2009-04-01 | BWBR0006923 | Rijnvaartpolitiereglement 1995

This commit is contained in:
Coornhert 2009-04-01 12:00:00 +00:00
parent 1a983ce0bf
commit da8f8cdc02

View file

@ -123,7 +123,7 @@ De schipper moet bij dreigend gevaar alle maatregelen nemen die de omstandighede
### Artikel 1.06
Onverminderd de artikelen 8.09, 9.02, tiende lid, 10.01, 10.02, 11.01, 11.02, 11.03, 11.04 en 11.05 moeten de lengte, de breedte, de hoogte boven water, de diepgang en de snelheid van een schip of een samenstel verenigbaar zijn met de karakteristiek en de afmetingen van de vaarweg en van de kunstwerken.
Onverminderd de artikelen 8.08, 9.02, tiende lid, 10.01, 10.02, 11.01, 11.02, 11.03, 11.04 en 11.05 moeten de lengte, de breedte, de hoogte boven water, de diepgang en de snelheid van een schip of een samenstel verenigbaar zijn met de karakteristiek en de afmetingen van de vaarweg en van de kunstwerken.
### Artikel 1.07
@ -154,6 +154,8 @@ c. schepen met een breedte van 11 m of meer,
**3.** Aan deze voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer krachtens het Reglement onderzoek schepen op de Rijn een schip is voorzien van een certificaat of van een als gelijkwaardig erkend certificaat, en de bouw en de uitrusting overeenstemmen met de in dat certificaat vermelde gegevens en wanneer de bemanning en de bedrijfsuitoefening in overeenstemming zijn met de voorschriften van eerdergenoemd Reglement van onderzoek.
**4.** Onverminderd het derde lid, moeten de in onderdeel 44 van het certificaat van onderzoek vermelde individuele reddingsmiddelen voor passagiers geschikt zijn, qua aantal en verdeling per type overeenkomen met het aantal aan boord zijnde volwassenen en kinderen en aan boord beschikbaar zijn, waarbij voor kinderen met een lichaamsgewicht tot en met 30 kg of maximaal 6 jaar oud uitsluitend harde zwemvesten als bedoeld in artikel 10.05, tweede lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn zijn toegestaan.
### Artikel 1.09
**1.** Tijdens de vaart moet het roer worden bediend door ten minste één daartoe bekwaam persoon die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt.
@ -194,32 +196,36 @@ t. de bescheiden vereist door het ADNR, nrs. 8.1.2.1, 8.1.2.2 en 8.1.2.3;
u. bij containervervoer de door de Commissie van Deskundigen gekeurde stabiliteitsgegevens van het schip, met inbegrip van het stuwplan of de ladinglijst voor de onderhavige beladingstoestand en het resultaat van de stabiliteitsberekening voor de onderhavige, of een vergelijkbare vorige, dan wel een standaard beladingstoestand. De toegepaste berekeningsmethode moet daarbij opgegeven worden;
v. de verklaring betreffende de duur en de geografische begrenzing van de bouwwerkzaamheden, waar een schip bestemd voor bouwwerkzaamheden mag worden gebruikt;
w. op het riviergedeelte tussen Basel en Mannheim voor schepen met een lengte van meer dan 110 m het bewijs bedoeld in artikel 22a.05, tweede lid, onderdeel b, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn;
x. de overeenkomstig artikel 8a.02, derde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn vereiste kopieën van het certificaat van typegoedkeuring en van het proces-verbaal van de motorkenmerken van iedere motor;
y. de verklaring voor de volgens artikel 10.02, tweede lid, onderdeel a, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voorgeschreven stalen trossen;
z. de verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van het Inland AIS-apparaat;
aa. de verklaringen die volgens de artikelen 4.01, tweede lid, 4.04, tweede lid, en 4.04, derde lid, van het Reglement betreffende veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen zijn voorgeschreven.
**2.**
De aanwezigheid van de in het eerste lid, onder *a*, *e* en *f*, bedoelde bescheiden is evenwel niet vereist aan boord van duwbakken waarop een metalen plaat is aangebracht van het volgende model:
De aanwezigheid van de in het eerste lid, onderdelen a, e en f, bedoelde bescheiden is evenwel niet vereist aan boord van duwbakken waarop een metalen plaat is aangebracht met een opschrift overeenkomstig het volgende model:
OFFICIEEL SCHEEPSNUMMER: ......-R ......
UNIEK EUROPEES SCHEEPSIDENTIFICATIENUMMER:.......... R
CERTIFICAAT VAN ONDERZOEK
- Nummer: ......
- Commissie van Deskundigen: ......
- Geldig tot: ......
NUMMER:.................
COMMISSIE VAN DESKUNDIGEN:.....................
GELDIG TOT:........................
waarbij uit een hoofdletter R, aangebracht achter het uniek Europees scheepsidentificatienummer, blijkt dat er een verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart is afgegeven.
Indien de duwbak over een officieel scheepsnummer beschikt, moet dat begrip en het officiële scheepsnummer op de metalen plaat worden aangebracht.
waarbij uit een hoofdletter R, aangebracht achter het officiële scheepsnummer, blijkt dat er een verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart is afgegeven.
De gevraagde gegevens moeten, in goed leesbare letters met een hoogte van ten minste 6 mm, ingehakt of ingeslagen zijn.
De gevraagde gegevens moeten, in goed leesbare letters met een hoogte van ten minste 6 mm, ingehakt of ingeslagen zijn.
De metalen plaat moet een hoogte van ten minste 60 mm en een lengte van ten minste 120 mm hebben. Zij moet op het achterschip aan stuurboordzijde op een goed zichtbare plaats zijn bevestigd.
De metalen plaat moet een hoogte van ten minste 60 mm en een lengte van ten minste 120 mm hebben. Zij moet op het achterschip aan stuurboordszijde op een goed zichtbare plaats zijn bevestigd.
De overeenstemming tussen de gegevens op de plaat, met uitzondering van de letter R, met die in het certificaat van onderzoek van de duwbak moet worden bevestigd door een Commissie van Deskundigen door middel van het aanbrengen op de plaat van een stempel.
De overeenstemming tussen de gegevens op de plaat met die in het certificaat van onderzoek van de duwbak moet worden bevestigd door een Commissie van Deskundigen door middel van het aanbrengen op de plaat van een stempel.
De in het eerste lid, onderdelen a, e en f, genoemde bescheiden moeten worden bewaard door de eigenaar van de duwbak.
De in het eerste lid, onder *a*, *e* en *f*, genoemde bescheiden moeten dan worden bewaard door de eigenaar van de duwbak.
De aanwezigheid van de in het eerste lid, onderdeel x, bedoelde bescheiden is evenwel niet vereist, wanneer op de metalen plaat tevens het nummer van de typegoedkeuring, bedoeld in Bijlage J, deel I, onderdeel 1.1.3, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn wordt vermeld.
**3.** Op schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden, bedoeld in het Reglement onderzoek schepen op de Rijn, waar een stuurhut of een woning ontbreekt, is de aanwezigheid van de in het eerste lid, onder *a*, *e* en *f*, bedoelde bescheiden niet vereist. Deze bescheiden moeten echter in ieder geval steeds in de nabijheid van de bouwwerkzaamheden voor handen zijn. Op schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden moet een door de bevoegde autoriteit afgegeven verklaring betreffende de duur en de geografische begrenzing van de bouwwerkzaamheden, waar het schip mag worden gebruikt, aanwezig zijn.
@ -241,7 +247,7 @@ Aan boord van een schip, met uitzondering van een klein schip en een duwbak, moe
### Artikel 1.13
**1.** Een schip mag geen verkeerstekens (boeien, drijvers, bakens, enz.) gebruiken om daaraan te meren of daaraan te verhalen, ze niet beschadigen en ze niet ongeschikt voor hun bestemming maken.
**1.** Een schip mag verkeerstekens (boeien, drijvers, bakens, waarschuwingsvlotten met verkeerstekens, enz.) niet gebruiken om daaraan te meren of daaraan te verhalen, niet beschadigen en niet ongeschikt voor hun bestemming maken.
**2.** Indien een schip of een drijvend voorwerp een verkeersteken heeft verplaatst of een inrichting heeft beschadigd, die deel uitmaakt van het stelsel van verkeerstekens van de vaarweg, moet de schipper daarvan onverwijld kennis geven aan de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit.
@ -283,7 +289,7 @@ Indien een schip of een drijvend voorwerp een kunstwerk (sluis, brug, krib, enz.
### Artikel 1.19
De schipper moet gevolg geven aan de verkeersaanwijzingen die hem door de ambtenaren van de bevoegde autoriteit ter verzekering van de veiligheid of de goede orde.
Een schipper is verplicht aan een verkeersaanwijzing gevolg te geven die hem door de ambtenaren van de bevoegde autoriteit ter verzekering van de veiligheid en de goede orde van de scheepvaart wordt gegeven. Dit geldt ook in geval van een grensoverschrijdende achtervolging.
### Artikel 1.20
@ -321,6 +327,10 @@ Voor het houden van sportevenementen, festiviteiten te water en andere evenement
Dit reglement is eveneens van toepassing op wateroppervlakten die deel uit maken van havens en van laad- en losplaatsen, onverminderd de bijzondere voorschriften voor de scheepvaart die voor deze havens en laad- en losplaatsen zijn vastgesteld in verband met de plaatselijke omstandigheden en de eisen van het laden en het lossen.
### Artikel 1.25
Voorschriften, toestemmingen en vergunningen kunnen door de bevoegde autoriteiten van voorwaarden en voorbehouden worden voorzien.
### Hoofdstuk 2. Kentekens en diepgangsschalen van schepen; meting
### Artikel 2.01
@ -335,9 +345,10 @@ De naam moet aan beide zijden van het schip en tevens, met uitzondering van een
b. de thuishaven of de plaats van teboekstelling.
De naam van de thuishaven of de plaats van teboekstelling moet worden aangebracht hetzij aan beide zijden van het schip hetzij aan de achterzijde en moet worden gevolgd door de letter of lettercombinatie die het land aanduidt, waarin deze thuishaven of deze plaats van teboekstelling is gelegen;
c. het officiële scheepsnummer, dat uit 7 Arabische cijfers bestaat, eventueel gevolgd door een kleine letter, waarbij de eerste twee cijfers het land en de instelling, die het officiële scheepsnummer heeft toegekend, aanduiden. Dit kenteken behoeft slechts te worden gevoerd door de hierboven bedoelde schepen, waarvan de thuishaven of de plaats van teboekstelling in één der Oeverstaten of België is gelegen, met uitzondering van drijvende werktuigen, veerponten, sport- of pleziervaartuigen en passagiersschepen, alsmede schepen van de toezichthoudende ambtenaren en brandweerboten.
c. het uniek Europees scheepsidentificatienummer, dat uit acht Arabische cijfers bestaat, waarbij de eerste drie cijfers het land en de instelling, die dat uniek Europees scheepsidentificatienummer hebben toegekend, aanduiden. Dit kenteken behoeft slechts te worden gevoerd door schepen waaraan een uniek Europees scheepsidentificatienummer is toegekend;
d. het officiële scheepsnummer, dat uit zeven Arabische cijfers bestaat, eventueel gevolgd door een kleine letter, waarbij de eerste twee cijfers het land en de instelling die het officiële scheepsnummer hebben toegekend, aanduiden. Dit kenteken behoeft slechts te worden gevoerd door schepen waaraan het officiële scheepsnummer is toegekend, dat nog niet in een uniek Europees scheepsidentificatienummer is omgezet.
Het officiële scheepsnummer wordt aangebracht op de wijze, voorgeschreven onder *a*.
Het uniek Europees scheepsidentificatienummer en het officiële scheepsnummer worden aangebracht op de wijze, voorgeschreven onder a.
**2.**
@ -350,7 +361,9 @@ b. indien het is bestemd voor het vervoer van passagiers, het ten hoogste toegel
**3.**
Bovenvermelde kentekens moeten zijn aangebracht in Latijnse letters en Arabische cijfers. Zij moeten goed leesbaar en onuitwisbaar zijn. De hoogte van de tekens moet voor de naam en het officiële scheepsnummer ten minste 20 cm en voor de overige aanduidingen ten minste 15 cm bedragen.
Bovenvermelde kentekens moeten zijn aangebracht in Latijnse letters en Arabische cijfers. Zij moeten goed leesbaar en onuitwisbaar zijn. De hoogte van de tekens moet voor de naam, het uniek Europees identificatienummer en het officiële scheepsnummer ten minste 20 cm en voor de overige aanduidingen ten minste 15 cm bedragen.
De breedte van de tekens en de stamdikte moeten in goede verhouding tot de hoogte staan. De tekens moeten in lichte kleur op donkere ondergrond of in donkere kleur op lichte ondergrond worden aangebracht.
@ -560,7 +573,7 @@ b. het heklicht, voorgeschreven bij artikel 3.08, eerste lid onder c. Indien ech
**5.** Op de reden behoeven slepen, die slechts uit een motorschip en één gesleepte lengte bestaan, de bij dit artikel voorgeschreven dagtekens niet te voeren.
**6.** Dit artikel is niet van toepassing op kleine schepen die slechts kleine schepen slepen of op het slepen van kleine schepen. De bepalingen van toepassing op deze kleine schepen zijn vermeld in artikel 3.13, tweede en derde lid.
**6.** Dit artikel geldt noch voor kleine schepen die uitsluitend kleine schepen slepen, noch voor gesleepte kleine schepen; voor deze kleine schepen geldt artikel 3.13, tweede en derde lid.
### Artikel 3.10
@ -816,9 +829,9 @@ Hij moet het groene licht bedoeld in artikel 3.16, eerste lid onder b, alsmede d
### Artikel 3.23
Onverminderd de bijzondere voorwaarden die op grond van artikel 1.21 kunnen worden gesteld, moeten een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting die stilliggen des nachts voeren:
Onverminderd de bijzondere voorwaarden die overeenkomstig artikel 1.21 kunnen worden opgelegd, moeten drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen bij het stilliggen des nachts van alle zijden zichtbare witte gewone lichten voeren, in voldoende aantal om hun omtrekken van de zijde van het vaarwater herkenbaar te maken.
witte gewone rondom schijnende lichten, in voldoend aantal om hun omtrek aan de zijde van het vaarwater aan te duiden.
De in de eerste volzin voorgeschreven lichten hoeven niet te worden gevoerd, wanneer aan de voorwaarden van artikel 3.20, derde lid, onderdeel b of c, is voldaan.
### Artikel 3.24
@ -929,7 +942,7 @@ een gele drijver voorzien van een radarreflector.
### Artikel 3.27
Een schip van toezichthoudende ambtenaren mag om zich kenbaar te maken zowel des nachts als des daags een blauw flikkerlicht tonen. Hetzelfde geldt voor een brandweerboot die hulp biedt of daartoe op weg is.
Een schip van toezichthoudende ambtenaren mag om zich kenbaar te maken zowel des nachts als des daags een blauw flikkerlicht tonen. Hetzelfde geldt voor een brandweerboot die hulp biedt of daartoe op weg is en voor een reddingsvaartuig bij een reddingsoperatie met toestemming van de bevoegde autoriteit.
### Artikel 3.28
@ -1592,7 +1605,7 @@ b. schepen waaraan de bevoegde autoriteit dat recht uitdrukkelijk heeft verleend
### Artikel 6.31
**1.** Een schip dat in de vaargeul of in de nabijheid daarvan buiten havens of in het bijzonder daartoe door de bevoegde autoriteit bestemde plaatsen stilligt, moet bij slecht zicht op de marifoon uitluisteren. Zodra het via de marifoon hoort dat andere schepen naderen dan wel zodra en zolang het van een naderend schip het geluidssein, voorgeschreven bij artikel 6.32, tweede lid, onder d, of artikel 6.33, onder b, hoort, moet het via de marifoon zijn positie opgeven.
**1.** Een schip dat in de vaargeul of in de nabijheid daarvan stilligt moet bij slecht zicht op de marifoon uitluisteren. Zodra het via de marifoon hoort dat andere schepen naderen dan wel zodra en zolang het van een naderend schip het geluidssein, voorgeschreven bij artikel 6.32, tweede lid, onder d, of artikel 6.33, onder b, hoort, moet het via de marifoon zijn positie opgeven.
**2.** Een schip als bedoeld in het eerste lid, dat geen gebruik van marifoon kan maken moet, zodra en zolang het van een naderend schip het geluidssein, voorgeschreven bij artikel 6.32, tweede lid, onder d, of artikel 6.33, onder b, hoort, als mistsein «één reeks klokslagen» geven. Het schip moet dit sein herhalen met tussenpozen van ten hoogste één minuut.
@ -1609,7 +1622,7 @@ Bij het ontmoeten en het voorbijvaren moeten de volgende bepalingen in acht word
a. een in opvaart op radar varend schip moet, zodra het op het scherm tegemoet komende schepen bemerkt dan wel het een vak van de vaarweg nadert waar zich schepen zouden kunnen bevinden die nog niet op het scherm te zien zijn, per marifoon aan die schepen zijn categorie, zijn naam, zijn vaarrichting en zijn positie opgeven en met hen het voorbijvaren afspreken;
b. een in afvaart op radar varend schip echter dat op het scherm een schip bemerkt, waarvan de positie of het gedrag tot een gevaarlijke situatie zou kunnen leiden en dat zich via de marifoon niet heeft gemeld, moet via de marifoon dit schip op de gevaarlijke situatie wijzen en het voorbijvaren afspreken;
c. elk op radar varend schip dat via de marifoon wordt opgeroepen moet per marifoon antwoorden en zijn categorie, zijn naam, zijn vaarrichting en zijn positie opgeven. Het moet dan met de tegemoet komende schepen het voorbijvaren afspreken; een klein schip mag evenwel slechts aangeven naar welke zijde het uitwijkt;
d. wanneer met de van de andere kant komende schepen geen marifooncontact tot stand komt, moet het opvarende schip:
d. Wanneer met de van de andere kant komende schepen geen marifooncontact tot stand komt moet het op radar varend schip:
«één lange stoot» geven en dit sein zo dikwijls als nodig is herhalen, en
de snelheid verminderen en zo nodig stilhouden.
@ -1686,7 +1699,7 @@ Een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting mogen niet aan de o
a. op een gedeelte van de vaarweg waar bij algemene regeling meren is verboden;
b. in een vak aangeduid door het teken A.7 (bijlage 7), aan de zijde van de vaarweg waar het teken is aangebracht.
**2.** Op een gedeelte van de vaarweg waar het meren aan de oever ingevolge het eerste lid, onder *a*, is verboden, mogen een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting evenwel meren in een vak aangeduid door het teken E.7 (bijlage 7), aan de zijde van de vaarweg waar het teken is aangebracht.
**2.** Op een gedeelte van de vaarweg waar het meren aan de oever ingevolge het eerste lid, onder *a*, is verboden, mogen een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting evenwel meren in een vak aangeduid door één der tekens E.7 of E.7.1 (bijlage 7), aan de zijde van de vaarweg waar het teken is aangebracht.
**3.** Het is verboden bij meren of verhalen gebruik te maken van bomen, relingen, palen, perceelsafscheidingen, zuilen, metalen ladders, leuningen enz.
@ -1984,10 +1997,9 @@ b. tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00);
Een schip mag varen:
a. op de Lampertheimer Altrhein vanaf de monding tot Altrhein km 4,75;
b. op de hoofdtak van de Stockstadt-Ehrfelder Altrhein vanaf de monding tot Altrhein km 9,80; en
c. op de Ginsheimer Altrhein vanaf de monding tot Altrhein km 1,50.
b. op de hoofdtak van de Stockstadt-Ehrfelder Altrhein vanaf de monding tot Altrhein km 9,80.
**2.** Een schip mag, ten opzichte van de oever gemeten, op de Lampertheimer Altrhein niet sneller varen dan 5 km per uur en op de Stockstadt-Ehrfelder Altrhein en de Ginsheimer Altrhein niet sneller dan 12 km per uur. Dit geldt niet voor kleine schepen zonder motor.
**2.** Een schip mag, ten opzichte van de oever gemeten, op de Lampertheimer Altrhein niet sneller varen dan 5 km per uur en op de Stockstadt-Ehrfelder Altrhein niet sneller dan 12 km per uur. Dit geldt niet voor kleine schepen zonder motor.
**3.**
@ -2006,34 +2018,38 @@ Tussen Iffezheim (km 334,00) en Karlsruhe (km 360,00), onafhankelijk van de wate
**2.**
Lorch - St. Goar
Geisenheim Rhens
a. Tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00) moet een opvarend schip de linkeroever en een afvarend schip de rechteroever houden.
b. Een opvarend schip of een afvarend schip als bedoeld in artikel 9.04, vierde lid, mag onder de in artikel 9.04, derde of vierde lid, genoemde voorwaarden verlangen, dat het voorbijvaren stuurboord op stuurboord plaatsvindt. In dat geval moeten geluidsseinen worden gegeven en dagtekens worden getoond overeenkomstig artikel 9.04, vijfde lid.
c. Voor de schipper van een schip met een lengte van meer dan 110 m is de verplichting tot het geven van inlichtingen aan andere schepen als voorgeschreven voor des nachts in artikel 9.08, tweede lid, onder b en c, ook des daags van toepassing.
Artikel 6.05 is niet van toepassing.
Tussen Geisenheim (km 524,00) en Rhens (km 582,00) is het windsurfen verboden.
**3.**
Lorch St. Goar
a. Tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00) moet een opvarend schip de linkeroever en een afvarend schip de rechteroever houden.
b. Een opvarend schip of een afvarend schip als bedoeld in artikel 9.04, vierde lid, mag onder de in artikel 9.04, derde of vierde lid, genoemde voorwaarden verlangen, dat het voorbijvaren stuurboord op stuurboord plaatsvindt. In dat geval moeten geluidsseinen worden gegeven en dagtekens worden getoond overeenkomstig artikel 9.04, vijfde lid. Artikel 6.05 is niet van toepassing.
c. Voor de schipper van een schip met een lengte van meer dan 110 m is de verplichting tot het geven van inlichtingen aan andere schepen als voorgeschreven voor des nachts in artikel 9.08, tweede lid, onder b en c, ook overdag van toepassing.
**4.**
Monding van de Moezel
Tussen km 592,05 en km 593,55 moet een opvarend schip dat niet de Moezel wil invaren ten minste 80 m uit de linkeroever blijven.
**4.**
**5.**
Duisburg-Ruhrort
a. Alvorens de havens van Hochfeld, de buitenhaven van Duisburg, de Parallelhaven van Duisburg, het havenkanaal van Ruhrort en de voorhaven van Ruhrort in te varen, moet een afvarend schip op stroom opdraaien. Het mag eerst invaren, wanneer het recht op stroom ligt en de havenmond kan overzien.
b. Tussen km 775,50 en km 785,50 is zeilen zonder vergunning overeenkomstig artikel 1.23 verboden.
**5.**
**6.**
Wesel
Alvorens het kanaal Wesel-Datteln in te varen moet een afvarend schip op stroom opdraaien. Het mag eerst invaren, wanneer het recht op stroom ligt en de kanaalmond kan overzien.
**6.** Met uitzondering van het vierde lid, onder *b*, is dit artikel niet van toepassing op of ten aanzien van kleine schepen.
**7.** Met uitzondering van het derde lid, onder b, en het vijfde lid, onder b, is dit artikel niet van toepassing op of ten aanzien van kleine schepen.
### Artikel 9.08
@ -2079,9 +2095,12 @@ c. wanneer een opvarend duwstel, een opvarend gekoppeld samenstel of een opvaren
**1.**
Een varend multifunctioneel schip van het Duitse leger moet des nachts de lichten bedoeld in artikel 3.08, eerste lid, voeren en ongeveer 1 m boven het toplicht als bijkomend teken, dat ook des daags moet worden gevoerd:
Een varend multifunctioneel schip:
een geel gewoon of helder rondom schijnend flikkerlicht.
a. van het Franse leger tussen Basel (km 168,450) en Lauterburg (km 352,00), en
b. van het Duitse leger tussen de sluizen te Iffezheim (km 334,00) en het Spijksche Veer (km 857,40);
moet des nachts de lichten, bedoeld in artikel 3.08, eerste lid, voeren en ongeveer 1 m boven het toplicht als bijkomend teken, dat ook overdag moet worden gevoerd: een geel gewoon of helder rondom schijnend flikkerlicht.
**2.** Een schip als bedoeld in het eerste lid wordt als klein schip aangemerkt. De artikelen 6.02 en 6.02*a*, eerste en derde lid, zijn van toepassing.
@ -2089,6 +2108,22 @@ een geel gewoon of helder rondom schijnend flikkerlicht.
Een schip dat bij slecht zicht benedenstrooms van het Spijksche Veer (km. 857,40) vaart, moet zoveel mogelijk zijn stuurboordswal houden. De artikelen 6.04 en 6.05 zijn niet van toepassing.
### Artikel 9.12
**1.** Een schip, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting mag tussen de Boven-Rijn en de Waal tussen km 857,77 en km 952,50, met inbegrip van de overnachtingshavens en aangrenzende wateroppervlakten voor zover dit rijkswateren zijn, geen ligplaats nemen. Op het grensgedeelte van km 857,77 tot km 865,50 geldt dit verbod voor het gedeelte tussen de rechteroever en de rivier-as.
**2.** In afwijking van het eerste lid is op de bovenstaande waterwegen, de aangrenzende wateroppervlakten en in de havens het ligplaats nemen op de daartoe aangeduide ligplaatsen toegestaan.
**3.** In bijzondere gevallen kan de bevoegde autoriteit het ligplaats nemen ook op niet daartoe aangeduide plaatsen toestaan.
### Artikel 9.13
**1.** Een schip, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting mag tussen het Pannerdensch Kanaal, de Neder-Rijn en de Lek tussen km 867,46 en km 989,20, met inbegrip van de aangrenzende wateroppervlakten voor zover dit Rijkswateren zijn, geen ligplaats nemen.
**2.** In afwijking van het eerste lid is op de bovenstaande waterwegen, de aangrenzende wateroppervlakten en in de havens het ligplaats nemen op de daartoe aangeduide ligplaatsen toegestaan.
**3.** In bijzondere gevallen kan de bevoegde autoriteit het ligplaats nemen ook op niet daartoe aangeduide plaatsen toestaan.
### Hoofdstuk 10. Beperking van de scheepvaart bij hoogwater en laagwater
### Artikel 10.01
@ -2113,9 +2148,9 @@ De in het eerste en tweede lid bedoelde hoogwaterpeilen die gelden voor de op- e
| **Traject** | **Op- en afvaart Hoogwaterpeil ** | |
| --- | --- | --- |
| | **I** | **II** |
| Basel (km 166,64) ______________________________________________________ | | |
| | Rheinfelden | |
| Basel-Sluizen Kembs | 3,50 | 4,50 |
| Basel (km 166,64) | | |
| | Basel-Rheinhalle | |
| Basel Sluizen Kembs | 7,00 | 8,20 |
| | | |
| Kembs (km 179,10) _____________________________________________________ | | |
| | | |
@ -2167,7 +2202,7 @@ De in het eerste en tweede lid bedoelde hoogwaterpeilen die gelden voor de op- e
| Rees-Spijksche Veer | 7,00 | 8,70 |
| Spijksche Veer (km 857,40) ______________________________________________ | | |
**4.** De bevoegde autoriteiten kunnen tussen Basel en de sluizen te Kembs aan individuele schepen, indien deze bepaalde voorwaarden vervullen, de vaart op dit riviergedeelte tot aan een waterstand van 4,80 m aan de peilschaal te Rheinfelden toestaan, wanneer de waterstand reeds gedurende meer dan drie dagen boven het peil van 4,50 m heeft gelegen en de voorspellingen aangeven, dat de waterstand ook de volgende twee dagen nog boven dit peil zal liggen.
**4.** De bevoegde autoriteiten kunnen tussen Basel en de sluizen te Kembs aan individuele schepen, indien deze bepaalde voorwaarden vervullen, de vaart op dit riviergedeelte tot aan een waterstand van 8,50 m aan de peilschaal te Basel-Rheinhalle toestaan, wanneer de waterstand reeds gedurende meer dan drie dagen boven het peil van 8,20 m heeft gelegen en de voorspellingen aangeven, dat de waterstand ook de volgende twee dagen nog boven dit peil zal liggen.
**5.**
@ -2545,9 +2580,9 @@ c. ligplaats «Rheinquai-Dreiländereck» van km 169,60 tot km 169,71. Deze ligp
**3.** Voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren, is gereserveerd aan de rechteroever: ligplaats «Oberer Klybeckquai» van km 168,05 tot km 168,36.
**4.** Schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede of derde lid, te voeren, mogen slechts ligplaats nemen met toestemming van de Rheinschiffahrtsdirektion Basel. De ligplaatsen worden van geval tot geval door de havenmeester aangewezen.
**4.** Schepen die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede of derde lid te voeren, mogen slechts ligplaats nemen met toestemming van de Zwitserse Rijnhavens. De ligplaatsen worden van geval tot geval door de havenmeester aangewezen.
**5.** De op borden op de oever aangeduide breedten der ligplaatsen gelden slechts bij waterstanden aan de peilschaal van Rheinfelden van minder dan 3,50 m.
**5.** De op borden op de oever aangeduide breedten der ligplaatsen gelden slechts bij waterstanden aan de peilschaal van Basel-Rheinhalle van minder dan 7 m.
### Artikel 14.03
@ -2917,105 +2952,32 @@ van km 786,20 tot km 786,60.
### Artikel 14.11
Vervallen
### Artikel 14.12
**1.** De rede strekt zich voor Lobith uit aan de rechteroever van km 857,77 tot km 867,43 tussen de lijn die de koppen der kribben verbindt en het midden van de rivier, met inbegrip van het riviergedeelte bij km 862,70, dat wordt aangeduid als "douanehaven", en de overnachtingshaven bij km 863,40.
**2.**
Voor schepen en samenstellen, die niet verplicht zijn een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, zijn gereserveerd:
a. ligplaats aan de steigers,
van km 861,43 tot km 862,93, uitsluitend voor schepen en samenstellen, die overeenkomstig het zesde lid van deze steigers gebruik maken;
b. ligplaats aan de jachtensteiger in de "douanehaven" (bij km 862,70), voor afvarende kleine schepen, die bestemd zijn of gebruikt worden voor de recreatievaart.
**3.** Voor schepen en samenstellen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren, is gereserveerd: ligplaats 1, van km 864,03 tot km 864,38.
**4.** De breedte van de in het derde lid genoemde ligplaats strekt zich uit rivierwaarts van de lijn die de koppen der kribben aan de rechteroever verbindt tot op 100 m uit die lijn.
**5.**
Voor de vaart op de rede zijn de volgende bepaling van toepassing:
a. Op de rede is opvaart slechts toegestaan voor zover dit noodzakelijk is voor de vaart naar of van een ligplaats, de overnachtingshaven of de los- en laadplaatsen.
b. Op de rede is het bunkeren en provianderen van varende schepen en samenstellen slechts toegestaan, indien geen hinder of gevaar voor de veiligheid en de goede orde van de scheepvaart kan ontstaan.
c. Het gaande houden is op de rede slechts toegestaan, indien geen hinder of gevaar voor de veiligheid en de goede orde van de scheepvaart kan ontstaan.
**6.**
Aan de steigers zijn de volgende bepalingen van toepassing:
a. In geval op een steiger door borden is aangegeven dat deze voor bepaalde schepen is gereserveerd (b.v. passagiersschepen, opvaart, afvaart), mogen aan deze steiger geen andere schepen ligplaats nemen.
b. Het is verboden ligplaats te nemen aan een buiten gebruik gestelde steiger. De bevoegde autoriteit kan, met toestemming van de eigenaar van de steiger, van deze bepaling ontheffing verlenen.
Een buiten gebruik gestelde steiger wordt als volgt aangeduid:
- des nachts: door een gewoon rood licht;
- des daags: door een rode vlag.
c. Aan de steigers mogen geen ligplaats nemen:
i. schepen die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14 te voeren;
ii. schepen met een grotere lengte dan op de betreffende steiger is aangegeven;
iii. schepen met overstekende deklast;
iv. schepen die, door hun opbouw of hun lading, het zich naar de steiger begeven van personen of het uitzicht van vertrekkende schepen kunnen bemoeilijken.
De bevoegde autoriteit kan voor het ligplaats nemen aan de steigers bijzondere regels vaststellen.
Bovendien kunnen ambtenaren van de bevoegde autoriteit aanwijzingen geven waarbij dit lid wordt aangevuld, dan wel daarvan wordt afgeweken.
**7.**
In de overnachtingshaven te Lobith (km 863,40) zijn de volgende bepalingen van toepassing:
a. In de overnachtingshaven is het, zonder toestemming van de bevoegde autoriteit, verboden:
i. schepen te laden of te lossen;
ii. goederen of andere voorwerpen op de oever of op een aanlegsteiger te plaatsen;
iii. tanks te ontgassen;
iv. passagiers aan boord te nemen of aan de wal te zetten;
v. schepen zonder bewaking aan boord te laten stilliggen;
vi. met drijvende voorwerpen of drijvende inrichtingen in te varen;
vii. in te varen met schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede en derde lid, te voeren;
viii. langer dan drie opeenvolgende dagen ligplaats te nemen;
ix. nadat de onder viii genoemde periode beëindigd is, binnen twaalf uren opnieuw ligplaats te nemen;
x. met het achterschip naar de wal ligplaats te nemen;
xi. met samenstellen langer dan 135 m aan de aanlegsteigers af te meren.
b. De schipper moet zowel het innemen van de ligplaats in de overnachtingshaven als het vertrek daaruit onmiddellijk melden aan de verkeerspost Nijmegen.
De ambtenaren van de bevoegde autoriteit kunnen aanwijzingen geven waarbij dit lid wordt aangevuld, dan wel daarvan wordt afgeweken.
### Artikel 14.13
**1.**
In de overnachtingshavens te IJzendoorn (km 907,80) en Haaften (km 936,00) is het, zonder toestemming van de bevoegde autoriteit, verboden:
In de overnachtingshavens te Lobith (km 863,40), IJzendoorn (km 907,80) en Haaften (km 936,00), is het zonder toestemming van de bevoegde autoriteit, verboden:
a. schepen te laden of te lossen;
b. goederen of andere voorwerpen op de oever of op een aanlegsteiger te plaatsen;
c. tanks te ontgassen;
d. passagiers aan boord te nemen of aan de wal te zetten;
e. schepen zonder bewaking aan boord te laten stilliggen;
f. met drijvende voorwerpen of drijvende inrichtingen in te varen;
g. in te varen met schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede en derde lid, te voeren;
h. langer dan drie opeenvolgende dagen ligplaats te nemen;
i. nadat de onder h genoemde periode beëindigd is, binnen twaalf uren opnieuw ligplaats te nemen;
j. met het achterschip naar de wal ligplaats te nemen;
k. met samenstellen langer dan 135 m aan de aanlegsteigers af te meren.
e. met drijvende voorwerpen of drijvende inrichtingen in te varen;
f. in te varen met schepen die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede en derde lid, te voeren;
g. langer dan drie opeenvolgende dagen ligplaats te nemen;
h. nadat de onder g genoemde periode is verstreken, binnen twaalf uren opnieuw ligplaats te nemen;
i. met het achterschip naar de wal ligplaats te nemen;
j. met samenstellen langer dan 135 m aan de aanlegsteigers af te meren.
**2.** De schipper moet zowel het innemen van de ligplaats in de overnachtingshaven als het vertrek daaruit onmiddellijk melden aan de verkeerspost Nijmegen (Lobith) en Tiel (IJzendoorn en Haaften).
**3.** De bevoegde autoriteit kan de schipper aanwijzingen geven waarbij dit artikel wordt aangevuld, dan wel daarvan wordt afgeweken.
**2.** De schipper moet zowel het innemen van de ligplaats in de overnachtingshaven als het vertrek daaruit onmiddellijk melden aan de verkeerspost Tiel.
### Artikel 14.12
**3.** De ambtenaren van de bevoegde autoriteit kunnen aanwijzingen geven waarbij dit artikel wordt aangevuld, dan wel daarvan wordt afgeweken.
Vervallen
### Artikel 14.13
Vervallen
## Deel III. Milieubepalingen