diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index 8055a733c35..c7ed6850b34 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -46,31 +46,35 @@ gemeentelijk milieubeleidsplan: het gemeentelijke milieubeleidsplan, bedoeld in provinciale milieuverordening: de verordening, bedoeld in artikel 1.2; -afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of andere produkten, waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; +afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of andere producten die behoren tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; -doelmatige verwijdering van afvalstoffen: zodanige verwijdering van afvalstoffen dat in ieder geval: - -a. de continuïteit van de verwijdering wordt gewaarborgd; -b. de afvalstoffen met inachtneming van artikel 10.1 op effectieve en efficiënte wijze worden verwijderd; -c. de capaciteit aan afvalverwijderingsinrichtingen is afgestemd op het aanbod aan te verwijderen afvalstoffen; -d. een onevenwichtige spreiding van afvalverwijderingsinrichtingen wordt voorkomen, en -e. een effectief toezicht op de verwijdering mogelijk is; - -autowrakken: motorrijtuigen op meer dan twee wielen, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren, in gevallen die bij algemene maatregel van bestuur worden aangegeven; +doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheersplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid; stoffen: stoffen in de zin van de Wet milieugevaarlijke stoffen; preparaten: preparaten in de zin van de Wet milieugevaarlijke stoffen; -huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, autowrakken daaronder niet begrepen, behoudens voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen; +huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen; -bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen, autowrakken of gevaarlijke afvalstoffen; +bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen; -gevaarlijke afvalstoffen: bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties; +gevaarlijke afvalstoffen: bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties; + +afvalbeheersplan: het afvalbeheersplan, bedoeld in artikel 10.3; + +afvalstoffenverordening: de verordening, bedoeld in artikel 10.23; + +beheer van afvalstoffen: inzameling, vervoer, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen; + +nuttige toepassing: de handelingen die zijn genoemd in bijlage II B bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen; + +verwijdering: de handelingen die zijn genoemd in bijlage II A bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen; + +storten: op of in de bodem brengen van afvalstoffen om deze daar te laten; de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen: de verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap (*PbEG* L 30); -afvalwater: alle water waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; +afvalwater: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; huishoudelijk afvalwater: afvalwater afkomstig uit particuliere huishoudens; @@ -90,37 +94,46 @@ waterkwaliteitsbeheerder: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlen In deze wet en de daarop berustende bepalingen: -a. worden onder gevolgen voor het milieu mede verstaan gevolgen die verband houden met de doelmatige verwijdering van afvalstoffen, gevolgen die verband houden met het verbruik van energie en grondstoffen, alsmede gevolgen die verband houden met het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting; -b. worden onder bescherming van het milieu mede verstaan de verbetering van het milieu, de zorg voor de doelmatige verwijdering van afvalstoffen, de zorg voor een zuinig gebruik van energie en grondstoffen, alsmede de zorg voor de beperking van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting. +a. worden onder gevolgen voor het milieu mede verstaan gevolgen die verband houden met een doelmatig beheer van afvalstoffen of een doelmatig beheer van afvalwater, gevolgen die verband houden met het verbruik van energie en grondstoffen, alsmede gevolgen die verband houden met het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting; +b. worden onder bescherming van het milieu mede verstaan de verbetering van het milieu, de zorg voor een doelmatig beheer van afvalstoffen of een doelmatig beheer van afvalwater, de zorg voor een zuinig gebruik van energie en grondstoffen, alsmede de zorg voor de beperking van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting. **3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden categorieën van inrichtingen aangewezen, die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken. **4.** Elders in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder inrichting verstaan een inrichting, behorende tot een categorie die krachtens het derde lid is aangewezen. Daarbij worden als één inrichting beschouwd de tot eenzelfde onderneming of instelling behorende installaties die onderling technische, organisatorische of functionele bindingen hebben en in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder inrichting wordt verstaan. -**5.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder inrichting waarin afvalstoffen die van buiten de inrichting afkomstig zijn, worden verwijderd, verstaan een inrichting, behorende tot een als zodanig bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van inrichtingen. +**5.** -**6.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt het vanuit een inrichting waar bedrijfsafvalstoffen, ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen, dan wel gevaarlijke afvalstoffen ontstaan of aanwezig zijn, ter verwijdering brengen van die afvalstoffen naar een elders gelegen inrichting die aan dezelfde natuurlijke of rechtspersoon behoort, gelijkgesteld met het zich ontdoen van die afvalstoffen door afgifte aan een ander. +In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder het zich ontdoen van afvalstoffen mede verstaan: -**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in deze wet en de daarop berustende bepalingen met autowrakken worden gelijkgesteld daarbij aangewezen categorieën van andere voertuigen dan bedoeld in de omschrijving van dat begrip, of van rijdende werktuigen, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren. +a. het nuttig toepassen of verwijderen van afvalstoffen binnen de inrichting waarin deze zijn ontstaan; +b. het voor nuttige toepassing of verwijdering brengen van afvalstoffen vanuit een inrichting naar een elders gelegen inrichting die aan dezelfde natuurlijke of rechtspersoon behoort; +c. het tijdelijk voor nuttige toepassing afgeven van afvalstoffen. -**8.** Onder autowrakken worden mede begrepen omvangrijke samenstellende delen van motorrijtuigen op meer dan twee wielen en van tot krachtens het zevende lid aangewezen categorieën behorende andere voertuigen en rijdende werktuigen, die in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren. +**6.** Bij ministeriële regeling wordt aangegeven welke stoffen, preparaten of andere producten in ieder geval worden aangemerkt als afvalstoffen, indien de houder zich daarvan ontdoet, voornemens is zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moet ontdoen. -**9.** Het tijdelijk ter bewaring, bewerking of verwerking afgeven van afvalstoffen wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen gelijkgesteld met het zich ontdoen van die afvalstoffen. +**7.** -**10.** Een stof, preparaat of ander produkt wordt in ieder geval aangemerkt als afvalstof, indien die stof, dat preparaat of dat produkt bij algemene maatregel van bestuur als zodanig is aangewezen. - -**11.** - -Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van het bevorderen van het meer dan eenmaal gebruiken van stoffen, preparaten of andere produkten of het verwerken van produkten met het oog op gebruik voor hetzelfde of voor een ander doel dan waarvoor zij oorspronkelijk waren bestemd, worden bepaald dat niet van het zich ontdoen van afvalstoffen sprake is, indien bij die maatregel aangewezen stoffen, preparaten of andere produkten: +Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van het bevorderen van nuttige toepassing worden bepaald dat geen sprake is van het zich ontdoen van afvalstoffen, indien bij die maatregel aangewezen stoffen, preparaten of andere producten: a. door de houder rechtstreeks worden afgegeven aan een persoon die deze stoffen, preparaten of andere produkten geheel toepast op een bij die maatregel aangegeven wijze; b. voldoen aan bij die maatregel te stellen eisen. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de aanwijzing van stoffen, preparaten of andere produkten, de wijze van toepassing en de eisen, bedoeld in dit lid. -**12.** Indien dit in het belang van de doelmatige verwijdering van afvalstoffen naar het oordeel van Onze Minister dringend noodzakelijk is en naar zijn oordeel de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tiende lid, tot aanwijzing van afvalstoffen, of van een maatregel als bedoeld in het elfde lid, bepalende dat in gevallen als bedoeld in het elfde lid, onder *a* of *b*, niet sprake is van het zich ontdoen van afvalstoffen, niet kan worden afgewacht, kan hij een regeling vaststellen van de in die leden bedoelde strekking. Een zodanige regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden, of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. Onze Minister kan de termijn bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen. +**8.** Een afvalstof wordt in ieder geval aangemerkt als huishoudelijke afvalstof onderscheidenlijk bedrijfsafvalstof, indien die afvalstof bij algemene maatregel van bestuur als zodanig is aangewezen. -**13.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de aanwijzing van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in het eerste lid. +**9.** Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in het zevende of achtste lid bedoelde strekking. Een zodanige regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. Onze Minister kan de termijn bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen. + +**10.** + +Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de aanwijzing van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in het eerste lid. Tevens kan Onze Minister of een door hem aan te wijzen instantie vaststellen dat een afvalstof, zoals die door de houder ter beoordeling wordt aangeboden: + +a. niet de eigenschappen bezit op grond waarvan deze ingevolge bijlage III bij richtlijn nr. 91/689/EEG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 12 december 1999 betreffende gevaarlijke afvalstoffen als gevaarlijke afvalstof dient te worden aangemerkt. +b. hoewel deze niet als gevaarlijke afvalstof is aangewezen, toch de eigenschappen bezit op grond waarvan deze ingevolge de in onderdeel a genoemde bijlage als gevaarlijke afvalstof dient te worden aangemerkt. + +**11.** Een wijziging van de bijlagen bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen gaat voor de toepassing van de in het eerste lid gegeven omschrijvingen van «afvalstoffen»,« beheer van afvalstoffen», «nuttige toepassing» en« verwijdering» gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. + +**12.** Een wijziging van bijlage III bij richtlijn nr. 91/689/EEG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 12 december 1999 betreffende gevaarlijke afvalstoffen gaat voor de toepassing van het tiende lid gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. ### Artikel 1.1a @@ -154,9 +167,8 @@ c. regels over de samenstelling en de werkwijze van de provinciale milieucommiss De verordening kan slechts, voor zover dit uit een oogpunt van doelmatige regelgeving bijzonder aangewezen is, regels bevatten die rechtstreeks betrekking hebben op bij die regels aangewezen categorieën van inrichtingen, voor zover: -a. ten aanzien van die inrichtingen het in artikel 8.1, eerste lid, gestelde verbod niet geldt, en die regels noodzakelijk zijn ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning in bij de verordening aangewezen gebieden, -b. het regels betreft, inhoudende een verbod tot het oprichten of in werking hebben van dergelijke inrichtingen in gebieden als bedoeld onder *a*, dan wel tot het op een bij die verordening aan te geven wijze veranderen van dergelijke inrichtingen in die gebieden, of het veranderen van de werking daarvan, of -c. het regels betreft krachtens artikel 10.7, eerste lid, 10.19, derde lid, 10.20, 10.26, eerste lid, 10.30, derde lid, of 10.35, eerste, tweede of derde lid. +a. ten aanzien van die inrichtingen het in artikel 8.1, eerste lid, gestelde verbod niet geldt, en die regels noodzakelijk zijn ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning in bij de verordening aangewezen gebieden, of +b. het regels betreft, inhoudende een verbod tot het oprichten of in werking hebben van dergelijke inrichtingen in gebieden als bedoeld onder *a*, dan wel tot het op een bij die verordening aan te geven wijze veranderen van dergelijke inrichtingen in die gebieden, of het veranderen van de werking daarvan. **7.** Bij de verordening kan, voor zover het gevallen betreft als bedoeld in het zesde lid, worden bepaald dat het orgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens hoofdstuk 8 te verlenen, bij het verlenen of wijzigen van de vergunning met betrekking tot de daarbij aangegeven onderwerpen in de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend of in de daaraan verbonden voorschriften van bij de verordening gestelde regels kan afwijken. In dat geval wordt bij de verordening aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de verordening kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. @@ -164,9 +176,7 @@ c. het regels betreft krachtens artikel 10.7, eerste lid, 10.19, derde lid, 10.2 ### Artikel 1.2a -**1.** Bij de provinciale milieuverordening worden geen regels gesteld, die het naar of uit de provincie brengen van afvalstoffen beperken of uitsluiten. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing in door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen categorieën van gevallen, waarin afvalstoffen op of in de bodem worden gebracht om ze daar te laten. +Bij de provinciale milieuverordening worden geen regels gesteld, die het naar of uit de provincie brengen van afvalstoffen beperken of uitsluiten. ### Artikel 1.3 @@ -482,7 +492,7 @@ Ten behoeve van het opstellen van milieubeleidsplannen en van milieuprogramma’ Tot deze hoofdzaken behoren ten minste: a. de in de betrokken periode van acht jaar en, voor zover deze redelijkerwijze zijn aan te geven, de in de eerstvolgende vier jaar beoogde resultaten inzake de kwaliteit van de onderscheidene onderdelen van het milieu; -b. de in de betrokken periode van acht jaar en, voor zover deze redelijkerwijze zijn aan te geven, de in de eerstvolgende vier jaar beoogde resultaten inzake het voorkomen, beperken of ongedaan maken van gevolgen van menselijke activiteiten die het milieu verontreinigen, aantasten of uitputten, daaronder begrepen de beoogde resultaten inzake de verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen; +b. de in de betrokken periode van acht jaar en, voor zover deze redelijkerwijze zijn aan te geven, de in de eerstvolgende vier jaar beoogde resultaten inzake het voorkomen, beperken of ongedaan maken van gevolgen van menselijke activiteiten die het milieu verontreinigen, aantasten of uitputten; c. de aanduiding van gebieden waarin de kwaliteit van het milieu of van een of meer onderdelen daarvan bijzondere bescherming behoeft; d. de wijze waarop het bereiken en instandhouden van de onder *a*, *b* en *c* bedoelde resultaten zal worden nagestreefd en de termijnen die daarbij zullen worden gehanteerd, alsmede de mate van prioriteit die aan het bereiken van die resultaten wordt gegeven; e. de redelijkerwijze te verwachten financiële, economische en ruimtelijke gevolgen van het te voeren milieubeleid. @@ -614,7 +624,7 @@ b. krachtens een provinciale bevoegdheid die aan een orgaan van een ander openba **1.** Onze Ministers kunnen, voor zover dat in het algemeen belang geboden is, gedeputeerde staten gehoord, aan provinciale staten aanwijzingen geven omtrent de inhoud van het provinciale milieubeleidsplan. Bij een aanwijzing wordt een termijn gesteld, binnen welke het plan in overeenstemming met de aanwijzing moet zijn gebracht. -**2.** Bij het geven van een aanwijzing houden Onze Ministers rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan. +**2.** Bij het geven van een aanwijzing houden Onze Ministers rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan en het geldende afvalbeheersplan. **3.** Onze Minister doet van het besluit, houdende de aanwijzing, mededeling door overlegging van het besluit aan de Staten-Generaal en door plaatsing ervan in de *Staatscourant*. @@ -1518,7 +1528,8 @@ e. de mogelijkheden tot bescherming van het milieu, door de nadelige gevolgen vo Het bevoegd gezag houdt bij de beslissing op de aanvraag in ieder geval rekening met: a. het voor hem geldende milieubeleidsplan; -b. de voor de onderdelen van het milieu, waarvoor de inrichting gevolgen kan hebben, geldende richtwaarden, voor zover de verplichting tot het rekening houden daarmee is vastgelegd krachtens of overeenkomstig artikel 5.2. +b. het bepaalde in artikel 10.14; +c. de voor de onderdelen van het milieu, waarvoor de inrichting gevolgen kan hebben, geldende richtwaarden, voor zover de verplichting tot het rekening houden daarmee is vastgelegd krachtens of overeenkomstig artikel 5.2. **3.** @@ -1575,26 +1586,24 @@ g. dat van daarbij aangegeven veranderingen als bedoeld in artikel 8.1, derde li ### Artikel 8.13a -**1.** Aan een vergunning worden geen voorschriften verbonden, die het naar of uit de provincie brengen van afvalstoffen beperken of uitsluiten. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing in door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen categorieën van gevallen, waarin afvalstoffen op of in de bodem worden gebracht om ze daar te laten. +Aan een vergunning worden geen voorschriften verbonden, die het naar of uit de provincie brengen van afvalstoffen beperken of uitsluiten. ### Artikel 8.14 -**1.** Indien de vergunning betrekking heeft op een inrichting waarin afvalstoffen worden verwijderd, bevat de vergunning ten minste de verplichting daarbij aangewezen afvalstoffen te registreren naar hoeveelheid, aard en oorsprong en de verplichting de geregistreerde gegevens, voor zover zij betrekking hebben op gevaarlijke afvalstoffen, ten minste drie jaren te bewaren. +**1.** -**2.** +Indien de vergunning betrekking heeft op een inrichting waarin afvalstoffen nuttig worden toegepast of worden verwijderd, bevat de vergunning ten minste de verplichtingen: -Indien de vergunning betrekking heeft op een inrichting waarin afvalstoffen die van buiten de inrichting afkomstig zijn, worden verwijderd, kunnen, voor zover de vergunning dat verwijderen betreft, de voorschriften in ieder geval ook inhouden: +a. tot het registreren van: -a. dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen afvalstoffen in de inrichting niet mogen worden verwijderd zonder afzonderlijke toestemming van het bevoegd gezag, dan wel, in een geval als aangegeven krachtens artikel 8.35, van Onze Minister; daarbij kan worden bepaald dat de toestemming door het bevoegd gezag eerst wordt gegeven nadat een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat geen andere wijze van verwijdering mogelijk is; -b. de verplichting overeenkomstig het in de vergunning ter zake bepaalde, daarbij aangewezen afvalstoffen in ontvangst te nemen; -c. de verplichting overeenkomstig het in de vergunning ter zake bepaalde, daarbij aangewezen afvalstoffen, wanneer zij aan de vergunninghouder worden aangeboden, op te halen; -d. dat bij het in ontvangst nemen van de afvalstoffen slechts een bedrag in rekening mag worden gebracht, dat in overeenstemming is met in de provinciale milieuverordening dan wel, in gevallen als aangegeven krachtens artikel 8.35, eerste lid, door Onze Minister, omtrent de hoogte van dat bedrag gestelde regels; -e. dat de vergunninghouder slechts afvalstoffen in ontvangst mag nemen uit een daarbij aangewezen gebied, dan wel van daarbij aangewezen inzamelaars van afvalstoffen; -f. de verplichting afvalstoffen af te geven aan bij de vergunning aangewezen personen. +1°. daarbij aangewezen afvalstoffen die in de inrichting nuttig worden toegepast of worden verwijderd: naar hoeveelheid, aard en oorsprong; +2°. stoffen die bij de nuttige toepassing of verwijdering van die afvalstoffen worden gebruikt of verbruikt: naar aard en hoeveelheid; +3°. stoffen, preparaten en andere producten, hieronder mede begrepen afvalstoffen, die bij de nuttige toepassing of verwijdering ontstaan: naar aard en hoeveelheid; +4°. de wijze waarop de onder 3° bedoelde afvalstoffen nuttig worden toegepast of worden verwijderd; +5°. stoffen, preparaten en andere producten die de inrichting verlaten, voor zover deze bij de nuttige toepassing of verwijdering zijn ontstaan: naar aard en hoeveelheid, en +b. tot het bewaren van de geregistreerde gegevens gedurende ten minste vijf jaren. -**3.** Bij het vaststellen van regels als bedoeld in het tweede lid, onder *d*, wordt, indien deze betrekking hebben op inrichtingen voor het op of in de bodem brengen van afvalstoffen, uitsluitend rekening gehouden met de kosten van het totstandbrengen, instandhouden en in werking hebben van de inrichting, en met de kosten van de voorzieningen die bewerkstelligen dat de inrichting, nadat zij buiten gebruik is gesteld, geen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt, daaronder mede begrepen de kosten van de krachtens artikel 15.44, eerste lid, verschuldigde heffing. +**2.** Onze Minister kan regels stellen omtrent de wijze waarop de registratie plaatsvindt. ### Artikel 8.15 @@ -1630,7 +1639,7 @@ b. uit de aanvraag blijkt dat de vergunning slechts voor een daarbij aangegeven c. dat nodig is in het belang van het ontwikkelen van werkwijzen in de inrichting, die minder nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken; d. dat nodig is in verband met het ontwikkelen van een beter inzicht in de gevolgen van de inrichting voor het milieu. -**2.** Een vergunning die betrekking heeft op een inrichting waarin afvalstoffen die van buiten de inrichting afkomstig zijn, worden verwijderd, dan wel op een inrichting waarin gevaarlijke afvalstoffen die in de inrichting zijn ontstaan, op of in de bodem worden gebracht om ze daar te laten, geldt, voor zover zij dat verwijderen of op of in de bodem brengen betreft, slechts voor een daarbij te stellen termijn van ten hoogste tien jaar. +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden categorieën van inrichtingen waarin afvalstoffen nuttig worden toegepast of worden verwijderd, aangewezen, ten aanzien waarvan de vergunning, voorzover zij deze handelingen betreft, slechts geldt voor een bij de vergunning te stellen termijn van ten hoogste tien jaar. Bij de maatregel kan worden bepaald dat de aanwijzing slechts betrekking heeft op daarbij aangegeven categorieën van gevallen. **3.** In een vergunning wordt bepaald dat zij slechts geldt voor een daarbij aangegeven termijn, voor zover dat is bepaald bij een algemene maatregel van bestuur, die is vastgesteld ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie. De bij de maatregel aangegeven termijn kan zo nodig afwijken van de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen. @@ -1730,7 +1739,7 @@ b. de vergunning ook geldt voor een rechtspersoon, aan wie zij is overgedragen d Het bevoegd gezag kan - onverminderd het in de artikelen 8.34, 8.38, 8.39 en 18.12 bepaalde - een vergunning voor een inrichting geheel of gedeeltelijk intrekken indien: a. de inrichting ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt en toepassing van artikel 8.23 redelijkerwijs daarvoor geen oplossing biedt; -b. dit in het belang van een doelmatige verwijdering van afvalstoffen noodzakelijk is; +b. dit in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is; c. gedurende drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; d. de inrichting geheel of gedeeltelijk is verwoest; e. in gevallen als aangewezen krachtens artikel 8.20, tweede lid: de vergunninghouder niet meer degene is, die de inrichting drijft. @@ -1819,36 +1828,72 @@ Ten aanzien van een wijziging van een vergunning overeenkomstig de artikelen 8.2 **2.** Met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking is artikel 8.25, achtste lid, van overeenkomstige toepassing. -##### Paragraaf 8.1.3.3. Gevallen waarin bepaalde afvalstoffen worden verwijderd +##### Paragraaf 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd ### Artikel 8.35 -**1.** +**1.** Indien een vergunning betrekking heeft op een inrichting, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie, waarin afvalstoffen nuttig worden toegepast of worden verwijderd, worden bij de toepassing van dit hoofdstuk, van hoofdstuk 13 en van afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen. -Indien een vergunning betrekking heeft op een inrichting: - -a. behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie waarin bij die maatregel aangegeven gevaarlijke afvalstoffen of andere afvalstoffen, die van buiten de inrichting afkomstig zijn, verwijderd worden, waarvan het - gezien hun aard of de hoeveelheid waarin zij vrijkomen - in het belang van een doelmatige verwijdering noodzakelijk is dat zij buiten Nederland, dan wel binnen Nederland in slechts een of enkele inrichtingen verwijderd worden, -b. waarin bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevaarlijke afvalstoffen die in de inrichting zijn ontstaan, op of in de bodem worden gebracht om ze daar te laten, waarvan het - gezien hun aard of de hoeveelheid waarin zij vrijkomen - in het belang van een doelmatige verwijdering noodzakelijk is dat zij buiten Nederland, dan wel binnen Nederland in slechts een of enkele inrichtingen verwijderd worden, worden bij de toepassing van dit hoofdstuk, van hoofdstuk 13 en van afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen. - -**2.** Indien dat in het belang van de doelmatige verwijdering van de betrokken afvalstoffen naar het oordeel van Onze Minister dringend noodzakelijk is, en naar zijn oordeel de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid niet kan worden afgewacht, kan hij een regeling vaststellen van de in dat lid bedoelde strekking. Een zodanige regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden, of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. Onze Minister kan de termijn bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen. +**2.** Bij de maatregel kan worden bepaald dat een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid slechts betrekking heeft op daarbij aangewezen categorieën van gevallen. ### Artikel 8.36 -**1.** Een vergunning wordt, voor zover zij betreft de verwijdering van de betrokken afvalstoffen die van buiten de inrichting afkomstig zijn, onderscheidenlijk het op of in de bodem brengen van de betrokken afvalstoffen die in de inrichting zijn ontstaan, niet verleend dan nadat Onze Minister heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. Artikel 10:32 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. +**1.** Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van een doelmatige beheer van afvalstoffen een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in artikel 8.35 bedoelde strekking. -**2.** De verklaring kan slechts in het belang van de doelmatige verwijdering van de betrokken afvalstoffen worden geweigerd. De artikelen 8.8, 8.9 en 8.10 zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover die artikelen betrekking hebben op de doelmatige verwijdering van afvalstoffen. +**2.** Een zodanige regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. Onze Minister kan de termijn bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen. -**3.** Onze Minister kan bij de verklaring bepalen dat de vergunning ter zake waarvan zij wordt gegeven, onder bij de verklaring aan te geven beperkingen dient te worden verleend, of dat aan die vergunning bij de verklaring aan te geven voorschriften dienen te worden verbonden. De artikelen 8.11 tot en met 8.17 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze beperkingen en voorschriften slechts betrekking kunnen hebben op de doelmatige verwijdering van de betrokken afvalstoffen. De vergunning wordt onder de aangegeven beperkingen verleend; de aangegeven voorschriften worden eraan verbonden. +### Artikel 8.36a -**4.** In gevallen waarin een verklaring vereist is, geeft het bevoegd gezag bij de beslissing op de aanvraag om de vergunning geen toepassing aan artikel 8.8, voor zover dat artikel betrekking heeft op de doelmatige verwijdering van de betrokken afvalstoffen. +**1.** Een vergunning wordt, voor zover zij een inrichting betreft die behoort tot een categorie of een categorie van gevallen die is aangewezen krachtens artikel 8.35, niet verleend dan nadat Onze Minister heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. Artikel 10:32 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing met betrekking tot de verklaring. -**5.** De verklaring wordt vermeld in de beschikking ter zake waarvan zij is gegeven. Een exemplaar ervan wordt gevoegd bij ieder exemplaar van de beschikking. +**2.** De verklaring kan slechts worden geweigerd op grond van de criteria, genoemd in artikel 10.5, tweede lid. + +### Artikel 8.36b + +**1.** Onze Minister kan bij de verklaring, bedoeld in artikel 8.36a, bepalen dat de vergunning onder beperkingen wordt verleend of dat er voorschriften aan worden verbonden. + +**2.** Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt de vergunning onder de aangegeven beperkingen verleend en worden de aangegeven voorschriften eraan verbonden. + +### Artikel 8.36c + +**1.** De artikelen 8.11 tot en met 8.17 zijn bij de toepassing van artikel 8.36b, eerste lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beperkingen en voorschriften slechts berusten op de criteria, genoemd in artikel 10.5, tweede lid. + +**2.** + +Voorts kunnen de voorschriften, bedoeld in artikel 8.36b, inhouden: + +a. dat in daarbij aangewezen categorieën van gevallen afvalstoffen in de inrichting niet nuttig mogen worden toegepast of mogen worden verwijderd zonder afzonderlijke toestemming van het bevoegd gezag, dan wel van Onze Minister; daarbij kan worden bepaald dat de toestemming door het bevoegd gezag eerst wordt gegeven nadat een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat geen andere wijze van nuttige toepassing of verwijdering mogelijk is; +b. de verplichting overeenkomstig het in de vergunning ter zake bepaalde, daarbij aangewezen afvalstoffen in ontvangst te nemen. + +### Artikel 8.36d + +In gevallen waarin een verklaring als bedoeld in artikel 8.36a vereist is, geeft het bevoegd gezag bij de beslissing op de aanvraag om de vergunning geen toepassing aan artikel 8.8 en evenmin aan artikel 10.14 j° artikel 10.4, voor zover deze bepalingen betrekking hebben op de criteria, genoemd in artikel 10.5, tweede lid. + +### Artikel 8.36e + +**1.** De verklaring wordt vermeld in de beschikking ter zake waarvan zij is gegeven. + +**2.** Een exemplaar ervan wordt gevoegd bij ieder exemplaar van de beschikking. + +### Artikel 8.36f + +**1.** + +Inrichtingen waarin van anderen afkomstige afvalstoffen worden gestort, brengen bij het in ontvangst nemen van afvalstoffen een bedrag in rekening waarbij in ieder geval rekening wordt gehouden: + +a. met de kosten van het totstandbrengen, instandhouden en in werking hebben van de inrichting, +b. met de kosten van de voorzieningen die bewerkstelligen dat de inrichting, nadat zij buiten gebruik is gesteld, geen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt, daaronder mede begrepen de kosten van de krachtens artikel 15.44, eerste lid, verschuldigde heffing, en +c. met de kosten van financiële zekerheid in categorieën van gevallen waarvoor het stellen van financiële zekerheid krachtens artikel 8.15 is voorgeschreven. + +**2.** Onze Minister kan in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen tarieven vaststellen, die ten minste dan wel ten hoogste in rekening worden gebracht bij het in ontvangst nemen van afvalstoffen door krachtens artikel 8.35 aangewezen inrichtingen. + +**3.** Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste en tweede lid. ### Artikel 8.37 **1.** Het bevoegd gezag zendt Onze Minister onverwijld een exemplaar van de aanvraag en van de daarbij gevoegde stukken. -**2.** Indien de aanvrager de krachtens artikel 8.5 te verstrekken gegevens, voor zover deze betrekking hebben op het verwijderen, dan wel op het op of in de bodem brengen van de betrokken afvalstoffen, niet of niet volledig heeft verstrekt, laat het bevoegd gezag - onverminderd artikel 3:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht - de aanvraag op verzoek van Onze Minister buiten behandeling. +**2.** Indien de aanvrager de krachtens artikel 8.5 te verstrekken gegevens, voorzover deze betrekking hebben op het beheer van afvalstoffen, niet of niet volledig heeft verstrekt, laat het bevoegd gezag - onverminderd artikel 3:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht - de aanvraag op verzoek van Onze Minister buiten behandeling. **3.** Op verzoek van Onze Minister neemt het bevoegd gezag de aanvraag ondanks de onvolledigheid van de in het tweede lid bedoelde gegevens in behandeling. Het stelt de aanvrager op verzoek van Onze Minister in de gelegenheid de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht binnen een bij het verzoek aan te geven termijn aan te vullen. @@ -1858,9 +1903,13 @@ b. waarin bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevaarlijke afvalstoffen **6.** Het bevoegd gezag kan Onze Minister te allen tijde advies uitbrengen met het oog op de samenhang tussen de beslissing omtrent de verklaring en de beslissing op de aanvraag. Het brengt met het oog op deze samenhang in ieder geval advies uit over het ontwerp van de verklaring. +**7.** Onze Minister zendt een exemplaar van de verklaring zo tijdig aan het bevoegd gezag dat de beschikking kan worden genomen binnen de termijn, genoemd in artikel 3:28 van de Algemene wet bestuursrecht, dan wel, indien toepassing is gegeven aan artikel 3:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen de overeenkomstig dat lid verlengde termijn. + ### Artikel 8.38 -De artikelen 8.36 en 8.37 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot wijziging en intrekking van een vergunning overeenkomstig de artikelen 8.22 tot en met 8.26 en 8.34. +**1.** De artikelen 8.36a tot en met 8.37 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot wijziging en intrekking van een vergunning overeenkomstig de artikelen 8.22 tot en met 8.26 en 8.34. + +**2.** Onze Minister zendt een exemplaar van de verklaring zo tijdig aan het bevoegd gezag dat het besluit kan worden genomen binnen de termijn, genoemd in artikel 3:33, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. ### Artikel 8.39 @@ -1871,7 +1920,7 @@ Onze Minister kan het bevoegd gezag verzoeken: a. beperkingen waaronder de vergunning is verleend, en voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden, te wijzigen, aan te vullen of in te trekken, dan wel alsnog beperkingen aan te brengen of voorschriften aan de vergunning te verbinden, b. de vergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken, -voor zover dat in het belang van de doelmatige verwijdering van de betrokken afvalstoffen nodig is. Daarbij houdt Onze Minister rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan. Bij het verzoek kan Onze Minister een termijn bepalen waarbinnen aan zijn verzoek wordt voldaan. +voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van de betrokken afvalstoffen nodig is. Bij het verzoek kan Onze Minister een termijn bepalen waarbinnen aan zijn verzoek wordt voldaan. **2.** Overeenkomstig het verzoek wijzigt het bevoegd gezag de vergunning of trekt het deze in. @@ -1932,7 +1981,7 @@ Vervallen **1.** Indien dit uit een oogpunt van doelmatige regelgeving bijzonder aangewezen is, kunnen bij algemene maatregel van bestuur met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van inrichtingen, waarvoor het in artikel 8.1 gestelde verbod geldt, regels worden gesteld, die nodig zijn ter bescherming van het milieu. Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. Artikel 8.40, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. -**2.** Ten aanzien van bij de regels te stellen voorschriften zijn de artikelen 8.11, derde lid, 8.12 tot en met 8.16 en 8.22, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing. +**2.** Ten aanzien van bij de regels te stellen voorschriften zijn de artikelen 8.11, derde lid, 8.12 tot en met 8.16, 8.22, eerste en tweede lid, en 8.36c, tweede lid, van overeenkomstige toepassing. **3.** Indien op grond van een algemene maatregel van bestuur krachtens het eerste lid gegevens moeten worden verstrekt door degene die de inrichting drijft, kunnen bij de maatregel regels over de openbare kennisgeving daarvan worden gesteld. Bij de maatregel kunnen bestuursorganen worden aangewezen, waaraan de gegevens moeten worden toegezonden. @@ -1968,10 +2017,9 @@ Vervallen In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. storten van afvalstoffen: op of in de bodem brengen van afvalstoffen, al dan niet in verpakking, om deze stoffen daar te laten; -b. stortplaats: inrichting waar afvalstoffen worden gestort, dan wel het gedeelte van een inrichting, waar afvalstoffen worden gestort, indien in de inrichting niet uitsluitend afvalstoffen worden gestort; -c. gesloten stortplaats: stortplaats ten aanzien waarvan de in het derde lid bedoelde verklaring is afgegeven; -d. bedrijfsgebonden stortplaats: stortplaats waar uitsluitend afvalstoffen worden gestort, die afkomstig zijn van binnen de inrichting waartoe de stortplaats behoort. +a. stortplaats: inrichting waar afvalstoffen worden gestort, dan wel het gedeelte van een inrichting, waar afvalstoffen worden gestort, indien in de inrichting niet uitsluitend afvalstoffen worden gestort; +b. gesloten stortplaats: stortplaats ten aanzien waarvan de in het derde lid bedoelde verklaring is afgegeven; +c. bedrijfsgebonden stortplaats: stortplaats waar uitsluitend afvalstoffen worden gestort, die afkomstig zijn van binnen de inrichting waartoe de stortplaats behoort. **2.** Onder stortplaats wordt mede verstaan een gesloten stortplaats. Tot de stortplaats wordt mede gerekend het gedeelte van de stortplaats waar het storten van afvalstoffen is beëindigd. @@ -2030,15 +2078,15 @@ De rechthebbende ten aanzien van de plaats waar de in artikel 8.49 bedoelde zorg ### Artikel 10.1 -Ieder bestuursorgaan dat betrokken is bij de uitvoering van deze wet, houdt er bij de uitoefening van zijn bevoegdheden krachtens deze wet rekening mee dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat: +**1.** Een ieder die handelingen met betrekking tot afvalstoffen verricht of nalaat en die weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, is verplicht alle maatregelen te nemen of na te laten die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. -a. het ontstaan van afvalstoffen waar mogelijk wordt voorkomen of beperkt; -b. bij het vervaardigen van stoffen, preparaten of andere produkten gebruik wordt gemaakt van stoffen en materialen die na gebruik voor het doel waarvoor de produkten waren bestemd, geen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken; -c. in Nederland op de markt te brengen stoffen, preparaten of andere produkten meer dan eenmaal worden gebruikt; -d. indien gebruik als bedoeld onder *c*, niet mogelijk is, in Nederland op de markt te brengen stoffen, preparaten of andere produkten na gebruik op doelmatige wijze worden bewerkt of verwerkt met het oog op gebruik voor hetzelfde of voor een ander doel dan waarvoor de produkten oorspronkelijk waren bestemd; -e. de verwijdering van stoffen, preparaten of andere produkten na gebruik, dan wel bewerking of verwerking als bedoeld onder *c* of *d*, plaatsvindt onder omzetting in energie; -f. de verwijdering van stoffen, preparaten of andere produkten na gebruik, dan wel bewerking of verwerking als bedoeld onder *c* of *d*, plaatsvindt op andere wijze dan door het op of in de bodem brengen ervan, indien omzetting in energie als bedoeld onder *e*, niet wenselijk is, en -g. de verwijdering van stoffen, preparaten of andere produkten na gebruik, danwel bewerking of verwerking als bedoeld onder *c* of *d*, alleen dan plaatsvindt door het op een verantwoorde wijze op of in de bodem brengen ervan, indien de wijzen van verwijdering, bedoeld onder *e* en *f*, niet wenselijk zijn. +**2.** Het is een ieder bij wie afvalstoffen ontstaan, verboden handelingen met betrekking tot die afvalstoffen te verrichten of na te laten, waarvan hij weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan. + +**3.** Het is een ieder verboden bedrijfsmatig of in een omvang of op een wijze alsof deze bedrijfsmatig was, handelingen met betrekking tot afvalstoffen te verrichten, indien daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs had kunnen weten, nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan. + +**4.** Onder handelingen als bedoeld in het derde lid wordt in ieder geval verstaan: inzamelen of anderszins in ontvangst nemen, bewaren, nuttig toepassen, verwijderen, vervoeren of verhandelen van afvalstoffen of bemiddelen bij het beheer van afvalstoffen. + +**5.** De verboden, bedoeld in het tweede en derde lid, gelden niet voor zover deze handelingen betreffen, die degene die deze verricht, uitdrukkelijk zijn toegestaan bij of krachtens deze wet of een in artikel 13.1, tweede lid, genoemde wet of de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen. ### Artikel @@ -2052,55 +2100,41 @@ Vervallen **1.** Het is verboden zich van afvalstoffen te ontdoen door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting op of in de bodem te brengen. -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, voor daarbij aangegeven categorieën van gevallen vrijstelling worden verleend van het verbod, bedoeld in het eerste lid. +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, voor daarbij aangegeven categorieën van gevallen vrijstelling worden verleend van het verbod, bedoeld in het eerste lid. + +### Titel 10.2. Het afvalbeheersplan ### Artikel 10.3 -**1.** Het is een ieder bij wie in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf afvalstoffen ontstaan, verboden handelingen met betrekking tot die afvalstoffen te verrichten of na te laten waarvan hij weet of redelijkerwijs had moeten weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan. Het verbod geldt niet voor zover het betreft zodanige handelingen die hem bij of krachtens de wet uitdrukkelijk zijn toegestaan. - -**2.** Het is een ieder verboden in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf afvalstoffen in te zamelen of anderszins in ontvangst te nemen, te bewaren, te bewerken, te verwerken, te vernietigen of op of in de bodem te brengen dan wel op andere wijze te verwijderen, indien daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs had moeten weten, nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan. Het verbod geldt niet voor zover het betreft zodanige handelingen die hem bij of krachtens de wet uitdrukkelijk zijn toegestaan. - -### Titel 10.2. Preventieve maatregelen +Onze Minister stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een afvalbeheersplan vast. ### Artikel 10.4 -**1.** +Bij de vaststelling van het afvalbeheersplan houdt Onze Minister er rekening mee dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat in de navolgende voorkeursvolgorde: -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen, regels worden gesteld ten aanzien van het vervaardigen, invoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of in ontvangst nemen van bij die maatregel aangewezen categorieën van stoffen, preparaten of andere produkten, die als afvalstof: - -a. niet of zeer moeilijk doelmatig verwijderd kunnen worden; -b. in mindere mate dan wenselijk zou zijn zich ertoe lenen te worden hergebruikt of voor hergebruik geschikt te worden gemaakt; -c. de hoeveelheid afval overmatig doen toenemen; -d. in aanmerkelijke mate als zwerfafval in het milieu plegen terecht te komen. - -**2.** - -Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels, inhoudende: - -a. een verbod met betrekking tot zodanige stoffen, preparaten of andere produkten een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen te verrichten; -b. een verbod met betrekking tot zodanige stoffen, preparaten of andere produkten zodanige handelingen te verrichten op een bij de maatregel aangegeven wijze, onder daarbij aangegeven omstandigheden, dan wel voor daarbij aangewezen doeleinden; -c. een verbod zodanige handelingen te verrichten, indien met betrekking tot zodanige stoffen, preparaten of andere produkten niet aan bij de maatregel gestelde eisen wordt voldaan; -d. een verbod zodanige stoffen, preparaten of andere produkten te vervaardigen of aan een ander ter beschikking te stellen, indien bij de vervaardiging niet aan bij de maatregel gestelde eisen wordt of is voldaan; -e. een verplichting voor degene die zodanige stoffen, preparaten of andere produkten aan een ander ter beschikking stelt, deze, na toepassing, terug te nemen of in te nemen. - -**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen, regels worden gesteld ten aanzien van het vervaardigen of toepassen van daarbij aangewezen categorieën van stoffen, preparaten of andere produkten, indien bij die vervaardiging of toepassing bij de maatregel aangewezen afvalstoffen ontstaan, met betrekking waartoe zich een der in het eerste lid bedoelde omstandigheden voordoet. - -**4.** - -Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels, inhoudende: - -a. een verbod zodanige stoffen, preparaten of andere produkten te vervaardigen of toe te passen; -b. een verbod zodanige stoffen, preparaten of andere produkten te vervaardigen of toe te passen, indien bij de vervaardiging of toepassing niet aan bij de maatregel gestelde eisen wordt voldaan. - -**5.** Met betrekking tot inrichtingen worden regels als bedoeld in het eerste of derde lid alleen gesteld indien dit uit een oogpunt van doelmatige regelgeving bijzonder aangewezen is. - -**6.** In een algemene maatregel van bestuur krachtens het eerste of het derde lid wordt een termijn bepaald, eerst bij het verstrijken waarvan de bij die maatregel gestelde regels ten aanzien van stoffen, preparaten of andere produkten, die bij het in werking treden van de maatregel reeds vervaardigd en hier te lande aanwezig waren, gaan gelden. - -**7.** Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste of derde lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen. +a. het ontstaan van afvalstoffen wordt voorkomen of beperkt; +b. bij het vervaardigen van stoffen, preparaten of andere producten gebruik wordt gemaakt van stoffen en materialen die na gebruik van het product geen of zo min mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken; +c. stoffen, preparaten of andere producten na gebruik als zodanig opnieuw worden gebruikt; +d. stoffen en materialen waaruit een product bestaat, na gebruik van het product opnieuw worden gebruikt; +e. afvalstoffen worden toegepast met een hoofdgebruik als brandstof of voor een andere wijze van energieopwekking; +f. afvalstoffen worden verwijderd door deze te verbranden op land; +g. afvalstoffen worden gestort. ### Artikel 10.5 -Indien dit in het belang van het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen die niet of zeer moeilijk doelmatig verwijderd kunnen worden naar het oordeel van Onze Minister dringend noodzakelijk is en naar zijn oordeel de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 10.4, niet kan worden afgewacht, kan hij een regeling vaststellen van de in dat artikel bedoelde strekking. Een zodanige regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden, of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. Onze Minister kan de termijn bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen. +**1.** + +Bij de vaststelling van het afvalbeheersplan houdt Onze Minister er rekening mee dat het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen vereist dat: + +a. het beheer van afvalstoffen op effectieve en efficiënte wijze geschiedt; +b. een effectief toezicht op het beheer van afvalstoffen mogelijk is. + +**2.** + +Ten aanzien van een inrichting die behoort tot een categorie of een categorie van gevallen die is aangewezen krachtens artikel 8.35, alsmede ten aanzien van een beslissing omtrent een vergunning als bedoeld in artikel 10.48, houdt Onze Minister er rekening mee dat het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen voorts vereist dat: + +a. de continuïteit van het beheer van afvalstoffen wordt gewaarborgd; +b. de capaciteit van de voorzieningen voor het beheer van afvalstoffen is afgestemd op het aanbod van afvalstoffen. ### Artikel 10.5a @@ -2108,81 +2142,54 @@ Vervallen ### Artikel 10.6 -**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de doelmatige verwijdering van afvalstoffen regels worden gesteld, inhoudende een verplichting voor degene die bij die maatregel aangewezen categorieën van stoffen, preparaten of andere produkten op de markt brengt, die stoffen, preparaten of andere produkten of de verpakking ervan te voorzien van een door Onze Minister aangegeven aanduiding. Bij de maatregel kan worden bepaald dat die regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. - -**2.** Een aanduiding als bedoeld in het eerste lid, kan een aanbeveling inhouden om de betrokken stoffen, preparaten of andere produkten of de bij het gebruik vrijkomende afvalstoffen, dan wel de verpakking op een door Onze Minister aangegeven wijze te verwijderen. - -**3.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent welke stoffen, preparaten of andere produkten worden begrepen onder de krachtens het eerste lid aangewezen categorieën van stoffen, preparaten of andere produkten. - -### Titel 10.3. Het verwijderen van afvalstoffen direct na het ontstaan ervan +Bij de vaststelling van het afvalbeheersplan houdt Onze Minister rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan. ### Artikel 10.7 -**1.** +**1.** Het afvalbeheersplan bevat de onderwerpen die ingevolge voor Nederland bindende besluiten van de instellingen van de Europese Unie moeten worden opgenomen in een zodanig plan. -Bij de provinciale milieuverordening kan in het belang van de doelmatige verwijdering van afvalstoffen worden bepaald dat personen, behorende tot een bij die verordening aangewezen categorie, bij wie bedrijfsafvalstoffen, ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontstaan of aanwezig zijn, die behoren tot een bij die verordening aangewezen categorie: +**2.** -a. verplicht zijn die afvalstoffen te scheiden en - mede van andere stoffen en afvalstoffen - gescheiden te houden; -b. verplicht zijn die afvalstoffen gescheiden af te geven, wanneer zij zich daarvan ontdoen; -c. verplicht zijn die afvalstoffen ter plaatse waar zij zijn ontstaan, op een bij de verordening aangegeven wijze te bewerken, te verwerken of te vernietigen; -d. die afvalstoffen in bij de verordening aangegeven categorieën van gevallen niet langer onder zich mogen houden dan gedurende een daarbij aangegeven termijn; -e. verplicht zijn die afvalstoffen af te geven aan een persoon behorende tot een bij de verordening aangewezen categorie, of te brengen naar een daartoe beschikbare plaats; daarbij kan worden aangegeven op welke wijze zulks dient te geschieden; -f. indien zij die afvalstoffen langer onder zich houden dan een daarbij aangegeven termijn, daarvan melding moeten doen aan een bij de verordening aangewezen bestuursorgaan. +Het afvalbeheersplan bevat voorts in ieder geval: -**2.** Tevens kunnen in de verordening regels worden gesteld met betrekking tot het in de gemeentelijke verordening, bedoeld in artikel 10.10, ten aanzien van bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen opnemen van regels als bedoeld in het eerste lid, onder *a*, *b* of *e*. In de verordening wordt aangegeven binnen welke termijn deze verplichting door de gemeenten moet worden uitgevoerd. +a. de hoofdlijnen van het beleid ter uitvoering van deze wet met betrekking tot het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen en het beheer van afvalstoffen in de betrokken periode van vier jaar en, voor zover mogelijk, in de daarop volgende zes jaar; +b. een uitwerking van deze hoofdlijnen met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van afvalstoffen of wijzen van beheer van afvalstoffen; +c. de capaciteit die benodigd is voor de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen in inrichtingen die behoren tot een categorie of een categorie van gevallen die is aangewezen krachtens artikel 8.35 in de betrokken periode van vier jaar en, voor zover mogelijk, in de daaropvolgende zes jaar; +d. een beschrijving van het beleid ter uitvoering van de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen in de betrokken periode van vier jaar. ### Artikel 10.8 -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het bevorderen van hergebruik of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu de personen op wie ingevolge artikel 10.4, eerste lid, of artikel 15.32 verplichtingen zijn gelegd met betrekking tot het terugnemen of innemen van stoffen, preparaten of andere produkten: +**1.** Onze Minister stelt het onderdeel van het afvalbeheersplan, bedoeld in artikel 10.7, tweede lid, onder a, op na overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen. -a. verplicht worden zorg te dragen voor het treffen van voorzieningen die erop gericht zijn om die stoffen, preparaten of andere produkten na terugneming of inneming op een bij die maatregel aangegeven wijze te bewaren, te bewerken, te verwerken of te vernietigen; -b. verplicht worden zorg te dragen voor het afgeven van die stoffen, preparaten of andere produkten aan een persoon, behorende tot een bij die maatregel aangewezen categorie. +**2.** Onze Minister stelt de onderdelen van het afvalbeheersplan, bedoeld in artikel 10.7, tweede lid, onder b en c, op in gezamenlijk overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen. + +**3.** Onze Minister betrekt voorts bij de voorbereiding van het afvalbeheersplan de naar zijn oordeel bij de te behandelen onderwerpen meest belanghebbende andere bestuursorganen, instellingen en organisaties. + +**4.** Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste tot en met derde lid. ### Artikel 10.9 -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het bevorderen van hergebruik of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu personen, behorende tot een bij die maatregel aangewezen categorie, worden verplicht bij die maatregel aangewezen categorieën van afvalstoffen of van krachtens artikel 1.1, elfde lid, uitgezonderde afvalstoffen in ontvangst te nemen en vervolgens op een bij die maatregel aangegeven wijze toe te passen. +**1.** Met betrekking tot de voorbereiding van het afvalbeheersplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. -### Titel 10.4. De verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, afvalwater, autowrakken en bedrijfsafvalstoffen - -#### Paragraaf 10.4.1. Het zich ontdoen door afgifte en de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen +**2.** Het ontwerp van het afvalbeheersplan wordt, gelijktijdig met de terinzagelegging ervan, overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal. ### Artikel 10.10 -**1.** De gemeenteraad stelt bij verordening regels vast inzake het zich ontdoen van huishoudelijke afvalstoffen. De verordening bevat in ieder geval regels voor het overdragen of het ter inzameling aanbieden van deze afvalstoffen aan een daarbij aangewezen inzameldienst en voor het overdragen van de afvalstoffen aan een ander of het achterlaten daarvan op een daartoe ter beschikking gestelde plaats. - -**2.** Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, wordt daarmee bij het vaststellen of wijzigen van de verordening rekening gehouden. +Ten behoeve van het opstellen van het afvalbeheersplan verschaffen de bestuursorganen aan Onze Minister op zijn verzoek alle inlichtingen en gegevens waarover zij kunnen beschikken, voor zover die voor dat opstellen redelijkerwijs noodzakelijk zijn. ### Artikel 10.11 -**1.** Elke gemeente draagt er, al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, zorg voor dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen - grove huishoudelijke afvalstoffen daaronder niet begrepen - worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. +**1.** Zodra het afvalbeheersplan is vastgesteld, doet Onze Minister hiervan mededeling door overlegging van het afvalbeheersplan aan de beide kamers der Staten-Generaal en door toezending ervan aan provincies en gemeenten. -**2.** De gemeenteraad kan in het belang van de doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen bij de verordening, bedoeld in artikel 10.10, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld nabij elk perceel. +**2.** Onze Minister zendt het afvalbeheersplan tevens toe aan de bestuursorganen, instellingen en organisaties, die overeenkomstig artikel 10.8, derde lid, waren betrokken bij de voorbereiding ervan. -**3.** Onze Minister stelt regels inhoudende de voorwaarden waaronder huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel mogen worden ingezameld. Hiertoe behoren in ieder geval regels omtrent de loopafstand van het perceel naar het inzamelpunt en de beschikbaarheid van het inzamelpunt. - -**4.** De gemeenteraad kan in het belang van de doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen bij de verordening, bedoeld in artikel 10.10, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld met een bij de verordening aangegeven regelmaat. - -**5.** De gemeenteraad kan in het belang van de doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen bij de verordening, bedoeld in artikel 10.10, in afwijking van het eerste lid, met betrekking tot een gedeelte van het grondgebied van de gemeente bepalen dat daar geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld. - -**6.** Bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het tweede, vierde of vijfde lid, betrekt de gemeenteraad de ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen, op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde verordening. De gemeenteraad stelt de inspecteur van het voornemen van zodanig besluit op de hoogte. - -**7.** In gevallen als bedoeld in het vierde en vijfde lid, draagt de gemeente er zorg voor dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. - -**8.** Elke gemeente draagt er tevens zorg voor dat grove huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen ontstaan en dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om grove huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. +**3.** Onze Minister maakt de vaststelling bekend in de Staatscourant. Hierbij geeft hij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het afvalbeheersplan. ### Artikel 10.12 -**1.** Elke gemeente draagt er, al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, zorg voor dat ten minste eenmaal per week groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk wordt ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zulk afval geregeld in een particuliere huishouding kan ontstaan. +**1.** Het afvalbeheersplan geldt met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken na de dag waarop de vaststelling van het afvalbeheersplan is bekendgemaakt in de Staatscourant. Onze Minister kan bepalen dat het afvalbeheersplan, of onderdelen daarvan, eerst op een later tijdstip gaan gelden. -**2.** De gemeenteraad kan in het belang van de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen bij de verordening bedoeld in artikel 10.10, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk wordt ingezameld nabij elk perceel. Artikel 10.11, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**3.** De gemeenteraad stelt bij de verordening, bedoeld in artikel 10.10, in het belang van de doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen regels vast omtrent de afzonderlijke inzameling van groente-, fruit- en tuinafval. - -**4.** Onverminderd het tweede lid kan de gemeenteraad bij de verordening, bedoeld in artikel 10.10, in het belang van de doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen regels vaststellen omtrent de afzonderlijke inzameling van bij de verordening aangewezen andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen dan groente-, fruit- en tuinafval. - -**5.** Met betrekking tot de afzonderlijke inzameling van bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, waaronder begrepen groente-, fruit- en tuinafval, is artikel 10.11, tweede lid en vierde tot en met zevende lid, van overeenkomstige toepassing. - -**6.** Bij de provinciale milieuverordening kunnen in het belang van de doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen regels worden gesteld met betrekking tot het opnemen in de verordening, bedoeld in artikel 10.10, van regels, inhoudende een afzonderlijke inzameling van bij de provinciale milieuverordening aangewezen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, alsmede regels omtrent de regelmaat waarmee en de wijze waarop bij de verordening aangewezen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk door of vanwege de gemeente worden ingezameld, en omtrent de mate waarin voorzieningen beschikbaar moeten worden gesteld om die bestanddelen achter te laten. +**2.** Het afvalbeheersplan geldt, behoudens indien eerder een nieuw afvalbeheersplan is vastgesteld, voor een tijdvak van vier jaar. Onze Minister kan de geldingsduur van het afvalbeheersplan eenmaal met ten hoogste twee jaar verlengen. ### Artikel 10.12a @@ -2194,20 +2201,191 @@ Vervallen ### Artikel 10.13 -**1.** Bij de provinciale milieuverordening kunnen, indien de doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen van meer dan gemeentelijk belang is, regels worden gesteld omtrent de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. +**1.** Het afvalbeheersplan kan worden gewijzigd. -**2.** Tot deze regels kunnen in ieder geval behoren een aanwijzing van de gemeenten die bij de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen dienen samen te werken, alsmede regels ter verwezenlijking van die samenwerking. Op de aanwijzing van gemeenten is artikel 7, tweede lid, eerste volzin, van de Wet gemeenschappelijke regelingen van overeenkomstige toepassing. +**2.** Met betrekking tot een wijziging van het afvalbeheersplan zijn de artikelen 10.4 tot en met 10.11 en 10.12, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 10.14 -**1.** De gemeenten die ingevolge artikel 10.13, tweede lid, bij de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen dienen samen te werken, treffen binnen een jaar na inwerkingtreding van de in dat artikel bedoelde verordening gezamenlijk een regeling; van deze regeling doen zij, voor zover de regeling geen goedkeuring behoeft, mededeling aan gedeputeerde staten. Indien binnen de genoemde termijn geen regeling in overeenstemming met de verordening tot stand is gekomen, leggen gedeputeerde staten een gemeenschappelijke regeling op. +**1.** Ieder bestuursorgaan houdt rekening met het geldende afvalbeheersplan bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens deze wet, voor zover de bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen. -**2.** Indien de gemeenten in meer dan een provincie liggen geschiedt een oplegging bij koninklijk besluit, gehoord de colleges van gedeputeerde staten van de betrokken provincies. +**2.** Voor zover het afvalbeheersplan niet voorziet in het onderwerp met betrekking waartoe de bevoegdheid wordt uitgeoefend, houdt het bestuursorgaan rekening met de voorkeursvolgorde, aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid. -#### Paragraaf 10.4.2. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater +**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen. + +### Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing ### Artikel 10.15 +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen, regels worden gesteld ten aanzien van het vervaardigen, invoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of in ontvangst nemen van bij die maatregel aangewezen categorieën van stoffen, preparaten of andere producten. + +**2.** + +Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige stoffen, preparaten of andere producten: + +a. een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen te verrichten; +b. zodanige handelingen te verrichten: + +1°. op een bij de maatregel aangegeven wijze, +2°. onder daarbij aangegeven omstandigheden, of +3°. voor daarbij aangewezen doeleinden; +c. zodanige handelingen te verrichten, indien met betrekking tot de stoffen, preparaten of andere producten niet aan bij de maatregel gestelde eisen wordt voldaan; +d. deze te vervaardigen of aan een ander ter beschikking te stellen, indien bij de vervaardiging niet aan bij de maatregel gestelde eisen wordt of is voldaan. + +**3.** Met betrekking tot inrichtingen worden regels als bedoeld in het eerste lid alleen gesteld, indien dit uit een oogpunt van doelmatige regelgeving bijzonder aangewezen is. + +**4.** In een algemene maatregel van bestuur krachtens het eerste lid wordt een termijn bepaald, eerst bij het verstrijken waarvan de bij die maatregel gestelde regels ten aanzien van stoffen, preparaten of andere producten, die bij het in werking treden van de maatregel reeds vervaardigd en hier te lande aanwezig waren, gaan gelden. + +**5.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent onderwerpen die zijn geregeld in een maatregel krachtens het eerste lid. + +### Artikel 10.16 + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen regels worden gesteld, inhoudende een verplichting voor degene die bij die maatregel aangewezen categorieën van stoffen, preparaten of andere producten op de markt brengt, die stoffen, preparaten of andere producten of de verpakking ervan te voorzien van een door Onze Minister aangegeven aanduiding. Bij de maatregel kan worden bepaald dat die regels slechts gelden in daarbij aangewezen categorieën van gevallen. + +**2.** Een aanduiding kan een aanbeveling inhouden met betrekking tot het beheer van de desbetreffende stoffen, preparaten of andere producten, de verpakking of de bij het gebruik vrijkomende afvalstoffen. + +**3.** Onze Minister kan nadere regels stellen die aangeven welke producten worden begrepen onder de krachtens het eerste lid aangewezen categorieën van stoffen, preparaten of andere producten. + +### Artikel + +Vervallen + +### Artikel + +Vervallen + +### Artikel + +Vervallen + +### Artikel 10.16d + +Vervallen + +### Artikel 10.17 + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het bevorderen van nuttige toepassing of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het innemen, nuttig toepassen of verwijderen van daarbij aangewezen categorieën van stoffen, preparaten of andere producten. + +**2.** + +Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels, inhoudende de verplichting voor degene die stoffen, preparaten of andere producten op de markt brengt: + +a. die producten, na gebruik, in te nemen; +b. zorg te dragen voor het treffen van voorzieningen die erop gericht zijn om die producten na inname op een bij die maatregel aangegeven wijze nuttig toe te passen of te verwijderen; +c. zorg te dragen voor het, na inname, afgeven van die producten aan een persoon, behorende tot een bij die maatregel aangewezen categorie. + +### Artikel 10.18 + +Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het bevorderen van nuttige toepassing of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu, personen, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie, worden verplicht bij die maatregel aangewezen categorieën van afvalstoffen of andere producten in ontvangst te nemen en vervolgens op een bij die maatregel aangegeven wijze toe te passen. + +### Artikel 10.19 + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de gemeenten er zorg voor dragen dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om daarbij aangewezen stoffen, preparaten of andere producten achter te laten die zijn ingenomen krachtens artikel 10.17. + +**2.** Bij de maatregel kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de gemeenten uitvoering geven aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 10.20 + +**1.** Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in de artikelen 10.15 tot en met 10.19 bedoelde strekking. + +**2.** Een zodanige regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. Onze Minister kan de termijn bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen. + +### Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen + +### Artikel 10.21 + +**1.** Elke gemeente draagt er, al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, zorg voor dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen met uitzondering van grove huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. + +**2.** Groente-, fruit- en tuinafval wordt daarbij in ieder geval afzonderlijk ingezameld. + +**3.** De gemeenteraad kan besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. + +### Artikel 10.22 + +**1.** + +Elke gemeente draagt er zorg voor: + +a. dat grove huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen ontstaan, en +b. dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om grove huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. + +**2.** In het belang van een doelmatig beheer van grove huishoudelijke afvalstoffen kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat het eerste lid geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft met betrekking tot bij de maatregel aangewezen categorieën van grove huishoudelijke afvalstoffen, al dan niet voor zover deze vrijkomen in een hoeveelheid of een omvang die, of een gewicht dat groter is dan bij de maatregel is aangegeven. + +### Artikel 10.22a + +Vervallen + +### Artikel 10.23 + +**1.** De gemeenteraad stelt in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast. + +**2.** + +Onverminderd artikel 10.14 wordt bij het vaststellen of wijzigen van de verordening rekening gehouden met: + +a. het gemeentelijke milieubeleidsplan; +b. het gemeentelijke milieuprogramma, indien in de gemeente geen milieubeleidsplan geldt. + +**3.** De afvalstoffenverordening bevat geen regels als bedoeld in artikel 10.48. + +### Artikel 10.24 + +**1.** + +De afvalstoffenverordening bevat ten minste regels omtrent: + +a. het overdragen of het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan een bij of krachtens de verordening aangewezen inzameldienst; +b. het overdragen van zodanige afvalstoffen aan een ander; +c. het achterlaten van zodanige afvalstoffen op een daartoe ter beschikking gestelde plaats. + +**2.** Bij de afvalstoffenverordening kunnen voorts regels worden gesteld omtrent het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. + +### Artikel 10.25 + +Bij de afvalstoffenverordening kunnen in ieder geval regels worden gesteld: + +a. ten einde te voorkomen dat afvalstoffen als zwerfafval in het milieu terecht komen dan wel teneinde te bereiken dat zulks zo min mogelijk gebeurt; +b. omtrent het opruimen van afvalstoffen die als zwerfafval in het milieu terecht zijn gekomen; +c. omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen. + +### Artikel 10.26 + +**1.** + +De gemeenteraad kan, in afwijking van artikel 10.21, in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening bepalen dat: + +a. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld nabij elk perceel; +b. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld met een bij de verordening aangegeven regelmaat; +c. in een gedeelte van het grondgebied van de gemeente geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld. + +**2.** Bij de voorbereiding van een zodanig besluit betrekt de gemeenteraad de ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen, op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde verordening. + +**3.** Burgemeester en wethouders stellen de inspecteur op de hoogte van het voornemen een zodanig besluit te nemen. + +**4.** Onze Minister stelt regels inhoudende de voorwaarden waaronder ingevolge het eerste lid kan worden bepaald dat huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel worden ingezameld. Hiertoe behoren in ieder geval regels omtrent de loopafstand van het perceel naar het inzamelpunt en de beschikbaarheid van het inzamelpunt. + +### Artikel 10.27 + +In gevallen als bedoeld in artikel 10.26, eerste lid, onder b en c, draagt de gemeente er zorg voor dat op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. + +### Artikel 10.28 + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het opnemen in de verordening van een verplichting bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen te brengen naar een daartoe beschikbaar gestelde plaats. + +**2.** Bij de maatregel kan worden aangegeven op welke wijze de gemeenten er zorg voor dragen dat plaatsen als bedoeld in het eerste lid, binnen de gemeente in voldoende mate beschikbaar zijn. + +**3.** Bij de maatregel kan worden bepaald dat de artikelen 10.21, eerste lid, en 10.24, eerste lid, onder a, niet van toepassing zijn met betrekking tot de inzameling van de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, die zijn aangewezen krachtens het eerste lid. + +### Artikel 10.29 + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zover het betreft gevallen waarin een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen van meer dan gemeentelijk belang is, regels worden gesteld omtrent de inzameling van die afvalstoffen. + +**2.** Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels die inhouden dat de gemeenten maatregelen treffen voor de inzameling van die afvalstoffen of daartoe voorzieningen tot stand brengen en in stand houden. + +### Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater + +### Artikel 10.30 + **1.** Het is verboden zich, anders dan vanuit een inrichting, van afvalwater of andere afvalstoffen te ontdoen door deze in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater te brengen. **2.** @@ -2218,32 +2396,32 @@ a. afvloeiend hemelwater; b. huishoudelijk afvalwater in het kader van normaal huishoudelijk gebruik; c. bedrijfsafvalwater dat naar zijn aard overeenkomt met huishoudelijk afvalwater, in het kader van met normaal huishoudelijk gebruik vergelijkbaar gebruik, door middel van een straatkolk of inspectieput. -**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van de doelmatige verwijdering van afvalwater voor daarbij aangegeven categorieën van gevallen vrijstelling worden verleend van het verbod, bedoeld in het eerste lid. +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van een doelmatig beheer van afvalwater voor daarbij aangegeven categorieën van gevallen vrijstelling worden verleend van het verbod, bedoeld in het eerste lid. -### Artikel 10.15a +### Artikel 10.31 -De artikelen 10.10 tot en met 10.14 en 10.19 tot en met 10.44 zijn niet van toepassing op het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, het inzamelen en transporteren van afvalwater in een zodanige voorziening en het vanuit een zodanige voorziening afgeven van afvalwater aan een persoon die een zuiveringstechnisch werk beheert. +De artikelen 10.21 tot en met 10.29 en titel 10.6 zijn niet van toepassing op het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, het inzamelen en transporteren van afvalwater in een zodanige voorziening en het vanuit een zodanige voorziening afgeven van afvalwater aan een persoon die een zuiveringstechnisch werk beheert. -### Artikel 10.16 +### Artikel 10.32 -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de doelmatige verwijdering van afvalwater regels worden gesteld met betrekking tot het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, anders dan vanuit een inrichting. +Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van een doelmatig beheer van afvalwater regels worden gesteld met betrekking tot het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, anders dan vanuit een inrichting. -### Artikel 10.16a +### Artikel 10.33 **1.** Elke gemeente draagt zorg voor de doelmatige inzameling en het doelmatig transport van afvalwater dat vrijkomt bij de binnen haar grondgebied gelegen percelen. **2.** -Op verzoek van burgemeester en wethouders kunnen gedeputeerde staten in het belang van een doelmatige verwijdering van afvalwater ontheffing verlenen van de verplichting opgenomen in het eerste lid, voor een in die ontheffing genoemde periode, voor: +Op verzoek van burgemeester en wethouders kunnen gedeputeerde staten in het belang van een doelmatig beheer van afvalwater ontheffing verlenen van de verplichting opgenomen in het eerste lid, voor een in die ontheffing genoemde periode, voor: a. een gedeelte van het grondgebied van de gemeente, dat gelegen is buiten de bebouwde kom; b. een bebouwde kom van waaruit afvalwater met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten wordt geloosd. -### Artikel 10.16b +### Artikel 10.34 Onze Minister stelt regels over het ontwerpen, bouwen, aanpassen en onderhouden van de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie. -### Artikel 10.16c +### Artikel 10.35 **1.** Onze Minister stelt iedere twee jaar een rapport op, waarin de stand van zaken wordt beschreven met betrekking tot de inzameling en het transport van afvalwater en de afvoer van slib dat geheel of in hoofdzaak afkomstig is van de rioolwaterzuiveringsinrichtingen die door een provincie, een gemeente of een waterschap worden beheerd. @@ -2251,220 +2429,13 @@ Onze Minister stelt regels over het ontwerpen, bouwen, aanpassen en onderhouden **3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid. Deze regels kunnen voor gemeenten de verplichting inhouden jaarlijks op een daarbij aangegeven wijze gegevens te verstrekken, die voor de opstelling van het rapport nodig zijn. -### Artikel 10.16d +### Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen -Bij de provinciale milieuverordening kunnen, indien de doelmatige verwijdering en het doelmatig transport van afvalwater van bij die verordening aangewezen gemeenten van meer dan gemeentelijk belang is, gemeenten worden aangewezen die bij het transport van afvalwater dienen samen te werken. Tevens kunnen regels worden gesteld ter verwezenlijking van die samenwerking. Op de aanwijzing van gemeenten is artikel 7, tweede lid, eerste volzin, van de Wet gemeenschappelijke regelingen van overeenkomstige toepassing. - -#### Paragraaf 10.4.3. Het aanwezig hebben en de afgifte van autowrakken - -### Artikel 10.17 - -**1.** Het is verboden een autowrak aanwezig te hebben op een voor het publiek zichtbare plaats. - -**2.** Het verbod geldt niet voor een inrichting voor de verwijdering van autowrakken. - -### Artikel 10.18 - -**1.** Het is verboden zich van een autowrak te ontdoen. - -**2.** - -Het verbod geldt niet indien een autowrak wordt afgegeven aan een persoon: - -a. die krachtens hoofdstuk 8 bevoegd is dat wrak te verwijderen; -b. die in een ander land dan Nederland is gevestigd en die overeenkomstig de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen en titel 10.5A het wrak naar dat land brengt. - -#### Paragraaf 10.4.4. Het zich ontdoen door afgifte van bedrijfsafvalstoffen en van ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen - -### Artikel 10.19 - -**1.** Het is verboden zich door afgifte aan een ander te ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of van ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen. - -**2.** - -Het verbod geldt niet indien die afvalstoffen worden afgegeven aan een persoon: - -a. die krachtens artikel 10.21 bevoegd is de betrokken afvalstoffen in te zamelen; -b. die krachtens hoofdstuk 8, een krachtens artikel 10.2, tweede lid, verleende vrijstelling, dan wel een krachtens artikel 10.27 verleende vergunning bevoegd is de betrokken afvalstoffen te verwijderen; -c. die op grond van een krachtens de Wet verontreiniging zeewater verleende ontheffing bevoegd is de betrokken afvalstoffen te lozen dan wel aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig te nemen met het oogmerk ze te lozen; -d. aan wie op grond van een krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren verleende vergunning uitdrukkelijk de bevoegdheid is toegekend afvalstoffen van de betrokken aard en samenstelling te brengen in oppervlaktewateren; -e. die in een ander land dan Nederland is gevestigd en die overeenkomstig de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen en titel 10.5A die afvalstoffen naar dat land brengt. - -**3.** In afwijking van het tweede lid kan, indien in de provinciale milieuverordening regels worden gesteld als bedoeld in artikel 10.21, in die verordening worden bepaald dat de daarbij aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen, dan wel ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen slechts mogen worden afgegeven aan een persoon als bedoeld in het tweede lid, onder *a*. In een zodanig geval geldt het in het eerste lid gestelde verbod - in afwijking van het eerste lid - slechts niet voor een persoon als bedoeld in het tweede lid, onder *a*. - -#### Paragraaf 10.4.5. De melding inzake de afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en van ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen - -### Artikel 10.20 - -Bij de provinciale milieuverordening kunnen met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van afvalstoffen bepalingen van paragraaf 10.5.2 met betrekking tot de melding inzake de afgifte en ontvangst van gevaarlijke afvalstoffen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, indien dat in het belang van de doelmatige verwijdering van die categorieën van afvalstoffen noodzakelijk is. Bij de verordening kan worden bepaald dat de daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. - -#### Paragraaf 10.4.6. Het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen en van ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen - -### Artikel 10.21 - -**1.** Bij de provinciale milieuverordening kunnen, indien de doelmatige verwijdering van bij de verordening aangegeven categorieën van bedrijfsafvalstoffen dan wel van ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen van meer dan gemeentelijk belang is, regels worden gesteld omtrent de inzameling van die afvalstoffen. - -**2.** Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels, inhoudende een verbod tot inzamelen zonder vergunning van gedeputeerde staten van de provincie waarin de inzameling plaatsvindt. - -**3.** - -Tot deze regels kunnen in ieder geval ook behoren: - -a. regels met betrekking tot de wijze waarop de in de verordening aangewezen categorieën van afvalstoffen moeten worden ingezameld, alsmede regels inzake het door gemeenten of de provincie voor die inzameling treffen van maatregelen of totstandbrengen en instandhouden van voorzieningen; -b. een aanwijzing van de gemeenten die bij de inzameling van in de verordening aangewezen categorieën van afvalstoffen dienen samen te werken, alsmede regels ter verwezenlijking van die samenwerking; op de aanwijzing van gemeenten is artikel 7, tweede lid, eerste volzin, van de Wet gemeenschappelijke regelingen van overeenkomstige toepassing. - -**4.** Voor zover het regels betreft als bedoeld in het derde lid, onder *a*, kan bij de verordening worden aangegeven binnen welke termijn die regels moeten worden uitgevoerd. - -### Artikel 10.22 - -**1.** Gedeputeerde staten houden bij de beslissing op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 10.21, tweede lid, in ieder geval rekening met het geldende provinciale milieubeleidsplan. Bij de provinciale milieuverordening worden regels gesteld omtrent de gegevens die bij de aanvraag moeten worden verstrekt, omtrent de beoordeling van de aanvraag en omtrent de beschikking op de aanvraag, die zoveel mogelijk overeenkomen met de artikelen 8.7 tot en met 8.26, met dien verstande dat het belang van de doelmatige verwijdering van bedrijfsafvalstoffen, onderscheidenlijk van ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen in de plaats wordt gesteld van het belang van de bescherming van het milieu. - -**2.** Artikel 8.13*a* en afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag om een vergunning, dan wel tot wijziging of intrekking van de vergunning. - -### Artikel 10.22a - -Vervallen - -### Artikel 10.23 - -Artikel 10.14 is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een verplichting tot samenwerking als bedoeld in artikel 10.21, derde lid, onder *b*. - -#### Paragraaf 10.4.7. Het in-, uit- en doorvoeren van huishoudelijke afvalstoffen, autowrakken en bedrijfsafvalstoffen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -#### Paragraaf 10.4.8. De verdere verwijdering van autowrakken, van bedrijfsafvalstoffen en van ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen - -### Artikel 10.26 - -**1.** Bij de provinciale milieuverordening kunnen in het belang van de doelmatige verwijdering van afvalstoffen regels worden gesteld omtrent de verdere verwijdering van autowrakken, van in de verordening aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen en van ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen. - -**2.** - -Tot deze regels kunnen in ieder geval behoren: - -a. regels met betrekking tot de wijze waarop daartoe in de verordening aangewezen categorieën van afvalstoffen moeten worden verwijderd, alsmede regels inzake het voor die verwijdering treffen van maatregelen en tot stand brengen en instandhouden van voorzieningen; -b. een aanwijzing van de gemeenten die bij de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen of in de verordening aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen dienen samen te werken, alsmede regels ter verwezenlijking van die samenwerking; op de aanwijzing van gemeenten is artikel 7, tweede lid, eerste volzin, van de Wet gemeenschappelijke regelingen van overeenkomstige toepassing; -c. regels omtrent verwijderingshandelingen die buiten een inrichting plaatsvinden. - -**3.** Voor zover de in het eerste lid bedoelde regels zich richten tot bestuursorganen kan bij de verordening worden aangegeven binnen welke termijn de in het tweede lid, onder *a*, gestelde regels moeten worden uitgevoerd. - -### Artikel 10.27 - -Tot de regels, bedoeld in artikel 10.26, kan behoren een verbod in de provinciale milieuverordening aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen, dan wel van ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen buiten een inrichting te bewaren, te bewerken, te verwerken of te vernietigen zonder vergunning van gedeputeerde staten. - -### Artikel 10.28 - -**1.** De artikelen 8.5 tot en met 8.25 en afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 10.27. - -**2.** Artikel 10.14 is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een verplichting tot samenwerking als bedoeld in artikel 10.26, tweede lid, onder *b*. - -### Artikel 10.29 - -**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien de doelmatige verwijdering van bij die maatregel aangewezen categorieën van afvalstoffen van meer dan provinciaal belang is, voor de provincies geldende regels worden gesteld omtrent de verdere verwijdering van autowrakken, van bij die maatregel aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen of van ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen. Tot de regels kunnen behoren regels als bedoeld in artikel 10.26, tweede lid, onder *a*. - -**2.** Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven binnen welke termijn en, indien nodig, op welke wijze die regels door de provincies moeten worden uitgevoerd. - -### Titel 10.5. De verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen - -#### Paragraaf 10.5.1. Het zich ontdoen door afgifte van gevaarlijke afvalstoffen - -### Artikel 10.30 - -**1.** Het is verboden zich door afgifte aan een ander van gevaarlijke afvalstoffen te ontdoen. - -**2.** - -Het verbod geldt niet indien gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven aan een persoon: - -a. die krachtens artikel 10.36 of 10.37 bevoegd is de betrokken afvalstoffen in te zamelen; -b. die krachtens hoofdstuk 8 dan wel op grond van een ontheffing krachtens artikel 10.47 van het verbod, bedoeld in artikel 10.43, bevoegd is de betrokken afvalstoffen te verwijderen; -c. die op grond van een krachtens de Wet verontreiniging zeewater verleende ontheffing bevoegd is de betrokken afvalstoffen te lozen, dan wel aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig te nemen met het oogmerk ze te lozen; -d. aan wie op grond van een krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren verleende vergunning uitdrukkelijk de bevoegdheid is toegekend afvalstoffen van de betrokken aard en samenstelling te brengen in oppervlaktewateren; -e. die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen en titel 10.5A die afvalstoffen naar dat land brengt. - -**3.** Bij de provinciale milieuverordening, voor zover deze strekt ter uitvoering van artikel 10.36, kan, in afwijking van het tweede lid, worden bepaald dat in die verordening aangewezen categorieën van gevaarlijke afvalstoffen slechts mogen worden afgegeven aan een persoon als bedoeld in het tweede lid, onder *a*. In een zodanig geval geldt het in het eerste lid gestelde verbod - in afwijking van het eerste lid - slechts niet voor een persoon als bedoeld in het tweede lid, onder *a*. - -#### Paragraaf 10.5.2. De melding inzake de afgifte en ontvangst van gevaarlijke afvalstoffen - -### Artikel 10.31 - -**1.** - -Degene die zich van gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een persoon als bedoeld in artikel 10.30, tweede lid, onder *a* tot en met *d*, is verplicht met betrekking tot zodanige afgifte aan een door de provincie waarin hij zich van die afvalstoffen ontdoet, aan te wijzen instantie te melden: - -a. de datum van afgifte; -b. de naam en het adres van degene aan wie de afvalstoffen worden afgegeven; -c. de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van die afvalstoffen; -d. de plaats waar en de wijze waarop de afvalstoffen worden afgegeven; -e. de voorgenomen wijze van verwijderen van de afvalstoffen; -f. ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht heeft de afvalstoffen te vervoeren naar degene voor wie deze zijn bestemd: diens naam en adres en de naam en het adres van degene in wiens opdracht het vervoer geschiedt. - -**2.** Indien het terzake bevoegde gezag een gemeente is, worden de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan die gemeente op verzoek gezonden. - -**3.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden op diens verzoek gezonden aan Onze Minister. - -### Artikel 10.32 - -Degene die zich van gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door afgifte aan een persoon als bedoeld in artikel 10.30, tweede lid, onder *a* tot en met *d*, is voorts verplicht: - -a. aan deze persoon een omschrijving te verstrekken van aard, eigenschappen en samenstelling van die afvalstoffen; -b. aan degene die opdracht heeft de afvalstoffen naar die persoon te vervoeren, een begeleidingsbrief als bedoeld in artikel 10.34, te verstrekken. - -### Artikel 10.33 - -**1.** - -Een persoon als bedoeld in artikel 10.30, tweede lid, onder *a* of *b*, aan wie gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven, is verplicht met betrekking tot elke aan hem verrichte afgifte aan een door de provincie waarin hij die afvalstoffen in ontvangst neemt, aan te wijzen instantie te melden: - -a. de datum van afgifte; -b. de naam en het adres van degene van wie de afvalstoffen afkomstig zijn; -c. de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van de afvalstoffen; -d. de plaats waar en de wijze waarop de afvalstoffen worden afgegeven; -e. de wijze waarop de afvalstoffen worden verwijderd; -f. ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht had de afvalstoffen naar hem te vervoeren: diens naam en adres en de naam en het adres van degene in wiens opdracht het vervoer geschiedt. - -**2.** Het is een persoon als bedoeld in het eerste lid, verboden gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst te nemen zonder dat hem daarbij een omschrijving als bedoeld in artikel 10.32, onder *a*, en een begeleidingsbrief als bedoeld in artikel 10.34, worden verstrekt. - -**3.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden op diens verzoek gezonden aan Onze Minister. - -### Artikel 10.34 - -**1.** Degene die gevaarlijke afvalstoffen vervoert, is verplicht zolang hij die afvalstoffen onder zich heeft, een begeleidingsbrief bij die afvalstoffen aanwezig te hebben. - -**2.** Hij geeft, indien een ander de afvalstoffen in ontvangst neemt, de begeleidingsbrief aan die ander af, bij dat in ontvangst nemen. - -**3.** De begeleidingsbrief bevat ten minste de in de artikelen 10.31, eerste lid, en 10.32, onder *a*, bedoelde gegevens. - -### Artikel 10.35 - -**1.** Bij de provinciale milieuverordening worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan de artikelen 10.31 tot en met 10.34 uitvoering dient te worden gegeven. - -**2.** Bij de provinciale milieuverordening wordt bepaald of de melding, bedoeld in de artikelen 10.31 en 10.33, voorafgaand aan de afgifte, onderscheidenlijk de ontvangst van afvalstoffen dient plaats te vinden of erna. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt naar categorie van gevaarlijke afvalstoffen. - -**3.** Bij de provinciale milieuverordening kunnen categorieën van gevallen worden aangegeven waarvoor de in de artikelen 10.31 tot en met 10.34 gestelde verplichtingen niet gelden. Indien aan dit lid toepassing wordt gegeven, wordt bij de verordening aan personen als bedoeld in de artikelen 10.31, eerste lid, en 10.33, eerste lid, de verplichting opgelegd de in die bepalingen bedoelde gegevens te registreren op een daarbij aan te geven wijze. - -#### Paragraaf 10.5.3. Het inzamelen van gevaarlijke afvalstoffen +#### Paragraaf 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen ### Artikel 10.36 -**1.** Bij de provinciale milieuverordening worden in het belang van de doelmatige verwijdering van bij die verordening aangewezen categorieën van gevaarlijke afvalstoffen regels gesteld omtrent het inzamelen van die afvalstoffen, al dan niet afkomstig van personen, behorende tot een bij die verordening aangewezen categorie. - -**2.** Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod tot inzamelen zonder vergunning van gedeputeerde staten van de provincie waarin de inzameling plaatsvindt. - -**3.** Regels, inhoudende een verbod tot inzamelen zonder vergunning van gedeputeerde staten van de provincie waarin de inzameling plaatsvindt, worden in ieder geval gesteld ten aanzien van gevaarlijke afvalstoffen, afkomstig uit de scheepvaart en ten aanzien van bij de verordening aangewezen gevaarlijke afvalstoffen afkomstig uit bedrijven, die vrijkomen in nader bij die verordening aangegeven kleine hoeveelheden. - -**4.** De artikelen 8.5 tot en met 8.12, 8.13, eerste lid, onder c, f en g, en tweede lid, 8.13*a*, 8.14, tweede lid, onder *b* tot en met *f*, 8.15 tot en met 8.19 en 8.21 tot en met 8.25 en afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een vergunning als bedoeld in het tweede en derde lid, met dien verstande, dat voor de toepassing van de genoemde artikelen het belang van de doelmatige verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen in de plaats treedt van het belang van de bescherming van het milieu. - -**5.** Een vergunning geldt slechts voor degene aan wie zij is verleend. Deze draagt ervoor zorg dat de aan de vergunning verbonden voorschriften worden nageleefd. - -**6.** Een vergunning geldt slechts voor het inzamelen van de betrokken gevaarlijke afvalstoffen binnen het in de vergunning aangewezen gebied. +Voor de toepassing van deze titel worden ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen gelijkgesteld met bedrijfsafvalstoffen. ### Artikel 10.36a @@ -2476,85 +2447,254 @@ Vervallen ### Artikel 10.37 -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien het - gezien de aard of de hoeveelheid waarin de betrokken afvalstoffen vrijkomen - in het belang van een doelmatige verwijdering noodzakelijk is dat bij de maatregel aan te wijzen categorieën van gevaarlijke afvalstoffen door slechts één of enkele inzamelaars verwijderd worden, regels worden gesteld, inhoudende een verbod tot inzamelen zonder vergunning van Onze Minister. De artikelen 10.36, vierde, vijfde en zesde lid, en 10.38, eerste lid, onder *a*, zijn van overeenkomstige toepassing. +**1.** Het is verboden zich door afgifte aan een ander van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen te ontdoen. + +**2.** + +Het verbod geldt niet indien bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven aan een persoon: + +a. die krachtens artikel 10.45 of 10.48 bevoegd is de betrokken afvalstoffen in te zamelen; +b. die bevoegd is de betrokken afvalstoffen nuttig toe te passen of te verwijderen: + +1°. krachtens hoofdstuk 8; +2°. op grond van een krachtens artikel 10.2, tweede lid, verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens artikel 10.63, tweede of derde lid, van het verbod, bedoeld in artikel 10.2, eerste lid; +3°. krachtens artikel 10.52; +4°. op grond van een ontheffing krachtens artikel 10.63, derde lid, van het verbod, bedoeld in artikel 10.54; +c. die krachtens artikel 10.50 is vrijgesteld van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de artikelen 10.38 tot en met 10.40, 10.45, 10.46 en 10.48; +d. die op grond van een krachtens de Wet verontreiniging zeewater verleende ontheffing bevoegd is de betrokken afvalstoffen te lozen, dan wel aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig te nemen met het oogmerk ze te lozen; +e. die krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bevoegd is afvalstoffen van de betrokken aard en samenstelling te brengen in oppervlaktewateren; +f. die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen en titel 10.7 die afvalstoffen naar dat land brengt. ### Artikel 10.38 **1.** -Tot de regels, bedoeld in artikel 10.36, kunnen in ieder geval ook behoren: +Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met e, registreert met betrekking tot zodanige afgifte: -a. regels inzake het voor die inzameling treffen van maatregelen of tot stand brengen en instandhouden van voorzieningen; -b. een aanwijzing van de bestuursorganen die bij de uitvoering van de onder *a* bedoelde taak dienen samen te werken. +a. de datum van afgifte; +b. de naam en het adres van degene aan wie de afvalstoffen worden afgegeven; +c. de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van die afvalstoffen; +d. de plaats waar en de wijze waarop de afvalstoffen worden afgegeven; +e. de voorgenomen wijze van beheer van de afvalstoffen; +f. ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht heeft de afvalstoffen te vervoeren naar degene voor wie deze zijn bestemd: diens naam en adres en de naam en het adres van degene in wiens opdracht het vervoer geschiedt. -**2.** Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven binnen welke termijn de regels door de daarbij aangewezen bestuursorganen moeten worden uitgevoerd. +**2.** De geregistreerde gegevens worden tenminste vijf jaar bewaard en gedurende die periode ter beschikking gehouden van degenen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de wet. -#### Paragraaf 10.5.4. Het in-, uit- en doorvoeren van gevaarlijke afvalstoffen +**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden. -### Artikel +### Artikel 10.39 -Vervallen +**1.** -### Artikel +Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door afgifte aan een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met e, verstrekt: -Vervallen +a. aan deze persoon een omschrijving van aard, eigenschappen en samenstelling van die afvalstoffen; +b. aan degene die opdracht heeft de afvalstoffen naar die persoon te vervoeren, een begeleidingsbrief. -### Artikel +**2.** De begeleidingsbrief bevat ten minste de in het eerste lid, onder a, en de in artikel 10.38, eerste lid, bedoelde gegevens. -Vervallen +### Artikel 10.40 -### Artikel +**1.** -Vervallen +Een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a of b, aan wie bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven, meldt met betrekking tot elke aan hem verrichte afgifte, aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie: -#### Paragraaf 10.5.5. De verdere verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen +a. de datum van afgifte; +b. de naam en het adres van degene van wie de afvalstoffen afkomstig zijn; +c. de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van de afvalstoffen; +d. de plaats waar en de wijze waarop de afvalstoffen worden afgegeven; +e. de wijze waarop de afvalstoffen nuttig worden toegepast of worden verwijderd; +f. ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht had de afvalstoffen naar hem te vervoeren: diens naam en adres en de naam en het adres van degene in wiens opdracht het vervoer geschiedt. + +**2.** Het is een persoon als bedoeld in het eerste lid verboden bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst te nemen zonder dat hem daarbij een omschrijving en een begeleidingsbrief als bedoeld in artikel 10.39, eerste lid, onder a en b, worden verstrekt. + +**3.** Op verzoek van een provincie of gemeente die terzake bevoegd gezag is, worden de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan die provincie of gemeente gezonden. + +### Artikel 10.41 + +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan de artikelen 10.38 tot en met 10.40 uitvoering wordt gegeven. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald of de melding, bedoeld in de artikelen 10.38, tweede lid, en 10.40, voorafgaand aan de afgifte, onderscheidenlijk de ontvangst van afvalstoffen plaatsvindt of erna. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt naar categorie van afvalstoffen. + +### Artikel 10.42 + +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan aan in artikel 10.38, eerste lid, bedoelde personen de verplichting worden opgelegd de in dat artikel bedoelde gegevens te melden aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie. + +**2.** De artikelen 10.40, derde lid, en 10.41 zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 10.43 -Het is verboden gevaarlijke afvalstoffen buiten een inrichting te bewaren, te bewerken, te verwerken of te vernietigen. +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor de in de artikelen 10.38 tot en met 10.40 gestelde verplichtingen niet gelden. + +**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur aan personen als bedoeld in artikel 10.40, eerste lid, de verplichting opgelegd de in die bepalingen bedoelde gegevens te registreren op een daarbij aan te geven wijze. ### Artikel 10.43a Vervallen +#### Paragraaf 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen + ### Artikel 10.44 -**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien de doelmatige verwijdering van bij die maatregel aangewezen categorieën van gevaarlijke afvalstoffen van meer dan provinciaal belang is, regels worden gesteld omtrent de verdere verwijdering van bij de maatregel aangewezen categorieën van gevaarlijke afvalstoffen. De regels worden gericht tot de provincies. +**1.** Degene die bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen vervoert, is verplicht zolang hij die afvalstoffen onder zich heeft, een begeleidingsbrief als bedoeld in artikel 10.39 bij die afvalstoffen aanwezig te hebben. + +**2.** Hij geeft, indien een ander de afvalstoffen in ontvangst neemt, de begeleidingsbrief aan die ander af, bij dat in ontvangst nemen. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, uitvoering wordt gegeven. Tevens kunnen daarbij categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor zodanige verplichtingen niet gelden. + +### Artikel + +Vervallen + +### Artikel + +Vervallen + +### Artikel + +Vervallen + +### Artikel + +Vervallen + +### Artikel + +Vervallen + +#### Paragraaf 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen + +### Artikel 10.45 + +**1.** + +Het is verboden bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in te zamelen: + +a. zonder vermelding op een lijst van inzamelaars; of +b. ingeval de afvalstoffen tot de krachtens artikel 10.48 aangewezen categorieën behoren, zonder vergunning van Onze Minister. + +**2.** Onze Minister wijst een instantie aan die namens hem zorg draagt voor de vermelding van inzamelaars op de in het eerste lid bedoelde lijst van inzamelaars. + +**3.** Op aanwijzing van Onze Minister wordt de vermelding van een inzamelaar op de lijst beëindigd. + +**4.** Onze Minister stelt regels met betrekking tot de criteria voor vermelding op de lijst en beëindiging daarvan. + +### Artikel 10.46 + +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van een doelmatig beheer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen regels gesteld omtrent het inzamelen van die afvalstoffen, al dan niet afkomstig van personen, behorende tot een bij of krachtens die maatregel aangewezen categorie. **2.** -Tot deze regels kunnen in ieder geval behoren: +Tot de regels behoren: -a. regels inzake het voor die verwijdering treffen van maatregelen of tot stand brengen en instandhouden van voorzieningen; -b. een aanwijzing van de bestuursorganen die bij de uitvoering van de onder *a* bedoelde taak dienen samen te werken. +a. regels omtrent de wijze waarop een inzamelaar zich bij de krachtens artikel 10.45, tweede lid, aangewezen instantie meldt en de gegevens die daarbij worden overgelegd; +b. regels inhoudende de verplichting een wijziging te melden in de gegevens welke bij de melding zijn overgelegd; +c. regels omtrent het aan een ieder inzage geven van de gegevens, overgelegd bij de melding alsmede van een wijziging als bedoeld onder b; +d. regels inhoudende de verplichting dat de inzamelaar tijdens het inzamelen daarbij aan te geven bescheiden aanwezig heeft, waaruit blijkt dat hij de melding heeft verricht. -**3.** Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven binnen welke termijn en, indien nodig, op welke wijze die regels door de provincies moeten worden uitgevoerd. +**3.** Bij de regels kan worden bepaald dat de melding slechts geldt voor een daarbij aangegeven termijn. -### Titel 10.5a. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap +### Artikel 10.47 -### Artikel 10.44a +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van een doelmatig beheer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen regels worden gesteld omtrent de inzameling van die afvalstoffen. + +**2.** + +Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels die inhouden dat: + +a. de gemeenten of de provincies voor de inzameling van die afvalstoffen maatregelen treffen of daartoe voorzieningen tot stand brengen en in stand houden; +b. daarbij aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen die gescheiden worden afgegeven, afzonderlijk worden ingezameld. + +**3.** Bij de maatregel wordt aangegeven binnen welke termijn de regels door de daarbij aangewezen bestuursorganen moeten worden uitgevoerd. + +### Artikel 10.48 + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van een doelmatig beheer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden bepaald dat voor het inzamelen van daarbij aangewezen categorieën van zodanige afvalstoffen een vergunning van Onze Minister is vereist. + +**2.** De artikelen 8.5 tot en met 8.25 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat voor de toepassing van genoemde artikelen het belang van de bescherming van het milieu beperkt wordt tot het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen. + +**3.** Ten aanzien van de houder van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, is artikel 8.36f, tweede lid, van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 10.49 + +**1.** + +De aan de vergunning, bedoeld in artikel 10.48, eerste lid, te verbinden voorschriften kunnen in ieder geval inhouden: + +a. dat in daarbij aangewezen categorieën van gevallen afvalstoffen niet mogen worden ingezameld zonder afzonderlijke toestemming van Onze Minister; +b. de verplichting, daarbij aangewezen afvalstoffen, wanneer zij aan de inzamelaar worden aangeboden, in ontvangst te nemen; +c. de verplichting, daarbij aangewezen categorieën van afvalstoffen die gescheiden worden afgegeven, afzonderlijk in te zamelen; +d. de verplichting, daarbij aangewezen afvalstoffen, wanneer zij aan de inzamelaar worden aangeboden, op te halen; +e. de verplichting afvalstoffen af te geven aan daarbij aangewezen personen. + +**2.** Een vergunning geldt slechts voor degene aan wie zij is verleend. Deze draagt ervoor zorg dat de aan de vergunning verbonden voorschriften worden nageleefd. + +#### Paragraaf 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen + +### Artikel 10.50 + +**1.** Onze Minister kan, indien voor het beheer van de betrokken stoffen, preparaten of andere producten een verplichting deze in te nemen als bedoeld in artikel 10.17 of een daaraan gelijkwaardige vrijwillige inname bestaat, bij ministeriële regeling categorieën van gevallen aangeven waarin de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de artikelen 10.38 tot en met 10.40, 10.45, 10.46 en 10.48 niet gelden. + +**2.** Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid omvat de verplichting tot het registreren van daarbij aan te geven gegevens op een daarbij aan te geven wijze. + +### Artikel 10.51 + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van een doelmatig beheer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen regels worden gesteld omtrent het zich ontdoen buiten een inrichting van bij de maatregel aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen. + +**2.** + +Bij de maatregel kunnen in ieder geval regels worden gesteld, inhoudende de verplichting: + +a. die afvalstoffen te scheiden en – mede van andere stoffen en afvalstoffen – gescheiden te houden; +b. ingeval van afgifte aan een ander, die afvalstoffen gescheiden af te geven. + +### Artikel 10.52 + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld omtrent het beheer buiten een inrichting van bij de maatregel aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen. + +**2.** Bij de maatregel kunnen in ieder geval regels worden gesteld, inhoudende een verbod bij de maatregel aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen buiten een inrichting nuttig toe te passen of te verwijderen zonder vergunning van het bestuursorgaan dat daartoe bij de maatregel is aangewezen. + +**3.** Bij de maatregel kan de verplichting worden opgelegd te voldoen aan nadere eisen met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen. Bij de maatregel wordt het bestuursorgaan aangewezen, dat die eisen kan stellen. + +### Artikel 10.53 + +De artikelen 8.5 tot en met 8.25 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 10.52, tweede lid. + +### Artikel 10.54 + +**1.** Het is verboden gevaarlijke afvalstoffen buiten een inrichting nuttig toe te passen of te verwijderen. + +**2.** Het verbod geldt niet voor handelingen die aan degene die gevaarlijke afvalstoffen inzamelt, uitdrukkelijk zijn toegestaan krachtens de artikelen 10.47 of 10.48. + +### Artikel 10.55 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap + +### Artikel 10.56 **1.** Onze Minister stelt regels ter uitvoering van artikel 27 van de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen. -**2.** Onze Minister kan regels stellen ter uitvoering van de artikelen 1, derde lid, onder *d*, 3, zesde en achtste lid, 4, derde lid, onder *a*.i, 5, derde lid, 6, zesde en achtste lid, 8, derde lid, 9, eerste lid, 10 12“10 12‘ moet zijn “10, 12‘., 15, vierde, achtste en elfde lid, 17, tweede, vierde, zesde en achtste lid, 18, derde lid‘“lid‘‘ moet zijn “lid,‘, 20, derde en zevende lid, 22, eerste en tweede lid, 23, tweede lid, 33, eerste lid, en 35 van de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen. +**2.** Ter uitvoering van andere artikelen dan het in het eerste lid genoemde artikel van de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen kan Onze Minister regels stellen. -### Artikel 10.44b +### Artikel 10.57 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de titels II, VII en VIII van de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen van overeenkomstige toepassing zijn met betrekking tot de overbrenging van afvalstoffen binnen Nederland. -### Artikel 10.44c +### Artikel 10.58 **1.** Het is verboden afvalstoffen waarop de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen van toepassing is, binnen Nederlands grondgebied of buiten Nederlands grondgebied te brengen, indien dat naar het oordeel van Onze Minister in strijd zou zijn met het belang van de bescherming van het milieu. -**2.** Het is tevens verboden afvalstoffen waarop de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen van toepassing is, buiten Nederlands grondgebied te brengen om te worden verwijderd in een land buiten de Europese Unie, waar de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is. +**2.** Het is tevens verboden afvalstoffen waarop de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen van toepassing is, buiten Nederlands grondgebied te brengen om nuttig te worden toegepast of te worden verwijderd in een land buiten de Europese Unie, waar de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is, indien Onze Minister redelijkerwijs tot het oordeel moet komen dat de voorgenomen wijze van nuttig toepassen of verwijderen in strijd zal zijn met het belang van de bescherming van het milieu. **3.** Onze Minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 36 van de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen. -### Artikel 10.44d +### Artikel 10.59 Op een kennisgeving als bedoeld in de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen, zijn de artikelen 4:2, 4:5 en 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. -### Artikel 10.44e +### Artikel 10.60 **1.** Het is verboden handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen. @@ -2562,45 +2702,45 @@ Op een kennisgeving als bedoeld in de EEG-verordening overbrenging van afvalstof Het is verboden afvalstoffen over te brengen indien gehandeld wordt in strijd met: -a. het verbod gesteld bij artikel 18, eerste lid, van de EEG-Verordening overbrenging van afvalstoffen; -b. het voorschrift gesteld bij artikel 24, zesde lid, van de EEG-Verordening overbrenging van afvalstoffen; -c. een voorschrift gesteld bij artikel 5, tweede of vijfde lid, 8, tweede of vijfde lid, 9, eerste lid, 11, 15, achtste lid, eerste volzin, 20, zevende lid, eerste volzin, of achtste lid, 23, zesde lid, eerste volzin, 28, eerste lid, tweede volzin, 29, of 39, tweede lid, van de EEG-Verordening overbrenging van afvalstoffen; -d. een voorwaarde gesteld krachtens artikel 4, tweede lid, onder d, 7, derde lid, 15, vijfde lid, of 23, vierde lid, van de EEG-Verordening overbrenging van afvalstoffen; -e. een voorschrift gesteld bij artikel 15, achtste lid, laatste volzin, 17, zevende lid, eerste volzin, 23, zesde lid, derde volzin, of 35, van de EEG-Verordening overbrenging van afvalstoffen. +a. het verbod gesteld bij artikel 18, eerste lid, van de EEG-verordening overbrenging afvalstoffen; +b. het voorschrift gesteld bij artikel 24, zesde lid, van de EEG-verordening overbrenging afvalstoffen; +c. een voorschrift gesteld bij artikel 5, tweede of vijfde lid, 8, tweede of vijfde lid, 9, eerste lid, 11, 15, achtste lid, eerste volzin, 20, zevende lid, eerste volzin, of achtste lid, 23, zesde lid, eerste volzin, 28, eerste lid, tweede volzin, 29, of 39, tweede lid, van de EEG-verordening overbrenging afvalstoffen; +d. een voorwaarde gesteld krachtens artikel 4, tweede lid, onder d, 7, derde lid, 15, vijfde lid, of 23, vierde lid, van de EEG-verordening overbrenging afvalstoffen; +e. een voorschrift gesteld bij artikel 5, zesde lid, 8, zesde lid, 15, achtste lid, laatste volzin, 17, zevende lid, eerste volzin, 23, zesde lid, derde volzin, of 35, van de EEG-verordening overbrenging afvalstoffen. -### Titel 10.6. Verdere bepalingen +### Titel 10.8. Verdere bepalingen -### Artikel 10.45 +### Artikel 10.61 -**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het opnemen in de provinciale milieuverordening van regels als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.12, vijfde lid, 10.19, derde lid, 10.20, 10.21, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.35 en 10.36, eerste lid, indien het waarborgen van eenheid in het beleid van de provincies met betrekking tot de doelmatige verwijdering van afvalstoffen in het algemeen belang geboden is. Hierbij kunnen regels worden gesteld omtrent het opnemen in de provinciale milieuverordening van regels, inhoudende dat naast de in artikel 10.35, eerste lid, bedoelde gegevens, andere, bij de maatregel aangewezen gegevens moeten worden verstrekt. +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is, regels worden gesteld met betrekking tot het opnemen in de afvalstoffenverordening van regels als bedoeld in de artikelen 10.21, 10.24, 10.25 en 10.26. -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het opnemen van regels in de gemeentelijke verordening, bedoeld in artikel 10.10, van regels als bedoeld in artikel 10.7. +**2.** Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt aangegeven binnen welke termijn en, indien nodig, op welke wijze die regels moeten zijn opgenomen in de verordening. -**3.** Bij een maatregel als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt aangegeven binnen welke termijn en, indien nodig, op welke wijze die verplichting door de provincies, onderscheidenlijk de gemeenten moet worden uitgevoerd. +### Artikel 10.62 -**4.** Onze Minister kan nadere regels stellen ter uitvoering van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste of tweede lid, voor zover deze betrekking heeft op regels als bedoeld in artikel 10.35. +**1.** Onze Minister kan, voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is, aan een gemeente een bindende aanwijzing geven met betrekking tot het opnemen in de afvalstoffenverordening, van regels als bedoeld in de artikelen 10.21, 10.24, 10.25 en 10.26. -### Artikel 10.46 +**2.** Artikel 10.61, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. -**1.** Onze Minister kan, indien het waarborgen van eenheid in het beleid van provincies met betrekking tot de doelmatige verwijdering van afvalstoffen in het algemeen belang geboden is, aan een provincie een bindende aanwijzing geven omtrent het opnemen in de provinciale milieuverordening van regels als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.12, vijfde lid, 10.19, derde lid, 10.20, 10.21, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.35 en 10.36, eerste lid. +**3.** Onze Minister pleegt over een voornemen tot het geven van een aanwijzing overleg met de betrokken gemeente. Hij deelt het voornemen, onder vermelding van de redenen daarvoor, mee aan de Staten-Generaal. -**2.** Onze Minister pleegt over een voornemen tot het geven van een aanwijzing overleg met de betrokken provincie. Hij deelt het voornemen, onder vermelding van de redenen daarvoor, mee aan de Staten-Generaal. +**4.** Van de aanwijzing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. -**3.** Van de aanwijzing wordt mededeling gedaan in de *Staatscourant*. +### Artikel 10.63 -### Artikel 10.47 +**1.** Burgemeester en wethouders kunnen, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalwater zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in artikel 10.30, eerste lid, gestelde verbod. -**1.** Burgemeester en wethouders kunnen, indien het belang van een doelmatige verwijdering van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de in de artikelen 10.15, eerste lid, en 10.17 gestelde verboden. In afwijking van de eerste volzin kan, indien een ontheffing wordt aangevraagd van het in artikel 10.17 gestelde verbod voor een andere inrichting dan bedoeld in het tweede lid van dat artikel, het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 voor die inrichting te verlenen, in bijzondere gevallen bij het verlenen of wijzigen van die vergunning het in artikel 10.17, eerste lid, bedoelde verbod geheel of gedeeltelijk buiten toepassing verklaren. +**2.** Burgemeester en wethouders kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in artikel 10.2, eerste lid, gestelde verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te verbranden, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft. -**2.** Gedeputeerde staten kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het in artikel 10.2, eerste lid, gestelde verbod, voor zover dat betrekking heeft op bedrijfsafvalstoffen of ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen, en, indien het belang van een doelmatige verwijdering van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, in bijzonder gevallen van de in de artikelen 10.18, 10.19 en 10.30 gestelde verboden, voor zover deze geen betrekking hebben op afvalstoffen waarop de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen van toepassing is, van het in artikel 10.43 gestelde verbod, voor zover dat niet betrekking heeft op gevallen als aangegeven krachtens artikel 8.35, eerste lid, en van het bepaalde krachtens de artikelen 10.7, eerste lid, en 10.26. +**3.** Gedeputeerde staten kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in artikel 10.2, eerste lid, gestelde verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te storten, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft, en, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van de in de artikelen 10.37 en 10.54 gestelde verboden. -**3.** Onze Minister kan, indien het belang van een doelmatige verwijdering van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 10.4. Hij kan tevens in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde krachtens artikel 10.6, 10.8 en 10.9 en van het in artikel 10.43 gestelde verbod, in gevallen als aangegeven krachtens artikel 8.35, eerste lid. +**4.** Onze Minister kan, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het bepaalde in een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 10.15 tot en met 10.19, 10.28, 10.29, 10.47, 10.51 en 10.52, van het bepaalde bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, en 10.46, eerste lid, alsmede van het bepaalde in de artikelen 10.23, derde lid, en 10.48. -**4.** De artikelen 8.5 tot en met 8.25 en afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een ontheffing van de in de artikelen 10.2, 10.15, eerste lid, 10.19, 10.30 en 10.43 gestelde verboden en van het krachtens de artikelen 10.4, 10.7, 10.8, 10.9 en 10.26 bepaalde, met dien verstande dat voor die toepassing - met uitzondering van die met betrekking tot een ontheffing van het in artikel 10.2 gestelde verbod -, het belang van de doelmatige verwijdering van de betrokken categorie van afvalstoffen, dan wel - indien het een ontheffing betreft van krachtens artikel 10.4 gestelde regels - het door dat artikel beoogde belang in de plaats treedt van het belang van de bescherming van het milieu. +### Artikel 10.64 -**5.** Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 10.4, 10.8 of 10.9 kan - in afwijking van het vierde lid - worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de provinciale milieuverordening, voor zover daarbij uitvoering wordt gegeven aan artikel 10.7. +**1.** De artikelen 8.5 tot en met 8.25 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een ontheffing als bedoeld in artikel 10.63, met dien verstande dat – behalve ten aanzien van een ontheffing van het in artikel 10.2, eerste lid, gestelde verbod –, voor die toepassing het belang van de bescherming van het milieu wordt beperkt tot het belang van een doelmatig beheer van de betrokken categorie van afvalstoffen, dan wel – indien het een ontheffing betreft van krachtens de artikelen 10.15, 10.17 en 10.18 gestelde regels – het door dat artikel beoogde belang. -**6.** In gevallen waarin een beschikking wordt gegeven inzake een ontheffing van het in artikel 10.17 of artikel 10.18 gestelde verbod en in gevallen als bedoeld in het vijfde lid, wordt van de totstandkoming van de beschikking, indien zij is gegeven door Onze Minister of gedeputeerde staten, in de *Staatscourant* mededeling gedaan. Daarbij wordt de wijze vermeld, waarop belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld van de inhoud ervan kennis te nemen. +**2.** Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 10.15, 10.17 en 10.18 kan – in afwijking van het eerste lid – worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is. Indien toepassing is gegeven aan de eerste volzin, doet Onze Minister van de beschikking ter zake van de ontheffing mededeling in de Staatscourant. Daarbij vermeldt hij de wijze waarop belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld van de inhoud van de beschikking kennis te nemen. ## Hoofdstuk 11. Andere handelingen @@ -2795,13 +2935,13 @@ In gevallen waarin Onze Minister bevoegd is een vergunning of ontheffing te verl **1.** -Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat de paragrafen 3.5.3 tot en met 3.5.5, onderscheidenlijk paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing blijven bij de totstandkoming van de beschikking op een aanvraag om een vergunning of ontheffing of van een beschikking tot wijziging daarvan, indien die beschikking: +Het bevoegd gezag kan bepalen dat de paragrafen 3.5.3 tot en met 3.5.5, onderscheidenlijk paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing blijven bij de totstandkoming van de beschikking op een aanvraag om een vergunning of ontheffing of van een beschikking tot wijziging daarvan, indien die beschikking: -a. betrekking heeft op het verwijderen van gevaarlijke afvalstoffen waarvan de verwijdering door een ongewone omstandigheid op korte termijn nodig is; -b. betrekking heeft op het verwijderen van andere dan gevaarlijke afvalstoffen waarvan de verwijdering door een ongewone omstandigheid en in verband met de hoeveelheid waarin die afvalstoffen vrijkomen, op korte termijn nodig is; +a. betrekking heeft op het beheer van gevaarlijke afvalstoffen waarvan het beheer door een ongewone omstandigheid op korte termijn nodig is; +b. betrekking heeft op het beheer van andere dan gevaarlijke afvalstoffen waarvan het beheer door een ongewone omstandigheid en in verband met de hoeveelheid waarin die afvalstoffen vrijkomen, op korte termijn nodig is; c. strekt tot uitvoering van een verplichting, opgelegd krachtens artikel 17.4 -**2.** In gevallen als aangegeven krachtens artikel 8.35, eerste lid, kan Onze Minister in gevallen als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat de in dat lid genoemde paragrafen buiten toepassing blijven. +**2.** In gevallen als aangegeven krachtens artikel 8.35 kan Onze Minister in gevallen als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat de in dat lid genoemde paragrafen buiten toepassing blijven. ### Artikel @@ -3196,7 +3336,7 @@ Vervallen Indien degene tot wie een beschikking is gericht krachtens: a. de artikelen 8.1, eerste lid, onder *b*, 8.1, eerste lid, onder *c*, juncto 8.21, eerste lid, in gevallen waarin artikel 8.21, tweede lid, niet van toepassing is, 8.22, tweede lid, 8.23, eerste lid, 8.25, eerste lid, onder *a* en *b*, 8.34 of 8.39, tweede lid, -b. de artikelen 10.36, tweede lid, of 10.37 juncto één of meer der onder *a* genoemde bepalingen, +b. de artikelen 10.48 of 10.52 juncto één of meer der onder *a* genoemde bepalingen, c. artikel 2, eerste lid, juncto 5, vijfde lid, onder *b*, van de Wet geluidhinder, d. de artikelen 13, eerste lid, onder *b*, juncto 16, vijfde lid, of 43, eerste lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging, e. artikel 24, eerste lid, juncto 26, zevende lid, onder *b*, van de Wet milieugevaarlijke stoffen, @@ -3219,7 +3359,7 @@ zich ten gevolge daarvan voor kosten ziet gesteld dan wel schade lijdt, welke re Artikel 15.20 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene op wie bepalingen van een algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk een ministeriële regeling of een verordening als bedoeld in a. artikel 1.2 van deze wet, -b. de artikelen 10.4 of 10.5 van deze wet, +b. de artikelen 10.15 of 10.17, eerste lid, van deze wet; c. de artikelen 24 of 31 van de Wet milieugevaarlijke stoffen, d. de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming, @@ -3320,27 +3460,27 @@ d. artikel 15, tweede lid, van de Wet bodembescherming. **1.** -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het bevorderen van hergebruik of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld, +Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 10.17, eerste lid, kunnen regels worden gesteld, a. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die stoffen, preparaten of andere produkten in Nederland op de markt brengen in bij de maatregel aangewezen verpakkingen, voor zodanige verpakkingen een bij of krachtens de maatregel te bepalen statiegeld in rekening te brengen en zodanige verpakkingen na gebruik met terugbetaling van het statiegeld in te nemen; b. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die daarbij aangewezen stoffen, preparaten of andere produkten in Nederland op de markt brengen, voor zodanige stoffen, preparaten of andere produkten een bij of krachtens de maatregel te bepalen statiegeld in rekening te brengen en zodanige stoffen, preparaten of andere produkten na gebruik met terugbetaling van het statiegeld in te nemen. **2.** -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het bevorderen van hergebruik of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld, +Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 10.17, eerste lid, kunnen regels worden gesteld, a. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die stoffen, preparaten of andere produkten in Nederland op de markt brengen in bij de maatregel aangewezen verpakkingen, zodanige verpakkingen na gebruik tegen betaling van een bij of krachtens de maatregel te bepalen premie in te nemen; b. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die daarbij aangewezen stoffen, preparaten of andere produkten in Nederland op de markt brengen, deze na gebruik tegen betaling van een bij of krachtens de maatregel te bepalen premie in te nemen. -**3.** Bij een maatregel als bedoeld in het eerste of tweede lid, kan worden bepaald dat daarbij aangegeven handelingen door andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde, bij die maatregel aangewezen categorieën van personen moeten worden verricht. In deze gevallen kan tevens worden bepaald dat eveneens bij de maatregel aangewezen categorieën van personen het statiegeld, bedoeld in het eerste lid, of de premie, bedoeld in het tweede lid, geheel of gedeeltelijk op een daarbij aangegeven wijze dienen af te dragen aan een of meer daarbij aangewezen andere personen. +**3.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste of tweede lid, kan worden bepaald dat daarbij aangegeven handelingen door andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde, bij die maatregel aangewezen categorieën van personen moeten worden verricht. In deze gevallen kan tevens worden bepaald dat eveneens bij de maatregel aangewezen categorieën van personen het statiegeld, bedoeld in het eerste lid, of de premie, bedoeld in het tweede lid, geheel of gedeeltelijk op een daarbij aangegeven wijze dienen af te dragen aan een of meer daarbij aangewezen andere personen. -**4.** In een maatregel als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt een termijn bepaald, eerst bij het verstrijken waarvan die regels ten aanzien van stoffen, preparaten of andere produkten die bij het in werking treden van de maatregel reeds vervaardigd en in Nederland aanwezig waren, gaan gelden. +**4.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste of tweede lid, wordt een termijn bepaald, eerst bij het verstrijken waarvan die regels ten aanzien van stoffen, preparaten of andere produkten die bij het in werking treden van de maatregel reeds vervaardigd en in Nederland aanwezig waren, gaan gelden. ### Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau ### Artikel 15.33 -**1.** Elke gemeente kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.11 een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. +**1.** Elke gemeente kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. **2.** Met betrekking tot deze heffingen zijn de artikelen 216 tot en met 219, 229d en 230 tot en met 257 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. @@ -3366,21 +3506,21 @@ b. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van Met betrekking tot beschikkingen tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing krachtens deze wet worden geen rechten geheven. -### Titel 15.10. Verwijderingsbijdragen +### Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen ### Artikel 15.35 Voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -verwijderingsbijdrage: bijdrage in de kosten van het inzamelen, opslaan, overslaan, bewerken, verwerken, vernietigen of op of in de bodem brengen, dan wel op andere wijze verwijderen van een stof, preparaat of ander produkt als afvalstof; +afvalbeheersbijdrage: bijdrage in de kosten van het beheer van een afvalstof; -overeenkomst over een verwijderingsbijdrage: schriftelijke overeenkomst tussen degenen die een stof, preparaat of ander produkt in Nederland invoeren of op de markt brengen, tot het afdragen van een verwijderingsbijdrage. +overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage: schriftelijke overeenkomst tussen degenen die een stof, preparaat of ander product in Nederland invoeren of op de markt brengen, tot het afdragen van een afvalbeheersbijdrage. ### Artikel 15.36 -**1.** Onze Minister kan, indien dat in het belang is van een doelmatige verwijdering van afvalstoffen, op een met redenen omkleed verzoek, na overleg met Onze Minister van Economische Zaken een overeenkomst over een verwijderingsbijdrage algemeen verbindend verklaren voor een ieder die die stof, dat preparaat of dat andere produkt in Nederland invoert of op de markt brengt. +**1.** Onze Minister kan, indien dat in het belang is van een doelmatig beheer van afvalstoffen, op een met redenen omkleed verzoek, na overleg met Onze Minister van Economische Zaken een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage algemeen verbindend verklaren voor een ieder die die stof, dat preparaat of dat andere produkt in Nederland invoert of op de markt brengt. -**2.** Onze Minister stelt regels met betrekking tot de onderwerpen die in ieder geval in een overeenkomst over een verwijderingsbijdrage, waarvoor een algemeen verbindend verklaring wordt gevraagd, aan de orde dienen te komen, alsmede met betrekking tot de bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid over te leggen gegevens. Tot die gegevens behoren in ieder geval gegevens, waaruit duidelijk wordt dat redelijkerwijs is getracht te voorkomen, dat gebruikers van die stof, dat preparaat of dat andere produkt in de praktijk meer dan eenmaal een bijdrage voor de verwijdering daarvan verschuldigd zullen zijn. +**2.** Onze Minister stelt regels met betrekking tot de onderwerpen die in ieder geval in een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage, waarvoor een algemeen verbindend verklaring wordt gevraagd, aan de orde dienen te komen, alsmede met betrekking tot de bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid over te leggen gegevens. Tot die gegevens behoren in ieder geval gegevens, waaruit duidelijk wordt dat redelijkerwijs is getracht te voorkomen, dat gebruikers van die stof, dat preparaat of dat andere produkt in de praktijk meer dan eenmaal een bijdrage voor het beheer daarvan verschuldigd zullen zijn. ### Artikel 15.37 @@ -3390,13 +3530,13 @@ overeenkomst over een verwijderingsbijdrage: schriftelijke overeenkomst tussen d **3.** Onze Minister beslist op het verzoek binnen zestien weken na de indiening ervan. Indien een besluit niet kan worden genomen dan nadat is voldaan aan een uit een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie voortvloeiende verplichting, wordt de termijn voor het nemen van dat besluit opgeschort tot de ten aanzien van die verplichting geldende procedure is afgerond. Van de opschorting wordt mededeling gedaan aan de verzoeker. -**4.** Onze Minister doet van zijn beslissing op het verzoek mededeling in de *Staatscourant*. De motivering van het besluit vermeldt in ieder geval de overwegingen over de omtrent het verzoek gegeven zienswijzen. Indien bij het besluit een overeenkomst over een verwijderingsbijdrage algemeen verbindend wordt verklaard, wordt de tekst van de overeenkomst in de *Staatscourant* geplaatst. +**4.** Onze Minister doet van zijn beslissing op het verzoek mededeling in de *Staatscourant*. De motivering van het besluit vermeldt in ieder geval de overwegingen over de omtrent het verzoek gegeven zienswijzen. Indien bij het besluit een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage algemeen verbindend wordt verklaard, wordt de tekst van de overeenkomst in de *Staatscourant* geplaatst. **5.** Onze Minister doet tevens mededeling van zijn beslissing op het verzoek door kennisgeving van de zakelijke inhoud van het besluit in één of meer landelijk verschijnende dagbladen onder vermelding van de vindplaats van de mededeling omtrent de beslissing op het verzoek in de *Staatscourant*. ### Artikel 15.38 -**1.** Onze Minister kan van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een verwijderingsbijdrage op een daartoe strekkend verzoek, na overleg met Onze Minister van Economische Zaken ontheffing verlenen, indien de verzoeker zorg draagt voor een zodanige verwijdering van de betrokken afvalstoffen dat deze naar het oordeel van Onze Minister ten minste gelijkwaardig is aan de verwijdering overeenkomstig de betrokken algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een verwijderingsbijdrage. +**1.** Onze Minister kan van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage op een daartoe strekkend verzoek, na overleg met Onze Minister van Economische Zaken ontheffing verlenen, indien de verzoeker zorg draagt voor een zodanig beheer van de betrokken afvalstoffen dat deze naar het oordeel van Onze Minister ten minste gelijkwaardig is aan het beheer overeenkomstig de betrokken algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage. **2.** Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. @@ -3413,7 +3553,7 @@ overeenkomst over een verwijderingsbijdrage: schriftelijke overeenkomst tussen d Onze Minister kan een besluit krachtens artikel 15.36, eerste lid, na overleg met Onze Minister van Economische Zaken intrekken, indien: a. de ter zake verstrekte gegevens zodanig onjuist zijn of onvolledig blijken, dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; -b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het nemen van het besluit, moet worden aangenomen dat het van kracht blijven van het besluit het belang van een doelmatige verwijdering van afvalstoffen op onaanvaardbare wijze zou schaden; +b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het nemen van het besluit, moet worden aangenomen dat het van kracht blijven van het besluit het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen op onaanvaardbare wijze zou schaden; c. een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan wel regels ter uitvoering daarvan, hiertoe verplichten. **3.** Alvorens een besluit krachtens artikel 15.36, eerste lid, op grond van het tweede lid, onder *a*, in te trekken, stelt Onze Minister degenen die het verzoek tot algemeen verbindend verklaring hebben gedaan, in de gelegenheid hun zienswijze kenbaar te maken. Onze Minister maakt het besluit tot intrekking bekend in de *Staatscourant*. @@ -3422,17 +3562,17 @@ c. een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend beslui ### Artikel 15.40 -Een ieder is tot naleving van een voor hem geldende algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een verwijderingsbijdrage gehouden tegenover ieder ander, die bij de naleving een redelijk belang heeft. +Een ieder is tot naleving van een voor hem geldende algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage gehouden tegenover ieder ander, die bij de naleving een redelijk belang heeft. ### Artikel 15.41 -Indien een of meer van degenen die een stof, preparaat of ander produkt in Nederland invoeren of op de markt brengen, waarvoor een overeenkomst over een verwijderingsbijdrage algemeen verbindend is verklaard, het vermoeden gegrond achten dat door een of meer anderen een of meer van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen uit die overeenkomst niet worden nageleefd, kunnen zij met het oog op het instellen van een rechtsvordering op grond van artikel 15.40 Onze Minister verzoeken een onderzoek daarnaar te doen instellen. De inspecteur stelt het onderzoek in en brengt aan Onze Minister verslag uit van hetgeen bij het onderzoek is gebleken. Onze Minister stelt het verslag ter beschikking van degene of degenen, die om het onderzoek hebben gevraagd. +Indien een of meer van degenen die een stof, preparaat of ander produkt in Nederland invoeren of op de markt brengen, waarvoor een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage algemeen verbindend is verklaard, het vermoeden gegrond achten dat door een of meer anderen een of meer van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen uit die overeenkomst niet worden nageleefd, kunnen zij met het oog op het instellen van een rechtsvordering op grond van artikel 15.40 Onze Minister verzoeken een onderzoek daarnaar te doen instellen. De inspecteur stelt het onderzoek in en brengt aan Onze Minister verslag uit van hetgeen bij het onderzoek is gebleken. Onze Minister stelt het verslag ter beschikking van degene of degenen, die om het onderzoek hebben gevraagd. ### Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen ### Artikel 15.42 -In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt onder «storten van afvalstoffen», «stortplaats», «gesloten stortplaats» en «bedrijfsgebonden stortplaats» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in titel 8.3. +In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt onder «stortplaats», «gesloten stortplaats» en «bedrijfsgebonden stortplaats» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in titel 8.3. ### Artikel 15.43 @@ -3561,11 +3701,35 @@ Het bevoegd gezag ziet er op toe dat de nodige gegevens worden verzameld om een ### Artikel 17.4 -**1.** Gedeputeerde staten kunnen, indien dat door een ongewoon voorval nodig is, in het belang van de bescherming van het milieu degene bij wie bij hun beschikking aangewezen bedrijfsafvalstoffen, ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontstaan of aanwezig zijn, een verplichting of verbod opleggen, als bedoeld in artikel 10.7, eerste lid, onder *a*, *b*, *c*, *d* of *e*. Zij kunnen daarbij aangeven binnen welke termijn en op welke wijze die verplichting moet worden uitgevoerd. +**1.** -**2.** In gevallen als aangegeven krachtens artikel 8.35, eerste lid, kan in gevallen als bedoeld in het eerste lid, een verplichting als bedoeld in dat lid, worden opgelegd door Onze Minister. +Indien dat door een ongewoon voorval nodig is, kunnen in het belang van de bescherming van het milieu een of meer van de volgende verplichtingen of het volgende verbod worden opgelegd aan degene bij wie afvalstoffen ontstaan of aanwezig zijn, die zijn aangewezen in de daartoe strekkende beschikking: -**3.** Onze Minister kan tevens, in verband met toepassing van het tweede lid, het bevoegd gezag verzoeken binnen een door hem aangegeven termijn een voor de betrokkene krachtens hoofdstuk 8 geldende vergunning te wijzigen. Indien de geboden spoed een zodanig verzoek niet toelaat of het bevoegd gezag de vergunning niet binnen de aangegeven termijn heeft gewijzigd, wijzigt Onze Minister de vergunning. +a. een verplichting die afvalstoffen te scheiden en – mede van andere stoffen en afvalstoffen – gescheiden te houden; +b. een verplichting die afvalstoffen gescheiden af te geven, wanneer zij zich daarvan ontdoen; +c. een verplichting die afvalstoffen ter plaatse waar zij zijn ontstaan, op een bij de beschikking aangegeven wijze nuttig toe te passen of te verwijderen; +d. een verbod die afvalstoffen langer onder zich te houden dan gedurende een bij de beschikking aangegeven termijn; +e. een verplichting die afvalstoffen af te geven aan een persoon behorende tot een bij de beschikking aangewezen categorie, of te brengen naar een daartoe aangewezen plaats. + +**2.** + +Een verplichting of verbod als bedoeld in het eerste lid, kan worden opgelegd: + +a. voor zover de verplichting of het verbod betrekking heeft op een inrichting: door het bestuursorgaan dat ingevolge artikel 8.2 van deze wet het bevoegd gezag is ten aanzien van de vergunning voor de inrichting, of, indien voor de inrichting regels gelden krachtens artikel 8.40, aan het bestuursorgaan waaraan een melding als bedoeld in artikel 8.41, eerste lid, met betrekking tot die inrichting zou moeten worden gedaan; +b. in andere gevallen: door gedeputeerde staten. + +**3.** Het bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, kan bij zijn beschikking aangeven binnen welke termijn en op welke wijze de verplichting moet worden uitgevoerd. + +### Artikel 17.5 + +**1.** + +Onze Minister kan het bevoegde bestuursorgaan verzoeken binnen een door hem aangegeven termijn: + +a. op de daarbij aangegeven wijze toepassing te geven aan artikel 17.4, eerste lid; +b. in verband daarmee een voor de betrokkene krachtens hoofdstuk 8 geldende vergunning te wijzigen. + +**2.** Indien de geboden spoed een zodanig verzoek niet toelaat of het bevoegde bestuursorgaan niet binnen de aangegeven termijn aan het verzoek gevolg heeft gegeven, geeft Onze Minister toepassing aan artikel 17.4, eerste lid, onderscheidenlijk wijzigt hij de vergunning. ## Hoofdstuk 18. Handhaving @@ -3579,7 +3743,7 @@ Het bevoegd gezag ziet er op toe dat de nodige gegevens worden verzameld om een **1.** -Het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 voor een inrichting te verlenen, dan wel ingevolge artikel 8.41, tweede lid, onder a, het orgaan is waaraan de melding wordt gericht, heeft tot taak: +Het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 voor een inrichting te verlenen, dan wel ingevolge artikel 8.41, tweede lid, onder a , het orgaan is waaraan de melding wordt gericht, heeft tot taak: a. zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de op grond van de betrokken wetten voor degene die de inrichting drijft, geldende voorschriften; b. gegevens over de inrichting, die met het oog op de uitoefening van de taak als bedoeld onder a van belang zijn, te verzamelen en te registreren; @@ -3592,15 +3756,57 @@ Indien met betrekking tot een inrichting door het krachtens het eerste lid bevoe a. onherroepelijk is geworden en is tenuitvoergelegd, dan wel de dwangsom is ingevorderd, of b. is ingetrokken, dan wel de bij de beschikking opgelegde last overeenkomstig artikel 5:34 van de Algemene wet bestuursrecht is opgeheven. -**3.** Bij het uitoefenen van de in het eerste lid bedoelde taak wordt rekening gehouden met het voor het betrokken bestuursorgaan geldende milieubeleidsplan. - ### Artikel 18.2a -**1.** Onze betrokken Minister, gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en de waterkwaliteitsbeheerder hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de artikelen 1.1a en 10.3. +**1.** Onze betrokken Minister, gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en de waterkwaliteitsbeheerder hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de artikelen 1.1a en 10.1. -**2.** Gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en de waterkwaliteitsbeheerder hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10.2 en 10.43. +**2.** Gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en de waterkwaliteitsbeheerder hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10.2 en 10.54. -**3.** Artikel 18.2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. +### Artikel 18.2b + +**1.** + +Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens hoofdstuk 10 gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op: + +a. preventie en nuttige toepassing als bedoeld in titel 10.3; +b. overbrengen van afvalstoffen als bedoeld in titel 10.7; +c. het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.45, eerste lid, onderdeel b; +d. verhandelen, bemiddelen of vervoeren als bedoeld in artikel 10.55. + +**2.** Onze Minister heeft tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen gestelde verplichtingen. + +### Artikel 18.2c + +**1.** + +Gedeputeerde staten hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens hoofdstuk 10 gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op: + +a. het aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.44; +b. het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.45, eerste lid, onderdeel a. + +**2.** Gedeputeerde staten hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving buiten een inrichting van de krachtens artikel 17.4 gestelde verplichtingen. + +### Artikel 18.2d + +**1.** + +Burgemeester en wethouders hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens: + +a. de afvalstoffenverordening; +b. artikel 10.29. + +**2.** + +Burgemeester en wethouders hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving buiten een inrichting van de bij of krachtens hoofdstuk 10 gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op: + +a. het zich ontdoen van afvalwater als bedoeld in de artikelen 10.30 en 10.32; +b. het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.37; +c. het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.51; +d. het beheer van bedrijfsafvalstoffen als bedoeld in artikel 10.52. + +### Artikel 18.2e + +Bij het uitoefenen van de taak, bedoeld in de artikelen 18.2 tot en met 18.2d, wordt rekening gehouden met het voor het betrokken bestuursorgaan geldende milieubeleidsplan. ### Artikel 18.3 @@ -3644,7 +3850,7 @@ b. geen ander bestuursorgaan daartoe bevoegd is. ### Artikel 18.8 -Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 18.7 behoort het in Nederland doen verwijderen van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen of titel 10.5A bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht. +Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 18.7 behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen of titel 10.7 bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht. ### Artikel 18.9 @@ -3654,7 +3860,7 @@ Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 18.7 behoo ### Artikel 18.10 -Het bestuursorgaan dat een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom heeft gegeven terzake van overtreding van de artikelen 1.1a, 10.2, 10.3 of 10.43, van artikel 13 van de Wet bodembescherming of van het bepaalde bij of krachtens de Wet milieugevaarlijke stoffen, zendt onverwijld een afschrift van die beschikking aan de bestuursorganen die eveneens bevoegd zijn tot bestuursrechtelijke handhaving van die bepalingen. +Het bestuursorgaan dat een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom heeft gegeven terzake van overtreding van de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, van artikel 13 van de Wet bodembescherming of van het bepaalde bij of krachtens de Wet milieugevaarlijke stoffen, zendt onverwijld een afschrift van die beschikking aan de bestuursorganen die eveneens bevoegd zijn tot bestuursrechtelijke handhaving van die bepalingen. ### Artikel 18.11 @@ -3664,23 +3870,23 @@ Indien een verzoek als bedoeld in artikel 5:34 van de Algemene wet bestuursrecht **1.** Het ten aanzien van een vergunning of ontheffing bevoegde gezag kan de vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken, indien niet overeenkomstig die vergunning of ontheffing is of wordt gehandeld, dan wel indien aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften of voor de houder van de vergunning of ontheffing als zodanig geldende algemene regels niet worden nageleefd. -**2.** Een vergunning of ontheffing, die betrekking heeft op het verwijderen van gevaarlijke afvalstoffen, dan wel van andere afvalstoffen die van elders afkomstig zijn, kan, voor zover zij dat verwijderen betreft, tevens worden ingetrokken, indien op grond van hoofdstuk 10 voor de houder geldende voorschriften niet worden nageleefd. +**2.** Een vergunning of ontheffing, die betrekking heeft op het beheer van gevaarlijke afvalstoffen, dan wel van andere afvalstoffen die van elders afkomstig zijn, kan, voor zover zij het beheer van afvalstoffen betreft, tevens worden ingetrokken, indien op grond van hoofdstuk 10 voor de houder geldende voorschriften niet worden nageleefd. **3.** Het bevoegd gezag gaat niet tot intrekking over dan nadat het de betrokkene de gelegenheid heeft geboden binnen een daartoe te bepalen termijn zijn handelen alsnog in overeenstemming te brengen met de vergunning of ontheffing, onderscheidenlijk de voorschriften of algemene regels, bedoeld in het eerste of tweede lid, na te leven. ### Artikel 18.13 -In een geval als aangegeven krachtens artikel 8.35, geeft het bevoegd gezag geen beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning dan na overleg met Onze Minister, voor zover die bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot de betrokken afvalstoffen. +In een geval als aangegeven krachtens artikel 8.35, geeft het bevoegd gezag geen beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning dan na overleg met Onze Minister, voorzover het uitoefenen van die bevoegdheid verplichtingen betreft, die betrekking hebben op de continuïteit of de capaciteit, bedoeld in artikel 10.5, tweede lid. ### Artikel 18.14 **1.** Een ieder kan aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beschikking te geven. -**2.** Op verzoek van Onze Minister geeft het bevoegd gezag een beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning, indien in een geval als aangegeven krachtens artikel 8.35, het bij of krachtens deze wet met betrekking tot het verwijderen van de betrokken afvalstoffen bepaalde niet wordt nageleefd. Bij het verzoek kan Onze Minister een termijn bepalen waarbinnen aan zijn verzoek wordt voldaan. +**2.** Op verzoek van Onze Minister geeft het bevoegd gezag een beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning, indien in een geval als aangegeven krachtens artikel 8.35, het bij of krachtens deze wet met betrekking tot de continuïteit of de capaciteit, bedoeld in artikel 10.5, tweede lid, bepaalde niet wordt nageleefd. Bij het verzoek kan Onze Minister een termijn bepalen waarbinnen aan zijn verzoek wordt voldaan. ### Artikel 18.14a -**1.** Indien een overeenkomstig artikel 18.14, eerste lid, gedaan verzoek betrekking heeft op de artikelen 1.1a, 10.2, 10.3 of 10.43, op artikel 13 van de Wet bodembescherming of op het bepaalde bij of krachtens de Wet milieugevaarlijke stoffen, geeft het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend, een beschikking op het verzoek. +**1.** Indien een overeenkomstig artikel 18.14, eerste lid, gedaan verzoek betrekking heeft op de artikelen 1.1a, 10.1, 10.2 of 10.54, op artikel 13 van de Wet bodembescherming of op het bepaalde bij of krachtens de Wet milieugevaarlijke stoffen, geeft het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend, een beschikking op het verzoek. **2.** @@ -3713,9 +3919,9 @@ b. in andere gevallen: vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen. ### Artikel 18.17 -**1.** Een overheidslichaam kan - behoudens matiging door de rechter - de te zijnen laste komende kosten van de verwijdering van afvalstoffen ten aanzien waarvan in strijd is gehandeld met het bij of krachtens deze wet bepaalde, verhalen op degene door wiens onrechtmatige daad die kosten zijn veroorzaakt, of op degene die anderszins krachtens burgerlijk recht buiten overeenkomst aansprakelijk is voor de gevolgen daarvan. +**1.** Een overheidslichaam kan - behoudens matiging door de rechter - de te zijnen laste komende kosten van het beheer van afvalstoffen ten aanzien waarvan in strijd is gehandeld met het bij of krachtens deze wet bepaalde, verhalen op degene door wiens onrechtmatige daad die kosten zijn veroorzaakt, of op degene die anderszins krachtens burgerlijk recht buiten overeenkomst aansprakelijk is voor de gevolgen daarvan. -**2.** Een overheidslichaam kan in een geval als bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de regels betreffende ongerechtvaardigde verrijking, de daar bedoelde kosten verhalen op degene die door de verwijdering van de betrokken afvalstoffen ongerechtvaardigd wordt verrijkt. +**2.** Een overheidslichaam kan in een geval als bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de regels betreffende ongerechtvaardigde verrijking, de daar bedoelde kosten verhalen op degene die door het beheer van de betrokken afvalstoffen ongerechtvaardigd wordt verrijkt. **3.** Voor de toepassing van dit artikel is niet vereist dat op het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde handeling met de in dat lid bedoelde afvalstoffen zich heeft voorgedaan, reeds jegens de overheid onrechtmatig werd gehandeld. @@ -3815,18 +4021,24 @@ de artikelen 125 van de Gemeentewet, 122 van de Provinciewet, 61 van de Watersch ### Artikel 20.2 -**1.** Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit inzake een milieubeleidsplan, genomen krachtens de artikelen 4.3, 4.6, 4.9, 4.12, 4.15*a*, 4.16 of 4.19. +**1.** + +Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit: + +a. inzake een milieubeleidsplan, genomen krachtens de artikelen 4.3, 4.6, 4.9, 4.12, 4.15a, 4.16 of 4.19; +b. inzake een afvalbeheersplan, genomen krachtens artikel 10.3. **2.** Geen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking: a. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8.27, -b. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8.31*a*, -c. inzake een verklaring als bedoeld in artikel 8.36 of -d. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 8.39. +b. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8.31a, +c inzake een verklaring als bedoeld in artikel 8.36a, +d houdende een verzoek als bedoeld in artikel 8.39, of +e. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 17.5, eerste lid. -**3.** In afwijking van het tweede lid kan tegen een beschikking als bedoeld in dat lid, onderdeel *b*, *c* of *d*, beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk door het ten aanzien van de beschikking waarop de aanwijzing, de verklaring, onderscheidenlijk het verzoek betrekking heeft, bevoegde gezag. +**3.** In afwijking van het tweede lid kan tegen een beschikking als bedoeld in dat lid, onder b, c, d of e, beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk door het ten aanzien van de beschikking waarop de aanwijzing, de verklaring, onderscheidenlijk het verzoek betrekking heeft, bevoegde gezag. **4.** In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de beroepstermijn in een geval als bedoeld in het derde lid aan met ingang van de dag na de dag waarop een exemplaar van de beschikking waarop de verklaring of het verzoek betrekking heeft, overeenkomstig artikel 3:44, tweede lid, onder *a*, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd. @@ -3990,7 +4202,7 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken **3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 of paragraaf 14.2, wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens titel 12.1 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 12.1, tweede lid, 12.4 en 12.5 Ons mede door hem gedaan. -**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, vijfde, tiende of elfde lid, 5.1, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2*a*, 8.5, 8.7, 8.15, 8.19, 8.35, 8.40, 8.44, 8.45, 10.2, tweede lid, 10.4, 10.6, 10.8, 10.9, 10.16, 10.29, 10.37, 10.44, eerste lid, 10.45, eerste of tweede lid, 12.1, tweede lid, 12.2, vierde lid, 12.4, 12.5, 15.13, eerste lid, of 15.32, eerste of tweede lid, wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de *Staatscourant* bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen. +**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.44, 8.45, 8.49, vijfde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.61, eerste lid, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, of 15.46, vijfde lid, wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de *Staatscourant* bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen. **5.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Een krachtens artikel 5.1, eerste lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken. @@ -4033,7 +4245,7 @@ de Grondwaterwet, behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten anders blijkt. -**5.** Hoofdstuk 8 van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen waarin van buiten de inrichting afkomstige dierlijke meststoffen in de zin van de Meststoffenwet worden bewaard, bewerkt, verwerkt of vernietigd, voor zover het betreft de doelmatige verwijdering van die stoffen. +**5.** Hoofdstuk 8 van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen waarin van buiten de inrichting afkomstige dierlijke meststoffen in de zin van de Meststoffenwet worden bewaard, bewerkt, verwerkt of vernietigd, voor zover het een doelmatig beheer van die stoffen betreft. **6.** @@ -4065,9 +4277,7 @@ Deze wet kan worden aangehaald als: Wet milieubeheer. ### Artikel 22.2a -**1.** De artikelen 1.2*a* en 8.13*a* treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. - -**2.** Wijzigt deze wet. +Vervallen ### Artikel 22.3