2022-11-05 | BWBR0047436 | Wet hersteloperatie toeslagen

This commit is contained in:
Coornhert 2022-11-05 12:00:00 +00:00
parent 3d6f128a98
commit dc307ed152

View file

@ -12,6 +12,20 @@ citeertitel: Wet hersteloperatie toeslagen
## Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
### Artikel 1.1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- * berekeningsjaar: * kalenderjaar waarop de toeslag betrekking heeft;
- * huurtoeslag: * huurtoeslag als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet op de huurtoeslag;
- * kind: * eigen kind als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet;
- * kinderopvangtoeslag: * kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang;
- * kindgebonden budget: * kindgebonden budget als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het kindgebonden budget;
- * partner: * partner als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
- * pleegkind: * pleegkind als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet of een kind dat met een pleegkind wordt gelijkgesteld krachtens artikel 4, vierde lid, van die wet;
- * toeslag: * kinderopvangtoeslag, huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget;
- * zorgtoeslag: * zorgtoeslag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de zorgtoeslag.
## Hoofdstuk 2. Compensatie, tegemoetkomingen, moratorium en brede ondersteuning
### Afdeling 2.1. Compensatie en tegemoetkomingen gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag
@ -135,6 +149,51 @@ b. een verlaging, vaststelling op nihil of naar rato vaststelling als bedoeld in
### Afdeling 2.2. Tegemoetkoming kind, pleegkind of voormalig pleegkind van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag of partner
### Artikel 2.10
Aan een kind van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of van diens partner, indien die tevens diens partner was op 26 januari 2021, kent de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het kind op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is geboren.
### Artikel 2.11
**1.**
Aan een pleegkind van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of van diens partner, indien die tevens diens partner was op 26 januari 2021, kent de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het pleegkind:
a. uiterlijk op de dag waarop dit artikel in werking is getreden, pleegkind is geworden van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag of diens partner; en
b. op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is geboren.
**2.**
Aan een voormalig pleegkind van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, of van diens partner, indien die tevens diens partner was op 26 januari 2021, kent de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het voormalige pleegkind:
a. onderdeel van het huishouden is geweest van de aanvrager van de kinderopvangtoeslag in de periode tussen de eerste beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen waarvoor herstel wordt geboden door middel van de herstelmaatregel tot en met de dag waarop dit artikel in werking is getreden; en
b. op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is geboren.
### Artikel 2.12
**1.**
De tegemoetkoming bedraagt voor een kind, pleegkind of voormalig pleegkind dat op 1 juli 2023:
a. jonger is dan zes jaar: € 2.000;
b. ten minste zes jaar is, maar jonger is dan twaalf jaar: € 4.000;
c. ten minste twaalf jaar is, maar jonger is dan vijftien jaar: € 6.000;
d. ten minste vijftien jaar is, maar jonger is dan achttien jaar: € 8.000;
e. ten minste achttien jaar is: € 10.000.
**2.** Een kind, pleegkind of voormalig pleegkind komt eenmaal in aanmerking voor de tegemoetkoming.
### Artikel 2.13
Een kind als bedoeld in artikel 2.10, een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, of een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, kan een aanvraag doen tot toekenning van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 indien:
a. de Belastingdienst/Toeslagen de beschikking tot het toepassen van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 heeft bekendgemaakt; en
b. de Belastingdienst/Toeslagen de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming niet ambtshalve binnen zes maanden na de datum, bedoeld in artikel 6.4, onderdeel a of b, heeft vastgesteld.
### Artikel 2.14
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 2.3. (Gereserveerd)
### Afdeling 2.4. Ondersteuning en vergoedingen voor gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en diens gezin woonachtig buiten nederland
@ -165,11 +224,35 @@ b. de redelijke kosten van de verhuizing naar Nederland voor zijn rekening nemen
### Artikel 2.16
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
De Belastingdienst/Toeslagen kent ambtshalve een tegemoetkoming toe aan een aanvrager van een huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget, indien:
a. ten aanzien van hem voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Belastingdienst/Toeslagen;
b. hij hierdoor schade heeft geleden; en
c. hij betrokken is geweest bij een onderzoek van het Combiteam Aanpak Facilitators.
**2.** De tegemoetkoming wordt niet toegekend indien de door de aanvrager van een huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget geleden schade is te wijten aan een ernstige onregelmatigheid die aan hem toerekenbaar is.
**3.** De tegemoetkoming bedraagt 130 procent van het bedrag van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget dat is teruggevorderd, niet is toegekend of niet is uitbetaald als voorschot, als een direct gevolg van institutionele vooringenomenheid.
**4.**
De tegemoetkoming wordt verminderd met:
a. een nog niet betaald bedrag van een terugvordering als bedoeld in het derde lid;
b. een alsnog toegekende verhoging van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget over het berekeningsjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, met dien verstande dat de vermindering niet meer bedraagt dan het niet toegekende bedrag, bedoeld in het derde lid; of
c. het bedrag van een tegemoetkoming die toegekend is op grond van artikel 2.17.
**5.** De tegemoetkoming blijft achterwege voor zover op een andere wijze in een vergoeding of tegemoetkoming ter zake is voorzien.
### Artikel 2.17
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kent aan een aanvrager van een huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget ambtshalve een tegemoetkoming toe indien de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet op de huurtoeslag, de Wet op de zorgtoeslag, de Wet op het kindgebonden budget of op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard omdat aan de aanvrager geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van de aanvrager of diens partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget.
**2.** De tegemoetkoming bedraagt 30 procent van het bedrag van de terugvordering.
**3.** De tegemoetkoming blijft achterwege voor zover op andere wijze in een vergoeding of tegemoetkoming ter zake is voorzien.
### Artikel 2.18
@ -188,7 +271,9 @@ b. hij zich kenbaar heeft gemaakt bij de Belastingdienst/Toeslagen als iemand di
### Artikel 2.19
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kan een bijzondere tegemoetkoming worden toegekend indien sprake is van een schrijnend geval waarin de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet op de huurtoeslag, de Wet op de zorgtoeslag, de Wet op het kindgebonden budget of een op een van die wetten berustende bepaling bij de uitvoering van de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget heeft geleid tot ernstige onbillijkheden van overwegende aard, die zich hebben voorgedaan bij een beschikking tot vaststelling of tot terugvordering inzake de huurtoeslag, de zorgtoeslag en het kindgebonden budget, dan wel bij het niet toekennen van een persoonlijke betalingsregeling of het weigeren van een buitengerechtelijke schuldregeling vanwege de onterechte kwalificatie opzet of grove schuld van de aanvrager of van diens partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering inzake de huurtoeslag, zorgtoeslag of het kindgebonden budget, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van de aanvrager te laten.
**2.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien binnen die termijn door of namens een van de Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
### Afdeling 2.6. Moratorium
@ -542,7 +627,7 @@ b. een berekening van de vergoeding, bedoeld in het vijfde lid.
### Artikel 4.8
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 3.14 is van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van het bedrag aan te betalen zakelijke schulden, bedoeld in artikel 4.6 of 4.7.
## Hoofdstuk 5. Commissies
@ -598,7 +683,10 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.4
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Een beschikking tot toekenning van een tegemoetkoming aan een kind als bedoeld in artikel 2.10, een tegemoetkoming aan een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, of een tegemoetkoming aan een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, wordt door de Belastingdienst/Toeslagen vastgesteld:
a. op of na de datum waarop de artikelen 2.10 tot en met 2.13 in werking zijn getreden, indien de Belastingdienst/Toeslagen het recht op toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 voor de inwerkingtreding van de artikelen 2.10 tot en met 2.13 heeft vastgesteld; of
b. na de dagtekening van de beschikking waarin door de Belastingdienst/Toeslagen het recht op toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 is vastgesteld.
### Artikel 6.5
@ -606,7 +694,7 @@ Een beschikking tot toekenning van ondersteuning als bedoeld in artikel 2.15, e
### Artikel 6.6
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De Belastingdienst/Toeslagen verleent de kwijtschelding, bedoeld in artikel 3.1, uiterlijk drie maanden na het tijdstip waarop dit artikel in werking is getreden of, indien dit later is, uiterlijk binnen drie maanden na het toekennen, afwijzen op grond van artikel 2.7, tweede lid, of verminderen tot nihil van het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of indien dit nog later is, uiterlijk binnen drie maanden nadat de toekenning van de toeslag, waarop de terugvordering, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, betrekking heeft, over het berekeningsjaar waarop die terugvordering betrekking heeft, onherroepelijk is geworden. Deze termijn kan door de Belastingdienst/Toeslagen eenmaal met maximaal drie maanden worden verlengd. De Belastingdienst/Toeslagen stelt de belanghebbende hiervan uiterlijk op de laatste dag van deze termijn in kennis.
### Artikel 6.7
@ -664,11 +752,11 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.10a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het maken van bezwaar tegen een beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen die op grond van deze wet is gegeven aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de beschikking, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van de bekendmaking.
### Artikel 6.10b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het instellen van beroep tegen een beslissing op bezwaar die door de Belastingdienst/Toeslagen is gedaan op een beschikking die op grond van deze wet is gegeven aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de beslissing op bezwaar, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking.
### Afdeling 6.2. Verkrijgen, gebruiken en verstrekken van gegevens
@ -721,7 +809,13 @@ b. van degenen op wie de afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 2.20 van toep
### Artikel 6.13
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen is bevoegd tot verwerking van gegevens en inlichtingen die betrekking hebben op bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, indien dat noodzakelijk is voor het vaststellen van een recht op compensatie, een tegemoetkoming, kwijtschelding of overneming van schulden als bedoeld in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze wet of voor de uitvoering daarvan.
**2.** Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot verwerking van gegevens en inlichtingen die betrekking hebben op bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering van artikel 2.21.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder verwerking van gegevens en inlichtingen als bedoeld in het eerste en tweede lid kan plaatsvinden.
**4.** Indien de verwerking van gegevens en inlichtingen betrekking heeft op een of meer bijzondere categorieën van persoonsgegevens of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, wordt voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad.
### Artikel 6.14
@ -773,10 +867,59 @@ Beschikkingen ter zake van compensatie, aanvullende compensatie voor de werkelij
### Artikel 8.7
Op een beschikking die is gebaseerd op artikel 49g van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en op 26 januari 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, blijft artikel 49g van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, zoals dat luidde op 25 januari 2021, van toepassing.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 8.8
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
### Artikel 9.1
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kan bij een besluit over toekenning van compensatie, een tegemoetkoming of vergoeding, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden of betaling van bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke schulden afwijken van artikel 2.1, 2.6, 2.7, 2.10, 2.11, 2.16, 2.17, 3.1, 4.6, 4.7 of 6.1 voor zover toepassing van het desbetreffende artikel gelet op doel of strekking ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor degene die heeft verzocht om de toekenning.
**2.**
Voor zover toepassing gelet op het belang dat de bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard kan:
a. Onze Minister van Financiën afwijken van artikel 2.15, 3.13, 4.1, 4.2 of 4.3;
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in Hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afwijken van artikel 3.6;
c. de Sociale verzekeringsbank, genoemd in Hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afwijken van artikel 3.7;
d. het college van burgemeester en wethouders afwijken van artikel 3.8 of 2.21;
e. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid afwijken van artikel 3.9;
f. het CAK, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, van artikel 3.10 afwijken;
g. de Wlz-uitvoerder, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, van artikel 3.11 afwijken; en
h. het college, bedoeld in de artikelen 1.1 van de Jeugdwet en 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, van artikel 3.12 afwijken.
### Artikel 9.2
**1.**
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld en werkt terug ten aanzien van:
a. artikel 8.1, onderdelen B en C, tot en met 2 oktober 2020;
b. artikel 8.1, onderdeel A, tot en met 4 december 2020;
c. artikel 8.1, onderdeel D, tot en met 16 december 2020;
d. artikel 7.1 tot en met 1 januari 2021;
e. de artikelen 2.1 tot en met 2.6, 2.7, met uitzondering van het tweede lid, tweede en derde zin, 2.8, 2.9, 2.18, 2.21, 5.1, 5.2, 6.1, eerste lid, met betrekking tot aanvragen als bedoeld in de artikelen 2.1, eerste en derde lid, en 2.6, eerste en derde lid, 6.2, eerste lid, met betrekking tot aanvragen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en artikel 2.6, eerste lid, 6.3, 6.7, 6.8, eerste lid, en zevende en achtste lid juncto eerste lid, met betrekking tot uitbetalingen op basis van de artikelen 2.1, 2.6, 2.7, eerste lid, 2.8 en 2.18, 6.9, eerste tot en met derde lid, 6.12, eerste lid, en elfde lid, met betrekking tot nadere regels ter uitvoering van het eerste lid, 8.2, onderdeel A, 8.5 en 8.6 tot en met 26 januari 2021;
f. de artikelen 2.20, 6.11, vierde tot en met zevende lid, 6.12, zesde tot en met tiende lid en elfde lid, met betrekking tot nadere regels ter uitvoering van het zesde tot en met achtste lid, 6.14 en 8.2, onderdeel B, tot en met 12 februari 2021;
g. de artikelen 3.10 tot en met 3.12 tot en met 1 juni 2021;
h. de artikelen 3.1 tot en met 3.5, 3.13, 3.14, 4.6, 4.7, 6.1, eerste lid, met betrekking tot aanvragen als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, 6.1, eerste en vierde lid, met betrekking tot aanvragen als bedoeld in de artikelen 4.6, eerste lid, en 4.7, eerste lid, 6.2, tweede lid, met betrekking tot aanvragen als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, 6.2, derde lid, met betrekking tot aanvragen als bedoeld in de artikelen 4.6, eerste lid, en 4.7, eerste lid, 6.8, eerste lid, en zevende en achtste lid juncto eerste lid, met betrekking tot uitbetalingen op basis van artikel 3.13, 6.8, vijfde lid, en zevende en achtste lid juncto vijfde lid, met betrekking tot uitbetalingen op basis van artikel 4.6, 6.8, zesde lid, en zevende en achtste lid juncto zesde lid, met betrekking tot uitbetalingen op basis van artikel 4.7 en 6.9, zevende lid, met betrekking tot uitbetalingen op basis van de artikelen 4.6 en 4.7, en 6.12, vijfde lid, met betrekking tot de gegevensverstrekking ten behoeve van artikel 3.13, tot en met 2 juni 2021;
i. de artikelen 3.6 tot en met 3.9, 7.2, 7.3 en 8.3 tot en met 1 juli 2021;
j. de artikelen 4.1 tot en met 4.5, 6.1, eerste en derde lid, met betrekking tot aanvragen als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, 6.1, eerste en vierde lid, met betrekking tot aanvragen als bedoeld in de artikelen 4.1, eerste lid, 4.2 en 4.4, eerste lid, 6.2, tweede lid, met betrekking tot aanvragen als bedoeld in de artikelen 4.1, eerste lid, 4.2, 4.3, eerste lid, en 4.4, eerste lid, 6.8, eerste lid, en zevende en achtste lid juncto eerste lid, met betrekking tot uitbetalingen op basis van artikel 4.3, en 6.8, vierde lid, en zevende en achtste lid juncto vierde lid, met betrekking tot uitbetalingen op basis van artikel 4.4, en artikel 6.12, vijfde lid, met betrekking tot de gegevensverstrekking ten behoeve van de uitvoering van de artikelen 4.1 en 4.3, tot en met 29 oktober 2021; en
k. artikel 8.4, onderdelen A en B, tot en met 24 februari 2022;
l. de artikelen 2.15, 6.5, 6.8, eerste lid, en 6.9, zevende lid, met betrekking tot uitbetalingen op basis van artikel 2.15, tweede of derde lid, en 6.10, derde lid, tot en met 24 juni 2022.
**2.**
In afwijking van het eerste lid:
a. treden de artikelen 8.4, onderdeel F, en 8.7 in werking met ingang van 1 januari 2024;
b. treedt artikel 8.4, onderdelen C en D, in werking met ingang van 1 januari 2025 of op een bij koninklijk besluit te bepalen eerder tijdstip;
c. treedt artikel 8.4, onderdeel E, in werking op het tijdstip waarop artikel IV, onderdeel H, van de Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen in werking treedt; en
d. treedt artikel 8.4, onderdeel G, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat niet ligt voor 1 januari 2024.
### Artikel 9.3
Deze wet wordt aangehaald als: Wet hersteloperatie toeslagen.