diff --git a/wet/wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0018831/README.md b/wet/wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0018831/README.md index db8ec1a07a7..a43ee0b1e35 100644 --- a/wet/wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0018831/README.md +++ b/wet/wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0018831/README.md @@ -528,7 +528,7 @@ c. regels worden gesteld met betrekking tot de beheersing van risico’s die ver ### Artikel 45 -Vervallen +De pensioenuitvoerder sluit, tenzij er geen beroepsgenoten in loondienst zijn, een overeenkomst met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op basis waarvan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de arbeidsongeschiktheid van een deelnemer aan de pensioenuitvoerder meldt. ### Paragraaf 2.2. Informatie en gegevensverstrekking @@ -713,11 +713,16 @@ e. informatie over andere bij algemene maatregel van bestuur te bepalen onderwer **1.** De pensioenuitvoerder verstrekt de informatie, bedoeld in de artikelen 48 tot en met 58, tijdig en de informatie, bedoeld in de artikelen 48 tot en met 56, 57, eerste lid, onderdeel d, tweede tot en met vierde lid, en 58 in duidelijke en begrijpelijke bewoordingen. -**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**2.** De informatie over toeslagverlening, bedoeld in de artikelen 48 tot en met 56, wordt in ieder geval uitgedrukt in een kwalitatieve en beeldende maatstaf. -**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**3.** -**4.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +De in het tweede lid bedoelde maatstaf houdt in ieder geval rekening met: + +a. de verwachtingen ten aanzien van de toekomstige toeslagverlening, zoals deze uit de continuïteitsanalyse volgen en welke onderdeel zijn van de voorwaardelijkheidsverklaring, bedoeld in artikel 103; en +b. de te verwachten toeslagverlening in de pensioenregeling afgezet tegen het minimale percentage van het gemiddelde prijsindexcijfer, bedoeld in artikel 139, eerste lid, onderdeel a. + +**4.** Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van het tweede en derde lid. ### Artikel 60 @@ -893,7 +898,7 @@ b. met ingang van de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat of kan ingaan; waarbij de hoogte van het partnerpensioen maximaal 70 percent bedraagt van het ouderdomspensioen dat na de uitruil resteert. -**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**2.** Indien een beroepspensioenregeling voorziet in een ouderdomspensioen, biedt de pensioenuitvoerder de deelnemer bij beëindiging van de deelneming en in het laatste jaar voor ingang van het ouderdomspensioen standaard de mogelijkheid, genoemd in het eerste lid, aan. **3.** De pensioenuitvoerder waarborgt dat bij gebruikmaking van het keuzerecht geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen door vaststelling van een ruilvoet of opbouwkeuzevoet. @@ -903,11 +908,16 @@ waarbij de hoogte van het partnerpensioen maximaal 70 percent bedraagt van het o **6.** De in het eerste lid omschreven mogelijkheid heeft geen betrekking op het deel van een ouderdomspensioen waarop een recht op uitbetaling rust als bedoeld in artikel 2 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. -**7.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**7.** -**8.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +Indien de deelnemer of gewezen deelnemer niet binnen de door de pensioenuitvoerder gestelde termijn reageert op de keuzemogelijkheid die hem ingevolge het tweede lid in het laatste jaar voor de ingang van het ouderdomspensioen is aangeboden, gaat de pensioenuitvoerder over tot het uitruilen van het ouderdomspensioen in partnerpensioen indien: -**9.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +a. de beroepspensioenregeling niet voorziet in een aanspraak op partnerpensioen vanaf de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat; en +b. de deelnemer of gewezen deelnemer gehuwd is of een geregistreerde partnerrelatie heeft. + +**8.** In de beroepspensioenregeling wordt bepaald wat de verhouding is tussen ouderdomspensioen en partnerpensioen na uitruil als bedoeld in het zevende lid. + +**9.** Indien de uitruil, bedoeld in het zevende lid, ertoe zou leiden dat het ouderdomspensioen op jaarbasis lager wordt dan het op grond van artikel 78 bepaalde bedrag wordt de in het achtste lid bedoelde verhouding tussen ouderdomspensioen en partnerpensioen zodanig aangepast dat het ouderdomspensioen op jaarbasis meer bedraagt dan het op grond van artikel 78 bepaalde bedrag. ### Artikel 74 @@ -967,12 +977,12 @@ e. in het kader van een verrekening van pensioenrechten bij scheiding de waarde **1.** -De pensioenuitvoerder heeft het recht om op zijn vroegst twee jaar na beëindiging van de deelneming pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer af te kopen, indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum minder zal bedragen dan € 400 per 1 januari 2008: € 406,44 per jaar, tenzij: +De pensioenuitvoerder heeft het recht om op zijn vroegst twee jaar na beëindiging van de deelneming pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer af te kopen, indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum minder zal bedragen dan € 400 per 1 januari 2009: € 417,74 per jaar, tenzij: a. dit recht op afkoop in de beroepspensioenregeling en uitvoeringsovereenkomst is beperkt of uitgesloten; of b. de gewezen deelnemer binnen twee jaar na beëindiging van de deelneming een procedure tot waardeoverdracht is gestart. -**2.** Indien de reguliere ingangsdatum van het ouderdomspensioen ligt voor het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn van twee jaar, heeft de pensioenuitvoerder het recht om bij de ingang van het ouderdomspensioen een aanspraak op ouderdomspensioen en eventuele andere aanspraken ten behoeve van de gepensioneerde of zijn nabestaanden af te kopen, indien de uitkering van het ouderdomspensioen op de ingangsdatum minder bedraagt dan € 400 per 1 januari 2008: € 406,44 per jaar. +**2.** Indien de reguliere ingangsdatum van het ouderdomspensioen ligt voor het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn van twee jaar, heeft de pensioenuitvoerder het recht om bij de ingang van het ouderdomspensioen een aanspraak op ouderdomspensioen en eventuele andere aanspraken ten behoeve van de gepensioneerde of zijn nabestaanden af te kopen, indien de uitkering van het ouderdomspensioen op de ingangsdatum minder bedraagt dan € 400 per 1 januari 2009: € 417,74 per jaar. **3.** De pensioenuitvoerder die gebruik wil maken van het in het eerste lid bedoelde recht informeert de gewezen deelnemer over zijn besluit hieromtrent binnen zes maanden na afloop van de periode van twee jaar na beëindiging van de deelneming en gaat over tot de uitbetaling van de afkoopwaarde binnen die termijn van zes maanden.