2002-12-18 | BWBR0006530 | Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
This commit is contained in:
parent
243e02399a
commit
dab1713433
1 changed files with 55 additions and 26 deletions
|
|
@ -228,12 +228,6 @@ f. voorzover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting.
|
|||
|
||||
**5.** De kosten van het hernieuwd onderzoek komen voor rekening van Onze Minister. Eventuele reis- en verblijfkosten van de rechterlijk ambtenaar worden hem vergoed overeenkomstig de regels die gelden voor burgerlijke rijksambtenaren.
|
||||
|
||||
### Artikel 14a
|
||||
|
||||
**1.** Indien een geschil bestaat tussen de rechterlijk ambtenaar en diens functionele autoriteit over het al dan niet bestaan van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte, kan de rechterlijk ambtenaar of diens functionele autoriteit het UWV verzoeken een onderzoek in te stellen en een oordeel te geven als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel e, van de Wet Suwi.
|
||||
|
||||
**2.** De kosten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, komen voor rekening van Onze Minister. Eventuele reis- en verblijfkosten van de rechterlijk ambtenaar worden hem vergoed overeenkomstig de regels die gelden voor burgerlijke rijksambtenaren.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** De leden van de commissie, bedoeld in artikel 14, derde en vierde lid, worden per verzoek om een hernieuwd onderzoek aangewezen door Onze Minister.
|
||||
|
|
@ -492,12 +486,6 @@ c. zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking tot
|
|||
|
||||
**5.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar de WAO-uitkering vermindering ondergaat dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO-uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds geacht onverminderd te zijn genoten.
|
||||
|
||||
### Artikel 24a
|
||||
|
||||
**1.** De functionele autoriteit treft zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen en geeft zo tijdig mogelijk zodanige voorschriften als redelijkerwijs nodig is om de rechterlijk ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid wegens ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en bij een gerecht of binnen het gezagsbereik van Onze Minister geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert de functionele autoriteit inschakeling van de rechterlijk ambtenaar in voor hem passende arbeid buiten dat gezagsbereik.
|
||||
|
||||
**2.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt de functionele autoriteit in overeenstemming met de rechterlijk ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de rechterlijk ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Bijzondere situaties
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
|
@ -526,6 +514,23 @@ c. zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking tot
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere regels vaststellen.
|
||||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel is van overeenkomstige toepassing op de rechterlijk ambtenaar, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. onder «Onze Minister» wordt verstaan: Onze Minister van Justitie;
|
||||
b. onder «betrokkenen» wordt verstaan:
|
||||
|
||||
1°. degenen wier rechtspositie is geregeld op grond van de wet;
|
||||
2°. gewezen personeel als bedoeld in onderdeel 1°, waaraan wegens ontslag uit de betrekking een uitkering is toegekend krachtens of op de voet van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, de Uitkeringsregeling 1966, een vutovereenkomst als bedoeld in de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel, of krachtens een andere overeenkomstige regeling;
|
||||
3°. degenen aan wie een pensioen is toegekend krachtens het pensioenreglement en die in de maand voorafgaande aan de pensionering behoorden tot de categorieën, bedoeld in onderdeel 1° of 2°;
|
||||
4°. de krachtens het reglement, genoemd in onderdeel 3°, weduwen of weduwnaarspensioengenietende niet hertrouwde weduwen of weduwnaars van degenen die op de dag van overlijden betrokkenen waren in de zin van dit besluit, of betrokkenen zouden zijn geweest indien dit besluit op die dag van kracht zou zijn geweest;
|
||||
5°. gewezen personeel als bedoeld in onderdeel 1° aan wie een WAO-uitkering als bedoeld in artikel 31 van de Wet privatisering ABP is toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan ook andere categorieën van personen, wier bezoldiging, uitkering of pensioen direct of indirect ten laste komt van de algemene middelen van het Rijk, aanwijzen als betrokkenen in de zin van het besluit, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
|
@ -677,9 +682,9 @@ c. indien een onder b bedoelde afwezigheid wordt voorafgegaan of wordt gevolgd d
|
|||
|
||||
De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 9, tweede lid, en 10 van de wet, bedragen per zitting:
|
||||
|
||||
a. voor raadsheren in buitengewone dienst van en advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad: € 332,
|
||||
b. voor raadsheren-plaatsvervangers en plaatsvervangend advocaten-generaal bij een ressortsparket: € 255 en
|
||||
c. voor rechters-plaatsvervangers en plaatsvervangende officieren van justitie: € 191.
|
||||
a. voor raadsheren in buitengewone dienst van en advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad: € 370,
|
||||
b. voor raadsheren-plaatsvervangers en plaatsvervangend advocaten-generaal bij een ressortsparket: € 280 en
|
||||
c. voor rechters-plaatsvervangers en plaatsvervangende officieren van justitie: € 210.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden zittingen die op één dag worden gehouden, samen als één zitting beschouwd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -698,11 +703,10 @@ b. indien het advocaten-generaal in buitengewone dienst betreft: een schriftelij
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt ingewilligd tenzij:
|
||||
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt ingewilligd, tenzij:
|
||||
|
||||
a. het ambt, waarin de rechterlijk ambtenaar wordt benoemd, door rechtstreekse of overeenkomstige toepassing tot een van de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde categorieën 10 tot en met 12 behoort;
|
||||
b. de rechterlijk ambtenaar op het tijdstip van de benoeming, bedoeld in het eerste lid, niet ten minste vijf aaneengesloten jaren in dienst is als rechterlijk ambtenaar; of
|
||||
c. de werktijd van de rechterlijk ambtenaar reeds is teruggebracht overeenkomstig artikel 38e.
|
||||
a. het ambt, waarin de rechterlijk ambtenaar wordt benoemd, door rechtstreekse of overeenkomstige toepassing tot een van de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde categorieën 10 tot en met 12 behoort; of
|
||||
b. de rechterlijk ambtenaar op het tijdstip van de benoeming, bedoeld in het eerste lid, niet ten minste vijf aaneengesloten jaren in dienst is als rechterlijk ambtenaar.
|
||||
|
||||
**3.** Op het salaris van de rechterlijk ambtenaar wordt in geval van inwilliging van een verzoek als bedoeld in het eerste lid een korting toegepast.
|
||||
|
||||
|
|
@ -747,11 +751,11 @@ c. staatsrecht.
|
|||
|
||||
### Artikel 38d
|
||||
|
||||
**1.** De gemiddelde wekelijkse werktijd van een rechterlijk ambtenaar van 57 jaar en ouder wordt op zijn verzoek, met behoud van zijn arbeidsduur, teruggebracht met 15,7%, tenzij het belang van de taakvervulling zich daartegen naar het oordeel van de functionele autoriteit verzet.
|
||||
**1.** De gemiddelde wekelijkse werktijd van een rechterlijk ambtenaar van 57 jaar en ouder wordt op zijn verzoek, met behoud van zijn arbeidsduur, teruggebracht met 11,1%, tenzij het belang van de taakvervulling zich daartegen naar het oordeel van de functionele autoriteit verzet.
|
||||
|
||||
**2.** De gemiddelde wekelijkse werktijd van een rechterlijk ambtenaar van 61 jaar en ouder wordt op zijn verzoek, met behoud van zijn arbeidsduur, teruggebracht met 36,8%, tenzij het belang van de taakvervulling zich daartegen naar het oordeel van de functionele autoriteit verzet.
|
||||
**2.** De gemiddelde wekelijkse werktijd van een rechterlijk ambtenaar van 61 jaar en ouder wordt op zijn verzoek, met behoud van zijn arbeidsduur, teruggebracht met 33,3%, tenzij het belang van de taakvervulling zich daartegen naar het oordeel van de functionele autoriteit verzet.
|
||||
|
||||
**3.** Het terugbrengen van de werktijd overeenkomstig het eerste of tweede lid heeft in totaal gedurende een periode van ten hoogste acht aaneengesloten jaren plaats, met dien verstande dat het terugbrengen van de werktijd overeenkomstig het tweede lid plaatsheeft gedurende een periode van ten hoogste vier aaneengesloten jaren.
|
||||
**3.** Het terugbrengen van de werktijd overeenkomstig het eerste of tweede lid heeft in totaal gedurende een periode van ten hoogste tien aaneengesloten jaren plaats, met dien verstande dat het terugbrengen van de werktijd overeenkomstig het tweede lid plaatsheeft gedurende een periode van ten hoogste zes aaneengesloten jaren.
|
||||
|
||||
**4.** De rechterlijk ambtenaar dient op het tijdstip waarop de werktijd overeenkomstig het eerste of tweede lid wordt teruggebracht ten minste vijf aaneengesloten jaren in dienst te zijn als rechterlijk ambtenaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -763,6 +767,12 @@ c. staatsrecht.
|
|||
|
||||
**8.** Een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt niet ingewilligd, indien reeds een verzoek van de rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 38a is ingewilligd.
|
||||
|
||||
### Artikel 38da
|
||||
|
||||
**1.** Op het salaris van de rechterlijk ambtenaar, die gelijktijdig gebruik maakt van de mogelijkheid, bedoeld in artikel 38a, eerste lid, om een minder belastende functie te vervullen en de mogelijkheid, bedoeld in artikel 38d, eerste of tweede lid, om de gemiddelde wekelijkse werktijd terug te brengen, wordt een korting toegepast ter grootte van het voor hem geldende percentage, bedoeld in artikel 38a, vierde lid, opgeteld met het voor hem geldende percentage, bedoeld in artikel 38d, zesde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de korting, bedoeld in het eerste lid, wordt een korting van 5% opgeteld, indien het maximum salaris, verbonden aan het ambt waarin de rechterlijk ambtenaar op grond van artikel 38a wordt benoemd, lager is dan het naast lagere maximum salaris van dat van het ambt dat hij voorafgaand aan die benoeming heeft vervuld.
|
||||
|
||||
### Artikel 38e
|
||||
|
||||
**1.** In dit artikel wordt onder inkomen verstaan: het salaris van de rechterlijk ambtenaar na de inhouding overeenkomstig het zesde lid van artikel 38d.
|
||||
|
|
@ -791,13 +801,32 @@ Ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren bij de rechtbanken en de gerechtshove
|
|||
|
||||
### Artikel 38g
|
||||
|
||||
**1.** Aan de rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding wordt over een kalenderjaar een eindejaarsuitkering toegekend van 0,3% van het in dat kalenderjaar genoten salaris.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Indien de betrokkene aanspraak heeft op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering overeenkomstig dit besluit, wordt voor de toepassing van het eerste lid het salaris in acht genomen dat de betrokkene zou hebben genoten, indien hij wegens ziekte ongeschikt zou zijn geweest tot het verrichten van zijn arbeid doch anders dan als gevolg van eigen handelingen of nalaten van handelingen geen aanspraak zou hebben gehad op een WAO-uitkering.
|
||||
De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding heeft recht op een eindejaarsuitkering ter hoogte van:
|
||||
|
||||
**3.** De eindejaarsuitkering wordt uitbetaald in de maand december van het desbetreffende kalenderjaar.
|
||||
a. 0,4% van het in dat jaar genoten salaris; en
|
||||
b. een door Onze Minister vast te stellen nominaal bedrag.
|
||||
|
||||
**4.** In geval van ontslag of overlijden wordt de eindejaarsuitkering zo veel mogelijk uitbetaald in de maand na het ontslag of overlijden.
|
||||
**2.** Indien de betrokkene aanspraak heeft op een uitkering op grond van de WAO en een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering overeenkomstig dit besluit, wordt voor de toepassing van het eerste lid het salaris in acht genomen dat de betrokkene zou hebben genoten, indien hij wegens ziekte ongeschikt zou zijn geweest tot het verrichten van zijn arbeid doch anders dan als gevolg van eigen handelingen geen aanspraak zou hebben gehad op een WAO-uitkering.
|
||||
|
||||
**3.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bedraagt voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die is aangesteld voor het vervullen van minder dan een volledige taak, een met zijn werktijd overeenkomend deel van het bedrag dat hij zou hebben ontvangen indien hij in hetzelfde ambt zou zijn aangesteld voor het vervullen van een volledige taak.
|
||||
|
||||
**4.** De eindejaarsuitkering wordt uitbetaald in de maand december van het desbetreffende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**5.** In geval van ontslag en overlijden wordt de eindejaarsuitkering zo veel mogelijk uitbetaald in de maand na het ontslag of overlijden.
|
||||
|
||||
**6.** De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die aan de functionele autoriteit te kennen heeft gegeven af te zien van zijn recht op het nominale bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, heeft recht op een werkgeverspremie als bedoeld in de premiespaarregeling voor de rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding.
|
||||
|
||||
**7.** Onze Minister stelt regels vast ten aanzien van een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 11, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
|
||||
|
||||
### Artikel 38h
|
||||
|
||||
Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de taakvervulling in de woning van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding.
|
||||
|
||||
### Artikel 38i
|
||||
|
||||
Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van de vergoeding van de literatuur die voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding naar het oordeel van de functionele autoriteit noodzakelijk is voor een correcte uitoefening van de taakvervulling.
|
||||
|
||||
### Artikel 38j
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue