diff --git a/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md b/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md index 8d2e547b154..08ca6ddbd12 100644 --- a/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md +++ b/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md @@ -263,9 +263,9 @@ c. deelname aan beleggingsfondsen. ### Artikel 10b -**1.** De administratieve uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, worden in het jaarverslag opgenomen als totaalbedrag en als bedrag per deelnemer of pensioengerechtigde. +**1.** De administratieve uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, worden in het bestuursverslag opgenomen als totaalbedrag en als bedrag per deelnemer of pensioengerechtigde. -**2.** De kosten van vermogensbeheer, bedoeld in artikel 10a, tweede lid, en de transactiekosten, bedoeld in artikel 10a, derde lid, worden in het jaarverslag opgenomen als totaal bedrag en als percentage van het in het verslagjaar gemiddeld belegde vermogen. +**2.** De kosten van vermogensbeheer, bedoeld in artikel 10a, tweede lid, en de transactiekosten, bedoeld in artikel 10a, derde lid, worden in het bestuursverslag opgenomen als totaal bedrag en als percentage van het in het verslagjaar gemiddeld belegde vermogen. ## Hoofdstuk 3. Fondsbestuur @@ -273,7 +273,7 @@ c. deelname aan beleggingsfondsen. **1.** Als principes voor goed pensioenfondsbestuur als bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 42, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling worden aangewezen voor fondsen de Code Pensioenfondsen, zoals geformuleerd door de Stichting van de Arbeid en de Pensioenfederatie op 6 september 2013 en voor verzekeraars de Code Rechtstreeks verzekerde regelingen, zoals geformuleerd door de Stichting van de Arbeid en het Verbond van Verzekeraars op 18 december 2013. Deze laatste code is van overeenkomstige toepassing op premiepensioeninstellingen. -**2.** Een uitvoerder doet in het jaarverslag mededeling over de naleving van de principes, bedoeld in het eerste lid. Indien een uitvoerder de principes niet heeft nageleefd of niet voornemens is deze in het lopende en daarop volgende boekjaar na te leven, doet hij daarvan in het jaarverslag gemotiveerd opgave. +**2.** Een uitvoerder doet in het bestuursverslag mededeling over de naleving van de principes, bedoeld in het eerste lid. Indien een uitvoerder de principes niet heeft nageleefd of niet voornemens is deze in het lopende en daarop volgende boekjaar na te leven, doet hij daarvan in het bestuursverslag gemotiveerd opgave. ## Hoofdstuk 4. Uitbesteding @@ -338,12 +338,6 @@ Indien met de werkgever niet uitdrukkelijk een bepaalde verhouding tussen versch ## Hoofdstuk 6. Waardeoverdracht -### Artikel 17a - -**1.** De deelnemer wiens verwerving van pensioenaanspraken in de door de ontvangende uitvoerder uitgevoerde pensioenregeling voor 1 januari 2015 een aanvang heeft genomen, vraagt een opgave als bedoeld in artikel 71, derde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 82, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling binnen zes maanden na aanvang van de verwerving. - -**2.** Indien op grond van artikel 74, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 85, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de plichten van de overdragende en de ontvangende uitvoerder, bedoeld in artikel 71 van de Pensioenwet dan wel artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, herleven, wordt de in het eerste lid omschreven verplichting van de deelnemer om binnen zes maanden een opgave te vragen verlengd tot zes maanden na die herleving. - ### Artikel 18 **1.** @@ -380,18 +374,6 @@ b. de betreffende werkgever is een kleine werkgever. **5.** Indien op grond van de voorgaande leden de plicht tot waardeoverdracht niet geldt en de werkgever niet bereid is de aanvullende bijdragen te betalen, informeert de ontvangende pensioenuitvoerder de deelnemer hierover schriftelijk. -### Artikel 19b - -**1.** De in artikel 71 van de Pensioenwet dan wel artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling genoemde plicht tot waardeoverdracht geldt niet indien een aanvullende bijdrage van de oude of nieuwe werkgever noodzakelijk is en de aanvullende bijdrage meer bedraagt dan € 15.000,– en meer dan 10% van de overdrachtswaarde. - -**2.** Indien de overdragende uitvoerder bij vaststelling van de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in artikel 18, of de ontvangende uitvoerder na ontvangst van de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in artikel 18, vaststelt dat een aanvullende bijdrage van de oude of nieuwe werkgever noodzakelijk is die meer bedraagt dan € 15.000,– en meer dan 10% van de overdrachtswaarde, wordt de betreffende werkgever gevraagd binnen een maand na ontvangst van het verzoek aan te geven of hij bereid is de aanvullende bijdrage te betalen. De overdragende uitvoerder informeert de ontvangende uitvoerder terstond na afloop van de gegeven termijn over hetgeen van de oude werkgever is vernomen. - -**3.** Indien de werkgever niet binnen de gegeven termijn aangeeft bereid te zijn de aanvullende bijdragen te betalen, wordt aangenomen dat hij hiertoe niet bereid is. - -**4.** Indien op grond van de voorgaande leden de plicht tot waardeoverdracht niet geldt en de werkgever niet bereid is de aanvullende bijdragen te betalen, informeert de ontvangende uitvoerder de deelnemer hierover schriftelijk. - -**5.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing indien de verwerving van pensioenaanspraken door de deelnemer in de door de ontvangende uitvoerder uitgevoerde pensioenregeling vanaf 1 januari 2015 een aanvang heeft genomen. - ### Artikel 20 De ontvangende uitvoerder verstrekt de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in artikel 18, binnen twee maanden na ontvangst aan de deelnemer onder vermelding van de aanspraken die zullen voortvloeien uit de waardeoverdracht en de wijze waarop de aanspraken in de pensioenregeling, ondergebracht bij de ontvangende uitvoerder, zullen worden behandeld. Bij de informatie over toeslagverlening is artikel 4 van overeenkomstige toepassing. Indien toepassing is gegeven aan artikel 19a wordt de termijn, bedoeld in dit artikel, met twee maanden verlengd.