diff --git a/wet/mededingingswet/BWBR0008691/README.md b/wet/mededingingswet/BWBR0008691/README.md index 2bb25bd597f..40d74633038 100644 --- a/wet/mededingingswet/BWBR0008691/README.md +++ b/wet/mededingingswet/BWBR0008691/README.md @@ -27,7 +27,10 @@ h. onderling afgestemde feitelijke gedragingen: onderling afgestemde feitelijke i. economische machtspositie: positie van een of meer ondernemingen die hen in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan te verhinderen door hun de mogelijkheid te geven zich in belangrijke mate onafhankelijk van hun concurrenten, hun leveranciers, hun afnemers of de eindgebruikers te gedragen; j. overtreding: een handeling die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens deze wet; k. onderzoek: handelingen die worden verricht met het oog op de vaststelling dat al dan niet een overtreding is begaan; -l. boete: de bestuurlijke sanctie bestaande in de verplichting aan de staat een bepaalde geldsom te betalen. +l. boete: de bestuurlijke sanctie bestaande in de verplichting aan de staat een bepaalde geldsom te betalen; +m. verordening 1/2003: verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003, L 1); +n. verordening 139/2004: verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van de Europese Unie van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG L 24); +o. mededingingsverordening: verordening genoemd in de onderdelen m en n. ## Hoofdstuk 2. De Nederlandse mededingingsautoriteit @@ -47,7 +50,7 @@ l. boete: de bestuurlijke sanctie bestaande in de verplichting aan de staat een **1.** Onze Minister legt algemene aanwijzingen aan de directeur-generaal met betrekking tot de uitoefening van de hem in deze wet toegekende bevoegdheden vast in beleidsregels. -**2.** Algemene aanwijzingen als bedoeld in het eerste lid kunnen betrekking of mede betrekking hebben op de wijze waarop de directeur-generaal bij beschikkingen op grond van artikel 17 andere belangen dan economische belangen in zijn afweging moet betrekken. +**2.** Algemene aanwijzingen als bedoeld in het eerste lid kunnen betrekking of mede betrekking hebben op de wijze waarop de directeur-generaal bij de toepassing van artikel 6, derde lid, andere belangen dan economische belangen in zijn afweging moet betrekken. **3.** De bekendmaking van de beleidsregels geschiedt door plaatsing in de *Staatscourant*. @@ -69,6 +72,13 @@ l. boete: de bestuurlijke sanctie bestaande in de verplichting aan de staat een **2.** De krachtens het eerste lid verboden overeenkomsten en besluiten zijn van rechtswege nietig. +**3.** + +Het eerste lid geldt niet voor overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die bijdragen tot verbetering van de productie of van de distributie of tot bevordering van de technische of economische vooruitgang, mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt, en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen + +a. beperkingen op te leggen die voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn, of +b. de mogelijkheid te geven, voor een wezenlijk deel van de betrokken goederen en diensten de mededinging uit te schakelen. + ### Artikel 7 **1.** @@ -162,72 +172,31 @@ Vervallen ### Artikel 17 -De directeur-generaal kan op aanvraag een ontheffing verlenen van het verbod van artikel 6, eerste lid, voor overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen als bedoeld in dat artikel, die bijdragen tot verbetering van de produktie of van de distributie of tot bevordering van de technische of economische vooruitgang, mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt, en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen - -a. beperkingen op te leggen die voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn, of -b. de mogelijkheid te geven, voor een wezenlijk deel van de betrokken goederen en diensten de mededinging uit te schakelen. +Vervallen ### Artikel 18 -**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke gegevens bij een aanvraag om een beschikking als bedoeld in artikel 17 dienen te worden verstrekt. - -**2.** Op de voorbereiding van een beschikking als bedoeld in artikel 17 is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing. - -**3.** Door een onderneming bij de aanvraag verstrekte gegevens die door die onderneming als vertrouwelijk zijn aangemerkt, worden niet eerder ter inzage gelegd dan nadat een week is verstreken na de bekendmaking van de daartoe strekkende beschikking van de directeur-generaal. - -**4.** Indien met betrekking tot de in het derde lid bedoelde beschikking van de directeur-generaal een verzoek om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht is gedaan, wordt de termijn, genoemd in artikel 19, opgeschort tot de dag waarop de schriftelijke uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank, bedoeld in artikel 93, eerste lid, is bekendgemaakt. - -**5.** De beschikking wordt, nadat zij is bekendgemaakt, ter inzage gelegd bij de mededingingsautoriteit. Gegevens die ingevolge artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur niet voor verstrekking in aanmerking komen, worden niet ter inzage gelegd. - -**6.** Van de beschikking wordt mededeling gedaan in de *Staatscourant*. +Vervallen ### Artikel 19 -**1.** De directeur-generaal beslist zo spoedig mogelijk op de aanvraag, doch, tenzij toepassing is gegeven aan het tweede lid, uiterlijk binnen vier maanden na de ontvangst van de aanvraag. - -**2.** De directeur-generaal kan binnen tien weken na ontvangst van de aanvraag de in het eerste lid genoemde termijn met vier maanden verlengen. +Vervallen ### Artikel 20 -De beschikking waarbij de ontheffing wordt verleend kan terugwerken maar niet verder dan tot de datum van ontvangst van de aanvraag om de ontheffing. +Vervallen ### Artikel 21 -**1.** Een ontheffing als bedoeld in artikel 17 wordt verleend voor een daarbij bepaalde tijd. - -**2.** Een ontheffing kan onder andere beperkingen worden verleend; aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. +Vervallen ### Artikel 22 -**1.** Een ontheffing kan op verzoek worden verlengd, indien de voorwaarden, bedoeld in artikel 17, vervuld blijven. - -**2.** De aanvraag om verlenging dient ten minste vier maanden voordat de werkingsduur van de ontheffing is verstreken te worden ingediend. - -**3.** Op de voorbereiding van een beschikking omtrent het verlengen van een ontheffing is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing. - -**4.** De directeur-generaal beslist zo spoedig mogelijk op de aanvraag, doch uiterlijk binnen vier maanden. +Vervallen ### Artikel 23 -**1.** De directeur-generaal trekt een ontheffing in indien de verstrekte gegevens zodanig onjuist waren dat de ontheffing zou zijn geweigerd als de juiste gegevens wel bekend zouden zijn geweest. - -**2.** - -De directeur-generaal kan een ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen indien: - -a. de aan de ontheffing verbonden voorschriften niet worden nageleefd; -b. als gevolg van een wijziging van omstandigheden het al dan niet ongewijzigd van kracht blijven van de ontheffing aan de mededinging onaanvaardbare schade zou toebrengen; -c. de verstrekte gegevens zodanig onjuist waren dat aan de ontheffing voorschriften of andere voorschriften zouden zijn verbonden of de ontheffing onder beperkingen of andere beperkingen zou zijn verleend als de juiste gegevens wel bekend zouden zijn geweest. - -**3.** Een beschikking tot intrekking van een ontheffing krachtens het eerste lid werkt terug tot de datum van inwerkingtreding van de ontheffing. - -**4.** Een beschikking tot intrekking of wijziging van een ontheffing krachtens het tweede lid, onder *a* of *c*, kan terugwerken tot de datum van inwerkingtreding van de ontheffing. - -**5.** De directeur-generaal deelt zijn voornemen een ontheffing in te trekken of te wijzigen schriftelijk en met redenen omkleed mee aan belanghebbenden. - -**6.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de directeur-generaal, alvorens toepassing te geven aan het eerste en tweede lid, degene aan wie de ontheffing is verleend in de gelegenheid schriftelijk of mondeling zijn zienswijze kenbaar te maken. - -**7.** Een beschikking tot intrekking of wijziging van een ontheffing krachtens het tweede lid, onder *b*, treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar bekendmaking. Zij werkt niet terug. +Vervallen ## Hoofdstuk 4. Economische machtsposities @@ -392,9 +361,7 @@ Vervallen ### Artikel 33 -**1.** De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op concentraties die zijn onderworpen aan het toezicht van de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (*PbEG* 1990, L 257). - -**2.** Het eerste lid geldt niet voor zover de Commissie van de Europese Gemeenschappen toepassing heeft gegeven aan artikel 9, eerste lid, van de in het eerste lid genoemde verordening. +Vervallen ### Paragraaf 3. Melding @@ -536,7 +503,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke gegevens bij een tot **1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van de directeur-generaal aangewezen ambtenaren van de mededingingsautoriteit. -**2.** De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren beschikken met het oog op de toepassing van de bevoegdheid van de directeur-generaal, bedoeld in artikel 9, eerste lid, artikel 13, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, over de bevoegdheden, die hun zijn toegekend ter uitoefening van het toezicht. +**2.** De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren beschikken met het oog op de toepassing van de bevoegdheid van de directeur-generaal, bedoeld in artikel 9, eerste lid, artikel 13, tweede lid, artikel 15, tweede lid, en artikel 89a, eerste lid, over de bevoegdheden, die hun zijn toegekend ter uitoefening van het toezicht. **3.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*. @@ -702,12 +669,14 @@ De bevoegdheid tot het opleggen van een boete of een last onder dwangsom als bed ### Artikel 69 -**1.** De directeur-generaal kan degene, die jegens de in artikel 50, eerste lid, of artikel 52, eerste lid, bedoelde ambtenaren in strijd handelt met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een boete opleggen van ten hoogste € 4 500. +**1.** De directeur-generaal kan degene die jegens de in artikel 50, eerste lid, artikel 52, eerste lid, of artikel 89g, eerste lid, bedoelde ambtenaren in strijd handelt met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een boete opleggen van ten hoogste € 450 000,- of, indien het een onderneming of een ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. **2.** De directeur-generaal legt geen boete op indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt. **3.** Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding. +**4.** Artikel 57, derde lid, is van toepassing. + ### Artikel 70 **1.** Ingeval de in artikel 69, eerste lid, bedoelde overtreding een weigering inhoudt medewerking te verlenen aan de toepassing van artikel 5:17, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de directeur-generaal een last onder dwangsom opleggen om inzage te verlenen in in die last aangegeven zakelijke gegevens en bescheiden. @@ -884,21 +853,124 @@ Op een beschikking omtrent een voorlopige last is artikel 65 van overeenkomstige **2.** De artikelen 84, 85 en 86 zijn van overeenkomstige toepassing. -## Hoofdstuk 10. Decentrale toepassing van de EG-mededingingsregels +## Hoofdstuk 10. Toepassing van de EG-mededingingsregels ### Artikel 88 -De directeur-generaal oefent de krachtens de verordeningen op grond van artikel 87 van het Verdrag bestaande bevoegdheid uit om de artikelen 85, eerste lid, en 86 van het Verdrag toe te passen alsmede de krachtens artikel 88 van het Verdrag bestaande bevoegdheid om te beslissen over de toelaatbaarheid van mededingingsafspraken en over het misbruik maken van een machtspositie op de gemeenschappelijke markt. +De directeur-generaal wordt aangemerkt als de mededingingsautoriteit voor Nederland in de zin van verordening 1/2003 en als bevoegde autoriteit in de zin van verordening 139/2004 en oefent de krachtens de verordeningen op grond van artikel 83 van het Verdrag bestaande bevoegdheid uit om de artikelen 81 en 82 van het Verdrag toe te passen, alsmede de krachtens artikel 84 van het Verdrag bestaande bevoegdheid om te beslissen over de toelaatbaarheid van mededingingsafspraken en over het misbruik maken van een machtspositie op de gemeenschappelijke markt. ### Artikel 89 -Ter zake van de uitoefening van de in artikel 88 bedoelde bevoegdheden zijn de hoofdstukken 3, § 4, 6, 7 en 9 van overeenkomstige toepassing. +Ter zake van de uitoefening van de in artikel 88 bedoelde bevoegdheden zijn de hoofdstukken 6, 7 en 9 van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 89a + +**1.** De directeur-generaal oefent de krachtens artikel 29, tweede lid, van verordening 1/2003 bestaande bevoegdheid uit tot het buiten toepassing verklaren van een groepsvrijstelling. + +**2.** Op de voorbereiding van de beschikking is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. + +**3.** Een beschikking op grond van het eerste lid treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging. + +### Artikel 89b + +**1.** Met het verlenen van bijstand bij een inspectie op grond van een mededingingsverordening door de Commissie van de Europese Gemeenschappen, zijn belast de krachtens artikel 50, eerste lid, aangewezen ambtenaren. + +**2.** Artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. + +**3.** Bij verzet tegen een inspectie door de Commissie van de Europese Gemeenschappen, verlenen de aangewezen ambtenaren de nodige bijstand om de Commissie van de Europese Gemeenschappen in staat te stellen de inspectie te verrichten, zo nodig met behulp van de sterke arm. + +### Artikel 89c + +**1.** Voor het verlenen van de nodige bijstand indien een onderneming of ondernemersvereniging zich verzet tegen een inspectie op grond van een mededingingsverordening door de Commissie van de Europese Gemeenschappen is voor zover de inspectie een doorzoeking omvat, een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken bij de rechtbank te Rotterdam. De machtiging wordt zo mogelijk getoond. + +**2.** De rechter-commissaris gaat bij de toetsing van het verzoek tot machtiging na of de voorgenomen dwangmaatregelen niet willekeurig zijn of onevenredig zijn in verhouding tot het voorwerp van de inspectie, zoals is bepaald in de mededingingsverordeningen en het gemeenschapsrecht. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. + +**3.** De rechter-commissaris kan bij de inspectie aanwezig zijn. + +### Artikel 89d + +**1.** Voor het uitvoeren van een inspectie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening 1/2003 door de Commissie van de Europese Gemeenschappen in andere gebouwen, terreinen en vervoermiddelen dan die van ondernemingen en ondernemersverenigingen, waaronder de woningen van directeuren, bestuurders en andere personeelsleden, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken bij de rechtbank te Rotterdam. De machtiging wordt zo mogelijk getoond. + +**2.** De rechter-commissaris toetst het verzoek tot machtiging overeenkomstig artikel 21, derde lid, van de verordening. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. + +**3.** De rechter-commissaris kan bij de inspectie aanwezig zijn. + +**4.** Voor zover het een inspectie in een woning betreft, geldt dit artikel in afwijking van de artikelen 2, 3 en 8 van de Algemene wet op het binnentreden. + +### Artikel 89e + +**1.** + +Een machtiging als bedoeld in artikel 89c, eerste lid, of artikel 89d, eerste lid, is met redenen omkleed en ondertekend en vermeldt: + +a. de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven; +b. de naam of het nummer en de hoedanigheid van degene aan wie de machtiging is gegeven; +c. de beschikking waarbij de Commissie van de Europese Gemeenschappen de inspectie heeft gelast; +d. de dagtekening. + +**2.** De machtiging blijft ten hoogste van kracht tot en met de derde dag na die waarop zij is gegeven. + +**3.** Voor zover het een inspectie in een woning betreft, geldt dit artikel in afwijking van artikel 6 van de Algemene wet op het binnentreden. + +### Artikel 89f + +**1.** De ambtenaar die bijstand heeft verleend bij een inspectie in een woning of bij een doorzoeking van een andere plaats dan een woning, maakt op zijn ambtseed of -belofte een schriftelijk verslag op omtrent de inspectie. + +**2.** + +In het verslag vermeldt hij: + +a. zijn naam of nummer en zijn hoedanigheid; +b. de dagtekening van de machtiging en de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven; +c. de beschikking waarbij de Commissie van de Europese Gemeenschappen de inspectie heeft gelast; +d. de plaats van de inspectie en de naam van degene bij wie de inspectie is verricht; +e. de wijze van binnentreden en het tijdstip waarop de inspectie is begonnen en is beëindigd; +f. hetgeen tijdens de inspectie is verricht en overigens is voorgevallen; +g. de namen of nummers en de hoedanigheid van de overige personen die aan de inspectie hebben deelgenomen. + +**3.** Het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop de inspectie is beëindigd, toegezonden aan de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven. + +**4.** + +Een afschrift van het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop de inspectie is beëindigd, aan degene bij wie de inspectie is verricht, uitgereikt of toegezonden. Indien het doel van de inspectie daartoe noodzaakt, kan deze uitreiking of toezending worden uitgesteld. + +Uitreiking of toezending geschiedt in dat geval, zodra het belang van dit doel het toestaat. Indien het niet mogelijk is het afschrift uit te reiken of toe te zenden, houdt de rechter-commissaris of de ambtenaar die de bijstand heeft verleend, het afschrift gedurende zes maanden beschikbaar voor degene bij wie de inspectie is verricht. + +**5.** Voor zover het een inspectie in een woning betreft, geldt dit artikel in afwijking van de artikelen 10 en 11 van de Algemene wet op het binnentreden. + +### Artikel 89g + +**1.** Met het verrichten van een inspectie op grond van een mededingingsverordening door de mededingingsautoriteit op verzoek van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, zijn belast de krachtens artikel 50, eerste lid, aangewezen ambtenaren. + +**2.** De aangewezen ambtenaren beschikken voor het verrichten van de inspectie over de bevoegdheden die hun ingevolge hoofdstuk 6 zijn toegekend ter uitoefening van toezicht en onderzoek. + +### Artikel 89h + +**1.** De directeur-generaal of de Commissie van de Europese Gemeenschappen kan, niet optredende als partij, bij de behandeling van een beroep bij de administratieve rechter schriftelijke opmerkingen maken ingevolge artikel 15, derde lid, eerste alinea, van verordening 1/2003, indien de directeur-generaal of de Commissie van de Europese Gemeenschappen de wens daartoe te kennen heeft gegeven. De rechter kan daarvoor een termijn bepalen. Met toestemming van de rechter kunnen zij ter zitting ook mondelinge opmerkingen maken. + +**2.** Op een verzoek ingevolge artikel 15, derde lid, tweede alinea, van verordening 1/2003 verstrekt de rechter aan de directeur-generaal en de Commissie van de Europese Gemeenschappen alle in die bepaling bedoelde stukken. Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn hun mening geven over de te verstrekken stukken. + +**3.** Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn reageren op de opmerkingen van de directeur-generaal of de Commissie van de Europese Gemeenschappen. De rechter kan partijen in staat stellen op elkaars opmerkingen te reageren. + +### Artikel 89i + +**1.** Indien de administratieve rechter inlichtingen of advies wil vragen ingevolge artikel 15, eerste lid, van verordening 1/2003, doet hij aan partijen schriftelijk opgave van de te stellen vragen en de te verzenden stukken. + +**2.** Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn schriftelijk hun mening omtrent de te stellen vragen en de te verzenden stukken geven. + +**3.** De griffier zendt een afschrift van het antwoord op het verzoek om inlichtingen of van het advies aan partijen. + +**4.** Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn hun mening over het antwoord of het advies geven. Artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 89j + +Ingevolge artikel 15, tweede lid, van verordening 1/2003 verstrekt de griffier onverwijld een afschrift van de uitspraak van de administratieve rechter met betrekking tot de toepassing van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen. De verstrekking geschiedt, behalve wanneer het arresten of beschikkingen van de Hoge Raad of uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft, door tussenkomst van de Raad voor de rechtspraak. Wanneer naar het oordeel van de administratieve rechter de bescherming van zwaarwegende belangen van partijen of van derden daartoe aanleiding geeft, kan de griffier volstaan met verstrekking van een geanonimiseerd afschrift van de uitspraak. ## Hoofdstuk 11. Gebruik van gegevens ### Artikel 90 -Gegevens of inlichtingen omtrent een onderneming, welke in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van deze wet zijn verkregen, mogen uitsluitend voor de toepassing van deze wet worden gebruikt. +Gegevens of inlichtingen omtrent een onderneming, welke in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van deze wet zijn verkregen, met uitzondering van inlichtingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van verordening 1/2003 en artikel 17, eerste lid, van verordening 139/2004, mogen uitsluitend voor de toepassing van deze wet en de mededingingsverordeningen worden gebruikt. ### Artikel 91 @@ -956,25 +1028,21 @@ Wijzigt de Wet op de Raad van State. ### Artikel 100 -**1.** Gedurende drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6 of, indien binnen die termijn een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 17 is ingediend, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding totdat op die aanvraag is beslist, geldt artikel 6 niet voor een op het genoemde tijdstip geldende overeenkomst of geldend besluit dan wel een gedraging die reeds voor dat tijdstip een aanvang had genomen, voorzover die overeenkomst, dat besluit of die gedraging niet onverbindend of verboden was op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet economische mededinging. +**1.** Voor de toepassing van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG 1990, L 257) ingevolge artikel 26, tweede lid, van verordening 139/2004, is artikel 88 van overeenkomstige toepassing. -**2.** Op de in het eerste lid bedoelde aanvraag om ontheffing wordt, in afwijking van artikel 19, eerste lid, beslist binnen twaalf maanden na ontvangst van de aanvraag. De directeur-generaal kan deze termijn, in afwijking van artikel 19, tweede lid, binnen tien maanden na ontvangst van de aanvraag met zes maanden verlengen. +**2.** Voor de toepassing van artikel 12, eerste lid, of artikel 13, vijfde en zesde lid, van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG 1990, L 257) ingevolge artikel 26, tweede lid, van verordening 139/2004, zijn onderscheidenlijk artikel 89g of de artikelen 89b, 89c, 89e en 89f van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 101 -Verzoeken als bedoeld in de artikelen 9g, eerste lid, en 12, eerste en tweede lid, van de Wet economische mededinging, waarop voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6 nog niet is beslist, worden aangemerkt als aanvragen als bedoeld in artikel 17. Voor de toepassing van artikel 19 geldt het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6 als datum van ontvangst van de aanvraag. +Vervallen ### Artikel 102 -Ontheffingen, verleend op grond van het bij en krachtens de artikelen 9*g* , eerste lid, en 12, eerste en tweede lid, van de Wet economische mededinging bepaalde, worden aangemerkt als ontheffingen, bedoeld in artikel 17. De artikelen 22 en 23 zijn niet van toepassing. +Vervallen ### Artikel 103 -**1.** Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6 ter zake van een beschikking, genomen op grond van het bepaalde bij en krachtens de artikelen 9*g* , eerste lid, en 12, eerste en tweede lid, van de Wet economische mededinging, de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde termijn voor het indienen van een bezwaarschrift nog niet is verstreken en voorts nog geen bezwaar is gemaakt, geldt voor de toepassing van artikel 6:7 het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6 als tijdstip van bekendmaking van de beschikking. Het bezwaarschrift wordt ingediend bij de directeur-generaal en behandeld met toepassing van het recht zoals het geldt na het genoemde tijdstip. - -**2.** Ten aanzien van de behandeling van bezwaar of beroep dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6 is gemaakt onderscheidenlijk ingesteld met betrekking tot een beschikking, genomen op grond van het bepaalde bij en krachtens de artikelen 9*g* , eerste lid, en 12, eerste en tweede lid, van de Wet economische mededinging, blijft het recht zoals het gold voor dat tijdstip van toepassing. - -**3.** Ten aanzien van het instellen van beroep tegen een op grond van het tweede lid gegeven beschikking op bezwaar en ten aanzien van de behandeling van het beroep, blijft het recht zoals het gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6 van toepassing. +Vervallen ### Artikel 104