2010-01-01 | BWBR0020871 | Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen

This commit is contained in:
Coornhert 2010-01-01 12:00:00 +00:00
parent 1b31baa4a9
commit db50e7d806

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen
bwb_id: BWBR0020871
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2007-01-01'
datum_inwerkingtreding: '2009-12-23'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020871
citeertitel: Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen
---
@ -55,8 +55,6 @@ b. vastgestelde verwachte waarde van het toekomstige rendement.
**4.** Het gemiddelde en de verwachte waarde, bedoeld in het derde lid, worden gedurende langere tijd gehanteerd, zijn op een goed onderbouwde analyse gebaseerd en wijken op de lange termijn niet af van de gemiddelde realisatie.
**5.** Onze Minister stelt ten behoeve van de berekening van de kostendekkende premie regels ten aanzien van de parameters, bedoeld in artikel 144 van de Pensioenwet en artikel 139 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
### Paragraaf 4. Eigen vermogen
### Artikel 5
@ -272,6 +270,8 @@ Een fonds voert een beleid gericht op het duurzaam beheersen van te lopen financ
**4.** Bij of krachtens ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de continuïteitsanalyse.
### Paragraaf 8a. Parameters
### Artikel 23
**1.** Er is een Commissie Parameters, hierna te noemen de commissie.
@ -280,6 +280,24 @@ Een fonds voert een beleid gericht op het duurzaam beheersen van te lopen financ
**3.** Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de benoeming en het ontslag van de leden en de werkwijze van de commissie.
### Artikel 23a
**1.**
Een fonds gaat voor de berekeningen, bedoeld in de artikelen 126, 128, 138, 140 en 143 van de Pensioenwet dan wel de artikelen 121, 123, 133, 135 en 138 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, uit van:
a. minimale verwachtingswaarden voor de groeivoeten van het loon- en prijsindexcijfer van 3%, respectievelijk 2%;
b. een maximaal verwacht rendement op vastrentende waarden na aftrek van beleggingskosten van 4,5%;
c. maximale risicopremies voor aandelen, onroerend goed en grondstoffen, te onderscheiden in de volgende categorieën:
1°. voor aandelen ontwikkelde markten: een rekenkundig gemiddelde van 4,5% of een meetkundig gemiddelde van 3%;
2°. voor niet-beursgenoteerde aandelen: een rekenkundig gemiddelde van 5% of een meetkundig gemiddelde van 3,5%;
3°. voor aandelen opkomende markten: een rekenkundig gemiddelde van 5,5% of een meetkundig gemiddelde van 4%; en
4°. voor onroerend goed en voor grondstoffen: een rekenkundig gemiddelde van 3,5% of een meetkundig gemiddelde van 2%; en
d. de toekomstige rentetermijnstructuur voor de disconteringsvoet in de continuïteitsanalyse. De toekomstige rentetermijnstructuur kan worden afgeleid uit de rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 2, tweede lid, waarbij het fonds vanaf jaar t + 5 van die toekomstige rentetermijnstructuur gemotiveerd en na toestemming van De Nederlandsche Bank kan afwijken.
**2.** Een fonds kan na instemming van De Nederlandsche Bank afwijken van hetgeen is bepaald in het eerste lid indien de actuele marktomstandigheden of de specifieke karakteristieken van het fonds dat noodzakelijk maken.
### Paragraaf 9. Actuariële en bedrijfstechnische nota
### Artikel 24
@ -464,17 +482,15 @@ voor zover het gegevens betreft van de bij de betreffende organisatie aangeslote
### Artikel 35
**1.** Een fonds kan tot drie jaar na inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwet voor de berekening van de technische voorzieningen in afwijking van artikel 2, tweede lid, een disconteringsvoet hanteren die past bij de structuur van de verplichtingen van het desbetreffende fonds.
**2.** Indien een fonds nog niet kan voldoen aan artikel 2, derde lid, geldt een overgangstermijn van maximaal 3 jaar na inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwet, waarin kan worden uitgegaan van de tot dan toe gehanteerde verzekeringstechnische grondslagen.
Vervallen
### Artikel 36
Een fonds dat in afwijking van artikel 22, eerste lid, bij de continuïteitsanalyse nog geen stochastische technieken kan toepassen, mag maximaal tot drie jaar na inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwet deterministische technieken blijven toepassen.
Vervallen
### Artikel 36a
Pensioenfondsen of beroepspensioenfondsen die bij de premievaststelling voor het jaar 2007 solvabiliteitsvrijval hebben aangewend voor premiekorting voldoen, indien solvabiliteitsvrijval ook voor het jaar 2008 wordt aangewend voor premiekorting, in dat jaar aan artikel 129, eerste lid, van de Pensioenwet of artikel 124, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
Vervallen
### Artikel 37