2012-07-25 | BWBR0015007 | Spoorwegwet
This commit is contained in:
parent
07b24977df
commit
db760435e6
1 changed files with 19 additions and 13 deletions
|
|
@ -116,11 +116,7 @@ i. energievoorziening.
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd de krachtens artikel 6 gestelde regels zijn hoofdspoorwegen waar een snelheid van meer dan 40 kilometer per uur is toegestaan, voorzien van een bij ministeriële regeling te omschrijven systeem van beveiliging.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd de krachtens artikel 6 gestelde regels zijn gedeelten van een hoofdspoorweg die niet zijn gelegen in een gelijkvloerse kruising met een weg of in een voor het openbaar verkeer openstaande weg, zodanig afgesloten van de omgeving dat het publiek zich niet of slechts met bijzondere moeite op de spoorweg kan begeven.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. De interoperabiliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur
|
||||
|
||||
|
|
@ -363,7 +359,9 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op:
|
|||
a. het uitvoeren van het beheer;
|
||||
b. de uitoefening van een veiligheidsfunctie;
|
||||
c. de uitoefening van een wettelijke taak;
|
||||
d. het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een spoorwegonderneming die beschikt over een veiligheidsattest als bedoeld in artikel 32, eerste lid, of een proefattest als bedoeld in artikel 34.
|
||||
d. het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een spoorwegonderneming die beschikt over een veiligheidsattest als bedoeld in artikel 32, eerste lid, of een proefattest als bedoeld in artikel 34;
|
||||
e. de uitoefening van het houderschap van een spoorvoertuig en de uitoefening van werkzaamheden aan een spoorvoertuig in opdracht van de houder, en
|
||||
f. de uitoefening van opleidingsactiviteiten voor een veiligheidsfunctie en de beoordeling op het voldoen aan de eisen voor een veiligheidsfunctie.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod. Artikel 21, tweede lid, tweede en derde volzin, zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -413,6 +411,8 @@ c. die niet voldoet aan de voor haar ingevolge artikel 55 geldende verzekeringsp
|
|||
d. indien het recht op die toegang niet rechtstreeks voortvloeit uit een toegangsovereenkomst als bedoeld in artikel 59;
|
||||
e. die anderszins niet gerechtigd is van de hoofdspoorweg gebruik te maken.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan met inachtneming van de artikelen 1 en 2 van richtlijn 95/18/EG onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen vrijstelling worden verleend van het tweede lid, onderdeel a, en met inachtneming van artikel 3 van richtlijn 2004/49/EG onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen vrijstelling worden verleend van het tweede lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. De bedrijfsvergunning voor spoorwegondernemingen
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
|
@ -462,7 +462,7 @@ c. de aan de bedrijfsvergunning te verbinden voorschriften en beperkingen.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verleent op aanvraag een veiligheidsattest aan de houder of de aanvrager van een bedrijfsvergunning, indien deze aantoont:
|
||||
Onze Minister verleent op aanvraag een veiligheidsattest aan de aanvrager, indien deze aantoont:
|
||||
|
||||
a. bij het voorgenomen gebruik van de spoorweg te kunnen voldoen aan de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde voorschriften en
|
||||
b. door toepassing van een adequaat veiligheidszorgsysteem veilig gebruik te kunnen maken van de spoorweg.
|
||||
|
|
@ -539,7 +539,7 @@ e. het spoorvoertuig voldoet aan de bij regeling van Onze Minister gestelde voor
|
|||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verleent na de beheerder te hebben gehoord, een aanvullende vergunning voor indienststelling voor een spoorvoertuig indien:
|
||||
Onze Minister verleent na de beheerder te hebben gehoord, een aanvullende vergunning voor indienststelling indien:
|
||||
|
||||
a. het spoorvoertuig reeds in een andere staat is toegelaten;
|
||||
b. een subsysteem van het spoorvoertuig dat is voorzien van een geldige EG-keuringsverklaring voldoet aan de in de voor een of meer voor het subsysteem geldende TSI’s opgenomen voorschriften voor de voor Nederland geldende specifieke gevallen;
|
||||
|
|
@ -728,7 +728,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Het is verboden onderhoud en herstel van spoorvoertuigen die beschikken over een volledige inschrijving in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid te laten uitvoeren door anderen dan daartoe door Onze Minister erkende natuurlijke personen of rechtspersonen.
|
||||
|
||||
**2.** Een erkenning wordt verleend indien wordt voldaan aan de daarvoor bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
|
||||
**2.** Een erkenning wordt verleend indien wordt voldaan aan de daarvoor bij regeling van Onze Minister gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**3.** Met een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een erkenning, afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een andere staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, welke erkenning is afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -911,12 +911,18 @@ g. gebruiksvergoeding: vergoeding als bedoeld in artikel 8 van richtlijn 91/440/
|
|||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Gerechtigd tot het sluiten van een toegangsovereenkomst en een kaderovereenkomst met de beheerder zijn:
|
||||
|
||||
a. spoorwegondernemingen en hun internationale samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 3 van richtlijn 91/440/EEG die in het bezit zijn van een bedrijfsvergunning of deze hebben aangevraagd, voorzover zij daarmee gerechtigd zijn van de hoofdspoorwegen gebruik te maken op de wijze waarvoor zij de overeenkomst willen sluiten;
|
||||
a. spoorwegondernemingen die in het bezit zijn van een bedrijfsvergunning of deze hebben aangevraagd, voorzover zij daarmee gerechtigd zijn van de hoofdspoorwegen gebruik te maken op de wijze waarvoor zij de overeenkomst willen sluiten;
|
||||
b. concessieverleners als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000 ten behoeve van openbaar vervoer per trein;
|
||||
c. andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bestuursorganen, personen of rechtspersonen.
|
||||
|
||||
**2.** De spoorwegonderneming doet uiterlijk tien maanden voor aanvang van de geldigheidsperiode van de dienstregeling, bedoeld in artikel 2, onderdeel m, van richtlijn 2001/14/EG waarin hij met het grensoverschrijdend personenvervoer wil aanvangen aan de raad van bestuur NMa en de beheerder melding van het voornemen om voor dat vervoer capaciteit aan te vragen.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing voor wijzigingen van het grensoverschrijdend personenvervoer.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Netverklaring
|
||||
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
|
@ -967,11 +973,11 @@ b. de gebruiksvergoeding.
|
|||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de verdeling van capaciteit. Die regels kunnen strekken ter bescherming van het milieu.
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de verdeling van capaciteit. Die regels kunnen strekken ter bescherming van het milieu.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden minimale niveaus van capaciteit vastgesteld voor daarbij aangegeven deelmarkten van het goederenvervoer en het personenvervoer en worden regels gesteld over de prioriteitscriteria, bedoeld in artikel 22, derde tot en met vijfde lid, van richtlijn 2001/14/EG.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald in welke gevallen capaciteit tot een bepaald tijdstip is voorbehouden voor bepaalde soorten gebruik van de hoofdspoorwegen en vanaf welk tijdstip deze capaciteit beschikbaar is voor ander gebruik.
|
||||
**3.** Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald in welke gevallen capaciteit tot een bepaald tijdstip is voorbehouden voor bepaalde soorten gebruik van de hoofdspoorwegen en vanaf welk tijdstip deze capaciteit beschikbaar is voor ander gebruik.
|
||||
|
||||
**4.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1445,7 +1451,7 @@ Erkenningen op grond van artikel 32d, zevende lid, van de Spoorwegwet (Stb. 1875
|
|||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 2, tweede en vijfde lid, kunnen spoorwegen als hoofdspoorwegen worden aangewezen, indien deze spoorwegen rechtstreeks of middellijk in overwegende mate zijn aangelegd op kosten van het Rijk en naar het oordeel van Onze Minister voldoende is komen vast te staan dat gedurende de periode van twee jaar voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel 2, tweede lid deze spoorwegen door Railinfrabeheer b.v., gevestigd te Utrecht, werden onderhouden.
|
||||
|
||||
**2.** Tot 1 januari 2010 kunnen in afwijking van artikel 2, tweede en vijfde lid, spoorwegen als hoofdspoorwegen worden aangewezen, indien Railinfrabeheer b.v., of Railinfratrust b.v., gevestigd te Utrecht, of hun rechtsopvolger rechthebbende is ten aanzien van deze spoorwegen.
|
||||
**2.** Tot 1 januari 2013 kunnen in afwijking van artikel 2, tweede en vijfde lid, spoorwegen als hoofdspoorwegen worden aangewezen, indien Railinfrabeheer b.v., of Railinfratrust b.v., gevestigd te Utrecht, of hun rechtsopvolger rechthebbende is ten aanzien van deze spoorwegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 125
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue