2004-08-20 | BWBR0011470 | Wet personenvervoer 2000
This commit is contained in:
parent
fd1453bfa1
commit
dc3c8dddf3
1 changed files with 22 additions and 22 deletions
|
|
@ -24,7 +24,7 @@ c. Nederlandse mededingingsautoriteit: de Nederlandse mededingingsautoriteit, be
|
|||
d. directeur-generaal: de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit;
|
||||
e. bus: motorrijtuig, al dan niet voorzien van een aanhangwagen, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen;
|
||||
f. auto: motorrijtuig ingericht voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen;
|
||||
g. dienstregeling: voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder de vermelding dat de halteplaatsen of tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed;
|
||||
g. dienstregeling: voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder de vermelding of de halteplaatsen of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed;
|
||||
h. openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
|
||||
i. besloten busvervoer: personenvervoer per bus, anders dan bedoeld in onderdeel h;
|
||||
j. taxivervoer: personenvervoer per auto, anders dan bedoeld in onderdeel h, tegen betaling;
|
||||
|
|
@ -170,7 +170,9 @@ b. de beperkingen waaronder een ontheffing is verleend en de aan een ontheffing
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
De vervoerder maakt op een naar de aard van het vervoer geëigende wijze kenbaar op welke wijze klachten over het verrichten van personenvervoer worden behandeld.
|
||||
**1.** De vervoerder maakt op een naar de aard van het vervoer geëigende wijze kenbaar op welke wijze klachten over het verrichten van personenvervoer worden behandeld.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -245,7 +247,7 @@ b. voor wie een vertegenwoordiger of adviseur werkzaam is die betrokken is bij h
|
|||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op de burgemeester en de commissaris van de Koning.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing ten aanzien van een bestuurder of commissaris bij een vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 64, tweede lid, bij verlening van concessies waaraan geen procedure van aanbesteding vooraf is gegaan.
|
||||
**3.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing ten aanzien van een bestuurder of commissaris bij een vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 64 bij verlening van concessies waaraan geen procedure van aanbesteding vooraf is gegaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
|
|
@ -268,16 +270,14 @@ b. een concessie voor openbaar vervoer per metro, tram of een via een geleidesys
|
|||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** Voordat een concessie wordt verleend of gewijzigd, pleegt de concessieverlener overleg over de afstemming van het openbaar vervoer met de concessieverleners die bevoegd zijn tot het verlenen van concessies in aangrenzende gebieden.
|
||||
**1.** Voordat een concessie wordt verleend of gewijzigd, pleegt de concessieverlener overleg met de concessieverleners die bevoegd zijn tot het verlenen van concessies in aangrenzende gebieden. Het overleg voorziet in ieder geval in afspraken inzake de afstemming van het openbaar vervoer tussen aangrenzende concessiegebieden.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een concessie als bedoeld in artikel 24, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan, indien de in het eerste lid bedoelde afstemming onvoldoende gestalte krijgt, een aanwijzing geven aan de concessieverleners met het oog op de noodzakelijke afstemming van het openbaar vervoer tussen aangrenzende concessiegebieden.
|
||||
**3.** Onze Minister kan, indien de in het eerste lid bedoelde afstemming onvoldoende gestalte krijgt, aan de betrokken concessieverleners een aanwijzing geven ter waarborging van die afstemming.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanwijzing als bedoeld in het derde lid wordt niet gegeven dan nadat overleg is gepleegd tussen Onze Minister en de betrokken concessieverleners.
|
||||
|
||||
**5.** Concessieverleners zijn bij verlening of wijziging van een concessie verplicht rekening te houden met de in het derde lid bedoelde aanwijzing.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Voordat een concessie wordt verleend of gewijzigd, vraagt de concessieverlener advies aan consumentenorganisaties die voldoen aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden, over de aan de concessie te verbinden voorschriften.
|
||||
|
|
@ -400,20 +400,20 @@ b. een indirect ten behoeve van de verrichting van het openbaar vervoer waarvoor
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien de voormalige concessiehouder geen vervoerbedrijf is als bedoeld in artikel 64, tweede lid en onderdeel a:
|
||||
Indien de voormalige concessiehouder geen vervoerbedrijf is als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdeel a:
|
||||
|
||||
a. zijn op de overgang van een concessie de artikelen 14a, eerste, tweede en vierde lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en 2a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten van overeenkomstige toepassing en
|
||||
b. gaan door de overgang van de concessie de rechten en verplichtingen welke op het tijdstip van overgang van concessie voor de voormalige concessiehouder ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 37, eerste lid, voortvloeien uit bedrijfsregelingen, van rechtswege over op de nieuwe concessiehouder.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de voormalige concessiehouder een vervoerbedrijf is als bedoeld in artikel 64, tweede lid en onderdeel a, handhaaft de nieuwe concessiehouder na de overgang van een concessie ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 37, eerste lid, een samenstel van rechten en verplichtingen gelijkwaardig aan die welke voor het tijdstip van de overgang voor de voormalige concessiehouder uit de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke arbeidsverhouding tussen de voormalige concessiehouder en die persoon voortvloeiden, voor zover deze rechten en verplichtingen voortvloeiden uit collectieve regelingen inzake arbeidsvoorwaarden.
|
||||
**2.** Indien de voormalige concessiehouder een vervoerbedrijf is als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdeel a, handhaaft de nieuwe concessiehouder na de overgang van een concessie ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 37, eerste lid, een samenstel van rechten en verplichtingen gelijkwaardig aan die welke voor het tijdstip van de overgang voor de voormalige concessiehouder uit de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke arbeidsverhouding tussen de voormalige concessiehouder en die persoon voortvloeiden, voor zover deze rechten en verplichtingen voortvloeiden uit collectieve regelingen inzake arbeidsvoorwaarden.
|
||||
|
||||
**3.** Op het eindigen van de rechten en verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 14a, tweede en vierde lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en 2a, tweede en derde lid, van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 662 en 663 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing, indien de voormalige concessiehouder een vervoerbedrijf is als bedoeld in artikel 64, tweede lid en onderdeel a.
|
||||
**4.** De artikelen 662 en 663 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing, indien de voormalige concessiehouder een vervoerbedrijf is als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** Op verzoek van de concessieverlener verstrekt de concessiehouder aan de concessieverlener ten behoeve van het programma van eisen een openbare schriftelijke opgave van de rechten en verplichtingen, bedoeld in artikel 38, met betrekking tot de ten behoeve van het verrichte openbaar vervoer werkzame personen, met inbegrip van een gemotiveerde toelichting van de samenstelling en het aantal van het met toepassing van artikel 37 voor overgang in aanmerking komend personeel.
|
||||
**1.** Op verzoek van de concessieverlener verstrekt de concessiehouder aan de concessieverlener ten behoeve van het programma van eisen een openbare schriftelijke opgave van de rechten en verplichtingen, bedoeld in artikel 38, met betrekking tot de ten behoeve van het verrichte openbaar vervoer werkzame personen, met inbegrip van een gemotiveerde toelichting van de wijze waarop de loonkosten zijn samengesteld, alsmede van de samenstelling en het aantal van het met toepassing van artikel 37, eerste lid, onderdelen a en b, voor overgang in aanmerking komend personeel.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde opgave geschiedt naar de toestand op het tijdstip van de opgave en naar de te verwachten toestand op het tijdstip van het eindigen van de concessie. De opgave gaat vergezeld van een verklaring van één of meer onafhankelijke deskundigen, dat de opgave is opgesteld overeenkomstig het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -603,13 +603,13 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onder een gemeentelijk vervoerbedrijf wordt verstaan de vervoerder:
|
||||
Onder een gemeentelijk vervoerbedrijf wordt verstaan de vervoerder, voorzover die openbaar vervoer of daarmee rechtstreeks samenhangende activiteiten verricht,:
|
||||
|
||||
a. die een dienst of een bedrijf is van een gemeente,
|
||||
b. waarvan een gemeente op 1 januari 1996 meer dan de helft van de aandelen in het maatschappelijk kapitaal van het bedrijf bezat,
|
||||
c. waarvan een gemeente op 1 januari 1996 beschikte over meer dan de helft van het aantal stemmen verbonden aan de aandelen in het maatschappelijk kapitaal van het bedrijf,
|
||||
d. waarvan een gemeente op 1 januari 1996 meer dan de helft van de leden van de raad van commissarissen of van de raad van bestuur van het bedrijf kon aanstellen of
|
||||
e. ten aanzien waarvan een vervoerder als bedoeld in de onderdelen a, b, c of d, beschikt over de rechten, bedoeld in de onderdelen b, c of d.
|
||||
b waarvan een gemeente meer dan de helft van de aandelen in het geplaatst kapitaal van het bedrijf bezit, onderscheidenlijk bezat op of na 1 januari 1996,
|
||||
c waarvan een gemeente over meer dan de helft van het aantal stemmen verbonden aan de aandelen in het geplaatst kapitaal van het bedrijf beschikt, onderscheidenlijk beschikte op of na 1 januari 1996,
|
||||
d waarvan een gemeente meer dan de helft van de leden van de raad van commissarissen of van de raad van bestuur van het bedrijf kan aanstellen, onderscheidenlijk kon aanstellen op of na 1 januari 1996, of
|
||||
e ten aanzien waarvan een of meer vervoerders als bedoeld in de onderdelen a, b, c, of d, al dan niet gezamenlijk beschikken over de rechten, bedoeld in de onderdelen b, c of d.
|
||||
|
||||
**3.** Onder gemeentelijk vervoerbedrijf wordt tevens verstaan de rechtsopvolger van de in het tweede lid bedoelde vervoerder voorzover het betreft een concessie verleend aan deze rechtsopvolger voor het verrichten van openbaar vervoer dat op 1 januari 1999 door die vervoerder werd verricht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -633,7 +633,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
**1.** Een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdelen a tot en met d, verricht geen andere werkzaamheden dan openbaar vervoer, vervoer waarop bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dit artikel van toepassing is verklaard, alsmede de werkzaamheden die rechtstreeks samenhangen met het verrichten van dat vervoer.
|
||||
|
||||
**2.** Een gemeentelijk vervoerbedrijf mag vervoerders als bedoeld in artikel 64, onderdeel e, of andere vervoerders waarin een rechtspersoon die ten aanzien van het vervoerbedrijf beschikt over rechten als bedoeld in artikel 64, onderdelen b, c of d, over in de in artikel 64, onderdelen b, c, of d, bedoelde rechten beschikt en die openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer verrichten dan wel werkzaamheden verrichten die daarmee rechtstreeks samenhangen, niet bevoordelen boven anderen waarmee die vervoerders in concurrentie treden of anderszins voordelen toekennen die verder gaan dan in het normaal handelsverkeer gebruikelijk is.
|
||||
**2.** Een gemeentelijk vervoerbedrijf mag vervoerders als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdeel e, of andere vervoerders waarin een rechtspersoon die ten aanzien van het vervoerbedrijf beschikt over rechten als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdelen b, c of d, over in de in artikel 64, tweede lid, onderdelen b, c, of d, bedoelde rechten beschikt en die openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer verrichten dan wel werkzaamheden verrichten die daarmee rechtstreeks samenhangen, niet bevoordelen boven anderen waarmee die vervoerders in concurrentie treden of anderszins voordelen toekennen die verder gaan dan in het normaal handelsverkeer gebruikelijk is.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -705,7 +705,7 @@ Bij de berekening van de bijdrage voor exploitatie van openbaar vervoer wordt ui
|
|||
Onze Minister kan bij de verlening van een bijdrage aan de concessieverlener het in artikel 77 bedoelde gebruik van openbaar vervoer geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten, indien de concessieverlener:
|
||||
|
||||
a. niet of niet tijdig heeft voldaan aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 61, eerste lid, en 65, eerste lid;
|
||||
b. in strijd heeft gehandeld met de aan een ontheffing als bedoeld in de artikelen 61, tweede lid, en 61, eerste lid, verbonden beperkingen of voorschriften;
|
||||
b. in strijd heeft gehandeld met de beperkingen waaronder een ontheffing als bedoeld in de artikelen 61, tweede lid, en 67, eerste lid, is verleend of met de voorschriften die daaraan zijn verbonden;
|
||||
c. een concessie heeft verleend in strijd met de artikelen 23 en 52.
|
||||
|
||||
### Artikel 79
|
||||
|
|
@ -767,11 +767,11 @@ Het is verboden taxivervoer te verrichten tegen een hoger tarief dan het tarief,
|
|||
|
||||
### Artikel 86
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld betreffende:
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende:
|
||||
|
||||
a. de minimale beschikbaarheid van het taxivervoer;
|
||||
b. het kenbaar maken van de tarieven aan de reiziger;
|
||||
c. de administratie die de vervoerder dient te voeren ten behoeve van een doelmatig toezicht op de naleving van het bij en krachtens deze wet bepaalde.
|
||||
c. de administratie die de vervoerder dient te voeren ten behoeve van een doelmatig toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VII. Handhaving
|
||||
|
||||
|
|
@ -783,7 +783,7 @@ c. de administratie die de vervoerder dient te voeren ten behoeve van een doelma
|
|||
|
||||
**2.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn voorts belast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren en de met betrekking tot deze wet krachtens artikel 17, eerste lid, onder 2°, van de Wet op de economische delicten aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de artikelen 70 tot en met 74, eerste en tweede lid, onderdelen a en b, bepaalde mede belast personen die daartoe door de vervoerder zijn aangewezen.
|
||||
**3.** Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de artikelen 70 tot en met 74 bepaalde mede belast personen die daartoe door de vervoerder zijn aangewezen.
|
||||
|
||||
**4.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde in artikel 69, eerste en vijfde lid, zijn belast de bij besluit van de directeur-generaal aangewezen ambtenaren van de Nederlandse mededingingsautoriteit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -978,7 +978,7 @@ b. de vermelding van een periode van twee jaren, bedoeld in artikel 53, eerste l
|
|||
|
||||
### Artikel 113
|
||||
|
||||
Een vergunning voor het verrichten van taxivervoer die voor de datum van inwerkingtreding van artikel 127 is verleend ingevolge artikel 57 van de Wet personenvervoer, zoals dit artikel luidde voor de datum van inwerkingtreding van artikel 127, geldt, onverminderd mogelijke wijziging, schorsing, intrekking of het van rechtswege vervallen, met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel 127, als een vergunning verleend ingevolge artikel 5.
|
||||
Een vergunning voor het verrichten van taxivervoer die voor de datum van inwerkingtreding van artikel 127 is verleend ingevolge artikel 57 van de Wet personenvervoer, zoals dit artikel luidde voor de datum van inwerkingtreding van artikel 127, geldt, onverminderd mogelijke wijziging, schorsing, intrekking of het van rechtswege vervallen, met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel 127, als een vergunning verleend ingevolge artikel 4.
|
||||
|
||||
### Artikel 114
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue