diff --git a/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md b/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md index 0b1511acf1a..41f3af895a9 100644 --- a/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md +++ b/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md @@ -78,7 +78,7 @@ a. op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artike b. op grond van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw 2000 (verblijfsdocument II)3In de GBA wordt deze verblijfstitel aangegeven met de GBA-code 25.; c. op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 Vw 2000 (verblijfsdocument III)4In de GBA wordt deze verblijfstitel aangegeven met de GBA-code 26.; d. op grond van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 Vw 2000 (verblijfsdocument IV)5In de GBA wordt deze verblijfstitel aangegeven met de GBA-code 27.; -e. als gemeenschapsonderdaan zolang deze onderdaan verblijf houdt op grond van een regeling krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap dan wel de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (verblijfsdocument EU/EER, verblijfsdocument I of sticker in geldig document voor grensoverschrijding of op inlegvel);6In de GBA wordt deze verblijfstitel aangegeven met de GBA-codes 28, 29 of 30.; +e. als gemeenschapsonderdaan zolang deze onderdaan verblijf houdt op grond van een regeling krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap dan wel de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (dit kan blijken uit een verklaring van inschrijving van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), een duurzaam verblijfsdocument, verblijfsdocument EU/EER, verblijfsdocument I of een sticker in geldig document voor grensoverschrijding of op inlegvel)6In de GBA wordt deze verblijfstitel aangegeven met de GBA-codes 28, 29 of 30.; f. indien de vreemdeling verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije (verblijfsdocument I7In de GBA wordt deze verblijfstitel aangegeven met de GBA-code 35., voor vreemdelingen die tevens rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder b, c dan wel d, Vw 2000 het verblijfsdocument II, III respectievelijk IV). ##### 3. Toelating voor onbepaalde tijd @@ -87,7 +87,7 @@ Ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, RWN en artikel 11, tweede to Een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd dan wel een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, heeft altijd (tenzij er redenen zijn om te denken dat die vergunning moet worden ingetrokken) toelating voor onbepaalde tijd in hier bedoelde zin. -Bij een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (wordt verleend onder een beperking) dan wel een verblijfsdocument EU/EER, dient nader te worden onderzocht of sprake is van toelating voor onbepaalde tijd (dit hangt af van de beperking waaronder de vergunning is verleend dan wel de geldigheidsduur van de vergunning). +Bij een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (wordt verleend onder een beperking), dient nader te worden onderzocht of sprake is van toelating voor onbepaalde tijd (dit hangt af van de beperking waaronder de vergunning is verleend dan wel de geldigheidsduur van de vergunning). ##### 4. Toelating minderjarigen @@ -1933,9 +1933,23 @@ Bij het indienen van een verzoek om naturalisatie en tijdens de behandeling van Het kan voorkomen dat bij de indiening van het verzoek blijkt dat op grond van het verblijfsdocument van verzoeker moet worden geconcludeerd dat er bedenkingen bestaan tegen het verblijf voor onbepaalde tijd, maar dat de verzoeker stelt in aanmerking te kunnen komen voor een andere verblijfsvergunning die wel voldoende is om in aanmerking te komen voor naturalisatie. Ook hier geldt –om bovengenoemde redenen –dat verzoeker wordt ontraden om een verzoek in te dienen en dat hij wordt verwezen naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Houdt verzoeker niettemin vast aan indiening van het verzoek om naturalisatie, dan wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in paragraaf 3.1 bij de toelichting op dit artikellid. Door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wordt op basis van het door verzoeker overgelegde verblijfsdocument (dus geen fictietoets) met behulp van Bijlagen 2 en 3 beoordeeld of sprake is van bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd. -###### 3.4. Gemeenschapsonderdanen +###### 3.4. EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen -EU- en EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, alsmede hun familieleden – ongeacht hun nationaliteit – die verblijfsrecht ontlenen aan het gemeenschapsrecht of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat, worden aangeduid als gemeenschapsonderdanen. Dat verblijfsrecht ontstaat van rechtswege, dus zonder tussenkomst van de Nederlandse autoriteiten en zonder dat daadwerkelijk een besluit behoeft te worden genomen. Dat verblijfsrecht kan ook weer van rechtswege (dus ook zonder dat daarvoor een besluit is vereist) vervallen. Het kan dus voorkomen dat een onderdaan van de EU, EER of Zwitserse Bondsstaat hier te lande wel een verblijfsrecht heeft, maar niet in het bezit is van een verblijfsdocument. Om te kunnen beoordelen of de verzoeker een verblijfsrecht voor onbepaalde tijd heeft, dient hij een document te overleggen waaruit dat verblijfsrecht blijkt. Zolang hij niet in het bezit is van een verblijfsdocument wordt hem ontraden een verzoek in te dienen en wordt hij verwezen naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Indien de verzoeker er niettemin op staat een verzoek in te dienen, zal de burgemeester het verzoek in ontvangst nemen. Het verdient aanbeveling een woordelijk verslag op te maken en dit door verzoeker te laten ondertekenen. Verzoeker wordt erop gewezen dat, in het geval zijn verzoek om naturalisatie wordt afgewezen, hij de voor naturalisatie betaalde leges niet terugkrijgt. De burgemeester kan verlangen dat verzoeker een verklaring ondertekent als opgenomen in model 2.21. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zal het verblijfsrecht van verzoeker verder beoordelen. +EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen, alsmede hun familieleden – ongeacht hun nationaliteit – die verblijfsrecht ontlenen aan het gemeenschapsrecht of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat, worden aangeduid als gemeenschapsonderdanen. Gemeenschapsonderdanen zijn niet in alle gevallen ook burgers van de Europese Unie. Zo zijn de familie- of gezinsleden van EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen die verblijfsrecht ontlenen aan het gemeenschapsrecht of de genoemde Overeenkomst, maar die niet de nationaliteit van een lidstaat bezitten, wel gemeenschapsonderdaan maar niet burger van de Unie. + +I. EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen Aan het verblijfsrecht voor maximaal drie maanden zijn in het kader van de Richtlijn geen andere voorwaarden of formaliteiten gesteld dan de verplichting in het bezit te zijn van een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort. Dit verblijfsrecht is naar zijn aard tijdelijk. Ingevolge de uitspraken van de Raad van State van 7 juli 2004 wordt echter ook in de eerste periode van drie maanden aangenomen dat de EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen dadelijk rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan hebben, zijnde niettijdelijk verblijf. +II. Familieleden niet zelf EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan Voor familieleden van EU/EERonderdanen en Zwitserse onderdanen die zelf niet de nationaliteit van een lidstaat of Zwitserland hebben wordt rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan niet onmiddellijk aangenomen. Tegen het verblijf voor onbepaalde tijd hier te lande van deze familieleden die gebruik maken van hun verblijfsrecht voor maximaal drie maanden, bestaan derhalve bedenkingen. + +EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen hebben (in beginsel) het recht gedurende meer dan drie maanden op het grondgebied van een andere lidstaat te verblijven indien zij: + +- in het gastland werknemer of zelfstandige zijn; of +- voor zichzelf en hun familieleden over voldoende bestaansmiddelen beschikken om te voorkomen dat zij tijdens hun verblijf ten laste komen van het sociale bijstandsstelsel van het gastland, en over een verzekering beschikken die de ziektekosten in het gastland volledig dekt; of +- zijn ingeschreven aan een door het gastland erkende of gefinancierde particuliere of openbare instelling, om er als hoofdbezigheid een studie of beroepsopleiding te volgen; of zij familielid zijn van de gemeenschapsonderdaan die voldoet aan de hierboven genoemde voorwaarden. (zie artikel 7 van de Richtlijn 2004/38/ EG) + +I. EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen + +EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar legaal op het grondgebied van het gastland hebben verbleven, hebben aldaar (van rechtswege) een duurzaam verblijfsrecht. Wanneer het duurzame verblijfsrecht eenmaal is verkregen, kan het slechts worden verloren door een afwezigheid van meer dan twee achtereenvolgende jaren uit het gastland of door middel van een daartoe strekkende beschikking van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wegens ernstige redenen van openbare orde of nationale veiligheid. Op verzoek van de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan en nadat de duur van het verblijf is geverifieerd, verstrekt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan de persoon die duurzaam verblijfsrecht geniet een document ter staving hiervan. Na tien jaren in Nederland te hebben verbleven kan nog slechts tot verwijdering worden overgegaan om dwingende redenen van openbare orde of nationale veiligheid. Een minderjarige kan slechts worden verwijderd indien dat in zijn eigen belang is. Ten aanzien van EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen die duurzaam verblijfsrecht genieten bestaan geen bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd. Hoewel niet verplicht, kunnen betrokkenen hun duurzaam verblijfsrecht aantonen met het duurzame verblijfsdocument. +II. Familieleden niet zelf EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan Familieleden die niet de nationaliteit van een lidstaat of de Zwitserse nationaliteit bezitten, en die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar legaal in het gastland bij de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan hebben verbleven, hebben (van rechtswege) duurzaam verblijfsrecht en kunnen eveneens in het bezit worden gesteld van het duurzaam verblijfsdocument. Ten aanzien van de familieleden die duurzaam verblijfsrecht genieten, bestaan geen bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd. Hoewel niet verplicht, kunnen betrokkenen hun duurzaam verblijfsrecht aantonen met het duurzame verblijfsdocument. ###### 3.5. Diplomaten en andere geprivilegieerden @@ -1980,7 +1994,7 @@ De vader van A komt niet in aanmerking voor naturalisatie. De moeder wel. Ondank | II | Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd | | III | Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd | | IV | Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd | -| EU/EER | Gemeenschapsonderdaan die onderdaan is van een lidstaat van EER of van de Zwitserse Bondsstaat; Gezinslid van een gemeenschapsonderdaan (die zelf EU/EER-onderdaan is of onderdaan is van de Zwitserse Bondsstaat) | +| EU/EER | Duurzaam (na vijf jaar ononderbroken legaal verblijf in het gastland) Afgegeven voor de duur van vijf jaar of voor de duur van het voorgenomen verblijf EU/EER- en Zwitserse onderdaan; Familie- of gezinslid van een EU/EER- en Zwitserse onderdaan Afgegeven voor de duur van vijf jaar of voor de duur van het voorgenomen verblijf Familie- of gezinslid (van een EU/EER- en Zwitserse onderdaan) dat niet de nationaliteit van een lidstaat bezit; Onderdaan van een toegetreden lidstaat | | W | Verblijf in afwachting van een asielaanvraag, niet uitzetbaar op medische gronden, verstrekkingen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers worden niet beëindigd | | Sticker | Vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijven op grond van artikel 8, aanhef en onder e, f, g, h, i en j, Vw 2000 | @@ -1992,7 +2006,7 @@ De vader van A komt niet in aanmerking voor naturalisatie. De moeder wel. Ondank | II | Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd | Neen (*) | | III | Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd | Ja, tenzij betrokkene: – een minderjarige is voor wie medeverlening op grond van artikel 11, eerste lid, RWN is verzocht; en – verblijf heeft op grond van artikel 29, aanhef en onder a t/m e, Vw 2000 (*) | | IV | Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd | Neen (*) | -| EU/EER | Gemeenschapsonderdaan ontleent zijn verblijfsrecht rechtstreeks aan het gemeenschapsrecht | Neen, tenzij betrokkene: – diensten verleent; of – diensten ontvangt; of – verblijft voor het volgen van een opleiding. (artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder a en c, Vb 2000) | +| EU/EER | Vanaf 29 april 2006 ontvangen EU/EER- onderdanen en Zwitserse onderdanen niet langer een verblijfsdocument. Familieleden die niet de nationaliteit van een lidstaat bezitten ontvangen op aanvraag nog wel een verblijfsdocument EU/EER. EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen met een duurzaam verblijfsrecht ontvangen op aanvraag een duurzaam verblijfsdocument. Dat geldt ook voor hun familieleden, ongeacht hun nationaliteit. Ook na 29 april 2006 kunnen EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen nog steeds in het bezit zijn van een (vóór 29 april 2006 afgegeven) verblijfsdocument EU/EER | Neen, tenzij betrokkene: - familie- of gezinslid is van een EU/EER- of Zwitserse onderdaan, niet in het bezit is van de nationaliteit van een lidstaat en niet in het bezit is van een verblijfsdocument EU/EER, afgegeven voor de duur van vijf jaar of de duur van het voorgenomen verblijf indien dit minder dan vijf jaar bedraagt. | | W | Vreemdeling is in bezit van W-document | Ja | | Sticker met verblijfsaantekening | Vreemdeling heeft sticker in geldig document voor grensoverschrijding of op inlegvel (ook EU/EER- onderdanen of Zwitserse onderdanen kunnen in het bezit zijn van een sticker/inlegvel) | Ja | @@ -2189,7 +2203,7 @@ De verzoeker kan een beroep doen op een vrijstellingsgrond als genoemd in artike 1. Molukkers, die op grond van de Wet van 9 september 1976 (*Stb.* 1976, 468) bij de toepassing van de Nederlandse wetgeving worden behandeld als Nederlander en dientengevolge als voldoende ingeburgerd worden beschouwd; 2. Degene die een diploma heeft van een afgeronde opleiding in de Nederlandse taal van een hoger niveau dan lagere school of basisschool. Betrokkene dient in dat geval te overleggen het originele: -– getuigschrift Wetenschappelijk Onderwijs of Hoger Beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet op het hoger wetenschappelijk onderwijs; +– getuigschrift Wetenschappelijk Onderwijs en Hoger Beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; – diploma voortgezet (middelbaar) onderwijs, uitgereikt op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs; – diploma beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet educatie beroepsonderwijs; – diploma leerlingwezen, uitgereikt op grond van de Wet educatie beroepsonderwijs of de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs; @@ -2711,7 +2725,7 @@ Indien een verzoeker een beroep wenst te doen op deze uitzondering op de afstand Als niet-zelfstandige wordt in dit verband aangemerkt een persoon die zijn inkomsten verwerft anders dan uit een bedrijf of een zelfstandig beroep. -In dit kader geldt als inkomen; het maandinkomen (van verzoeker en eventueel zijn (huwelijks)partner), inclusief de overhevelingstoeslag, na aftrek van de over het bruto inkomen verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies, pensioenpremies en vaste lasten (zoals maandelijkse uitgaven in verband met alimentatie ten behoeve van de gewezen partner en ten behoeve van de kinderen, premies van vrijwillige verzekering tegen ziektekosten, premies krachtens de Ziekenfondswet en de AWBZ, verhaalsbedragen in het kader van de Wwb en eventuele andere bijzondere uitgaven die noodzakelijk ten laste van verzoeker komen) (vergelijk artikel 1, onder b, Bdr en artikel 7 Bdr). +In dit kader geldt als inkomen; het maandinkomen (van verzoeker en eventueel zijn (huwelijks)partner), inclusief de overhevelingstoeslag, na aftrek van de over het bruto inkomen verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies, pensioenpremies en vaste lasten (zoals maandelijkse uitgaven in verband met alimentatie ten behoeve van de gewezen partner en ten behoeve van de kinderen, premies van vrijwillige verzekering tegen ziektekosten, premies krachtens de Zorgverzekeringswet en de AWBZ, verhaalsbedragen in het kader van de Wwb en eventuele andere bijzondere uitgaven die noodzakelijk ten laste van verzoeker komen) (vergelijk artikel 1, onder b, Bdr en artikel 7 Bdr). In dit kader geldt als vermogen; de waarde van de bezittingen, verminderd met de waarde van de schulden (vergelijk artikelen 1, onder c, 8 en 9 Bdr). @@ -3688,7 +3702,7 @@ In geval van financieel min- en onvermogen van de verzoeker(s) is laag tarief va Op grond van de Wwb bestaat de mogelijkheid toeslagen toe te kennen. De Gemeentelijke Sociale Diensten hebben een beleidsvrijheid met het toekennen van deze toeslagen en er zijn geen standaardnormeringen ontwikkeld. In dat kader dient uitsluitend te worden getoetst aan de bijstandsnormen zonder toeslagen. Dit betekent, dat een verzoeker wiens inkomsten bestaan uit een uitkering Wwb, al dan niet aangevuld met een toeslag Wwb (hetzij structureel, hetzij incidenteel), in aanmerking komt voor naturalisatie tegen laag tarief. -Een verzoeker heeft een WAO-uitkering. Omdat deze uitkering beneden het bijstandsniveau ligt, ontvangt de verzoeker een aanvulling op grond van de Toeslagenwet. Hierdoor is het netto-inkomen van de verzoeker € 2,38 hoger dan de voor hem geldende bijstandsnorm. De aanvulling op grond van de Toeslagenwet is verleend om het inkomen van de verzoeker aan te vullen tot het bijstandsniveau. Door de verschillende berekeningssystemen van de bedrijfsvereniging en de Sociale Dienst ligt het inkomen van verzoeker iets boven de voor hem geldende bijstandsnorm. De achterliggende gedachte van de verleende aanvulling is om de verzoeker een inkomen op bijstandsniveau te verschaffen. In dat kader komt de verzoeker in aanmerking voor het verminderd tarief. +Een verzoeker heeft een WAO-uitkering of een WIA-uitkering. Omdat deze uitkering beneden het bijstandsniveau ligt, ontvangt de verzoeker een aanvulling op grond van de Toeslagenwet. Hierdoor is het netto-inkomen van de verzoeker € 2,38 hoger dan de voor hem geldende bijstandsnorm. De aanvulling op grond van de Toeslagenwet is verleend om het inkomen van de verzoeker aan te vullen tot het bijstandsniveau. Door de verschillende berekeningssystemen van de bedrijfsvereniging en de Sociale Dienst ligt het inkomen van verzoeker iets boven de voor hem geldende bijstandsnorm. De achterliggende gedachte van de verleende aanvulling is om de verzoeker een inkomen op bijstandsniveau te verschaffen. In dat kader komt de verzoeker in aanmerking voor het verminderd tarief. Als een verzoeker voor het laag tarief in aanmerking wenst te komen, dient hij een gewaarmerkte verklaring omtrent inkomen en vermogen, of een verklaring Bijstandsgerechtigden en asielzoekers (Wwb, ROA) en de meest recente uitkeringsspecificatie te overleggen. De verklaring omtrent inkomen en vermogen of de verklaring Bijstandsgerechtigden en asielzoekers (Wwb, ROA) mag niet ouder zijn dan twee maanden.