diff --git a/wet/wegenverkeerswet-1994/BWBR0006622/README.md b/wet/wegenverkeerswet-1994/BWBR0006622/README.md index 1e16a7dccaa..b93a5b48b7c 100644 --- a/wet/wegenverkeerswet-1994/BWBR0006622/README.md +++ b/wet/wegenverkeerswet-1994/BWBR0006622/README.md @@ -170,13 +170,13 @@ d. het afgeven van keuringsrapporten voor motorrijtuigen en aanhangwagens, e. het behandelen van bezwaren tegen afgegeven keuringsrapporten, f. het in het kader van de toelating tot het verkeer op de weg verlenen van goedkeuringen voor motorrijtuigen en aanhangwagens waarvan de constructie is gewijzigd dan wel waarvan het kentekenbewijs is ingevorderd, g. het afgeven van rijbewijzen in de gevallen, bedoeld in artikel 116, eerste lid, alsmede het ongeldigverklaren van rijbewijzen in de in deze wet bepaalde gevallen, -h. het verwerken van gegevens met betrekking tot opgegeven kentekens, afgegeven kentekenbewijzen, afgegeven keuringsrapporten, afgegeven rijbewijzen en afgegeven bromfietscertificaten, alsmede met betrekking tot rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, +h. het verwerken van gegevens met betrekking tot opgegeven kentekens, afgegeven kentekenbewijzen, afgegeven keuringsrapporten, krachtens artikel 149a verleende ontheffingen, afgegeven rijbewijzen en afgegeven bromfietscertificaten, alsmede met betrekking tot rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, i. het overeenkomstig de bij of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen verstrekken van gegevens uit de in onderdeel h bedoelde registers, j. het verlenen van erkenningen als bedoeld in de artikelen 62, 70a, 83 en 101, en het verlenen van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen als bedoeld in artikel 85a alsmede het schorsen, wijzigen en intrekken van erkenningen en van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen, k. het houden van toezicht op de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit de in onderdeel j bedoelde erkenningen en van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen, -l. het verlenen van ontheffingen als bedoeld in artikel 149, +l. het verlenen van ontheffingen als bedoeld in artikel 149a, m. het opsporen van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten, voor zover de ambtenaren van de Dienst Wegverkeer daarmee ingevolge artikel 159 zijn belast, en -n. het met inachtneming van het bepaalde inartikel 4*q* vaststellen van de tarieven, bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, 23, tweede lid, 26, eerste lid, 29, tweede lid, 37, vierde lid, 44, eerste lid, 48, eerste lid, 55, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, eerste lid, 70, tweede lid, 70d, eerste lid, 70e, tweede lid, 75, eerste lid, 80, eerste lid, 84, eerste lid, 86, vijfde lid, 90, vierde lid, 91, vierde lid, 99, eerste lid, 101, eerste lid, 102, tweede lid, 106, eerste lid, 111, vijfde lid, 128, eerste lid, en 144, eerste lid, alsmede het vaststellen van de wijze van betaling van deze tarieven. +n. het met inachtneming van het bepaalde inartikel 4*q* vaststellen van de tarieven, bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, 23, tweede lid, 26, eerste lid, 29, tweede lid, 37, vierde lid, 44, eerste lid, 48, eerste lid, 55, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, eerste lid, 70, tweede lid, 70d, eerste lid, 70e, tweede lid, 75, eerste lid, 80, eerste lid, 84, eerste lid, 86, vijfde lid, 90, vierde lid, 91, vierde lid, 99, eerste lid, 101, eerste lid, 102, tweede lid, 106, eerste lid, 111, vijfde lid, 128, eerste lid, 144, eerste lid, en 149a, vierde lid alsmede het vaststellen van de wijze van betaling van deze tarieven. **2.** @@ -456,7 +456,23 @@ Het is een ieder verboden een voertuig te besturen of als bestuurder te doen bes a. het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan tweehonderdtwintig microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan een halve milligram alcohol per milliliter bloed. -**3.** Het is verboden een motorrijtuig als bestuurder te doen besturen door een persoon waarvan men weet of redelijkerwijs moet weten dat deze verkeert in een toestand als in het eerste of het tweede lid is omschreven. +**3.** + +In afwijking van het tweede lid is het de bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, indien sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven nog geen vijf jaren zijn verstreken en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden, verboden dat motorrijtuig te besturen of als bestuurder te doen besturen na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat: + +a. het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel +b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 0,2 milligram per milliliter bloed. + +**4.** + +In afwijking van het tweede lid is het de bestuurder van een bromfiets die nog niet de leeftijd van 24 jaren heeft bereikt, verboden een bromfiets te besturen na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat: + +a. het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel +b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 0,2 milligram per milliliter bloed. + +**5.** Het is verboden een motorrijtuig als bestuurder te doen besturen door een persoon waarvan men weet of redelijkerwijs moet weten dat deze verkeert in een toestand als in het eerste, tweede, derde of vierde lid is omschreven. + +**6.** Voor de toepassing van het derde lid wordt onder een rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland. ### Artikel 9 @@ -1245,13 +1261,11 @@ De artikelen 70b, vierde tot en met zesde lid, en 70c zijn van overeenkomstige t ### Artikel 71 -Bij algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld omtrent: +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld omtrent: -a. de eisen waaraan moet worden voldaan met betrekking tot voertuigen waarmee over de weg wordt gereden; +a. de eisen waaraan moet worden voldaan met betrekking tot voertuigen waarmee over de weg wordt gereden, waarbij onderscheid gemaakt kan worden tussen verschillende wegen; b. de inrichting van voertuigen die op de weg staan. -Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van die regels voorschriften worden vastgesteld. - ### Paragraaf 2. Periodieke keuringsplicht ### Artikel 72 @@ -2160,27 +2174,42 @@ b. voor andere wegen door gedeputeerde staten. In afwijking hiervan wordt, indie Van het bepaalde krachtens deze wet kan in de krachtens deze wet aangewezen gevallen overeenkomstig krachtens deze wet vastgestelde regels ontheffing worden verleend: -a. voor wegen onder beheer van het Rijk door Onze Minister, dan wel in de door Onze Minister aan te wijzen gevallen door de Dienst Wegverkeer; +a. voor wegen onder beheer van het Rijk door Onze Minister; b. voor wegen onder beheer van een provincie door gedeputeerde staten; c. voor wegen onder beheer van een waterschap door het algemeen bestuur of, krachtens besluit van het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur; d. voor andere wegen door de gemeenteraad of, krachtens besluit van de raad, door burgemeester en wethouders of door een door de raad ingestelde commissie. -**2.** - -In afwijking van het eerste lid kan: - -a. door Onze Minister ontheffing worden verleend van het gebruik van autogordels en kinderbeveiligingsmiddelen; -b. door de Dienst Wegverkeer ontheffing worden verleend van de in artikel 71 bedoelde regels. - -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen terzake nadere regels worden vastgesteld. +**2.** In afwijking van het eerste lid kan door Onze Minister ontheffing worden verleend van het gebruik van autogordels en kinderbeveiligingsmiddelen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake nadere regels worden vastgesteld. ### Artikel 149a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** In dit artikel, artikel 149b en de op deze artikelen berustende bepalingen wordt verstaan onder wegbeheerder: het ingevolge artikel 149, eerste lid, tot het verlenen van een ontheffing bevoegde gezag. + +**2.** In afwijking van artikel 149, eerste lid, kan uitsluitend door de Dienst Wegverkeer ontheffing worden verleend of geweigerd van het bepaalde krachtens artikel 13 en artikel 71, in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de partijen waarmee en de wijze waarop de Dienst Wegverkeer periodiek overleg voert met betrekking tot de uitvoering van dit artikel en artikel 149b. + +**4.** De kosten die samenhangen met de behandeling van de aanvraag en de verlening van de ontheffing, alsmede de kosten die samenhangen met het verrichten van onderzoeken en met daarbij behorende afgifte van documenten ten behoeve van de ontheffingverlening worden ten laste gebracht van de aanvrager. Bij de toepassing van artikel 4b, eerste lid, onderdeel n, met betrekking tot deze kosten kan worden bepaald dat de vergoeding van de kosten voorafgaand aan de behandeling van de aanvraag wordt betaald. + +**5.** Ten behoeve van de ontheffingverlening, bedoeld in het tweede lid, verwerkt de Dienst Wegverkeer gegevens met betrekking tot aanvrager, voertuig en kenteken die zijn opgenomen in de aanvragen voor ontheffingen en in afgegeven ontheffingen. + +**6.** Aan de toezichthouders bedoeld in artikel 158 en aan de wegbeheerders worden op de door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze desgevraagd de gegevens met betrekking tot de inhoud van de afgegeven en geweigerde ontheffingen en de gegevens met betrekking tot het aantal en de aard van de ontheffingen verstrekt, die zij voor de uitoefening van hun taak behoeven. ### Artikel 149b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De wegbeheerder verstrekt aan de Dienst Wegverkeer ten behoeve van de ontheffingverlening, bedoeld in artikel 149a, tweede lid, de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde gegevens betreffende de infrastructuur en overige informatie op de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze. + +**2.** In de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen behoeft de Dienst Wegverkeer voor de in artikel 149a, tweede lid, bedoelde ontheffing de toestemming van de wegbeheerder. In deze gevallen wordt de toestemming verleend op basis van een door de Dienst Wegverkeer in overleg met de betrokken wegbeheerder opgestelde ontwerp-ontheffing. + +**3.** De wegbeheerder kan uitsluitend de toestemming weigeren, indien dat gerechtvaardigd is met het oog op de in artikel 2, eerste en tweede lid, omschreven doeleinden. + +**4.** Bij het verstrekken van gegevens en informatie, bedoeld in het eerste lid, kan de wegbeheerder aangeven dat aan de door de Dienst Wegverkeer te verlenen ontheffing beperkingen of voorschriften worden verbonden, indien dat gerechtvaardigd is met het oog op de bescherming van de in artikel 2, eerste en tweede lid, omschreven belangen. + +**5.** De Dienst Wegverkeer trekt verleende ontheffingen in of wijzigt deze voorzover de door de wegbeheerder ingevolge het eerste lid verstrekte gegevens of andere door hem aan de Dienst Wegverkeer verstrekte informatie daartoe aanleiding geeft. + +**6.** Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht worden als één besluit aangemerkt de ontheffing of de weigering daarvan door de Dienst Wegverkeer en de toestemming onderscheidenlijk de weigering daarvan door de wegbeheerder. + +**7.** De wegbeheerder ontvangt voor het verstrekken van gegevens en informatie, bedoeld in het eerste lid, en voor het verlenen van toestemming, bedoeld in het tweede lid, van de Dienst Wegverkeer een bij regeling van Onze Minister vastgestelde vergoeding, die is gebaseerd op het aantal en de aard van de verleende ontheffingen voor wegen die onder zijn beheer staan. ### Artikel 150 @@ -2190,7 +2219,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 151 -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld omtrent het ten laste van de aanvrager van een ontheffing brengen van de aan de behandeling van de aanvraag verbonden kosten. +Onverminderd artikel 149a kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden vastgesteld omtrent het ten laste van de aanvrager van een ontheffing brengen van de aan de behandeling van de aanvraag verbonden kosten. ### Artikel 151a @@ -2290,13 +2319,13 @@ e. indien hem ter zake van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift ### Artikel 163 -**1.** Bij verdenking dat de bestuurder van een voertuig heeft gehandeld in strijd met artikel 8, kan de opsporingsambtenaar hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel *a*. +**1.** Bij verdenking dat de bestuurder van een voertuig heeft gehandeld in strijd met artikel 8, kan de opsporingsambtenaar hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, artikel 8, derde lid, onderdeel a, of artikel 8, vierde lid, onderdeel a. **2.** De bestuurder aan wie het in het eerste lid bedoelde bevel is gegeven, is verplicht ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en gevolg te geven aan alle door de opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen. **3.** De in het tweede lid genoemde verplichtingen gelden niet voor de verdachte van wie aannemelijk is, dat het verlenen van medewerking aan een ademonderzoek voor hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is. -**4.** In het geval, bedoeld in het derde lid, dan wel indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, kan de opsporingsambtenaar de verdachte vragen of hij zijn toestemming geeft tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel *b.* Gelijke bevoegdheid heeft de opsporingsambtenaar, indien het vermoeden bestaat dat de verdachte onder invloed van een andere in artikel 8, eerste lid, bedoelde stof dan alcoholhoudende drank verkeert. +**4.** In het geval, bedoeld in het derde lid, dan wel indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, kan de opsporingsambtenaar de verdachte vragen of hij zijn toestemming geeft tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, artikel 8, derde lid, onderdeel b, of artikel 8, vierde lid, onderdeel b. Gelijke bevoegdheid heeft de opsporingsambtenaar, indien het vermoeden bestaat dat de verdachte onder invloed van een andere in artikel 8, eerste lid, bedoelde stof dan alcoholhoudende drank verkeert. **5.** Indien de bestuurder zijn op grond van het vierde lid gevraagde toestemming niet verleent, kan de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, hem bevelen zich te onderwerpen aan een bloedonderzoek. @@ -2304,7 +2333,7 @@ e. indien hem ter zake van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift **7.** De in het zesde lid genoemde verplichtingen gelden niet voor de verdachte van wie aannemelijk is, dat afname van bloed bij hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is. -**8.** De krachtens het zevende lid van de in het zesde lid genoemde verplichtingen vrijgestelde personen zijn verplicht mee te werken aan een door de officier van justitie, door een hulpofficier van justitie of door een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bevolen onderzoek teneinde op andere wijze dan door bloed- of ademonderzoek het gebruik van de in artikel 8, eerste lid, bedoelde stoffen of het in artikel 8, tweede lid, onderdeel *b*, genoemde gehalte vast te stellen. +**8.** De krachtens het zevende lid van de in het zesde lid genoemde verplichtingen vrijgestelde personen zijn verplicht mee te werken aan een door de officier van justitie, door een hulpofficier van justitie of door een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bevolen onderzoek teneinde op andere wijze dan door bloed- of ademonderzoek het gebruik van de in artikel 8, eerste lid, bedoelde stoffen of het in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, artikel 8, derde lid, onderdeel b, of artikel 8, vierde lid, onderdeel b, genoemde gehalte vast te stellen. **9.** Indien de verdachte niet in staat is zijn wil kenbaar te maken, kan hem met toestemming van de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, door een arts de in het zesde lid bedoelde hoeveelheid bloed worden afgenomen, tenzij aannemelijk is dat dit bij hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is. Een onderzoek van het bloed vindt niet plaats dan nadat de verdachte in de gelegenheid is gesteld zijn toestemming daartoe te geven. Zo nodig kan hem overeenkomstig het vijfde lid worden bevolen zijn medewerking te verlenen. De verdachte aan wie een zodanig bevel is gegeven, is verplicht zijn medewerking te verlenen. Indien de verdachte weigert zijn medewerking te verlenen, wordt het bloedmonster vernietigd. @@ -2318,13 +2347,21 @@ e. indien hem ter zake van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift De in het eerste lid bedoelde vordering wordt gedaan in geval van overtreding van: -a. artikel 8, indien bij een onderzoek als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, van die bepaling blijkt of, bij ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger is dan vijfhonderdzeventig microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed; -b. artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid; -c. overschrijding van een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid met vijftig kilometer of meer, in geval van staandehouding van de bestuurder. +a. artikel 8, indien bij een onderzoek als bedoeld in het tweede lid, van die bepaling blijkt of, bij ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger is dan vijfhonderdzeventig microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed; +b. artikel 8, indien bij een onderzoek als bedoeld in het derde lid van die bepaling blijkt of, bij het ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger is dan 350 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 0,8 milligram alcohol per milliliter bloed; +c. artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid; +d. overschrijding van een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid met vijftig kilometer of meer, in geval van staandehouding van de bestuurder. **3.** De in het eerste lid bedoelde vordering kan worden gedaan indien door de overtreding de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht. -**4.** De ingevorderde bewijzen worden tegelijk met het proces-verbaal onverwijld opgezonden aan de officier van justitie. Indien bij het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde onderzoek is gebleken of, bij ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger was dan zevenhonderdvijfentachtig microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 1,8 milligram alcohol per milliliter bloed, indien de maximumsnelheid met zeventig kilometer of meer is overschreden, dan wel indien op grond van andere feiten of omstandigheden ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de bestuurder opnieuw een feit als bedoeld in het tweede of derde lid zal begaan, is de officier van justitie bevoegd de ingevorderde bewijzen onder zich te houden, totdat de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan of, indien bij die uitspraak de bestuurder de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen onvoorwaardelijk is ontzegd, tot het tijdstip waarop de ontzegging is verstreken. +**4.** + +De ingevorderde bewijzen worden tegelijk met het proces-verbaal onverwijld opgezonden aan de officier van justitie. De officier van justitie is bevoegd de ingevorderde bewijzen onder zich te houden totdat de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan of, indien bij de uitspraak de bestuurder de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuig onvoorwaardelijk is ontzegd, tot het tijdstip waarop de ontzegging is verstreken, indien: + +a. bij het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde onderzoek is gebleken of, bij ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger was dan 785 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 1,8 milligram alcohol per milliliter bloed; +b. bij het tweede lid, onderdeel b, bedoelde onderzoek is gebleken of, bij ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger was dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed; +c. de maximumsnelheid met 70 kilometer of meer is overschreden, dan wel +d. op grond van andere feiten of omstandigheden ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de bestuurder opnieuw een feit als bedoeld in het tweede of derde lid zal begaan. **5.** @@ -2477,7 +2514,7 @@ b. gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie, **2.** -Indien degene die schuldig is aan een van de in het eerste lid genoemde feiten, verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid, of indien een van de in het eerste lid genoemde feiten is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, wordt hij gestraft met: +Indien degene die schuldig is aan een van de in het eerste lid genoemde feiten, verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde of vierde lid, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid, of indien een van de in het eerste lid genoemde feiten is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, wordt hij gestraft met: a. gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a; b. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.