij de regeling over de kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling in de uitvoeringsovereenkomst met een algemeen pensioenfonds wordt, zowel bij de kosten die in mindering kunnen worden gebracht op een afgescheiden vermogen als bij de kosten die ten laste kunnen worden gebracht van de premie, onderscheid gemaakt tussen: +Bij de regeling over de kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling die volgens de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement in mindering kunnen worden gebracht of kunnen worden verhaald op een afgescheiden vermogen van een algemeen pensioenfonds of ten laste kunnen worden gebracht van de premie, wordt onderscheid gemaakt tussen: a. administratieve uitvoeringskosten als bedoeld in artikel 10a, eerste lid; -b. vermogensbeheerskosten als bedoeld in artikel 10a, tweede lid; en -c. transactiekosten als bedoeld in artikel 10a, derde lid. +b. vermogensbeheerskosten als bedoeld in artikel 10a, tweede lid; +c. transactiekosten als bedoeld in artikel 10a, derde lid; en +d. kosten, met inbegrip van schulden aan derden, die voortvloeien uit het beheer van het vermogen van de desbetreffende collectiviteitkring. -**2.** Overige kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling en niet als kosten in de zin van een van de drie categorieën, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden toebedeeld worden volgens een vaste verdeelsleutel over de categorieën, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b verdeeld. Daarbij worden deze kosten nader gespecificeerd. +**2.** Overige kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling en niet als kosten in de zin van een van de categorieën, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden toebedeeld worden volgens een vaste verdeelsleutel over de categorieën, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b verdeeld. Daarbij worden deze kosten nader gespecificeerd. **3.** De wijze waarop de kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden bepaald is volledig en duidelijk gespecificeerd. @@ -439,7 +440,7 @@ Indien met de werkgever niet uitdrukkelijk een bepaalde verhouding tussen versch **1.** Bij toepassing van een periodieke vaste daling van de uitkering als bedoeld in artikel 63a, derde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 75a, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt de uitkeringshoogte vastgesteld door te rekenen met een periodieke vaste daling van de uitkering die niet meer bedraagt dan 35% van het verschil tussen de risicovrije rente en de parameter voor aandelenrendement en niet meer dan consistent is met het beleggingsbeleid. De waarde van de met de risicovrije rente contant gemaakte kasstromen is gelijk aan het pensioenkapitaal op pensioendatum. -**2.** Voor het vaststellen van de maximale hoogte van de periodieke vaste daling als bedoeld in het eerste lid wordt de risicovrije rentecurve omgerekend tot één rentepercentage door middel van een duratie benadering. +**2.** Voor het vaststellen van de maximale hoogte van de periodieke vaste daling als bedoeld in het eerste lid kan de risicovrije rentecurve worden omgerekend tot één rentepercentage door middel van een duratie benadering. **3.** De uitvoerder legt vast of en zo ja op welke wijze een periodieke vaste daling wordt toegepast.