From dc686de9e5485940fe9cc23a6e56768b80a41176 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Oct 2017 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2017-10-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A) --- .../BWBR0012287/README.md | 66 +++++++++++++++---- 1 file changed, 52 insertions(+), 14 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md index cec6a322e22..73264b43321 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) bwb_id: BWBR0012287 type: circulaire status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2017-04-01' +datum_inwerkingtreding: '2017-10-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012287 citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) --- @@ -1578,11 +1578,9 @@ Deze paragraaf bevat de beleidsregels omtrent de toepassing van artikel 62, twee De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM nemen aan dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht in de zin van artikel 62, tweede lid, onder a, Vw als tenminste twee van de gronden als genoemd in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb van toepassing zijn. -De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM moeten lichte gronden als bedoeld in artikel 5.1b, lid 4, Vb nader toelichten om een risico op onttrekken aan toezicht aan te nemen. +De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM moeten de gronden, als bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb nader toelichten, indien uit deze gronden zelf niet rechtstreeks blijkt dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht. Deze toelichting is in ieder geval vereist bij de gronden als genoemd in artikel 5.1b, vierde lid, Vb. -De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM hoeven zware gronden als bedoeld in artikel 5.1b, lid 3, Vb in beginsel niet nader toe te lichten om een risico op onttrekken aan toezicht aan te nemen. Dit is alleen anders als de vreemdeling gemotiveerd toelicht waarom uit de zware gronden in zijn specifieke geval geen risico op onttrekking voortvloeit. - -Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 5.1b, lid 4 onder d, Vb wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in artikel 3.74 Vb en paragraaf B1/4.3.3 Vc. +Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 5.1b, vierde lid, onder d, Vb wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in artikel 3.74 Vb en paragraaf B1/4.3.3 Vc. De IND verstaat onder kennelijk ongegrond als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder b, Vw de situatie waarin de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 30b Vw. @@ -1614,7 +1612,7 @@ Voor zover sprake is van een verdenking van het plegen van een misdrijf wint de De IND bepaalt dat de vreemdeling Nederland onmiddellijk moet verlaten als de aanvraag is afgewezen omdat artikel 1F van toepassing is of omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. -Indien een visum van de vreemdeling nietig is verklaard of ingetrokken om redenen verband houdend met de openbare orde, zal in beginsel steeds eveneens sprake zijn van voldoende redenen om omwille van de openbare orde als bedoeld in artikel 62, lid 2 Vw, de termijn te verkorten. Het vorenstaande geldt analoog ook bij de beëindiging van de vrije termijn van niet visumplichtige vreemdelingen, vanwege redenen die verband houden met openbare orde. +Indien een visum van de vreemdeling nietig is verklaard of ingetrokken om redenen verband houdend met de openbare orde, zal in beginsel steeds eveneens sprake zijn van voldoende redenen om omwille van de openbare orde als bedoeld in artikel 62, tweede lid, Vw, de termijn te verkorten. Het vorenstaande geldt analoog ook bij de beëindiging van de vrije termijn van niet visumplichtige vreemdelingen, vanwege redenen die verband houden met openbare orde. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM ziet af van het onthouden van een vertrektermijn als de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling zodanig zijn dat het onthouden van een vertrektermijn niet proportioneel is. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM betrekt bij de proportionaliteitstoets alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval: @@ -1785,9 +1783,9 @@ Voor wat betreft de mogelijkheid om een vreemdeling door de DT&V te laten begele Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt: • er is geen twijfel over de opgegeven leeftijd; -• de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is op grond van het beleid inzake Amv’s geweigerd (zie hoofdstukken B1 en B14/2 Vc). +• de vreemdeling voldoet niet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het beleid inzake Amv’s (zie hoofdstuk B8/6 Vc). -Als het niet waarschijnlijk is dat de Amv zich zelfstandig kan handhaven in het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan (zie paragraaf B8/6 Vc), moet voor de terugkeer van de Amv de toegang tot opvang geregeld zijn. Als in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten van het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan, zorg dragen voor de opvang van Amv’s, dan rust geen taak op de Nederlandse overheid in de opvang van de Amv. De voogd van de Amv moet op de hoogte worden gesteld door de DT&V van het besluit dat de Amv wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt. +Bij terugkeer van de amv naar het land van herkomst of een ander land waar de amv heen kan gaan moet de toegang tot adequate opvang geregeld zijn (zie voor adequate opvang paragraaf B8/6.1 Vc). Als in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten van het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan, zorg dragen voor de opvang van Amv’s, dan rust er geen taak op de Nederlandse overheid in het voorzien van opvang van de Amv in het betreffende land. De voogd van de Amv moet op de hoogte worden gesteld door de DT&V van het besluit dat de Amv wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt. #### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland @@ -2851,9 +2849,23 @@ Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpsc ### 5. Vrijheidsbeperking op grond van -De DT&V, de Korpschef of de commandant van de KMar legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vw – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van artikel 54, tweede lid, Vw – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid. De vreemdeling moet werken aan zijn vertrek uit Nederland waarbij de DT&V de regie heeft over het vertrektraject. +De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.2 VV legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vw – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van artikel 54, eerste lid, Vw – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, dan wel aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, Vw. Voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw wordt de vreemdeling hierover gehoord, dit wordt vastgelegd in het model M108B. De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het model M108A. De vreemdeling kan bij de DT&V verzoeken om tijdelijke ontheffing in bijzondere situaties. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, aanwezigheid bij een zitting bij de rechtbank, of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigd. -De vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vw in een vrijheidsbeperkende locatie wordt in beginsel twaalf weken opgelegd met model M102. Als de vrijheidsbeperkende maatregel langer dan twaalf weken moet worden voortgezet, mag de minister besluiten de vrijheidsbeperkende maatregel te laten voortduren of op een andere plaats op te leggen. Als de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats wordt opgelegd, wordt model M102 opnieuw opgemaakt. +Voor de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf: + +• Wordt de vrijheidsbeperkende maatregel in beginsel voor de duur van twaalf weken opgelegd op grond van artikel 56 Vw in een vrijheidsbeperkende locatie. De vreemdeling moet werken aan zijn vertrek uit Nederland waarbij de DT&V de regie heeft over het vertrektraject. +• Indien na ommekomst van de twaalf weken nog immer voldoende grondslag bestaat, kan de vrijheidsbeperkende maatregel blijven voortduren. + +Voor de vreemdeling met rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, met uitzondering van onderdelen b, d en e Vw: + +• Kan de maatregel op grond van artikel 56 Vw voortduren voor zolang dat gezien de omstandigheden van het geval met het oog op de openbare orde redelijk is. De maatregel kan ieder deel van Nederland aanwijzen en is niet beperkt tot locaties waar opvang wordt geboden door het COA. Bij de bepaling van de plaats komt groot gewicht toe aan de mate waarin ter plaatse toezicht kan worden gehouden op de naleving van de maatregel. +• De maatregel van artikel 56 Vw komt na een afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning niet van rechtswege te vervallen, maar kan worden voortgezet met het oog op vertrek uit Nederland. De redenen die aanleiding waren gedurende het rechtmatig verblijf een maatregel op te leggen, rechtvaardigen het voorduren van de vrijheidsbeperkende maatregel gedurende het terugkeerproces. Dat geldt ook voor de vreemdeling die in afwachting is van de feitelijke overdracht naar een verantwoordelijke lidstaat in de zin van de Dublinverordening. + +Als de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats ten uitvoer wordt gelegd, wordt een nieuwe vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd middels model M108A. + +Voor zowel de meerderjarige vreemdeling zonder rechtmatig verblijf als de meerderjarige vreemdeling met rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, met uitzondering van onderdelen b, d en e, Vw geldt dat indien de vreemdeling gedurende of na de asielprocedure overlast veroorzaakt op de (opvang)locatie waar de vreemdeling verblijft een maatregel van artikel 56 Vw kan worden opgelegd waarbij de vreemdeling wordt opgedragen te verblijven op en in een gebied rondom een extra begeleidings- en toezichtlocatie (EBTL). Onder overlast wordt onder meer begrepen (herhaaldelijk) agressief verbaal en non-verbaal gedrag richting medebewoners of personeel op de (opvang)locatie of daarbuiten, het aanrichten van vernielingen of het discrimineren of intimideren van medebewoners. Het COA besluit, tenzij het gedrag van de vreemdeling hier eerder aanleiding voor geeft en zich geen gronden voor inbewaringstelling voordoen, uiterlijk na een periode van twaalf weken tot voortzetting van de extra begeleiding en het toezicht op de EBTL (in welk geval de vrijheidsbeperkende maatregel voortduurt), terugplaatsing naar een reguliere opvanglocatie of een andere maatregel op grond van de RvA. + +Bij het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw wordt in beginsel als plek van verblijf een gemeente aangewezen of een kleiner deel dan de gemeente. Dringende redenen van openbare orde rechtvaardigen dat gedurende de kortst mogelijke periode, maar niet langer dan vijf dagen aaneen, de locatie waar de vreemdeling verblijft wordt aangewezen als plaats van uitvoering van de vrijheidsbeperking. Bij dringende redenen van openbare orde kan met name gedacht worden aan het voorkomen van ordeverstoringen waaronder begrepen de situatie dat er indicaties aanwezig zijn dat de vreemdeling op wie deze maatregel wordt toegepast mogelijk bij ordeverstoringen betrokken zal raken. In voorkomende gevallen wordt aan het advies van de burgemeester, Korpschef dan wel het Openbaar Ministerie een zwaarwegend belang toegekend. Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt om het vertrek voor te bereiden zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in een gezinslocatie. @@ -2864,12 +2876,14 @@ Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode • het gezin heeft voorafgaande aan de maatregel in de opvang verbleven; • het gezin is in de illegaliteit aangetroffen. -Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van artikel 56 Vw te voldoen, biedt het COA de vreemdeling vervoer naar de VBL aan. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. De Korpschef houdt de vreemdeling vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 50 Vw staande en brengt hem naar een plaats bestemd voor verhoor. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijheidsontnemende maatregel kan worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, krijgt de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging Nederland te verlaten. +Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van artikel 56 Vw te voldoen, biedt de DT&V de vreemdeling vervoer naar de VBL aan. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. De Korpschef houdt de vreemdeling vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 50 Vw staande en brengt hem naar een plaats bestemd voor verhoor. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijheidsontnemende maatregel dient te worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, krijgt de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging Nederland te verlaten. ### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring Een vreemdeling wordt uitsluitend in bewaring gesteld op grond van artikel 59, 59a of 59b Vw, tenzij minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. Inbewaringstelling vindt slechts plaats als er geen lichter middel voorhanden is, dat even effectief is. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV maakt een belangenafweging over de toepassing van de maatregel van bewaring. +Ten aanzien van de gronden voor inbewaringstelling, als bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb, is paragraaf A3/3 Vc van overeenkomstige toepassing. + De bewaring wordt met onmiddellijke ingang opgeheven wanneer het doel voor de inbewaringstelling niet langer bestaat (zie artikel 59c, tweede lid, Vw). #### 6.1. Bewaring op grond van @@ -3221,6 +3235,8 @@ Vervallen *[afbeelding]* +*[afbeelding]* + ## Bijlage M19A. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge *[afbeelding]* @@ -3229,6 +3245,8 @@ Vervallen *[afbeelding]* +*[afbeelding]* + ## Bijlage M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden *[afbeelding]* @@ -3701,9 +3719,7 @@ Vervallen ## Bijlage M102. Maatregel ex -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M102-A. Transit request for the purposes of removal by air @@ -3763,6 +3779,8 @@ Vervallen *[afbeelding]* +*[afbeelding]* + ## Bijlage M106-M108 ## Bijlage M106a. Bevel ingevolge @@ -3775,6 +3793,20 @@ Vervallen *[afbeelding]* +## Bijlage M108-A. Maatregel ex + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M108-B. Proces-verbaal van gehoor bij de maatregel ex + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + ## Bijlage M109. Maatregel van bewaring als bedoeld in *[afbeelding]* @@ -3801,6 +3833,12 @@ Vervallen *[afbeelding]* +## Bijlage M109c. Maatregel van bewaring als bedoeld in + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + ## Bijlage M110. Proces-verbaal van gehoor ( *[afbeelding]*