2005-06-01 | BWBR0013008 | Wet arbeid en zorg

This commit is contained in:
Coornhert 2005-06-01 12:00:00 +00:00
parent eab1463842
commit dc3b9582bf

View file

@ -46,12 +46,20 @@ f. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
**2.** Voor de toepassing van deze wet is sprake van ongehuwd samenwonen als twee ongehuwde personen een gezamenlijke huishouding voeren. Van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in de eerste volzin is sprake indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding danwel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien.
**3.** Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder levensbedreigend ziek: de gezondheidssituatie die zo ernstig is dat volgens objectieve medische maatstaven het leven van de persoon op korte termijn ernstig gevaar loopt.
### Paragraaf . Gelijkstelling met een collectieve arbeidsovereenkomst
### Artikel 1:4
Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt met een collectieve arbeidsovereenkomst gelijkgesteld een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan.
### Paragraaf . Werkingsduur, regeling bestuursorgaan of regeling met ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiging
### Artikel 1:5
Voor de toepassing van de artikelen 4:7 en 5:16 geldt een afwijkende regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan of een afwijkende regeling waaromtrent de werkgever schriftelijk overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad, of bij het ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging, voor vijf jaren vanaf het tijdstip waarop die regeling ingaat, indien geen termijn van ten hoogste vijf jaren is bepaald. Indien geen termijn is bepaald gaat bij wijziging van de regeling waarvan de in de eerste zin bedoelde afwijking deel uitmaakt binnen het in die zin bedoelde tijdvak, ten aanzien van de afwijking een nieuw tijdvak in op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging.
## Hoofdstuk 2. Aanpassing arbeidsduur
### Paragraaf . Gereserveerd
@ -254,21 +262,16 @@ h. ter zake van de uitvoering: de artikelen 51, 53 tot en met 56 en 59;
i. ter zake van de termijn waarbinnen op het bezwaarschrift moet zijn beslist: artikel 74;
j. ter zake van het beroep in cassatie: artikel 75c;
k. ter zake van strafbepalingen: artikel 81;
l. ter zake van de toepasselijkheid van de Algemene termijnenwet: artikel 89.
l. ter zake van de toepasselijkheid van de Algemene termijnenwet: artikel 89;
m. ter zake van terugvordering: de artikelen 33 tot en met 33b;
n. ter zake van vervreemding, verpanding en volmacht tot ontvangst: artikel 50;
o. ter zake van boeten: de artikelen 45a tot en met 45g.
**2.**
**2.** De strafbepaling van artikel 84, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is van overeenkomstige toepassing.
Met betrekking tot een uitkering op grond van deze paragraaf zijn de volgende artikelen van hoofdstuk 7 en de op die artikelen berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing:
**3.** In afwijking van het eerste lid, zijn op de werknemer en de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, tweede lid, de artikelen 43 en 56 van de Ziektewet niet van overeenkomstige toepassing en zijn van artikel 55 van de Ziektewet alleen de eerste volzin van het eerste lid en het zevende lid van overeenkomstige toepassing. Op de werknemer en de gelijkgestelde, bedoeld in de eerste volzin, is artikel 67 van de Ziektewet van overeenkomstige toepassing.
a. ter zake van terugvordering: artikel 7:13;
b. ter zake van vervreemding, verpanding en volmacht tot ontvangst: artikel 7:14, eerste tot en met derde lid;
c. ter zake van boeten: de artikelen 7:16 tot en met 7:22.
**3.** De strafbepaling van artikel 84, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is van overeenkomstige toepassing.
**4.** In afwijking van het eerste lid, zijn op de werknemer en de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, tweede lid, de artikelen 43 en 56 van de Ziektewet niet van overeenkomstige toepassing en zijn van artikel 55 van de Ziektewet alleen de eerste volzin van het eerste lid en het zevende lid van overeenkomstige toepassing. Op de werknemer en de gelijkgestelde, bedoeld in de eerste volzin, is artikel 67 van de Ziektewet van overeenkomstige toepassing.
**5.** Artikel 35, derde lid, van de Ziektewet is van overeenkomstige toepassing ongeacht of het recht op uitkering met ingang van de dag na het overlijden binnen een maand zou zijn geëindigd.
**4.** Artikel 35, derde lid, van de Ziektewet is van overeenkomstige toepassing ongeacht of het recht op uitkering met ingang van de dag na het overlijden binnen een maand zou zijn geëindigd.
#### Paragraaf 2. De beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst
@ -368,30 +371,25 @@ f. ter zake van de inlichtingenverplichting: artikel 70;
g. ter zake van de uitvoering: artikel 81;
h. ter zake van de termijn waarbinnen op het bezwaarschrift moet zijn beslist: artikel 96, eerste lid;
i. ter zake van het beroep in cassatie: artikel 98;
j. ter zake van strafbepalingen: artikel 100.
j. ter zake van strafbepalingen: artikel 100;
k. ter zake van terugvordering: artikel 63, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat, in afwijking van het eerste lid van dat artikel, onder bij dat besluit te bepalen omstandigheden, een uitkering ter zake van vervanging niet wordt teruggevorderd;
l. ter zake van vervreemding, verpanding en volmacht tot ontvangst: artikel 66;
m. ter zake van boeten: de artikelen 48 tot en met 54.
**2.**
**2.** De strafbepaling van artikel 84, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is van overeenkomstige toepassing.
Met betrekking tot een uitkering op grond van deze paragraaf zijn de volgende artikelen van hoofdstuk 7 en de op die artikelen berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing:
**3.** Artikel 56 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen is van overeenkomstige toepassing op een uitkering op grond van deze paragraaf met uitzondering van de uitkering ter zake van vervanging.
a. ter zake van terugvordering: artikel 7:13, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat, in afwijking van het eerste lid van dat artikel, onder bij dat besluit te bepalen omstandigheden, een uitkering ter zake van vervanging niet wordt teruggevorderd;
b. ter zake van vervreemding, verpanding en volmacht tot ontvangst: artikel 7:14, eerste tot en met derde lid;
c. ter zake van boeten: de artikelen 7:16 tot en met 7:22.
**3.** De strafbepaling van artikel 84, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Artikel 56 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen is van overeenkomstige toepassing op een uitkering op grond van deze paragraaf met uitzondering van de uitkering ter zake van vervanging.
**5.**
**4.**
Ter zake van overlijden zijn de artikelen 1, tweede tot en met zevende lid, 61 en 67, onderdeel b, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
a. het derde lid van artikel 61 wordt toegepast ongeacht of het recht op uitkering met ingang van de dag na het overlijden binnen een maand zou zijn geëindigd;
b. indien een uitkering is toegekend in de vorm van een uitkering ter zake van vervanging, de overlijdensuitkering wordt betaald overeenkomstig het eerste lid van artikel 61, als was de uitkering toegekend als uitkering in verband met zwangerschap en bevalling of adoptie. Het zevende lid van artikel 61 blijft daarbij buiten toepassing.
**6.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen handelt overeenkomstig artikel 45 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen indien de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst zich niet houdt aan het voorschrift, bedoeld in artikel 3:22, eerste lid.
**5.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen handelt overeenkomstig artikel 45 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen indien de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst zich niet houdt aan het voorschrift, bedoeld in artikel 3:22, eerste lid.
**7.** Op de instelling, bedoeld in artikel 3:21, tweede lid, onderdeel b, is artikel 70, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen van overeenkomstige toepassing.
**6.** Op de instelling, bedoeld in artikel 3:21, tweede lid, onderdeel b, is artikel 70, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 3. Slotbepalingen
@ -502,17 +500,19 @@ De werkgever kan achteraf van de werknemer verlangen dat hij aannemelijk maakt d
### Paragraaf 5. Mate van gebondenheid
#### Paragraaf . Driekwartdwingend recht
#### Paragraaf . Recht met afwijkingsmogelijkheden
### Artikel 4:7
Van artikel 4:1, voor wat betreft de loonbetaling, en de artikelen 4:2 tot en met 4:6 kan uitsluitend worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan dan wel, indien geen collectieve arbeidsovereenkomst of regeling van toepassing is of terzake geen bepaling bevat, indien de werkgever terzake schriftelijke overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of, bij het ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging, met dien verstande dat de werknemer bij afwijking van artikel 4:6 ten minste recht houdt op het wettelijke minimum aan vakantie-aanspraken.
Van artikel 4:1, voor wat betreft de loonbetaling, en de artikelen 4:2 tot en met 4:6 kan uitsluitend ten nadele van de werknemer worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan dan wel, indien geen collectieve arbeidsovereenkomst of regeling van toepassing is of terzake geen bepaling bevat, indien de werkgever terzake schriftelijke overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of, bij het ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging, met dien verstande dat de werknemer bij afwijking van artikel 4:6 ten minste recht houdt op het wettelijke minimum aan vakantie-aanspraken.
## Hoofdstuk 5. Kortdurend zorgverlof
## Hoofdstuk 5. Kort- en langdurend zorgverlof
### Paragraaf 1. Verlofvorm
### Afdeling 1. Kortdurend zorgverlof
#### Paragraaf . Kortdurend zorgverlof
#### Paragraaf 1. Verlofvorm
##### Paragraaf . Kortdurend zorgverlof
### Artikel 5:1
@ -528,21 +528,21 @@ c. een inwonend kind van de echtgenoot, de geregistreerde partner of de persoon
d. een pleegkind dat blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres woont als de werknemer en door hem in diens gezin duurzaam wordt verzorgd en opgevoed op basis van een pleegcontract als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg;
e. een bloedverwant in de eerste graad, niet zijnde een kind.
#### Paragraaf . Duur verlof
##### Paragraaf . Duur verlof
### Artikel 5:2
Het verlof bedraagt in elke periode van 12 achtereenvolgende maanden ten hoogste twee maal de arbeidsduur per week.
Het verlof bedraagt in elke periode van 12 achtereenvolgende maanden ten hoogste twee maal de arbeidsduur per week. De periode van 12 maanden gaat in op de eerste dag waarop het verlof wordt genoten.
### Paragraaf 2. Melding en informatie
#### Paragraaf 2. Melding en informatie
#### Paragraaf . Meldingsverplichting
##### Paragraaf . Meldingsverplichting
### Artikel 5:3
De werknemer meldt vooraf aan de werkgever dat hij het verlof, bedoeld in artikel 5:1 opneemt onder opgave van de reden. Indien dit niet mogelijk is, meldt de werknemer het opnemen van het verlof zo spoedig mogelijk aan de werkgever onder opgave van de reden. Bij die melding geeft de werknemer ook de omvang, de wijze van opneming en de vermoedelijke duur van het verlof aan.
#### Paragraaf . Ingang verlof/zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang
##### Paragraaf . Ingang verlof/zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang
### Artikel 5:4
@ -552,15 +552,15 @@ De werknemer meldt vooraf aan de werkgever dat hij het verlof, bedoeld in artike
**3.** Een werkgever die nadat een melding door de werknemer, niet zijnde een militaire ambtenaar, hem bereikt heeft en naar aanleiding daarvan geen beroep doet op een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, kan dit nadien evenmin.
#### Paragraaf . Informatieverplichting
##### Paragraaf . Informatieverplichting
### Artikel 5:5
De werkgever kan achteraf van de werknemer verlangen dat hij aannemelijk maakt dat hij zijn arbeid niet heeft verricht in verband met de noodzakelijke verzorging van een persoon als bedoeld in artikel 5:1.
### Paragraaf 3. Loonvoorschriften
#### Paragraaf 3. Loonvoorschriften
#### Paragraaf . Loondoorbetaling
##### Paragraaf . Loondoorbetaling
### Artikel 5:6
@ -568,7 +568,7 @@ De werkgever kan achteraf van de werknemer verlangen dat hij aannemelijk maakt d
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de werknemer, die arbeid verricht op grond van een publiekrechtelijke aanstelling.
#### Paragraaf . Nadere loonvoorschriften
##### Paragraaf . Nadere loonvoorschriften
### Artikel 5:7
@ -576,27 +576,98 @@ De werkgever kan achteraf van de werknemer verlangen dat hij aannemelijk maakt d
**2.** Het loon wordt verminderd met het bedrag van de door de werkgever vergoede onkosten die de werknemer door het niet verrichten van zijn arbeid heeft bespaard.
### Paragraaf 4. Nadere voorschriften
#### Paragraaf 4. Nadere voorschriften
#### Paragraaf . Samenloop
##### Paragraaf . Samenloop
### Artikel 5:8
Indien zowel de in artikel 4:1 als de in artikel 5:1 gestelde voorwaarden worden vervuld, eindigt het in artikel 4:1 bedoelde verlof na één dag.
#### Paragraaf . Compensatie met vakantie-aanspraken
### Afdeling 2. Langdurend zorgverlof
#### Paragraaf 1. Verlofvorm
##### Paragraaf . Langdurend zorgverlof
### Artikel 5:9
Dagen of gedeelten van dagen waarop de werknemer zijn arbeid niet verricht wegens het verlof, bedoeld in artikel 5:1, kunnen niet worden aangemerkt als vakantie.
De werknemer heeft recht op verlof zonder behoud van loon voor de verzorging van een persoon, die levensbedreigend ziek is, indien het betreft:
### Paragraaf 5. Mate van gebondenheid
a. de echtgenoot, de geregistreerde partner of de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont;
b. een kind tot wie de werknemer of de persoon bedoeld in onderdeel a als ouder in een familierechtelijke betrekking staat, dan wel een pleegkind van de werknemer als bedoeld in artikel 5:1, eerste lid, onderdeel d;
c. een bloedverwant in de eerste graad van de werknemer.
#### Paragraaf . Driekwartdwingend recht
##### Paragraaf . Omvang, duur en invulling verlof
### Artikel 5:10
Van dit hoofdstuk kan uitsluitend worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan dan wel, indien geen collectieve arbeidsovereenkomst of regeling van toepassing is of terzake geen bepaling bevat, indien de werkgever terzake schriftelijke overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of, bij het ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging, met dien verstande dat de werknemer bij afwijking van artikel 5:9 ten minste recht houdt op het wettelijke minimum aan vakantie-aanspraken.
**1.** Het verlof bedraagt in elke periode van twaalf achtereenvolgende maanden ten hoogste zes maal de arbeidsduur per week. De periode van 12 maanden gaat in op de eerste dag waarop het verlof wordt genoten.
**2.** Het verlof wordt per week opgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf weken.
**3.** Het aantal uren verlof per week bedraagt ten hoogste de helft van de arbeidsduur per week.
**4.**
In afwijking van het tweede en derde lid kan de werknemer de werkgever verzoeken om:
a. verlof voor een langere periode dan twaalf weken tot ten hoogste achttien weken, of
b. meer uren verlof per week dan de helft van de arbeidsduur per week.
#### Paragraaf 2. Verlening, ingang en einde van verlof, informatie
##### Paragraaf . Verzoek, zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang
### Artikel 5:11
**1.** De werknemer dient het verzoek om verlof ten minste twee weken voor het beoogde tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk in bij de werkgever onder opgave van de reden, de persoon die verzorging behoeft, het tijdstip van ingang, de omvang, de voorgenomen duur van het verlof en de spreiding van de uren over de week of het anderszins overeengekomen tijdvak.
**2.** De werknemer verstrekt desgevraagd aan de werkgever schriftelijk aanvullende informatie waarover hij redelijkerwijs en op korte termijn kan beschikken teneinde aannemelijk te maken dat is voldaan aan de op grond van artikel 5:9 geldende voorwaarden. De werkgever doet een schriftelijk verzoek tot het verstrekken van aanvullende informatie binnen een week nadat het verzoek om verlof bij hem is ingediend.
**3.** De werkgever willigt het verzoek om verlof van de werknemer in, tenzij hij tegen het opnemen van het verlof een zodanig zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft, dat het belang van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.
**4.** Een werkgever die geen beroep doet op een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, kan dit nadien evenmin, tenzij het een militaire ambtenaar betreft.
**5.** Indien de werkgever overweegt het verzoek om verlof niet of niet geheel in te willigen, pleegt hij overleg met de werknemer over diens verzoek. De beslissing op het verzoek om verlof wordt door de werkgever schriftelijk aan de werknemer medegedeeld. Indien de werkgever het verzoek niet of niet geheel inwilligt, wordt dit onder opgave van redenen aan de werknemer medegedeeld.
**6.** Indien de werkgever niet een week voor het beoogde tijdstip van ingang van het verlof de beslissing op het verzoek schriftelijk heeft medegedeeld aan de werknemer, gaat het verlof in overeenkomstig het verzoek van de werknemer. Zolang de werknemer niet heeft voldaan aan een verzoek van de werkgever om informatie als bedoeld in het tweede lid, wordt de in de eerste volzin bedoelde periode verlengd met het aantal dagen dat de werknemer niet heeft voldaan aan het verzoek van de werkgever.
##### Paragraaf . Ingang van het verlof
### Artikel 5:12
**1.** Het verlof bedoeld in artikel 5:9 gaat niet in voordat ten minste twee weken zijn verstreken nadat de werknemer het verzoek om verlof bedoeld in artikel 5:11 heeft ingediend.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan het verlof op verzoek van de werknemer ingaan op een eerder tijdstip indien de werkgever daarmee instemt.
##### Paragraaf . Einde van het verlof
### Artikel 5:13
**1.** Het verlof eindigt met het verstrijken van de duur waarvoor het verlof is verleend.
**2.** Indien voor het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde verlofduur de persoon ten behoeve van wiens verzorging het verlof is verleend overlijdt, dan wel niet langer levensbedreigend ziek is, eindigt het verlof met ingang van de dag na die waarop deze omstandigheid zich heeft voorgedaan.
#### Paragraaf 3. Samenloop
### Artikel 5:14
Indien het verzoek om langdurend zorgverlof wordt ingewilligd, kan het daaraan voorafgaand kortdurend zorgverlof bedoeld in artikel 5:1 op verzoek van de werknemer en met inachtneming van artikel 5:12, tweede lid, geheel of gedeeltelijk worden aangemerkt als langdurend zorgverlof.
### Afdeling 3. Nadere voorschriften
#### Paragraaf . Compensatie met vakantie-aanspraken
### Artikel 5:15
Dagen of gedeelten van dagen waarop de werknemer zijn arbeid niet verricht wegens het verlof, bedoeld in artikel 5:1 of artikel 5:9, kunnen niet worden aangemerkt als vakantie.
#### Paragraaf . Recht met afwijkingsmogelijkheden
### Artikel 5:16
Van dit hoofdstuk kan uitsluitend ten nadele van de werknemer worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan dan wel, indien geen collectieve arbeidsovereenkomst of regeling van toepassing is of terzake geen bepaling bevat, indien de werkgever terzake schriftelijke overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of bij het ontbreken daarvan, met de personeeelsvertegenwoordiging met dien verstande dat de werknemer bij afwijking van artikel 5:15 ten minste recht houdt op het wettelijke minimum aan vakantie-aanspraken.
## Hoofdstuk 6. Ouderschapsverlof
@ -682,11 +753,11 @@ Dagen of gedeelten van dagen waarop de werknemer zijn arbeid niet verricht wegen
### Paragraaf 4. Mate van gebondenheid
#### Paragraaf . Driekwartdwingend recht
#### Paragraaf . Recht met afwijkingsmogelijkheden
### Artikel 6:8
Van de artikelen 6:1, derde lid, 6:2, vierde lid, onderdeel b, 6:3, eerste lid, 6:4, 6:5, eerste lid, ten aanzien van het tijdstip van melding, en tweede lid, en 6:6 kan uitsluitend worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst.
Van de artikelen 6:1, derde lid, 6:2, vierde lid, onderdeel b, 6:3, eerste lid, 6:4, 6:5, eerste lid, ten aanzien van het tijdstip van melding, en tweede lid, en 6:6 kan uitsluitend ten nadele van de werknemer worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst.
#### Paragraaf . Dwingend recht
@ -702,47 +773,25 @@ Behoudens artikel 6:8 kan van dit hoofdstuk niet ten nadele van de werknemer wor
### Artikel 7:1
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. verlof: een, met instandhouding van de arbeidsovereenkomst of de publiekrechtelijke aanstelling, gehele of gedeeltelijke onderbreking van de arbeid ten behoeve van zorg of educatie waaronder mede wordt verstaan het vergroten van de arbeidskwalificatie;
b. verlofganger: de werknemer die op grond van een wettelijk recht of een overeenkomst met zijn werkgever verlof opneemt.
Vervallen
#### Paragraaf . Nadere voorschriften duur en invulling verlof
### Artikel 7:2
De afspraak over het begin en het einde van het verlof, en het aantal uren verlof per week wordt schriftelijk vastgelegd.
Vervallen
#### Paragraaf . Het begrip vervanger
### Artikel 7:3
**1.**
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder vervanger: de persoon die, ter vervanging van één of meer verlofgangers,
1°. in dienst treedt van de werkgever waarbij de verlofganger in dienst is;
2°. in het kader van een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ter beschikking wordt gesteld van de werkgever waarbij de verlofganger in dienst is;
3°. ter beschikking wordt gesteld van de werkgever van de verlofganger door een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die ten doel heeft om uitkeringsgerechtigden als bedoeld in het tweede lid in dienst te nemen en deze ter beschikking te stellen aan andere werkgevers.
**2.**
Bij het eerste lid, onder 1° en 2°, geldt dat de vervanger:
a. als werkzoekende staat ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen en:
b. een uitkering krachtens de Werkloosheidswet of de Algemene nabestaandenwet ontvangt of een naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkering dan wel arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re) integratie van arbeidsgehandicapten, of
c. algemene bijstand krachtens de Wet werk en bijstand ontvangt, dan wel een uitkering krachtens de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers dan wel de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, of
d. gedurende twee jaar voorafgaand aan de vervanging niet meer dan 50 dagen of 400 uur op jaarbasis arbeid heeft verricht.
Vervallen
#### Paragraaf . Nadere voorschriften vervanging
### Artikel 7:4
**1.** Een vervanger mag meer dan één verlofganger vervangen.
**2.** Een verlofganger mag door meer dan één vervanger worden vervangen.
**3.** Een vervanger mag direct aansluitend op een periode van vervanging opnieuw als vervanger optreden.
Vervallen
### Afdeling 2. Financiële tegemoetkoming
@ -750,11 +799,7 @@ d. gedurende twee jaar voorafgaand aan de vervanging niet meer dan 50 dagen of 4
### Artikel 7:5
**1.** De verlofganger dient uiterlijk vier weken na de aanvang van het verlof een aanvraag om een financiële tegemoetkoming in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
**3.** Indien de termijn van vier weken, bedoeld in het eerste lid, wordt overschreden, vangt de financiële tegemoetkoming eerst aan op de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin de aanvraag is ingediend en wordt deze slechts verleend voor de resterende duur van het verlof.
Vervallen
#### Paragraaf 2. Financiële tegemoetkoming
@ -762,159 +807,55 @@ d. gedurende twee jaar voorafgaand aan de vervanging niet meer dan 50 dagen of 4
### Artikel 7:6
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kent aan de verlofganger op diens aanvraag een financiële tegemoetkoming toe, indien aan de in artikel 7:7 genoemde voorwaarden is voldaan.
**2.** De financiële tegemoetkoming komt ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 97f, onderdeel i, van de Werkloosheidswet ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, bedoeld in artikel 104 van die wet.
**3.** Voor ieder opgenomen uur verlof per week, bedraagt de tegemoetkoming gerekend over een maand € 12,91. Met inachtneming van de vorige volzin kan de financiële tegemoetkoming per maand in totaal niet meer bedragen dan € 490,54.
**4.** De financiële tegemoetkoming wordt verleend over in de verlofperiode gelegen volle maanden.
**5.** De financiële tegemoetkoming wordt niet uitbetaald over tijdvakken waarin de verlofganger een uitkering ontvangt als bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 2.
**6.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen keert de financiële tegemoetkoming uit na afloop van iedere kalendermaand.
**7.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan regels stellen inzake de berekening van de financiële tegemoetkoming in geval van bijzondere arbeidspatronen.
**8.** De bedragen, bedoeld in het derde lid, kunnen met ingang van 1 januari van enig jaar bij regeling van Onze Minister worden herzien.
Vervallen
##### Paragraaf . Voorwaarden voor toekenning
### Artikel 7:7
**1.**
De voorwaarden voor toekenning van een financiële tegemoetkoming zijn:
a. de verlofganger is gedurende een periode van ten minste een jaar voorafgaand aan het moment waarop hij verlof opneemt in dienst geweest bij dezelfde werkgever. Voor de berekening van de termijn van een jaar worden perioden waarin arbeid wordt verricht, die elkaar opvolgen met tussenpozen van niet meer dan drie maanden samen geteld. Voor de berekening van de termijn van een jaar worden perioden waarin voor verschillende werkgevers arbeid wordt verricht die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkanders opvolger te zijn, mede in aanmerking genomen;
b. de verlofganger heeft gedurende een aaneengesloten periode van een jaar, voorafgaand aan het moment waarop hij verlof opneemt, geen financiële tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid ontvangen;
c. de tussen de werkgever en de verlofganger overeengekomen verlofperiode bedraagt minimaal twee maanden;
d. het tussen de werkgever en de verlofganger overeengekomen verlof bedraagt ten minste 1/3 van de wekelijkse arbeidsduur van de verlofganger;
e. de werkgever sluit een arbeidsovereenkomst met een vervanger voor ten minste dezelfde periode als waarover de verlofganger verlof opneemt en voor ten minste 12 uur per week.
f. de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de vervanger vangt niet eerder aan dan één maand voor het begin van het verlof en niet later dan één maand daarna.
**2.** Indien een vervanger in het kader van een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ter beschikking wordt gesteld van de werkgever van de verlofganger, geschiedt dit voor ten minste dezelfde periode als waarover de verlofganger verlof opneemt en voor ten minste 12 uur.
**3.** Indien een vervanger door een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie als bedoeld in artikel 7:3, eerste lid, onder 3°, ter beschikking wordt gesteld van de werkgever waarbij de verlofganger in dienst is, geschiedt dit voor ten minste dezelfde periode als waarover de verlofganger verlof opneemt.
Vervallen
##### Paragraaf . Voorwaarden bij palliatief verlof
### Artikel 7:8
**1.**
Ingeval van verlof ten behoeve van de verzorging van een terminale zieke of bij een levensbedreigende ziekte van een kind:
a. geldt de in artikel 7:7, onderdeel a, genoemde minimumperiode niet;
b. geldt de in artikel 7:7, onderdeel c, genoemde minimumperiode niet;
c. is de voorwaarde, bedoeld in artikel 7:7, onderdeel e, niet van toepassing;
d. is de voorwaarde, bedoeld in artikel 7:7, onderdeel f, niet van toepassing.
**2.** Indien het eerste lid van toepassing is en een proeftijd tussen de verlofganger en de werkgever is bedongen, geldt in afwijking van dat artikellid, onderdeel a, juncto artikel 7:7, tweede lid, onderdeel a, deze proeftijd als periode die ten minste vooraf moet zijn gegaan aan het moment waarop de verlofganger verlof opneemt ten behoeve van de verzorging van een in het eerste lid bedoelde zieke of ziekte.
Vervallen
##### Paragraaf . Duur financiële tegemoetkoming
### Artikel 7:9
**1.** De financiële tegemoetkoming wordt, met inachtneming van artikel 7:6, vierde lid, verleend voor de duur van het verlof, maar voor ten hoogste zes maanden.
**2.** Bij collectieve arbeidsovereenkomst kan worden overeengekomen dat de termijn bedoeld in artikel 7:7, eerste lid, onderdeel b, niet wordt toegepast. Indien geen collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is of de collectieve arbeidsovereenkomst daarover geen bepaling bevat, kan die termijn buiten toepassing worden gesteld, indien de werkgever daartoe schriftelijk overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of, bij het ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemer.
**3.** Indien het tweede lid wordt toegepast, bedraagt de periode waarvoor een financiële tegemoetkoming wordt toegekend ten hoogste 18 maanden.
Vervallen
##### Paragraaf . Voortijdige beëindiging financiële tegemoetkoming
### Artikel 7:10
De financiële tegemoetkoming eindigt met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin de verlofganger arbeid in dienstbetrekking of in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep is gaan verrichten of de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de verlofganger is geëindigd.
Vervallen
##### Paragraaf . Geen voortijdige beëindiging financiële tegemoetkoming bij voortijdige beëindiging vervanging
### Artikel 7:11
**1.** Indien de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de vervanger eindigt voor het einde van de periode van vervanging, leidt dit niet tot beëindiging van de financiële tegemoetkoming aan de verlofganger.
**2.** De werkgever neemt voor het resterende deel van de overeengekomen verlofperiode binnen drie weken een nieuwe vervanger in dienst of komt met een reeds bij hem in dienst zijnde vervanger verhoging van het aantal uren binnen dat tijdvak overeen.
**3.** Indien de werkgever niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn een nieuwe vervanger in dienst heeft genomen of met een reeds bij hem in dienst zijnde vervanger verhoging van het aantal uren is overeengekomen, verhaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op de werkgever de financiële tegemoetkoming over de periode vanaf de datum van eindiging van de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de vervanger en het einde van de overeengekomen verlofperiode.
**4.** Het besluit tot verhaal levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering.
Vervallen
##### Paragraaf . Herziening of intrekking
### Artikel 7:12
**1.**
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen herziet een besluit tot toekenning van een tegemoetkoming of trekt dat in:
a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting op grond van artikel 7:15, eerste lid, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van een tegemoetkoming;
b. indien anderszins de tegemoetkoming ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 7:15, eerste lid, er toe leidt, dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op een tegemoetkoming bestaat.
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan het eerste lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang van een juiste uitvoering van dit hoofdstuk zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Vervallen
##### Paragraaf . Terugvordering
### Artikel 7:13
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vordert de financiële tegemoetkoming die onverschuldigd is betaald, van de betrokken verlofganger terug.
**2.**
In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de verlofganger:
a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
**3.**
De in het tweede lid, onder a en b, genoemde termijn is drie jaar indien:
a. het gemiddeld inkomen van de verlofganger in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 7:15.
**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
**5.** Het besluit tot terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd, de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat het besluit bij gebreke van tijdige betaling zal worden tenuitvoergelegd op de wijze als omschreven in het zevende tot en met het negende lid.
**6.** De verlofganger is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
**7.** Het besluit tot terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
**8.** Artikel 7:22 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de verlofganger gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt.
**9.** In afwijking van het achtste lid is artikel 7:22, negende lid niet van overeenkomstige toepassing op de persoon die de verplichting, bedoeld in het zesde lid, niet of niet behoorlijk nakomt.
**10.** In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
**11.** Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot het tweede en derde lid nadere regels worden gesteld.
**12.** Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt regels met betrekking tot het eerste, vierde, vijfde, zesde en achtste lid.
Vervallen
##### Paragraaf . Onvervreemdbaarheid
### Artikel 7:14
**1.**
De financiële tegemoetkoming is:
a. onvervreemdbaar;
b. niet vatbaar voor verpanding of belening.
**2.** Volmacht tot ontvangst van de financiële tegemoetkoming onder welke vorm of welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.
**3.** Elk beding in strijd met dit artikel, is nietig.
**4.**
In afwijking van het eerste tot en met derde lid betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de financiële tegemoetkoming aan de werkgever teneinde deze tegemoetkoming door diens tussenkomst te doen uitbetalen aan de verlofganger, indien:
a. bij collectieve arbeidsovereenkomst is bepaald dat de werkgever tijdens het verlof het loon aan de verlofganger geheel of gedeeltelijk doorbetaalt; en
b. de werkgever het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dit schriftelijk verzoekt en van dit verzoek melding heeft gedaan aan de verlofganger.
Vervallen
#### Paragraaf 3. Informatieverplichting
@ -922,85 +863,37 @@ b. de werkgever het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dit schriftelij
### Artikel 7:15
**1.** Indien de verlofperiode eerder eindigt dan tussen de werkgever en de verlofganger was overeengekomen, het aantal overeengekomen verlofuren per week wijzigt of indien de verlofganger in de overeengekomen verlofperiode arbeid in dienstbetrekking of als zelfstandige aanvaardt, is de verlofganger verplicht hiervan onverwijld uit eigen beweging aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen mededeling te doen.
**2.** Indien de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de vervanger eindigt voordat de overeengekomen periode van vervanging is geëindigd, of indien de werkgever niet heeft voldaan aan artikel 7:11, tweede lid, is die werkgever verplicht daarvan onverwijld uit eigen beweging aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen mededeling te doen.
Vervallen
#### Paragraaf 4. Boete
### Artikel 7:16
**1.** Indien de verlofganger de verplichting, bedoeld in artikel 7:15, eerste lid, of de werkgever de verplichting , bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen, legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een boete op van ten hoogste € 2 269.
**2.** De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de verlofganger of de werkgever de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
**3.** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 7:15, eerste of tweede lid, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de financiële tegemoetkoming, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzien van het opleggen van een boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de verlofganger of de werkgever een zodanige waarschuwing is gegeven.
**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van het opleggen van een boete af te zien.
**5.** Degene aan wie een boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn.
**6.** Voorzover de boete nog niet is geïnd vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij is opgelegd.
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en het tweede lid.
Vervallen
### Artikel 7:17
**1.** Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen jegens de werknemer/verlofganger of de werkgever een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd, is de verlofganger of de werkgever niet langer verplicht ter zake van die gedraging enige verklaring af te leggen, voor zover het betreft de boeteoplegging. De verlofganger of de werkgever wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.
**2.** Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voornemens is om aan de verlofganger of de werkgever een boete op te leggen, wordt aan hem hiervan kennis gegeven onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid.
**3.** Op verzoek van de verlofganger of de werkgever die de in het vorige lid bedoelde kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die kennisgeving vermelde gronden worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
**4.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de verlofganger of de werkgever in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.
**5.** Indien de verlofganger of de werkgever zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er op verzoek van de verlofganger of de werkgever die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die hem kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
Vervallen
### Artikel 7:18
**1.** Het besluit waarbij de boete wordt opgelegd vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moet worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit bij gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig artikel 7:22 zal worden tenuitvoergelegd.
**2.** Op verzoek van de verlofganger of de werkgever die het in het eerste lid bedoelde besluit wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er zoveel mogelijk zorg voor dat de in dat besluit vermelde informatie wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt nadere regels met betrekking tot het eerste lid.
Vervallen
### Artikel 7:19
**1.** Een boete wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het openbaar ministerie.
**2.** De oplegging van een boete blijft definitief achterwege indien ter zake van de gedraging tegen de verlofganger of de werkgever een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.
**3.** Het openbaar ministerie doet van een omstandigheid als bedoeld in het eerste en het tweede lid mededeling aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Vervallen
### Artikel 7:20
**1.** Een boete wordt opgelegd binnen een jaar nadat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de verlofganger of de werkgever overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:17, vierde lid, in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Indien terzake aangifte is gedaan of proces-verbaal is opgemaakt en ingezonden vangt de termijn van een jaar aan op de dag na die waarop het openbaar ministerie aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft medegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld.
**2.** Een boete wordt in elk geval niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de desbetreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
Vervallen
### Artikel 7:21
In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de boete is vastgesteld ook ten nadele van de werknemer wijzigen.
Vervallen
### Artikel 7:22
**1.** Het besluit waarbij een boete is opgelegd levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het zesde lid.
**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd uitkering ontvangt op grond van deze wet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die uitkering of toeslag.
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet werk en inkomen kunstenaars, betaalt de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk de betrokken gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van hem, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
**4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen uitkering als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt, of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het tweede of derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd.
**5.** De tenuitvoerlegging van een besluit waarbij een boete is opgelegd vindt plaats met toepassing van het tweede of derde lid, dan wel van het vierde lid, dan wel van het tweede of derde lid in combinatie met het vierde lid.
**6.** Bij gebreke van tijdige betaling wordt de verschuldigde boete verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
**7.** Op het executoriaal beslag ingevolge dit artikel door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op loon, sociale uitkeringen of andere periodieke betalingen, welke derden verschuldigd zijn of worden aan degene aan wie een boete is opgelegd, zijn de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. De in artikel 479g aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
**8.** De tenuitvoerlegging van een besluit met toepassing van dit artikel geschiedt zodanig dat de verlofganger blijft beschikken over een inkomen gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
**9.** Het achtste lid geldt niet, zolang de verlofganger zijn verplichting bedoeld in artikel 7:16, vijfde lid, niet of niet behoorlijk nakomt.
Vervallen
## Hoofdstuk 8. Slotbepalingen