2025-07-01 | BWBR0005260 | Maatregel teboekgestelde schepen 1992
This commit is contained in:
parent
48e9d86b83
commit
dc456ddd42
1 changed files with 65 additions and 12 deletions
|
|
@ -20,7 +20,14 @@ a. de wet: de Kadasterwet;
|
|||
b. verdragsregister: verdragsregister als bedoeld in artikel 781, onder c, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
c. brandmerk: het in artikel 21, eerste lid, onder c, van de wet bedoelde brandmerk, aangebracht op het schip overeenkomstig artikel 22;
|
||||
d. verplaatsing van een binnenschip: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 785, tweede lid, onder a, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
e. branden: het duurzaam aanbrengen van een brandmerk.
|
||||
e. branden: het duurzaam aanbrengen van een brandmerk;
|
||||
f. NSI-nummer: door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aan een zeeschip toegekend nationaal scheepsidentificatienummer;
|
||||
g. rijkswet: Rijkswet nationaliteit zeeschepen;
|
||||
h. vlagregister: vlagregister als bedoeld in de rijkswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Dit besluit is mede gebaseerd op artikel 7g van de Kadasterwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -62,7 +69,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** De teboekstelling vindt plaats door de inschrijving van het verzoek tot teboekstelling in de openbare registers.
|
||||
|
||||
**2.** De teboekstelling van schepen geschiedt voor ieder schip onder een eigen nummer. De gebruikte nummers van de rubriek Nederlandse zeeschepen, de rubriek zeevissersschepen en de rubriek binnenschepen vormen elk een ononderbroken reeks.
|
||||
**2.** De teboekstelling van schepen geschiedt voor ieder schip onder een eigen nummer.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
|
|
@ -106,9 +113,9 @@ Onze Minister stelt de vorm vast van de in de artikel 9 bedoelde certificaten en
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Hij, te wiens name een zeeschip in aanbouw of een zeevissersschip in aanbouw te boek staat, is verplicht na de afbouw en voordat hij het schip aan een ander levert een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn de artikelen 24 en 26 van toepassing. De artikelen 14 en 16 zijn niet van toepassing, met dien verstande dat bij het verzoek wordt overgelegd de meetbrief, afgegeven volgens de bestaande wettelijke voorschriften.
|
||||
**1.** Hij, te wiens name een zeeschip in aanbouw of een zeevissersschip in aanbouw te boek staat, is verplicht na de afbouw en voordat hij het schip aan een ander levert een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn de artikelen 24 en 26 van toepassing. Betreft het verzoek een zeeschip, dan wordt het verzoek vergezeld van de verklaring, bedoeld in artikel 15, eerste lid. De artikelen 14 en 16 zijn niet van toepassing, met dien verstande dat bij het verzoek wordt overgelegd de meetbrief, afgegeven volgens de bestaande wettelijke voorschriften.
|
||||
|
||||
**2.** Hij, te wiens name een zeeschip in aanbouw of een zeevissersschip in aanbouw te boek staat, is verplicht om, indien hij het schip zelf in de vaart brengt, na de afbouw en voordat hij het schip in de vaart brengt, een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn de artikelen 16, 24 en 26 van toepassing. Het verzoek dient tevens in te houden de verklaring, bedoeld in artikel 194, vierde lid, tweede volzin, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, en vergezeld te gaan van de verklaring van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, bedoeld in de vierde volzin van dat lid.
|
||||
**2.** Hij, te wiens name een zeeschip in aanbouw of een zeevissersschip in aanbouw te boek staat, is verplicht om, indien hij het schip zelf in de vaart brengt, na de afbouw en voordat hij het schip in de vaart brengt, een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn de artikelen 16, 24 en 26 van toepassing. Het verzoek dient tevens in te houden de verklaring, bedoeld in artikel 194, vierde lid, tweede volzin, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. Betreft het verzoek een zeeschip, dan wordt het verzoek vergezeld van de verklaring, bedoeld in artikel 15, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Hij, te wiens name een binnenschip in aanbouw te boek staat, is verplicht binnen drie maanden na de afbouw aan de bewaarder, mede te delen of het afgebouwde schip voldoet aan ten minste één der in artikel 784, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek te dien aanzien gestelde voorwaarden. Indien het schip aan ten minste één van deze voorwaarden voldoet, is hij verplicht om een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn de artikelen 16, 17, 18, 24 en 26 van toepassing. Het verzoek dient tevens in te houden de verklaring, bedoeld in artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. Wanneer één of meer van de over te leggen stukken ontbreken, onvolledig zijn of niet met elkaar of met de aangeboden verklaring overeenstemmen, of wanneer hij mededeelt dat het afgebouwde binnenschip niet aan ten minste één der bovengenoemde voorwaarden voldoet, wordt de teboekstelling met inachtneming van de artikelen 30 tot en met 33 doorgehaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -116,7 +123,7 @@ Onze Minister stelt de vorm vast van de in de artikel 9 bedoelde certificaten en
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Hij die van een schip de teboekstelling wenst te verkrijgen, biedt de Dienst een daartoe strekkend verzoek ter inschrijving aan, dat tevens een verklaring van eigendom dient in te houden, alsmede de verklaring, bedoeld in artikel 194, vierde lid, tweede volzin, die, indien het een verzoek tot teboekstelling van een zeeschip, niet zijnde een zeevissersschip betreft, vergezeld dient te gaan van de verklaring afgegeven door of namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, bedoeld in artikel 194, vierde lid, vierde volzin, dan wel de verklaring, bedoeld in artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
**1.** Hij die van een schip de teboekstelling wenst te verkrijgen, biedt de Dienst een daartoe strekkend verzoek ter inschrijving aan, dat tevens een verklaring van eigendom dient in te houden, alsmede de verklaring, bedoeld in artikel 194, vierde lid, tweede volzin, dan wel de verklaring, bedoeld in artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek indien het een verzoek tot teboekstelling van een zeeschip, niet zijnde een zeevissersschip betreft. Betreft het verzoek een zeeschip, dan wordt tevens de in artikel 15, eerste lid, bedoelde verklaring aangeboden.
|
||||
|
||||
**2.** In het verzoek tot teboekstelling wordt vermeld of het schip reeds, als schip in aanbouw of als afgebouwd schip, in de openbare registers dan wel in enig soortgelijk buitenlands register te boek staat of te boek gestaan heeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -128,7 +135,17 @@ Onze Minister stelt de vorm vast van de in de artikel 9 bedoelde certificaten en
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving, bedoeld in de artikelen 13, eerste en tweede lid, of 14, ten aanzien van een zeeschip, wordt door de eigenaar bij de Dienst een aanvraag ingediend voor een verklaring dat voldaan wordt aan de in artikel 194a van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijnde vereisten.
|
||||
|
||||
**2.** De verklaring wordt afgegeven door de bewaarder.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het verzoek tot inschrijving verklaart de eigenaar dat de op grond van het eerste lid vereiste bewijsstukken en gegevens op het moment van aanbieden ter inschrijving actueel en ongewijzigd zijn.
|
||||
|
||||
**4.** De kosten voor de behandeling van de aanvraag en afgifte van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de aanvrager.
|
||||
|
||||
**5.** Het bestuur van de Dienst kan de vorm van de aanvraag en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, vaststellen.
|
||||
|
||||
**6.** Het bestuur van de Dienst stelt eisen ten aanzien van de bij een aanvraag voor een verklaring, bedoeld in het eerste lid, te overleggen bewijsstukken en gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -296,27 +313,63 @@ Wanneer een verzoek of aangifte is gedaan met het oog op doorhaling van de teboe
|
|||
|
||||
**2.** Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de eigenaar bij de aanvraag van de teboekstelling daarom heeft verzocht en toestemming heeft gegeven, zendt de bewaarder na de teboekstelling van een zeeschip een bericht van de teboekstelling onder vermelding van specifieke kenmerken van het schip, waaronder het NSI-nummer, de tonnage van het schip en een omschrijving van het schip, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat als beheerder van het vlagregister.
|
||||
|
||||
**4.** Bij het bericht, bedoeld in het derde lid, vermeldt de bewaarder tevens het registratienummer van het ingeschreven document en het brandmerk van het schip.
|
||||
|
||||
**5.** In geval van overdracht of doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of van overdracht van aandelen in een zeeschip, zendt de bewaarder daaromtrent een bericht onder vermelding van het brandmerk en het NSI-nummer, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat als beheerder van het vlagregister.
|
||||
|
||||
### Titel 6. Wijziging
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
Indien van een te boek staand schip de naam, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder d, van de wet, of een gegeven als bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder f en g, van de wet is gewijzigd, dan wel het schip enige andere wijziging heeft ondergaan waardoor de beschrijving van het schip in de registratie voor schepen niet meer aan de werkelijkheid beantwoordt, biedt de eigenaar een aangifte ter inschrijving aan waarin de wijziging wordt vermeld.
|
||||
**1.** Indien van een te boek staand schip de naam, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder d, van de wet, of een gegeven als bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder f en g, van de wet is gewijzigd, dan wel het schip enige andere wijziging heeft ondergaan waardoor de beschrijving van het schip in de registratie voor schepen niet meer aan de werkelijkheid beantwoordt, biedt de eigenaar een aangifte ter inschrijving aan waarin de wijziging wordt vermeld.
|
||||
|
||||
### Titel 7. Overige bepaling
|
||||
**2.** Indien de aangifte, bedoeld in het eerste lid, leidt tot bijwerking van de registratie voor schepen, zendt de bewaarder daarvan een bericht onder vermelding van het brandmerk en het NSI-nummer aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat als beheerder van het vlagregister.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing in geval van een wijziging door de bewaarder in de registratie voor schepen van informatie als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 35a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de Dienst een bericht ontvangt van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat als beheerder van het vlagregister, inzake een wijziging als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de rijkswet, neemt de Dienst een beslissing omtrent wijziging van het betreffende gegeven.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de Dienst de beslissing, bedoeld in het eerste lid, niet binnen één dag na ontvangst van die melding heeft genomen, tekent de Dienst in de registratie voor schepen aan dat het betreffende gegeven «in onderzoek» is.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst verwijdert de aantekening dat een gegeven «in onderzoek» is uit de registratie voor schepen tegelijk met de verwerking van de wijziging in die registratie of, indien een bericht als bedoeld in het eerste lid niet tot wijziging leidt, met de beslissing om het gegeven niet te wijzigen.
|
||||
|
||||
**4.** De beslissing, bedoeld in het tweede en derde lid, is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**5.** De Dienst zendt Onze Minister, genoemd in het eerste lid, onverwijld een bericht over een handeling of beslissing als bedoeld in het tweede of derde lid.
|
||||
|
||||
**6.** De Dienst doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de belanghebbende van zijn beslissing op grond van het tweede of derde lid, indien die beslissing heeft geleid tot een wijziging van het betreffende gegeven.
|
||||
|
||||
### Titel 7. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt de vorm vast van de in dit hoofdstuk voorziene verzoeken, verklaringen, evenwel met uitzondering van de in artikel 14, eerste onderscheidenlijk vijfde lid, bedoelde verklaring van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk van de bevoegde autoriteit, en aangiften met dien verstande, dat het bestuur van de Dienst de vorm van de in artikel 35 bedoelde aangifte vaststelt.
|
||||
Onze Minister stelt de vorm vast van de in dit hoofdstuk voorziene verzoeken, verklaringen, evenwel met uitzondering van de in artikel 14, vijfde lid, bedoelde verklaring van de bevoegde autoriteit, en aangiften met dien verstande, dat het bestuur van de Dienst de vorm van de in artikel 35 bedoelde aangifte vaststelt.
|
||||
|
||||
### Artikel 36a
|
||||
|
||||
Het NSI-nummer wordt opgenomen in de registratie voor schepen, bedoeld in artikel 85, tweede lid, van de wet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Inschrijvingsvereisten voor akten van levering
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de wet wordt ter inschrijving van een akte van levering van een te boek staand zeeschip of van aandelen daarin, tenzij het de levering van een zeevissersschip of van aandelen daarin betreft, bij die akte tevens ter inschrijving aangeboden een verklaring afgegeven door of namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat dat met betrekking tot het schip voldaan blijft worden aan de in artikel 311 van het Wetboek van Koophandel genoemde vereisten. De in de eerste zin bedoelde verklaring bevat de in artikel 21, eerste lid, onder a tot en met c, van de wet bedoelde gegevens.
|
||||
**1.** Voorafgaand aan de inschrijving van een akte van levering van een te boek staand zeeschip of van aandelen daarin, wordt door de verkrijger bij de Dienst een aanvraag ingediend voor een verklaring dat voldaan wordt aan de in artikel 194a van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijnde vereisten.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt door of namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven op aanvraag van de verkrijger, indien voldaan blijft worden aan de in artikel 311 van het Wetboek van Koophandel genoemde vereisten.
|
||||
**2.** De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door de bewaarder.
|
||||
|
||||
**3.** De kosten van aanvraag en afgifte van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de aanvrager. Het tarief voor deze kosten wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
**3.** Bij de inschrijving van een akte van levering van een te boek staand zeeschip of van aandelen daarin wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de wet, tevens de verklaring, bedoeld in het eerste lid, ter inschrijving aangeboden.
|
||||
|
||||
**4.** In de akte van levering verklaart de notaris dat de op grond van het eerste lid vereiste bewijsstukken en gegevens op het moment van aanbieden ter inschrijving actueel en ongewijzigd zijn.
|
||||
|
||||
**5.** De kosten van aanvraag en afgifte van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de aanvrager.
|
||||
|
||||
**6.** Het bestuur van de Dienst kan de vorm van de aanvraag en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, vaststellen.
|
||||
|
||||
**7.** Het bestuur van de Dienst stelt eisen ten aanzien van de bij een aanvraag voor de verklaring, bedoeld in het eerste lid, te overleggen bewijsstukken en gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue