2012-07-01 | BWBR0013360 | Vuurwerkbesluit

This commit is contained in:
Coornhert 2012-07-01 12:00:00 +00:00
parent 92a988fe6b
commit db49b1dde1

View file

@ -20,13 +20,25 @@ citeertitel: Vuurwerkbesluit
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
- Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- ADR: de op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171);
- bijlage: bij dit besluit behorende bijlage;
- bedrijfsmatig: in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding;
- bestemmingsgrens: grens van het perceel waarop de bouw, vestiging of plaatsing van een kwetsbaar object op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening geëffectueerd of toelaatbaar is;
- beperkt kwetsbaar object:
a. 1°. woning, woonschip of woonwagen van een derde, gelegen op een locatie met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, of
2°. dienst- of bedrijfswoning van een derde;
b. kantoorgebouw, niet zijnde een kwetsbaar object;
c. hotel of restaurant, niet zijnde een kwetsbaar object;
d. winkel, niet zijnde een kwetsbaar object;
e. sporthal, sportterrein, zwembad of speeltuin;
f. kampeerterrein of ander terrein, niet zijnde een kwetsbaar object, bestemd voor recreatieve doeleinden;
g. bedrijfsgebouw, niet zijnde een kwetsbaar object;
h. object dat met een van de onder a tot en met e en g genoemde categorieën beperkt kwetsbare objecten gelijkgesteld kan worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval;
i. object met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, dat wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdient tegen de gevolgen van dat ongeval;
- bestemmingsgrens: grens van het perceel waarop de bouw, vestiging of plaatsing van een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening geëffectueerd of toelaatbaar is;
- bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een omgevingsvergunning voor een inrichting te verlenen, waar consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden opgeslagen of bewerkt;
- bouwstrook: gedeelte van het perceel dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening voor de bouw van een kwetsbaar object is bestemd;
- bouwstrook: gedeelte van het perceel dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening voor de bouw van een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object is bestemd;
- categorie 1, 2, 3 en 4: categorie 1, 2, 3 onderscheidenlijk 4 als bedoeld in artikel 1A.1.3;
- categorie T1 en T2: categorie T1 onderscheidenlijk T2 als bedoeld in artikel 1A.1.3;
- CE-markering: CE-markering, bedoeld in artikel 11 en bijlage IV van de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen;
@ -35,35 +47,43 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- EG-richtlijn pyrotechnische artikelen: richtlijn nr. 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen (PbEU L 154);
- fabrikant: natuurlijke of rechtspersoon die een pyrotechnisch artikel ontwerpt, fabriceert of laat ontwerpen of fabriceren, met de bedoeling het in de handel brengen, onder zijn eigen naam of handelsmerk;
- fop- en schertsvuurwerk: consumentenvuurwerk dat is ingedeeld in categorie 1 alsmede ander, als zodanig bij ministeriële regeling aangewezen consumentenvuurwerk;
- geprojecteerd kwetsbaar object: nog niet aanwezig kwetsbaar object dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening toelaatbaar is;
- importeur: in de Europese Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die in de uitoefening van zijn bedrijf een uit een derde land afkomstig pyrotechnisch artikel voor het eerst op de gemeenschapsmarkt beschikbaar maakt;
- in de handel brengen: voor de eerste keer in de handel van de Europese Gemeenschap beschikbaar stellen, al dan niet tegen betaling, van een afzonderlijk product, met het oog op distributie of gebruik ervan;
- geprojecteerd beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object: nog niet aanwezig beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening toelaatbaar is;
- grondgebied van de Europese Unie: gebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is;
- importeur: op het grondgebied van de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die in de uitoefening van zijn bedrijf een uit een derde land afkomstig pyrotechnisch artikel voor het eerst op de gemeenschapsmarkt beschikbaar maakt;
- in de handel brengen: voor de eerste keer op het grondgebied van de Europese Unie in de handel beschikbaar stellen, al dan niet tegen betaling, van een afzonderlijk product, met het oog op distributie of gebruik ervan;
- inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;
- kwetsbare objecten:
- kwetsbaar object:
a. woningen: gebouwen of afzonderlijke gedeelten van een gebouw die voor bewoning bestemd zijn, met uitzondering van dienst- en bedrijfswoningen die binnen inrichtingen als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2, 3.2.1 of 3A.2.1 zijn gelegen;
b. loodsen, keten of andere soortgelijke bouwwerken, bestemd om te voorzien in een tijdelijke behoefte aan woongelegenheid, dan wel woonwagens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht;
c. woonschepen die uitsluitend of in hoofdzaak voor bewoning bestemd zijn;
d. gebouwen waar dagopvang van minderjarigen plaatsvindt;
e. gebouwen die gebruikt worden door een onderwijsinstelling;
f. ziekenhuizen, verpleeginrichtingen en zorginstellingen;
g. gebouwen of terreinen die in verband met het verrichten van arbeid worden of plegen te worden gebruikt of die daartoe bestemd zijn;
h. winkels, hotels, restaurants en cafés;
i. gebouwen ten behoeve van het belijden van godsdienst of levensovertuiging;
j. gebouwen die worden of plegen te worden gebruikt voor sportieve of recreatieve doeleinden;
k. een voor verblijfsrecreatie bestemd terrein dat als zodanig wordt geëxploiteerd;
l. andere objecten en terreinen die met die onder a tot en met j gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de aard van hun functie of de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven;
m. rijkswegen en spoorwegen;
- NEM: netto explosieve massa, zijnde de totale hoeveelheid pyrotechnische stof of preparaat, met eventuele toevoegingen, in professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
a. woning, woonschip of woonwagen, niet zijnde een beperkt kwetsbaar object;
b. gebouw bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, waartoe in ieder geval behoren:
1°. een ziekenhuis, bejaardenhuis of verpleeghuis,
2°. een school of
3°. een gebouw of een gedeelte daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen;
c. gebouw waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren, waartoe in ieder geval behoren:
1°. een kantoorgebouw of hotel met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m^2,
2°. een complex waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd, waaronder in ieder geval een supermarkt, hypermarkt of warenhuis, met een gezamenlijk bruto vloeroppervlak van meer dan 1000 m^2, of
3°. een winkel, zijnde een supermarkt, hypermarkt of warenhuis, met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m^2;
d. kampeer- of ander recreatieterrein bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;
e. rijksweg of hoofdspoorweg als bedoeld in de Spoorwegwet;
- lidstaat van de Europese Unie: lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
- luchthaven: luchthaven als bedoeld in de Wet luchtvaart;
- NEM: netto explosieve massa, zijnde de totale hoeveelheid pyrotechnische stof of preparaat, met eventuele toevoegingen, in vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
- ontbrandingstoestemming: toestemming als bedoeld in artikel 3B.1, derde lid, onder a;
- persoon met gespecialiseerde kennis: persoon, aangewezen bij artikel 1.1.2a;
- primaire verpakking: verpakking waarin zich meer dan één exemplaar bevindt van eenzelfde type vuurwerk, bedoeld om in zijn geheel aan de particulier ter beschikking te worden gesteld;
- professioneel vuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie 4 alsmede vuurwerk dat is ingedeeld in categorie 2 of 3 en dat niet bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;
- pyrotechnisch artikel: artikel dat explosieve stoffen of een explosief mengsel van stoffen bevat die tot doel hebben warmte, licht, geluid, gas of rook dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren door middel van zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties;
- pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: pyrotechnische artikelen die bestemd zijn voor binnenshuis of buitenshuis plaatsvindend podiumgebruik, met inbegrip van film- en TV-producties of soortgelijke vormen van gebruik;
- theatervuurwerk: met het oog op de opslag ervan door Onze Minister aangewezen pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, ingedeeld in categorie T1 of categorie T2;
- veiligheidsafstand: afstand die met het oog op de kwaliteit van het milieu voor zover het betreft externe veiligheid tenminste moet zijn gelegen tussen een inrichting als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2 en 3.2.1, of een onderdeel van een zodanige inrichting, dan wel een zodanige inrichting waarvoor het geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening verlening van een vergunning voor het bouwen daarvan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht toelaat enerzijds en kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten anderzijds;
- toepassingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;
- veiligheidsafstand: afstand die met het oog op de kwaliteit van het milieu voor zover het betreft externe veiligheid ten minste moet zijn gelegen tussen een inrichting als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 3.2.1 en 3A.2.1, of een onderdeel van een zodanige inrichting, dan wel een zodanige inrichting waarvoor het geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening verlening van een vergunning voor het bouwen daarvan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht toelaat enerzijds en beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten en geprojecteerde beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten anderzijds;
- vuurwerk: pyrotechnische artikelen ter vermaak;
- werkdag: dag, niet zijnde een zondag of algemeen erkende feestdag.
- werkdag: dag, niet zijnde een zondag of algemeen erkende feestdag in de zin van de Algemene termijnenwet;
- woning: gebouw of gedeelte van een gebouw dat voor bewoning is bestemd;
- woonschip: schip dat voor bewoning is bestemd;
- woonwagen: woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.
**2.**
@ -78,7 +98,7 @@ b. bewerken van consumentenvuurwerk: handelingen gericht op het positief beïnvl
Voor de toepassing van de artikelen 1.2.2, eerste tot en met derde lid, 2.1.2, eerste lid2.3.2, 2.3.3, 2.3.4 wordt onder het begrip particulier mede verstaan een exploitant van een bedrijf zonder rechtspersoonlijkheid of een rechtspersoon die:
a. geen inrichting drijft als bedoeld in de artikelen 1.1.4, 2.2.1, 2.2.2 of 3.2.1;
a. geen inrichting drijft als bedoeld in artikel 1.1.4, 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1;
b. geen houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;
c. in het buitenland is gevestigd en wiens bedrijfsmatige activiteit niet bestaat uit het verhandelen van of het tot ontbranding brengen van vuurwerk.
@ -90,7 +110,8 @@ a. verpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief het omhulsel en eventuele verpakking, de
b. onverpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief het omhulsel en eventuele verpakking, detailhandelsverpakking of assortimentverpakking doch exclusief de transportverpakking als bedoeld in het ADR;
c. hoeveelheid consumentenvuurwerk in de bewaarplaats: massa verpakt consumenten-vuurwerk, uitgedrukt in kilogrammen;
d. hoeveelheid consumentenvuurwerk in de bufferbewaarplaats of verkoopruimte: massa verpakt en onverpakt vuurwerk, uitgedrukt in kilogrammen onverpakt vuurwerk;
e. hoeveelheid consumentenvuurwerk in de inrichting: sommatie van de aanwezige hoeveelheid consumentenvuurwerk in de bewaarplaats, de bufferbewaarplaats en de verkoopruimte, uitgedrukt in kilogrammen.
e. hoeveelheid consumentenvuurwerk in de inrichting: sommatie van de aanwezige hoeveelheid consumentenvuurwerk in de bewaarplaats, de bufferbewaarplaats en de verkoopruimte, uitgedrukt in kilogrammen;
f. maatwerkvoorschrift: maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 1.2 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.
**6.** Door de fabrikant voor eigen gebruik vervaardigd vuurwerk waarvan het gebruik op zijn grondgebied door een lidstaat van de Europese Unie is goedgekeurd, wordt niet geacht in de handel te zijn gebracht.
@ -124,9 +145,9 @@ d. vuurwerk waarvoor regels zijn gesteld bij het Warenwetbesluit Speelgoed.
### Artikel 1.1.4
**1.** De artikelen 2.2.1 tot en met 2.2.4 en de artikelen 3.2.1, 3.2.2 en 3A.2.1 zijn niet van toepassing op de opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in inrichtingen waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, voor zover deze plaatsvindt gedurende ten hoogste 48 uur te rekenen vanaf het moment van opslaan en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, met inbegrip van het laden en lossen van de artikelen en de overbrenging daarvan naar een andere tak van vervoer, voor zover daadwerkelijk in aansluitend vervoer is voorzien en het betrokken artikel in de oorspronkelijke verpakking blijft.
**1.** De artikelen 2.2.1, 2.2.3, 3.2.1, 3.2.2 en 3A.2.1 zijn niet van toepassing op de opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in inrichtingen waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, voor zover deze plaatsvindt gedurende ten hoogste 48 uur te rekenen vanaf het moment van opslaan en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, met inbegrip van het laden en lossen van de artikelen en de overbrenging daarvan naar een andere vervoersmodaliteit dan waarlangs de artikelen zijn ontvangen, voor zover daadwerkelijk in aansluitend vervoer is voorzien en het betrokken artikel in de oorspronkelijke verpakking blijft.
**2.** Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde termijn van 48 uur worden zaterdagen, zondagen en officieel erkende feestdagen niet meegerekend.
**2.** Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde termijn van 48 uur worden zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen in de zin van de Algemene termijnenwet niet meegerekend.
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt indien sprake is van opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in containers voor vervoer in een inrichting die is gelegen op een haventerrein van de zeehaven van Amsterdam, Eemshaven, Rotterdam of Vlissingen en waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en voor zover aan de voorwaarden van het eerste lid is voldaan, in plaats van «48 uur» gelezen: twee weken.
@ -147,9 +168,7 @@ b. het aanleggen van gemeenschappelijke criteria voor het regelmatig verzamelen
### Artikel 1.1.8
**1.** Voor de toepassing van dit besluit wordt onder «een lidstaat van de Europese Unie» mede begrepen een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
**2.** Voor de toepassing van dit besluit worden begrepen onder «Europese Gemeenschap»: het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie alsmede het grondgebied van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
Vervallen
### Paragraaf 2. Algemene bepalingen
@ -169,6 +188,16 @@ Vervallen
**5.**
Het is eenieder verboden, teneinde handelingen als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, voor te bereiden of te bevorderen:
a. te trachten een ander te bewegen om die handelingen te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,
b. te trachten zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het verrichten van die handelingen te verschaffen, of
c. voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het verrichten van die handelingen.
**6.** Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik buiten het grondgebied van Nederland te brengen zonder dat het voornemen daartoe met inachtneming van artikel 1.3.2 is gemeld.
**7.**
Van bestemd voor particulier gebruik als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake indien:
a. het tot ontbranding wordt gebracht door een particulier,
@ -192,19 +221,19 @@ Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik buiten
Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voorhanden te hebben buiten een inrichting als bedoeld in:
a. artikel 1.1.4;
b. artikel 2.2.2, 3.2.1 of 3A.2.1 waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk;
b. artikel 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1 waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk;
c. artikel 2.2.1 waarvoor een melding is gedaan krachtens artikel 2.2.4.
**2.**
Het eerste lid is niet van toepassing:
a. tijdens de perioden dat consumentenvuurwerk ingevolge artikel 2.3.2 ter beschikking mag worden gesteld of ingevolge artikel 2.3.6 tot ontbranding mag worden gebracht, indien niet meer dan tien kilogram consumentenvuurwerk voorhanden is;
b. buiten de perioden, bedoeld onder a, indien niet meer dan tien kilogram consumentenvuurwerk voorhanden is op een plaats die niet voor het publiek toegankelijk is;
a. tijdens de perioden dat consumentenvuurwerk ingevolge artikel 2.3.2 ter beschikking mag worden gesteld of ingevolge artikel 2.3.6 tot ontbranding mag worden gebracht, indien niet meer dan 25 kilogram consumentenvuurwerk voorhanden is;
b. buiten de perioden, bedoeld onder a, indien niet meer dan 25 kilogram consumentenvuurwerk voorhanden is op een plaats die niet voor het publiek toegankelijk is;
c. tijdens het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik overeenkomstig artikel 3B.1, alsmede gedurende ten hoogste zestien uur daaraan voorafgaand, met dien verstande dat niet meer vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voorhanden zijn dan redelijkerwijs tot ontbranding zullen worden gebracht;
d. gedurende ten hoogste 12 uur nadat is of zou worden aangevangen met het tot ontbranding van professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik overeenkomstig artikel 3B.1 en het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voorhanden zijn op een plaats die niet voor het publiek toegankelijk is en op een zodanige wijze dat geen gevaar voor personen is te duchten, met dien verstande dat niet meer vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voorhanden zijn dan redelijkerwijs tot ontbranding zouden worden gebracht.
**3.** Gedeputeerde staten van de provincie waarin het professioneel vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht kunnen bij de toestemming, bedoeld in artikel 3B.1, derde lid, onder a, in plaats van de tijdsduur, genoemd in het tweede lid, onder c, een andere tijdsduur vaststellen.
**3.** Gedeputeerde staten van de provincie waarin het professioneel vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht kunnen bij de ontbrandingstoestemming in plaats van de tijdsduur, genoemd in het tweede lid, onder c, een andere tijdsduur vaststellen.
**4.** Het eerste lid is tevens niet van toepassing indien het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden vervoerd overeenkomstig de eisen gesteld bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en met inachtneming van artikel 1.2.5.
@ -227,11 +256,11 @@ c. het in inrichtingen als bedoeld in artikel 1.1.4, eerste lid:
**2.**
Het is verboden verpakt of onverpakt consumentenvuurwerk, anders dan voor eigen gebruik, in een hoeveelheid van meer dan 10 kilogram per vervoermiddel dan wel professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik te vervoeren, tenzij degene die vervoert tijdens dat vervoer schriftelijk kan aantonen door middel van een inschrijvingsbewijs of een vrachtbrief als bedoeld in de artikelen 20 onderscheidenlijk 29 van de Wet goederenvervoer over de weg, dan wel door middel van een cognossement als bedoeld in boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, dat de artikelen zijn bestemd voor een natuurlijk persoon of een rechtspersoon:
Het is verboden verpakt of onverpakt consumentenvuurwerk, anders dan voor eigen gebruik, in een hoeveelheid van meer dan 25 kilogram per vervoermiddel dan wel professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik te vervoeren, tenzij degene die vervoert tijdens dat vervoer schriftelijk kan aantonen door middel van een inschrijvingsbewijs of een vrachtbrief als bedoeld in de artikelen 20 onderscheidenlijk 29 van de Wet goederenvervoer over de weg, dan wel door middel van een cognossement als bedoeld in boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, dat de artikelen zijn bestemd voor een natuurlijk persoon of een rechtspersoon:
a. die ingevolge het bij of krachtens dit besluit bepaalde, dit vuurwerk of deze pyrotechnische artikelen voor theatergebruik mag opslaan,
b. die houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid, of
c. wiens gegevens, als het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik buiten het grondgebied van Nederland worden gebracht, zijn verstrekt bij de melding, bedoeld in artikel 1.3.2, derde lid, onder f.
c. wiens gegevens, als het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik buiten het grondgebied van Nederland worden gebracht, zijn verstrekt bij de melding, bedoeld in artikel 1.3.2, vierde lid, onder f.
### Artikel 1.2.6
@ -266,9 +295,9 @@ c. aan degene aan wie hij het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theaterg
### Artikel 1.3.2
**1.** Degene die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengt, meldt voorafgaand schriftelijk het voornemen hiertoe bij Onze Minister. De melding wordt ten minste drie werkdagen voorafgaand aan het binnen of buiten Nederland brengen van de artikelen gedaan. Indien de melding wordt gedaan op een werkdag voor 12.00 uur wordt in de vorige volzin in plaats van «drie werkdagen» gelezen: twee werkdagen.
**1.** Degene die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengt, meldt voorafgaand elektronisch het voornemen hiertoe bij Onze Minister. De melding wordt ten minste 48 uur voorafgaand aan het binnen of buiten Nederland brengen van de artikelen gedaan.
**2.** In afwijking van het eerste lid is het degene die consumentenvuurwerk in de periode van 15 december tot 1 januari binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengt, toegestaan het voornemen hiertoe ten minste 24 uur van te voren schriftelijk bij Onze Minister te melden.
**2.** In afwijking van het eerste lid is het degene die consumentenvuurwerk in de periode van 15 december tot 1 januari binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengt, toegestaan het voornemen hiertoe ten minste 24 uur van te voren elektronisch bij Onze Minister te melden.
**3.** In afwijking van het eerste lid is het binnen 24 uur nadat is of zou worden aangevangen met het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik overeenkomstig artikel 3B.1, toegestaan de resterende artikelen buiten het grondgebied van Nederland te brengen zonder voorafgaande melding, met dien verstande dat binnen een werkdag na het buiten het grondgebied van Nederland brengen van de artikelen, door degene die de artikelen buiten Nederland heeft gebracht een melding aan Onze Minister wordt gedaan.
@ -278,15 +307,17 @@ Bij de melding worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
a. de naam en het adres van degene die het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengt;
b. de voorziene plaats waar, de datum en het verwachte tijdstip, waarop het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik binnen of buiten het grondgebied van Nederland worden gebracht;
c. of het consumenten- of professioneel vuurwerk dan wel pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel, de CE-markering, het productiejaar, het type vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, de NEM, per artikelnummer de hoeveelheid verpakt vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen of het gewicht per verpakkingseenheid in kilogrammen en indien van toepassing het containernummer waarin het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zich bevinden;
c. of het consumenten- of professioneel vuurwerk dan wel pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel, de CE-markering, het type vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, de NEM, per artikelnummer de hoeveelheid verpakt vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen of het gewicht per verpakkingseenheid in kilogrammen en indien van toepassing het containernummer waarin het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zich bevinden;
d. de voorziene datum waarop en de plaats waar het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden gelost of overgeladen en, indien de artikelen aansluitend aan het binnen het grondgebied van Nederland brengen tot ontbranding worden gebracht, de plaats van die ontbranding;
e. bij binnen het grondgebied van Nederland brengen het land van productie, de naam van de onderneming die het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik geproduceerd heeft, de naam en het adres van degene bij wie de artikelen worden opgeslagen, en de naam en het adres van degene voor wie de artikelen zijn bestemd;
f. bij buiten het grondgebied van Nederland brengen de naam en het adres van degene voor wie het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zijn bestemd, en het adres van degene bij wie de artikelen worden afgeleverd in het buitenland.
**5.** De melding dient te worden gedaan op een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door Onze Minister.
**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop een melding langs elektronische weg wordt gedaan.
**6.** Afwijking van de gemelde gegevens wordt voorafgaand aan het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik terstond aan Onze Minister gemeld.
**7.** Voor de berekening van de periode van 48 uur, bedoeld in het eerste lid, worden uren die vallen op een dag, niet zijnde een werkdag, niet meegerekend.
### Paragraaf 4. Ter beschikking stellen en registreren
### Artikel 1.4.1
@ -298,9 +329,9 @@ Degene die:
a. consumentenvuurwerk aan een groothandelaar ter beschikking stelt, of
b. professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aan een ander ter beschikking stelt,
meldt voordat de terbeschikkingstelling plaatsvindt schriftelijk het voornemen hiertoe bij Onze Minister. De melding wordt gedaan op een werkdag en ten minste drie werkdagen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling van het de artikelen. Indien de melding wordt gedaan op een werkdag voor 12.00 uur wordt in de vorige volzin in plaats van «drie werkdagen» gelezen: twee werkdagen.
meldt voordat de terbeschikkingstelling plaatsvindt elektronisch het voornemen hiertoe bij Onze Minister. De melding wordt gedaan ten minste 48 uur voorafgaand aan de terbeschikkingstelling van de artikelen.
**2.** In afwijking van het eerste lid is het degene die consumentenvuurwerk in de periode van 15 december tot 1 januari ter beschikking stelt toegestaan het voornemen hiertoe ten minste 24 uur van te voren schriftelijk bij Onze Minister te melden.
**2.** In afwijking van het eerste lid is het degene die consumentenvuurwerk in de periode van 15 december tot 1 januari ter beschikking stelt toegestaan het voornemen hiertoe ten minste 24 uur van te voren elektronisch bij Onze Minister te melden.
**3.**
@ -309,9 +340,11 @@ Bij de melding worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
a. de naam en het adres van degene die ter beschikking stelt,
b. de naam en het adres van degene aan wie ter beschikking wordt gesteld,
c. de datum waarop de artikelen ter beschikking worden gesteld, en de plaats waar deze worden opgeslagen, en
d. of het consumenten- of professioneel vuurwerk dan wel pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel, de CE-markering, het productiejaar, het type vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik, de NEM en per artikelnummer de hoeveelheid vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen.
d. of het consumenten- of professioneel vuurwerk dan wel pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel, de CE-markering, het type vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik, de NEM en per artikelnummer de hoeveelheid vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen.
**4.** De melding dient te worden gedaan op een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door Onze Minister.
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop een melding langs elektronische weg wordt gedaan.
**5.** Voor de berekening van de periode van 48 uur, bedoeld in het eerste lid, worden uren die vallen op een dag, niet zijnde een werkdag, niet meegerekend.
### Artikel 1.4.2
@ -319,18 +352,18 @@ d. of het consumenten- of professioneel vuurwerk dan wel pyrotechnische artikele
Degene die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik vervaardigt, binnen het grondgebied van Nederland brengt, of voor handelsdoeleinden voorhanden heeft, registreert:
a. of het consumenten- of professioneel vuurwerk dan wel pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel, en het productiejaar;
a. of het consumenten- of professioneel vuurwerk dan wel pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft, en het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel;
b. de hoeveelheid verpakt vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen die per afnemer ter beschikking is gesteld.
**2.** Artikel 3, eerste en derde lid, van het Administratiebesluit milieugevaarlijke stoffen en preparaten is van overeenkomstige toepassing op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b.
**3.** In afwijking van het eerste lid, onder b, registreert degene die bedrijfsmatig consumentenvuurwerk ter beschikking stelt aan particulieren, de totale hoeveelheid vuurwerk uitgedrukt in kilogrammen verpakt vuurwerk die per dag aan particulieren ter beschikking is gesteld.
**3.** Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op degene die bedrijfsmatig consumentenvuurwerk ter beschikking stelt aan particulieren.
### Artikel 1.4.3
**1.**
Degene die een inrichting drijft als bedoeld in artikel 1.1.4, 2.2.1, 2.2.2, 3.2.1 of 3A.2.1 draagt er zorg voor dat burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting is gelegen, en de commandant van de regionale brandweer, bij de toegang tot de inrichting direct toegang hebben tot in ieder geval de volgende actuele gegevens:
Degene die een inrichting drijft als bedoeld in artikel 1.1.4, 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1 draagt er zorg voor dat burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting is gelegen, en het bestuur van de regionale brandweer, bij de toegang tot de inrichting direct toegang hebben tot in ieder geval de volgende actuele gegevens:
a. de classificatie van het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik volgens het ADR en de opgeslagen hoeveelheid verpakt en onverpakt vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen;
b. informatie over de mate waarin de opgeslagen artikelen gevoelig zijn voor blusmiddelen;
@ -340,7 +373,18 @@ c. de plaats waar de artikelen binnen de inrichting zijn opgeslagen.
### Artikel 1.4.4
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
Degene die een inrichting drijft als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, draagt er zorg voor dat op 1 februari van elk jaar binnen de inrichting een overzicht aanwezig is van:
a. de hoeveelheid ingekocht consumentenvuurwerk in de voorgaande 12 maanden;
b. de hoeveelheid verkocht consumentenvuurwerk in de voorgaande 12 maanden;
c. de hoeveelheid afgevoerd consumentenvuurwerk in de voorgaande 12 maanden;
d. de hoeveelheid opgeslagen consumentenvuurwerk.
Hij bewaart het overzicht gedurende een periode van ten minste 7 jaar vanaf de hiervoor genoemde datum in het jaar waarin het overzicht is opgesteld.
**2.** De hoeveelheid, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in kilogrammen onverpakt vuurwerk.
## Hoofdstuk 1a. In de handel brengen
@ -357,7 +401,7 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *bijlage II van de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen:* bijlage II bij de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen, naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld, voor zover het betreft de in het tweede lid genoemde onderdelen van de bijlage, en bijlage II bij de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen voor de overige onderdelen van de bijlage;
- *conformiteitsbeoordelingsprocedure:* procedure als bedoeld in bijlage II van de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen;
- *fundamentele veiligheidseisen:* fundamentele veiligheidseisen, bedoeld in bijlage I van de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen;
- *geharmoniseerde norm:* Europese norm die op basis van een mandaat van de Commissie van de Europese Gemeenschappen door een Europees normalisatie-instituut is goedgekeurd overeenkomstig de in richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (*PB L 204)* vastgestelde procedures;
- *geharmoniseerde norm:* Europese norm die op basis van een mandaat van de Europese Commissie door een Europees normalisatie-instituut is goedgekeurd overeenkomstig de in richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (*PB L 204)* vastgestelde procedures;
- *module B, C, D, E, G en H:* module B, C, D, E, G en H als bedoeld in bijlage II van de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen.
**2.**
@ -409,7 +453,7 @@ De fabrikant zorgt ervoor dat vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theaterg
**1.** De importeur van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zorgt ervoor dat de fabrikant aan zijn verplichtingen uit hoofde van dit besluit heeft voldaan of neemt deze verplichtingen op zich.
**2.** Het eerste lid is van toepassing wanneer de fabrikant niet is gevestigd in de Europese Gemeenschap.
**2.** Het eerste lid is van toepassing wanneer de fabrikant niet is gevestigd op het grondgebied van de Europese Unie.
### Artikel 1A.1.6
@ -439,7 +483,7 @@ Distributeurs nemen de nodige zorgvuldigheid in acht. Met name vergewissen zij z
**1.** Artikel 1A.2.1 is niet van toepassing op vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van EG-richtlijn pyrotechnische artikelen en die worden getoond en gebruikt op handelsbeurzen, tentoonstellingen en demonstraties voor de marketing van pyrotechnische artikelen, mits is voldaan aan het bepaalde in het derde lid.
**2.** Pyrotechnische artikelen als bedoeld in het eerste lid mogen pas verkocht worden nadat ze door de fabrikant, wanneer die is gevestigd in de Europese Gemeenschap, of door de importeur in overeenstemming zijn gebracht met de bepalingen van de in het eerste lid genoemde richtlijn.
**2.** Pyrotechnische artikelen als bedoeld in het eerste lid mogen pas verkocht worden nadat ze door de fabrikant, wanneer die is gevestigd op het grondgebied van de Europese Unie, of door de importeur in overeenstemming zijn gebracht met de bepalingen van de in het eerste lid genoemde richtlijn.
**3.**
@ -478,7 +522,7 @@ c) de algehele productkwaliteitsborging (module H), voor zover het gaat om vuurw
**1.** Indien module B is toegepast, brengt de fabrikant de aangemelde instantie die de technische documentatie betreffende de verklaring van EG-typeonderzoek in haar bezit heeft, op de hoogte van alle wijzigingen van het goedgekeurde artikel die aanvullend moeten worden goedgekeurd als die wijzigingen invloed hebben op de overeenstemming met de fundamentele voorschriften of de voorgeschreven gebruiksvoorwaarden van het artikel. Deze aanvullende goedkeuring wordt gegeven in de vorm van een bijvoegsel bij de oorspronkelijke verklaring van EG-typeonderzoek.
**2.** Samen met de technische documentatie houdt de fabrikant kopieën van de verklaringen van EG-typeonderzoek en de bijvoegsels bij gedurende ten minste tien jaar vanaf de laatste fabricagedatum van het desbetreffende artikel. Indien de fabrikant niet in de Europese Gemeenschap is gevestigd, rust de verplichting om de technische documentatie ter beschikking te houden bij de importeur of een andere persoon die het product in de handel brengt.
**2.** Samen met de technische documentatie houdt de fabrikant kopieën van de verklaringen van EG-typeonderzoek en de bijvoegsels bij gedurende ten minste tien jaar vanaf de laatste fabricagedatum van het desbetreffende artikel. Indien de fabrikant niet op het grondgebied van de Europese Unie is gevestigd, rust de verplichting om de technische documentatie ter beschikking te houden bij de importeur of een andere persoon die het product in de handel brengt.
### Artikel 1A.3.4
@ -490,7 +534,7 @@ c) de algehele productkwaliteitsborging (module H), voor zover het gaat om vuurw
**1.** Indien module C is toegepast, neemt de fabrikant de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces garandeert dat het gefabriceerde artikel overeenstemt met het type dat is beschreven in de verklaring van EG-typeonderzoek en met de fundamentele veiligheidseisen van de richtlijn.
**2.** De fabrikant houdt een kopie van de verklaring van overeenstemming bij gedurende ten minste tien jaar vanaf de laatste fabricagedatum van het desbetreffende artikel. Indien de fabrikant niet in de Europese Gemeenschap is gevestigd, rust de verplichting om de technische documentatie ter beschikking te houden bij de persoon die het artikel in de handel brengt.
**2.** De fabrikant houdt een kopie van de verklaring van overeenstemming bij gedurende ten minste tien jaar vanaf de laatste fabricagedatum van het desbetreffende artikel. Indien de fabrikant niet op het grondgebied van de Europese Unie is gevestigd, rust de verplichting om de technische documentatie ter beschikking te houden bij de persoon die het artikel in de handel brengt.
### Artikel 1A.3.6
@ -577,7 +621,7 @@ Het is verboden andere markeringen op pyrotechnische artikelen aan te brengen in
a. zij tot onduidelijkheid kunnen leiden ten aanzien van de betekenis en de vorm van de CE-markering, en
b. de zichtbaarheid en de leesbaarheid van de CE-markering daardoor in het gedrang komen.
**5.** Indien de pyrotechnische artikelen onderworpen zijn aan andere wetgeving van de Europese Gemeenschap die betrekking heeft op andere aspecten van de CE-markering en een CE-markering voorschrijft, geeft deze markering aan dat deze artikelen ook geacht worden aan de bepalingen van de andere toepasselijke wetgeving te voldoen.
**5.** Indien de pyrotechnische artikelen tevens vallen onder de reikwijdte van andere bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie die een CE-markering voorschrijven dan de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen, geeft deze markering aan dat deze artikelen ook geacht worden aan de bepalingen van de andere toepasselijke wetgeving te voldoen.
### Paragraaf 5. Aangewezen instantie
@ -625,7 +669,7 @@ De aangewezen instantie beschikt over een behoorlijke administratie waarin de ge
**2.** Onze Minister trekt de aanwijzing in elk geval in indien is gebleken dat de instantie niet of niet langer voldoet aan de minimumcriteria, opgenomen in bijlage III van de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen.
**3.** Onze Minister stelt de andere lidstaten van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen onverwijld op de hoogte van het intrekken van de aanwijzing.
**3.** Onze Minister stelt de andere lidstaten van de Europese Unie en de Europese Commissie onverwijld op de hoogte van het intrekken van de aanwijzing.
### Artikel 1A.5.8
@ -639,7 +683,7 @@ De aangewezen instantie beschikt over een behoorlijke administratie waarin de ge
### Artikel 2.1.1
Bij regeling van Onze Minister wordt vuurwerk aangewezen als consumentenvuurwerk. De aanwijzing geschiedt aan de hand van de aard, samenstelling, constructie en eigenschappen van het vuurwerk.
Bij regeling van Onze Minister wordt vuurwerk aangewezen dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. De aanwijzing geschiedt aan de hand van de aard, samenstelling, constructie en eigenschappen van het vuurwerk.
### Artikel 2.1.2
@ -656,9 +700,9 @@ Consumentenvuurwerk is voorzien van:
a. de aanduiding: Geschikt voor particulier gebruik;
b. een vermelding of afbeelding van de soort van het vuurwerk waaruit duidelijk blijkt wat de te verwachten effecten tijdens het functioneren zijn;
c. de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de fabrikant;
d. indien de fabrikant niet is gevestigd in de Europese Gemeenschap: de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de importeur;
e. indien de importeur niet in Nederland is gevestigd: de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de distributeur;
f. de naam en het type van het artikel, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het vuurwerk en het productiejaar van het vuurwerk;
d. indien de fabrikant niet is gevestigd op het grondgebied van de Europese Unie: de naam van de fabrikant, de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de importeur;
e. indien de importeur niet in Nederland is gevestigd: de naam van de fabrikant, de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de distributeur;
f. de naam en het type van het artikel, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het vuurwerk en, voor zover het vuurwerk betreft dat is ingedeeld in categorie 3, het productiejaar van het vuurwerk;
g. de minimumleeftijd voor het verkopen of anderszins ter beschikking stellen van het consumentenvuurwerk, bedoeld in artikel 2.3.5;
h. de categorie, bedoeld in artikel 1A.1.3, waartoe het consumentenvuurwerk behoort;
i. de NEM;
@ -692,59 +736,40 @@ Het is verboden vuurwerk dat niet voldoet aan de ter uitwerking van dit besluit
### Artikel 2.2.1
**1.** Degene die een inrichting drijft, waar ten hoogste 1 000 kilogram consumentenvuurwerk wordt opgeslagen of herverpakt, voldoet aan de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 1, onder A, B en C, en aan de veiligheidsafstanden die van toepassing zijn ingevolge bijlage 3. Degene die de inrichting drijft draagt er zorg voor dat de voorschriften worden nageleefd.
**1.** Degene die een inrichting drijft, waar consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, herverpakt of bewerkt, voldoet aan de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 1, onder A, B en C, en aan de veiligheidsafstanden die van toepassing zijn ingevolge bijlage 3. Degene die de inrichting drijft draagt er zorg voor dat de voorschriften worden nageleefd.
**2.** Indien een inrichting tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort, niet uitsluitend omdat daarin vuurwerk wordt opgeslagen, geldt een voor de inrichting krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleende vergunning ook voor het oprichten, in werking hebben of veranderen van de inrichting, dan wel het veranderen van de werking daarvan, voor zover dit oprichten, in werking hebben of veranderen dan wel veranderen van de werking betrekking heeft op het opslaan van vuurwerk.
**2.** Indien een inrichting tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort, niet uitsluitend omdat daarin vuurwerk wordt opgeslagen, geldt een voor de inrichting verleende omgevingsvergunning ook voor het oprichten, in werking hebben of veranderen van de inrichting, dan wel het veranderen van de werking daarvan, voor zover dit oprichten, in werking hebben of veranderen dan wel veranderen van de werking betrekking heeft op het opslaan van vuurwerk.
### Artikel 2.2.2
**1.**
Degene die een inrichting drijft waar:
a. meer dan 1 000 kilogram consumentenvuurwerk wordt opgeslagen of herverpakt, of
b. consumentenvuurwerk wordt bewerkt,
voldoet aan de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 1 onder A, B en D en aan de veiligheidsafstanden die van toepassing zijn ingevolge bijlage 3.
**2.** Degene die de inrichting drijft draagt er zorg voor dat de voorschriften worden nageleefd.
Vervallen
### Artikel 2.2.3
**1.**
**1.** Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen met betrekking tot een in bijlage 1, onder B, opgenomen voorschrift, voor zover dat bij het voorschrift is aangegeven.
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen met betrekking tot de in bijlage 1, onder B, opgenomen voorschriften ten aanzien van:
**2.** De maatwerkvoorschriften gelden voor een ieder die de inrichting drijft. Deze draagt er zorg voor dat de maatwerkvoorschriften worden nageleefd.
a. de bereikbaarheid en de toegankelijkheid van ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn, als bedoeld in voorschrift 1.8;
b. de wijze waarop verpakt of onverpakt vuurwerk wordt opgeslagen, bedoeld in voorschrift 5.6;
c. bouwkundige voorzieningen als bedoeld in voorschrift 6.3;
d. de interne afstanden binnen de inrichting teneinde domino-effecten te voorkomen, bedoeld in voorschrift 6.4.
**3.** Het bevoegd gezag stelt het bestuur van de regionale brandweer binnen wiens gebied de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking waarbij een maatwerkvoorschrift wordt gesteld.
**2.** De nadere eisen gelden voor een ieder die de inrichting drijft. Deze draagt er zorg voor dat de nadere eisen worden nageleefd.
**3.** Het bevoegd gezag kan nadere eisen wijzigen of aanvullen in het belang van de bescherming van het milieu, of wijzigen of intrekken indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
**4.** Het bevoegd gezag stelt de commandant van de regionale brandweer binnen wiens gebied de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking waarbij de nadere eis wordt gesteld.
**5.** Van de beschikking wordt mededeling gedaan door kennisgeving in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
**6.** Een afschrift van de beschikking wordt door het bevoegd gezag gezonden aan Onze Minister.
**4.** Van de beschikking wordt mededeling gedaan door kennisgeving in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
### Artikel 2.2.4
**1.** Degene die een inrichting, als bedoeld in artikel 2.2.1, opricht, meldt dit ten minste vier weken voor de oprichting schriftelijk aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag zendt onverwijld een afschrift van de melding aan de commandant van de regionale brandweer.
**1.** Degene die een inrichting opricht waar minder dan 10.000 kilogram consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, meldt dit ten minste vier weken voor de oprichting schriftelijk aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag zendt onverwijld een afschrift van de melding aan Onze Minister en aan het bestuur van de regionale brandweer. De verzending van het afschrift aan Onze Minister geschiedt langs elektronische weg. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het afschrift wordt verzonden.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het veranderen van een inrichting, als bedoeld in artikel 2.2.1, en het veranderen van de werking daarvan.
**3.**
Bij de melding worden vermeld:
Bij de meldingen worden vermeld:
a. het adres van de inrichting;
b. de naam en het adres van degene die de inrichting opricht dan wel verandert of de werking daarvan verandert, en, indien dit iemand anders is, van degene die de inrichting drijft of zal drijven;
c. de aard en omvang van de activiteiten of processen in de inrichting;
d. de indeling en de uitvoering van de inrichting;
e. het tijdstip waarop de inrichting of de verandering daarvan in werking zal worden gebracht, dan wel de verandering van de werking daarvan verwezenlijkt zal zijn.
a. het adres en het nummer waaronder de inrichting bij de Kamer van Koophandel is ingeschreven,
b. de naam en het adres van degene die de inrichting opricht dan wel verandert of de werking daarvan verandert, en, indien dit iemand anders is, van degene die de inrichting drijft of zal drijven,
c. de aard en omvang van de activiteiten en processen in de inrichting, waaronder de hoeveelheid consumentenvuurwerk in opslag, uitgedrukt in kilogrammen verpakt vuurwerk per (buffer)bewaarplaats,
d. de indeling en de uitvoering van de inrichting, waarbij de grenzen van het terrein van de inrichting, de ligging en de indeling van de gebouwen, en de functie van de te onderscheiden ruimten worden aangegeven,
e. een situatieschets met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de ligging van de inrichting ten opzichte van de omgeving is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl, en
f. het tijdstip waarop de inrichting of de verandering daarvan in werking zal worden gebracht, dan wel de verandering van de werking daarvan verwezenlijkt zal zijn.
**4.** De in het derde lid vermelde gegevens behoeven niet te worden verstrekt indien degene die de inrichting drijft, deze gegevens reeds aan het bevoegd gezag heeft verschaft en het bevoegd gezag geacht kan worden over die gegevens te beschikken.
@ -760,8 +785,8 @@ Het bevoegd gezag zendt een afschrift van een melding als bedoeld in artikel 2.2
Het is verboden consumentenvuurwerk voor handelsdoeleinden ter beschikking te stellen aan een ander dan:
a. degene die een inrichting drijft als bedoeld in de artikelen 2.2.1 en 2.2.2;
b. een in het buitenland gevestigde ondernemer wiens bedrijfsmatige activiteit bestaat uit het verhandelen van vuurwerk.
a. degene die een inrichting drijft als bedoeld in artikel 2.2.1;
b. een in het buitenland gevestigde ondernemer wiens bedrijfsmatige activiteit bestaat uit het verhandelen van vuurwerk en die gerechtigd is het vuurwerk op te slaan of te bewerken, dan wel, indien de betrokken persoon het vuurwerk tot ontbranding zal brengen, gerechtigd is het vuurwerk tot ontbranding te brengen.
### Artikel 2.3.2
@ -771,11 +796,11 @@ b. een in het buitenland gevestigde ondernemer wiens bedrijfsmatige activiteit b
### Artikel 2.3.3
Het is verboden per levering meer dan tien kilogram consumentenvuurwerk aan een particulier ter beschikking te stellen.
Het is verboden per levering meer dan 25 kilogram consumentenvuurwerk aan een particulier ter beschikking te stellen. Voor de bepaling van de hoeveelheid consumentenvuurwerk wordt uitgegaan van het gewicht van het vuurwerk als zijnde onverpakt.
### Artikel 2.3.4
Het is verboden consumentenvuurwerk aan een particulier bedrijfsmatig ter beschikking te stellen op een andere plaats dan een verkoopruimte die voldoet aan de in bijlage 1 gestelde voorschriften en de door het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 2.2.3 gestelde nadere eisen.
Het is verboden consumentenvuurwerk aan een particulier bedrijfsmatig ter beschikking te stellen op een andere plaats dan een verkoopruimte die voldoet aan de in bijlage 1 gestelde voorschriften en de door het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 2.2.3 gestelde maatwerkvoorschriften.
### Artikel 2.3.5
@ -789,7 +814,7 @@ Voor zover het betreft categorie 3: 18 jaar.
### Artikel 2.3.6
Het is verboden consumentenvuurwerk, anders dan bedrijfsmatig, tot ontbranding te brengen op een ander tijdstip dan tussen 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar.
Het is verboden vuurwerk, anders dan bedrijfsmatig, tot ontbranding te brengen op een ander tijdstip dan tussen 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar.
### Artikel 2.3.7
@ -808,9 +833,9 @@ Professioneel vuurwerk is voorzien van:
a. de aanduiding: Niet geschikt voor particulier gebruik;
b. een vermelding of afbeelding van de soort van het vuurwerk waaruit duidelijk blijkt wat de te verwachten effecten tijdens het functioneren zijn;
c. de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de fabrikant;
d. indien de fabrikant niet is gevestigd in de Europese Gemeenschap: de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de importeur;
e. indien de importeur niet in Nederland is gevestigd: de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de distributeur;
f. de naam en het type van het artikel, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het vuurwerk en het productiejaar van het vuurwerk;
d. indien de fabrikant niet is gevestigd op het grondgebied van de Europese Unie: de naam van de fabrikant, de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de importeur;
e. indien de importeur niet in Nederland is gevestigd: de naam van de fabrikant, de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de distributeur;
f. de naam en het type van het artikel, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het vuurwerk en, voor zover het vuurwerk betreft dat is ingedeeld in categorie 3 of 4, het productiejaar van het vuurwerk;
g. de categorie, bedoeld in artikel 1A.1.3, waartoe het professionele vuurwerk behoort;
h. de NEM;
i. een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en omstanders kan ontstaan.
@ -827,7 +852,7 @@ voor zover het betreft categorie 4: «uitsluitend door personen met gespecialise
**3.** Het eerste en tweede lid gelden niet voor professioneel vuurwerk van geringe afmeting, mits dat vuurwerk zich in een verpakking bevindt waarop de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens zijn aangebracht.
**4.** De aanduiding en de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn in de Nederlandse taal gesteld, zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar.
**4.** De aanduiding en de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn in de Nederlandse, Duitse, Engelse of Franse taal gesteld, zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar.
**5.** In afwijking van het vierde lid worden de aanduiding en de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, op professioneel vuurwerk dat zal worden verkocht in een andere lidstaat van de Europese Unie, gesteld in de officiële taal of talen van het desbetreffende land.
@ -857,24 +882,13 @@ Vervallen
### Artikel 3.2.2
**1.**
**1.** Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen met betrekking tot een in bijlage 2, onder B, opgenomen voorschrift, voor zover dat bij het voorschrift is aangegeven.
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen met betrekking tot de in bijlage 2, onder B, opgenomen voorschriften ten aanzien van:
**2.** De maatwerkvoorschriften gelden voor een ieder die de inrichting drijft. Deze draagt er zorg voor dat de maatwerkvoorschriften worden nageleefd.
a. de wijze waarop verpakt of onverpakt vuurwerk wordt opgeslagen, bedoeld in voorschrift 1.9;
b. de interne afstanden binnen de inrichting teneinde domino-effecten te voorkomen, bedoeld in voorschrift 1.13;
c. de compartimentering van de opslag van stoffen en voorwerpen uit verschillende compatibiliteitsgroepen, bedoeld in voorschrift 3.15 in één ruimte;
d. de wijze waarop bij een eventuele brand alarm moet worden geslagen, bedoeld in voorschrift 5.2.
**3.** Het bevoegd gezag stelt het bestuur van de regionale brandweer binnen wiens gebied de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, in de gelegenheid advies uit te brengen over het voorgenomen maatwerkvoorschrift.
**2.** De nadere eisen gelden voor een ieder die de inrichting drijft. Deze draagt er zorg voor dat de nadere eisen worden nageleefd.
**3.** Het bevoegd gezag kan nadere eisen wijzigen of aanvullen in het belang van de bescherming van het milieu, of wijzigen of intrekken indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
**4.** Het bevoegd gezag stelt de commandant van de regionale brandweer binnen wiens gebied de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking waarbij de nadere eis wordt gesteld.
**5.** Van de beschikking wordt mededeling gedaan door kennisgeving in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
**6.** Een afschrift van de in het eerste lid bedoelde beschikking wordt door het bevoegd gezag gezonden aan Onze Minister.
**4.** Van de beschikking wordt mededeling gedaan door kennisgeving in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
### Artikel 3.2.3
@ -901,7 +915,7 @@ Het bevoegd gezag zendt een afschrift van een verleende omgevingsvergunning aan
**1.** Het is verboden professioneel vuurwerk aan een ander ter beschikking te stellen.
**2.** Het verbod geldt niet voor het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk aan een persoon met gespecialiseerde kennis.
**2.** Het verbod geldt niet voor het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk aan een persoon met gespecialiseerde kennis die gerechtigd is het vuurwerk op te slaan of te bewerken, dan wel, indien de betrokken persoon het vuurwerk tot ontbranding zal brengen, gerechtigd is het vuurwerk tot ontbranding te brengen.
### Artikel 3.3.2
@ -940,9 +954,9 @@ Pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zijn voorzien van:
a. de aanduiding: Niet geschikt voor particulier gebruik;
b. een vermelding of afbeelding van de soort van het artikel waaruit duidelijk blijkt wat de te verwachten effecten tijdens het functioneren zijn;
c. de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de fabrikant;
d. indien de fabrikant niet is gevestigd in de Europese Gemeenschap: de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de importeur;
e. indien de importeur niet in Nederland is gevestigd: de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de distributeur;
f. De naam en het type van het artikel, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel en het productiejaar van het artikel;
d. indien de fabrikant niet is gevestigd op het grondgebied van de Europese Unie: de naam van de fabrikant, de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de importeur;
e. indien de importeur niet in Nederland is gevestigd: de naam van de fabrikant, de naam, de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de distributeur;
f. De naam en het type van het artikel en het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel;
g. de categorie, bedoeld in artikel 1A.1.3, waartoe het artikel behoort;
h. de NEM;
i. een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en omstanders kan ontstaan.
@ -951,7 +965,7 @@ i. een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en waarschuwingen dat bij he
**3.** Het eerste en tweede lid gelden niet voor pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van geringe afmeting, mits die artikelen zich in een verpakking bevinden waarop de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens zijn aangebracht.
**4.** De aanduiding en de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn in de Nederlandse taal gesteld, zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar.
**4.** De aanduiding en de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn in de Nederlandse, Duitse, Engelse of Franse taal gesteld, zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar.
**5.** In afwijking van het vierde lid worden de aanduiding en de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, op pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die zullen worden verkocht in een andere lidstaat van de Europese Unie gesteld in de officiële taal of talen van het desbetreffende land.
@ -973,7 +987,7 @@ i. een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en waarschuwingen dat bij he
**2.** In afwijking van het eerste lid voldoet degene die een inrichting drijft waar theatervuurwerk al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk worden opgeslagen, aan de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 1 en aan de veiligheidsafstanden die van toepassing zijn ingevolge bijlage 3.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien er sprake is van opslag van uitsluitend theatervuurwerk in een hoeveelheid van ten hoogste 25 kilogram en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer van toepassing is op die opslag of aan de vergunning, bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, een voorschrift is verbonden, waarvan de inhoud overeenkomt met voorschrift 2.1.3 van de bijlage, onder B, bij dat besluit.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien er sprake is van opslag van uitsluitend theatervuurwerk in een hoeveelheid van ten hoogste 25 kilogram en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer van toepassing is op die opslag of aan de omgevingsvergunning, een voorschrift is verbonden, waarvan de inhoud overeenkomt met artikel 4.11 van de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.
**4.** Voor de bepaling van de hoeveelheid artikelen, bedoeld in het derde lid, wordt uitgegaan van het gewicht van de artikelen als zijnde onverpakt.
@ -989,7 +1003,7 @@ De artikelen 3.2.2, 3.2.3 en 3.2.4 zijn van overeenkomstige toepassing.
**1.** Het is verboden pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aan een ander ter beschikking te stellen.
**2.** Het verbod geldt niet voor het ter beschikking stellen van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aan een persoon met gespecialiseerde kennis.
**2.** Het verbod geldt niet voor het ter beschikking stellen van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aan een persoon met gespecialiseerde kennis die gerechtigd is het vuurwerk op te slaan of te bewerken, dan wel, indien de betrokken persoon het vuurwerk tot ontbranding zal brengen, gerechtigd is het vuurwerk tot ontbranding te brengen.
## Hoofdstuk 3b. Het tot ontbranding brengen van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
@ -997,114 +1011,162 @@ De artikelen 3.2.2, 3.2.3 en 3.2.4 zijn van overeenkomstige toepassing.
**1.** Met uitzondering van de situatie, bedoeld in artikel 2.3.6, is het verboden zonder een daartoe verleende vergunning consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding te brengen, ten behoeve daarvan op te bouwen, te installeren, te bewerken, dan wel na ontbranding te verwijderen.
**2.** Gedeputeerde staten van de provincie waarin de aanvrager is gevestigd zijn bevoegd om te beslissen op een aanvraag om een vergunning. Is de aanvrager in het buitenland gevestigd, dan is Onze Minister bevoegd.
**2.** Onze Minister beslist op een aanvraag om een toepassingsvergunning.
**3.**
Aan de vergunning wordt het voorschrift verbonden dat:
Aan de toepassingsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat:
a. voorafgaand aan het tot ontbranding brengen van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik door de aanvrager toestemming is verkregen van gedeputeerde staten van de provincie waarin de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht en de aan de toestemming verbonden voorschriften worden nageleefd;
b. de tot ontbranding te brengen artikelen afkomstig zijn uit een inrichting als bedoeld in artikel 2.2.1, 2.2.2, 3.2.1 of 3A.2.1 dan wel rechtstreeks afkomstig zijn uit het buitenland.
b. het tot ontbranding te brengen vuurwerk en de tot ontbranding te brengen pyrotechnische artikelen voor theatergebruik afkomstig zijn uit een inrichting als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, 3.2.1, eerste lid, of 3A.2.1, eerste lid, of een inrichting ten aanzien waarvan de in artikel 4.11, eerste lid, van de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer opgenomen verplichting geldt, dan wel rechtstreeks afkomstig zijn uit het buitenland.
**4.** Aan de vergunning worden voorts voorschriften verbonden in het belang van de bescherming van mens en milieu. Zij kan onder beperkingen worden verleend.
**4.** Aan de toepassingsvergunning worden voorts voorschriften verbonden in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu. Zij kan onder beperkingen worden verleend.
**5.** Degene aan wie een vergunning is verleend, is gehouden de in het derde en vierde lid bedoelde voorschriften na te leven.
**5.** Degene aan wie een toepassingsvergunning is verleend, is gehouden de in het derde en vierde lid bedoelde voorschriften na te leven.
**6.** De vergunning vervalt op het moment dat de geldigheidsduur van het certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 3B.2, eerste lid, onder c, afloopt. Is de vergunning verleend aan een onderneming dan vervalt de vergunning eveneens op het moment dat er geen persoon aan wie een certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, is afgegeven, meer werkzaam is voor de onderneming.
**7.** Gedeputeerde staten stellen de korpschef van de politieregio waar de aanvrager is gevestigd, in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een vergunning.
**8.** Een afschrift van de vergunning wordt door gedeputeerde staten gezonden aan Onze Minister.
**6.** De toepassingsvergunning vervalt op het moment dat de geldigheidsduur van het certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 3B.2, tweede lid, onder c, afloopt. Is de toepassingsvergunning verleend aan een onderneming dan vervalt de toepassingsvergunning eveneens op het moment dat er geen persoon aan wie een certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, is afgegeven, meer werkzaam is voor de onderneming.
### Artikel 3B.2
**1.**
**1.** De aanvraag om een toepassingsvergunning wordt langs elektronische weg ingediend. In afwijking van artikel 2:15, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht neemt het bevoegd gezag een aanvraag die langs elektronische weg wordt ingediend, in ontvangst.
Bij de aanvraag van de vergunning worden door de aanvrager de volgende gegevens verstrekt:
**2.**
Bij de aanvraag worden door de aanvrager de volgende gegevens en bescheiden langs elektronische weg verstrekt:
a. zijn naam, adres, geboortedatum en geboorteplaats en, in voorkomend geval, de naam en het adres van de betrokken onderneming;
b. gegevens waaruit blijkt dat de handelingen waarop de aanvraag betrekking heeft bedrijfsmatig worden verricht;
c. een afschrift van een geldig certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, dat is afgegeven aan de persoon door wie of onder wiens voortdurend toezicht de handelingen, waarop de aanvraag betrekking heeft, worden verricht en dat betrekking heeft op die handelingen;
d. de handelingen en de soorten vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarop de aanvraag betrekking heeft;
e. of het tot ontbranding brengen van het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik binnen of buiten een gebouw plaatsvindt.
e. een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens over hemzelf, die niet ouder is dan zes maanden.
**2.** De aanvrager stelt naar het oordeel van het bevoegd gezag bij de aanvraag op genoegzame wijze door verzekering of anderszins financiële zekerheid ter dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek ter zake van de in het eerste lid, onder b, bedoelde handelingen.
**3.** De aanvrager stelt naar het oordeel van het bevoegd gezag bij de aanvraag op genoegzame wijze door verzekering of anderszins financiële zekerheid ter dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek ter zake van de in het eerste lid, onder b, bedoelde handelingen.
**3.** De zekerheid bedraagt ten minste € 2 500 000,00 per gebeurtenis en wordt in ieder geval in stand gehouden tot het moment waarop de vergunning vervalt. Artikel 3.2.3, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**4.** De zekerheid bedraagt ten minste € 2 500 000,00 per gebeurtenis en wordt in ieder geval in stand gehouden tot het moment waarop de vergunning vervalt. Artikel 3.2.3, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**5.** Met een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in het tweede lid, onder e, wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden, mits die verklaring niet ouder is dan zes maanden.
**6.** De aanvrager kan de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, op schriftelijke wijze verstrekken, voor zover het bevoegd gezag daarvoor toestemming heeft gegeven.
**7.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop een aanvraag langs elektronische weg wordt ingediend.
### Artikel 3B.3
**1.** De aanvraag om toestemming als bedoeld in artikel 3B.1, derde lid, bij gedeputeerde staten gaat vergezeld van een afschrift van het werkplan, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, een afschrift van de ingevolge artikel 3B.1, eerste lid, verleende vergunning en een afschrift van het in artikel 3B.2, eerste lid, onder c, bedoelde certificaat. Gedeputeerde staten zenden onverwijld een afschrift van de aanvraag aan de burgemeester van de gemeente binnen wiens gemeente het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht. Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
**1.** De ontbrandingstoestemming kan worden geweigerd in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu.
**2.** Aan de toestemming kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van de bescherming van mens en milieu.
**2.** Aan de ontbrandingstoestemming kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu. De voorschriften kunnen afwijken van regels gesteld in de regeling, bedoeld in artikel 3B.7.
**3.** De toestemming kan worden geweigerd in het belang van de bescherming van mens en milieu.
**4.** Degene aan wie de toestemming is verleend, is gehouden de in het tweede lid bedoelde voorschriften na te leven.
**5.**
Gedeputeerde staten stellen alvorens toestemming te verlenen:
a. degene die de aanvrager de vergunning, bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid, hebben verleend,
b. de betrokken luchtverkeersdienst als omschreven in artikel 1, onder r, van het Luchtverkeersreglement voor zover het zichzelf voortdrijvend opstijgend vuurwerk betreft dat in de open lucht tot ontbranding zal worden gebracht binnen 15 kilometer afstand van een luchtvaartterrein,
c. de commandant van de regionale brandweer binnen wiens gebied het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht,
d. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet, en
e. de burgemeester van de gemeente aangrenzend aan de gemeente waar de het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht voor zover de artikelen effect kunnen hebben binnen zijn gemeente, in de gelegenheid advies uit te brengen over de beslissing op de aanvraag.
**6.** Een afschrift van de beschikking waarbij toestemming wordt verleend wordt door gedeputeerde staten gezonden aan Onze Minister, aan een daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d van de Arbeidsomstandighedenwet, aan de burgemeester en aan de commandant van de regionale brandweer, bedoeld in het vijfde lid, onder c.
**3.** Degene aan wie de toestemming is verleend, is gehouden de in het tweede lid bedoelde voorschriften na te leven.
### Artikel 3B.3a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De aanvraag om een ontbrandingstoestemming wordt langs elektronische weg ingediend. In afwijking van artikel 2:15, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht neemt het bevoegd gezag een aanvraag die langs elektronische weg wordt ingediend, in ontvangst. De aanvraag mag betrekking hebben op meerdere evenementen of voorstellingen waarbij vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding worden gebracht, mits die evenementen of voorstellingen plaatsvinden binnen dezelfde gemeente en binnen een tijdvak van ten hoogste een jaar.
**2.**
Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden langs elektronische weg verstrekt:
a. gegevens omtrent de datum, het tijdstip en de plaats van het tot ontbranding brengen;
b. een afschrift van de toepassingsvergunning die aan de aanvrager is verleend;
c. een afschrift van het in artikel 3B.2, tweede lid, onder c, bedoelde certificaat;
d. een schietlijst met daarin een overzicht van de toe te passen artikelen en per categorie artikelen de volgende gegevens:
het aantal,
de omschrijving van het artikel,
de fabrikant van het artikel,
het artikelnummer,
gegevens waaruit blijkt of het artikel consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik betreft,
het brutogewicht van het artikel in kilogrammen,
het kaliber,
het maximale effect van het artikel in verticale richting,
gegevens waaruit blijkt of er sprake is van een schuin opgesteld of schuin gemonteerd artikel, en
de veiligheidsafstand tot het publiek die bij het ontbranden in acht zal worden genomen;
e. indien sprake is van het ontbranden in de buitenlucht, een actuele situatietekening, waarop is aangegeven:
de opbouwlocatie,
de afsteeklocatie met opstelling van de af te steken artikelen,
de omliggende bebouwing,
de veiligheidsafstanden,
de afzettingen van de gevarenzone tijdens opbouw en ontbranding,
de opstelplaats van het publiek, en
de vluchtwegen.
f. indien wegen in de gevarenzone zijn gelegen, een toestemming van de burgemeester binnen wiens gemeente de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht, voor het afzetten van die wegen of, indien het een eigen weg betreft, een toestemming van de eigenaar van de weg voor het afzetten van de weg;
g. een omschrijving van bijzondere omstandigheden.
**3.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, derde volzin, worden bij de aanvraag per evenement of voorstelling de gegevens en bescheiden, bedoeld in de onderdelen b tot en met g, verstrekt en hoeven bij de aanvraag de gegevens omtrent de datum en het tijdstip van het tot ontbranding brengen niet te worden verstrekt.
**4.** De aanvrager kan de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, op schriftelijke wijze verstrekken, voor zover het bevoegd gezag daarvoor toestemming heeft gegeven.
**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop een aanvraag langs elektronische weg wordt ingediend.
**6.** Gedeputeerde staten zenden onverwijld een afschrift van de aanvraag aan de burgemeester binnen wiens gemeente het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht.
**7.**
Gedeputeerde staten stellen alvorens een ontbrandingstoestemming te verlenen de volgende bestuursorganen en instanties in de gelegenheid advies uit te brengen:
a. Onze Minister,
b. de betrokken verlener van een luchtverkeersdienst als bedoeld in de Wet luchtvaart, voor zover het zichzelf voortdrijvend opstijgend vuurwerk of zichzelf opstijgende pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft die in de openlucht tot ontbranding zullen worden gebracht binnen 15 kilometer afstand van een luchthaven,
c. het bestuur van de regionale brandweer binnen wiens gebied het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht, en
d. de burgemeester van de gemeente aangrenzend aan de gemeente waar het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht, voor zover de artikelen effect kunnen hebben binnen zijn gemeente.
**8.** Gedeputeerde staten verlenen geen ontbrandingstoestemming indien de burgemeester binnen wiens gemeente het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht binnen twee weken na ontvangst van het afschrift van de aanvraag heeft verklaard tegen het verlenen van de toestemming in verband met de veiligheid bedenkingen te hebben, dan wel indien de burgemeester binnen die termijn gedeputeerde staten er van in kennis heeft gesteld dat hij de aanvraag binnen die termijn niet kan beoordelen, die verklaring heeft gegeven binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de burgemeester niet binnen de van toepassing zijnde termijn heeft verklaard bedenkingen te hebben, wordt hij geacht geen bedenkingen te hebben.
**9.** Gedeputeerde staten zenden onverwijld een afschrift van de ontbrandingstoestemming aan Onze Minister, aan de burgemeester, bedoeld in het zevende lid, en aan het bestuur van de regionale brandweer, bedoeld in het zevende lid, onder c. Deze verzending geschiedt zo veel als mogelijk en in ieder geval aan Onze Minister langs elektronische weg.
**10.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een ontbrandingstoestemming.
**11.** Degene aan wie een ontbrandingstoestemming is verleend voor meerdere evenementen of voorstellingen, meldt uiterlijk 5 werkdagen voorafgaand aan ieder evenement of iedere voorstelling aan gedeputeerde staten van de provincie waarin het evenement of de voorstelling zal plaatsvinden, de datum en het tijdstip van het opbouwen van het vuurwerk en de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en de datum, het tijdstip en de plaats van het tot ontbranding brengen van die artikelen, onder verwijzing naar de datum en het kenmerk van die toestemming. Gedeputeerde staten zenden onverwijld een afschrift van de melding aan de bestuursorganen en instanties, bedoeld in het negende lid.
### Artikel 3B.4
**1.**
In afwijking van artikel 3B.1, derde lid, onder a, kan degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid, is verleend en die:
In afwijking van artikel 3B.1, derde lid, onder a, kan degene aan wie een toepassingsvergunning is verleend en die:
a. ten hoogste 10 kilogram theatervuurwerk tot ontbranding wil brengen, of
b. ten hoogste 100 kilogram consumentenvuurwerk tot ontbranding wil brengen,
a. ten hoogste 20 kilogram theatervuurwerk tot ontbranding wil brengen, of
b. ten hoogste 200 kilogram consumentenvuurwerk tot ontbranding wil brengen,
voorafgaand aan het tot ontbranding brengen volstaan met een melding aan gedeputeerde staten van de provincie waarin de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht.
**2.** Voor de bepaling van de hoeveelheid consumentenvuurwerk of theatervuurwerk, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van het gewicht van de artikelen als zijnde onverpakt consumentenvuurwerk onderscheidenlijk onverpakt theatervuurwerk.
**3.** Artikel 3B.3, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de melding aan gedeputeerde staten. Gedeputeerde staten zenden onverwijld een afschrift van de melding aan een daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet, aan de commandant van de regionale brandweer binnen wiens gebied de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht en aan de burgemeester van de gemeente binnen wiens gemeente de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht.
**3.** Artikel 3B.3, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de melding aan gedeputeerde staten. Gedeputeerde staten zenden onverwijld een afschrift van de melding aan het bestuur van de regionale brandweer binnen wiens gebied de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht, aan de burgemeester van de gemeente binnen wiens gemeente de artikelen tot ontbranding zullen worden gebracht en aan Onze Minister. Deze verzending geschiedt zo veel als mogelijk en in ieder geval aan Onze Minister langs elektronische weg.
**4.** Degene die het consumentenvuurwerk of theatervuurwerk tot ontbranding wil brengen draagt er zorg voor dat de melding ten minste twee weken voordat de artikelen tot ontbranding wordt gebracht door gedeputeerde staten is ontvangen.
**4.** Degene die het consumentenvuurwerk of theatervuurwerk tot ontbranding wil brengen draagt er zorg voor dat de melding ten minste twee weken voordat de artikelen tot ontbranding worden gebracht door gedeputeerde staten is ontvangen.
**5.** In afwijking van het vierde lid kunnen gedeputeerde staten na overleg met de burgemeester en de commandant, bedoeld in het derde lid, in bijzondere omstandigheden een kortere termijn voor de melding toestaan.
**5.** In afwijking van het vierde lid kunnen gedeputeerde staten na overleg met de burgemeester en het bestuur, bedoeld in het derde lid, in bijzondere omstandigheden een kortere termijn voor de melding toestaan.
**6.** Artikel 3B.3a, eerste lid, eerste en tweede volzin, en vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 3B.5
**1.** Een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid, kan worden gewijzigd of ingetrokken.
**1.** De toepassingsvergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken.
**2.** De artikelen 8.22, eerste en tweede lid, 8.23, eerste en tweede lid, 8.24, eerste lid, 8.25, eerste tot en met derde en achtste lid, en 8.26, eerste lid, van de Wet milieubeheer zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** De artikelen 2.30, eerste lid, 2.31, eerste lid, onder b, en tweede lid, onder b, 2.33, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder b en d, onder 2°, 3.15 en 5.19, vierde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 3B.6
**1.**
Degene aan wie een vergunning, als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid, is verleend, houdt een register bij waarin zijn vermeld:
Degene aan wie een toepassingsvergunning is verleend, houdt een register bij waarin zijn vermeld:
a. de persoon of personen aan wie een certificaat van vakbekwaamheid is afgegeven als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, en door wie of onder wier toezicht bedrijfsmatig handelingen met vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden verricht, als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;
b. de personen die onder toezicht van de onder a bedoelde persoon of personen bedrijfsmatig handelingen met vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik verrichten als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;
c. de evenementen en voorstellingen, waarbij vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zijn gebracht en de daarbij tot ontbranding gebrachte typen en hoeveelheden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen alsmede de weigeraars, met vermelding van de door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummers die dienen ter identificatie van het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en het productiejaar;
c. de evenementen en voorstellingen, waarbij vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zijn gebracht en de daarbij tot ontbranding gebrachte typen en hoeveelheden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen alsmede de weigeraars, met vermelding van de door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummers die dienen ter identificatie van het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
d. ongewone voorvallen die zich tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik hebben voorgedaan.
**2.** Het register wordt binnen twee werkdagen na een wijziging dan wel na een evenement of voorstelling bijgewerkt.
**3.** De gegevens worden op een zodanige wijze geregistreerd dat gedurende de periode waarover de registratieplicht ingevolge het vierde lid geldt, indien Onze Minister of gedeputeerde staten van de provincie die de vergunning hebben verleend daarom verzoeken, binnen acht uur de gegevens schriftelijk kunnen worden overgelegd.
**4.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijven ten minste voor de duur van tien jaar na de vastlegging in de registratie opgenomen.
**4.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijven ten minste voor de duur van zeven jaar na de vastlegging in de registratie opgenomen.
**5.** Degene aan wie een vergunning, als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid, is verleend, meldt een ongewoon voorval als bedoeld in het eerste lid, onder d, onverwijld aan gedeputeerde staten van de provincie waarin het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding worden gebracht.
**5.** Degene aan wie een toepassingsvergunning is verleend, meldt een ongewoon voorval als bedoeld in het eerste lid, onder d, onverwijld aan gedeputeerde staten van de provincie waarin het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding worden gebracht.
### Artikel 3B.7
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik.
## Hoofdstuk 4. Veiligheidsafstanden
@ -1121,16 +1183,13 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Het bevoegd gezag neemt de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij:
a. het vaststellen van een bestemmings- of inpassingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, 3.26 of 3.28, onderscheidenlijk artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening;
b. het wijzigen van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 3.6, eerste lid, onder a, van die wet;
c. het verlenen van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c of e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
b. het wijzigen van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 3.6, eerste lid, onder a, van die wet.
**2.** Gedeputeerde staten nemen de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning.
**3.** Onze Minister neemt bij de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning voor een inrichting die is gelegen binnen het door hem op grond van categorie 29.1, onder l, van bijlage I, onder C, bij het Besluit omgevingsrecht, aangewezen gebied, de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht ten aanzien van kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten die zijn gelegen buiten het door hem aangewezen gebied.
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 1.1.4.
**4.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 1.1.4.
**5.**
**4.**
In afwijking van het eerste en tweede lid kan het bevoegd gezag een kleinere afstand dan genoemd in bijlage 3, onder 1.3, vaststellen, indien het desbetreffende besluit betrekking heeft op:
@ -1140,38 +1199,38 @@ c. de bestemming van grond, voor zover die grond ligt binnen het invloedsgebied
indien aan de omgevingsvergunning voor de desbetreffende inrichting zodanige voorschriften zijn verbonden dat:
1°. de warmtestraling ten gevolge van brand in die inrichting waarbij vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betrokken zijn voor personen die zich ophouden buiten een gebouw dat onderdeel is van een kwetsbaar object of een geprojecteerd kwetsbaar object beperkt blijft tot ten hoogste 10 kW/m^2, en
2°. de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de deuropening van een bewaarplaats of een bufferbewaarplaats en een gebouw, indien dat gebouw een kwetsbaar object of een geprojecteerd kwetsbaar object is, niet lager is dan 60 minuten.
1°. de warmtestraling ten gevolge van brand in die inrichting waarbij vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betrokken zijn voor personen die zich ophouden buiten een gebouw dat onderdeel is van een beperkt kwetsbaar object, kwetsbaar object of geprojecteerd beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object beperkt blijft tot ten hoogste 10 kW/m^2, en
2°. de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de deuropening van een bewaarplaats of een bufferbewaarplaats en een gebouw, indien dat gebouw een beperkt kwetsbaar object, kwetsbaar object of geprojecteerd beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object is, niet lager is dan 60 minuten.
### Artikel 4.3
**1.** Indien voor het desbetreffende gebied een bestemmingsplan geldt, gelden de veiligheidsafstanden, tenzij in bijlage 3 anders is aangegeven, vanaf de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012, van het gebouw waar vuurwerk wordt opgeslagen of bewerkt binnen een inrichting als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2, 3.2.1 of 3A.2.1, tot aan de bestemmingsgrens.
**1.** Indien voor het desbetreffende gebied een bestemmingsplan geldt, gelden de veiligheidsafstanden, tenzij in bijlage 3 anders is aangegeven, vanaf de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012, van het gebouw waar vuurwerk wordt opgeslagen of bewerkt binnen een inrichting als bedoeld in artikel 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1, tot aan de bestemmingsgrens.
**2.** Indien een bestemmingsplan voor het desbetreffende gebied ontbreekt, gelden de veiligheidsafstanden, tenzij in bijlage 3 anders is aangegeven, vanaf de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012, van het gebouw, bedoeld in het eerste lid, tot aan de eigendomsgrens van het gebied dat behoort bij het kwetsbare object.
**2.** Indien een bestemmingsplan voor het desbetreffende gebied ontbreekt, gelden de veiligheidsafstanden, tenzij in bijlage 3 anders is aangegeven, vanaf de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012, van het gebouw, bedoeld in het eerste lid, tot aan de eigendomsgrens van het gebied dat behoort bij het beperkt kwetsbare of kwetsbare object.
**3.**
In afwijking van het eerste lid gelden de veiligheidsafstanden tot tien meter vanaf het kwetsbare object of het geprojecteerde kwetsbare object, indien:
In afwijking van het eerste lid gelden de veiligheidsafstanden tot tien meter vanaf het beperkt kwetsbare of kwetsbare object of het geprojecteerde beperkt kwetsbare of kwetsbare object, indien:
a. dat object een gebouw is, niet zijnde een gebouw als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder d, e of f, en de grens van de bouwstrook meer dan tien meter vanaf de bestemmingsgrens is gelegen;
b. dat object een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht is die meer dan tien meter vanaf de grens van het gebied dat voor woonwagens is bestemd, is of mag worden geplaatst.
a. het object een gebouw is, niet zijnde een gebouw bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten of een kantoorgebouw is, niet zijnde een kwetsbaar object, en de grens van de bouwstrook meer dan tien meter vanaf de bestemmingsgrens is gelegen;
b. het object een woonwagen is die meer dan tien meter vanaf de grens van het gebied dat voor woonwagens is bestemd, is of mag worden geplaatst.
**4.** Indien in het bestemmingsplan geen bouwstrook is aangegeven, gelden de veiligheidsafstanden tot aan de bestemmingsgrens.
**5.**
In afwijking van het tweede lid gelden de veiligheidsafstanden tot tien meter vanaf het kwetsbare object, indien:
In afwijking van het tweede lid gelden de veiligheidsafstanden tot tien meter vanaf het beperkt kwetsbare of kwetsbare object, indien:
a. dat object een gebouw is, niet zijnde een gebouw als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder d, e of f, dat meer dan tien meter vanaf de eigendomsgrens van het desbetreffende gebied is gelegen;
b. dat object een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht is die meer dan tien meter van de eigendomsgrens van het desbetreffende perceel of van het gebied dat voor woonwagens is aangewezen, is geplaatst.
a. het object een gebouw is, niet zijnde een gebouw bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten of een kantoorgebouw is, niet zijnde een kwetsbaar object, en het object meer dan tien meter vanaf de eigendomsgrens van het desbetreffende gebied is gelegen;
b. het object een woonwagen is die meer dan tien meter van de eigendomsgrens van het desbetreffende perceel of van het gebied dat voor woonwagens is aangewezen, is geplaatst.
**6.** In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid gelden de veiligheidsafstanden, tenzij in bijlage 3 anders is aangegeven, vanaf de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012, van het gebouw, bedoeld in het eerste lid, tot aan de ligplaats van een woonschip als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder c.
**6.** In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid gelden de veiligheidsafstanden, tenzij in bijlage 3 anders is aangegeven, vanaf de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012, van het gebouw, bedoeld in het eerste lid, tot aan de ligplaats van een woonschip.
### Artikel 4.4
Onze Minister geeft voor 1 januari 2008 aan in hoeverre de bij dit besluit gestelde grenswaarden herziening behoeven.
Vervallen
## Hoofdstuk 5. Overige, overgangs- en slotbepalingen
## Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
### Paragraaf 1. Wijzigingsbepalingen
@ -1255,49 +1314,36 @@ Wijzigt het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen.
### Artikel 5.3.1
Een vergunning die is verleend krachtens artikel 41, eerste lid, van het Reglement Gevaarlijke Stoffen, wordt tot en met 31 december 2002 gelijkgesteld met een vergunning als bedoeld in artikel 3.3.2, eerste lid.
De nadere eisen, gesteld krachtens artikel 2.2.3 of 3.2.2, alsmede de toestemmingen, verleend krachtens voorschrift 1.8 van bijlage 1, die voor een inrichting onmiddellijk voor 1 juli 2012 in werking en onherroepelijk waren, worden gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften.
### Artikel 5.3.2
**1.** Indien op het tijdstip waarop de paragrafen 2 van de hoofdstukken 2 en 3 van dit besluit in werking treden, ten opzichte van kwetsbare of geprojecteerde kwetsbare objecten niet wordt voldaan aan de van toepassing zijnde veiligheidsafstanden, draagt behoudens eerdere intrekking van de vergunning degene die de inrichting drijft er binnen twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit zorg voor dat de veiligheidsafstanden zijn geëffectueerd.
**1.** Een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid, die onmiddellijk voor 1 juli 2012 van kracht en onherroepelijk is, wordt gelijkgesteld met een toepassingsvergunning.
**2.**
In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten op verzoek van degene die de inrichting drijft een kleinere veiligheidsafstand dan genoemd in bijlage 3, onder 1.3, vaststellen ten behoeve van:
a. een inrichting waar theatervuurwerk al dan niet tezamen met professioneel vuurwerk als bedoeld in artikel 3.1.4 wordt opgeslagen of bewerkt, of
b. een inrichting waar meer dan 10 000 kilogram consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, herverpakt of bewerkt,
indien aan de vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor de desbetreffende inrichting zodanige voorschriften zijn verbonden dat:
1°. de warmtestraling ten gevolge van brand in die inrichting waarbij vuurwerk betrokken is voor personen die zich ophouden buiten een gebouw dat onderdeel is van een kwetsbaar object of een geprojecteerd kwetsbaar object beperkt blijft tot ten hoogste 10 kW/m^2, en
2°. de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de deuropening van een bewaarplaats of een bufferbewaarplaats en een gebouw, indien dat gebouw een kwetsbaar object of een geprojecteerd kwetsbaar object is, niet lager is dan 60 minuten.
**3.** Het verzoek, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan voor 1 maart 2004 en gaat vergezeld van toereikende gegevens met betrekking tot de warmtestraling en brandoverslag die de inrichting kan veroorzaken.
**4.** Gedeputeerde staten stellen alvorens toepassing te geven aan het tweede lid de commandant van de regionale brandweer binnen wiens gebied de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, in de gelegenheid advies uit te brengen op het verzoek, bedoeld in het tweede lid.
**5.** Indien gedeputeerde staten toepassing geven aan het tweede lid wordt voor de effectuering van de veiligheidsafstanden, in afwijking van het eerste lid in plaats van «binnen twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit» gelezen: uiterlijk 1 maart 2005.
**6.** Het eerste lid geldt niet ten aanzien van geprojecteerde kwetsbare objecten, voor zover het bestemmingsplan dan wel de beheersverordening waarin deze objecten zijn opgenomen, is vastgesteld op een tijdstip meer dan tien jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop de paragrafen 2 van de hoofdstukken 2 en 3 van dit besluit in werking treden.
**2.** Een toestemming als bedoeld in artikel 3B.1, derde lid, onder a, die onmiddellijk voor 1 juli 2012 van kracht en onherroepelijk is, wordt gelijkgesteld met een ontbrandingstoestemming.
### Artikel 5.3.3
**1.** Voor inrichtingen waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de paragrafen 2 van de hoofdstukken 2 en 3 van dit besluit in werking treden, een vergunning gold voor het opslaan, herverpakken of bewerken van vuurwerk krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer zijn gedurende twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit behoudens eerdere intrekking van de vergunning of het verstrijken van de periode waarvoor de vergunning is verleend artikel 2.3.4 en de voorschriften opgenomen in bijlagen 1 en 2 die ten gevolge van de inwerkingtreding van de artikelen 2.2.2 en 3.2.1 gaan gelden, niet van toepassing. Gedurende die periode blijven een zodanige vergunning, de aan de vergunning verbonden voorschriften en artikel 9 van het Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van dit besluit, van toepassing.
**1.**
**2.** Voor inrichtingen waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de paragrafen 2 van de hoofdstukken 2 en 3 van dit besluit in werking treden, een vergunning gold voor het opslaan, herverpakken of bewerken van vuurwerk krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer en binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit ten gevolge van het veranderen van de inrichting dan wel het veranderen van de werking daarvan de vergunning moet worden gewijzigd, zijn artikel 2.3.4 en de voorschriften opgenomen in bijlagen 1 en 2 van toepassing, voor zover de wijziging daarop betrekking heeft.
Het recht zoals dat gold onmiddellijk voor 1 juli 2012 blijft van toepassing op:
**3.** Voor inrichtingen waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van dit besluit in werking treedt, een melding was gedaan krachtens het Besluit opslag vuurwerk milieubeheer, zijn artikel 2.3.4 en de voorschriften opgenomen in bijlage 1 die ten gevolge van de inwerkingtreding van artikel 2.2.1 gaan gelden, niet van toepassing gedurende twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit. Gedurende die periode blijven de voorschriften die gesteld zijn bij of krachtens het Besluit opslag vuurwerk milieubeheer en artikel 9 van het Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van dit besluit, van toepassing.
a. de voorbereiding en vaststelling van de beschikking op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid, of een toestemming als bedoeld in artikel 3B.3, derde lid, of een aanvraag om een beschikking tot wijziging of intrekking daarvan, indien voor die datum een aanvraag is ingediend;
b. de voorbereiding en vaststelling van een ambtshalve te geven beschikking tot wijziging of intrekking van een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid, indien voor die datum van het ontwerpbesluit mededeling is gedaan met overeenkomstige toepassing van artikel 3:19, tweede lid, onderdelen b en c, van de Algemene wet bestuursrecht;
c. een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid, of een toestemming als bedoeld in artikel 3B.3, derde lid, of een beschikking tot wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is.
**4.** Voor inrichtingen waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van dit besluit in werking treedt, een melding was gedaan krachtens het Besluit opslag vuurwerk milieubeheer en binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit ten gevolge van het veranderen van de inrichting dan wel het veranderen van de werking daarvan voor zover die verandering betrekking heeft op de opslag van vuurwerk een melding moet worden gedaan, zijn artikel 2.3.4 en de voorschriften opgenomen in bijlage 1 die ten gevolge van de inwerkingtreding van artikel 2.2.1 gaan gelden, van toepassing, voor zover de verandering daarop betrekking heeft.
**2.**
**5.** Voor de in het eerste en derde lid bedoelde inrichtingen, voor zover daarin theatervuurwerk al dan niet tezamen met vuurwerk als bedoeld in artikel 3.1.4 of meer dan 10 000 kg consumentenvuurwerk wordt opgeslagen en gedeputeerde staten toepassing hebben gegeven aan het tweede lid van artikel 5.3.2, wordt voor de toepassing van het eerste en derde lid in plaats van «gedurende twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit» gelezen: tot uiterlijk 1 maart 2005.
In gevallen als bedoeld in het eerste lid wordt:
**6.** Voor de in het eerste en derde lid bedoelde inrichtingen, voor zover daarin niet meer dan 10 000 kg consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, wordt voor zover het betreft de in bijlage 1, voorschriften 5.1 tot en met 5.5 genoemde onderdelen in plaats van «gedurende twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit» gelezen: tot uiterlijk 1 november 2004.
a. een vergunning of toestemming gelijkgesteld met een toepassingsvergunning onderscheidenlijk ontbrandingstoestemming;
b. een beschikking tot wijziging van een vergunning of toestemming gelijkgesteld met een beschikking tot wijziging van een toepassingsvergunning onderscheidenlijk ontbrandingstoestemming,
op het tijdstip waarop de betrokken beschikking onherroepelijk is geworden.
### Artikel 5.3.4
Met de aanduiding «Geschikt voor particulier gebruik» genoemd in de artikelen 1.1.2, eerste lid, onder e, 1.3.1, eerste lid, onder d, 2.1.3, eerste lid, onder a, en 2.1.4 wordt tot 2 januari 2005 gelijkgesteld de aanduiding «bestemd voor particulier gebruik», indien deze aanduiding is aangebracht op vuurwerk dat voor 1 januari 2003 is vervaardigd.
Een melding die is gedaan op grond van artikel 3B.4, zoals dat artikel luidde onmiddellijk voor 1 juli 2012, behoudt haar geldigheid tot vier weken na die datum.
### Artikel 5.3.5
@ -1308,14 +1354,14 @@ Met de aanduiding «Geschikt voor particulier gebruik» genoemd in de artikelen
Tot en met 3 juli 2013 wordt onder professioneel vuurwerk mede verstaan vuurwerk dat niet behoort tot categorie 1, 2 of 3 en wel behoort tot :
a. professioneel vuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Vuurwerkbesluit, zoals dit artikel luidde op 3 juli 2010,
b. vuurwerk bestemd voor particulier gebruik als bedoeld in artikel 1.2.2, vijfde lid, of
b. vuurwerk bestemd voor particulier gebruik als bedoeld in artikel 1.2.2, achtste lid, of
c. vuurwerk waarvan de bestemming niet kan worden vastgesteld.
**3.** Artikel 3.1.1 van het Vuurwerkbesluit, zoals dat artikel luidde op 3 juli 2010, blijft tot en met 3 juli 2013 van toepassing op professioneel vuurwerk als bedoeld in het tweede lid.
**4.** Tot en met 3 juli 2013 is het in de handel brengen van vuurwerk behorende tot categorie 4 en van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik behorende tot categorie T1 of T2 slechts toegestaan overeenkomstig de artikelen van dit besluit genoemd in het eerste lid, dan wel artikel 3.1.1, zoals dat artikel luidde op 3 juli 2010.
**5.** Vuurwerk dat voor 4 juli 2010 in Nederland in de handel is gebracht, mag tot en met 3 juli 2013 in Nederland worden verhandeld of gebruikt overeenkomstig het Vuurwerkbesluit zoals dat gold op 3 juli 2010.
**5.** Vuurwerk dat voor 4 juli 2010 in Nederland in de handel is gebracht en voldoet aan de eisen voor consumentenvuurwerk die zijn gesteld bij of krachtens het Vuurwerkbesluit dat gold op 3 juli 2010, mag tot en met 3 juli 2013 in Nederland worden verhandeld of gebruikt overeenkomstig dat besluit.
### Artikel 5.3.6
@ -1352,24 +1398,13 @@ Onze Minister wijst een vertaling aan van bijlage A van het ADR of draagt zorg v
### Artikel 5.4.2
**1.** De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
**2.**
Artikel 4.2 kan tot twee jaar na inwerkingtreding van de artikelen 4.1 tot en met 4.3 buiten toepassing worden gelaten ten aanzien van besluiten die betrekking hebben op:
1°. het gebied gelegen binnen de veiligheidsafstand die in acht genomen moet worden ten opzichte van een inrichting waar professioneel vuurwerk al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk wordt opgeslagen of bewerkt;
2°. de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer ten behoeve van inrichtingen in het onder 1° bedoelde gebied,
indien en voor zover door de onder 1° bedoelde inrichting op het tijdstip waarop de artikelen 4.1 tot en met 4.3 in werking treden, ten opzichte van kwetsbare of geprojecteerde kwetsbare objecten niet wordt voldaan aan de voor die inrichting van toepassing zijnde veiligheidsafstanden.
**3.** Het tweede lid geldt niet voor zover het besluit, bedoeld in artikel 4.2, betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 3.2.1.
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
### Artikel 5.4.3
Dit besluit wordt aangehaald als: Vuurwerkbesluit.
## Bijlage 1. Voorschriften voor het opslaan, herverpakken en bewerken van consumentenvuurwerk, als bedoeld in de
## Bijlage 1. Voorschriften voor het opslaan, herverpakken en bewerken van consumentenvuurwerk, als bedoeld in
## Bijlage 2. Voorschriften voor het opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk, als bedoeld in