2014-03-01 | BWBR0022910 | Besluit lozing afvalwater huishoudens

This commit is contained in:
Coornhert 2014-03-01 12:00:00 +00:00
parent 9fa8874fe8
commit daf5b6df0f

View file

@ -62,11 +62,9 @@ Dit besluit berust mede op de artikelen 6.2, eerst lid, onderdeel b, en tweede l
**2.** De verboden, bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet, gelden niet voor het lozen vanuit een particulier huishouden in een oppervlaktewaterlichaam.
**3.** Vrijstelling van het verbod, bedoeld in artikel 10.30, eerste lid, van de Wet milieubeheer, wordt verleend voor het lozen vanuit een particulier huishouden in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, met uitzondering van het lozen van afvalwater als bedoeld in artikel 10.30, tweede lid, van de Wet milieubeheer.
**3.** Degene die loost vanuit een particulier huishouden, voldoet aan de regels die bij of krachtens dit besluit zijn gesteld.
**4.** Degene die loost vanuit een particulier huishouden, voldoet aan de regels die bij of krachtens dit besluit zijn gesteld.
**5.**
**4.**
Dit besluit is niet van toepassing op:
@ -97,15 +95,19 @@ c. de plaats van het lozingspunt.
### Artikel 4
**1.** Onverminderd het bij of krachtens hoofdstuk 3 bepaalde wordt vanuit een particulier huishouden uitsluitend geloosd, indien door de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van de lozing de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van de bodem en een oppervlaktewaterlichaam zoveel mogelijk worden beperkt en de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater niet wordt belemmerd.
**1.** Degene die loost en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het lozen nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
**2.**
Onverminderd artikel 11, derde lid, kan het bevoegd gezag met het oog op de bescherming van de kwaliteit van de bodem en een oppervlaktewaterlichaam maatwerkvoorschriften stellen met betrekking tot:
Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan:
a. de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van het te lozen afvalwater;
b. de voorafgaand aan het lozen van het afvalwater te treffen maatregelen, en
c. de plaats van het lozingspunt.
a. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van bodemverontreiniging;
b. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van verontreiniging van het grondwater;
c. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam;
d. de bescherming van de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater;
e. het doelmatig beheer van afvalwater.
**3.** Het bevoegd gezag kan met betrekking tot de verplichting, bedoeld in het eerste lid, maatwerkvoorschriften stellen voor zover het betreffende aspect bij of krachtens dit besluit niet uitputtend is geregeld. Deze maatwerkvoorschriften kunnen mede inhouden een verplichting de activiteiten die met het lozen samenhangen te beschrijven, alsmede metingen, berekeningen of tellingen te verrichten ter bepaling van de mate waarin het lozen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt.
### Artikel 5