2011-07-01 | BWBR0004044 | Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

This commit is contained in:
Coornhert 2011-07-01 12:00:00 +00:00
parent bf25cf681c
commit da61d0dc49

View file

@ -124,26 +124,26 @@ c. de alleenstaande werkloze werknemer en de thuisinwonende werkloze werknemer z
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat:
a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 656,93;
a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 659,93;
b. deze voor de werkloze werknemer en de echtgenoot, waarvan een of elk van beiden jonger dan 21 jaar is, de som bedraagt van de grondslagen die voor elk van hen als een alleenstaande werknemer of een thuisinwonende werkloze werknemer zou gelden doch ten hoogste de grondslag als bedoeld in onderdeel *a*.
**4.**
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze:
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.182,47;
b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen netto gelijk is aan € 919,70;
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 756,34;
d. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 663,36.
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.187,87;
b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen netto gelijk is aan € 923,90;
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 761,50;
d. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 667,43.
**5.**
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze:
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.148,84;
b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 861,30;
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 638,24;
d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 350,70.
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.156,11;
b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 866,79;
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 642,28;
d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 352,96.
**6.**
@ -203,7 +203,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder inkomen verstaan:
a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot: de som van het inkomen uit arbeid of overig inkomen van hemzelf en zijn echtgenoot;
b. voor de alleenstaande en de thuiswonende werkloze werknemer: zijn inkomen uit arbeid of overig inkomen.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid gedurende zes aangesloten maanden tot 25 procent van dit inkomen, met een maximum van € 291,04 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid gedurende zes aangesloten maanden tot 25 procent van dit inkomen, met een maximum van € 291,04 per 1 juli 2011: € 295,80. per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat wordt verstaan onder inkomen uit arbeid of overig inkomen als bedoeld in het eerste lid. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
@ -683,7 +683,7 @@ Gereserveerd
### Artikel 40
Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van paragraaf 4 van dit hoofdstuk en paragraaf 4 van hoofdstuk V, in de plaats van de betrokken burgemeesters en wethouders.
Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van paragraaf 4 van dit hoofdstuk en paragraaf 4 van hoofdstuk V, in de plaats van de betrokken burgemeesters en wethouders.
### Artikel 41
@ -734,11 +734,11 @@ n. Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie betreffende de toepassing van
De in het eerste en het derde lid bedoelde verplichtingen strekken zich mede uit tot degene:
a. van wie kosten van uitkeringen worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk II, paragraaf 5;
a. van wie kosten van uitkeringen worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk II, paragraaf 5;
b. die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat redelijkerwijs kan worden vermoed, als degene:
1°. te wiens behoeve een uitkering ingevolge deze wet is gevraagd of wordt verleend;
2°. van wie kosten van uitkering worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk II, paragraaf 5.
2°. van wie kosten van uitkering worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk II, paragraaf 5.
**5.** De in het eerste en het derde lid bedoelde opgaven en inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, en zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst van het verzoek hiertoe, verstrekt.
@ -943,9 +943,9 @@ De artikelen 2 en 9 zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van artik
Artikel 9, vierde en vijfde lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wet tot invoering en wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (Stb. PM), blijft van toepassing met betrekking tot:
a. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan;
b. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan, daarna is geëindigd en na 1 december 2009 op grond van artikel 7 van die wet is herleefd, of;
c. personen die voor 1 december 2009 voldoen aan artikel 2 maar die voor die datum geen recht hebben op een uitkering.
a. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan;
b. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan, daarna is geëindigd en na 1 december 2009 op grond van artikel 7 van die wet is herleefd, of;
c. personen die voor 1 december 2009 voldoen aan artikel 2 maar die voor die datum geen recht hebben op een uitkering.
### Artikel 63d
@ -953,9 +953,7 @@ De artikelen 3, zevende en achtste lid, en 4, tweede lid, zijn niet van toepassi
### Artikel 63e
**1.** Ten aanzien van de werkloze werknemer wiens recht op uitkering voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel X, onderdeel Ca, van de Verzamelwet SZW 2011 al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel d, als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel X, onderdeel Ca, van de Verzamelwet SZW 2011 en eindigt het recht op uitkering, in afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdeel d, vanaf de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot artikel 6, tweede lid.
**2.** Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
Vervallen
### Artikel 63e*