2020-07-10 | BWBR0011440 | Gaswet
This commit is contained in:
parent
241392f559
commit
daf5d7832f
1 changed files with 52 additions and 43 deletions
|
|
@ -52,13 +52,13 @@ v. vervallen;
|
|||
w. programmaverantwoordelijkheid: de verantwoordelijkheid voor het opstellen van een programma als bedoeld in artikel 17b, eerste of tweede lid;
|
||||
x. programmaverantwoordelijke: degene op wie programmaverantwoordelijkheid rust;
|
||||
y. continentaal plat: het onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, waarop het Koninkrijk mede overeenkomstig het op 10 december 1982 te Montego-Bay gesloten Verdrag inzake het recht van de zee (Trb. 1983, 83) soevereine rechten heeft en welke is gelegen aan de zeezijde van de in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee bedoelde lijn;
|
||||
z. landsgrensoverschrijdend gastransportnet: een gastransportnet dat de grens van tenminste twee landen overschrijdt en dat uitsluitend als doel heeft de gastransportnetten van die landen onderling te koppelen;
|
||||
z. interconnector: transmissieleiding die de grens tussen Nederland en een ander land overschrijdt met de bedoeling het gastransportnet met het gastransportnet van dat andere land te koppelen;
|
||||
aa. vervallen;
|
||||
ab. meetinrichting: het gehele samenstel van apparatuur dat ten minste tot doel heeft het uitgewisselde gas te meten;
|
||||
ac. meetbedrijf: een organisatorische eenheid die zich bezighoudt met het collecteren, valideren en vaststellen van meetgegevens betreffende gas;
|
||||
ad. verordening 715/2009: verordening nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (Pb EU 2009, L 211);
|
||||
ae. verordening 713/2009: verordening nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (Pb EU 2009, L 211);
|
||||
af. Agentschap: het agentschap, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de verordening 713/2009;
|
||||
ae. verordening 2019/942: verordening 2019/942 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (Pb EU 2019, L 158);
|
||||
af. Acer: agentschap als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van verordening 2019/942;
|
||||
ag. producent: een organisatorische eenheid die zich bezig houdt met het produceren van gas;
|
||||
ah. leverancier: een organisatorische eenheid die zich bezig houdt met het leveren van gas;
|
||||
ai. handelaar: een organisatorische eenheid die zich bezighoudt met het sluiten van overeenkomsten betreffende de koop en verkoop van gas;
|
||||
|
|
@ -79,13 +79,17 @@ at. *garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen:* gegevens
|
|||
au. *productiemeetgegevens:* de gegevens betreffende de hoeveelheid gas uit hernieuwbare energiebronnen die door een producent wordt ingevoed op een gastransportnet;
|
||||
av. bindende gedragslijn: een zelfstandige last die niet wegens een overtreding wordt opgelegd;
|
||||
aw. zelfstandige last: de enkele last tot het verrichten van bepaalde handelingen, bedoeld in artikel 5:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ter bevordering van de naleving van wettelijke voorschriften.
|
||||
bb. verordening 994/2010: verordening (EU) nr. 994/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering en houdende intrekking van Richtlijn 2004/67/EG (PbEU 2010, L 295);
|
||||
bb. verordening 2017/1938: verordening nr. 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening nr. 994/2010 (Pb EU 2017, L 280/30);
|
||||
bc. *gasjaar:* periode vanaf 1 oktober in enig jaar tot en met 30 september van het daaropvolgende kalenderjaar;
|
||||
bd. *omschakelen:* het voorzien van een afnemer van een aansluiting, met een doorlaatwaarde van groter dan 40m^3(n) per uur, waarmee hoogcalorisch gas kan worden onttrokken aan het gastransportnet met een voor die aansluiting geschikte druk en voldoende capaciteit, welke in de plaats treedt van de aansluiting waarmee laagcalorisch gas aan het gastransportnet wordt onttrokken.
|
||||
bd. interconnectiepunt: een punt als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van Verordening 2017/459 van de Europese Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende capaciteitstoewijzingsmechanismen in gastransmissiesystemen en tot intrekking van verordening 984/2013;
|
||||
be. connectiepunt: een fysiek punt dat aangrenzende landelijke gastransportnetten met elkaar verbindt of een landelijk gastransportnet verbindt met een interconnector of een gasproductienet verbindt met een landelijk gastransportnet;
|
||||
bf. eerste interconnectiepunt: het interconnectiepunt dat een interconnector met een derde land verbindt met een landelijk gastransportnet;
|
||||
bg. eerste connectiepunt: het connectiepunt dat een interconnector met een derde land of een gasproductienet dat begint in een derde land verbindt met een landelijk gastransportnet;
|
||||
bh. omschakelen: het voorzien van een afnemer van een aansluiting, met een doorlaatwaarde van groter dan 40m^3(n) per uur, waarmee hoogcalorisch gas kan worden onttrokken aan het gastransportnet met een voor die aansluiting geschikte druk en voldoende capaciteit, welke in de plaats treedt van de aansluiting waarmee laagcalorisch gas aan het gastransportnet wordt onttrokken;
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan deze wet geheel of gedeeltelijk van toepassing worden verklaard op andere gasvormige stoffen dan de stof, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**3.** Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op gasopslaginstallaties, LNG-installaties en landsgrensoverschrijdende gastransportnetten die zijn gelegen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone of op het continentaal plat.
|
||||
**3.** Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op gasopslaginstallaties, LNG-installaties, interconnectoren met andere lidstaten, voor zover deze zijn gelegen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone of op het continentaal plat, en op interconnectoren met derde landen vanaf het eerste connectiepunt tot en met de territoriale zee.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -99,7 +103,7 @@ c. gemeenschappelijke ruimtes die een meeromvattende functie hebben dan de regul
|
|||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
**1.** De Autoriteit Consument en Markt is belast met de aan haar opgedragen taken ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze wet, verordening 713/2009, verordening 715/2009, verordening 1227/2011 en verordening 994/2010. Ook is de Autoriteit Consument en Markt belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, verordening 713/2009, verordening 715/2009, verordening 1227/2011 en verordening 994/2010, met uitzondering van de artikelen en onderwerpen, bedoeld in artikel 1c, eerste en tweede lid.
|
||||
**1.** De Autoriteit Consument en Markt is belast met de aan haar opgedragen taken ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze wet, verordening 2019/942, verordening 715/2009, verordening 1227/2011 en verordening 2017/1938. Ook is de Autoriteit Consument en Markt belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, verordening 2019/942, verordening 715/2009, verordening 1227/2011 en verordening 2017/1938, met uitzondering van de artikelen en onderwerpen, bedoeld in artikel 1c, eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** De Autoriteit Consument en Markt is de regulerende instantie, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de richtlijn en in verordening 715/2009 en is de bevoegde instantie als bedoeld in verordening 715/2009.
|
||||
|
||||
|
|
@ -110,15 +114,19 @@ c. gemeenschappelijke ruimtes die een meeromvattende functie hebben dan de regul
|
|||
De Autoriteit Consument en Markt werkt, onder meer teneinde de nationale markten op één of meer geografische gebieden als bedoeld in artikel 12, derde lid, van verordening 715/2009 te integreren en samenwerking tussen de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en buitenlandse instelling die op grond van nationale wettelijke regels belast zijn met het beheer van een transmissiesysteem als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van de richtlijn in deze gebieden aan te moedigen, samen met:
|
||||
|
||||
a. instellingen in andere lidstaten van de Europese Unie die op grond van nationale wettelijke regels zijn belast met de toepassing van de regels op het gebied van gas;
|
||||
b. het Agentschap.
|
||||
b. Acer.
|
||||
|
||||
**5.** De Autoriteit Consument en Markt draagt bij aan de compatibiliteit van gegevensuitwisselingsprocessen voor de belangrijkste marktprocessen in één of meer geografische gebieden als bedoeld in artikel 12, derde lid, van verordening 715/2009.
|
||||
|
||||
**6.** De Autoriteit Consument en Markt beslist over de goedkeuring van de door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet gehanteerde congestiebeheersprocedures voor landsgrensoverschrijdende netten.
|
||||
**6.** De Autoriteit Consument en Markt beslist over de goedkeuring van de door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet gehanteerde congestiebeheersprocedures voor interconnectoren en interconnectiepunten.
|
||||
|
||||
**7.** De Autoriteit Consument en Markt werkt met betrekking tot interconnectoren met derde landen waarvan het eerste connectiepunt is gelegen op Nederlands grondgebied samen met de bevoegde instantie in het derde land teneinde te bewerkstelligen dat aan de bij en krachtens deze wet gestelde eisen wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**8.** Het zevende lid is van overeenkomstige toepassing op een gasproductienet dat begint in een derde land en is verbonden met een landelijk gastransportnet.
|
||||
|
||||
### Artikel 1b
|
||||
|
||||
De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende gedragslijn opleggen in verband met de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen en onderwerpen, bedoeld in artikel 1c, eerste en tweede lid, en in verband met verordening 713/2009, verordening 715/2009, verordening 994/2010 en verordening 1227/2100.
|
||||
De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende gedragslijn opleggen in verband met de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen en onderwerpen, bedoeld in artikel 1c, eerste en tweede lid, en in verband met verordening 2019/942, verordening 715/2009, verordening 2017/1938 en verordening 1227/2100.
|
||||
|
||||
### Artikel 1c
|
||||
|
||||
|
|
@ -145,7 +153,7 @@ d. het bestaan van praktijken gericht op het aangaan van overeenkomsten die afne
|
|||
|
||||
**1.** Onverminderd de verplichting tot het opstellen van een jaarverslag, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, brengt de Autoriteit Consument en Markt jaarlijks verslag uit over de uitvoering van haar taken, bedoeld in artikel 1a, eerste lid. Het verslag bevat een overzicht van de behaalde resultaten en genomen maatregelen.
|
||||
|
||||
**2.** De Autoriteit Consument en Markt zendt het verslag toe aan Onze Minister, het Agentschap en de Europese Commissie.
|
||||
**2.** De Autoriteit Consument en Markt zendt het verslag toe aan Onze Minister, Acer en de Europese Commissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 1f
|
||||
|
||||
|
|
@ -153,7 +161,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 1g
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en onverminderd artikel 7, derde lid, van die wet is de Autoriteit Consument en Markt bevoegd gegevens of inlichtingen te verstrekken aan het Agentschap, voor zover die gegevens of inlichtingen van betekenis kunnen zijn voor de uitoefening van de taak van het Agentschap.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en onverminderd artikel 7, derde lid, van die wet is de Autoriteit Consument en Markt bevoegd gegevens of inlichtingen te verstrekken aan Acer, voor zover die gegevens of inlichtingen van betekenis kunnen zijn voor de uitoefening van de taak van Acer.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 7, vierde lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -163,7 +171,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Degene aan wie een verzoek is gedaan om gegevens en inlichtingen te verstrekken, is verplicht binnen de door Onze Minister gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
|
||||
|
||||
**3.** Gegevens of inlichtingen omtrent een gasbedrijf, een gasbeurs, een netgebruiker of een afnemer, welke door Onze Minister in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van deze wet of verordening 715/2009 zijn verkregen, mogen uitsluitend voor de toepassing van deze wet, verordening 715/2009, verordening 713/2009, de Mededingingswet, de Elektriciteitswet 1998, de Warmtewet en de artikelen 4.4 en 4.5 van de Wet handhaving consumentenbescherming worden gebruikt.
|
||||
**3.** Gegevens of inlichtingen omtrent een gasbedrijf, een gasbeurs, een netgebruiker of een afnemer, welke door Onze Minister in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van deze wet of verordening 715/2009 zijn verkregen, mogen uitsluitend voor de toepassing van deze wet, verordening 715/2009, verordening 2019/942, de Mededingingswet, de Elektriciteitswet 1998, de Warmtewet en de artikelen 4.4 en 4.5 van de Wet handhaving consumentenbescherming worden gebruikt.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -171,7 +179,7 @@ In afwijking van het derde lid is Onze Minister bevoegd bescheiden, gegevens of
|
|||
|
||||
a. een buitenlandse instelling, die op grond van nationale wettelijke regels is belast met de toepassing van de regels op het gebied van gas, voor zover die bescheiden, gegevens en inlichtingen van betekenis zijn of kunnen zijn voor de uitoefening van de taak van die instelling;
|
||||
b. een bestuursorgaan dat op grond van deze wet of van een andere wettelijke regeling dan deze wet is belast met taken die de toepassing of mede de toepassing van bepalingen op het gebied van gas betreffen, voor zover die bescheiden, gegevens of inlichtingen van betekenis kunnen zijn voor de uitoefening van de taak van dat bestuursorgaan;
|
||||
c. het Agentschap, voor zover die bescheiden, gegevens of inlichtingen van betekenis kunnen zijn voor de uitoefening van de taak van het Agentschap.
|
||||
c. Acer, voor zover die bescheiden, gegevens of inlichtingen van betekenis kunnen zijn voor de uitoefening van de taak van Acer.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -283,11 +291,11 @@ c. dat in artikel 1h in plaats van «gasbedrijf» wordt gelezen «eigenaar van e
|
|||
|
||||
**2.** Artikel 6, eerste tot en met derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de interconnector-beheerder geen naamloze of besloten vennootschap behoeft te zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel, 3, eerste en vijfde lid, 3c,10, eerste, tweede en vierde lid, 10a, eerste lid, onderdeel m, en achtste lid, 12 tot en met 13 en 14 tot en met 16, 19, 20, 37 en 39a zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 82 is van overeenkomstige toepassing, rekening houdend met het grensoverschrijdende karakter en de regulering van de andere lidstaat.
|
||||
**3.** Artikel, 3, eerste en vijfde lid, 3c,10, eerste, tweede en vierde lid, 10a, eerste lid, onderdeel m, en achtste lid, 12 tot en met 13 en 14 tot en met 16, 19, 20, 37 en 39a zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 82 is van overeenkomstige toepassing, rekening houdend met het grensoverschrijdende karakter en de regulering van het andere land.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet is aangewezen als interconnector-beheerder zijn, in afwijking van het vierde en vijfde lid, de bij of krachtens de Gaswet voor de netbeheerder van het landelijk gastransportnet geldende bepalingen van overeenkomstige toepassing, rekening houdend met het grensoverschrijdende karakter en de regulering van de andere lidstaat.
|
||||
**4.** Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet is aangewezen als interconnector-beheerder zijn, in afwijking van het vierde en vijfde lid, de bij of krachtens de Gaswet voor de netbeheerder van het landelijk gastransportnet geldende bepalingen van overeenkomstige toepassing, rekening houdend met het grensoverschrijdende karakter en de regulering van het andere land.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een persoon uit een derde land zeggenschap heeft over een eigenaar van een landsgrensoverschrijdend net of een interconnector-beheerder, besluit de Autoriteit Consument en Markt in het besluit, bedoeld in artikel 2, tweede lid, op verzoek en volgens de procedure van artikel 11 van de richtlijn of is voldaan aan artikel 11, derde lid, van de richtlijn.
|
||||
**5.** Indien een persoon uit een derde land zeggenschap heeft over een eigenaar van een interconnector of een interconnector-beheerder, besluit de Autoriteit Consument en Markt in het besluit, bedoeld in artikel 2, tweede lid, op verzoek en volgens de procedure van artikel 11 van de richtlijn of is voldaan aan artikel 11, derde lid, van de richtlijn.
|
||||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden ter implementatie van artikel 9 van de richtlijn nadere regels gesteld voor interconnector-beheerders.
|
||||
|
||||
|
|
@ -639,19 +647,20 @@ e. een programmaverantwoordelijke actuele en zo correct en volledig mogelijke in
|
|||
2°. de mate waarin het landelijk gastransportnet in evenwicht is;
|
||||
f. indien Onze Minister hem dit opdraagt, werkzaamheden te verrichten ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 52a, en
|
||||
g. voorzieningen te treffen, gericht op de beschikbaarheid van voldoende transportcapaciteit met het oog op voldoende transportzekerheid;
|
||||
h. indien Onze Minister hem dit opdraagt, werkzaamheden te verrichten ter uitvoering van verordening 994/2010;
|
||||
h. indien Onze Minister hem dit opdraagt, werkzaamheden te verrichten ter uitvoering van verordening 2017/1938;
|
||||
i. samen te werken met buitenlandse instellingen die op grond van nationale wettelijke regels belast zijn met het beheer van een transmissiesysteem als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van de richtlijn in geografische gebieden als bedoeld in artikel 12, derde lid, van verordening 715/2009 teneinde een concurrerende interne markt voor gas tot stand te brengen;
|
||||
j. te beschikken over één of meer geïntegreerde systemen in geografische gebieden als bedoeld in artikel 12, derde lid, van verordening 715/2009 waaraan twee of meer lidstaten meewerken voor de toewijzing van capaciteit en voor de controle op de beveiliging van het net;
|
||||
k. het voorzien in voldoende grensoverschrijdende capaciteit om te komen tot een geïntegreerde Europese infrastructuur die voldoet aan de economisch redelijke en technisch haalbare vraag naar capaciteit, rekening houdend met de leverings- en voorzieningszekerheid van gas;
|
||||
l. de taken te vervullen die voortvloeien uit verordening 715/2009;
|
||||
m. samen te werken met het Agentschap;
|
||||
m. samen te werken met Acer;
|
||||
n. gas dat op het door hem beheerde gastransportnet wordt ingevoed te bewerken, te behandelen of te mengen teneinde te voldoen aan de afleverspecificaties, opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 11;
|
||||
o. gas te weren dat voldoet aan de invoedspecificaties, opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 11, maar waarvoor de uitvoering van de taak, bedoeld in onderdeel n, redelijkerwijs niet van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet kan worden gevergd;
|
||||
p. in afwijking van onderdeel o en artikel 10, derde lid, onderdeel d, op verzoek van een afnemer het gas dat door die afnemer wordt ingevoed met gebruikmaking van het gastransportnet te bewerken, te behandelen of te mengen teneinde te voldoen aan de afleverspecificaties, opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 11, tegen een tarief dat de doelmatige kosten dekt;
|
||||
q. jaarlijks voor een bij ministeriële regeling te bepalen datum, na raadpleging van de representatieve organisaties van netgebruikers een raming aan Onze Minister aan te bieden van:
|
||||
|
||||
1°. de in een gasjaar benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas en de daarvoor benodigde capaciteit die uit het gebied, bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdeel a, benodigd is om eindafnemers van de geraamde hoeveelheid laagcalorisch gas te voorzien, waarbij alle beschikbare middelen en methoden die deze hoeveelheid minimaliseren worden betrokken, en
|
||||
2°. de vraagontwikkeling voor de komende tien jaar naar laagcalorisch gas.
|
||||
2°. de vraagontwikkeling voor de komende tien jaar naar laagcalorisch gas;
|
||||
r. van technische overeenkomsten over interconnectoren met derde landen kennis te geven aan de Autoriteit Consument en Markt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij de uitvoering van zijn wettelijke taken energie inkoopt, doet hij dit op basis van een transparante, niet-discriminatoire en marktconforme procedure.
|
||||
|
||||
|
|
@ -663,9 +672,9 @@ q. jaarlijks voor een bij ministeriële regeling te bepalen datum, na raadplegin
|
|||
|
||||
**6.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet deelneemt aan een gemeenschappelijke onderneming waaraan ook een verticaal geïntegreerde buitenlandse instelling die op grond van nationale wettelijke regels belast is met het beheer van een transmissiesysteem als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van de richtlijn deelneemt, draagt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet er zorg voor dat de gemeenschappelijke onderneming een nalevingsprogramma ontwerpt, door het Agentschap laat goedkeuren en implementeert met maatregelen die moeten worden genomen om discriminerend en concurrentieverstorend gedrag uit te sluiten.
|
||||
**7.** Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet deelneemt aan een gemeenschappelijke onderneming waaraan ook een verticaal geïntegreerde buitenlandse instelling die op grond van nationale wettelijke regels belast is met het beheer van een transmissiesysteem als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van de richtlijn deelneemt, draagt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet er zorg voor dat de gemeenschappelijke onderneming een nalevingsprogramma ontwerpt, door Acer laat goedkeuren en implementeert met maatregelen die moeten worden genomen om discriminerend en concurrentieverstorend gedrag uit te sluiten.
|
||||
|
||||
**8.** Voordat de netbeheerder van het landelijk gastransportnet congestiebeheersprocedures hanteert voor landsgrensoverschrijdende netten, legt hij deze procedures ter goedkeuring voor aan de Autoriteit Consument en Markt.
|
||||
**8.** Voordat de netbeheerder van het landelijk gastransportnet congestiebeheersprocedures hanteert voor interconnectiepunten, legt hij deze procedures ter goedkeuring voor aan de Autoriteit Consument en Markt.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -727,7 +736,7 @@ Een met een netbeheerder verbonden groepsmaatschappij als bedoeld in artikel 24b
|
|||
|
||||
a. handelingen of activiteiten die gerelateerd zijn aan het beheer van gastransportnetten of netten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, en betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
1°. aanleg en beheer van een landsgrensoverschrijdend gastransportnet,
|
||||
1°. aanleg en beheer van interconnectoren en daarvoor benodigde connectiepunten,
|
||||
2°. aanleg en beheer van een landsgrensoverschrijdend net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel as, van de Elektriciteitswet 1998,
|
||||
3°. aanleg en beheer van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen,
|
||||
4°. aanleg en beheer van infrastructuur voor het op- of ontladen van elektrische voertuigen,
|
||||
|
|
@ -933,7 +942,7 @@ g. de wijze waarop de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en een afne
|
|||
In de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kunnen regels worden gesteld omtrent:
|
||||
|
||||
a. de eisen, met inbegrip van veiligheidseisen, waaraan het technisch ontwerp en de exploitatie van leidingen en installaties tenminste moet voldoen voor aansluiting van die leidingen en installaties op het gastransportnet van een netbeheerder en de installaties van een verwant bedrijf dat diensten levert die noodzakelijk zijn voor uitvoering van het transport van gas;
|
||||
b. toedeling van de transportcapaciteit, de bepaling van de omvang van de capaciteit voor het transport van gas over een landsgrensoverschrijdend gastransportnet, het toewijzen van de beschikbare capaciteit daarop en de wijze van toewijzen van capaciteit op een landsgrensoverschrijdend gastransportnet die een netgebruiker niet gebruikt, welke wijze kan inhouden het veilen of het op een andere marktconforme methode toewijzen van die capaciteit;
|
||||
b. toedeling van de transportcapaciteit, de bepaling van de omvang van de capaciteit voor het transport van gas over interconnectoren en interconnectiepunten, het toewijzen van de beschikbare capaciteit daarop en de wijze van toewijzen van capaciteit op interconnectoren en interconnectiepunten die een netgebruiker niet gebruikt, welke wijze kan inhouden het veilen of het op een andere marktconforme methode toewijzen van die capaciteit;
|
||||
c. de door een netbeheerder aan te houden reservecapaciteit beschikbaar voor transport van gas.
|
||||
|
||||
**2a.**
|
||||
|
|
@ -1306,19 +1315,19 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Een weigering als bedoeld in het eerste lid is met redenen omkleed.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.4a. Ontheffing voor nieuwe gasinfrastructuur en grensoverschrijdende infrastructuur
|
||||
### Paragraaf 2.4a. Ontheffing voor nieuwe gasinfrastructuur en interconnectoren
|
||||
|
||||
### Artikel 18h
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan voor grote, nieuwe landsgrensoverschrijdende gastransportnetten, LNG-installaties en opslaginstallaties op verzoek voor een in de ontheffing bepaalde periode ontheffing verlenen van de artikelen 2c, 3b, vierde lid, de paragrafen 2.2, 2.3, 2.4 en 2.5 en de artikelen 80 tot en met 82, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
|
||||
Onze Minister kan voor grote, nieuwe interconnectoren, LNG-installaties en opslaginstallaties op verzoek voor een in de ontheffing bepaalde periode ontheffing verlenen van de artikelen 2c, 3b, vierde lid, de paragrafen 2.2, 2.3, 2.4 en 2.5 en de artikelen 80 tot en met 82, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de aanleg van het net of de installatie versterkt de mededinging bij de levering van gas en de leveringszekerheid,
|
||||
b. het risico van de investering nodig voor de aanleg van het net of de installatie is zo groot dat de aanleg niet zal plaatsvinden als geen ontheffing wordt verleend,
|
||||
c. de eigendom van het net of de installatie berust bij een ander dan de beheerder van het net of de installatie waarop het nieuwe net of de nieuwe installatie zal worden aangesloten,
|
||||
d. de gebruikers van het net of de installatie wordt een tarief in rekening gebracht, en
|
||||
e. de ontheffing belemmert niet de mededinging op of de doelmatige werking van de interne gasmarkt of de doelmatige werking van het net of de installatie waarop het nieuwe net of de nieuwe installatie wordt aangesloten.
|
||||
e. de ontheffing belemmert niet de mededinging op de relevante markten waarop de investering waarschijnlijk effect zal hebben, de doelmatige werking van de interne gasmarkt of van het gastransportnet of de installatie waarop de nieuwe interconnector of de nieuwe installatie wordt aangesloten dan wel de leveringszekerheid.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op aanmerkelijke uitbreidingen van de capaciteit van bestaande netten of installaties en op wijzigingen van de bestaande netten of installaties die de ontwikkeling van nieuwe bronnen van gasvoorziening bevorderen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1326,9 +1335,11 @@ e. de ontheffing belemmert niet de mededinging op of de doelmatige werking van d
|
|||
|
||||
**4.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**5.** Alvorens Onze Minister beslist op een verzoek om een ontheffing brengt de Autoriteit Consument en Markt of, indien dit voortvloeit uit artikel 36, vierde en zevende lid, van de richtlijn, het Agentschap advies uit. Van het advies wordt uiterlijk tegelijk met de bekendmaking van het besluit op de aanvraag kennis gegeven.
|
||||
**5.** Alvorens Onze Minister beslist op een verzoek om een ontheffing brengt de Autoriteit Consument en Markt of, indien dit voortvloeit uit artikel 36, vierde en zevende lid, van de richtlijn, Acer advies uit. Van het advies wordt uiterlijk tegelijk met de bekendmaking van het besluit op de aanvraag kennis gegeven.
|
||||
|
||||
**6.** Indien sprake is van de aanleg van een landsgrensoverschrijdend gastransportnet, overlegt Onze Minister met de bevoegde instantie in de andere lidstaat of lidstaten van de Europese Unie.
|
||||
**6.** Indien sprake is van de aanleg van een interconnector met een andere lidstaat, overlegt Onze Minister met de bevoegde instanties in de andere lidstaten wier markten waarschijnlijk een effect zal ondervinden van de nieuwe interconnector.
|
||||
|
||||
**6a.** Indien er sprake is van een interconnector met een derde land waarvan het eerste interconnectiepunt is gelegen op het Nederlands grondgebied, overlegt Onze Minister met de bevoegde instanties in de andere lidstaten wier markten waarschijnlijk een effect zullen ondervinden van de nieuwe interconnector, alsmede met de bevoegde instantie in het derde land wier betrokken infrastructuur gekoppeld is met de nieuwe interconnector teneinde te bewerkstelligen dat met betrekking tot de nieuwe interconnector aan de bij en krachtens deze wet gestelde eisen wordt voldaan. Indien de bevoegde instantie in het derde land niet binnen drie maanden reageert kan Onze Minister een besluit nemen op het verzoek om een ontheffing.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1339,7 +1350,7 @@ b. de bepaling dat ongebruikte capaciteit op de markt moet worden aangeboden en
|
|||
|
||||
**8.** Onze Minister kan voorschriften aan de ontheffing verbinden die betrekking hebben op het beheer en de toedeling van capaciteit, met dien verstande dat deze voorschriften de uitvoering van overeenkomsten voor een lange termijn niet mogen belemmeren.
|
||||
|
||||
**9.** Onze Minister beslist zo spoedig mogelijk op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, doch uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag voor een ontheffing betrekking heeft op een landsgrensoverschrijdend net, wordt de termijn voor het nemen van een besluit gerekend vanaf de datum waarop de laatste van de uit de lidstaten betrokken regulerende instantie een verzoek om ontheffing heeft ontvangen.
|
||||
**9.** Onze Minister beslist zo spoedig mogelijk op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, doch uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag voor een ontheffing betrekking heeft op een interconnector, wordt de termijn voor het nemen van een besluit gerekend vanaf de datum waarop de laatste van de uit de landen betrokken regulerende instantie een verzoek om ontheffing heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**10.** Indien Onze Minister een ontheffing als bedoeld in het eerste lid heeft verleend, stelt hij daarvan onverwijld de Europese Commissie in kennis, onder overlegging van alle van belang zijnde gegevens. Deze gegevens omvatten in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 36, achtste lid, van de richtlijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1355,11 +1366,11 @@ b. de bepaling dat ongebruikte capaciteit op de markt moet worden aangeboden en
|
|||
|
||||
**16.** Het eerste lid is niet van toepassing indien Onze Minister op verzoek van de houder van de ontheffing vaststelt dat vertraging het gevolg is van grote hindernissen die buiten de macht liggen van de persoon aan wie ontheffing is verleend. Onze Minister raadpleegt over dit besluit de Europese Commissie.
|
||||
|
||||
**17.** Onze Minister kan het nemen van een besluit op een aanvraag als bedoeld in het negende lid, laatste volzin, ten hoogste eenmaal met een periode van drie maanden verlengen indien het Agentschap met de verlenging heeft ingestemd.
|
||||
**17.** Onze Minister kan het nemen van een besluit op een aanvraag als bedoeld in het negende lid, laatste volzin, ten hoogste eenmaal met een periode van drie maanden verlengen indien Acer met de verlenging heeft ingestemd.
|
||||
|
||||
### Artikel 18i
|
||||
|
||||
Indien ingevolge artikel 8, eerste lid, van de verordening 713/2009 het Agentschap bevoegd is een besluit te nemen over grensoverschrijdende infrastructuur, is de Autoriteit Consument en Markt hiertoe niet bevoegd.
|
||||
Indien ingevolge artikel 6, tiende lid, van verordening 2019/942 Acer bevoegd is een besluit te nemen over grensoverschrijdende infrastructuur, is de Autoriteit Consument en Markt hiertoe niet bevoegd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.5. Geschillenbeslechting
|
||||
|
||||
|
|
@ -1377,7 +1388,7 @@ Indien ingevolge artikel 8, eerste lid, van de verordening 713/2009 het Agentsch
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
In het geval van een landsgrensoverschrijdend geschil is de Autoriteit Consument en Markt onbevoegd te beslissen op een klacht als bedoeld in artikel 19, als de netbeheerder, het gasopslagbedrijf of het LNG-bedrijf waartegen de klacht is gericht onder de rechtsmacht van een andere lidstaat van de Europese Unie valt.
|
||||
In het geval van een landsgrensoverschrijdend geschil is de Autoriteit Consument en Markt onbevoegd te beslissen op een klacht als bedoeld in artikel 19, als de netbeheerder, de interconnector-beheerder, het gasopslagbedrijf of het LNG-bedrijf waartegen de klacht is gericht onder de rechtsmacht van een andere lidstaat van de Europese Unie valt dan wel voor zover het betreft een interconnector-beheerder, onder de rechtsmacht van een ander land valt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Voorwaarden wijze van gegevensverwerking
|
||||
|
||||
|
|
@ -1606,8 +1617,8 @@ Een gastransportnet dat door een netbeheerder in het kader van de uitoefening va
|
|||
De procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening, is van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. een uitbreiding van het landelijk gastransportnet, voor zover het betreft de van dat net deel uitmakende leidingen met een druk van ten minste 40 bar en een diameter van ten minste 45,7 centimeter, met inbegrip van de aansluitingen op die leidingen;
|
||||
b. de aanleg of uitbreiding van een landsgrensoverschrijdend gastransportnet als bedoeld in artikel 18h, met inbegrip van de aansluitingen op zo’n net;
|
||||
c. een uitbreiding van het landelijk gastransportnet of de aanleg of uitbreiding van een landsgrensoverschrijdend gastransportnet met inbegrip van de aansluitingen op zo’n net, voor zover het een project betreft voor gas dat is opgenomen op de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang, bedoeld in artikel 3, vierde lid, Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1364/2006/EG en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 713/2009, (EG) nr. 714/2009 en (EG) nr. 715/2009 (PbEU 2013, L 115);
|
||||
b. de aanleg of uitbreiding van een interconnector als bedoeld in artikel 18h, met inbegrip van het connectiepunt met deze interconnector;
|
||||
c. een uitbreiding van het landelijk gastransportnet of de aanleg of uitbreiding van een interconnector met inbegrip van het connectiepunt met deze interconnector, voor zover het een project betreft voor gas dat is opgenomen op de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang, bedoeld in artikel 3, vierde lid, Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1364/2006/EG en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 713/2009, (EG) nr. 714/2009 en (EG) nr. 715/2009 (PbEU 2013, L 115);
|
||||
d. de aanleg of uitbreiding van een LNG-installatie met een capaciteit van ten minste 4 miljard m3, met inbegrip van de aansluiting van de installatie op een net.
|
||||
|
||||
**2.** Een gasbedrijf meldt een voornemen tot aanleg of uitbreiding van een net of installatie als bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk schriftelijk aan Onze Minister. Bij ministeriële regeling kan voor het doen van de melding en de daarbij te verstrekken gegevens een formulier worden vastgesteld.
|
||||
|
|
@ -1875,11 +1886,9 @@ c. de termijn waarbinnen, de wijze waarop en de vorm waarin de gegevens en inlic
|
|||
|
||||
### Artikel 52ab
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister is de bevoegde instantie, bedoeld in verordening 994/2010.
|
||||
**1.** Onze Minister is de bevoegde instantie, bedoeld in verordening 2017/1938.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister is belast met de taak, bedoeld in artikel 6, eerste en zevende lid, van verordening 994/2010.
|
||||
|
||||
**3.** Een voorstel of verzoek als bedoeld in artikel 7, eerste en zesde lid, van verordening 994/2010 wordt ingediend bij Onze Minister.
|
||||
**2.** Onze Minister is belast met de taak, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening 2017/1938.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.3a. Consumentenbescherming
|
||||
|
||||
|
|
@ -2015,7 +2024,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 60ac
|
||||
|
||||
De Autoriteit Consument en Markt kan een last onder bestuursdwang opleggen in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet met uitzondering van de artikelen bedoeld in artikel 1c, eerste en tweede lid, dan wel van overtreding van het bepaalde bij of krachtens verordening 715/2009, verordening 994/2010 en verordening 1227/2011.
|
||||
De Autoriteit Consument en Markt kan een last onder bestuursdwang opleggen in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet met uitzondering van de artikelen bedoeld in artikel 1c, eerste en tweede lid, dan wel van overtreding van het bepaalde bij of krachtens verordening 715/2009, verordening 2017/1938 en verordening 1227/2011.
|
||||
|
||||
### Artikel 60ad
|
||||
|
||||
|
|
@ -2024,7 +2033,7 @@ De Autoriteit Consument en Markt kan een last onder bestuursdwang opleggen in ge
|
|||
De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 1h, 2, vijfde en zesde lid, 2a, negende lid, 2b, zevende lid, 3c, derde lid, 4, eerste en tweede lid, 7a, 10, tweede lid en derde lid, onderdeel b, 10Aa, vierde lid, 10Ee, 10f, eerste en tweede lid, 10g, eerste lid, 10l, vijfde lid, 10n, derde en vijfde lid, 12i, derde lid, 13d, elfde lid, 13e, twaalfde en veertiende lid,17a, 18g, vijfde lid, 35b, 35c, 35d, 35e, 39h, eerste lid, 40, tweede lid, 42, 44, tweede en achtste lid, 52a, derde lid, 52d, 56, artikel 66d, eerste en derde lid, 82, eerste en derde lid, en 83, en de artikelen 8, 9 en 15 van verordening 1227/2011, de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder, en
|
||||
b. de artikelen 2b, zevende lid, 2c, tweede en derde lid, 3, eerste lid, 3b, eerste en tweede lid, 3c, eerste en tweede lid, 7, 8, 9a9b, 10, eerste lid, derde lid, onderdeel a, en vierde tot en met zesde lid, 10Aa, eerste tot en met derde lid, 10a, eerste,tweede, derde en achtste lid, 10b, 10c, 10d, eerste tot en met vierde lid, 10e, 10i, 12a, 12b, 12e, eerste lid, 12f, 12g, 13b, 13c, 13d, eerste tot en met vierde lid, 13e, eerste tot en met vierde lid, zesde, zevende en negende lid, 12f, 18g, eerste en derde lid, 23, 24, tweede lid, 25, derde en vierde lid,32, 35a, 37, eerste tot en met derde lid, 39, tweede lid, 40, eerste, derde en vierde lid, 43, eerste lid, 44, eerste en vijfde lid, 44a, 44b eerste, tweede, vijfde en zesde lid, 47, tweede lid, 51, 52b, 60, tweede lid, 63, 66a, 66b, 66c, 72, 73, vierde lid en 85b de artikelen 3, 4 en 5 van verordening 1227/2011 en besluiten die het Agentschap op grond van de artikelen 7, eerste lid, 8, eerste lid, en 9, eerste lid, van verordening 713/2009 heeft genomen, de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de overtreder.
|
||||
b. de artikelen 2b, zevende lid, 2c, tweede en derde lid, 3, eerste lid, 3b, eerste en tweede lid, 3c, eerste en tweede lid, 7, 8, 9a9b, 10, eerste lid, derde lid, onderdeel a, en vierde tot en met zesde lid, 10Aa, eerste tot en met derde lid, 10a, eerste,tweede, derde en achtste lid, 10b, 10c, 10d, eerste tot en met vierde lid, 10e, 10i, 12a, 12b, 12e, eerste lid, 12f, 12g, 13b, 13c, 13d, eerste tot en met vierde lid, 13e, eerste tot en met vierde lid, zesde, zevende en negende lid, 12f, 18g, eerste en derde lid, 23, 24, tweede lid, 25, derde en vierde lid,32, 35a, 37, eerste tot en met derde lid, 39, tweede lid, 40, eerste, derde en vierde lid, 43, eerste lid, 44, eerste en vijfde lid, 44a, 44b eerste, tweede, vijfde en zesde lid, 47, tweede lid, 51, 52b, 60, tweede lid, 63, 66a, 66b, 66c, 72, 73, vierde lid en 85b de artikelen 3, 4 en 5 van verordening 1227/2011 en besluiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van verordening 2019/942, de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de overtreder.
|
||||
|
||||
**2.** De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid, onderdelen a en b, ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2334,7 +2343,7 @@ c. het rekenvolume van elke tariefdrager van elke dienst waarvoor een tarief wor
|
|||
|
||||
Iedere netbeheerder die het transport van gas verricht dat bestemd is voor levering aan afnemers zendt jaarlijks voor 1 oktober aan de Autoriteit Consument en Markt een voorstel voor de tarieven die deze netbeheerder ten hoogste zal berekenen voor het transport van gas aan die afnemers en de dat transport ondersteunende diensten, en voor de taken bedoeld in de artikelen 1i en 10b met inachtneming van:
|
||||
|
||||
a. het uitgangspunt dat de kosten worden toegerekend aan de tariefdragers betreffende de diensten die deze kosten veroorzaken,
|
||||
a. het uitgangspunt dat de kosten worden toegerekend aan de tariefdragers betreffende de diensten die deze kosten veroorzaken, behalve voor zover bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 12 voor de in artikel 12a, onderdeel c, genoemde dienst voor het verzorgen van een aansluiting, een andere kostentoerekening aan tariefdragers betreffende die dienst is toegestaan of voorgeschreven,
|
||||
b. de tariefstructuren vastgesteld op grond van artikel 12f of 12g,
|
||||
c. het bepaalde bij of krachtens artikel 81a,
|
||||
d. de formule:
|
||||
|
|
@ -2499,7 +2508,7 @@ In afwijking van artikel 85a kunnen aandelen van de netbeheerder van het landeli
|
|||
a. ten minste 75 procent van de aandelen van de netbeheerder en de overwegende zeggenschap over de netbeheerder direct of indirect bij de staat blijft,
|
||||
b. de samenwerking tussen de netbeheerder en een buitenlandse instelling wordt bevorderd,
|
||||
c. er sprake is van een aandelenruil die de betrouwbaarheid, betaalbaarheid of duurzaamheid van het gastransportnet ten goede komt en
|
||||
d. de aandelen van de netbeheerder of de groep, bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waar die netbeheerder deel van uitmaakt, komen te berusten bij een instelling die de beheerder is van een net dat een directe verbinding heeft met het landelijke gastransportnet in Nederland of dat door middel van een landsgrensoverschrijdend net met het landelijke gastransportnet is verbonden.
|
||||
d. de aandelen van de netbeheerder of de groep, bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waar die netbeheerder deel van uitmaakt, komen te berusten bij een instelling die de beheerder is van een net dat een directe verbinding heeft met het landelijke gastransportnet in Nederland of dat door middel van een interconnector met het landelijke gastransportnet is verbonden.
|
||||
|
||||
**2.** Het voornemen de aandelen van de netbeheerder direct of indirect te laten berusten bij een buitenlandse instelling of bij de middellijk of onmiddellijk aandeelhouder van die buitenlandse instelling behoeft instemming van beide kamers der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue