2012-02-29 | BWBR0008804 | Wet wapens en munitie
This commit is contained in:
parent
8b74b3e088
commit
dc2e4e01d9
1 changed files with 44 additions and 6 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet wapens en munitie
|
|||
bwb_id: BWBR0008804
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1998-01-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2012-01-26'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008804
|
||||
citeertitel: Wet wapens en munitie
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Wet wapens en munitie
|
|||
|
||||
In deze wet wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
1°. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
|
||||
1°. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
|
||||
2°. de korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 24 van de Politiewet 1993;
|
||||
3°. vuurwapen: een voorwerp bestemd of geschikt om projectielen of stoffen door een loop af te schieten, waarvan de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundige reactie;
|
||||
4°. munitie: patronen en andere voorwerpen, bestemd of geschikt om een projectiel of een giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende of soortgelijke stof door middel van een vuurwapen af te schieten of te verspreiden, alsmede projectielen, bestemd om afgeschoten te worden door middel van een vuurwapen;
|
||||
|
|
@ -115,11 +115,11 @@ Alle overige munitie.
|
|||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 9, eerste lid, 13, eerste lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, en 27, eerste lid, zijn niet van toepassing op de krijgsmacht. Zij zijn evenmin van toepassing op personen die daarvan deel uitmaken of daarvoor werkzaam zijn, voor zover Onze Minister van Defensie dit bij regeling heeft bepaald.
|
||||
**1.** De artikelen 9, eerste lid, 13, eerste lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, 27, eerste lid, 32a, eerste lid, en 32b, eerste lid, zijn niet van toepassing op de krijgsmacht. Zij zijn evenmin van toepassing op personen die daarvan deel uitmaken of daarvoor werkzaam zijn, voor zover Onze Minister van Defensie dit bij regeling heeft bepaald.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 9, eerste lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, en 27, eerste lid, zijn niet van toepassing op de politie. Zij zijn evenmin van toepassing op personen die daarvan deel uitmaken of daarvoor werkzaam zijn, voor zover Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken dit bij regeling hebben bepaald.
|
||||
**2.** De artikelen 9, eerste lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, 27, eerste lid, 32a, eerste lid, en 32b, eerste lid, zijn niet van toepassing op de politie. Zij zijn evenmin van toepassing op personen die daarvan deel uitmaken of daarvoor werkzaam zijn, voor zover Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken dit bij regeling hebben bepaald.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, en 27, eerste lid, zijn niet van toepassing op de overige openbare dienst en op personen die daarvan deel uitmaken of daarvoor werkzaam zijn, daaronder begrepen opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en buitengewone opsporingsambtenaren, voor zover Onze Minister dit bij regeling heeft bepaald.
|
||||
**3.** De artikelen 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, 27, eerste lid, 32a, eerste lid, en 32b, eerste lid, zijn niet van toepassing op de overige openbare dienst en op personen die daarvan deel uitmaken of daarvoor werkzaam zijn, daaronder begrepen opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en buitengewone opsporingsambtenaren, voor zover Onze Minister dit bij regeling heeft bepaald.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder krijgsmacht, politie en overige openbare dienst mede verstaan niet-Nederlandse krijgsmacht, politie of openbare dienst.
|
||||
|
||||
|
|
@ -410,7 +410,7 @@ c. de aanvrager tenminste de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, behouden
|
|||
|
||||
**2.** Op de Europese vuurwapenpas worden aangetekend de vuurwapens die de houder gerechtigd is voorhanden te hebben, alsmede andere bij regeling van Onze Minister vast te stellen gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** De Europese vuurwapenpas wordt afgegeven door de korpschef in de woon- of verblijfplaats van de aanvrager en heeft een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar.
|
||||
**3.** De Europese vuurwapenpas wordt afgegeven door de korpschef in de woon- of verblijfplaats van de aanvrager en heeft een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
|
|
@ -449,6 +449,42 @@ indien de aanvrager die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, i
|
|||
a. geen verlof als bedoeld in het eerste lid verleend zonder voorafgaande toestemming van die lid-staat, wanneer het verlof betrekking heeft op wapens ten aanzien waarvan het voorhanden hebben in die lid-staat aan een vergunning is onderworpen;
|
||||
b. door Onze Minister mededeling gedaan aan die lid-staat van een verlof als bedoeld in het eerste lid, wanneer het verlof betrekking heeft op wapens ten aanzien waarvan het voorhanden hebben in die lid-staat aan een aangifte is onderworpen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7a. Markering van vuurwapens en munitie
|
||||
|
||||
### Artikel 32a
|
||||
|
||||
**1.** Een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, in samenhang met bijlage I, van richtlijn nr. 91/477/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEG L 256), dat wordt vervaardigd of op de markt gebracht, is voorzien van een unieke markering of is voor gebruik als zodanig ongeschikt gemaakt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De markering bevat:
|
||||
|
||||
a. een unieke markering met:
|
||||
|
||||
1° de naam van de fabrikant;
|
||||
2° het land of de plaats van vervaardiging;
|
||||
3° het serienummer en het jaar van vervaardiging, indien het jaar van vervaardiging niet reeds onderdeel uitmaakt van het serienummer; of
|
||||
b. enige andere unieke en gebruikersvriendelijke markering met een nummer of alfanumerieke code aan de hand waarvan het land van vervaardiging eenvoudig kan worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** De markering is aangebracht op een wezenlijk onderdeel van het vuurwapen dat van dien aard is dat het vuurwapen bij vernietiging van dit onderdeel onbruikbaar zou worden.
|
||||
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de te markeren onderdelen en de aan te brengen gegevens.
|
||||
|
||||
**5.** Een wijziging van artikel 1, eerste lid, of bijlage I van de in het eerste lid genoemde richtlijn gaat voor de toepassing van het bij en krachtens deze paragraaf bepaalde gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 32b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij munitie voor een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, in samenhang met bijlage I, van richtlijn nr. 91/477/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEG L 256), bevat de kleinste verpakkingseenheid van volledige munitie:
|
||||
|
||||
a. de naam van de fabrikant;
|
||||
b. het identificatienummer van de batch;
|
||||
c. het kaliber;
|
||||
d. het type munitie.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan nadere regels stellen over de aan te brengen gegevens.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 8. Veiligheidseisen
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
|
@ -633,6 +669,8 @@ b. hij die handelt in strijd met de artikelen 13, eerste lid, of 26, eerste lid,
|
|||
|
||||
**5.** Met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt eveneens gestraft hij die handelt in strijd met artikel 9, eerste lid, 13, eerste lid, 14, eerste lid, 26, eerste lid, of 31, eerste lid, indien het feit begaan is met een terroristisch oogmerk als bedoeld in artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht dan wel met het oogmerk om een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 83 van dat wetboek voor te bereiden of gemakkelijk te maken.
|
||||
|
||||
**6.** Met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft hij die handelt in strijd met de artikelen 32a, eerste, tweede of derde lid, of 32b.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
De in artikel 54 strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. De in artikel 55 strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue